Raadsbesluit 13jul21 vaststelling bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal
Tekst van het document
De bouwlanden en heidevelden hadden een nauwe relatie met elkaar en lagen dan ook meestal in de nabijheid van elkaar. Deze bouwlanden zijn nu nog herkenbaar in het Leudalse buitengebied aan hun donkere (humusrijke) bovengrond, en bolle ligging in het omliggende landschap. Vaak waren deze bouwlanden in gezamenlijk gebruik van verschillende boerderijen (velden). Soms behoorden de bouwlanden bij slechts een boerderij (kampen) en waren ze kleiner van formaat. De kampen zijn niet meer herkenbaar in het landschap met name als gevolg van ruilverkavelingen. Vooral na de invoering van kunstmest aan het einde van de 19de eeuw zijn de heidevelden ontgonnen. Het gebruik van de heide om de bouwlanden vruchtbaar te houden, was immers niet meer nodig. In het huidige landschap zijn deze ontginningen nog duidelijk herkenbaar aan de rechthoekige verkavelingstructuur. Met de ontginning transformeerde het landschap van vooral het noordelijke deel van de gemeente Leudal van heide- en moerasgebied naar met name bouw- en grasland. De aanwezige oudere ontginningen zijn (door de toen beperktere technische mogelijkheden) minder geometrisch van opbouw. Aanwezige structuren en objecten in het landschap zoals waterlopen en boomstronken bepaalden de vorm van de kavels en leidden tot een onregelmatiger blokverkaveling. In het westen van de gemeente komt dit type verkavelingstructuur veelvuldig voor.
Door het verwaaien van dekzand zijn plaatselijk stuifzandgebieden ontstaan. Deze worden gekenmerkt door een zeer ongelijke hoogteligging en zijn voornamelijk gevormd op plaatsen waar menselijke ingrepen de aanwezige vegetatie vernielde waardoor het zand kon verstuiven. In het terrassenlandschap gebeurde dit op de Beegderheide, het Starrenbosch en de Nunhemmerheide. Binnen het dekzandlandschap ontstonden stuifduingebieden op de drogere delen zoals de Asbroekerheide en de Ophovensche Zandberg. Op deze locaties zijn na verloop van tijd bosgebieden gekomen. Soms was er sprake van natuurlijke ontwikkeling, maar vaker werd productiebos aangeplant. (bron: Gebiedsbeschrijvingen gemeente Leudal, KuiperCompagnons, november 2009) Dit bestemmingsplan maakt rechtstreeks geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
Op basis van artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening zijn gemeenten verplicht in de toelichting een paragraaf over de bodemkwaliteit op te nemen. In deze paragraaf dient gemotiveerd te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem. Uitgangspunt van een goede ruimtelijke ordening is dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de beoogde bestemming en de daarin toegestane gebruiksvormen. Zo mag een eventuele aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico opleveren voor de gebruikers van de bodem en mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 20
De gemeenteraad heeft op 11 februari 2020 besloten tot vaststelling van de Nota Bodembeheer Limburg Noord 2020-2029 met bijbehorende bodemfunctieklassekaart en bodemkwaliteitskaart. Aanvullend heeft het college van burgemeester en wethouders op 29 september 2020 besloten tot vaststelling van de PFAS-bodemkwaliteitskaart regio Limburg Noord. De doelstelling van beide bodembeleidsstukken is om op een eenvoudige en eenduidige wijze invulling te geven aan het gemeentelijk bodembeleid door het hergebruik van gebiedseigen grond te stimuleren en de gewenste bodemkwaliteit af te stemmen op de bodemfunctie. Uit alle reeds uitgevoerde onderzoeken blijkt dat de grond van de gemeente Leudal over het algemeen schoon is. Het uitgangspunt is om dat ook zo te houden. Het plangebied is in de Nota bodembeheer aangeduid met de bodemfunctieklasse 'Landbouw/Natuur'. Op de toepassingskaart van de Nota bodembeheer wordt aangegeven aan welke kwaliteitsklassen (AW2000, wonen of industrie) een toe te passen partij grond moet voldoen. Deze zogenaamde toepassingseis volgt uit de combinatie van de bodemfunctieklasse en de kwaliteitsklasse van de zone waarin de partij wordt toegepast (de ontvangende bodem), waarbij de strengste eis geldt. Zoals uit de toepassingskaart blijkt dient voor zowel de bovengrond als de ondergrond in het plangebied te worden voldaan aan de kwaliteitsklasse AW2000 (schone grond).
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 21
Bepaald dient te worden of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik. Dit bestemmingsplan maakt rechtstreeks geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
Bij externe veiligheid gaat het om de risico's die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Deze risico's doen zich voor rondom risicovolle inrichtingen of transportroutes, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Een klein kantoorgebouw of een bedrijfsgebouw wordt daarbij beschouwd als een beperkt kwetsbaar object, waarbij de gehanteerde normen een richtwaarde vormen. Bij bijvoorbeeld woningen, die beschouwd worden als kwetsbare objecten, is de norm een grenswaarde waar altijd aan moet worden voldaan. Het risico wordt uitgedrukt in een plaatsgebonden risico (PR) en een groepsrisico (GR). Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans dat een persoon overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen als deze persoon zich voortdurend en onbeschermd in de nabijheid van de transportas bevindt. Het groepsrisico is de kans dat een groep personen overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Van de ramptypes die verband houden met externe veiligheid zijn met name ongevallen met brandbare/explosieve of giftige stoffen van belang. Deze ongevallen kunnen nader worden onderscheiden in ongevallen met betrekking tot: Inrichtingen. Vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor.
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) uit 2004 legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld chemische fabrieken, LPG-tankstations en spoorwegemplacementen waar goederentreinen met gevaarlijke stoffen rangeren. Deze bedrijven verrichten soms risicovolle activiteiten dichtbij (beperkt) kwetsbare objecten waaronder woningen, ziekenhuizen, scholen, winkels, horecagelegenheden en sporthallen. Hierdoor ontstaan risico's voor mensen die in de buurt ervan wonen of werken. Het besluit verplicht gemeenten en provincies bij het verlenen van milieuvergunningen en het maken van bestemmingsplannen met externe veiligheid rekening te houden. Dit betekent bijvoorbeeld dat woningen op een bepaalde afstand moeten staan van een bedrijf dat werkt met gevaarlijke stoffen.
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van 1 april 2015 heeft als doel het stellen van milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid in verband met het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes. In het besluit zijn de ruimtelijke aspecten van het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen geregeld. De vervoerskant van het basisnet is geregeld in de Wvgs (via de Wet basisnet). De normen voor het risico welke burgers mogen lopen als gevolg van een ongeval met transport van gevaarlijke stoffen zijn vastgelegd in de Regeling basisnet. Voor basisnetroutes (weg, spoor, water) is de PR-contour af te leiden uit de bijlagen bij de Regeling Basisnet. Deze contour wordt ook wel aangeduid als 'basisnetafstand'. Het geldt ook als een plafond. Hiermee moet voorkomen worden dat zich externe veiligheidsknelpunten zullen gaan voordoen langs spoor- en waterwegen en het hoofdwegennet. Naast het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is een derde voorwaarde toegevoegd: het plasbrandaandachtsgebied (PAG). Deze geeft het gebied weer dat effect zal ondervinden van het scenario met de grootste kans van voorkomen, ook wel plasbrand genoemd. Binnen een dergelijk gebied dient in samenhang met bouwtechnische maatregelen en plasbrandbestrijding gemotiveerd te worden waarom er gebouwd wordt.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 22
Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Het Bevb regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen. De normstelling is in lijn met het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarmee zijn nieuwe kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 contour niet toegestaan. Ook is vastgesteld dat wanneer binnen het invloedsgebied van een buisleiding een ruimtelijk besluit wordt genomen, de verantwoordingsplicht van toepassing is. Het Bevb gaat uit van een belemmerde strook van 4 of 5 meter, afhankelijk van de werkdruk. Voor deze strook geldt een bouwverbod en een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden. In buitengebieden, zoals het buitengebied van Leudal, bevinden zich vaak propaantank-installaties. Propaantanks tot en met 13 m3 vallen onder het Activiteitenbesluit. Propaantanks groter dan 13 m3 vallen onder de werkingssfeer van het Bevi. Net als bij het Bevi worden de risicoafstanden en rekenmethodiek die volgen uit het Bevb opgenomen in een regeling, de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).
In het plangebied komen diverse risicobronnen voor in het kader van externe veiligheid. In navolgende afbeelding is een uitsnede opgenomen van de Risicokaart die de locaties van deze bronnen weergeeft.
In de vigerende bestemmingsplannen is, waar nodig, op de verbeelding een veiligheidscontour opgenomen. Op basis van de Regeling basisnet kan geconcludeerd worden dat over het spoortraject Roermond Eindhoven vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor dit traject bedraagt de veiligheidszone (PR contour) maximaal 5 meter. Daar waar nodig is in de vigerende plannen een veiligheidszone opgenomen. In het plangebied is één brandstofleiding gelegen. Het betreft de pijpleiding die Rotterdam met Beek verbindt. De plaatsgebonden risicocontour van deze leiding bedraagt 11 meter en het invloedsgebied groepsrisico 27 aan weerszijden van de leiding. In het vigerende plan is deze leiding bestemd als
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 23
'Leiding - Brandstof' en de bijbehorende veiligheidszone als 'veiligheidszone - vervoer gevaarlijke stoffen'. Het PR leidt langs de risicobronnen niet tot belemmeringen voor onderhavig plan. Op grond van artikel 13 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen en artikel 12 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen is een verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk. In bijlage 9 Verantwoording groepsrisico van het Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016 is een nadere verantwoording opgenomen.
Het Besluit externe veiligheid is niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan maakt rechtstreeks geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt sinds 1 januari 2017 het wettelijke stelsel voor de natuurbescherming, als beschreven in de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet, door één integraal en vereenvoudigd kader. De Wnb neemt de Europese regelgeving als uitgangspunt. Waar dat noodzakelijk is voor een adequate bescherming van natuurwaarden waarvoor geen specifieke bescherming is voorzien in Europese regelgeving worden aanvullende nationale beschermingsvoorschriften verankerd. De wet gaat over de bescherming van de kernnatuurwaarden en de houtopstanden, als onderdeel van een groter maatregelenpakket gericht op de bescherming van natuurwaarden en het tegengaan van biodiversiteitsverlies. De taken en verantwoordelijkheden worden zoveel mogelijk bij de provincies neergelegd.
Voor de instandhouding van gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn (Natura 2000-gebieden) stelt de Wnb specifieke kaders. Voor de Natura 2000-gebieden gelden de instandhoudingsdoelstellingen die voortvloeien uit deze Vogel- en Habitatrichtlijn. Het is verboden om zonder vergunning een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstelling voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. De beheerplannen -waarin de uitwerking in omvang, ruimte en tijd van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden plaatsvindt en waarin de voor die gebieden te treffen maatregelen in samenhang worden beschreven- zijn kaderstellende instrumenten. Ingeval overeenkomstig het beheerplan wordt gehandeld, is verzekerd dat de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen niet in het geding is.
De wet sluit aan bij het specifieke beschermingsregime uit de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de natuurbeschermings-verdragen, zoals het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. Er wordt voorzien in concrete verboden ten aanzien van onder meer het vangen en doden van in die bronnen genoemde diersoorten, de verstoring van deze soorten en aantasting van hun rust- en voortplantingsplaatsen, alsmede in een verbod op het plukken en vernielen van bepaalde planten. Voorts wordt voorzien in limitatief opgesomde gronden voor ontheffing van deze verboden. Anders dan in de oude Flora- en faunawet 2002 zijn enkel opzettelijk verrichte handelingen strafbaar. Bij vogels zijn bovendien verstoringen niet strafbaar als de staat van instandhouding van die vogelsoorten niet in gevaar komt. Voorts wordt het aantal bejaagbare soorten uitgebreid, worden door gedeputeerde staten goedgekeurde faunabeheerplannen sturend bij de schadebestrijding, populatiebeheer en jacht en komt de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het stelsel van soortenbescherming, met inbegrip van de taken van het (op te heffen) Faunafonds, bij de provincies te liggen.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 24
De Wnb heeft geen betrekking op onder andere houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom en voor het dunnen van een houtopstand. Een houtopstand is een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte grond van tien are of meer, of die bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. De rechthebbende zorgt voor het herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand In de wet wordt evenwel een vrijstelling van de meldings- en de herbeplantingsplicht opgenomen, ingeval de houtkap plaatsvindt met het oog op natuurontwikkeling, met het oog op de aanleg of het onderhoud van brandgangen of overeenkomstig een door de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie goedgekeurde gedragscode. Dat voorkomt onnodige lasten voor natuurbeheerders, bedrijven en overheden in gevallen waarin het belang het natuurbehoud genoegzaam is verzekerd.
Dit bestemmingsplan maakt rechtstreeks geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
Het ruimtelijke beleid voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische hoofdstructuur, is gericht op behoud en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden. Het NNN is een belangrijk beleidsinstrument voor de bevordering en het behoud van biodiversiteit. Voor de realisatie hiervan zijn de provincies verantwoordelijk. Het NNN wordt planologisch beschermd. Dit betekent dat geen nieuwe bestemmingen worden toegestaan die per saldo leiden tot een significante aantasting van de oppervlakte, de wezenlijke kenmerken en de samenhang van het NNN. Hierop wordt getoetst bij de verlening van een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Er geldt in het NNN het 'nee, tenzij'-regime. Als een voorgenomen ingreep de 'nee, tenzij'-toets met positief gevolg doorloopt kan de ingreep plaatsvinden. Eventuele nadelige effecten moeten worden gemitigeerd en de resterende schade moet worden gecompenseerd. Als een voorgenomen ingreep niet voldoet aan de voorwaarden uit het 'nee, tenzij'-regime dan kan de ingreep niet plaatsvinden. Dit bestemmingsplan rechtstreeks maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geac Opgemerkt wordt wel dat deze cijfers gebaseerd zijn op de situatie van voor de uitbraak van de Coronacrisis.
Deze crisis zal zeker een impact hebben op de aantallen werknemers die de komende jaren nodig zijn. Ook zit er een discrepantie tussen deze cijfers en die van het onderzoek van Bureau Decisio uit 2020 (zie provinciaal beleid). De conclusie blijft echter overeind dat een groot aantal internationale werknemers nodig zijn voor de Leudalse economie, met de bijbehorende aanvullende huisvestingsopgave.
Geluidhinder kan ontstaan door verschillende activiteiten. Hierbij kan gedacht worden aan weg- en railverkeer, maar ook aan industriële activiteiten. De Wet geluidhinder, de Wet milieubeheer en het Bouwbesluit geven normen weer voor de hoogst acceptabele geluidbelasting en minimale geluidwering bij geluidgevoelige functies, zoals woningen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe situaties.
Akoestisch onderzoek is noodzakelijk indien nieuwe directe geluidgevoelige ontwikkelingen worden
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 25
toegestaan binnen de onderzoekszone van de wegen waarvoor een maximumsnelheid van 50 km-uur of meer geldt. Voor wegen die deel (gaan) uitmaken van een 30 km-gebied geldt dat akoestisch onderzoek in principe niet uitgevoerd hoeft te worden. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB mag aan de gevel van geluidsgevoelige objecten echter niet overschreden worden. In dit bestemmingsplan is geen sprake van nieuwe rechtstreekse ontwikkelingen. In het kader van afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden worden de noodzakelijke onderzoeken uitgevoerd bij de uitwerking van het betreffende plan. Omdat geen sprake is van nieuwe rechtstreekse ontwikkelingen is onderzoek naar weg- en railverkeerslawaai en/of industrielawaai niet noodzakelijk.
Dit bestemmingsplan rechtstreeks maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
Binnen het plangebied zijn de volgende hoogspanningsverbindingen aanwezig: Lijnnaam
Spanning
Indicatieve zone
Maasbracht – Boxmeer
380 kV
2 x 155 meter
Eindhoven – Maasbracht
380 kV
2 x 150 meter
Maasbracht – Helden
150 kV
2 x 80 meter
Buggenum – Kelpen
150 kV
2 x 80 meter
Buggenum – knooppunt Belfeld
150 kV
2 x 80 meter
Maasbracht – Buggenum
150 kV
2 x 80 meter
Buggenum – Maalbroek
150 kV
2 x 80 meter
De 150 kV hoogspanningsverbindingen komen samen bij de Maascentrale nabij Haelen. De hoogspanningsverbindingen zijn met de bijbehorende vrijwaringszone op de verbeelding van het reparatie- en veegbestemmingsplan Leudal 2016 opgenomen. De breedte van de vrijwaringszone betreft de afstand zoals opgenomen in de kolom 'indicatieve zone' gerekend vanuit de hartlijn van de verbinding. Deze vrijwaringszone is met de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone hoogspanningsverbinding' opgenomen. Binnen deze zone mogen geen gevoelige objecten worden gerealiseerd, tenzij burgemeester en wethouders hier toestemming voor geven en is aangetoond dat het magneetveld ter plaatse lager is dan 0,4 microTesla. Tevens dient schriftelijk advies te worden ingewonnen bij de leidingbeheerder. Naast de vrijwaringszone geldt een zakelijk rechtstrook die met de dubbelbestemming 'Leiding Hoogspanningsverbinding' op de verbeelding is weergegeven. Deze zakelijk rechtstrook heeft bij de 150 kV-leidingen een breedte van 20 meter en bij de 380 kV-leidingen een breedte van 36 meter ter weerszijden van het hart van de verbinding. Voor Maasbracht – Helden is deze breedte totaal 48 meter. Ter plaatse van de zakelijk rechtstrook mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de leiding worden gebouwd tot een hoogte van 65 meter.
Andere bouwwerken mogen uitsluitend na afwijken van de bouwregels worden gebouwd, onder de voorwaarde dat de belangen met betrekking tot de leiding dit toelaten en alvorens schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder. Conclusie: Dit bestemmingsplan rechtstreeks maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 26
Binnen het plangebied zijn een aantal rioolgemalen en een tweetal rioolwatertransportleidingen aanwezig van het Waterschapsbedrijf Limburg. Ter bescherming van de rioolwatertransportleidingen dient een beschermingszone van 2,5 meter aan weerszijde van de leiding, gemeten vanuit het hart van de leiding aangehouden te worden waarin bepaalde grondwerkzaamheden vergunningplichtig zijn. De rioolwatertransportleidingen en rioolgemalen hebben geen veiligheidszone.
n de Structuurvisie Buisleidingen, die op 12 oktober 2012 is vastgesteld, is een indicatief tracé opgenomen voor toekomstige buisleidingen. Dit tracé is ten westen van de A2 gelegen. Omdat het nog een indicatief tracé betreft, is deze niet in het bestemmingsplan opgenomen. Wel dient ter plaatse van het tracé ruimte vrijgehouden te worden. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk ter plaatse van het tracé. Belemmeringen als (planologisch relevante) kabels en leidingen of andere overige belemmeringen zijn niet van invloed op de planvorming. Door middel van de op de verbeelding opgenomen gebiedsaanduidingen in de vigerende plannen worden de belangen van aanwezige kabels, leidingen en straalpaden beschermd.
Dit bestemmingsplan rechtstreeks maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
Sinds 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking en staan de hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen beschreven in de Wet milieubeheer (Wm, hoofdstuk 5). Artikel 5.16 Wm (lid 1) geeft weer onder welke voorwaarden bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (uit lid 2) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde. Een project leidt - al dan niet per saldo - niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Hierna wordt ingegaan op het feit dat het initiatief 'niet in betekende mate' (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, waardoor luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering vormen.
In het Besluit NIBM is vastgelegd wanneer een project niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een bepaalde stof. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft: Aantonen dat een project binnen de grenzen van een categorie uit de Regeling NIBM valt. Er is dan geen verdere toetsing nodig, het project is in ieder geval NIBM. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project voldoet aan het 3% criterium. Ook als een project niet kan voldoen aan de grenzen van de Regeling NIBM, is het mogelijk om alsnog via berekeningen aan te tonen, dat de 3% grens niet wordt overschreden. Als de 3% grens voor PM10 of NO2 niet wordt overschreden, dan hoeft geen verdere toetsing aan grenswaarden plaats te vinden. De Regeling NIBM geeft voor een aantal soorten van projecten een (getalsmatige) invulling aan de
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 27
NIBM-grens. Het gaat daarbij om woningbouwprojecten, kantoorprojecten en enkele inrichtingen (bijvoorbeeld landbouwinrichtingen). Als een project binnen de begrenzing van de Regeling NIBM valt, dan is geen verdere toetsing aan de grenswaarden nodig. Het project geldt dan als een NIBM-project en kan doorgaan zonder dat extra maatregelen worden genomen. Tevens is er dan geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig.
• Voor woningbouw geldt dat de 3% grens is vastgesteld op 1.500 woningen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 3.000 woningen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. • Voor kantoren geldt dat de 1% grens is vastgesteld op 100.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen (bij 1 ontsluitingsweg) en op 200.000 m2 bruto vloeroppervlakte kantoorgebouwen in het geval van 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling.
Naast het effect dat het plan heeft op de luchtkwaliteit dient ook gekeken te worden naar de luchtkwaliteit in het plangebied zelf. In de nieuwe situatie is immers sprake van een nieuw gevoelig object. Het woon- en leefklimaat ter plaatse wordt deels bepaald door de luchtkwaliteit. Sinds een aantal jaren wordt de achtergrondconcentratie van de luchtkwaliteit gemonitord door de (landelijke) overheid. Zowel de totale situatie, als de invloed van verschillende stoffen en componenten, worden hierbij in de gaten gehouden. Woningen zijn gevoelige functies voor het aspect luchtkwaliteit. De situatie wordt getoetst aan de hand van de beschikbare gegevens uit de verspreidingskaarten (Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland, Rijksdienst voor Volksgezondheid en Milieu).
Dit bestemmingsplan rechtstreeks maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er drie mogelijkheden: m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r.-verplicht; m.e.r.-beoordelingsplicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit moet eerst worden beoordeeld of het uitvoeren van een m.e.r. verplicht is; vormvrije m.e.r.-beoordeling: het plan of het besluit omvat een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit, maar deze activiteit ligt (ruim) beneden de in daarvoor in het Besluit m.e.r. opgenomen indicatieve drempelwaarden.
Het bevoegd gezag moet dan een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitvoeren om na te gaan of die activiteit mogelijk aanzienlijke milieugevolgen zou kunnen hebben. Als uit die vormvrije m.e.r.-beoordeling blijkt dat aanzienlijke milieugevolgen op voorhand niet kunnen worden uitgesloten, moet er alsnog een verplichte m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd. Voor activiteiten die niet in het Besluit m.e.r. zijn genoemd, geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht.
Het bestemmingsplan maakt geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk waarop het Besluit m.e.r. van toepassing is. Een nadere toetsing aan het Besluit m.e.r. kan dan ook achterwege blijven.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 28
In het kader van ruimtelijke plannen dient beschreven te worden op welke wijze de 'VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering' is toegepast (editie 2009). In deze VNG-brochure worden richtlijnen gehanteerd die een zekere noodzakelijke afstand tussen (agrarische) bedrijven en woonbebouwing aangeven. Deze afstand (zonering) wordt bepaald door enerzijds de aard van het bedrijf en anderzijds door het karakter van zijn omgeving. De richtafstanden zijn niet wettelijk voorgeschreven. De richtafstandenlijsten gaan uit van gemiddeld moderne bedrijven en zijn geschreven voor nieuwe situaties. Indien bekend is welke activiteiten concreet beoogd worden, dan kan gemotiveerd worden afgeweken van de daadwerkelijke te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden). Voor bestaande bedrijven geldt allereerst de geldende omgevingsvergunning of de richtlijnen uit de geldende Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB). In het kader van afwijkingen en wijzigingsbevoegdheden en uitwerkingsverplichtingen geldt de voorwaarde dat sprake moet zijn van een goed woon- en leefklimaat en dat de belangen en bestemmingen in de omgeving niet onevenredig worden aangetast.
Daarmee is voldoende verzekerd dat bij de nieuwe bouw- en gebruiksmogelijkheden sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat nabijgelegen bedrijven niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoeringsmogelijkheden als gevolg van de nieuwe mogelijkheden.
Dit bestemmingsplan rechtstreeks maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en leidt derhalve niet tot een toename van stikstofdepositie. In het kader van een vergunningsaanvraag van een concreet project vindt de beoordeling plaats met betrekking tot de stikstofdepositie. Het bestemmingsplan wordt hierdoor uitvoerbaar geacht.
Het Nationaal Waterplan is op 10 december 2015 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan beschrijft de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Ook de stroomgebiedbeheerplannen, de overstromingsbeheerplannen, het Noordzeebeleid en de functies van de Rijkswateren maken onderdeel uit van het Nationaal waterplan. De volgende ambities staan in het Nationaal Waterplan centraal: Nederland blijft de veiligste delta in de wereld Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement Nederlanders leven waterbewust. Vanuit de verantwoordelijkheid voor het watersysteem verankert het Rijk de volgende principes in het waterplan: Integraal waterbeheer. Afwenteling voorkomen. Dit dient plaats te vinden volgens de onderstaande drietrapsmethodes: Vasthouden-bergen-afvoeren. Schoonhouden-scheiden-schoonmaken Ruimte en water verbinden
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 29
Op basis van de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten de status van structuurvisie. Specifiek gaat het over de gebieden die deel uitmaken van de ruimtelijke hoofdstructuur, het IJsselmeer, de Noordzee en de rivieren. Hiervoor geldt de AMvB Ruimte. Ook de bescherming van vitale functies en kwetsbare objecten is een onderwerp van nationaal belang. Hiervoor wordt een afzonderlijke AMvB opgesteld. Het Nationaal waterplan vormt het kader voor regionale waterplannen en beheerplannen.
De Waterwet regelt in hoofdzaak het beheer van watersystemen, waaronder de waterkeringen, het oppervlaktewater en het grondwater, verbetert de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening en zorgt voor een eenduidige bestuurlijke procedure en daarbij behorende rechtsbescherming voor besluiten. De Waterwet dient als paraplu om de Kaderrichtlijn Water (KRW) te implementeren en geeft ruimte voor implementatie van toekomstige Europese richtlijnen.
In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen.
Op 22 december 2000 is de Europese Kaderrichtlijn Water van kracht geworden. De KRW geeft een kader voor de bescherming van de ecologische en chemische kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater. Zo dienen alle waterlichamen in 2015 een "goede ecologische toestand" (GET) te hebben bereikt en dienen sterk veranderende c.q. kunstmatige wateren in 2015 een "goed ecologisch potentieel" (GEP) te hebben bereikt. De chemische toestand dient in 2015 voor alle wateren (natuurlijk en kunstmatig) goed te zijn.
In september 2000 heeft de commissie Waterbeheer 21e eeuw advies uitgebracht over het toekomstig waterbeheer in Nederland. Belangrijk onderdeel van WB21 is het uitgangspunt van ruimte voor water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden. Berging moet binnen het stroomgebied plaatsvinden. Dit betekent onder andere het aanwijzen en instandhouden van waterbergingsgebieden. Daarnaast wordt verdroging bestreden en worden watertekorten verminderd.
Het Provinciaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Provinciaal Waterplan Limburg 2009-2015 en een uitwerking van het waterbeleid in het POL2014, noodzakelijk om aan de vereisten van de Kaderrichtlijn Water en de Waterwet te voldoen. Samen met het Nationale Waterplan van het Rijk en het Waterbeheersplan Limburg van de beide Limburgse waterschappen vormt het een onderdeel van het Stroomgebied beheersplan Maas. Waterbelangen zijn in het voorliggende bestemmingsplan gewaarborgd. Vanuit Rijks- en provinciaal beleid wordt steeds meer nadruk gelegd op duurzaam waterbeheer in de bebouwde omgeving. De bescherming van het grondwater voor de functie drinkwater wordt gewaarborgd door de Omgevingsverordening Limburg. Onderscheiden worden waterwingebieden, grondwaterbeschermingsgebieden en boringsvrije zones.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 30
Op 22 december 2015 is het Waterbeheerplan 2016-2021 'Water in beweging', zoals op 14 oktober 2015 vastgesteld door de Algemeen besturen van waterschap Roer en Overmaas en waterschap Peel en Maasvallei, in werking getreden. Met dit plan hebben de inmiddels tot Waterschap Limburg gefuseerde waterschappen de koers voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg uitgezet. In het waterbeheerplan is het integrale beleid opgenomen inzake veiligheid, watersysteembeheer en afvalwaterketen. Er zal worden geïnvesteerd in het creëren van extra waterberging, aanpassing van de waterhuishouding, de bestrijding van verdroging, het aanpassen van een aantal rioolwaterzuiveringsinstallaties en het renatureren van beken. Om de beleidstaken uit te voeren beschikt het waterschap over verschillende instrumenten. De belangrijkste hiervan is de keur met bijbehorende legger.
De Keur van het Waterschap Limburg is een waterschapsverordening en is vastgesteld op 1 april 2019. De Keur bevat gebods- en verbodsbepalingen met betrekking tot waterstaatswerken en watersystemen en biedt een mogelijkheid om uitvoering van het beleid uit het Waterbeheerplan af te dwingen. In de Keur zijn onder andere de volgende onderwerpen opgenomen: Regeling van onderhoud van waterstaatswerken (oppervlaktewaterlichamen, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken); Watervergunning voor het gebruik van waterstaatswerken; Verboden in geval van calamiteiten; Watervergunning voor het af- en aanvoeren, het onttrekken en lozen van oppervlaktewater, het onttrekken van grondwater en het infiltreren van water in de bodem; Vrijstellingen; Zorgplicht voor het watersysteem. In de vigerende plannen is rondom elke primaire watergang een beschermingszone opgenomen. Binnen deze zone mogen enkel bouwwerken van geringe omvang, welke noodzakelijk zijn voor het beheer en onderhoud van de watergang worden gebouwd. De beschermingszone heeft behalve voor het handhaven van de bereikbaarheid als 'nevenfunctie' om eventuele toekomstige herinrichtingen of verbeteringen (capaciteitsvergroting) mogelijk te houden. Grondwaterstanden en -stroming in Leudal worden sterk beïnvloed door de Maas.
Op de bodemkaart van Nederland wordt de grondwaterstand weergegeven in zeven klassen, de zogenaamde grondwatertrappen. Voor het plangebied geldt in het algemeen grondwatertrap VI / VII. Dit zijn droge gebieden met een gemiddeld hoogste grondwaterstand van 40 tot 80 cm of meer dan 80 cm beneden maaiveld en een gemiddeld laagste grondwaterstand van meer dan 160 cm beneden maaiveld. Binnen de gemeente liggen een grondwaterbeschermingsgebied, zoals Roerdalslenk, zone III (boringsvrije zone) en de freatische grondwaterbeschermingsgebieden Beegden en Heel. Ook zijn in het plangebied drie waterwingebieden gelegen. Als gevolg van de ligging in een grondwaterbeschermingsgebied is de Provinciale Omgevingsverordening van toepassing. Tevens geldt, als gevolg van de ligging in deze gebieden, een meldingsplicht bij de provincie voor het roeren van de grond dieper dan drie meter onder maaiveld. Ter plaatse van de grondwaterbeschermingsgebieden is de gebiedsaanduiding 'milieuzone grondwaterbeschermingsgebied' opgenomen. In de regels is daarbij geregeld dat primair het bepaalde in de Omgevingsverordening Limburg geldt. Op diverse plaatsen langs de Maas gaan natuur(vriendelijke oevers gerealiseerd worden, onder meer op het traject Buggenum. Buggenum is gecategoriseerd als natuurlijke oever, waarbij natuurlijke processen als erosie en sedimentatie de oever weer zoveel mogelijk vorm mogen geven.
Bouxweerd behoort tot de categorie: uiterwaardprojecten en overige inrichtingsmaatregelen. De Maasoevers worden heringericht om te voldoen aan de afspraken die in Europees verband zijn gemaakt over het verbeteren van de waterkwaliteit. Onderdeel hiervan is het herstellen van het leefgebied van planten en dieren bij de rivieren. Omdat de Maas hierdoor ook meer ruimte krijgt, dragen de nieuwe natuurlijke
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 31
oevers ook bij aan de verbetering van de hoogwaterveiligheid.
Dit bestemmingsplan rechtstreeks maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk en wordt daarom uitvoerbaar geacht.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 32
Het voorliggende bestemmingsplan (ook paraplubestemmingsplan genoemd) heeft tot doel de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden voor de huisvesting van internationale werknemers en kamerbewoning in zowel de kernen als het buitengebied vervallen te verklaren. Daarnaast wordt gelijktijdig met voorliggend bestemmingsplan een beleidskader vastgesteld dat de regels voor de huisvesting van internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal regelt. Voor de realisatie van dergelijke initiatieven dient een buitenplanse afwijkingsprocedure gevolgd te worden. De vigerende bestemmingsplannen blijven voor het overige van kracht.
Het bestemmingsplan maakt geen rechtstreekse ontwikkelingen mogelijk.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 33
Volgens de Wro moet de gemeenteraad een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal op een andere manier is gegarandeerd. Het onderhavig bestemmingsplan maakt geen bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk.
Aan de uitvoering van het plan zijn voor de gemeente geen kosten verbonden. Het bestemmingsplan maakt geen directe ontwikkelingen mogelijk en kan derhalve financieel uitvoerbaar worden geacht.
De wettelijke rechtsbescherming is van toepassing (zienswijzen/beroep). Hiermee wordt de maatschappelijke haalbaarheid geborgd.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 34
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de toelichting
5
Bijlage 1
6
Brief Provincie Limburg dd. 8 mei 208
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 3
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 4
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 5
Bijlage 1
Brief Provincie Limburg dd. 8 mei 208
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 6
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
6 6
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Bestemmingsregels Toepassingregel
7 7
Hoofdstuk 3 Artikel 3
Algemene regels Algemene afwijkingsregels
8 8
Hoofdstuk 4 Artikel 4 Artikel 5
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
9 9 10
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 3
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 4
Regels
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 5
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels Begrippen
plan
het bestemmingsplan 'Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal' met identificatienummer NL.IMRO.1640.BP20LeuHuisvesting-ON01.
1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en daarbij behorende bijlagen.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 6
Hoofdstuk 2 Artikel 2
Bestemmingsregels Toepassingregel
Dit bestemmingsplan is van toepassing op de bestemmingsplannen, zoals opgenomen in Bijlage 1 Overzicht onderliggende ruimtelijke plannen.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 7
Hoofdstuk 3 Artikel 3 3.1
Algemene regels Algemene afw ijkingsregels
Vervallenverklaring huisvesting arbeidsmigranten en kamerbewoning
Met de vaststelling van dit bestemmingsplan vervallen de (algemene) afwijkingsregels van het Reparatieen veegbestemmingsplan Buitengebied Leudal 2016 betrekking tot 'huisvesting arbeidsmigranten en woonurgenten' en 'kamerbewoning', als opgenomen in de volgende artikelen: 3.6.6 4.6.6 5.6.6 6.6.6 7.6.6 8.6.2 en 29.6.4. 52.6,
3.2
Vervallenverklaring kamerbewoning
Met de vaststelling van dit bestemmingsplan komen de algemene afwijkingsregels van het Woonkernenplan Leudal 2017 met betrekking tot “kamerbewoning”, als opgenomen in artikel 40.6, te vervallen.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 8
Hoofdstuk 4 Artikel 4 4.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een bouwvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de bouwvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig afwijken van het bepaalde onder a voor het vergroten van de inhoud van het bouwwerk als bedoeld in het bepaalde onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken, die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
4.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde in sub a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
4.3
Hardheidsclausule
Voor zover toepassing van het overgangsrecht gebruik leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard voor een of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan grond en opstallen gebruiken in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan kunnen burgemeester en wethouders ten behoeve van die persoon of personen van dat overgangsrecht afwijken.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 9
Artikel 5
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als regels van het bestemmingsplan 'Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal'.
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 10
Inhoudsopgave
Bijlagen bij de regels
5
Bijlage 1
6
Overzicht onderliggende ruimtelijke plannen
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 3
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 4
Bijlagen bij de regels
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 5
Bijlage 1 plannen
Overzicht onderliggende ruimtelijke
bestemmingsplan Huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal 6
NL.IMRO.1640.BP20LeuHuisvesting-VG01 Adres - locatie gebied
Evt. no.
Thoorderstraat
(Woon-) plaats
Bijlage 1 bij de regels - Overzicht onderliggende ruimtelijke plannen
BT-BU-DLRuimtelijk instrument WK-LEU
Planidentificatienummer (IDN) (tevens link naar RO-online, mits [nog] actief)
beknopte beschrijving inhoud plan (tevens link naar bronbestanden)
Datum besluit (met link naar vb)
Dossier-status
Datum dossierstatus
Ter inzage Ter inzage vanaf: tot en met:
realisering van 1 woning
11-mei-21
vastgesteld
11-mei-21
27-mei-21
7-jul-21
-
-
No. Staatscourant
No. Gemeenteblad
Voorwaardelijke verplichting?
Grathem
WK
uitwerkingsplan
NL.IMRO.1640.UP21GrThoorderstr-VG01
Nunhem
BU
wijzigingsplan
NL.IMRO.1640.WP20NuNapoleonw134-VG01 wijziging bestemming 'Maatschappelijk' in bestemming 'Wonen'
4-mei-21
vastgesteld
4-mei-21
27-mei-21
7-jul-21
Noenevershof
Buggenum
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20BuNoenever-VG01
woningbouwplan Noenevershof - bouw van 16 levensloopbestendige woningen
20-apr-21
vastgesteld
20-apr-21
13-mei-21
23-jun-21
stcrt-202124353
gmb-2021145858
rb4
N732
Neer-Nunhem
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20NeNuFietsbN273-VG01
Realiseren van een kunstwerk (fietsbrug) over de Neerbeek
20-apr-21
vastgesteld
20-apr-21
13-mei-21
23-jun-21
stcrt-202124358
gmb-2021145879
-
Napoleonsweg
134
Eikesstraat
2
Hunsel
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20HuEikesstraat2-VG01
wijzigen bestemming 'Bedrijf'' in bestemming 'Detailhandel' alsmede omzetten bedrijfswoning in burgerwoning
20-apr-21
vastgesteld
20-apr-21
6-mei-21
16-jun-21
stcrt-202122806
gmb-2021135876
-
Veldstraat
4
Grathem
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20GrVeldstraat4-VG01
realisering van een hondenpension
16-mrt-21
vastgesteld
16-mrt-21
22-apr-21
2-jun-21
stcrt-202120161
gmb-2021120312
rb3
Heythuysen
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP21HyMolenzicht-ON01
realiseren van 4 extra woonwagenstandplaatsen voor 4 woonwagens
-
ontwerp
9-mrt-21
8-apr-21
19-mei-21
stcrt-202117585
gmb-2021104579
rb1
-
ontwerp
9-mrt-21
8-apr-21
19-mei-21
stcrt-202117597
gmb-2021104669
rb7
16-mrt-21
vastgesteld
16-mrt-21
1-apr-21
12-mei-21
stcrt-202116164
gmb-202195782
rb5
Molenzicht
Napoleonsweg
152
Nunhem
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP21NuNapoleonw152-ON01 uitbreiden bouwvlak en bestaande bebouwing, aanleg poel en natuurcompensatie Nunhems Zaden
Bergerstraat
34
Neer
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20NeBergerstr34-VG01
het beëindigen van de intensieve veehouderij, het voortzetten van de akkerbouwtak als niet-volwaardige tak en het bouwen van een extra woning
Kappert
13a
Neer
BU
wijzigingsplan
NL.IMRO.1640.WP21NeKappert13a-ON01
uitbreiding bouwvlak agrarisch bedrijf
-
ontwerp
16-mrt-21
1-apr-21
12-mei-21
stcrt-202115995
gmb-202195020
rb1
Kelperheide
ong.
Kelpen-Oler
BT
bestemmingsplan & omgevingsvergunning (coördinatieregeling)
NL.IMRO.1640.BP20KoKelperheide-ON01
realiseren van een bedrijfsverzamelgebouw (coördinatieregeling)
-
ontwerp
10-mrt-21
18-mrt-21
28-apr-21
stcrt-202113243
gmb-202177941
rb2
Grathem
WK
uitwerkingsplan
NL.IMRO.1640.UP21GrThoorderstr-ON01
realisering van 1 woning
-
ontwerp
23-feb-21
4-mrt-21
14-apr-21
stcrt-202110866
gmb-202162755
-
Kelpen-Oler
BU
wijzigingsplan
NL.IMRO.1640.WP21KoHeideweg8-ON01
agrarische bedrijfsfunctie ter plaatse planologisch te beëindigen en een reguliere burgerwoning mogelijk te maken
-
ontwerp
9-feb-21
25-feb-21
7-apr-21
stcrt-20219591
gmb-202154300
rb1
bedrijventerrein
Heythuysen
BT
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20BtHeythuysen-VG01
8-apr-21
25-feb-21
7-apr-21
stcrt-20219585
gmb-202154289
-
Kelperbrug
Kelpen-Oler
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20KoKelperbrugvg-VG01
8-apr-21
18-feb-21
31-mrt-21
stcrt-20218243
gmb-202146552
-
Thoorderstraat
Heideweg
8
9-feb-21
verlegging gasleiding ter hoogte van de Kelperbrug
-
ontwerp
10-feb-21
11-feb-21
24-mrt-21
stcrt-20216825
gmb-202137809
-
2-feb-21
geheel onherroepelijk in werking
25-mrt-21
11-feb-21
24-mrt-21
stcrt-20216829
gmb-202137817
rb1
-
ontwerp
10-feb-21
11-feb-21
24-mrt-21
stcrt-20216834
gmb-202137860
-
uitbreiding bestaande Bedrijventerrein Ittervoort (4e fase)
22-dec-20
geheel in werking
22-dec-20
21-jan-21
3-mrt-21
stcrt-20212924
gmb-202115896
rb3
NL.IMRO.1640.UP20HoKloppeven-VG01
bouw van 5 vrijstaande levensloopbestendige woningen
1-dec-20
1-dec-20
24-dec-20
3-feb-21
stcrt-202067653
gmb-2020338246
rb3
wijzigingsplan
NL.IMRO.1640.WP20BaDorpstraat9-VG01
wijziging bestemming 'Bedrijf'' naar bestemming 'Wonen' voor perceel achter het pand Dorpstraat 9
8-dec-20
8-dec-20
17-dec-20
27-jan-21
stcrt-202067508
gmb-2020337315
-
uitwerkingsplan
NL.IMRO.1640.WP20NeHeldensewg18-ON01
17-nov-20
26-nov-20
6-jan-21
stcrt-202062083
gmb-2020308615
rb1
10-nov-20
26-nov-20
6-jan-21
stcrt-202062467
gmb-2020310765
rb3
10-nov-20
19-nov-20
30-dec-20
stcrt-202060287
gmb-2020299332
rb6 & rb7
31-dec-20
19-nov-20
30-dec-20
stcrt-202060286
gmb-2020299330
-
Napoleonsweg
134
Nunhem
BU
wijzigingsplan
NL.IMRO.1640.WP20NuNapoleonw134-ON01 wijziging bestemming 'Maatschappelijk' in bestemming 'Wonen'
Heldenseweg
18
Neer
BU
wijzigingsplan
NL.IMRO.1640.WP20NeHeldensewg18-VG01
Pinxtenstraat
Haler
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20HrPinxtenstr-ON01
Woningbouwontwikkeling Pinxtenstraat te Haler
bedrijventerrein Ittervoort
Ittervoort
BT
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP19BtIttervoort4e-VG01
Kloppe-ven
Horn
WK
uitwerkingsplan
Baexem
WK
Neer
BU
Dorpstraat
naast 9
Heldenseweg
18
Walk
6
Heythuysen
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20HyWalk6-VG01
Swartbroekstraat
2
Ell
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20ElSwartbrstr2-VG01
Kelpen-Oler
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20KoLiduinahof-VG01
Liduinahof
9-feb-21
geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking
burgerwoning mogelijk ter vervanging van voormalige bedrijfswoning
burgerwoning mogelijk ter vervanging van voormalige bedrijfswoning afstemming juridisch-planologisch kader op feitelijke situatie en beperkte uitbreiding van verblijfsrecreatieve voorzieningen saneren agrarisch bedrijf Swartbroekstraat 2-2a in Ell (bestemming 'A' wordt 'W'') & overhevelen
realisatie van in totaal 19 woningen binnen het noordelijk gedeelte van het plangebied
-
geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking ontwerp
geheel 10-nov-20 onherroepelijk in werking geheel 10-nov-2020 onherroepelijk in werking geheel 10-nov-20 onherroepelijk in werking
Adres - locatie gebied
Evt. no.
(Woon-) plaats
BT-BU-DLRuimtelijk instrument WK-LEU
Planidentificatienummer (IDN) (tevens link naar RO-online, mits [nog] actief)
beknopte beschrijving inhoud plan (tevens link naar bronbestanden)
paraplubestemmingsplan huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal
Datum besluit (met link naar vb)
Dossier-status
Datum dossierstatus
Ter inzage Ter inzage vanaf: tot en met:
No. Staatscourant
No. Gemeenteblad
Voorwaardelijke verplichting?
-
ontwerp
13-okt-20
29-okt-20
9-dec-20
stcrt-202055927
gmb-2020275829
-
-
ontwerp
14-okt-20
15-okt-20
25-nov-20
stcrt-202053323
gmb-2020262017
-
-
ontwerp
14-okt-20
15-okt-20
25-nov-20
stcrt-202053321
gmb-2020262000
tb1
grondgebied Leudal
Leudal
LEU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20LeuHuisvesting-ON01
bedrijventerrein
Heythuysen
BT
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20BtHeythuysen-ON01
Hunsel
BU
omgevingsvergunning met afwijkingsbesluit NL.IMRO.1640.OV20HuWeverstr17ea-ON01 bestemmingsplan
productie van pluimveevoer voor de locaties Weverstraat 17, Kapittelstraat 1 en Venderstraat 5
Neer
BT
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20BtNeer-VG01
actualisering en uitbreiding bestaand bedrijventerrein aan de Heldenseweg
29-sep-20
niet in werking
29-sep-20
8-okt-20
18-nov-20
stcrt-202052036
gmb-2020256058
-
Weverstraat
17
bedrijventerrein Aan de Watermolen & Speckerweg
1a & ong.
Heythuysen
BU
gerechtelijke uitspraak
NL.IMRO.1640.BP19HyAdWatermol1a-VG01
Uitspraak Raad van State op beroep tegen bestemmingsplan met IDN > NL.IMRO.1640.BP19HyAdWatermol1a-VG01
16-sep-20
geheel onherroepelijk in werking
16-sep-20
nvt
nvt
nvt
nvt
-
Processieweg
7
Kelpen-Oler
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP19KoProcessiewg7-VG01
uitbreiden glastuinbouwbedrijf
26-apr-20
geheel in werking
17-sep-20
6-aug-20
16-sep-20
stcrt-202042047
gmb-2020200327
rb3
Heverstraat
8
Roggel
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP20RoHeverstraat8-VG01
sloop bestaande bedrijfsopstal met bedrijfswoning en bouw nieuwe woning
30-jun-20
27-aug-20
16-jul-20
26-aug-20
stcrt-202038475
gmb-2020180524
rb1
Stekstraat
18
Baexem
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP19BaStekstraat18-VG01
uitbreiding van het agrarisch bedrijf aan de Stekstraat 18 te Baexem en het oprichten van een viertal recreatiewoningen ter plaatse
26-mei-20
26-mei-20
11-jun-20
22-jul-20
stcrt-202031051
gmb-2020143812
rb4
Maaslandstraat
ong.
Horn
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP19HoMaaslandstr-VG01
nieuw te bouwen levensloopbestendige huurwoningen (16 grondgebonden woningen en 20 nultredenwoningen).
26-mei-20
26-mei-20
11-jun-20
22-jul-20
stcrt-202031050
gmb-2020143805
-
Leudal
LEU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP19LeuDrzmEnergie-VG01
paraplubestemmingsplan ontwikkelingen duurzame energie
28-apr-20
6-jul-20
25-mei-20
5-jul-20
stcrt-202028786
gmb-2020132481
rb3
Heythuysen
WK
uitwerkingsplan
NL.IMRO.1640.UP19HyRozenhof-VG01
uitwerking woonkernenplan voor de bouw van 2 woningen
14-apr-20
4-jun-20
23-apr-20
3-jun-20
stcrt-202022627
gmb-2020100943
-
9-apr-20
27-feb-20
8-apr-20
stcrt-202011456
gmb-202047906
tb1
10-dec-19
16-jan-20
26-feb-20
stcrt-20202918
gmb-20208856
rb3
10-dec-19
16-jan-20
26-feb-20
stcrt-20202921
gmb-20208864
-
5-dec-19
12-dec-19
22-jan-20
stcrt-201968427
gmb-2019300882
-
10-sep-19
20-sep-19
31-okt-19
stcrt-201952163
gmb-2019230152
tb2
4-sep-19
nvt
nvt
nvt
nvt
-
25-jul-19
25-jul-19
-
stcrt-201942172
gmb-2019184739
-
26-aug-19
15-jul-19
25-aug-19
stcrt-201939625
gmb-2019173463
-
13-jun-19
12-jul-19
22-aug-19
stcrt-201939271
gmb-2019171814
-
6-jun-19
28-jun-19
8-aug-19
stcrt-201936092
gmb-2019157973
t-pag.1
13-mrt-19
nvt
nvt
nvt
nvt
-
13-mei-19
1-apr-19
12-mei-19
stcrt-201918030
gmb-201975150
-
4-mrt-19
21-jan-19
3-mrt-19
stcrt-20193081
gmb-201912276
tb5
7-feb-19
27-dec-18
6-feb-19
stcrt-201873606
gmb-2018278872
-
18-dec-18
27-dec-18
6-feb-19
stcrt-201873611
gmb-2018278903
rb1
grondgebied Leudal
Rozenhof
22-24
Op de Bos
7
Roggel
BU
omgevingsvergunning met afwijkingsbesluit NL.IMRO.1640.OV19RoOpdeBos7-VG01 bestemmingsplan
vergunning voor het legaliseren van een bijgebouw
17-feb-20
Oranjestraat
ong.
Kelpen-Oler
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP19KoSportparkHEG-VG01
aanleg sportpark voor 3 fuserende voetbalverenigingen uit Hunsel, Ell en Kelpen-Oler/Grathem (HEG).
10-dec-19
Burgemeester Aquariusstraat
ong.
Haelen
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP19HnBurgAquarius-VG01
bouw van 10 grondgebonden woningen op de voormalige discotheeklocatie
10-dec-19
verplaatsing bedrijf vanuit kern naar een bedrifjsperceel op het bedrijventerrein Roggel
5-dec-19
realisatie 6 tonhuisjes ten behoeve van Bed & Breakfast
10-sep-19
omgevingsvergunning met afwijkingsbesluit NL.IMRO.1640.OV19RoBevelantstr3-VG01 bestemmingsplan omgevingsvergunning met afwijkingsbesluit NL.IMRO.1640.OV19HyOpDeBos5-VG01 bestemmingsplan
Bevelantstraat
3
Roggel
BT
Op de Bos
5
Heythuysen
BU
buitengebied
Leudal
BU
gerechtelijke uitspraak
NL.IMRO.1640.GU17RVBuitengebied-VG03
Uitspraak Raad van State op beroep tegen bestemmingsplan NL.IMRO.1640.BP16RVBuitengebied-VG02,
4-sep-19
grondgebied Leudal
Leudal
LEU
structuurvisie
NL.IMRO.1640.SV19LeuWonenML-VG01
Structuurvisie Wonen Midden-Limburg 2018 tot en met 2021
25-jun-19
Heldenseweg
ong.
Neer
BU
Brigittastraat
31
Ittervoort
WK
Ondersteweg
ong.
Neer
WK
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP19NeHeldenseweg-VG01
omgevingsvergunning met afwijkingsbesluit NL.IMRO.1640.OV19ItBrigittast31-VG01 bestemmingsplan omgevingsvergunning met afwijkingsbesluit NL.IMRO.1640.OV19NeOnderstweg0-VG01 bestemmingsplan
aanleg van een nieuw vrijliggend fietspad
25-jun-19
Uitbreiding aantal camperplaatsen van 5 naar 30 (permanent)
13-jun-19
bouw van een kapel
6-jun-19
uitspraak Raad van State op beroepen tegen NL.IMRO.1640.BP17Woonkernen-VG02 woonkernen
-
Leudal
WK
gerechtelijke uitspraak
NL.IMRO.1640.GU19Woonkernen-VG02
13-mrt-19 verwerkt in NL.IMRO.1640.BP17Woonkernen-VG03
Blenkert
16
Roggel
BU
bestemmingsplan
NL.IMRO.1640.BP18RoBlenkert16-VG01
renovatie van de woningen Blenkert 16 en 16a tot één nieuw woning
12-mrt-19
realiseren honden- en kattenpension
8-jan-19
Horckerstraat
7
Baexem
BU
omgevingsvergunning met afwijkingsbesluit NL.IMRO.1640.OV19BaHorckerstr7-VG01 bestemmingsplan
Rozenhof
ong.
Heythuysen
WK
uitwerkingsplan
NL.IMRO.1640.UP18HyRozenhof-VG01
bouw van 2 woningen
18-dec-18
Thoorderstraat
ong.
Grathem
WK
uitwerkingsplan
NL.IMRO.1640.UP18GrThoorderstr-VG01
bouw van een woning
18-dec-18
geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking geheel onherroepelijk in werking