CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023 -2026

Commissievergadering Bestuur en middelen 20 oktober 2022, gemeente LeudalBij agendapunt: Voorbereiding Begroting 202332.783 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Netto schuldquote

47%

57%

63%

57%

49%

45%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

42%

52%

58%

52%

44%

41%

Solvabiliteitsratio

49%

48%

47%

48%

52%

54%

Structurele exploitatieruimte

1%

0%

2%

1%

4%

0%

Grondexploitatie

4%

3%

4%

2%

0%

0%

Belastingcapacit eit

98%

88%

88%

88%

88%

88%

Cat A <90% Cat B >90 < 130% Cat C > 130 % Cat A <90% Cat B >90 < 130% Cat C > 130 % Cat A > 50% Cat B >20 < 50% Cat C <20 % Cat A > 0% Cat B 0% Cat C < 0 % Cat A <20% Cat B >20 < 35% Cat C > 35% Cat A <95% Cat B >95 < 105% Cat C > 105 %

Cat A

Cat A

Cat B

Cat A

Cat A

Cat A

In de tabel wordt per kengetal aangegeven in welke categorie de gemeente Leudal zit. De categorieën bestaan uit: A = Goed B = Voldoende C = Onvoldoende Hierbij wordt enkel het kengetal in het begrotingsjaar als waarde genomen voor de toekenning van de categorie.

84

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Dit kengetal geeft aan hoeveel schuld een gemeente kan dragen. Vanaf 100% blijft te weinig leencapaciteit over om financiële tegenvallers op te vangen. Bij 130% of hoger is sprake van een zeer hoge schuld. Dit kengetal is gevoelig voor schommelingen in inkomsten. De netto schuldquote is goed en wordt in de loop der tijd zelfs nog beter. Naar de toekomst toe is het effect van rentelasten en aflossingen van lening lager op de exploitatie. Dit komt met name door aflossingen in de toekomst. Indien voor deze leningen opnieuw externe financiering wordt gezocht, zal ook dan de ratio afnemen. Dit heeft alles te maken met de lage rentestand op dit moment. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Hierdoor wordt inzichtelijk wat het aandeel van verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast.

85

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is haar financiële lange termijn verplichtingen te voldoen. Onder dit kengetal wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Normaal bevindt de solvabiliteitsratio van een gemeente zich tussen de 80% en 30%. Bij een solvabiliteitsratio tussen de 30% en de 20% moet de gemeente oppassen en bij minder dan 20% is het bezit met zeer veel schuld belast. De solvabiliteitsratio is in de begroting 46% en daarmee voldoende. De komende jaren stijgt deze ratio naar goed. Het eigen vermogen wordt een groter onderdeel van het totale vermogen en zodoende wordt de positie van de gemeente beter. Ook dit hangt samen met de toekomstige aflossingen van geldleningen. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal 3 jaar voordoen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn.

De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. De afgelopen jaren is bij de begrotingen duidelijk geworden dat er een omslag komt voor de begrotingsruimte per 2023. Deels doordat vanaf dat jaar al taakstellingen/bezuinigingen van de afgelopen jaren zijn gerealiseerd. Een deel van de taakstellingen/bezuinigingen moeten nog worden gerealiseerd. Deze ratio is onder andere gevoelig voor fluctuaties in de inkomsten uit de algemene uitkering. Grondexploitatie De afgelopen jaren bleek dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van de gemeente. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. Terugverdienen betekent het aflossen van de schuld en het goedmaken van de rentelasten. Het kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is dus belangrijk om te bepalen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen in de verlaging van de schuld. De ratio van de grondexploitatie is de komende jaren kleiner dan 0%. De grondexploitatie heeft daarmee een kleine invloed op de financiële positie van de gemeente.

Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) presenteert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder woonlasten worden verstaan de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde. Conclusie De gemeente Leudal scoort bij 3 onderdelen goed, bij 2 onderdelen voldoende en bij 1 onderdeel onvoldoende. Als wordt gekeken naar de samenhang kan gesteld worden dat de gemeente Leudal voldoende in staat is om aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. Er is ruimte voor het aangaan van leningen om financiële tegenvallers op te vangen. De solvabiliteitsratio biedt daarnaast ruimte om in geval van financiële tegenvallers leningen aan te gaan, zonder dat daarbij bezittingen teveel worden gefinancierd met vreemd vermogen. De structurele exploitatieruimte is in het begrotingsjaar negatief, maar de doorkijk laat zien dat deze zal toenemen. Mede gelet op bovenstaande is de gemeente de komende jaren in staat om tegenvallers op te vangen, maar dient het wel de bestaande taakstellingen in te lossen. Tot slot wordt bij de grondexploitaties weinig tot geen risico gelopen met betrekking tot het reeds inrekenen van baten.

Tegenvallers binnen de grondexploitaties, leveren derhalve geen vergroot risico op ten aanzien van kengetallen.

86

4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 4.3.1 Algemeen Deze paragraaf beschrijft het beleidskader en de consequenties van de kapitaalgoederen in onze gemeente. Het gaat om fysieke goederen die van maatschappelijk belang zijn, meerdere jaren meegaan en een hoge financiële (vervangings)waarde hebben, zoals wegen, riolering, civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting, groen en wegen en gemeentelijk vastgoed. Een groot deel van het “vermogen” van de gemeente ligt in de grond, in het openbaar gebied of in gebouwen. Dit vermogen beheert de gemeente zorgvuldig, daarom zijn voor het beheer hiervan meerjarenplannen opgesteld. Deze omschrijven de hoeveelheden, kwaliteitsniveaus en de kosten voor instandhouding van deze objecten. Artikel 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording schrijft expliciet voor dat van de kapitaalgoederen de volgende zaken worden omschreven: • het beleidskader; • de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; • vertaling van deze financiële consequenties naar de begroting.

Prgr Omschrijving Wegen 20192022 GRP 20222026 Kunstwerken 2016-2021 Openbare verlichting 2018-2022 Groen 20192022 Gemeentelijk vastgoed

Vaststelling Volgende Frequentie Voorziening raad actualisatie

Financieel Achterstallig in de onderhoud begroting

2018

1 x p. 4 jaar

2023

Nee

Ja

Nee

2021

1 x p. 5 jaar

2026

Ja

Ja

Nee

2016

1 x p. 5 jaar

2022

Nee

Ja

Nee

2018

1 x p. 4 jaar

2022

Nee

Ja

Nee

2018

1 x p. 4 jaar

2022

Nee

Ja

Nee

2016

1 x p. 4 jaar

2022

Nee

Ja

Nee

4.3.2 Wegen Een belangrijk speerpunt is dat wij insteken op een (meer) data- en plangerichte aanpak voor het onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van weginspecties en de jaarlijkse inspectie van een gedeelte van de rioleringen (jaarlijks circa 10% van het areaal) voeren we steeds meer trendanalyses uit waarmee we het onderhoud en de reconstructies beter kunnen plannen. Zo kunnen verwachtingen beter gecontroleerd worden en kunnen combinaties worden gezocht in de aanpak van de openbare ruimte (verkeersmaatregelen combineren met kabels en leidingen, etc.). In het nog vaststellen beheerplan Groen en Wegen 2023 -2026 wordt bovenstaande aanpak meegenomen. In het plan is het vastgesteld kwaliteitsniveau B voor het onderhouden van het groen en wegen van toepassing. Voor het beheer en de ontwikkeling van groen geldt daarnaast dat sterk ingestoken zal worden op klimaatadaptatie en biodiversiteit.

87

Onderhoudsprojecten In 2023 worden onder andere de navolgende onderhoudsprojecten (reconstructies) in combinatie met rioolonderhoud/vervanging voorbereid en uitgevoerd: Reconstructie van de Winterstraat en de Lindenstraat te Neer, reconstructie van de Eindstraat te Horn, reconstructie van het Ellerveld en omgeving te Ell en de reconstructie van de Heerweg, de Bergstraat en de Haelerweg in Buggenum. (bedrag x 1.000) 2023

2024

2025

2026

Regulier onderhoud wegen

1.169

1.169

1.169

1.169

Vervangingsinvestering infrastructurele werken

1.421

1.421

1.421

1.421

In begroting opgenomen:

4.3.3 Riolering In het vastgestelde Gemeentelijk Rioleringsprogramma (GRP) 2022-2026 is vastgelegd hoe we onze gemeentelijke Watertaken willen invullen. Hoe beheren wij onze voorzieningen (rioleringen) zo goed mogelijk? Dat is belangrijk voor onze leefomgeving en het milieu. Droge voeten in onze huizen en bedrijven en schoon en helder water zijn de thema’s in het GRP 2022- 2026.Deze klimaatambities voor het ‘water- en klimaatbestendig zijn’ zijn tevens vastgelegd in het Waterketenplan 2021-2025, met als doel in 2050 een klimaatrobuust Leudal, waar het goed wonen en werken is. Tot slot wordt in 2022 het beheerplan Groen en Wegen geactualiseerd. Het geactualiseerde beheerplan sluit aan bij de beleidsuitgangspunten ten aanzien van onder andere duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit van de gemeente Leudal. Areaaluitbreiding wordt hierin ook meegenomen. Deze klimaatambities voor het ‘water- en klimaatbestendig zijn’ zijn tevens vastgelegd in het Waterketenplan 2021-2025, met als doel in 2050 een klimaat robuust Leudal, waar het goed wonen en werken is. Tevens worden de maatregelen en verbeteringen aan het rioolstelsel, zoals verwoord in het huidige GRP, in de lopende planperiode uitgevoerd. Tot slot wordt in 2022 het beheerplan Groen en Wegen geactualiseerd.

Het geactualiseerde beheerplan sluit aan bij de beleidsuitgangspunten ten aanzien van onder andere duurzaamheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit van de gemeente Leudal. Areaaluitbreiding wordt hierin ook meegenomen. (bedrag x 1.000) 2023

2024

2025

2026

Regulier onderhoud riolen

1.303

1.307

1.311

1.311

Vervangingsinvestering riolering (G.R.P.)

1.851

1.851

1.851

1.851

In begroting opgenomen:

4.3.4 Civieltechnische kunstwerken Naast een groot aantal duikers, heeft de gemeente Leudal diverse bruggen en duikerbruggen in beheer en onderhoud. Het gaat om circa 130 bruggen/duikerbruggen. In de tweede helft van 2022 is een nieuw beheerplan civieltechnische kunstwerken voor de komende jaren voorgelegd aan de gemeenteraad. Dit plan is de basis voor het onderhoud aan onze civieltechnische kunstwerken voor de komende jaren. (bedrag x 1.000)

2023

2024

2025

2026

94

94

94

94

In begroting opgenomen: Regulier onderhoud civieltechnische werken

88

4.3.5 Openbare verlichting Met ingang van 1 januari 2018 is het beheer en het onderhoud van de openbare verlichting van elkaar gescheiden en wordt dit uitgevoerd door twee verschillende partijen. In het najaar 2022 is het geactualiseerde beleidsplan openbare verlichting 2023 t/m 2027 voorgelegd aan de gemeenteraad. Op basis van dit beleidsplan zullen in 2023 en volgende jaren, naast het normale dagelijkse onderhoud, vervangingen en aanpassingen van / aan armaturen plaats vinden en zullen slechte lichtmasten vervangen worden door nieuwe masten. (bedrag x 1.000) 2023

2024

2025

2026

Regulier onderhoud openbare verlichting

130

130

130

130

Vervangingsinvestering openbare verlichting

211

215

216

221

In begroting opgenomen:

4.3.6 Groenvoorziening

Groenbeheer De openbare ruimte wordt in 2023 e.v. jaren weer onderhouden op kwaliteitsniveau B. Door de Toezichthouders wordt maandelijks op 135 a-selectieve locaties geschouwd, hierbij worden alle onderdelen in de openbare ruimte (o.a. wegen, plantsoenen, straatmeubilair) beoordeeld. De schouwresultaten worden gebruikt om te monitoren en bij te sturen waar nodig. In 2022 is het beheerplan groen en wegen geactualiseerd. De hogere eenheidsprijzen (door o.a. hogere energiekosten) en gewijzigde areaalhoeveelheden zijn in het nieuwe beheerplan meegenomen. Het nieuwe Beheerplan Groen en Wegen 2023-2026 vormt de basis voor de gemeentebegroting 2023 e.v. jaren. De gemeente Leudal heeft de ambitie uitgesproken om in de periode 2021 - 2028 in totaal 37.000 extra bomen te planten. Dit is ook vastgelegd in het 37.000 Bomenplan gemeente Leudal. Voor 2023-2026 willen we ruim 50 % van deze ambitie realiseren. In 2022 is gestart met het actualiseren van het gemeentelijk bomenbeleid en de gemeentelijke Bomenlijst. Hierbij wordt ook meer aandacht besteed aan het beschermen van waardevolle, monumentale en potentieel waardevolle bomen en houtopstanden. Bomen en houtopstanden zijn belangrijke elementen in het landschap en de bebouwde omgeving en dragen bij aan de biodiversiteit, klimaatadaptatie en duurzaamheid.

Door het faillissement van Stichting IKL in 2021 is het belangrijk om het landschapsbeheer in de gemeente Leudal op een duurzame wijze te borgen. Hierbij gaat extra aandacht uit naar het opstellen en in stand houden van een robuust netwerk aan vrijwilligers en partijen die een actieve bijdrage willen en kunnen leveren aan het landschapsbeheer. Dit netwerk draagt ook bij aan het genereren en uitvoeren van verschillende projecten die betrekking hebben op o.a. ecologie, cultuurhistorie, landschap, soortenbescherming en participatie. Belangrijke partners zijn tevens scholen die betrokken worden bij de boomfeestdagen en adoptieprojecten. In de gemeentebegroting is structureel een bedrag beschikbaar ad. € 100.000,- voor landschapsbescherming. Co-financiering is mogelijk door bijdragen vanuit bijvoorbeeld het gemeentelijk Groenfonds en provinciale, landelijke en Europese subsidies. (bedrag x 1.000)

2023

2024

2025

2026

1.826

1.826

1.826

1.826

138

138

138

138

In begroting opgenomen: Regulier onderhoud groen Vervangingsinvestering groen

89

4.3.7 Gebouwen en sportaccommodaties

Verband houdend met de duurzaamheidsverplichtingen voortvloeiend uit het Klimaatakkoord, moet iedere gemeente een Portefeuilleroutekaart opstellen waarin de aanpak om te komen tot de verduurzaming wordt vastgelegd. Voor het in beeld brengen van de hiervoor benodigde maatregelen moet een standaard MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) worden aangevuld met noodzakelijke Duurzaamheidsaanpassingen. Hierdoor ontstaat een Duurzaam MJOP, ook wel DMJOP genoemd in de volksmond. Her inspectie van de panden voor een MJOP vindt gemiddeld om de 4 jaren plaats, waardoor 2022 een logisch moment is hiervoor. Advies is om in deze inspectie ook de duurzaamheidsaanpassingen in kaart te brengen om zo te komen tot een DMJOP. Op basis hiervan kunnen vervolgens passende keuzes worden gemaakt over uitvoering, mede voor de totstandkoming van de Portefeuilleroutekaart.

(bedrag x 1.000)

2023

2024

2025

2026

Onderhoud gebouwen groot

460

460

460

460

Herijking MJOP

500

500

500

500

MJOP kaders 2019-2022

729

729

729

729

In begroting opgenomen:

90

4.4 Financiering 4.4.1 Algemeen In deze paragraaf staan het treasury beleid en het risicobeheer van de financieringsportefeuille centraal. Het geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden worden toegerekend en de financieringsbehoefte. De kaders hiervoor zijn vastgelegd in de wet Financiering Decentrale Overheden (Fido), de wet Houdbare gemeentefinanciën (Hof), het Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de Financiële verordening 2018 en het Treasurystatuut 2017.

4.4.2 Rente risicobeheer Renteschommelingen hebben niet alleen gevolgen voor de rentelasten of - opbrengsten bij het aantrekken dan wel uitzetten van gelden, maar ook voor de koersen van obligaties. Hieronder worden de onderscheiden risico's nader toegelicht. 1. Renterisico Beheersing van het renterisico op korte schuld geschiedt door de kasgeldlimiet en op langlopende schulden door de renterisiconorm. Kasgeldlimiet Met deze limiet wil de wetgever voorkomen dat uitsluitend kortlopende leningen worden afgesloten. Het aantrekken van dit type leningen is aantrekkelijk wanneer de rente erg laag is. Het risico van een stijgende rente bij herfinanciering is daarmee in verhouding groot. Daarom is bepaald dat gemeenten maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mogen gebruiken voor kortlopende leningen. Wanneer zich in drie achtereenvolgende kwartalen een overschrijding voordoet, moet de gemeente maatregelen nemen (zoals het aantrekken van langlopende geldleningen). Gezien de historisch lage rente op kortlopende geldleningen zal de kasgeldlimiet zo goed mogelijk worden benut. De looptijd van de lening is afgestemd op de vrijval van een positie in de beleggingsportefeuille. (bedrag x 1.000) 3e kwartaal 2021

4e kwartaal 2021

1e kwartaal 2022

2e kwartaal 2022

Begrotingstotaal per 1 januari

87.456

87.456

85.886

85.886

Limiet percentage

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

Normbedrag

7.434

7.434

7.300

7.300

Kasgeldlimiet

Netto vlottende positie Vlottende schuld

271

Vlottende middelen

-8.928

-8.836

-3.261

-6.612

Netto saldo

-8.928

-8.565

-3.261

-6.612

16.362

15.999

10.561

13.912

Onder- overschrijding normbedrag Ruimte onder de kasgeldlimiet Overschrijding kasgeldlimiet Renterisiconorm Deze norm draagt bij aan een zodanige opbouw van de langlopende leningenportefeuille dat tegenvallers als gevolg van renteaanpassingen en herfinanciering in voldoende mate worden beperkt. Het totaal aan aflossingen en herfinanciering mag jaarlijks maximaal 20% bedragen van het begrotingstotaal. Door een goede spreiding van de looptijd wordt flexibiliteit in de toekomst behouden tegen zo laag mogelijke rentekosten.

91

(bedrag x 1.000) Renterisico

2023

2024

2025

2026

Begrotingstotaal per 1 januari

94.980

95.713

98.769

95.425

Limiet percentage

20,00%

20,00%

20,00%

20,00%

Renterisiconorm

18.996

19.143

19.754

19.085

0

0

0

0

Aflossingen

6.549

6.024

5.251

5.076

Renterisico

6.549

6.024

5.251

5.076

12.447

13.119

14.503

14.009

Rente herziening

Onder- overschrijding normbedrag Ruimte onder de renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm 2. Liquiditeitsrisico Dit is het risico dat over onvoldoende middelen wordt beschikt om onze financiële verplichtingen te voldoen. Gemeente Leudal werkt vanuit totaalfinanciering. Dit betekent dat alle gemeentelijke inkomsten en uitgaven worden gesaldeerd voordat we ons op de geld- of kapitaalmarkt begeven. Een goed inzicht in het verloop van inkomsten en uitgaven leidt tot een betere sturing op de benodigde liquiditeiten voor de komende jaren, de aan te trekken externe financiering en de ontwikkeling van de rentekosten. Gemeenten zijn in het kader van schatkistbankieren verplicht hun overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag aan te houden in de rijksschatkist. Door deze maatregel hoeft het Rijk minder geld te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. Vanaf 1 juli 2021 is voor gemeenten (en provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal (was 0,75%) met een minimum van € 1 miljoen (was € 250.000). Dit drempelbedrag bedraagt afgerond 2,00% van het begrotingstotaal (zijnde € 1.718.000). Verder is er de mogelijkheid overtollige middelen uit te lenen aan andere decentrale overheden.

(bedrag x 1.000) Financieringspositie per 1 januari

2023

2024

2025

2026

126.073

130.356

127.970

125.257

2.931

3.758

2.063

0

129.004

134.114

130.033

125.257

Reserves

65.886

64.962

64.177

63.218

Voorzieningen

4.979

5.112

5.204

5.241

Langlopende geldleningen Prognose op te nemen langlopende geldleningen

50.285

43.736

37.712

32.461

7.442

8.901

6.103

121.149

121.253

115.994

107.023

-7.855

-12.862

-14.039

-18.234

Activa Vaste activa Grondexploitaties Saldo Passiva

Saldo

Financieringstekort

92

Bij aanvang van het begrotingsjaar wordt een theoretisch financieringstekort verwacht van afgerond € 8 miljoen. in het eerst volgende begrotingsjaar. Dit geldt voor het moment dat alle investeringen conform opgave worden uitgevoerd. Het hebben van een tekort leidt ertoe dat de noodzaak tot een vaste financiering toeneemt, middels het aantrekken van langlopende geldleningen. De liquiditeitenprognose wordt in 2023 geactualiseerd om de noodzaak van wel of niet financieren te onderbouwen. 3. Koersrisico Dit is het risico op een daling van de marktwaarde van de financiële activa. Dit risico loopt elke belegger. Omdat onze gemeente de “Essent-gelden” heeft belegd in obligaties zijn de koersrisico’s op het einde van de looptijd beperkt. Vastrentende waarden garanderen dat op de einddatum de nominale waarde wordt uitgekeerd. Op de balans zijn de obligaties gewaardeerd tegen de aankoopprijs indien deze lager lag dan de nominale waarde en tegen de nominale waarde wanneer de aankoopprijs hoger lag. Wordt niet verkocht voor de einddatum dan is er nauwelijks sprake van een koersrisico. Onze vermogensbeheerder volgt de marktontwikkelingen nauwlettend en informeert de gemeente hierover periodiek. Daarnaast staat de Wet Schatkistbankieren alleen mutaties in de beleggingsportefeuille toe onder de strikte voorwaarde dat de gemiddelde looptijd van de portefeuille niet wijzigt.

Door de ingezette beleidslijn van uw gemeenteraad wordt de beleggingsportefeuille stapsgewijs afgebouwd. Dit heeft tot gevolg dat de liquide middelen die de komende jaren naar de gemeente vloeien in het kader van de afronding van de Essent verkoop niet herbelegd worden. In plaats daarvan worden die vrijvallende middelen aangewend als intern financieringsmiddel. (bedrag x 1.000) Beleggingen

2023

2024

2025

2026

Nominale waarde

2.308

2.308

2.308

408

-1.900

-408

408

0

-150

-22

Vrijval nominale waarde Saldo

2.308

2.308

Gerealiseerde boekwinst beleggingen Geldlening

2023

2024

2025

2026

Verstrekte hybride lening aan Enexis

3.017

3.017

3.017

3.017

3.017

3.017

3.017

3.017

Aflossing (vanaf jaar 2030) Saldo

(bedrag x 1.000)

Vrijvalkalender Jaar

Belegging

Boekwinst

2025

1.900

150

2026

408

22

2.308

171

2023 2024

2027

93

4.4.3 Leningen en garanties Opgenomen geldleningen De gemeente Leudal heeft leningen afgesloten om betalingen te verrichten ten aanzien van investeringen. De afgelopen jaren neemt de leningenportefeuille van de gemeente af en tevens daalt de gemiddeld betaalde rente. Jaarlijks wordt gekeken of het aangaan van nieuwe leningen nodig is om de liquiditeit te garanderen. Onderstaand overzicht geeft inzicht in de omvang en de rentegevoeligheid van de opgenomen leningen. (bedrag x 1.000) Leningenportefeuille per 1 januari

2023

2024

2025

2026

Opgenomen geldleningen

50.285

43.736

37.712

32.461

Af: reguliere aflossingen

- 6.549

- 6.024

- 5.251

- 5.076

Totaal boekwaarde 31-12-

43.736

37.712

32.461

27.385

Gemiddeld rentepercentage geldleningen

2,48%

2,41%

2,31%

2,19%

Af: vervroegde aflossingen

Verstrekte leningen en garanties aan derden Het verstrekken van leningen of garanties aan derden is alleen toegestaan voor de publieke taak. Begin 2023 heeft de gemeente voor ongeveer € 40 miljoen aan leningen en garantstellingen verstrekt aan derden. Van dit bedrag is € 38 miljoen uitgeleend aan woningbouwcorporaties en afgesloten met een garantie van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Sinds 2000 trekken woningbouwcorporaties hun leningen rechtstreeks bij banken aan met borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw waarbij rijk en gemeenten samen voor de achtervangpositie garant staan. Er zijn momenteel geen signalen dat hier risico wordt gelopen. Per 1 augustus 2021 gelden er nieuwe afspraken ten aanzien van de achtervang overeenkomsten. Met de nieuwe afspraken is beoogd om de volgende knelpunten op te lossen, namelijk: • Scheefheid in de achtervangpositie van gemeenten; • Verbetering van afspraken over terugbetaling van renteloze leningen aan Staat en gemeenten; • Verbetering van afspraken over herfinanciering; • Ontwikkelen van een robuuster borgstelsel; • Discrepantie tussen oude en huidige achtervangovereenkomsten, huidige wetgeving en praktijk; • Modernisering van de overeenkomst.

Hoewel de overeenkomsten qua opzet zijn gewijzigd is de essentie niet gewijzigd; doordat gemeenten en Rijk een achtervangpositie innemen zijn en blijven deelnemende woningcorporaties in staat om tegen optimale financieringsvoorwaarden volkshuisvestelijke prestaties te leveren in de gemeente. De nieuwe verdeelsleutel is alleen van toepassing op de nieuwe achtervangovereenkomst en leningen die een corporatie vanaf 1 augustus 2021 aangaat. De bestaande achtervangovereenkomsten blijven gewoon van kracht, inclusief de bestaande verdeelsleutel. Wel zijn enkele verbeterpunten doorgevoerd, zoals terugbetaling van renteloze leningen en borgingsdoeleinden.

4.4.4 Rentetoerekening Deze toerekening geeft inzicht in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. De commissie BBV schrijft voor dat de interne rente exact wordt berekend. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. Het percentage bedraagt 1,00% voor 2023 (2022: 1,00%).

94

(bedrag x 1.000) Renteschema

2023

%

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.370

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

-158

2,48%

Saldo rentelasten en rentebaten Doorbelaste rente naar de grondexploitatie

1.211 -54

Doorbelaste rente aan projectfinanciering naar taakvelden

0

Rentebaat verstrekte leningen in het kader van projectfinanciering naar taakvelden

0

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-54

Rente over eigen vermogen

0

Rente over voorzieningen

0

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (omslagrente)

1.158 -1.261

Renteresultaat op het taakveld treasury

-103

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

1.158

Boekwaarde vaste activa 1-1-2023

126.073

Gemiddelde rente

0,92%

Keuze voor de omslag rente

1,00%

Er mag geen rente over het eigen vermogen aan de grondexploitaties worden toegerekend. De rente van de grondexploitaties wordt niet via de systematiek van de renteomslag berekend maar kent een andere voorgeschreven berekeningsmethodiek. Dit percentage komt uit op 1,30% door de bandbreedte wordt de marktrente geraamd op 1,80% (Begroting 2022: 1,90%). (bedrag x 1.000) Balans per 1-1Rente vaste schulden

Aantal

2023

23

2,48%

Rente kasgeldleningen

0,00%

Gewogen gemiddelde rente

2,48%

Voorzieningen

4.979

Langlopende schulden

50.285

Kasgeldleningen (kort)

-

Overige kortlopende schulden

9.535

Banksaldi Overlopende passiva

8.208

Vreemd vermogen

73.007

Eigen vermogen

68.196

Balanstotaal

141.203

Rentetarief grondexploitatie

1,30%

Marktrente (afgerond binnen een marge van 0,5%)

1,80%

95

4.4.5 EMU saldo In de wet Hof zijn de Europese normen verankerd voor de hoogte en de jaarlijkse groei van de overheidsschuld. De decentrale overheden leveren een gelijkwaardige bijdrage aan het naleven van de EMU normen. Bestuurlijk is afgesproken de komende jaren geen sanctie toe te passen bij blijvende overschrijding van de norm. Gemeenten krijgen een individuele referentiewaarde voor het EMU-tekort in een jaar. Voor het sturen op de ontwikkeling van de gemeenteschuld luidt het devies: Let bij het opstellen van de begroting op de ontwikkeling van de hoogte van uw gemeenteschuld. Te hoge schulden zijn slecht voor de financiële gezondheid van de gemeenten. Pas als het plafond voor het EMU-tekort van de gezamenlijke gemeenten wordt overschreden kan de individuele referentie waarde een rol gaan spelen.

96

(bedrag x 1.000) Realisatie Begroting Primitieve Begroting Begroting Begroting 2021 2022 na begroting 2024 2025 2026 wijziging 2023 EMU-SALDO

-539

-7.902

-4.934

4.483

6.075

4.903

EMU-SALDO referentiewaarde

-2.895

-3.230

-3.230

-3.230

-3.230

-3.230

EMU-saldo blijft onder referentiewaarde

2.356

7.713

9.305

8.133

-33

-33

-34

-1.750

-386

EMU-saldo overschrijdt referentiewaarde Financiële vaste activa Mutaties 1 januari t/m 31 december

Activa Vlottende activa

Vaste passiva Passiva

Vlottende passiva

-4.672

-1.704

-32

218

-32

Kapitaalverstrekkingen en leningen

(+)

Uitzettingen

(+)

-1.420

-3.730

Uitzettingen

(+)

-3.701

-4.642

Liquide middelen

(+)

-5

-12

Overlopende activa

(+)

471

Vaste schuld

(-)

-1.480

Vlottende schuld

(-)

84

Overlopende passiva

(-)

-2.752

(Verwachte) boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa

-6.549

893

-4.565

-8.049

-5.409

6.284

4.008

50

41

64

150

22

4.4.6 Meerjarenbalans

Prognose meerjarenbalans

(bedrag x 1.000) Realisatie Begroting Primitieve Begroting Begroting Begroting 2021 2022 na begroting 2024 2025 2026 wijziging 2023

Activa Vaste activa Immateriële vaste activa

170

250

203

156

109

66

Materiële vaste activa

107.475

115.857

120.219

117.913

117.030

111.284

Financiële vaste activa

13.478

9.966

9.934

9.901

8.118

7.698

Totaal vaste activa

121.123

126.073

130.356

127.970

125.257

119.048

Voorraden

3.763

2.931

3.758

2.063

0

0

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

13.599

8.957

8.957

8.957

8.957

8.957

3.242

3.242

3.242

3.242

3.242

3.242

20.616

15.129

15.957

14.261

12.198

12.198

141.739

141.203

146.313

142.231

137.455

131.246

Reserves*

66.573

65.886

67.273

67.487

68.129

71.334

Resultaat boekjaar 2021

2.102 2.310

999

1.127

3.680

-427

Vlottende activa

Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa Totaal activa 31-12-

12

Passiva Vaste passiva

Incidentele begrotingsruimte* Voorzieningen

4.771

4.979

5.112

5.204

5.241

5.278

Vaste schulden - huidige opgenomen leningen > 1 jaar

56.833

50.285

43.736

37.712

32.461

27.385

7.442

8.901

6.103

5.770

Vaste schulden - prognose op te nemen leningen > 1 jaar Totaal vaste passiva

130.280

123.460

124.562

120.431

115.614

109.341

Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

3.251

9.535

13.543

13.593

13.634

13.698

Overlopende passiva

8.208

8.208

8.208

8.208

8.208

8.208

11.459

17.743

21.751

21.801

21.842

21.906

141.739

141.203

146.313

142.231

137.455

131.246

Vlottende passiva

Totaal vlottende passiva Totaal passiva 31-12-

* Voor de meerjarenbalans wordt in de stand van de reserves rekening gehouden met het begrotingsresultaat van het voorgaande jaar. Derhalve dient voor de aansluiting met de staat reserves, het onderdeel reserves vermeerderd te worden met de begrotingsruimte.

98

4.5 Bedrijfsvoering 4.5.1 Algemeen De bedrijfsvoering van de gemeente ondersteunt het primaire proces. De bedrijfsvoering maakt het mogelijk dat Leudal samen bouwt aan een duurzame, dienstverlenende en vitale toekomst. De belangrijkste aspecten binnen bedrijfsvoering zijn organisatieontwikkeling, communicatie, financiën, juridische zaken, personeelszaken, archivering, ICT, informatievoorziening en huisvesting. We bewaken de samenhang en streven naar verdere optimalisering van doelmatigheid en integraliteit van onze werkprocessen.

4.5.2 Communicatie Jaarlijks wordt er een strategisch communicatieframe opgesteld, een afgeleide van de strategische organisatievisie, coalitieprogramma en teamplannen, waaraan de komende jaren verder uitvoering wordt gegeven. Door de wijziging in de vakgroep ontstaat er meer ruimte voor advisering, coördinatie en uitvoering van operationele werkzaamheden voortvloeiend uit programma’s en projecten. Tegelijkertijd zijn enkele adviseurs dichter tegen portefeuillehouders aan gepositioneerd, waardoor ze meer betrokken raken aan de voorkant van een proces/project, dan achteraf in de uitvoering. Dit heeft ook positieve gevolgen voor beleidsadviseurs en medewerkers, in de organisatie. Ze worden tijdig van een communicatieadvies voorzien, en kunnen de adviseurs ook eerder betrekken. Dit gebeurd aan de hand van een nieuwe methodiek, genaamd Factor C, welke de vakafdeling zich eigen aan het maken is en verder uitrolt in de organisatie. Een ontwikkeling waardoor uiteindelijk de hele organisatie een communicatie slag kan maken.

4.5.3 Personeel en organisatie Organisatieontwikkeling In 2022 is in een participatief proces met de organisatie een actuele visie op dienstverlening en organisatie opgesteld. In deze visie wordt duidelijk waarvoor we staan als organisatie in onze dienstverlening, welke organisatie daarvoor nodig is en hoe we willen (samen)werken. In het bijbehorende meerjarig uitvoeringsprogramma geven we invulling aan deze ontwikkeling. Hierin staan kwaliteitsdenken, vertrouwen, eigenaarschap, leren en ontwikkelen centraal. Strategische personeelsplanning/ competentiegericht sturen In 2021/2022 hebben we een eerste aanzet gemaakt om te komen tot een Strategische Personeelsplanning. Competentiegericht sturen en SPP worden opgenomen in het HRM systeem, hiermee worden het sturen op competenties en resultaten het voeren van gesprekken over loopbaanperspectief vergemakkelijkt. In het kader van SPP blijven we de kwaliteiten van medewerkers matchen met de ontwikkelingen in het vakgebied en de behoeften van de organisatie. Dit vraagt wendbaarheid van zowel de organisatie als haar medewerkers. Duurzame inzetbaarheid Duurzame inzetbaarheid is een begrip dat als een rode draad door alle levensfasen loopt. Daarom blijven we hier de komende jaren in investeren. Duurzame inzetbaarheid is een verantwoordelijkheid van zowel medewerker als werkgever.

In de nieuwe cao zijn afspraken gemaakt over het afbouwen van het bovenwettelijk verlof. Dit en het feit dat alle medewerkers langer blijven werken, betekent dat extra investeringen nodig zijn om medewerkers in balans te houden zodat zij mentaal, sociaal en fysiek vitaal blijven. Aantrekkelijk werkgeverschap Het wordt steeds lastiger om vacatures ingevuld te krijgen. In omliggende gemeenten, maar ook in andere sectoren ervaart men hetzelfde probleem. In het kader van aantrekkelijk werkgeverschap onderzoeken we hoe wij ook de komende jaren een aantrekkelijke werkgever kunnen blijven. Vorig jaar zijn we hiermee gestart door met name de wervingsstrategie te herzien en actief mensen te benaderen. Komend jaar gaan we dit verder uitbreiden. We gaan aan de slag met het vormen van een herkenbare 'Employer brand', het creëren van een herkenbare huisstijl voor werving en selectie onderdelen en het herschrijven van vacatureteksten. De Meet&Greet die wij sinds vorig jaar organiseren om talentvolle potentiële professionals op informele wijze te laten kennismaken met onze organisatie blijft hierbij een terugkerende activiteit.

99

Personele taakstellingen Wij geven invulling aan de eerder opgelegde personele taakstellingen voor 2023.

(bedrag x 1.000) Onderdeel

2022

2023

2024

2025

2026

P-Taakstelling

288

446

502

502

502

Realisatie

288

446

502

502

502

Resteert

-

-

-

-

-

Salarissen en inhuur Onderstaand worden de salariskosten en de inhuurlasten van de gemeente Leudal getoond. In de primitieve begroting wordt uitgegaan van drie categorieën van personele lasten. Salariskosten De salariskosten in de begroting worden gebaseerd op het formatiehuis, waarbij alle mogelijke formatie wordt begroot op het maximum van de schaal. Gedurende het jaar kunnen mutaties plaatsvinden, waarbij de meest voorkomende mutatie het overhevelen van middelen naar de inhuur personeel smal is. Indien openstaande vacatures tijdelijk ingevuld worden, door bijvoorbeeld een krappe arbeidsmarkt of een overbruggingsperiode, wordt hiervoor budget van salaris overgeheveld naar de inhuur. Uitgangspunt is dat de inhuurlasten niet hoger mogen zijn dan de salarislasten, wat veelal resulteert in de inhuur voor een minder aantal uren dan de vaste formatie. Inhuur personeel smal Het budget voor inhuur personeel smal bestaat in de primitieve begroting uit de verwachtte kosten voor het inhuren van reguliere vervanging, het inhuur van personen bij knelpunten op specifieke vacatures, het inhuren op basis van de door de raad toegekende bedragen voor projecten (o.a. IPPC en projectleider) en het inhuren bij ziektevervanging. Inhuur personeel breed Het budget inhuur personeel breed betreft de inhuur van personen die niet gerelateerd zijn aan de reguliere formatie.

(bedragen x 1.000) Realisatie 2021

Begroting na Begroting Begroting Begroting Begroting wijziging 2023 2024 2025 2026 2022

Salariskosten

15.485

16.616

18.370

18.188

18.188

18.188

Inhuur personeel smal

1.842

1.636

1.279

1.279

1.021

1.021

Inhuur personeel breed

1.243

1.236

522

522

522

522

18.570

19.487

20.170

19.989

19.731

19.731

Totaal

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=6a496101-abb3-4c6f-99cb-853043866d4d