CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwikkelplan MOB en buitendienst

Commissievergadering Sociaal 23 mei 2022, gemeente LeudalBij agendapunt: Ontwikkelplan Mensontwikkelbedrijf Leudal16.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

20

7. Alternatief voor een MOB in eigen regie Vanuit de gedachte dat Leudal er voor kan kiezen om het MOB niet voort te zetten en geen eigen participatiebedrijf meer te exploiteren, zijn mogelijke alternatieve scenario’s in beeld gebracht met daarin opgenomen de voor- en nadelen. Overigens veronderstelt de variant van het niet langer een eigen MOB te exploiteren dat alle huidige deelnemers die in traject zijn opgenomen elders een plek moeten gaan krijgen. Los van de onvermijdelijke stagnatie die dat oplevert in het traject op weg naar participatie en re-integratie van deze mensen, betekent dit tevens dat de regie op het proces voor een groot deel overgedragen wordt aan deze derde partij waarbij er slecht nog achteraf bezien kan worden of het traject aansluit bij de doelstellingen. Bij het opheffen van het MOB kunnen inwoners zonder werk en uitkeringsgerechtigden op de navolgende manieren worden begeleid. 7.1. Alternatief 1 Gebruikmaken van de regionale werkbedrijven en re-integratie instrumenten zoals de Risse en Westrom deze aanbieden. Voordeel is de verminderde kwetsbaarheid en het schaalvoordeel. Nadeel is dat de geografische afstand is relatief groot voor de burger. Daarnaast is er veelal sprake van standaard trajecten, weinig maatwerk en zelfs een extra “loket” voor de klant.

Vraag is dan ook of de dienstverlening aan de kandidaten dichtbij georganiseerd kan worden of dat kandidaten naar Roermond of Weert moeten reizen. Uit de opgedane ervaring in voorgaande jaren blijkt dat deze werkbedrijven minder binding hebben met de ondernemers in de gemeente Leudal. Er is sprake van langere lijnen en minder mogelijkheden om te sturen of te sturen of interveniëren. Kosten worden “opgelegd” waarbij wij als belanghebbende partij zelf moeilijker een afweging kunnen maken of een en ander het waard is. * Aansluiten bij de N.e.i.o. (nieuwe entiteit in ontwikkeling) in het kader van de doorontwikkeling Participatiewet zou of had een optie kunnen zijn. Hierover is inmiddels bestuurlijk besloten om vanuit Leudal niet deel te nemen aan de nieuw op te richten entiteit, maar om (additionele) activiteiten en trajecten in te kopen als dit vanuit de maatwerkgedachte de beste optie is in het individuele geval. Dit naast wat het MOB ‘in eigen beheer’ kan doen. Deelname aan N.e.i.o. kent naast een financieel risico omdat de kosten van de n.e.i.o. niet duidelijk zijn ook het risico dat deelnemers uit Leudal uit beeld dreigen te raken bij plaatsing en het ontbreken van zeggenschap in de entiteit vanuit Leudal..

7.2.Alternatief 2 Er kunnen losse trajecten bij diverse partners (m.n. re-integratie bureaus) ingekocht worden. Voordeel hiervan is dat er op individueel niveau maatwerk geformuleerd en geleverd kan worden. Nadeel is dat deze wijze van inzet erg kostbaar is. Het re-integratie budget is hiervoor met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet toereikend en daardoor een weinig realistische optie. Dat betekent overigens dat niet iedere potentiële deelnemer ook daadwerkelijk in traject kan worden genomen. Trajectkosten variëren dusdanig dat hier ook geen grip op gehouden kan worden als er maatwerk nodig is.

21

8. Risico(’s) Risico bij de exploitatie van het MOB is dat uit wordt gegaan van een bestendige aanwas vanuit het uitkeringenbestand. Een garantie hiervoor naar de toekomst toe kan echter nooit worden geboden. De huidige doelgroep van het MOB is nu de inwoner met een lopende Participatiewet uitkering of die in het kader van nazorg begeleiding behoeft. Dit is uiteraard een sterk afgebakende doelgroep. Er is een samenhang tussen het aantal beschikbare mensen en activiteiten die kunnen worden ontplooid door of binnen het MOB. Mocht er een dalende tendens ontstaan, dan zien we dat terug aan de aanbodzijde en vervolgens in de realisatie van de bestandsreductie (en bijdrage aan de besparingsopdracht). De verwachting is niet realistisch dat dit alsdan kan worden opgevangen door anderen dan mensen met een uitkeringsrelatie met de gemeente Leudal. De opeenvolging van diverse ontwikkelingen binnen de samenleving en de noodzakelijke integrale aanpak die veelal vereist is binnen het sociaal domein maken de vraag of het MOB zich verder zou moeten ontwikkelen naar een instrument dat verder gaat dan alleen de aanpak op het gebied van de Participatiewet erg relevant. Het MOB kan in de toekomst mogelijk een rol van betekenis spelen voor langdurig werklozen, mensen met een niet gemeentelijke uitkering, een beperking en/of een Wmo indicatie voor dagbesteding.

Deze vraag kan op dit moment niet binnen de huidige ontwikkelopgave beantwoord worden. Dit dient voor zover relevant telkenmale bij evaluaties en volgende (door)ontwikkelopdrachten punt van aandacht te zijn. Een gelijksoortig risico wordt gevormd door het verder ‘afromen’ van het bestand. Mensen die snel of met gerichte, redelijk kortdurende ondersteuning kunnen worden toe geleid naar werk worden snel in beeld gebracht. In het worst case scenario – althans in dat opzicht – blijft een groep mensen over die niet of nauwelijks in staat is een bijdrage leveren aan het participatie- of arbeidsproces. In dat geval zal de nieuwe aanwas alsdan het verschil moeten maken maar blijft het MOB als instrument om een maximale participatie mogelijk te maken noodzakelijk. Het aanbod vanuit de Participatiewet kan op dit moment met het huidige contingent aan jobcoaches niet volledig worden opgepakt om vervolgens de nodige ondersteuning (m.n. trajecten) te kunnen bieden. Dit vindt met name zijn oorzaak in het gegeven dat de jobcoaches veel ‘klussen’ en taken uitvoeren die niet direct gerelateerd zijn aan hun functie. Wordt aan dit laatste geen aandacht geschonken bij de invulling van het MOB vormt dit een substantieel financieel risico. Hetzelfde geldt overigens voor een sterke ((on)voorziene) stijging van instroom van uitkeringsgerechtigde inwoners.

Gelet op niet beïnvloedbare mondiale ontwikkelingen die van invloed zijn op arbeidsmarkt en economie is ook een plotselinge stijging van het uitkeringsbestand een scenario dat het in de toekomst mogelijk noodzakelijk maakt om vanuit het MOB anders te gaan werken waarbij het arbeidsfit houden van inwoners dan een groter opgave kan worden. Flexibiliteit blijft dus nodig in de taken die aan het MOB worden opgelegd.

22

9. Financiële aspecten 9.1.De financiële toegevoegde waarde Het MOB is blijkens de gehouden evaluatie goed in staat om een reductie te realiseren op het vlak van ‘frictiewerkloosheid’. Het verschijnsel dat er werkloosheid voorkomt terwijl er toch voldoende vraag naar arbeid is of lijkt te zijn, is een normaal onderdeel van het functioneren van de arbeidsmarkt. Deze vorm van werkloosheid is het gevolg van de normaal te achten dynamiek van het economisch proces. Het betreft de frictie in aansluiting op de vraag naar en het aanbod van arbeid. Een oplossing voor frictiewerkloosheid is een efficiënte begeleiding naar een nieuwe baan van (potentieel) werkzoekenden en daar ligt de op te pakken opdracht voor het MOB: het leveren van arbeidskrachten aan werkgevers al dan niet met een rugzakje en ondersteuning. Maatwerk is vereist en dat is een van de kernbegrippen binnen het MOB. De werkzaamheden die vanuit het MOB worden verricht dragen bij aan het verlagen van aantal en hoogte van uitkeringen. 9.1b. De overige – kosten reducerende - meerwaarde Naast de maatschappelijke en financiële meerwaarde is het van belang het navolgende ook te betrekken bij de waarde die het MOB heeft. Er worden vanuit het MOB werkzaamheden verricht voor de gemeente Leudal, die dan ook ten goede komen van de gemeente.

Voor deze werkzaamheden dient normaliter personeel/menskracht ingezet te worden of moeten deze ingekocht worden bij derden. Dit vindt in casu plaats zonder (door)facturering en daarmee is deze inzet niet direct herleidbaar naar een besparingsbedrag. Bijvoorbeeld: • Vervoer voor (speciaal) onderwijs/ trajecten; • Kerstpakketten bezorgen voor de personeelsvereniging; • Kaarten rondbrengen voor vroegsignalering (schuldhulpverlening) • Opdrachten voor ruimte (poort Molen Roggel repareren, structureel onderhoud plantsoenen) • Opdrachten vanuit de buitendienst (bijv. snoeiwerkzaamheden) • Briefbezorging ( o.a. voor Webinar duurzaamheid in alle kernen en bewonersbrieven rond de komst van Oekraïense vluchtelingen).

9.2.Financiële opbrengst. De financiële opbrengst vertaalt zich met name op het gebied van gerealiseerde uitstroom die causaal aan het MOB is toe te rekenen. Daarom volgen hier eerst de realisatie cijfers. 9.2a. Wat is aan uitstroom gerealiseerd? Vanaf 1 januari 2020 tot 1 juni 2021 zijn 93 cliënten in traject/begeleiding genomen door het MOB. Van deze 93 cliënten hebben 27 nog (steeds) een traject. Er staan op dit moment ook nog 18 mensen op de begeleidingslijst van het MOB die zijn uitgestroomd uit de uitkering, maar nog regelmatig op het MOB terugvallen voor hulp (nazorg) waarbij ook de werkgevers nog nazorg ontvangen. Bestandsontwikkeling ‘breed’ Participatiewet en IOAW Peildatum

PW

IOAW

Jaar

01/01/2019 01/01/2020 01/01/2021 01/01/2022

331 312 330 320

27 22 20 17

2019 2020 2021 2022

Instroom PW 130 142 130 -

Uitstroom PW 149 124 140 -

Instroom IOAW 7 4 0 -

Uitstroom IOAW 12 6 3 -

23

Activiteiten: huidige stand van zaken Huidige fysieke deelname deelnemers MOB 33 Huidige externe begeleiding door jobcoaches 44 MOB Huidige ‘gedeeltelijke uitstroom’ inclusief 9 begeleiding Jobcoaches MOB 9.2b. Budgettaire besparing/meerjarig overzicht Bij het ontstaan van het werkbedrijf is een budgettaire besparing ingerekend van € 100.000 in 2020 oplopend tot € 400.000 in 2023. Deze zijn niet als taakstelling opgenomen, maar direct in mindering gebracht op de budgetten. Er is een uitstroom van 30 deelnemers in 2020 en 61 in 2021 gerealiseerd die rechtstreeks toe te rekenen is aan de inspanningen vanuit het MOB. De bijdrage aan het verder oplopen van het uitkeringenbestand c.q. de bestandsreductie is hiermee substantieel. Wat heeft dit opgeleverd? Met een gemiddelde uitkeringslast van € 14.000 per uitkeringsgerechtigde exclusief uitvoeringskosten is de totale bijdrage aan de besparing in deze 2 jaren € 1.274.000. Hierbij is alleen rekening gehouden met volledige uitstroomgegevens. Partiële uitstroom leidt ook tot gedeeltelijke verlagingen van uitkeringen, maar deze zijn lastig(er) in kaart te brengen en te kwantificeren. In 2020 zijn de uitgaven voor de uitkeringen € 750.000 lager geweest ten opzichte van de primitieve begroting (meer gerealiseerd dan de besparing van € 100.000).

In 2021 heeft een aframing van het budget plaatsgevonden van € 481.500 omdat de uitgaven lager zijn dan in de begroting opgenomen bedragen. Over 2021 resteert nog een bedrag van € 302.000, waarmee het totale bedrag voor 2021 uit komt op € 383.500. Niet zichtbaar is de bijdrage die geleverd wordt doordat inwoners die geen uitkering (meer) nodig hebben omdat ze zelf daarin kunnen voorzien veelal ook geen bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentebelasting etc. meer nodig hebben.

Uitkeringsbestand PW Instroom Uitstroom Daling-/stijging + Aandeel MOB in uitstroom

2019 331 130 149 -19 -

Realisatie uitstroom 2020 2021 312 330 142 130 130 140 +12 -10 -30 -61*

2022 320 -

Cijfers MOB ‘uitstroom’ zijn afkomstig uit de bestandslijsten/data van het MOB

*In de evaluatie is de bijdrage van het MOB aan de uitstroomcijfers vastgesteld op 49. Dit is een afwijking ten opzichte van het huidige inzicht. Het verschil zit in het moment waarop de vaststelling van de cijfers plaatsvindt. In de evaluatie was dat november 2021. De huidige vaststelling heeft plaatsgevonden in de maand maart 2022. Daarbij worden uitkeringen met regelmaat met terugwerkende kracht – een datum in het verleden liggend - ingetrokken. Hierdoor is het verschil van 12 ingetrokken (beëindigde) uitkeringen ontstaan.

In 2020 kreeg ook Leudal te maken met de impact van de Corona pandemie waardoor er als gevolg van de diverse ontwikkelingen en maatregelen op het gebied van de arbeidsmarkt, werkgelegenheid en daarmee beperking instroom en gerealiseerde uitstroom (naar betaald werk) een ‘dip’ ontstond. De stijging van het aantal uitkeringen in 2020 is dan ook te verklaren door de rem die op de economie werd gelegd door Corona. Omdat de stijging van het aantal uitkeringen een landelijk beeld betrof zijn toen ook de budgetten vanuit het Rijk verhoogd. Hierdoor hebben we gelden bespaard. Door de Corona pandemie en enige opstartperikelen binnen het MOB was een bestandsreductie in dit jaar helaas niet mogelijk. De in totaal gerealiseerde uitstroom – een factor die bijdraagt aan een bestandsreductie - omvat meer dan alleen de uitstroom naar betaald werk. Elementen zoals verhuizen, overlijden, aangaan samenlevingsverband etc. dragen ook bij aan de totale uitstroomcijfers. Door de activiteiten van 24

het MOB is de uitstroom als gevolg van m.n. betaald werk – er is hier een direct causaal verband in 2020 vastgesteld op 30. Indien en voor zover deze activiteiten niet hadden plaatsgevonden zou de uiteindelijke hoogte van het bestand daarmee (n.a.w.) 30 hoger zijn. De gemiddelde uitkeringslasten van een uitkeringsgerechtigde bedragen overigens € 14.000,00. Hetzelfde beeld geeft 2021. De arbeidsmarkt trekt weliswaar weer aan – hetgeen m.n. te zien is aan de (lagere) instroomcijfers- en het bestand daalt uiteindelijk naar 320. De bijdrage van het MOB aan de uitstroomcijfers is 61. Ook hier een causaal verband tussen de activiteiten vanuit het MOB en de uitstroom van 61 uitkeringsgerechtigde inwoners. Zonder deze activiteiten zou het totale uitkeringsbestand met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid met eenzelfde cijfer hoger (zijn) uit(ge)vallen. Het te behalen resultaat voor het MOB was in eerste instantie geformuleerd op een daling van het aantal uitkeringen met 50. In het definitieve besluit is deze daling van het bestand gewijzigd in een financiële besparingsopdracht van € 100.000 in 2020, € 200.000 in 2021, € 300.000 in 2022 en € 400.000 in 2023. Structurele inboeking van het resultaat is een onzekere factor en daardoor niet aan te raden. Budgetten vanuit het rijk worden lager.

Ontwikkelingen op mondiale schaal – zoals de Oekraïne oorlog - kunnen leiden tot een totaal andere economische situatie dan tot voor enkele weken het geval was. Het verdient de aanbeveling hierdoor terughoudend met eventuele additionele voordelen om te gaan. Als we kijken naar de (inzet van de) doelgroep bij het MOB leent dit zich niet voor structurele inboeking. De besparing(en) is (zijn) reeds ingeboekt door het verlagen van de beschikbare budgetten. In de afgelopen jaren is hierboven (zoals eerder ook aangegeven) extra budget overgebleven. Door de onzekerheden is de keuze uit het verleden het bedrag niet te verdubbelen, vooralsnog de juiste gebleken.

9.3.Begroting en budgetten Bij de vorming van het MOB is een gezamenlijke begroting opgesteld. Hierbij zijn budgetten van de afdeling samenleving als ook van de afdeling ruimte meegenomen en ingezet. Bij het voortetten van het MOB kunnen deze middelen ingezet worden 9.3a. Overzicht budgetten

Baten Werkbedrijf Reeds beschikbare middelen (uitgaven) Reeds begrote inkomsten Uitgaven conform plan

2020 € 1.164.500 € 1.423.141 € -238.650 € -2.416.221

2021 € 1.542.000 € 1.447.607 € -338.650 € -2.439.802

2022 € 1.547.000 € 1.449.273 € -438.650 € -2.438.468

2023 Algemene opmerkingen € 1.547.000 Meegenomen als positief € 1.450.947 Meegenomen als positief € -538.650 Meegenomen als negatief € -2.442.142 Meegenomen als negatief

Saldo werkbedrijf

€

€

€

€

-67.230

211.154

119.154

17.154

+ is Voordelig - is nadelig

Bij de vaststelling van het MOB is bovenstaand totaaloverzicht als uitgangspunt voor de financiën geweest. In de bijlagen A en B zijn de destijds opgevoerde kosten op detailniveau gegeven. Deze resultaten zijn als fictief saldo bij de begroting aanwezig geweest. De voorbije 2 jaar is er meer budget overgebleven ten aanzien van het werkbedrijf en de participatiewet. Voor de ontwikkelopdracht is het van belang om te weten dat er bij de vorming van het werkbedrijf drie budgetten zijn gecreëerd. Reden hiervan is dat kosten worden geboekt op de plek waar deze thuis horen. Tevens is een centraal budget gecreëerd dat afgeraamd/teruggegeven kan worden op het moment het MOB geen doorgang meer vindt. Dit laatste budget kan gebruikt worden om de voorstellen ten aanzien van huisvesting en personeel uit de businesscase te bekostigen, voor zover deze geen onderdeel zijn van de reguliere budgetten onder A en B. a.

b. c.

Budgetten buitendienst Bij deze budgetten is de inbesteding van het groen ondergebracht. Tevens zijn hiervoor extra kosten geraamd voor de mensen van de WSW en de daarbij uitbestede werkzaamheden en extra materialen. Budgetten re-integratie De budgetten van de re-integratie zijn deels in stand gebleven voor de begeleiden van mensen naar werk, zoals dit voorheen ook gebeurde. Budget werkbedrijf 25

Het budget werkbedrijf bevat de gezamenlijke onderdelen die samenhangen met het MOB. Indien het MOB zou stoppen, blijven de budgetten onder 1 en 2 in stand, maar kan het budget werkbedrijf ‘terugverdeeld’ worden. Op deze kostenplaats is ruimte gecreëerd voor de extra personele capaciteit, de opleidingskosten en eventuele inhuur vraagstukken. In totaal is op deze kostenplaats een budget beschikbaar van € 642.846 structureel. Voor de buitendienst is € 167.846 beschikbaar en € 475.000 is het beschikbare budget voor samenleving.

9.3b. Wat heeft het gekost? Samenleving Het MOB is in beginsel uitgegaan van een besparing van de kosten voor de re-integratie. Deze besparing op de uitkeringslasten uit de ontwikkelopgave, samen met de mogelijke inkomsten uit werken voor derden, zijn gebruikt voor de bekostiging van het MOB. Hierbij kan gedacht worden aan de extra begeleiding van mensen in de vorm van jobcoaching, het inrichten van een werkgever service punt en de kosten voor scholing. Tevens is door het bestuur besloten om vanaf 2020 een besparing direct in te rekenen van € 100.000 oplopend naar € 400.000 structureel in 2023. Deze is direct in mindering gebracht op de budgetten en derhalve reeds ingerekend. Ruimte Binnen de afdeling ruimte is uitgegaan van het inbesteden van de groenwerkzaamheden. Door de overgang van de WSW medewerkers naar de gemeente is hiervoor gekozen. In samenwerking met de buitendienst wordt voor een groot gedeelte het groenonderhoud voor de gemeente verzorgd. De middelen voor deze inbesteding zijn gebruikt voor o.a. de bekostiging van de WSW medewerkers, extra voertuigen, scholingskosten en extra medewerkers binnen de buitendienst. Financiële terugblik 2020 Het jaar 2020 is het eerste jaar geweest van het MOB. Binnen de budgetten van de afdeling ruimte en samenleving hebben zich geen overschrijdingen voorgedaan op posten die direct verband houden met het MOB.

Sterker nog, op de middelen die samenhangen met de uitkeringen en reintegratie is in 2020 een overschot van circa € 720.000 aanwezig geweest. Daarnaast is op het gezamenlijke budget van het MOB € 207.000 overgebleven. Dit heeft te maken met de vertraagde opstart in 2020 en het daarbij niet direct beschikbaar hebben van personeel en het achterblijven van studie en opleiding. Deze niet bestede middelen komen bovenop de eerder ingeboekte besparing van € 100.000. 2021 Ook dit jaar is geen overschrijding van de budgetten aanwezig. Op het onderdeel werkbedrijf resteert in 2021 een bedrag van € 66.000. Resumé Financieel gezien heeft het MOB voldaan aan de verwachtingen zoals deze vooraf waren. De voorgestelde besparing is direct bij het ingaan van het werkbedrijf in mindering gebracht op de budgetten. De resultaten die daarna zijn behaald op de budgetten van het MOB en participatie, zijn derhalve als extra positief resultaat. Hoewel vanuit financieel oogpunt nooit 100% te herleiden is of uitstroom toe te schrijven is aan een regulier traject of een traject vanuit het MOB, kan gesteld worden dat de extra geïnvesteerde middelen niet hebben geresulteerd in een negatief resultaat. De nu ingebrachte middelen kunnen worden gebruikt ter bekostiging van het plan c.q. de doorontwikkeling van het MOB, waarbij tevens gekeken moet worden naar de budgetten die de buitendienst nodig heeft.

Zie hiertoe ook hoofdstuk 12. Ontvlechting budgetten. De begroting waaruit het MOB gefinancierd wordt is vervlochten waardoor sprake is van een driedeling. Deze bestaat uit budgetten samenleving, budgetten ruimte en het gezamenlijke budget. Dit maakt het financiële overzicht diffuus. Om het overzicht per afdeling te bevorderen en iedereen verantwoordelijk te maken voor hetgeen hij/zij verantwoordelijk voor is, is het noodzakelijk om budgetten te ontvlechten en toe te voegen aan de reguliere exploitatieposten waar deze betrekking op hebben. Op die manier kan ieder afdelingshoofd een eigen inschatting maken over de inzet van de middelen, waar deze nu deels gezamenlijk zijn en derhalve overleg noodzakelijk is. Daarnaast geeft dit tevens de mogelijkheid om bijvoorbeeld formatie structureel te maken uit de structureel beschikbare middelen die op dit 26

moment tijdelijk worden ingezet. Daarmee voorkomen we dure inhuur en hebben continuïteit op de benodigde onderdelen binnen de organisatie. Dit thema is als aandachtspunt binnen de evaluatie benoemd en krijgt hiermee een oplossingsrichting. Door dit zo in te richten is (daarna als vervolgstap) het opstellen van een helder werkproces m.b.t. de facturering een stuk eenvoudiger.

27

10. Advies ten aanzien van het MOB als ‘participatiebedrijf’ Volgend op het besluit van het college op 23 april 2019 om het MOB te professionaliseren en te optimaliseren is de constatering dat de resultaten op maatschappelijk en financieel gebied het bestaansrecht van het MOB onderstrepen. Er kunnen – voor zover thans overzien kan worden - verdergaande professionaliseringslagen gemaakt worden en dat hoofdzakelijk op het terrein van personeel en gebouw. Dit vergt enige investeringen die verder worden toegelicht. Het eventueel ontmantelen van het MOB is op basis van de uitkomsten van de evaluatie en het beschrevene in deze nota in de Leudalse context dan ook niet aan te raden.

Geadviseerd wordt om het MOB structureel voort te zetten en de beschikbare structurele middelen overeenkomstig deze nota aan te wenden.

28

11. Huisvesting Locatie De locatie van het MOB aan het Roorveld 30 in Heythuysen was weliswaar een vooruitgang ten opzichte van het daarvoor gebruikte pand maar toch nog verre van ideaal. Het pand ligt min of meer ‘weggestopt’ op een industrieterrein, wat qua uitstraling niet het meest wenselijke en ideale is. Er is een ruimte voor diverse activiteiten (werkplaats, kantoren en leslokalen). Het bedrijfspand is in het recente verleden met minimale middelen, de inzet van de jobcoaches en mensen met een uitkering getransformeerd tot een plek om de noodzakelijke functionaliteiten en activiteiten onder te brengen. Het pand is niet meer geschikt om binnen de wettelijke eisen rond arbeidsomstandigheden te gebruiken zonder daarin substantiële aanpassingen te verrichten. Huisvesting: inrichting Het gebouw en de ruimtes aan het Roorveld worden essentieel anders gebruikt en zijn anders ingericht dan waarvoor ze oorspronkelijk voor ontworpen en gebouwd zijn. Van opslag naar een multifunctioneel gebouw voor ca. 25 personen. Het gebouw en de ruimtes zullen bij voortdurend gebruik daarvoor in overeenstemming gebracht moeten worden met de eisen die daar aan gesteld worden. De kosten hiervan bedragen ca. € 30.000,-. Huisvesting: potentie Kanttekening bij het voorgaande is dat de vraag reëel is of de locatie aan het Roorveld – ook met de nodige aanpassingen – toekomstbestendig is/blijft.

Door het succes van het MOB is het pand nogal aan de kleine kant geworden en biedt nagenoeg geen uitbreidingsmogelijkheden naar de toekomst toe. Met de wetenschap dat het huidige pand niet voldoet aan de maatstaven en feitelijk ook niet toekomstbestendig te achten is – denk hierbij aan uitbreidingsmogelijkheden - wordt ingegaan op hoe in de huisvesting van het MOB voorzien moet (blijven) worden en wat daarvoor nodig is.

11.1.

Scenario’s huisvesting

In deze paragraaf wordt verder ingegaan op 3 scenario’s voor de huisvesting. Voor het MOB is er in ieder geval huisvesting nodig voor leslokalen, kantoorruimte, spreekkamers, magazijnruimte en een ruimte voor werkplaatsachtige activiteiten. In de evaluatie zijn als aandachtspunten voor het ontwikkelplan op het terrein van huisvesting aangegeven: - de noodzakelijke aanpassingen in het huidige gebouw aan het adres Roorveld 30 in Heythuysen, indien en voor zover dit pand gebruikt blijft worden door of in samenwerking met het MOB en in samenhang hiermee - verhuizing naar en inrichting van het pand, gelegen aan het adres Graaf van Loonlaan 2a in Heythuysen bij het onderdeel ‘huisvesting’ en het besluit daarover bij het ontwikkelplan te betrekken. - een globale raming van de kosten in verband met het betrekken van het pand aan het adres Graaf van Loonlaan 2a Heythuysen op te stellen. Deze aandachtspunten zijn in dit hoofdstuk verwerkt. Scenario 1: het MOB blijft in het huidige pand dat wordt aangepast aan de Arbonormen en veiligheidseisen. Doordat het huidige gebouw niet aan de eisen voldoet kan en mag een substantieel gedeelte van de activiteiten niet binnen de huidige locatie uitgevoerd worden. Aanpassing aan de vereisten kost ca. € 30.000,-. Het huidige pand wordt – vooralsnog – gehuurd voor een periode van 3 jaar en wel van 1 april 2020 tot 1 april 2023.

Het betreft bedrijfs- en opslagruimte waarvoor een maandelijkse huurprijs van € 1.150,- per maand verschuldigd is. De ‘kale huur’ bedraagt € 950,-/maand oftewel € 11.400,-/jaar en het voorschot energie, water en elektra € 200,- per maand. Er is geen BTW verschuldigd. Activiteiten en trajecten kunnen niet in volle omvang (blijven) worden uitgevoerd. Hierdoor kan een niet onaanzienlijk gedeelte van het uitkeringsbestand van de gemeente Leudal niet op maat bediend worden voor wat re-integratie en participatie activiteiten betreft. Dat heeft wederom zijn 29

weerslag op de bijdrage aan de financiële besparingsopdracht (4 jaar oplopend van € 100.000,- tot € 400.000,-). Doordat mensen in een uitkeringssituatie niet - in trajectvorm – kunnen participeren naar (betaald) werk blijft de uitstroom uit de uitkering achter ten opzichte van een situatie waarin wel aan de eisen wordt voldaan. Met uitstroom wordt een besparing van gemiddeld € 14.000,- per uitkering gehaald. Investering + kosten huisvesting Soort lasten Periodiek: Huurlasten Roorveld tot 1/4/2023

Bedrag/maand € 950,-

Bedrag € 11.400,-/jaar

Periodiek: Voorschot energie, water, elektra Incidenteel: Aanpassingen

€ 200,-

€ 2400,-/jaar € 30.000,-/incidenteel

Scenario 2: Het MOB verhuist naar een (tijdelijke) locatie aan het adres Graaf van Loonlaan 2a In Heythuysen In het pand de ‘Nootzaak’ aan het adres Graaf van Loonlaan 2a in Heythuysen is sprake van leegstand en daar wordt tot ultimo februari 2022 vanuit leegstandsbeheer gewoond. Dit pand biedt mogelijkheden als centrale locatie daar waar het gaat om activiteiten als bijvoorbeeld inburgeringsactiviteiten en de daarbij benodigde (taal)lessen, fietsvaardigheden, herstelwerkzaamheden materiaal etc. Dit scenario houdt voor het pand aan de locatie Roorveld 30 in dat dit nagenoeg niet meer actief door het MOB gebruikt gaat worden. Dit betekent dat we het betreffende pand niet hoeven aan te passen aan de vereisten en dat we vanuit dit pand geen verdere activiteiten ontwikkelen. Wel zullen tot april 2023 de huurpenningen verschuldigd blijven. Als wordt uitgegaan van het principe om zoveel mogelijk activiteiten te concentreren c.q. onder een dak te brengen heeft verhuizing naar dit pand zeker voordelen ten opzichte van de huidige locatie. Daarnaast is het mogelijk om activiteiten of projecten door derden die heel goed passen bij het MOB als maatschappelijke speler, onder te brengen in het betreffende gebouw. Op 24 november jl. heeft het MT het voorstel ‘Aanpassingen locaties Buitendienst-MOB, inclusief RI&E’ behandeld. Hierin zijn de huisvestingscenario’s betreffende het MOB geschetst.

In december 2021 zijn de eerste verkenningen opgestart naar wat de verhuizing en opstart vergen aan eisen en daaraan gelieerde kosten. De kosten zijn inmiddels via een raming inzichtelijk gemaakt. Een verhuizing naar dit pand is geen definitieve oplossing die eeuwigheidswaarde heeft. Risico is dat dan ook dat dit – voor nu - geen structurele optie is. Indien en voor zover er een andere huisvestingsnoodzaak komt moeten de middelen die daarvoor benodigd zijn dan opnieuw beoordeeld worden en dus ook beschikbaar zijn. Voor de korte termijn is dit pand een goede oplossing om de activiteiten uit te breiden en samenwerking te zoeken met het repair café. Als uitvloeisel hiervan zou dus het MOB dan niet c.q. niet meer qua werkzaamheden in het Roorveld blijven. Voordeel hiervan voor het MOB is dat we op deze manier anderhalf jaar de tijd hebben om een toekomstbestendige locatie te realiseren. In overleg en afstemming met het afdelingshoofd en de wethouder Sociaal Domein is ultimo 2021 feitelijk gestart met het voorbereiden van de activiteiten en maatregelen die nodig zijn om te kunnen verhuizen naar de locatie aan het adres Graaf van Loonlaan 2a én heeft de verhuizing naar het nieuwe pand plaatsgevonden in maart jongstleden. Voortzetting/borging en uitbreiding van de participatie- en re-integratie activiteiten van en vanuit het MOB vormen hierin speerpunt.

Ook de gemakkelijkere verbinding met en nabijheid van de klantregisseurs spreken voor deze locatie. De verhuizing maakt overigens niet dat er sprake is van een onomkeerbare situatie. Indien besloten wordt het MOB geen gebruik te laten maken van het pand aan de Graaf van Loonlaan en aldus deze locatie niet als vestiging van het MOB te laten fungeren is herstel van de oude situatie eenvoudig mogelijk te maken.

30

Investering + kosten huisvesting a. Kosten verhuizing en aanpassingen Er is een voorafgaande aan de verhuizing een schouw gedaan aan het pand aan het adres Graaf van Loonlaan 2a in Heythuysen en een inventarisatie en kostenraming gemaakt van de noodzakelijke aanpassingen van het pand (gebruikerseisen, veiligheid- en Arbonormen). Het betrof een eerste raming. Nu de verhuizing heeft plaatsgevonden kunnen de finale kosten inzichtelijk gemaakt (gaan) worden zodra de nota’s zijn ontvangen. De kosten van aanpassing en verhuizing zullen in de vorm van een begroting/afrekening aan het MT aangeboden worden. Op basis van het onderzoek door Crutzen Consultancy is gebleken dat er enige omissies zijn ten opzichte van de elektra installatie, calamiteiten voorzieningen en ventilatie- en temperatuurregeling. Onderstaand overzicht is deels gebaseerd op stelposten en deels op factuurbasis. Nog niet alle facturen zijn inzichtelijk en verwerkt. De totale kosten werden op basis van de schouw geraamd op € 7000,00 excl. de doorlopende huurlasten aan het Roorveld en € 18.400,00 inclusief de huurlasten aan het Roorveld. Huidige inschatting – nu de verhuizing heeft plaatsgevonden - is dat de finale kosten binnen de grenzen van deze raming blijven. Bij de eerste raming was een post onvoorzien opgenomen van € 2000,00. Deze is tot nu toe niet benut.

De huidige stand van zaken is in onderstaand schema verwerkt. Hierbij is de post ventilatie etc. nog niet inzichtelijk. De totale kosten bedragen cf. het huidige inzicht € 3.052,12 excl. de doorlopende huurlasten aan het Roorveld en € 14.452,12 inclusief de huurlasten aan het Roorveld. Begroting kosten, verhuizing en inrichting (incidenteel) Verhuizing € 100 Transportkosten Ventilatie/CV € 1000 stelpost Uitgevoerd door Lukonair en Gijbels en ketel/veiligheid Linssen (via vastgoed). Kosten nog niet inzichtelijk. Materialen/vluchtplan € 399,59 Afhankelijk van noodzaak (ism Arbo/RIE) Inrichting €0 Iom Arbo/RIE (in principe alles voldoende op voorraad) Internet € 1152,53 Abonnement/aanleg LAN kabels Poetsmateriaal € 250 Overname huidige € 150 Vloerbedekking, lamellen, rolgordijnen bewoner Huurlasten ex € 11.400,- periode € 950,- periode 04/2022 -04/2023 energielasten/water 04/2022-04/2023 Roorveld tot 1/4/2023 Onvoorzien

b.

€ 0 (tot op heden) € 3.052,12 excl. (14.452,12 incl.)

Potentiële gebouwelijke-/huisvestingskosten

Soort lasten Huurlasten Verzekering(en)

€ 30.000 per jaar

Alarmering Gas, water, energie Diversen Alhoewel op dit moment geen huurlasten verschuldigd zijn, zijn de huisvestingskosten van een bedrag voorzien. Ontwikkelingen in de toekomst kunnen ertoe leiden dat de betreffende kosten wel opportuun gaan worden, bijvoorbeeld bij een verhuizing naar een andere locatie. De betreffende kosten kunnen eveneens binnen het budget voldaan worden. Scenario 3: Er wordt gewerkt met functioneel gebruik van diverse locaties in Leudal 31

Dit is het 3e scenario dat is onderzocht: in beginsel zou gesteld kunnen worden dat het niet per se noodzakelijk is om alles onder één dak te hebben als het gaat om de uitvoering van participatie- en re-integratie taken. Om de context van dit scenario te verduidelijken wordt hier een opsomming op hoofdlijnen gegeven van de activiteiten die binnen het MOB worden uitgevoerd.         

Groepsactivering middels “stopwerk”. Dit is licht productiewerk dat binnengehaald wordt vanuit bedrijven in Leudal. Opstart locatie participatie groep richting werkzaamheden/ werkervaringsplek. Taallessen, mede vanuit een extra vaktaalklas. Uitvoering van de MAP in het kader van de Wet inburgering. De MAP beoogt inburgeringsplichtigen kennis laten maken met en voor te bereiden op deelname aan de Nederlandse arbeidsmarkt. Workshops, eventueel in samenwerking met ketenpartners. Fietslessen (theorie klassikaal). Begeleidingsafspraken. Laagdrempelige inloop voor burgers, ketenpartners, arbeidsbemiddeling. Uitvoering activiteiten i.s.m. ketenpartners bij biebcenter, synthese, maatschappelijk werk.

Voorgaande activiteiten dienen onder toezicht plaats te vinden om de voortgang te bewaken. Groepsdynamiek dient gemonitord te worden. Ook of mensen zich houden aan de regels. Voor de begeleiding van de doelgroep is het in het algemeen belangrijk dat er snel geschakeld kan worden tussen activering, scholing en coaching. Wordt op diverse locaties gewerkt, zou een forse vertraging kunnen optreden in de begeleiding en aanpak. Overleg tussen jobcoaches en deelnemers is vaker ad hoc, is alleen mogelijk in elkaars nabijheid en is zeker niet altijd op afspraak in te plannen. Bij het onderdeel inburgering is het essentieel dat inburgeraar, coach en docent op één locatie vertoeven. Dit om de leerling zo snel mogelijk te begeleiden naar school of werk. De doelstelling van de nieuwe Wet inburgering word daarmee verwezenlijkt. Ook hiervoor is het niet bevorderlijk om alleen op afspraak en/of op verschillende locaties te werken. Zeker voor deze doelgroep is een centrale plek, een centrale locatie waar alles onder één dak zit, noodzakelijk. Het bevordert de doelstelling van uitstroom en sociaal welbevinden. Investering + kosten huisvesting Niet nader onderzocht of in kaart gebracht. Deze variant, indien besloten zou worden dit scenario preferent te laten zijn, vergt nader onderzoek naar potentiële locaties en kosten.

11.2.

Advies scenario’s

Bovenstaande scenario’s leveren het inzicht op dat scenario 2 - in de brede afweging - het meest voor de hand liggende scenario is om het MOB vooralsnog van huisvesting te voorzien. Zoals hiervoor aangegeven, heeft verhuizing inmiddels plaatsgevonden. Verder in deze paragraaf worden de overwegingen aangegeven waarom tot dit advies is gekomen en verhuizing inmiddels heeft plaatsgevonden. Overwegingen De omstandigheden maken dat nu zeker ook gekeken dient te worden naar de ontwikkelrichting van het MOB. Het MOB heeft vanaf 1 januari 2022 naast alle participatie- en re-integratie activiteiten een rol en taken te vervullen bij de inburgering van statushouders. Daarnaast staat een samenwerking met het repair café in de steigers waarbij de voorkeur uitgaat naar het onder een dak brengen van de activiteiten. Geconstateerd moet worden dat de huidige accommodatie hiervoor niet geëigend is. De beoogde locatie cf. scenario 2 heeft een goede ligging, is goed bereikbaar met het openbaar vervoer en past bij de ambities van het MOB. Er is een ruimte voor diverse activiteiten (werkplaats, kantoren en leslokalen). De verhuis-, inrichtings- en aanpassingskosten zijn relatief minimaal. Daarbij is de keuze voor deze locatie of -vestiging van waaruit het MOB verdere activiteiten kan ontplooien én ontwikkelen eentje met het oog op de toekomst gericht. De nieuwe hoofdlocatie

32

voldoet aan de voorwaarden van weinig tot geen huisvestingskosten, met minimale aanpassingen geschikt te maken voor de gegeven ontwikkelingen en (vrijwel) direct beschikbaar. Ook activiteiten zoals de vrijwilligerscoördinatie voor de huisvesting van Oekraïense vluchtelingen is hier mogelijk evenals gesprekken rond schuldhulpverlening etc.. De huisvestingsopties van het handhaven en aanpassen van het huidige pand (scenario 1) en het functioneel gebruiken van diverse locaties (scenario 3) hebben minder voordelen en in ieder geval meer nadelen – respectievelijk geen uitbreidingsmogelijkheden, hogere kosten en niet doelmatig dan de hiervoor geschetste optie onder 2. Hierbij speelt dan wel dat het huidige huurcontract voor het pand Roorveld 30 tot april 2023 blijft doorlopen – dat is overigens in alle drie de scenario’s zo en dat gedurende deze periode in ieder geval door de gemeente huurpenningen verschuldigd zijn. De activiteiten kunnen voorts in het geadviseerde scenario geleidelijk aan uitgebreid of opgeschaald worden.

11.3.

Het repair café en de pop up store: aanhechting bij MOB?

Korte doorkijk ontwikkelingen. Onlangs heeft het repair café in Leudal (Heythuysen) zijn intrek genomen in het betreffende pand aan de Graaf van Loonlaan 2a. Het idee is van de serviceclub Rotary Leudal die drie jaar garant zal staan voor de exploitatiekosten. Mensen kunnen straks elke tweede zaterdag van de maand van 10.00 tot 13.00 uur terecht om kapotte spullen te laten repareren. Deze tijdstippen zijn derhalve goed te combineren of aan te vullen op de tijden dat het MOB open is. Repair Cafés zijn gratis toegankelijke bijeenkomsten die draaien om (samen) repareren. Op de locatie waar het Repair Café wordt gehouden, is gereedschap en materiaal aanwezig om alle mogelijke reparaties uit te voeren. Op kleding, meubels, elektrische apparaten, fietsen, speelgoed etc. Ook zijn deskundige vrijwilligers aanwezig, met reparatiekennis en – vaardigheden op allerlei terreinen. Bezoekers nemen van thuis kapotte spullen mee. In het Repair Café gaan ze samen met de deskundigen aan de slag en zo valt er altijd wat te leren. Degene die niets heeft om te repareren, neemt een kop koffie of thee of gaat helpen bij een reparatie van iemand anders. Men kan ook inspiratie opdoen aan de leestafel, waar boeken over repareren en klussen ter inzage liggen.

Een initiatief dat heel goed past bij de identiteit die het MOB wil uitstralen en waarop een verdergaande samenwerking bezien zal gaan worden Hier zullen een aantal vrijwilligers vanuit het MOB aan gaan deelnemen. Laagdrempelig en de interactie tussen de gasten en de mensen van het café is een belangrijk element van de manier waarop het Repair Café wil werken. Ontmoeting en reparaties gaan hand in hand. Daarbij kan het mensen met een minimum inkomen helpen langer gebruik te kunnen maken van apparatuur, het heeft de mogelijkheid om bij te dragen aan integratie en werktoeleiding. Daarnaast ligt de vraag vanuit het duurzaamheidsproject/pop-up store Leudal om eveneens de locatie te mogen gebruiken. Vraag is of dit samengebracht kan worden met en aangehecht kan worden bij het MOB. Deze mogelijkheid is nog in onderzoek waarbij de eerste voorzichtig positieve geluiden reeds merkbaar zijn. Een samenwerking tussen de gemeente Leudal, energiecoöperatie Leudal Energie en de Rabobank vormt de basis voor de Duurzaam Leudal Pop-Up store. Hier kan men terecht voor informatie over energiebesparing, alternatieve warmtebronnen, een vrijblijvend en onafhankelijk financieel advies en de mogelijkheid tot het aanvragen van een gratis energiecheck. Hiervoor heeft Leudal Energie speciaal opgeleide energiecoaches in dienst. In dit kader is het goed – nu ter info - om nog het navolgende te vermelden.

Voor het opzetten van circulaire ambachtscentra zijn subsidiemogelijkheden. Indien en voor zover deze twee initiatieven in de locatie een plek kunnen krijgen is het (wellicht) mogelijk om een subsidie aan te vragen. Een circulair ambachtscentrum is erop gericht om duurzaamheid en werkgelegenheid met elkaar te verbinden, bijvoorbeeld door een kringloopwinkel, een reparatiewerkplaats, een milieustraat en onderwijs samen te brengen. Op die manier wordt hergebruik van materialen samengebracht met werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. 33

12. Overige aandachtspunten Naast de hiervoor geschetste onderwerpen en beslispunten is het goed twee afzonderlijke aandachtspunten vanuit de evaluatie nog afzonderlijk te benoemen. Uit de evaluatie is naar voren gekomen dat er veel informatiestromen uit afzonderlijke bronnen te ontsluiten zijn. Daarbij is de vraag of deze informatie op een goede wijze op elkaar aansluit. Uit de praktijk blijkt al dat sommige informatie niet uit onze applicaties te halen is. Op dit vlak dient een professionaliseringsslag plaats te vinden. Betreffende informatie is onder andere nodig om zicht te krijgen op de ontwikkelingen (mutaties participatiegraad, inzet instrumenten, overige inzet etc.) en daarop passende acties inclusief (bestuurlijke) besluitvorming. Om ontwikkelingen, trends en juiste cijfers goed inzichtelijk te krijgen is het noodzakelijk om bestaande applicaties zo in te richten dat ook met betrekking tot het MOB bestand voorzien kan worden in de behoefte aan managementinformatie, stu(u)r(ings)gegevens en monitoring in progressie participatie/re-integratie. De huidige applicaties binnen de afdeling Samenleving kunnen hiervoor een substantiële basis leggen. Primair dient dan wel concreet gemaakt te worden waar de feitelijke behoefte aan management-/sturings-/operationele informatie ligt. Dit vergt een brede actie die in de 2e helft van 2022 van start gaat.

Hoewel het MOB richting de eigen gemeentelijke organisatie (buiten de interne partners) en bestaande netwerkpartners meer bekendheid krijgt kunnen ‘public relations’ en ‘marketing’ in brede zin beter benut worden. Te denken valt hierbij aan het gebruik van middelen als lokale bladen, gemeentelijke website en social media en het verder ontginnen van ons netwerk. Met team Advies – communicatie - zullen wij verder optrekken daar waar het gaat om het zowel intern als extern beter profileren en het uitdragen van behaalde successen.

34

13. Relatie met de Buitendienst Samenwerking Buitendienst - MOB Sinds 1 januari 2020 is de WSW/PW doelgroep volledig geïntegreerd binnen de buitendienst. Dit houdt in dat in tegenstelling tot de jaren ervoor, de aansturing van de WSW volledig onder de verantwoordelijkheid valt van de gemeente. Deze rol is belegd bij directe collega’s van de buitendienst. Om de overgang en begeleiding zo goed mogelijk in te regelen is een coach in dienst genomen. Deze coach komt van Westrom en begeleidt WSW / PW medewerkers op het algemene vlak en geeft (on)gevraagd advies aan de begeleiders / voormannen. De buitendienst is sinds afgelopen jaar verdeeld in 3 rayons. In elk rayon is een begeleider / voorman die het werk verdeelt over de ploegen. Daarnaast is hij verantwoordelijk voor een goede begeleiding van de WSW en PW medewerkers. Heden Op dit moment heeft de buitendienst 28 medewerkers op detacheringsbasis vanuit de WSW (21 en PW (7). Er is geen instroom meer in de WSW doelgroep. Doordat deze groep traditionele WSW verdwijnt zal de organisatie bij het vervangen van deze medewerkers moeten kijken naar andere mogelijkheden. Op dit moment wordt vaak een oplossing gevonden in de samenwerking met het MOB en zetten we medewerkers in vanuit de participatiewet (PW).

Dit is een goede constructie omdat het MOB behoefte heeft aan werkplekken waar medewerkers werkervaring op kunnen doen en begeleiding krijgen. De buitendienst kan deze mensen inzetten voor diverse reguliere taken. Het nadeel hiervan is dat de contracten van PW-ers twee keer zo duur zijn ten opzichte van de contracten van de WSW-ers. Daarnaast concluderen we dat het vaardigheidsniveau van de WSWers vaak hoger is dan dat van PW-ers. Dit komt mede doordat de WSW-ers al jaren deze werkzaamheden verrichten. Tot slot blijken mensen vanuit de PW minder “werk-fit” te zijn waardoor er een extra risico op uitval is. Op het moment dat er een PW-er wordt ingezet via het MOB neemt de buitendienst de begeleiding van deze medewerker op zich. Het doel is dat de medewerkers door de werkervaring die ze opdoen binnen de buitendienst, meer kans hebben op het vinden van een structurele baan binnen andere organisaties. Toekomst/gewenst Vanaf 2022 wil de buitendienst op een meer volwassen manier haar taak oppakken. Hiervoor zijn heldere opdrachten een eerste vereiste. De buitendienst kan dan de opdrachten inplannen en uitvoeren doordat er middels een heldere structuur wordt werkt. Daar waar in het proces knelpunten zijn is het aan de buitendienst om deze op te lossen. De buitendienst kan niet alleen meer(soortig) werk verzetten maar ook een grotere waarde leveren.

Deze extra waarde zit in het begeleiden van WSW en van het werkfit maken van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Hiervoor hebben we begeleidingscapaciteit nodig die tot 8 personen kan begeleiden in samenwerking met het MOB. De buitendienst kan een grotere rol spelen in het activeren van mensen via de participatiewet maar ook andere doelgroepen (o.a. statushouders). Hiermee kan de gemeente mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt beter ondersteunen in de richting van een vaste baan. Als gevolg van een krimpende arbeidsmarkt zal er in de toekomst schaarste zijn aan vakmensen. Bij het op peil houden van de huidige uitvoeringscapaciteit spelen de volgende factoren een rol: • Vergrijzing binnen de buitendienst • Krapte op arbeidsmarkt met name in de hoveniersector • Aflopende WSW constructie • Beschikbaarheid van PW-ers Om hier goed op in te kunnen spelen zal de buitendienst in staat moeten zijn om flexibel een grote hoeveelheid laaggeschoold werk te verzetten (schoffelen, opruimwerk). Dit vraagt, in verband met de openbare werkomgeving, kwaliteit en veiligheid en de beperkingen van de WSW / PW groep, een goede aansturing van de voormannen en andere medewerkers. Voorstel en overwegingen Om de resultaten en output van het werkniveau te kunnen continueren/verbeteren zijn een aantal dingen nodig. Zeker gelet op bovenstaande ontwikkelingen die op ons af komen. 35

1. Doordat de WSW geen instroom meer kent en de organisatie te maken heeft met verloop uit deze doelgroep (bijvoorbeeld door pensionering of uitstroom wegens een baan in een andere gemeente) en de PW contracten vaak twee keer zo duur zijn, kan er op termijn een voorstel aan het MT worden voorgelegd om deze gelden in te zetten als structurele formatieplaatsen. Op dit moment is dit echter nog niet aan de orde, want er is sprake van een restant budget van € 167.846, welke we willen inzetten in de formatie. Dit zou neerkomen op 2 fte schaal 5 medewerker buitendienst en 1 fte schaal 7 voor de functie van coach. Voorlopig zou de omkatting naar 3 vaste FTE voldoende moeten zijn. De inzet van de coach wordt met name gericht op de begeleiding van de doelgroep, de 2 medewerkers buitendienst zullen gaan samenwerken met de doelgroep. Als wij in staat zijn om meer begeleiding te kunnen bieden voor o.a. het MOB vergroot dit de flexibiliteit van de buitendienst om in te kunnen spelen op vraag en aanbod, tevens kan de buitendienst dan wellicht ook andere doelgroepen gaan begeleiden, denk hierbij aan bijvoorbeeld statushouders, beschutwerk, scholieren etc. Hierdoor kan de organisatie blijven voldoen aan de wettelijke taak met betrekking tot de quotumwet. 2. Een andere verbeterslag die gemaakt kan worden is dat op dit moment veel werkzaamheden worden uitbesteed aan aannemers.

Door het uitbesteden hebben we minder diversiteit in ons werk. Als we kijken naar de krappe arbeidsmarkt, kan het aantrekkelijk zijn voor potentiele nieuwe medewerkers maar ook voor huidig personeel als we het takenpakket diverser kunnen maken. Uiteindelijk zal deze extra inspanning en de samenwerking van het MOB en de buitendienst een mooie bijdrage leveren aan een inclusieve samenleving en bijdragen aan de maatschappelijke doelen van de organisatie.

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=f9a1019f-6d4c-4697-b67a-e65159de7ada