Omgevingsvergunning (concept)
Tekst van het document
OMGEVINGSVERGUNNING Beschikking van burgemeester en wethouders van Leudal op de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk (bouw opslagloods). Naam aanvrager:
Maatschap Adams T.a.v. de heer R. Adams
Adres aanvrager:
Weverstraat 17 6013 RA Hunsel
Ontvangen op:
10 oktober 2019
Adres activiteit(en): Kadastrale gemeente:
Weverstraat 17 in Hunsel
Registratienummer OLO:
4697569
Dossiernummer:
WABO-2019-319
Beschikking Wij besluiten de gevraagde omgevingsvergunning onder de genoemde voorschriften te verlenen. Hierbij hebben wij de overwegingen gemaakt zoals opgesomd in de bijlage ‘overwegingen’. De door ons bijgevoegde en gewaarmerkte documenten maken deel uit van deze omgevingsvergunning. Dit besluit nemen wij op basis van de paragrafen 2.1, 2.3 en 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Activiteit(en): Deze omgevingsvergunning betreft de activiteit(en): het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1.1.a Wabo); het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (artikel 2.1.1.c Wabo); het oprichten/veranderen/in werking hebben van een inrichting (artikel 2.1.1.e Wabo); Procedure De omgevingsvergunning is met de uitgebreide procedure voorbereid zoals omschreven in paragraaf 3.3 van de Wabo. Ondertekening De bevoegdheid tot het nemen van dit besluit is geregeld in het Mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Leudal, vastgesteld bij besluit van 13 maart 2018. Heythuysen, 11 mei 2021 Hoogachtend,
BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL, De gemeentesecretaris, De burgemeester,
mr. drs. J.J.Th.L. Geraedts
D.H. Schmalschläger
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
2 van 24
Bijlagen: procedureel; overwegingen; voorschriften; zienswijzen en standpunten; informatie over beroep.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
3 van 24
Bijlage: PROCEDUREEL Bevoegd gezag Wij zijn het bevoegd gezag om de omgevingsvergunning te verlenen. Dit maken wij op uit bovenstaande projectbeschrijving en uit het bepaalde in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Ontvankelijkheid Er zijn regels die beschrijven op welke manier en met welke bijlagen u een aanvraag om omgevingsvergunning moet indienen zodat deze volledig is (artikel 2.8 van de Wabo). Uw aanvraag voldoet aan de indieningsvereisten en is daarom in behandeling genomen. Zienswijzen Vanaf 15 oktober 2020 tot en met woensdag 25 november 2020 heeft het ontwerpbesluit van deze vergunning ter inzage gelegen en is eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen naar voren te brengen. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt. Activiteitenbesluit In het Activiteitenbesluit zijn voor verschillende activiteiten die binnen inrichtingen plaats kunnen vinden algemene voorschriften opgenomen. Met het Activiteitenbesluit wordt de vergunningplicht vanwege het onderdeel milieu voor de meeste inrichtingen opgeheven. Alleen inrichtingen waartoe een IPPC-installatie (Integrated Pollution Prevention and Control) behoort en inrichtingen die zijn aangewezen als vergunningsplichtig in bijlage I van het Besluit omgevingsrecht (Bor) blijven vergunningsplichtig op grond van de Wabo. Deze inrichtingen worden aangemerkt als type C-inrichtingen.
De vergunningaanvraag heeft betrekking op een inrichting waartoe een IPPC- installatie behoort. De inrichting wordt dan ook aangemerkt als een type C inrichting. De inrichting is daarmee vergunningsplichtig met dien verstande dat een aantal voorschriften uit het Activiteitenbesluit rechtstreeks, dus zonder dat deze in deze vergunning expliciet zijn opgenomen, mogelijk van toepassing zijn. Voor zover dit het geval is, is dit elders in deze beschikking (onder § 3.3 bij overwegingen milieu) aangegeven. Op grond van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit dient de wijziging van de inrichting te worden gemeld. De informatie uit de aanvraag hebben wij aangemerkt als de melding. Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) Hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) behandelt het milieueffectrapport (MER). De Wm maakt onderscheid tussen activiteiten waarbij het opstellen van een MER verplicht is (m.e.r.plicht) en activiteiten waarbij het bevoegd gezag moet beoordelen of een MER nodig is (m.e.r.beoordelingsplicht). Het gaat bij veehouderijen volgens het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) dan om activiteiten in de vorm van het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. In de bijlage bij het Besluit m.e.r.
ligt in de vorm van een drempelwaarde per diercategorie vast wanneer voor een initiatief de m.e.r.-plicht (onderdeel C van de bijlage) of de m.e.r.-beoordelingsplicht (onderdeel D van de bijlage) geldt. De gevraagde verandering heeft geen betrekking op het houden van dieren, maar het produceren van voer voor de eigen onderneming. Deze activiteit wordt niet genoemd in het Besluit m.e.r.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
4 van 24
Wet natuurbescherming (Wnb) Wij hebben uw aanvraag of verzoek beoordeeld op de uitstoot van stikstofdepositie en de eventuele effecten op de omliggende Natura 2000-gebieden. Uit de door u ingediende gegevens blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie (0) op deze gebieden. Dit houdt in dat voor het aspect natuur geen verklaring van geen bedenkingen nodig is en de omgevingsvergunning kan worden verleend. Wij wijzen u er op dat u zelf verantwoordelijk bent voor de juistheid en betrouwbaarheid van de verstrekte gegevens. Verklaring van geen bedenkingen Op grond van artikel 2.27 Wabo wijst het Bor of een bijzondere wet categorieën van gevallen aan waarvoor geldt, dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend, dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard, dat het daartegen geen bedenkingen heeft. In dit kader hebben wij 1 september 2021 een exemplaar van de aanvraag toegezonden aan de Raad van de gemeente Leudal met het verzoek om binnen 2 weken te reageren. Van de Raad hebben wij naar aanleiding van dit verzoek géén reactie ontvangen.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
5 van 24
Bijlage: OVERWEGINGEN De overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen leest u hieronder. Het bouwen van een bouwwerk (artikel 2.1.1.a Wabo): Welstand De commissie ruimtelijke kwaliteit heeft op 30 april 2020 een positief advies uitgebracht over het plan. Het plan voldoet aan de criteria van de welstandsnota Leudal en voldoet hiermee aan redelijke eisen van welstand. Wij nemen het advies van de commissie over. Met dit advies wordt niet voldaan aan de criteria van de welstandsnota Leudal. Wij nemen het advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit over. Bouwbesluit en Bouwverordening Met uw aanvraag is voldoende aannemelijk gemaakt dat het plan voldoet aan het Bouwbesluit 2012 en aan de gemeentelijke Bouwverordening. Archeologie U heeft een archeologisch onderzoek aangeleverd. Wij hebben het onderzoeksrapport beoordeeld. Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Wij willen u wel wijzen op de wettelijke vondstmeldingsplicht conform artikel 53, Monumentenwet 1988, zoals wij dit in de bijlage ‘voorschriften’ van deze vergunning hebben opgenomen.
Bodemverontreiniging Voor het bouwen van een bouwwerk is volgens artikel 8, lid 3 van de Woningwet geen onderzoek naar de verontreiniging van de bodem vereist omdat: er geen sprake is van een bouwwerk waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven; In beginsel moet u voor deze bouwaanvraag een onderzoek verrichten naar de verontreiniging van de bodem. Er is echter een recent bruikbaar bodemonderzoek beschikbaar. Uit dit bodemonderzoek blijkt niet dat er op het perceel sprake kan zijn van ernstige bodemverontreiniging die de uitvoering van de bouwactiviteit verhindert. Archeologie U heeft een archeologisch onderzoek aangeleverd. Wij hebben het onderzoeksrapport beoordeeld. Op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek is geen vervolgonderzoek noodzakelijk. Wij willen u nog wel wijzen op de wettelijke vondstmeldingsplicht conform artikel 53, Monumentenwet 1988, zoals wij dit in de bijlage ‘voorschriften’ van deze vergunning hebben opgenomen. Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (artikel 2.1.1.c Wabo): Bestemmingsplan Het plan is gesitueerd in het bestemmingsplan BP reparatie & veegplan Buitengebied Leudal 2016. Het perceel heeft de bestemming Agrarisch, dubbelbestemming Waarde archeologie - 5, functieaanduiding IV & landschappelijke inpassing.
Het plan is in strijd met artikel(en) Indien voerproductie buiten de functieaanduiding IV wordt gerealiseerd, ontstaat strijd met artikel 3.1.1 onder c.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
6 van 24
Afwijking ex artikel 2.12, lid 1a, 3° Wabo (uitgebreide buitenplanse afwijkingsbesluit) Artikel 2.12, lid 1a, sub 3 van de Wabo geeft ons de mogelijkheid van het bestemmingsplan af te wijken indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Voor deze aanvraag is een goede ruimtelijke onderbouwing aangeleverd. Deze is geregistreerd onder IDN: NL.IMRO1640.OV20HuWeverstr17ea-VA01, welke tevens als bijlage bij dit besluit is gevoegd en geacht wordt onderdeel uit te maken dit besluit. Hiermee kunnen wij met toepassing van artikel 2.12, lid 1, 3° van de Wabo voor uw activiteit afwijken van het bestemmingsplan. Het veranderen van een inrichting (artikel 2.1.1.e Wabo): Algemeen De aanvraag heeft betrekking op het veranderen van de werking van een inrichting als bedoeld in artikel 2.1, lid 1 aanhef en onder e, lid 1 van de Wabo. De Wabo legt in artikel 2.14 het milieuhygiënische toetsingskader van de aanvraag vast. Een toetsing aan deze aspecten heeft plaatsgevonden Wij beperken ons in het navolgende tot die onderdelen van het toetsingskader die ook daadwerkelijk op onze beslissing van invloed zijn. Huidige vergunningssituatie Ten behoeve van deze inrichting is op 3 december 2013 een revisie omgevingsvergunning verleend voor een pluimveehouderij.
Verder is de volgende vergunning verleend: - WABO-2018-3, veranderingsvergunning, d.d. 21 november 2018. Aangevraagde situatie De aangevraagde verandering heeft betrekking op de productie van eigen voer. Maatschap Adams maakt momenteel binnen de inrichting van Weverstraat 17 in Hunsel voer voor deze locatie. De initiatiefnemer kan op deze manier de voersamenstelling optimaliseren en afstemmen op de eigen kippen. Gelet op de positieve resultaten willen zij deze voerproductie vergroten/uitbreiden. Dit betekend dat binnen de inrichting van Weverstraat 17 in Hunsel ook voer gaat produceren voor twee andere bedrijven van Maatschap Adams, zijnde Venderstraat 5 in Haler en Kapittelstraat 1-3 in Ell. Locatie
Aantal kippen
Kg
Aantal
voer/kip/dag
dagen/jr.
Ton voer/jr.
Weverstraat 17
169.520
0,125
365
7.734,35
Venderstraat 5
164.100
0,125
365
7.487,0625
Kapittelstraat 1-3
159.000
0,125
365
7.254,375
Totaal
492.620
22.475,79
Het voer voor de legkippen bestaat uit mais, granen en schroten van koolzaad en zonnebloemzaad. Hieraan worden enkele bestanddelen toegevoegd, zoals een vitamine- en mineralenkern, hoogwaardige oliën en vetten en kalksteentjes. Op voer te kunnen produceren moeten op de op locatie producten tijdelijk worden opgeslagen. De huidige opslagcapaciteit is niet voldoende. De nieuw te bouwen loods moet de opslagbuffer van grondstoffen vergroten.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
7 van 24
Naast de toevoeging van een loods wordt de huidige installatie voor de productie van voer niet aangepast. Het productieproces dat bestaat uit het op maat maken van de grondstoffen door breken of pletten en vervolgens mengen in de juist verhoudingen blijft gelijk aan de vergunde situatie. De installatie wordt wel intensiever gebruikt in de beoogde situatie. Het voer voor de andere locaties wordt gelost in de vrachtauto die in een overdekte ruimte staat opgesteld. Het hele proces van voer maken is een gesloten proces. Activiteitenbesluit Binnen de inrichting vindt een aantal activiteiten plaats waarvoor het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling direct werkende regels stelt. Het gaat hier, in hoofdzaak, om de onderstaande activiteiten, welke in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit zijn opgenomen. -
Opslaan en overslaan van goederen (§ 3.4.3 met de bijbehorende ministeriële regeling); Opslaan van agrarische bedrijfsstoffen (§ 3.4.5 met de bijbehorende ministeriële regeling).
Wij merken op dat deze activiteiten moeten plaatsvinden overeenkomstig de voorschriften uit het Activiteitenbesluit en de daarop gebaseerde ministeriële regeling. Vanwege de rechtstreekse werking van dit besluit en de bijbehorende ministeriële regeling kunnen in deze vergunning geen voorschriften worden opgenomen die betrekking hebben op de daarin geregelde activiteiten en aspecten, tenzij dit besluit of bijbehorende regeling de mogelijkheid biedt tot het stellen van maatwerkvoorschriften. Dit betekent dat de betreffende paragrafen uit het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriele regeling geraadpleegd moeten worden om te zien welke regels hierop van toepassing zijn. Op de activiteiten die verricht worden binnen de inrichting waarop hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit van toepassing is, zijn ook afdeling 2.1 “Zorgplicht”, afdeling 2.2 “Lozingen” en afdeling 2.3 “Lucht” van het Activiteitenbesluit rechtstreeks van toepassing. Op alle activiteiten die verricht worden binnen de inrichting is ook afdeling 2.4 “Bodem” van het Activiteitenbesluit rechtstreeks van toepassing, met uitzondering van artikel 2.11, eerste lid. In deze vergunning zijn met betrekking tot de zorgplicht, lozingen, lucht en bodem voor deze activiteiten geen (aanvullende) voorschriften gesteld.
Dit betekent dat de betreffende afdelingen uit het Activiteitenbesluit geraadpleegd moeten worden om te zien welke regels hierop van toepassing zijn. Ook is hoofdstuk 6 “Overgangs- en slotbepalingen” van het Activiteitenbesluit rechtstreeks van toepassing. Richtlijn industriële emissies Vanaf 1 januari 2013 is de Europese richtlijn industriële emissies (RIE) in de Nederlandse milieuwetgeving geïmplementeerd (richtlijn 2010/75/EU, PbEU L334). De RIE geeft milieueisen voor de installaties die genoemd staan in de bij de richtlijn horende bijlage I. Wanneer een installatie daar genoemd is, spreken we van een IPPC-installatie. Binnen de inrichting waar deze beschikking betrekking op heeft, bevinden zich één of meer IPPC-installaties. Het gaat hier om: Intensieve pluimvee- of varkenshouderij met meer dan 40.000, pluimvee (categorie 6.6 a). In het belang van het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu moeten aan de vergunning voorschriften worden verbonden, die nodig zijn om de nadelige gevolgen die de inrichting voor het milieu kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk – bij voorkeur bij de bron – te beperken en ongedaan te maken. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken (BBT) worden toegepast.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
8 van 24
Bij het bepalen van wat BBT voor een IPPC-installatie, moeten wij rekening houden met Europese referentiedocumenten (BREF-documenten). Deze documenten geven een overzicht van de beschikbare milieutechnieken en wijzen de technieken aan die de beste milieuprestaties leveren en daarnaast economisch en technisch haalbaar zijn. Deze aanwijzingen worden BBTconclusies genoemd. De procedure tot vaststelling en bekendmaking van BBT-conclusies vindt op Europees niveau plaats. Deze BBT-conclusies worden via internet bekend gemaakt, totdat deze zijn vervangen door actuele conclusies. Voor de nieuwe BBT-conclusies zorgt de Europese Commissie zelf voor publicatie op internet. Er moet worden voldaan aan de BBT-conclusies voor de hoofdactiviteit en aan andere relevante BBT-conclusies. Op grond van bijlage 1 van de Regeling omgevingsrecht moet voor het bepalen van BBT voor de installaties en processen binnen de inrichting aanvullend een toetsing plaatsvinden aan relevante aangewezen informatiedocumenten over BBT. Uit jurisprudentie met betrekking tot het bepalen van BBT bij het toetsten aan BBT-conclusies bij vergunningverlening, is gebleken dat het bevoegd gezag bij het toetsten aan BBT-conclusies de actualiteit hiervan moet nagaan ten aanzien van de ontwikkelingen van BBT, die sinds het vaststellen van de BBT-conclusies hebben plaatsgevonden.
Op 15 februari 2017 zijn door de Commissie de meest actuele BBT-conclusies voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij vastgesteld. Bij het nemen van deze beschikking hebben wij rekening gehouden met de volgende BBTconclusies: Categorie in bijlage 1 RIE
BBT-conclusies
Andere relevante BBT-
hoofdactiviteit
conclusies / BREF’s
6.6a, Intensieve pluimvee- of
BBT-conclusies voor de
BREF op- en overslag
varkenshouderij met meer dan 40.000 pluimvee
Intensieve pluimvee- en varkenshouderij
bulkgoederen (BREF ESB) BREF Energie-efficiëntie
Naast de BBT-conclusies hebben wij rekening gehouden met de volgende in de bijlage bij de Mor aangewezen informatiedocumenten over beste beschikbare technieken: • Nederlandse richtlijn bodembescherming (NRB), maart 2012; • Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij, juni 2007; • Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15: Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen, september 2016; Voor een verdere beschouwing van de beste beschikbare technieken, verwijzen wij naar de afzonderlijke toetsing aan de relevante milieucompartimenten. Als het toepassen van de BBT-conclusies leidt tot buitensporig hoge kosten als gevolg van de geografische ligging, de lokale milieuomstandigheden of de technische kenmerken van de IPPCinstallatie mogen in specifieke gevallen minder strenge emissiegrenswaarden worden vastgesteld. Een dergelijke afwijking moet in de vergunning uitdrukkelijk worden gemotiveerd. BBT-conclusies voor intensieve pluimvee De BBT-conclusies voor intensieve pluimvee bevatten de volgende aspecten: Milieubeheerssystemen Een milieubeheerssysteem heeft tot doel om de algehele milieuprestaties van de veehouderij te verbeteren. Het gaat dan onder meer om het opstellen van een milieubeleid, de planning, vaststelling en uitvoering van procedures en het controleren van de prestaties en het nemen van corrigerende maatregelen.
Dit aspect vertaalt zich in de zin van een verplichte boekhouding, waarin onder meer water- en energieverbruik, hoeveelheid veevoer en de hoeveelheid afval en meststoffen worden bijgehouden.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
9 van 24
Hiervoor gelden de registratievoorschriften zoals deze zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit (voor zover dit van toepassing is) en in deze vergunning. Met betrekking tot de meststoffen gaat het hier om de voorwaarden die zijn opgenomen in het mestbeleid. Goede bedrijfspraktijken Dit aspect vertaalt zich in noodplannen, voorlichting en opleiding van personeel en het onderhouden van installaties. Hiervoor gelden de voorschriften zoals deze zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit (voor zover dit van toepassing is) en in deze vergunning. Daarnaast zijn hiervoor regels opgenomen in de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet). Dit geldt voor de voorlichting en opleiding van personeel en het onderhoud van gereedschap, machines en installaties (arbeidsmiddelen). Om veilig en gezond te kunnen werken dienen arbeidsmiddelen in goede staat te verkeren en op de juiste wijze te worden gebruikt. Voor specifieke installaties zijn controlevoorschriften opgenomen in het Activiteitenbesluit (voor zover dit van toepassing is) en deze vergunning. Een ander onderdeel van een goede bedrijfspraktijk is het zodanig situeren van activiteiten om overlast naar de omgeving te beperken. Dit vindt zijn uitwerking in de verschillende toetsingskaders die in deze beoordeling zijn behandeld. Verder gaat het om het zodanig opslaan van dode dieren dat emissies worden voorkomen of verminderd.
De regels voor het opslaan en afvoeren van dode dieren (kadavers) staan in de Regeling dierlijke producten. In de omgevingsvergunning is geen verdere toets nodig. Voedingsbeheer De uitstoot van mineralen uit mest, waar dit aspect betrekking op heeft, is geïmplementeerd in het mestbeleid en behoeft in de omgevingsvergunning geen verdere toets. Efficiënt gebruik van water / emissies uit afvalwater In de BBT-conclusies worden een aantal waterbesparende maatregelen beschreven. Het gaat hierbij om gebruik van hogedrukreinigers welke zuiniger zijn bij het schoonspuiten van stallen, het ijken, controleren en onderhouden van drinkwaterinstallatie en het bijhouden van het waterverbruik. Hiervoor gelden de voorschriften zoals deze zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit. Verder wordt voor het waterverbruik en de besparende maatregelen verwezen naar de toetsing zoals elders in de beoordeling van de aanvraag is opgenomen. Voor het uitrijden van afvalwater gelden eveneens de voorschriften uit het Activiteitenbesluit en voor het lozen van afvalwater met meststoffen geldt het Besluit gebruik meststoffen. Efficiënt gebruik van energie In de BBT-conclusies worden enkele aspecten als isolatiewaarden in stallen, ventilatiewijzen en verlichting beschreven.
Voor het energieverbruik en de besparende maatregelen wordt verder verwezen naar de toetsing zoals elders in de beoordeling van deze aanvraag is opgenomen. Huisvestingssystemen In de BBT-conclusies zijn, voor wat betreft de diercategorieën waarvoor voldoende bewezen technieken zijn ontwikkeld, huisvestingssystemen beschreven welke voldoen aan het criterium van BBT. De passende maatregelen tegen verontreiniging zijn voor de vergunninghouder hierbij niet alleen op het gebruik van de stallen van toepassing, maar ook op de kosten, bouwwijze, ontwerp, onderhoud en ontmanteling ervan. Hierbij spelen de emissies van ammoniak, geur, stof en geluid een rol, maar ook het energieverbruik en het afvalwater zijn afwegingscriteria. Opslag van pluimveemest Voor de opslag van mest wordt onderscheid gemaakt in vaste en vloeibare mest (drijfmest). Voor de vloeibare mest geldt dat deze in een afgedekte opslag moet worden bewaard (bijv. mestbassin of mestkelder). Voor de vaste mestopslagen geldt dat deze op een dichte vloer moet worden opgeslagen met afdekking dan wel percolaatopvang. Waar van toepassing gelden de voorschriften zoals deze zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit of deze vergunning.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
10 van 24
Het uitrijden van varkens- en pluimveemest Zoals bij de voerstrategieën is aangegeven, heeft dit aspect betrekking op het mestbeleid en behoeft in de omgevingsvergunning geen verdere toets. Het uitrijden van mest is een aspect dat buiten de inrichting plaatsvindt. Emissies Voor wat betreft de emissies (ammoniak, geur, zwevende deeltjes (stof) en geluid) wordt hier volstaan met een verwijzing naar de volgende hoofdstukken waarin dit is beschouwd. BREF op- en overslag bulkgoederen (BREF ESB) De BREF ESB is van toepassing op de opslag, het transport en de verlading van vloeistoffen, vloeibare gassen en vaste stoffen bij IPPC-installaties onafhankelijk van de sector of industrie. Deze horizontale BREF gaat in op de emissies naar de lucht, bodem, water, waarbij de meeste aandacht uitgaat naar de emissies naar de lucht. De informatie met betrekking tot emissies van de opslag, handling en transport van vaste stoffen is gericht op stof. In de categorie specifieke BREF’s (primaire BREF’s) zijn ook technieken opgenomen voor op- en overslag. Die technieken zijn dan specifiek voor die branche. De specifieke maatregelen (de primaire BREF’s) verdienen de voorkeur verdienen boven de generieke maatregelen uit de horizontale BREF’s). Zo zijn in de (BREF IV) specifieke maatregelen opgenomen voor de opslag van dierlijke mest.
Voor de opslag van verpakte gevaarlijke stoffen en de opslag van vloeistoffen en gassen in opslagtanks zijn voorwaarden gesteld in de PGS-richtlijnen. Deze zijn van toepassing op basis van de algemeen werkende regels in het Activiteitenbesluit of op basis van de voorschriften die in deze vergunning zijn gesteld. De technische en organisatorische maatregelen uit de BREF ESB zijn verwerkt in deze Nederlandse BBT-documenten. De eisen aan emissies naar de lucht uit deze BREF zijn opgenomen in afdeling 2.3 van het Activiteitenbesluit. Deze regels hebben een rechtstreekse werking. Voor de aangevraagde activiteiten en daarbij behorende voorzieningen zijn, rekening houden met de in dit besluit opgenomen voorschriften, in overeenstemming met de in de BREF ESB genoemde best beschikbare technieken. De maatregelen staan in een redelijke verhouding tot de schaal van de installatie., BREF Energie-efficiëntie De BREF Energie-efficiency is van toepassing is op alle RIE-inrichtingen, behalve degenen die vallen onder het systeem van Emissiehandel. Deze BREF bevat derhalve richtsnoeren en conclusies inzake technieken voor energie-efficiëntie die voor alle onder de RIE vallende installaties in het algemeen als BAT-compatibel worden beschouwd.
Deze BREF: • bevat geen specifieke informatie over processen en activiteiten in sectoren die onder andere BREF-documenten vallen; • stelt geen sectorspecifieke BBT vast. Proces-specifieke BAT voor energie-efficiëntie en daarmee samenhangende energieverbruiksniveaus worden in de desbetreffende verticale sectorspecifieke BREFdocumenten gegeven. Voor het energieverbruik en de besparende maatregelen wordt verder verwezen naar de toetsing zoals elders in de beoordeling van de aanvraag is opgenomen. Hieruit volgt dat de aangevraagde en vergunde activiteiten met de in dit besluit opgenomen voorschriften in overeenstemming zijn met de BREF Energie-efficiëntie. Toetsing aan milieucriteria aangaande agrarische bedrijven Geur In de vergunningsaanvraag wordt de verruiming gevraagd in het gebruik van de voerkeuken. De wijze waarop het voer wordt geproduceerd is van doorslaggevend belang als het gaat om geuremissies.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
11 van 24
De werkzaamheden in de voerkeuken bestaan uit het pletten/breken van de grondstoffen tot de juiste grootte. Dit gebeurt met behulp van een grote vijzel, die intern is opgesteld. Vervolgens worden de verschillende ingrediënten van het voer in vooraf bepaalde verhouding gemengd. Dit mengsel is voor het bedrijf het eindproduct en wordt aan de leghennen gevoerd. Er vindt geen van verhitting van grondstoffen of voer plaats. Ook worden het eindproduct niet in brokvorm geperst. Het produceren zorgt daarmee niet voor extra geuremissie. Ammoniak Bij de productie van veevoer komt geen extra ammoniakemissie vrij. Luchtkwaliteit Toetsingskader Wabo en Wet milieubeheer Op grond van de Wet milieubeheer gelden de bepalingen van artikel 5.2 en de daarbij behorende bijlage 2 van de Wet milieubeheer voor de luchtkwaliteitseisen. Op grond van artikel 5.16, lid 1 van de Wet milieubeheer houdt het bevoegd gezag bij het uitoefenen van de bevoegdheid tot het verlenen van de omgevingsvergunning rekening met de in bijlage 2 genoemde grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, zwevende deeltjes (PM10 en PM2,5), lood, koolmonoxide en benzeen en de richtwaarden voor ozon, nikkel, arseen, cadmium en benzo(a)pyreen. De productie van veevoer vindt binnen een gesloten systeem gaat plaats, waardoor dit niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit.
Het onderdeel verkeersbewegingen wordt hierna wel besproken. Toetsing fijn stof en stikstofdioxide afkomstig van verkeersbewegingen Ook verkeersbewegingen zorgen voor emissies van fijn stof en daarnaast ook voor de emissie van stikstofdioxide. De fijn stof emissie afkomstig van de verkeersbewegingen zijn, in vergelijking met de emissies afkomstig van dieren, echter zeer beperkt. Ook de emissie van stikstofoxide is zeer beperkt. Dit blijkt uit de berekening met de NIBM tool van Infomil (bijlage aanvraag Omgevingsvergunning, hst. 9. NIBM staat hierbij voor Niet In Betekenende Mate. Uit deze berekening is gebleken dat de emissie van fijn stof en stikstofdioxide afkomstig van verkeersbewegingen NIBM is en daarom als niet significant aan te merken is. (Volks)gezondheid De aanvraag heeft geen betrekking op het houden van extra dieren. De diersoorten, aantallen, -verblijven en ventilatiesystemen wijzigen niet ten opzichte van de vigerende vergunning. De gevraagde verandering/uitbreiding leidt niet tot risico's voor de volksgezondheid. Toetsing aan overige aan WABO verbonden milieucriteria Afvalstoffen De verschillende grondstoffen worden in bulk geleverd door middel van vrachtwagens en vervolgens opgeslagen in de loods of voersilo’s. Dit leidt niet tot extra afvalstoffen.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
12 van 24
Afvalwater De aanvraag leidt niet tot de lozing van extra afvalwater. (Externe) veiligheid De aanvraag heeft geen gevolgen voor de (externe) veiligheid. Geluid De gemeente Leudal heeft een beleidsnota Gebiedsgericht Geluidbeleid vastgesteld. De inrichting ligt in een agrarisch gebied. Hiervoor gelden grenswaarden van 45 dB(A)etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ter plaatse van geluidsgevoelige objecten in het landelijk gebied. Als er geen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen binnen een afstand van 50 meter liggen, dan gelden de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op 50 meter. De streefwaarde voor het maximale geluidsniveau bedraagt 55 dB(A)-etmaalwaarde en de grenswaarde bedraagt 70 dB(A)-etmaalwaarde. De streefwaarde voor de indirecte hinder bedraagt 50dB(A) etmaalwaarde. De akoestische gevolgen en consequenties zijn onderzocht en zijn vastgelegd in een akoestische rapportage (rapport: 220-HWe17-il-v1 d.d. 22 januari 2020, uitgevoerd door M&A omgeving BV). Dit rapport maakt onderdeel uit van de aanvraag. Voor de akoestisch relevante bronnen binnen de inrichting wordt verwezen naar de akoestische rapportages. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (HMRI 1999). Het toegevoegde akoestische rapport is een aanpassing het onderzoek van 26 juni 2013.
De wijziging heeft betrekking op de oprichten van een loods voor opslag grondstoffen, de vrachtwagen- en tractorbewegingen van en naar deze loods, het mengen en malen van voerproducten voor deze en twee andere pluimveehouderijen (Venderstraat 5 in Haler en Kapittelstraat 1-3 in Ell) en de voermeng- en maalinstallatie in een omkasting. Verder wordt er geen voer meer gelost aan de voorzijde (oostzijde) van de inrichting. Binnen de inrichting zijn de volgende akoestisch relevante bronnen aanwezig:
de afvoer van eieren; lossen van kippen (1 keer per 15 maanden); lossen van voerproducten; afvoeren van voerproducten; mengen en malen voerproducten; leveren en opladen mestcontainers; kadaverkoeling; stalventilatie; warmteterugwinning; testen noodstroomaggregaat; personenauto’s/busjes.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
13 van 24
Representatieve bedrijfssituatie Het geluid wordt beoordeeld op basis van de representatieve bedrijfssituatie. Dit is de toestand waarbij de inrichting volledig gebruik maakt van de volledige capaciteit in de betreffende beoordelingsperiode. In de representatieve bedrijfssituatie worden het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, de maximale geluidniveaus en de indirecte hinder als gevolg van het in werking zijn van de inrichting beoordeeld. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau worden op de referentiepunten 50 meter van de inrichting de grenswaarden overschreden met maximaal 4 dB(A) (noordelijke: avond- en nachtperiode, westelijke- en oostelijke: nachtperiode). Deze overschrijdingen worden veroorzaakt door de stalventilatie. Overeenkomstig artikel 13.5 van de beleidsnota Gebiedsgericht Geluidbeleid kan worden afgeweken van de grenswaarde op het referentiepunt op 50 meter afstand van de inrichting als de aard van de inrichting zodanig is dat hij thuishoort in het gebied, de beoordelingspunten niet zijn gelegen in een stiltegebied EN aangetoond is dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau te verlagen wordt binnen BBT niet uitvoerbaar c.q. niet zinvol geacht.
De activiteit met betrekking tot het ventilatiesysteem is reeds vergund en onvermijdelijk voor de bedrijfsvoering. Rekening houdend met de logistiek binnen de grenzen van het terrein, is het niet mogelijk om middels het kiezen verdere geluidafscherming het geluidniveau noemenswaardig te verminderen. De berekende geluidsbelasting bij de aangevraagde repressieve bedrijfssituatie op de omliggende referentiepunten 50 meter is opgenomen in de voorschriften bij deze beschikking Maximale geluidniveau Geluiden die kortstondig optreden, de maximale geluidsniveaus (hierna: LAmax), worden in het algemeen als meer hinderlijk ervaren naarmate die verder boven de achtergrond (langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT) uitkomen. Als streefwaarde voor maximale geluidniveaus gelden derhalve de hierboven genoemde langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus vermeerderd met 10 dB(A) met dien verstande dat deze grenswaarden overschreden mogen worden tot ten hoogste 70 / 65 / 60 dB(A) in de dag/ avond- / nachtperiode indien de overschrijding kan worden gemotiveerd en na toepassing van BBT. Laatstgenoemde waarden zijn volgens vaste jurisprudentie regelmatig als aanvaardbaar aangemerkt. Het maximale geluidniveau wordt niet overschreden.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
14 van 24
Incidentele bedrijfssituatie (IBS) Uit de akoestische rapportage kan worden opgemaakt dat er sprake is van een incidentele bedrijfssituatie (hierna: IBS). Het betreft het laden van legkippen (max. 6 etmalen per jaar). Om te beoordelen of de gevraagde IBS kan worden vergund is aansluiting gezocht bij paragraaf 5.3 van de Handreiking. Uitgangspunt is het feit dat voor IBS – die maximaal 12 maal per jaar voorkomen – hogere geluidsnormen kunnen worden opgelegd dan de geluidsnormen die zijn gesteld in de RBS. In de afwegingen kan worden betrokken: de mogelijkheid om minder ontheffingen te verlenen dan wel de duur van de ontheffingen te beperken. Ook het opleggen van maximale geluidgrenswaarden behoort tot de mogelijkheden, dit laatste is in onderhavige situatie gedaan. In de IBS kan in de dag-, avond- en nachtperiode niet op alle woningen worden voldaan aan de genoemde normstellingen voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en voor het maximale geluidniveau. Gelet op het geringe aantal malen per jaar dat deze activiteiten plaatsvinden, de noodzaak van deze activiteiten voor de bedrijfsvoering, de relatief geringe overschrijding van de richtwaarde en de kosten die niet in verhouding staan tot de baten bij het treffen van maatregelen vinden wij het aanvaardbaar dat er voor deze incidentele situatie een hogere geluidnorm wordt gesteld.
De berekende geluidsbelasting bij de aangevraagde incidentele bedrijfsactiviteiten op de omliggende woningen is opgenomen in de voorschriften bij deze beschikking. Overeenkomstig de handreiking is in de voorschriften ook een registratie en meldingsverplichting opgenomen. Toetsing aan overige richtlijnen, regels en wetten Het verlenen van deze vergunning houdt niet in dat hiermee is voldaan aan de bepalingen die in andere wetten en regels (zoals een besluit op basis van de Wet Dieren) zijn gesteld dan wel op grond hiervan worden voorgeschreven. In sommige gevallen is ook voor deze wetten en regels een toestemming van het daarvoor betreffende bevoegde gezag nodig.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
15 van 24
Zienswijzen Tegen het ontwerpbesluit zijn geen zienswijzen ingediend.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
16 van 24
Bijlage: VOORSCHRIFTEN Algemeen u geeft uitvoering aan de activiteiten zoals omschreven in deze vergunning met bijlagen en de bijbehorende stukken; de vergunning met bijlagen en bijbehorende stukken zijn aanwezig bij de uitvoering van de activiteiten. Alleen de door de gemeente goedgekeurde en gewaarmerkte exemplaren zijn geldig. Bouwen (artikel 2.1.1.a Wabo): ten aanzien van de constructieve gegevens is het bouwplan op hoofdlijnen getoetst. De gedetailleerde constructieve gegevens dienen uiterlijk drie weken voor de aanvang van het desbetreffende onderdeel van het werk aan Team BOR, Toezicht en Handhaving te worden overgelegd. Met de uitvoering van de desbetreffende en daarmee samenhangende onderdelen mag niet worden begonnen, voordat de constructieve tekeningen en berekeningen door Team BOR, Toezicht en Handhaving zijn gezien; de commissie ruimtelijke kwaliteit heeft positief geadviseerd onder voorwaarde(n). Bij de realisatie van uw project dient ervoor zorg te dragen dat Het handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (artikel 2.1.1.c Wabo): De locatie is juridisch-planologisch geregeld in het bestemmingsplan ‘Reparatie- en veegplan Buitengebied Leudal 2016’. Voor de gronden geldt de bestemming ‘Agrarisch’. Naast deze bestemming zijn voor de locatie een aantal aanduidingen van toepassing.
Zo zijn voor het projectgebied onder meer de aanduidingen ‘bouwvlak’ en ‘specifieke vorm van agrarisch – landschappelijke inpassing’ van toepassing en is voor een deel van de gronden de functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ opgenomen. De voorgestelde uitbreiding van de bebouwing past binnen de regels van het bestemmingsplan; de ontheffing van het bestemmingsplan heeft slechts betrekking op het inpassen van de voerproductie. De productie van pluimveevoer voor meerdere locaties kan worden vergund met toepassing van artikel 2.12 lid 1, sub a, onder 3⁰ van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; dit betekent dat de aanvraag omgevingsvergunning middels een uitgebreide procedure wordt behandeld. Wij werken mee aan het project omdat: Tegen het gewenste initiatief bestaan uit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren. De uitbreiding van het bestaan bedrijf vindt plaats binnen het bestaande bouwvlak en sluit aan bij de reeds aanwezige bedrijvigheid. De ontwikkeling voldoet aan de voorwaarden die zowel door Rijk-, provincie als gemeente zijn gesteld. Storende milieuaspecten die de ontwikkeling belemmeren, zijn er niet. Het project brengt geen schade toe aan omringende natuur- of landschapselementen en –structuren.
De conclusie is dat de ontwikkeling van het bedrijf aan de Weverstraat 17 te Hunsel niet bezwaarlijk is en dat met het initiatief sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor deze aanvraag is een goede ruimtelijke onderbouwing aangeleverd. Deze is geregistreerd onder IDN: NL.IMRO.1640.OV20HuWeverstr17ea-VA01, welke tevens als bijlage bij dit besluit is gevoegd en geacht wordt onderdeel uit te maken van dit besluit. Hiermee kunnen wij met toepassing van artikel 2.12, lid 1, sub 3° van de WABO afwijken van het bestemmingsplan.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
17 van 24
Het veranderen van een inrichting (artikel 2.1.1.e Wabo): Toepassing voorschriften - Huidige vergunningssituatie Na het in werking treden van deze beschikking zijn naast deze voorschriften, tevens de voorschriften behorende bij de revisievergunning 3 december 2013 en de veranderingsvergunning van 21 november 2018 van toepassing. Met uitzondering van de voorschriften die betrekking op geluid en de voerinstallatie. En voor zover de bepalingen van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet in de plaats zijn getreden van die voorschriften behorende bij die vergunningen. Geluid en trillingen Meten en berekenen conform handleiding Het meten en berekenen van de geluidsniveaus en het beoordelen van de meetresultaten moet plaatsvinden overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, uitgave 1999. Representatieve bedrijfssituatie Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, in de representatieve bedrijfssituatie, mag op geluidgevoelige bestemmingen en op enig punt op een afstand van 50 meter van de inrichting niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur.
40 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur. 35 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Op het referentiepunt 50 meter westelijk niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 40 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 36 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Op het referentiepunt 50 meter noordelijk niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 41 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 39 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Op het referentiepunt 50 meter oostelijk niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 40 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 38 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
18 van 24
transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, mag op geluidgevoelige bestemmingen en op enig punt op een afstand van 50 meter van de inrichting niet meer bedragen dan: 70 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur. 65 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur. 60 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Incidentele bedrijfssituatie (laden legkippen) Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, mag incidenteel (max. 6 keer per jaar) op geluidgevoelige bestemmingen en op enig punt op een afstand van 50 meter van de inrichting niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 40 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 35 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Op het referentiepunt 50 meter westelijk niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 40 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 36 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur.
Op het referentiepunt 50 meter noordelijk niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 42 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 40 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Op het referentiepunt 50 meter oostelijk niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 49 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 47 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Op de woning, Hoogstraat 58 niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 49 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 48 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 7.00 uur. Op de woning, Weverstraat 4 niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 46 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 44 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 7.00 uur.
Op de woning, Weverstraat 13 niet meer bedragen dan: 45 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 42 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur;
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
19 van 24
40 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 7.00 uur.
Het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt de in de inrichting aanwezige toestellen en installaties, door de in de inrichting verrichte werkzaamheden of activiteiten, alsmede door het transportverkeer binnen de grenzen van de inrichting, mag incidenteel (max. 6 keer per jaar) op geluidgevoelige bestemmingen en op enig punt op een afstand van 50 meter van de inrichting niet meer bedragen dan: 70 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 65 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 60 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 07.00 uur. Op de woning, Hoogstraat 58 niet meer bedragen dan: 70 dB(A) op 1,5 m hoogte in de uren gelegen tussen 07.00 en 19.00 uur; 65 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 19.00 en 23.00 uur; 64 dB(A) op 5,0 m hoogte in de uren gelegen tussen 23.00 en 7.00 uur. De datums van het gestelde in voorschrift 2.3 dienen te worden geregistreerd en op verzoek van het bevoegd gezag te worden getoond Transport, laden en lossen Het in deze vergunning met betrekking tot het maximale geluidniveau gestelde is niet van toepassing op het laden of het lossen ten behoeve van de inrichting voor zover dit plaatsvindt tussen 07.00 uur en 19.00 uur.
Toelichting: Onder laad- en losactiviteiten worden ook aanverwante activiteiten verstaan zoals het op en van het terrein van de inrichting rijden, het slaan van autoportieren, het starten en wegrijden van de voertuigen. Het rijden van interne transportmiddelen, zoals vorkheftrucks, met als doel op- en overslag van goederen wordt niet gerekend onder laad- en losactiviteiten. Gedurende het laden of het lossen mag de motor van het voertuig waarin wordt geladen of waaruit wordt gelost niet in werking zijn tenzij het in werking zijn van de motor noodzakelijk is voor het laden en het lossen. In dit laatste geval mag niet geladen of gelost worden tussen 07.00 uur en 19.00 uur, en op zon- en algemeen erkende feestdagen. Het laden en lossen van goederen mag uitsluitend plaatsvinden op het terrein van de inrichting. Het pneumatisch of mechanisch vullen van silo's is verboden tussen 19.00 uur en 07.00 uur, alsmede op zondagen en algemeen erkende feestdagen.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
20 van 24
Controlemeting Tevens is voorgeschreven dat na het in werking brengen van de inrichting middels een controlemeting moet worden aangetoond dat aan de gestelde geluidnormen wordt voldaan. Deze onderzoek dient binnen 3 maanden na het inwerkingtreden van de inrichting voorgelegd te worden aan het bevoegd gezag. Voerproductie Vullen van de grondstoffenloods Het vullen van de grondstoffenloods gebeurt inpandig en met gesloten deuren. Pas na lossing van de vracht, worden de deuren geopend en verlaat de vrachtauto de locatie. Wanneer de opgeslagen grondstoffen intern verplaatst dienen te worden, dan worden ook deze werken met gesloten deuren uitgevoerd. Het verplaatsen van de grondstoffen richting de voerkeuken gebeurt enkel door middel van een ondergrondse vijzel. Productiecapaciteit Binnen de inrichting wordt enkel voer geproduceerd voor de volgende pluimveehouderijen, behorende bij de desbetreffende locaties en overeenkomstig de dieraantal in de onderliggende vergunningen: Locaties
Legkippen
Ton voer/jr. (o.b.v.: 0,125 kg/voer per legkip)
Weverstraat 17, Hunsel
169.520
7.734
Venderstraat 5, Haler
164.100
7.487
Kapittelstraat 1-3, Ell
159.000
7.254
TOTAAL
22.476
Het geproduceerde voer mag enkel voor eigen bedrijfslocaties worden gebruikt. Wanneer een of meer van de bovenstaande bedrijven geen onderdeel meer uitmaken van het moederbedrijf, dan komt het recht om voer voor deze locatie te produceren te vervallen. Productieproces Binnen de inrichting mag alleen voer voor legkippen geproduceerd worden volgens de bij de aanvraag gevoegde bijlage (Bijlage aanvraag OV, hoofdstuk 1). Enkel de volgende activiteiten maken deel uit van het voerproductieproces: opslag van grondstoffen; het pletten/ breken van de ingrediënten; het samenbrengen en mixen van de grondstoffen; het transport van het voer naar de stallen en naar externe, eigen bedrijfslocaties. het voer mag niet tot een brok worden geperst, ook mag verhitting geen onderdeel uitmaken van het productieproces.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
21 van 24
Uitvoering van werkzaamheden Uitzetten rooilijnen en informatie over NAP-hoogtes Als het bouwwerk moet worden uitgezet, dan neemt u minimaal één week voor de benodigde uitzetting contact op met een van de bouwtoezichthouders via (0475) 85 90 00. U geeft daarbij aan wie uw contactpersoon is voor de landmeter. Door of namens de gemeente worden de rooilijnen/bebouwingsgrenzen uitgezet en de peilhoogte bepaald. Met het bouwen mag niet worden gestart voordat de betreffende bouw is uitgezet. Melden begin en einde bouwwerkzaamheden u meldt ten minste twee dagen van tevoren dat u gaat starten met de bouwwerkzaamheden. Daarvoor levert u het formulier bij dit informatieblad in ter attentie Domein Ruimte; u laat ons direct weten dat u klaar bent met de bouwwerkzaamheden. Daarvoor levert u het formulier bij dit informatieblad bij ons in ter attentie van het Team BOR, Toezicht en Handhaving. Melden aanvang belangrijke bouwonderdelen tenminste twee dagen van tevoren meldt u aan de bouwinspecteur Team BOR, Toezicht en Handhaving de datum en het tijdstip waarop: de bouwput zal zijn ontgraven; met de grondverbetering wordt begonnen; de voorbereidingen van de betonconstructies (fundering, wanden, vloeren etc.) gereed zijn om te worden gecontroleerd voordat met het betonstorten wordt begonnen; de hout- en/of staalconstructie(s) gereed is/zijn voor controle.
Houtopstand vellen (kap) U mag geen bomen kappen en dergelijke in het broedseizoen van vogels (tussen 15 maart en 15 juli). Dit staat in de Wet natuurbescherming. Heeft u vragen hierover? Neem dan contact op met Team BOR, Toezicht en Handhaving via telefoonnummer (0475) 85 90 00. Bronnering Als een bronbemaling noodzakelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden neemt u contact op met het Waterschap Limburg via telefoonnummer (088) 88 90 100 of via info@waterschaplimburg.nl Klic-melding Voert u mechanische grondwerkzaamheden uit? Ga dan na of hierdoor schade aan een kabel of leiding kan ontstaan. U moet daarvoor in ieder geval tekeningen hebben waarop de kabels en leidingen staan. Laat ook een zogenaamde klic-melding doen. Dit kan telefonisch via (0800) 0080 of via www.kadaster.nl/klic Graven Vindt u, of degene die graafwerkzaamheden uitvoert, een zaak, waarvan u weet of zou kunnen vermoeden dat het een monumentale vondst is (in roerende of onroerende zin), meldt dit dan zo spoedig mogelijk bij de gemeente. Meld dit tevens bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Gebruik openbare ruimte De openbare ruimte (trottoir, groenstrook en straat) moet vrij blijven van obstakels zoals bouwmaterialen, containers en bouwhekken. Dit om gevaar en hinder te voorkomen.
Wanneer u toch gebruik wil maken van de openbare ruimte meldt u dit bij Burgerbedrijvenplein Ruimtelijke Omgeving (BBP RO). Neem hiervoor contact op via telefoonnummer (0475) 85 90 00.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
22 van 24
Aansluiting op riolering Als u een aansluiting moet maken op het openbaar rioleringsstelsel neemt u contact op met Team BOR, Toezicht en Handhaving. U ontvangt dan een overzichtstekening waarop een aansluitpunt is aangegeven waarop u uw rioolstelsel kunt aansluiten. Nadat de aansluiting gerealiseerd is en voordat u deze afdekt met grond meldt u dit eerst weer bij het Team BOR, Toezicht en Handhaving. Zij kunnen de aansluiting eventueel controleren. Domein Ruimte is bereikbaar via telefoonnummer (0475) 85 90 00. Aansluitingen van elektra, gas, water en communicatie Voor aansluitingen van electra, gas en communicatie, kunt u contact opnemen met de Stichting Synfra, via www.synfra.nl Bouwafval Let u erop dat u het bouwafval scheidt. In ieder geval bent u verplicht chemisch en milieuschadelijk afval te scheiden van overige bouw- en sloopafval op de bouwplaats. Regels hiervoor vindt u in het Bouwbesluit. Rechten van anderen U mag de rechten van anderen niet benadelen. Die rechten staan in boek 5, titel 4, van het Burgerlijk Wetboek. Het kan zijn dat u uw omgevingsvergunning niet kunt gebruiken door de rechten van anderen. Ingebruikname Vóór ingebruikname moet er een eindcontrole plaatsvinden door Team BOR, Toezicht en Handhaving. U dient hiervoor tijdig een afspraak te maken met de bouwinspecteur.
Bouwen op eigen risico Begint u met bouwen binnen zes weken nadat de vergunning aan u is verstuurd, dan is dat altijd op eigen risico. Er kan namelijk een verzoek om voorlopige voorziening ingediend worden bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. Deze voorzieningenrechter kan de vergunning (tijdelijk) schorsen of zelfs vernietigen. Dit houdt in beide gevallen in dat u niet verder kunt bouwen. Het is in de praktijk dus aan te bevelen deze termijn af te wachten. Toezicht en handhaving Bouwt u anders dan in uw omgevingsvergunning staat? Bouwt u in strijd met de voorwaarden van uw omgevingsvergunning? Dan kan onze bouwinspecteur de bouw of een deel daarvan stilleggen. Dat betekent dat u direct moet stoppen met alle bouwwerkzaamheden. U mag pas verder bouwen na toestemming van Team BOR.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
23 van 24
Bijlage: INFORMATIE OVER BEROEP Rechtskracht besluit Begint u met uw activiteit binnen zes weken nadat de vergunning aan u is verstuurd, dan is dat altijd op eigen risico. Er kan namelijk een verzoek om voorlopige voorziening ingediend worden bij de voorzieningenrechter van de rechtbank. Deze voorzieningenrechter kan de vergunning (tijdelijk) schorsen of zelfs vernietigen. Dit houdt in beide gevallen in dat u niet verder kunt gaan met uw activiteit. Het is in de praktijk dus aan te bevelen deze termijn af te wachten. Ingang beroepstermijn De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken en vangt aan na de bekendmaking. Dit is de dag na de dag waarop de vergunning op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Niet eens met het besluit? Als u het niet eens bent met dit besluit, kunt u beroep instellen bij de rechtbank in Roermond. Dat kan met een brief of digitaal: Schriftelijk: Rechtbank Limburg Sector Bestuursrecht Postbus 950 6040 AZ ROERMOND Digitaal: Via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht Hiervoor moet u wel een elektronische handtekening (DigiD) hebben. De voorwaarden vindt u op deze website. Zorgt u ervoor dat u het beroepschrift indient binnen zes weken na de datum van bekendmaking van het besluit. Daarmee voorkomt u dat de rechtbank uw beroepschrift niet meer kan behandelen.
Schrijf in uw beroepschrift in elk geval: uw naam, adres, datum en handtekening; een omschrijving van het besluit waar het beroepschrift tegen gericht is (stuur een kopie van het besluit mee); de reden waarom u beroep instelt. Spoed Is uw beroep zo spoedeisend dat u de behandeling van uw beroepschrift niet kunt afwachten? Dan kunt u bij de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg een voorlopige voorziening aanvragen. Dat is een voorlopige beslissing om een handeling uit te stellen of juist door te laten gaan. Een voorlopige voorziening kunt u met een brief of digitaal aanvragen: Schriftelijk: De Voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg Sector Bestuursrecht Postbus 950 6040 AZ ROERMOND Digitaal: Via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht Hiervoor moet u wel een elektronische handtekening (DigiD) hebben. De voorwaarden vindt u op deze website.
Datum
11 mei 2021
Ons kenmerk
WABO-2019-319
Pagina
24 van 24
Burgerlijk wetboek In het Burgerlijk Wetboek (boek 5, titel 4) staan rechten en plichten van burgers vermeld. Wij wijzen u erop dat er rechten van derden worden genoemd, die er mogelijk voor zorgen dat u geen gebruik kunt maken van uw omgevingsvergunning.