CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota van wijzigingen (concept)

Raadsvergadering 11 december 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan 'Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase' te Ittervoort2.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van wijzigingen bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’ 2023

Gemeente Leudal | Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’

1/9

Inhoud 1.

Inleiding ....................................................................................................................... 3 1.1. 1.2.

2.

Wijzigingen bestemmingsplan ...................................................................................... 5 2.1. 2.2. 2.3.

3.

Vastgesteld bestemmingsplan ............................................................................. 3 Tussenuitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State ................................ 3

Akoestische onderbouwing .................................................................................. 5 Parkeren voor vrachtwagens ............................................................................... 5 Voorkomen lichthinder ........................................................................................ 6

Conclusie ...................................................................................................................... 9

Gemeente Leudal | Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’

2/9

1. Inleiding 1.1.Vastgesteld bestemmingsplan Overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening, heeft met ingang van 2 juni 2020 tot en met 13 juli 2020 het ontwerpbestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4 e Fase’ ter inzage gelegen. Het (ontwerp) bestemmingsplan voorziet in uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Ittervoort aan de noordzijde met een vierde fase. Tegen het vastgestelde bestemmingsplan zijn vijf beroepschriften ingediend met in totaal 21 beroepsgronden.

1.2.Tussenuitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State Op 6 september 2023 heeft de Afdeling bestuursrecht (hierna: de Afdeling) een tussenuitspraak gedaan (ECLI:NL:RVS:2023:3404). Van de 21 ingediende beroepsgronden zijn er 17 waarover de Afdeling heeft vastgesteld dat het betoog niet slaagt en één beroepsgrond waarvan het relativiteitsbeginsel aan de weg staat aan vernietiging, op grond waarvan deze beroepsgrond niet inhoudelijk wordt besproken. Van drie beroepsgronden heeft de Afdeling geoordeeld dat het betoog van reclamanten slaagt en dat deze in beginsel moeten leiden tot vernietiging van het bestemmingsplan: 1. Uit het akoestisch onderzoek blijkt niet dat bij de beantwoording van de vraag of het plan voorziet in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden: a. In het akoestisch onderzoek is als uitgangspunt is genomen dat het rijden met vrachtwagens en personenwagens langs de perceelgrens bepalend is voor het langtijdgemiddeld geluidniveau. Voor de maximale geluidniveaus is uitgegaan van het optrekken van vrachtwagens en laad- en losactiviteiten.

De Afdeling overweegt dat dit bij logistieke bedrijven de meest bepalende geluidbronnen zullen zijn maar dat op grond van artikel 3 van de planregels niet alleen logistieke bedrijven zijn toegelaten maar alle bedrijfsmatige activiteiten die staan vermeld in de milieucategorieën 2 tot en met 3.2 van de staat van bedrijfsactiviteiten in bijlage 1 bij de planregels, waaronder ook allerlei industriële bedrijvigheid. De mogelijke geluideffecten daarvan zijn niet onderzocht. b. Er is geen rekening gehouden met de vestiging van meer dan drie bedrijven, terwijl het plan meerdere bouwvlakken kent. c. Er zijn geen geluidbronnen beschouwd op grotere hoogte dan de hoogte van de te plaatsen schermen. d. Er is geen rekening gehouden met mogelijke reflecties van geluid via gevels van de te bouwen gebouwen. e. Er is niet verzekerd dat de individuele bedrijven de richtwaarden van het gebiedsgericht geluidbeleid zullen naleven. Die richtwaarden zijn in het plan immers niet als voorwaarde voor het verlenen van vergunningen opgenomen, en gelden evenmin rechtstreeks voor bedrijven. 2. Het plan voorziet niet in de waarborg dat de voorziene maatregelen ter voorkoming van lichthinder ook daadwerkelijk zullen worden getroffen en in stand worden gehouden. Het betoog slaagt. 3. In het plan is niet voldoende geborgd dat voor de vrachtwagens voldoende parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd.

De Afdeling is daarom van oordeel dat het voorliggende plan in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Awb is vastgesteld.. Gemeente Leudal | Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’

3/9

De Afdeling heeft de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van de overwegingen die hebben geleid tot het oordeel over de hiervoor genoemde onderdelen uit het vastgestelde bestemmingsplan: 1. nader te onderbouwen dat bij een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden het plan voorziet in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Daartoe zal een nieuw akoestisch onderzoek moeten worden uitgevoerd, al dan niet in combinatie met beperking van de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming "Bedrijventerrein" of het opnemen van geluidnormen in de planregels; 2. De realisering van de noodzakelijke maatregelen ter voorkoming van lichthinder in het plan te waarborgen; 3. In het plan te waarborgen dat ten behoeve van vrachtwagens voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd en in stand worden gehouden.

Gemeente Leudal | Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’

4/9

2. Wijzigingen bestemmingsplan Naar aanleiding van de tussenuitspraak wordt het volgende overwogen en wordt tevens per onderwerp aangegeven of en zo ja op welke punten de planstukken aanpassing behoeven:

2.1.Akoestische onderbouwing Naar aanleiding van de tussenuitspraak van de Afdeling is het akoestisch onderzoek aangepast. In de bijlagen bij de toelichting zal bijlage 16 ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai’ d.d. 7 augustus 2020 derhalve worden vervangen door de gewijzigde rapportage ‘Akoestisch onderzoek industrielawaai’ d.d. 23 oktober 2023, projectnr. LEU084-0006. Op basis van de conclusies uit het uitgevoerde onderzoek in combinatie met de noodzakelijke geluidswerende constructies en het borgen van het aantal dB(A) per vierkante meter, zijn er vanuit het aspect geluid geen verdere bezwaren op de voorgenomen uitbreiding van het bedrijventerrein Ittervoort. Conclusie: Het vorenstaande geeft aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen door: 1. Op de verbeelding: a. de ‘specifieke bouwaanduiding – geluidwerende voorziening’ door te trekken binnen de bestemming ‘Groen’, daar waar deze bestemming aansluit op de bestemming ‘Verkeer’ ter plaatse van de af te sluiten Schillersstraat. b. de aanduidingen 'milieuzone - 56 dB(A)', 'milieuzone - 57 dB(A)' en 'milieuzone - 60 dB(A)' op te nemen. 2. In de regels de volgende wijzigingen aan te brengen: a. In artikel 1 in te voegen lid 1.32, met een omschrijving van het begrip ‘langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (Lar, LT). b.

In artikel 3.4.5 toe te voegen sub f op grond waarvan bij het splitsen van bedrijfspercelen de regels in artikel 3.6.6 met betrekking tot het splitsen van milieuzones in acht moet worden genomen. c. In artikel 3 toe te voegen sublid 3.5.8 met regels over strijdig gebruik ter plaatse van de aanduiding ‘milieuzone – 56 dB(A), ‘milieuzone – 57 dB(A)’ en ‘milieuzone – 60 d(BA)’ ingeval van overschrijding van de toegekende geluidsruimte per vierkante meter. d. In artikel 3 toe te voegen sublid 3.6.5 met een afwijkingsbevoegdheid om een grotere geluidsruimte binnen een milieuzone toe te staan, mits wordt voldaan aan de daarbij genoemde voorwaarden. e. In artikel 3 toe te voegen sublid 3.6.6 met een afwijkingsbevoegdheid voor splitsen, vergroten of verkleinen van milieuzones, zonder dat de nieuwe indeling er toe leidt dat de grenswaarden op de toetspunten worden overschreden. 3. Aan de bijlagen bij de regels toe te voegen bijlage 5: ‘Geluidsruimte per vierkante meter’. 4. In de bijlagen bij de regels bijlage 3 ‘Integraal landschappelijk inpassingsplan Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’ d.d. 16 januari 2020, te vervangen door de geactualiseerde versie van de rapportage d.d. 20 oktober 2023, projectnr. LEU084, versie 3.0.

2.2.Voorkomen lichthinder Algemeen In tegenstelling tot veel andere milieuaspecten zoals geluid of luchtkwaliteit, bestaat er geen wettelijke norm voor lichthinder naar de omgeving. Bovendien is hinderbeleving een subjectief begrip. Lichthinder wordt door iedereen anders ervaren.

Gemeente Leudal | Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’

5/9

In de praktijk wordt zowel in het Activiteitenbesluit als in de toekomstige Omgevingswet vaak verwezen naar de Richtlijn Lichthinder van de NSVV (Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde). In deze richtlijn Lichthinder worden verschillende vormen van lichthinder benoemd, te weten: 1. Hinder voor omwonenden 2. Hinder voor weggebruikers en bestuurders van transportmiddelen 3. Hinder voor astronomen en natuurliefhebbers 4. Hinder voor flora & fauna In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is met name hinder voor omwonenden van belang. In de Richtlijn Lichthinder zijn verlichtingssterktes en grenswaarden opgenomen voor ieder afzonderlijk gebiedstype, om onevenredige lichthinder voor omwonende te voorkomen. De te hanteren (grens)waarden worden daarbij bepaald door het gebiedstype waarin de mogelijk gehinderden zich bevinden, niet door de positie van de lichtbronnen zelf. In het voorliggende geval geldt dat het gebiedstype waarin de dichtstbij aanwezige omwonenden zich bevinden, het beste kan worden getypeerd als 'E2 Landelijk gebied'.

Verlichtingssterkte en lichtsterkte Lichthinder bestaat uit twee aspecten: • De verlichtingssterkte, zijnde de hoeveelheid licht op de gevel (gemeten in lx, lux) • De lichtsterkte, zijnde de felheid van iedere afzonderlijke armatuur (gemeten in (cd, candela) In de Richtlijn Lichthinder zijn maximaal toegestane waarden voor de verlichtingssterkte ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden vastgelegd en zijn de grenswaarden vastgelegd voor de maximaal toegestane waarden voor de lichtsterkte van verlichtingsarmaturen ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden. Het gaat hierbij om de hoeveelheid licht van een armatuur in de richting van een omwonende. De grenswaarden zijn daarbij afhankelijk gemaakt van de afstand van een armatuur tot de omwonende en het schijnbare oppervlak van de armatuur gezien vanuit de positie van de omwonende. Een armatuur met een bepaalde felheid kan namelijk van dichtbij hinderlijk zijn, maar op grotere afstand veel minder of niet. Daarnaast oogt een klein armatuur mogelijk feller dan een groot armatuur die dezelfde hoeveelheid licht uitstraalt. In de praktijk blijkt dat lichthinder veelal voorkomen kan worden door verlichtingsarmaturen en lichtmasten op bedrijfspercelen naar beneden te richten, waardoor de uitstraling tot buiten de bedrijfspercelen beperkt wordt. Verder wordt tegenwoordig veelal gebruik gemaakt van ledverlichting.

Ledverlichting is beter te bundelen en te sturen dan conventionele verlichting en bij ledverlichting is ook sprake van minder strooilicht dan bij conventionele verlichting. Met het gebruik van ledverlichting kan lichthinder buiten de bedrijfspercelen dan ook worden beperkt. In de regels van het bestemmingsplan zullen voorwaarden worden opgenomen conform de Richtlijn Lichthinder van de NSVV, op basis waarvan het voorkomen van onevenredige lichthinder voor omwonenden in voldoende mate is geborgd. De uitgebreide overwegingen over het aspect voorkomen van lichthinder zijn opgenomen in de gewijzigde toelichting bij het gewijzigd vast te stellen bestemmingsplan. Conclusie: Het vorenstaande geeft aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen door in artikel 3, lid 3.5, onder vernummering van sublid 3.5.5 en sublid 3.5.6, in te voegen een nieuw sublid 3.5.5 met daarin voorwaardelijke verplichtingen ter voorkoming van lichthinder:

Gemeente Leudal | Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’

6/9

3.5.5 Voorwaardelijke verplichting - lichthinder a. Het in gebruik nemen en gebruiken van gronden en gebouwen ten dienste van de in lid 3.1 onder a. tot en met d. genoemde functies wordt aangemerkt als strijdig gebruik, voor zover niet is voldaan aan het bepaalde onder b en c. b. De maximaal toegestane lichtsterkte van verlichtingsarmaturen dient te voldoen aan de in de onderstaande tabel 'grenswaarden voor de maximale lichtsterkte van armaturen of delen van samengestelde armaturen in de richting van omwonenden ter voorkoming van lichthinder' opgenomen waarden.

Grenswaarden voor de maximale lichtsterkte van armaturen of delen van samengestelde armaturen in de richting van omwonenden ter voorkoming van lichthinder. c.

De verlichtingssterkte, gemeten op een relevant geveldeel, dient te voldoen aan de in de onderstaande tabel 'grenswaarden voor de maximale verlichtingssterkte ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden' opgenomen waarden.

Grenswaarden voor de maximale verlichtingssterkte ter voorkoming van lichthinder voor omwonenden.

2.3.Parkeren voor vrachtwagens Parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden. De parkeernormen van de gemeente Leudal zijn als bijlage 2 opgenomen bij de regels van het bestemmingsplan. In de regels wordt hiernaar verwezen. Aangezien de gemeentelijke parkeernormen, evenals de parkeernormen van het CROW, geen specifieke parkeernormen voor vrachtwagen bevatten, wordt in de regels een specifieke regeling opgenomen, waarmee ook voor vrachtwagens is verzekerd dat het parkeren volledig op eigen terrein dient plaats te vinden. Dit met inbegrip van het manoeuvreren ten behoeve van het parkeren, dat eveneens op eigen terrein dient plaats te vinden. Op deze wijze is geborgd dat parkeren van fietsen, auto's én vrachtwagens, volledig op eigen terrein plaatsvindt. Conclusie: Het vorenstaande geeft aanleiding het bestemmingsplan gewijzigd vast te stellen door:

Gemeente Leudal | Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’

7/9

1.

2.

3. 4.

5.

In artikel 3, sublid 3.5.1 van de planregels in de opsomming na sub c. invoegen: ‘bedrijfsactiviteiten, indien en zolang door degene die de bedrijfsactiviteiten uitoefent niet is aangetoond dat sprake is van voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein’. In artikel 15, lid 15.2, de tekst bij sub a te vervangen door ‘Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen van en/of uitbreiding van bebouwing en/of voor wijziging van functies, geldt de regel dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid voor vrachtwagens, auto's en fietsen ten behoeve van die bebouwing, uitbreiding en/of functiewijziging aanwezig dient te zijn en/of wordt gerealiseerd’ (De cursief weergegeven tekst betreft een aanvulling op de eerder vastgestelde regels). In artikel 15, lid 15.2, het bepaalde sub b. en sub c. te verwijderen. In artikel 1 na lid 1.22 in te voegen een nieuw lid met de definitie van het begrip ‘eigen terrein’: a. bij individuele woningen het bouwperceel waarop de woning wordt gebouwd; b. bij projectmatige bouw c.q. realisering van een woongebied met meerdere woningen het totale projectgebied; c. bij bedrijven het bedrijfsperceel waarop de bedrijfsbebouwing wordt gebouwd c.q. de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden. In artikel 1, lid 1.50, de definitie van ‘voldoende parkeergelegenheid’ te vervangen door: a.

er wordt voldaan aan de normen die zijn vastgelegd in de 'Nota parkeernormen 2016' (bijlage 2), en b. indien de 'Nota parkeernormen 2016' gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging(en), tenzij in deze regels anders is aangegeven (zie ook artikel 15.2); c. voor vrachtwagens middels een onderbouwing van de behoefte aan parkeergelegenheid en een inrichtingstekening van het bedrijfsperceel, met daarop ingetekend de parkeerplaatsen, inclusief draaicirkels ten behoeve van het manoeuvreren, is aangetoond dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein één en ander ter beoordeling aan het bevoegd gezag.

Gemeente Leudal | Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’

8/9

3. Conclusie Met de voorgestelde wijzigingen ten opzichte van het op 20 december 2020 vastgestelde bestemmingsplan, wordt ingegaan op de overwegingen van de Afdeling waarin wordt geconcludeerd dat het betoog van reclamanten op de hiervoor genoemde onderdelen van het bestemmingsplan slaagt en dat deze in beginsel moeten leiden tot vernietiging van het bestemmingsplan. 1.

2. 3.

In het gewijzigde akoestisch onderzoek is bij de beantwoording van de vraag of het plan voorziet in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat uitgegaan van een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden. Het plan voorziet in een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het plan voorziet alsnog in de waarborg dat de voorziene maatregelen ter voorkoming van lichthinder ook daadwerkelijk zullen worden getroffen en in stand worden gehouden. In het plan is alsnog voldoende geborgd dat voor de vrachtwagens voldoende parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd en in stand gehouden.

Het bestemmingsplan voorziet daarmee in een goede ruimtelijke ordening.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Leudal d.d. 11 december 2023 DE RAAD VAN DE GEMEENTE LEUDAL De griffier,

De voorzitter,

Drs. W.A.L.M. Cornelissen

D.H. Schmalschläger

Gemeente Leudal | Bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein Ittervoort 4e Fase’

9/9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=0f8fb5cd-bf7b-4e7a-adec-12685df95791