Nieuwsbrief commissie Sociaal 11 april 2022
Tekst van het document
Nieuwsbrief commissie sociaal 11 april 2022
1. Vliegende start voor nieuwe raadsleden Gemeenteraadsleden spelen een belangrijke rol bij het sturen op het jeugdveld. Voor raadsleden kan de portefeuille jeugd soms overweldigend zijn. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft een informatiepagina over de jeugdsector gemaakt voor nieuwe raadsleden. Deze pagina is te vinden door te klikken op de volgende link: https://www.nji.nl/transformatiejeugdhulp/informatie-voor-nieuwe-gemeenteraadsleden Ook heeft het Nederlands Jeugdinstituut 10 tips op een rijtje gezet voor raadsleden met ‘jeugd’ in de portefeuille. 1. Betrek jongeren 2. Kijk verder dan alleen naar de jeugdzorg 3. Stuur op maatschappelijk resultaat 4. Houd oog voor een integrale benadering 5. Wees goed geïnformeerd 6. Werk de inhoudelijke principes uit 7. Neem ruimte om samen te leren 8. Houd zicht op regionale samenwerking 9. Wees realistisch 10. Voer het politieke debat Voor verdere uitleg van deze 10 tips zie: https://www.nji.nl/transformatie-jeugdhulp/10-tips-voornieuwe-raadsleden 2. Introductie nieuwe collega: Marcel Peusen, Teamleider Uitvoering Sociaal Domein Vanaf 1 maart 2022 ben ik begonnen in de functie van Teamleider Uitvoering Sociaal Domein. in verschillende functies, meestal in het Sociaal Domein, heb ik bij diverse gemeenten gewerkt waarvan de langste periode in de gemeente Roermond.
Momenteel ben ik druk bezig met het inwerken op de vele terreinen waar het uitvoeringsteam en de afdeling Samenleving een bijdrage aan levert. Zodra de gelegenheid daarvoor is maak ik graag kennis met uw commissie. 3. Waar geeft de gemeente geld aan uit? Met de geldzaken van veel Nederlandse gemeenten gaat het niet goed. Ze kunnen het nu nog opvangen door eenmalige meevallers, maar de inkomsten en uitgaven lopen steeds meer uit de pas. Op de website van pointer, het platform voor onderzoeksjournalistiek van KRO-NCRV, is informatie te vinden over de gemeentefinanciën van alle Nederlandse gemeenten, ook van de gemeente Leudal. Een aantal interessante bevindingen m.b.t. gemeente Leudal zullen worden toegelicht. Elk jaar maakt BDO een ranglijst van alle gemeenten, waarbij ze een rapportcijfer aan de gemeentefinanciën toekennen. Leudal staat op plaats 28 van de 140 gemeenten met tussen de
25.000 en 50.000 inwoners, met een rapportcijfer van 9 (van de 10). Om de financiële gezondheid van een gemeente te beoordelen wordt er gekeken naar vijf verschillende kenmerken: De schuld in Leudal is 42% van de hoogte van de jaarlijkse inkomsten. Er zijn dus genoeg inkomsten om de schulden af te lossen. 47% van alle bezittingen en geld op de bankrekening is van de gemeente zelf. Met minder dan 50% eigen bezittingen komt een gemeente in de gevarenzone. M.b.t. investeringen in grond is de exploitatieratio in de gemeente Leudal 4%. De buffer is dus groot genoeg, zelfs als de grond in waarde daalt. De vaste inkomsten zijn 1% hoger dan de vaste lasten, wat betekend dat Leudal genoeg geld heeft om de vaste lasten te betalen De belastingen in Leudal zijn 94% van het landelijk gemiddelde. Leudal krijgt geld uit verschillende bronnen. De belangrijkste inkomstenbron is het Rijk (69,1% van het inkomen), waarbij de grootste bijdrage komt via het gemeentefonds. Met het gemeentelijke budget dient Leudal een breed takenpakket te vervullen. Binnen het sociaal domein geeft de gemeente Leudal een bedrag uit van: •
•
•
• •
€ 314,- per inwoner aan inkomen en werk. Kosten worden (grotendeels) gedekt door het Rijk. Vandaar dat de hoogte van het bedrag dat gemeenten besteden aan inkomensondersteuning enorm verschilt. Ten opzichte van vorig jaar zijn deze uitgaven gestegen. In vergelijking met andere gemeenten met een verglijkbaar aantal inwoners geeft de gemeente Leudal minder uit aan inkomen en werk dan de doorsnee gemeente (de mediaan is € 480,10). € 247,- per inwoner aan jeugdzorg. Ten opzichte van vorig jaar zijn de uitgaven gedaald. In vergelijking met andere gemeenten met een verglijkbaar aantal inwoners geeft de gemeente Leudal minder uit aan jeugdzorg dan de doorsnee gemeente (de mediaan is € 264,50). Gemeenten krijgen geld van het Rijk via het gemeentefonds voor jeugdzorg. Dit geld wordt gelijkmatig verdeeld aan de hand van het aantal jongeren en faciliteiten voor jongeren in een gemeente. Omdat de uitgaven aan jeugdzorg afhankelijk zijn van de vraag zijn er grote verschillen tussen gemeenten. € 220,- per inwoner aan maatschappelijke voorzieningen (WMO). Ten opzichte van vorig jaar zijn deze uitgaven gestegen.
In vergelijking met andere gemeenten met een verglijkbaar aantal inwoners geeft de gemeente Leudal minder uit aan maatschappelijke ondersteuning dan de doorsnee gemeente (de mediaan is € 249,10) € 70,- per inwoner aan vrijwilligers, sociaal werk en vluchtelingenopvang € 33,- per inwoner aan cultuur. Ten opzichte van vorig jaar zijn deze uitgaven minimaal gestegen. In vergelijking met andere gemeenten met een verglijkbaar aantal inwoners geeft de gemeente Leudal meer uit aan cultuur dan de doorsnee gemeente (de mediaan is € 26,90).
Voor meer informatie zie: https://pointer.kro-ncrv.nl/waar-geeft-jouw-gemeente-geld-aan-uit 4. Een dilemma in de schuldhulpverlening? Roken brengt niet alleen schade toe aan je gezondheid, maar kan een grote kostenpost zijn. Zo kan een gezin met twee zware rokers gemiddeld € 5.000 per jaar aan roken besteden. Wanneer rokers in de schuldhulpverlening zitten zou stoppen met roken een goede besparing zijn. Echter blijkt dat bij de schuldhulpverlening het gesprek voeren over roken (nog) lastig is. Dat komt door de situatie waarin mensen op dat moment zitten en hoe de verhouding is tot de schuldhulpverlener. Wanneer mensen bij de schuldhulpverlening komen, kunnen ze het gevoel krijgen dat ze alle vormen van zelfregie verliezen en dat alles van ze wordt afgepakt. Om toch een gesprek goed aan te kunnen gaan is het van belang dat schuldhulpverleners worden geschoold en ge-coachend worden hoe ze het gesprek kunnen aangaan over roken. In het algemeen geldt het volgende. Wie niet kan rondkomen met zijn (leef)geld, moet bezuinigen. Waarop? Dat moet iemand uiteindelijk zelf kunnen beslissen. Daar hebben we geen overheid met een opgeheven vingertje voor nodig. Maar die overheid kan wel helpen bij het maken van verstandige keuzes. Mensen moeten zelf beslissen waar ze op bezuinigen, overheid kan helpen bij die keuze. Daarnaast is er voor de gemeenten ook een rol weggelegd.
De gemeente kan en misschien zelfs dient als voorbeeldfunctie te fungeren. Maar dan is de insteek (meer) gericht op de gezondheidsaspecten. Deze voorbeeldfunctie kan bevatten een rookverbod rondom het
gemeentehuis, niet roken bij een werk-/huisbezoek, auto’s van de gemeente en het aanbieden van stoppen met rokeninterventies voor medewerkers. Verder ligt er voor gemeenten een rol om de toeleiding naar de stoppen met roken-zorg te ondersteunen. Deze stoppen met roken-zorg voor de cliënt zelf wordt volledig vergoed door de zorgverzekeraar en kan bij de huisarts of stoppen met roken-coach. Verder stimuleert de gemeente o.a. actief dat er niet gerookt wordt in binnensportaccommodaties en op buitensport-locaties, alsook in andere door haar gesubsidieerde accommodaties. Meer info: https://www.nvvk.nl/page/1439/2022/02/28/Roken-kost-2500-euro-per-jaar-maarhoe-ga-je-het-gesprek-aan en https://www.rookvrij.nl/
5. Wat zijn de bewindspersonen op VWS van plan de komende periode? Op verzoek van de Tweede Kamer hebben de bewindspersonen op Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) in een planningsbrief aangegeven welke onderwerpen zij de komende periode gaan aanpakken en welke stukken de Tweede Kamer kan verwachten. In de bijlage van deze nieuwsbrief is de concrete planning van de planningsbrief te vinden. Op verzoek van de Tweede Kamer is dit planningsschema verder inhoudelijk toegelicht en uitgewerkt in een Hoofdlijnenbrief. Deze brief is te vinden op: https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-volksgezondheid-welzijn-ensport/documenten/kamerstukken/2022/03/04/kamerbrief-over-hoofdlijnenbrief-vws 6. Omgaan met dementie Eén op de vijf Nederlanders krijgt dementie. Dementie is de naam voor een combinatie van symptomen, waarbij de hersenen informatie niet meer goed kunnen verwerken. Dementie is een verzamelnaam voor ruim vijftig ziektes. In het begin van de ziekte vallen meestal de geheugenproblemen op. Hiernaast zijn er nog een aantal verschillende signalen van dementie zoals o.a. verandering in gedrag en karakter, taalproblemen, onrust, problemen met dagelijkse handelingen en verminderd beoordelingsvermogen.
In Nederland hebben 290.000 mensen dementie. Door de stijgende levensverwachting, wordt verwacht dat het aantal mensen met dementie in 2040 stijgen naar 550.000. In 2020 woonde in Leudal 770 mensen met dementie, dit zal naar verwachting in 2040 stijgen naar 1400. In het dagelijks leven zal het dus vaker gaan voorkomen dat je in contact komt met iemand met dementie. Deze mensen kunnen een hulpvraag hebben waar jij bij kunt helpen. Doormiddel van een GOED ezelsbruggetje biedt Samen dementievriendelijk handvaten hiervoor.
Geruststellen: Wees bemoedigend in het contact. Stel jezelf voor en stel gerust. Oogcontact: Maak oogcontact om na te gaan of je wordt begrepen. Geef hem of haar de tijd om te reageren. Gebruik korte zinnen en stel simpele vragen.
Even meedenken: Vraag of je mag helpen. Leef mee met ideeën en wensen en betrek hem of haar bij de oplossing. Zeg wat je gaat doen.
Dankjewel: Sluit het gesprek goed af. 7. Nieuwsbrief Nu Niet Zwanger Inmiddels is dit alweer de zevende brief sinds de start van de implementatie (zie bijlage Nieuwsbrief 7 NNZ NML). Mocht u eerdere nieuwsbrieven willen nalezen; ze staan op www.ggdlimburgnoord.nl/nunietzwanger. In de nieuwsbrief leest u dat alle gemeenten in Noord- en Midden- Limburg besloten hebben het programma voor (minimaal) de komende 3 jaar te borgen. Bovendien is Nu Niet Zwanger officieel erkend met ‘goed onderbouwd’ en opgenomen in de databank ‘Gezond Leven’ van het RIVM. De erkenningscommissie beschreef Nu Niet Zwanger als ‘een mooi voorbeeld van een interventie die vanuit een goede probleemanalyse is opgebouwd, onderbouwd en geïmplementeerd.’ Deze erkenning is een belangrijke stap in de structurele inbedding van het programma in het zorglandschap. 8. Nieuwe publicatie Sociaal en Cultureel Planbureau Na de verkiezingen van 16 maart staan nieuwe gemeenteraden voor grote uitdagingen om ervoor te zorgen dat mensen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben.
Met de publicatie Uitdagingen in het sociaal domein - Nieuwe gemeentebesturen aan zet, beoogt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) handvatten te bieden voor gemeenten om hun visie op het sociaal domein de komende jaren verder te ontwikkelen en bij te dragen aan een goed werkend stelsel dat uitgaat van de burgers en rekening houdt met de uitvoerbaarheid van beleid. De publicatie is te vinden op: https://www.scp.nl/publicaties/publicaties/2022/03/15/uitdagingenin-het-sociaal-domein 9. Meer statushouders kiezen voor onderwijs Statushouders weten steeds vaker hun weg te vinden naar een opleiding, en het niveau van onderwijs wordt steeds hoger. Dit blijkt uit de Benchmark Statushouders van Divosa, de vereniging voor gemeentelijk directeuren in het sociaal domein. In totaal volgt 17 procent van de statushouders een opleiding. Bij de groep tussen 18 en 33 jaar is dat 30 procent. Vooral vrouwelijke statushouders in die leeftijdscategorie zijn meer onderwijs gaan volgen: het aandeel dat een opleiding volgt steeg in twee jaar tijd van 17 naar 30 procent. Daarmee volgden de vrouwen in 2021 net iets vaker een opleiding dan de mannen. Volgens Divosa is de stijging in het aantal studerende statushouders onder andere te danken aan de inzet van gemeenten, die steeds meer statushouders naar het onderwijs weten te begeleiden.
In de nieuwe inburgeringswet, die sinds begin 2022 van kracht is, is een speciale inburgeringsroute opgenomen voor statushouders. De inschatting is dat zo'n 25 procent van de inburgeraars gebruik zal maken van de zogenaamde onderwijsroute. Gezien de huidige cijfers lijkt dat voor de jongere statushouders haalbaar, maar voor de groep boven de 33 jaar nog niet. 10. Verlenging Nationaal Programma onderwijs Het ministerie heeft besloten het Nationaal Programma Onderwijs met 2 schooljaren te verlengen. Het betreft de schooljaren 2023/2024 en 2024/2025. Het Nationaal Programma Onderwijs is er
voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na corona. De gemeenten en het onderwijs krijgen ruimte voor passende inzet van de middelen. Bij de besteding van de middelen worden niet alleen de kinderen met een dreigende leerachterstand, maar ook de kinderen uit middenklasse-gezinnen ondersteund. Ook wordt de verdeling aangepast, waarbij het voortgezet onderwijs meer geld per leerling ontvangt. De reden is dat deze scholen langer dicht waren dan het basisonderwijs. 11. Sekseverschillen invloed op onze gezondheid Artsen worden opgeleid om patiënten gelijk te behandelen. Maar wanneer er geen rekening wordt gehouden met sekseverschillen kan gelijke behandeling leiden tot ongelijke gezondheid. Klachten kunnen zich bij mannen en vrouwen namelijk anders voordoen. Zo ervaren vrouwen bijvoorbeeld lang niet altijd een drukkende pijn op de borst met uitstraling naar de arm bij een hartinfarct. Een op de drie hartinfarcten worden dan ook bij vrouwen nog steeds gemist. Ter vergelijking, bij mannen wordt een op de zes hartinfarcten niet herkend. Ook hebben mannen en vrouwen een verschillend risico op bepaalde aandoeningen en reageren ze vaak anders op dezelfde behandeling. De afgelopen jaren is er al vooruitgang geboekt m.b.t. genderspecifieke zorg.
Er is steeds meer onderwijsmateriaal beschikbaar, er zijn trainingen voor opleiders en docenten ontwikkeld en in 2016 zijn er afspraken gemaakt om aandacht voor sekse en gender te verankeren in de medische vervolgopleidingen huisartsgeneeskunde, cardiologie, psychiatrie, interne geneeskunde en maatschappij en gezondheid. Toch blijft het een lastige opgave om de invloed van sekseverschillen op onze gezondheid onder de aandacht te brengen. 12. Menstruatie-armoede Uit onderzoek blijkt dat een op de tien vrouwen en meisjes zich geen menstruatiemiddelen kan veroorloven. De problemen zijn onder meer geconstateerd bij mensen die rond de armoedegrens leven, zoals een deel van de cliënten van Voedselbanken, dak- en thuislozen en ongedocumenteerden. En zowel bij de vrouwen en meisjes zelf, als bij de hulpverlenende instanties heerst er nog een taboe om menstruatie en menstruatiearmoede te bespreken. Om het probleem van menstruatie-armoede onder de aandacht te brengen van de (lokale)politiek verscheen op 2 september 2021 het manifest menstruatie-armoede, opgesteld en ondertekend door tien maatschappelijke organisaties. In het manifest wordt de lokale politiek opgeroepen om menstruatiearmoede op te nemen in het lokale armoedebeleid en ook te zorgen voor laagdrempelige uitgiftepunten van gratis menstruatieproducten.
Stichting FNV geeft vijf aanbevelingen voor een effectieve aanpak van menstruatiearmoede: 1. Zet in op het verhogen van de bestaanszekerheid: Menstruatiearmoede is een symptoom van een groter probleem van armoede en een te laag inkomen. 2. Vrij beschikbaar en keuzevrijheid: Werp zo min mogelijk drempels op voor vrouwen en meisjes om gebruik te maken van de producten. Geen keuzevrijheid hebben in welk product het beste bij je past, is ook een vorm van menstruatiearmoede. 3. Richt op een bredere doelgroep: Focus zowel op jongeren als volwassenen in armoede. Daarnaast is het ook goed om aandacht te hebben voor mensen die nét boven de armoedegrens leven. 4. Niet ten koste van andere armoedemaatregelen: Wanneer de armoedemaatregel met de andere maatregelen gaat concurreren, wordt het ene gat met het andere gedicht. 5. Blijf onderzoeken: Doe onderzoek naar de omvang van armoede en menstruatiearmoede binnen de gemeente en waar deze zit Het manifest menstruatie-armoede is hier te lezen: https://www.fnv.nl/getmedia/a7aa449e-60254d8f-b487-6cbf563cd02c/Manifest-menstruatiearmoede-2-9-2021_2.pdf Bijlage(n): Bijlage planningsbrief bewindspersonen op VWS Nieuwsbrief 7 NNZ NML