CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Nieuwe gemeenschappelijke regeling BsGW (zichtbare wijzigingen + aanvullende wijzigingen + geconsolideerde wijzigingen)

Raadsvergadering 26 september 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen zienswijze over ontwerpbesluit van college wijziging gemeenschappelijke regelingen (a) Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen + (b) Modulaire gemeenschappelijke regeling Sociaal Domein Limburg Noord + (c) Omnibuzz + (d) Westrom + (e) Veiligheidsregio en Gemeentelijke Gezondheidsdienst Limburg-Noord + (f) Grenspark Maas-Swalm-Nette + (g) Regionale uitvoeringsdienst Limburg Noord12.030 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding of uitvoering van de werken, leveringen en diensten ten behoeve van de regeling, waarvan de vaststelling het algemeen bestuur niet aan zich heeft voorbehouden; k. het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten; l. het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere rechtspersonen die taken uitoefenen op het gebied van belastingen; m. houden van toezicht op al hetgeen de regeling aangaat; n. het aangaan van geldleningen en rekening-courantovereenkomsten; o. het uitlenen van gelden.

Artikel 17 Informatie en verantwoordingsplicht 1.

Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden geven het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

2.

Het dagelijks bestuur is aan het algemeen bestuur verantwoording schuldig over het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.

3.

Het reglement van orde van het algemeen bestuur houdt bepalingen in omtrent de wijze waarop de leden van het dagelijks bestuur de hier bedoelde inlichtingen

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

12

verstrekken en verantwoording afleggen. 4.

Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks gelijktijdig met de jaarrekening ter vaststelling een verslag aan over de werkzaamheden van de BsGW over het afgelopen jaar.

5.

Het dagelijks bestuur zendt het verslag na de vaststelling door het algemeen bestuur toe aan het college van de deelnemende gemeente, het dagelijks bestuur van het waterschap en aan Gedeputeerde Staten.

6.

Het dagelijks bestuur verstrekt de raden van de gemeenten dan wel het algemeen bestuur van het waterschap alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden dan wel dat bestuur worden gevraagd.

7.

Het dagelijks bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap schriftelijk alle inlichtingen die de raden onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

13

Hoofdstuk VI De voorzitter Artikel 18 Voorzitterschap 1.

Het algemeen bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter respectievelijk vice-voorzitter van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur aan. Het dagelijks bestuur zal hiervoor een voorstel doen aan het algemeen bestuur.

2.

De (vice-)voorzitter treedt af op de dag waarop de deelnemer heeft voorzien in de vacature van lid van het algemeen bestuur én een nieuw dagelijks bestuur is gevormd.

3.

De voorzitter verstrekt de raden van de gemeenten dan wel het algemeen bestuur van het waterschap alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden dan wel dat bestuur worden gevraagd.

Artikel 19 De taak en de bevoegdheden 1.

De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en draagt ervoor zorg dat de besluiten naar behoren worden uitgevoerd.

2.

De voorzitter tekent de stukken die van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur uitgaan.

3.

De voorzitter vertegenwoordigt de BsGW in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging schriftelijk aan een door hem aan te wijzen persoon opdragen.

4.

Indien de voorzitter behoort tot het college van een deelnemende gemeente of het dagelijks bestuur van het waterschap dat partij is bij een geding waarbij de BsGW is betrokken, oefent de vice-voorzitter met betrekking tot dat geding de in het derde lid genoemde bevoegdheid uit.

Artikel 19a Informatieplicht 1.

De voorzitter verstrekt de raden van de gemeenten dan wel het algemeen bestuur van het waterschap alle inlichtingen die door een of meer leden van die raden dan wel dat bestuur worden gevraagd.

2.

De voorzitter geeft de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap schriftelijk alle inlichtingen die de raden onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap nodig hebben voor de uitoefening van hun taken.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

14

Hoofdstuk VII De directeur Artikel 20 De directeur 1.

De BsGW heeft een ambtelijk apparaat, aan het hoofd waarvan een directeur staat.

2.

Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de directeur.

3.

De directeur staat tevens, als secretaris, de bestuursorganen van de BsGW bij in de vervulling van hun taak. De directeur is aanwezig in de vergadering van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur.

4

Alle uitgaande stukken van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden door de directeur mede ondertekend.

5.

Het bepaalde in het derde en vierde lid is van overeenkomstige toepassing op degene die de directeur vervangt.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

15

Hoofdstuk VIII Financiën Artikel 21 Verdeling kosten 1.

De deelnemers dragen de kosten.

2.

De kosten worden verdeeld overeenkomstig de kostenverdelingssystematiek.

Artikel 22:Verdeling risico 1.

De risico’s met betrekking tot de bedrijfsvoering komen voor rekening van de BsGW. De overige risico’s, waaronder de risico’s met betrekking tot de eigen belastingopbrengst, komen voor rekening van de deelnemers.

2.

De deelnemers zullen er steeds voor zorgdragen dat de BsGW te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen.

3.

De deelnemers staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boete en kosten van de door de regeling af te sluiten langlopende leningen, kasgeldleningen en in rekening courant op te nemen gelden naar verhouding van de kostenverdelingssystematiek als bedoeld in artikel 21.

Artikel 23 Begroting 1.

Het dagelijks bestuur zendt vóór de in artikel 67a van de wet genoemde datum de algemene en financiële en beleidsmatige kaders toe aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap.

2.

Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks vóór 1 maart een ontwerpbegroting met de daarbij behorende toelichting op voor het daarop volgende jaar. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting zo spoedig mogelijk maar tenminste twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap.

3.

De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling wordt openbaar kennis gegeven.

4.

De raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

16

5.

Het dagelijks bestuur stelt de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vierde lid, alsmede over de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

6.

Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. Hierbij wordt rekening gehouden met de door de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap uitgebrachte zienswijze.

7.

Nadat de begroting is vastgesteld zendt het algemeen bestuur de begroting aan de raden van de gemeenten en aan het algemeen bestuur van het waterschap die ter zake bij Gedeputeerde Staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen.

8.

Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 67, tweede lid, van de wet genoemde datum aan Gedeputeerde Staten.

Artikel 24 Begrotingswijziging 1.

Het bepaalde in artikel 23, tweede, vierde, vijfde, zesde lid tweede volzin, zevende en achtste lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

2.

Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op wijzigingen van de begroting, die niet leiden tot een overschrijding van het budget van de BsGW voor zover dit wordt bepaald door de vastgestelde bijdragen van de deelnemers.

Artikel 25 Jaarrekening 1.

Het dagelijks bestuur zendt vóór de in artikel 67a van de wet genoemde datumapril de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap.

2.

Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.

3.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór de in artikel 67, vierde lid, van de wet genoemde datum aan de raden van de gemeenten en het algemeen bestuur van het waterschap en aan Gedeputeerde Staten.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

17

Artikel 26 Vergoedingen De leden van het bestuur ontvangen vanuit de BsGW geen vergoeding voor hun werkzaamheden noch een tegemoetkoming in de kosten.

Artikel 27 Administratie en controle 1.

Het algemeen bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en van het kasbeheer.

2.

Het algemeen bestuur stelt regels vast voor de controle op het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie. Deze regels dienen te waarborgen dat de rechtmatigheid van het financiële beheer en van de inrichting van de financiële organisatie worden getoetst.

3.

Het algemeen bestuur wijst een accountant aan als bedoeld in artikel 393, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, belast met de controle van de jaarrekening en het daarbij verstrekken van een accountantsverklaring en het daarbij uitbrengen van een verslag van de bevindingen. Artikel 213, derde, vierde en vijfde lid van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing op de accountantsverklaring en het verslag.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

18

Hoofdstuk IX Duur, wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 28 Duur van de regeling De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 29 Wijziging De regeling kan worden gewijzigd op voorstel van het algemeen bestuur bij besluiten met tweederde meerderheid van het aantal deelnemers, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet.

Artikel 30 Toetreding 1.

Toetreding tot de regeling vindt plaats bij schriftelijk verzoek van het college dat wenst toe te treden, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet.

2.

Toetreding kan slechts plaatsvinden wanneer alle reeds deelnemende colleges en het dagelijks bestuur van het waterschap daarin toestemmen bij eensluidend besluit. De colleges respectievelijk het dagelijks bestuur van het waterschap nemen dit besluit pas na verkregen toestemming van de raad dan wel het algemeen bestuur van het waterschap.

3.

In een besluit als bedoeld in het tweede lid kan toetreding afhankelijk worden gesteld van het voldoen aan bepaalde voorwaarden door het college dat wenst toe te treden.

4.

Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding.

Artikel 31 Uittreding 1.

Een deelnemer kan besluiten tot uittreding uit de regeling, onverminderd het bepaalde in artikel 61 van de wet.

2.

Een deelnemer zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van twee jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen, tenzij de colleges unaniem een andere opzegtermijn overeenkomen.

3.

Het dagelijks bestuur inventariseert de gevolgen van de uittreding, de wijze waarop met deze gevolgen kan of moet worden omgegaan en de voorwaarden voor uittreding, welke nadien worden vastgelegd in een door het algemeen bestuur vast te stellen uittredingsplan.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

19

4.

Uiterlijk zes maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan vast. De daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend.

5.

Nadat het uittredingsplan is vastgesteld, is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de regeling te voldoen.

Artikel 31a Procedure en inhoud van het uittredingsplan 1. Het in artikel 31, vierde lid, bedoelde uittredingsplan bevat de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van vijf jaar het directe gevolg zijn van de uittreding. Tevens bevat het uittredingsplan de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. 2.

Voor het opstellen van het uittredingsplan wijst het algemeen bestuur een onafhankelijke adviseur aan die in opdracht van het algemeen bestuur het conceptuittredingsplan voorbereidt. De kosten voor het uittredingsplan komen voor rekening van de uittredende deelnemer.

3.

Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke adviseur aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en de voorzitter. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke adviseur aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden van het algemeen bestuur, waaronder in ieder geval een vertegenwoordiger in het algemeen bestuur van de uittredende deelnemer.

4.

De onafhankelijke adviseur neemt bij het bepalen van de uittreedsom het bepaalde in dit artikel en in artikel 31 in acht en baseert zich daarbij op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding. Tevens past de onafhankelijke adviseur bij de berekening van de uittreedsom een risico-opslag van 5% op de uittreedsom toe om eventueel onvoorziene toekomstige kosten gerelateerd aan de uittreding te ondervangen. Deze opslag vrijwaart de uittredende deelnemer van alle toekomstige onvoorzienbare kosten.

5.

Het algemeen bestuur is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittreedsom zo laag mogelijk te houden. Het algemeen bestuur onderzoekt in dat kader met de uittredende deelnemer de mogelijkheid tot overname van personeel, activa en contracten. Het voorgaande behoeft echter niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

20

Artikel 32 Opheffing 1.

De gemeenschappelijke regeling kan worden opgeheven met instemming van alle deelnemers minus één. Het besluit tot opheffing wordt niet genomen voordat de raden van de deelnemers onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap gedurende twaalf weken in de gelegenheid zijn gesteld om schriftelijk op de voorgestelde opheffing hun zienswijze ter kennis van het college onderscheidenlijk het dagelijks bestuur van het waterschap te brengen.

2.

Bij opheffing van de regeling wordt een liquidatieplan opgesteld. Het bepaalde in het vierde lid van artikel 31 en het tweede, derde en vijfde lid van artikel 31a is van overeenkomstige toepassing.

3.

Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. Zo nodig blijft het dagelijks bestuur ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat het liquidatieplan is uitgevoerd.

Artikel 33 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de bestuursorganen van BsGW. 2. De secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van BsGW, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 3. Het dagelijks bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van BsGW, die niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden van de bestuursorganen van BsGW wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van een van de deelnemende gemeenten of het waterschap. 5. Met het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van BsGW, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, is belast de archivaris van de gemeente onderscheidenlijk het waterschap, bedoeld in het vierde lid. 6. De archivaris van de gemeente onderscheidenlijk het waterschap, bedoeld in het vierde lid, brengt tweejaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de bestuursorganen van BsGW, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

21

7. Het dagelijks bestuur brengt tweejaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer van de bestuursorganen van BsGW.

Artikel 34 Geschillen 1.

Voordat een geschil als bedoeld in artikel 28 van de wet ter beslissing wordt voorgelegd aan Gedeputeerde Staten, legt het algemeen bestuur het geschil voor aan een geschillencommissie voor een niet bindend advies.

2.

De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Eén lid wordt aangewezen door het algemeen bestuur en één lid door de deelnemer. Deze leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan dat tevens zal optreden als voorzitter van de commissie.

3.

Indien het advies van de commissie niet leidt tot een oplossing van het geschil wordt dit voorgelegd aan Gedeputeerde Staten overeenkomstig artikel 28 van de wet.

4.

Van een geschil als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet is sprake als tenminste één van de deelnemers of het algemeen bestuur een zodanige mening is toegedaan.

Artikel 35 Bekendmaking en evaluatie 1.

De werking van de regeling zal geëvalueerd worden indien het algemeen bestuur daartoe besluit. Het dagelijks bestuur zal dan een onderzoeksvoorstel aan de deelnemers voorleggen.

2.

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Roermond maakt de regeling tijdig overeenkomstig artikel 26 van de wet bekend in het Gemeenteblad van Roermond.

3.

Het dagelijks bestuur is belast met de registratie van de regeling overeenkomstig artikel 26, tweede lid, van de wet.

Artikel 36: Inwerkingtreding; citeertitel 1. 2.

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2011. Deze regeling kan worden aangehaald als: “Belastingsamenwerking Gemeenten en Waterschappen”.

Gemeenschappelijke Regeling BsGW

22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=cba7bdb3-52aa-4faa-8975-9db20d5f23a7