CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

N. Brief DB Veiligheidsregio Limburg-Noord 20dec21 met Kaderbrief 2023.pdf

Commissievergadering Bestuur en middelen 2 februari 2022, gemeente LeudalBij agendapunt: Brief VRLN over kaderbrief 2023 met mogelijkheid voor cie om zienswijze kenbaar te maken5.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Van: Ingrid Kuijpers Verzonden: woensdag 22 december 2021 10:47 Aan: Raadsgriffie <raadsgriffie@leudal.nl> CC: Erik Rutten <e.rutten@leudal.nl>; Petra Leunissen <p.leunissen@leudal.nl> Onderwerp: Kaderbrief 2023 VRLN Hoi Wim, Graag bijgevoegde brief met bijlage doorsturen naar de gemeenteraad. De Kaderbrief bevat de uitgangspunten voor de begroting 2023. Er is formeel geen zienswijzeprocedure van toepassing. De Kaderbrief wordt ter informatie aangeboden aan de raad. De gemeenteraad wordt in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op deze Kaderbrief. Met de reacties kan de Veiligheidsregio Limburg-Noord bij het opstellen van de begroting rekening houden.

Met vriendelijke groet, Ingrid Kuijpers beleidsmedewerker veiligheid coordinator bestuurlijke aanpak ondermijning bibobcoordinator

Kaderbrief voor begroting 2023

Versie: 20 december 2021 Vastgesteld door het Algemeen Bestuur d.d. 17 december 2021

Kaderbrief 2023 VRLN

-1-

20 december 2021

Inhoud

1.

Inleiding ............................................................................................................................................ 3

2.

Beleidsaccenten van het Rijk ........................................................................................................... 3 2.1 Zorg ......................................................................................................................................... 3 2.2 Veiligheid ................................................................................................................................. 4

3.

Beleidsaccenten van gemeenten..................................................................................................... 5 Publieke Gezondheid .............................................................................................................. 5 3.2 Brandweer ............................................................................................................................... 6 3.3 Crisisbeheersing ...................................................................................................................... 6

4.

Programma’s .................................................................................................................................... 7 4.1 Programma Publieke Gezondheid........................................................................................... 7 4.2 Programma Brandweerzorg .................................................................................................... 8 4.3 Programma Crisisbeheersing .................................................................................................. 9 4.4 Programma Bedrijfsvoering/Overhead .................................................................................. 10

5.

Financiële kaders ........................................................................................................................... 12 5.1 Actualisatie verdeelsystematiek gemeentefonds .................................................................. 12 5.2 Aantal inwoners ..................................................................................................................... 12 5.3 Indexatie ................................................................................................................................ 12 5.4 Renteomslag.......................................................................................................................... 13 5.5 Vennootschapsbelasting ....................................................................................................... 13

Bijlage 1. Aansluiting begrotingsjaar 2022-2023 ................................................................................... 14 Bijlage 2. Verdeling gemeentelijke bijdragen over de programma’s ..................................................... 14 Bijlage 3. Gemeentelijke bijdragen ........................................................................................................ 15

Kaderbrief 2023 VRLN

-2-

20 december 2021

1.

Inleiding

Voor u ligt de kaderbrief 2023 van Veiligheidsregio Limburg-Noord (VRLN). Jaarlijks maakt de veiligheidsregio een kaderbrief waarin ontwikkelingen worden geschetst die (waarschijnlijk) invloed gaan hebben op de meerjarenbegroting. Tevens worden de financiële uitgangspunten en de kaders voor de begroting 2023 vastgelegd. In 2020 is het beleidsplan VRLN 2020-2023 vastgesteld. In het beleidsplan zijn de beleidsinhoudelijke ontwikkelingen van de Brandweer, Crisisbeheersing en Publieke Gezondheid uitgewerkt voor 4 jaar. Het begrotingsjaar 2023 is het vierde en tevens laatste jaar van de looptijd van het beleidsplan.

2.

Beleidsaccenten van het Rijk

Vlak voor de vaststelling van deze kaderbrief door het Algemeen Bestuur wordt het coaltieakkoord door het nieuwe kabinet gepubliceerd. Het akkoord bevat goed nieuws voor de versterking van de publieke gezondheid en veiligheid. Het nieuwe kabinet gaat investeren in de publieke gezondheid en trekt structureel 300 miljoen euro uit voor een versterking van de pandemische paraatheid. Voor het bevorderen van een gezonde leefstijl worden ficsale instrumenten ingezet (belasting op suiker en Btw-verlaging op groente en fruit). Verder wordt stevig ingezet op meer bestaanszekerheid en kansengelijkheid, waar gezondheid indirect van zou kunnen profiteren. Het nieuwe kabinet investeert in veiligheid, zowel in repressie als in preventie. Zo wordt er extra geïnvesteerd in het Deltafonds om achterstanden weg te werken en de uitvoering van het Nationale Deltaprogramma te versnellen. Het kabinet blijft investeren in dijken, duinen en dammen. Ook komen er middelen beschikbaar om de beekdalen in onder meer Limburg beter te beschermen. Er komt een wijkenaanpak die kwetsbare wijken weerbaar moet maken tegen ondermijnende criminaliteit, door een combinatie van veiligheidsbeleid, sociaal offensief en het bieden van een uitweg uit (drugs)criminaliteit richting werk of een opleiding. Bij de uitwerking hiervan wordt het door gemeenten bepleite meerjarige programma Leefbaarheid en veiligheid betrokken.

2.1 Zorg Voor de totale zorg trekt het demissionaire kabinet in 2022 100 miljard euro uit. Er moet hard worden gewerkt aan het toekomstbestendig maken van de zorg, om deze toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief goed te houden. De beleidsaccenten van het Rijk volgen uit landelijke overlegtafels en -discussies en hebben invloed op de GGD. Wanneer en in welke mate is nu niet duidelijk. • Jeugdzorg Er is incidenteel 1,3 miljard euro beschikbaar om de structurele tekorten op de jeugdzorg bij gemeenten weg te werken. Dit is het resultaat van het akkoord dat het Rijk en gemeentekoepel VNG in juni 2021 sloten, na de arbitrage in het conflict over de tekorten op de jeugdzorg. De GGD maakt onderdeel uit van de totale keten jeugdzorg. Onze jeugdartsen hebben daarbij een signaleringstaak en zijn een belangrijke verwijzer. De aanpak van de structurele tekorten in de jeugdzorg heeft mogelijk ook gevolgen voor de huidige werkwijze van de jeugdgezondheidszorg. Dit geldt ook voor het toepassen van e-health en verdere digitalisering in de zorg. Een nieuw kabinet moet een besluit nemen over een structurele verhoging van het jeugdzorgbudget.

Kaderbrief 2023 VRLN

-3-

20 december 2021

• Extra budget GGD’en Voor de bestrijding van corona trekt het kabinet in 2022 2,1 miljard euro uit. De GGD’en krijgen extra budget voor bron- en contactonderzoek, teststraten en het vaccinatieprogramma. In crisistijd is afstemming van de uitvoering door 25 GGD’en met de landelijk lijn onontbeerlijk. Daarvoor wordt een landelijke infrastructuur ingericht. De bestrijding van een nieuwe epidemie moet daarmee sneller en adequater van de grond kunnen komen, zo is de gedachte. Vanaf 2022 wordt hier jaarlijks 5 miljoen euro voor gereserveerd. • Investeren in e-health VWS investeert flink in de digitalisering van de zorg. Denk hierbij aan de stimuleringsregeling ‘e-health thuis’. Het kabinet wil ook op andere zorgterreinen digitale en e-health toepassingen vergroten. Die zijn tijdens de coronacrisis van grote waarde gebleken. Daarnaast is het volgens het ministerie van ‘cruciaal belang dat de tijd van zorgprofessionals efficiënt wordt benut, met minder regeldruk en door het werk waar nodig en mogelijk anders vorm te geven’. Er is dus vernieuwing nodig in de manier van werken en de inzet van technologie kan daar een belangrijke bijdrage aan leveren. Voor de GGD geldt dat ook.

2.2 Veiligheid • Duurzame en internationale veiligheid De recente watersnood in Limburg laat zien dat de gevolgen van klimaatrisico’s zeer ingrijpend kunnen zijn. Dit vraagt om een klimaatbestendig Nederland dat erop is ingericht om de gevolgen van extreme regenval, hitte en droogte op te vangen. Het beleid moet ook rekening houden met een versnelde stijging van de zeespiegel, veranderende rivierafvoeren en de rol van bodemdaling. Hiervoor zijn investeringen en keuzes nodig in het ruimtelijk domein, de infrastructuur en het waterbeheer. Dreigingen worden diverser en complexer. Nederland zet in op versterkte internationale samenwerking. • Cybersecurity De impact van corona en de daaropvolgende beleidsreactie hebben de afgelopen periode bestaande kwetsbaarheden en afhankelijkheden in onze samenleving extra zichtbaar gemaakt. Al langer nemen dreigingen toe, wat onder meer tot uiting komt in de voortdurende aanvallen in het cyber- en informatiedomein. Gezien de toegenomen afhankelijkheid van internet is het zaak dat de samenleving en de overheid hier voldoende tegen beschermd zijn en dat er blijvend gewerkt wordt aan cybersecurity en economische veiligheid. • Ondermijning Het kabinet heeft besloten om in 2022 554 miljoen euro te besteden aan het tegengaan van georganiseerde misdaad. Enerzijds is dit voor de terugdringing van de ondermijnende criminaliteit.

Anderzijds is dit nodig voor de bescherming en beveiliging van iedereen die zich beter beschermd moet weten in het werk tegen ondermijning. Terugdringing en beheersing van ondermijning vergen een inzet op meerdere sporen, uiteenlopend van zichtbaar formeel gezag in de wijk tot regionale versterkingsprojecten en aanpak van criminele geldstromen. Bij een toenemend aantal GGD’en speelt de zogenaamde Wijk GGD-er een rol in het terugdringen van ondermijning. • Agenda crisisbeheersing en brandweerzorg 2022-2025 De Minister van J&V heeft in februari 2021 de reactie op het rapport van de Evaluatiecommissie veiligheidsregio’s aan de Tweede kamer gezonden. Hierin wordt de totstandkoming aangekondigd van een integraal wettelijk kader dat betrekking heeft op crisisbeheersing en brandweerzorg. Doel van het wettelijk kader is een samenhangend stelsel waarbinnen overheden slagvaardig onderling en met (private) crisispartners, maatschappelijke organisaties en burgers samenwerken om een grote verscheidenheid aan typen van incidenten en crises te kunnen beheersen. Het stelsel moet ook zijn Kaderbrief 2023 VRLN

-4-

20 december 2021

toegerust op grensoverschrijdende, moderne risico’s en crises, dreigingen van morgen en ‘ongekende’ crises. De verdere uitwerking van de hoofdlijnen van het kabinetsstandpunt, waaronder de vormgeving van het stelsel is onderdeel van een nieuwe, brede strategische Gezamenlijke Agenda 2022-2025 als opvolger van de Agenda risico- en crisisbeheersing 2018-2021.

3.

Beleidsaccenten van gemeenten

In maart 2022 vinden gemeenteraadsverkiezingen plaats. In deze kaderbrief kunnen we de prioriteiten uit de collegeprogramma’s voor de periode 2022 - 2026 nog niet meenemen. Tijdens de bestuursconferentie van oktober 2021 zijn uitspraken gedaan over de richting waarin de VRLN zich moet ontwikkelen en deze uitspraken treft u hieronder aan.

Publieke Gezondheid De focus uit het manifest ‘Naar gelijke kansen op gezondheid’ is leidend voor de gemeenten en de GGD: vergroten van gelijke kansen op positieve gezondheid en het makkelijker maken van gezond leven. De inhoud van het manifest heeft een bredere reikwijdte dan het werk van de GGD: het gaat om een samenwerking met vele partners. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij bestaande overleg- en samenwerkingstafels. Voor Noord-Limburg is de GGD aangesloten op het Programma Vitaal & Gezond waarin gemeenten al samen aan de slag zijn met de quattro helix van de Gezondste Regio. Er zijn twee sporen voor het inkleuren van de toekomst uitgezet: een netwerk-spoor en een GGDspoor. Bij het netwerk-spoor zijn met name de gemeenten in de lead en participeert de GGD. Dit spoor kent een inhoudelijke focus die aansluit bij de regiobeelden: jeugd, GGZ en ouderen. In dit spoor is tevens een verkenning gewenst naar het snijvlak van publieke zorg en veiligheid. Nadat het huidige speelveld en eventuele witte vlekken in beeld zijn, kan worden bepaald of en zo ja welke rol de GGD hierin heeft. Het tweede spoor is het GGD-spoor. Hierbij is de GGD in de lead. Twee onderdelen worden vanuit dit spoor gerealiseerd: een visie 2030 en lokale uitvoeringsplannen.

Voor de visie 2030 van de GGD is richtinggevend: 1) in de monitoring richt de GGD zich op de ambities uit het manifest en de thema’s uit de regiobeelden; 2) bij de JGZ zet de GGD de transformatie door naar een meer risicogerichte benadering, waarbij de meeste zorg naar de kwetsbaarste kinderen gaat. Dit wordt vertaald in een visie op huisvesting, uitgaande van fysieke aanwezigheid dichtbij risicogroepen en digitaal; 3) bij de overige taken (zoals advisering leefomgeving, gezondheidsbevordering en gezondheidsbeschermende taken) brengt de GGD in beeld welke ruimte er binnen de bestaande kaders is om de focus te leggen op de ambities uit het manifest en 4) op basis van de uitkomsten van de verkenning met netwerkpartners beoordelen of taken op z’n plek zijn bij de GGD (onderscheiden naar rollen en in lijn met het karakter van publieke gezondheid). Bij het opstellen van de lokale uitvoeringsplannen wordt in 2021 gestart met 4 gemeenten, waarbij de ambitie is uitgesproken om in 2022 dergelijke plannen te realiseren voor alle gemeenten.

Kaderbrief 2023 VRLN

-5-

20 december 2021

3.2 Brandweer De visie op de repressieve brandweerzorg is doorvertaald naar het Repressief Brandweerorganisatieplan 3.0 (RBOP 3.0). In het RBOP 3.0 zijn keuzes gemaakt voor een toekomstig bestendige inrichting van de repressieve functie. De keuzes ten aanzien van de personele capaciteit spitsen zich toe op de inrichting van de repressieve slagkracht en de organisatie van specialistische taken. Dit vloeit voort uit het niet langer invullen van gekazerneerde diensten door vrijwilligers en de implementatie van ‘de behapbare basis’. De invoering vindt gefaseerd plaats omdat de minister van J&V zich nog uit gaat spreken over de randvoorwaarden die hij stelt aan de navolging van de Europese wetgeving. We anticiperen op het uitbreiden van de beroepscapaciteit in 2022. De keuzes ten aanzien van de materiële voorzieningen gaan over een efficiënter gebruik van het materieel. Meest markante aanpassingen: • van 35 naar 33 tankautospuiten; • van 9 snelle interventievoertuigen naar 4 flexibel inzetbare snelle interventievoertuigen; • vervanging twee commando haakarmbakken door multidisciplinaire commando unit. Daarnaast is het noodzakelijk aanvullend te investeren in materieel ten behoeve van de natuurbrandbestrijding. De keuzes ten aanzien van huisvesting zijn nog niet allemaal uitgekristalliseerd.

De samenvoeging van de posten Heythuysen en Roggel is reeds in het budgettair kader verwerkt. Ook duidelijk is dat een nieuwe of sterk aangepaste centrumpost in Venray hogere lasten (€ 85.000) met zich meebrengt.

3.3 Crisisbeheersing In het verlengde van ontwikkelingen bij de brandweer vraagt ook de doorontwikkeling van crisisbeheersing om aandacht. De VRLN werkt daarom naar analogie van de brandweervisie aan een visie op crisisbeheersing in 2030.

Kaderbrief 2023 VRLN

-6-

20 december 2021

4. Programma’s 4.1 Programma Publieke Gezondheid De aandachtspunten voor het programma Publieke Gezondheid zijn afgeleid uit het manifest ‘Naar gelijke kansen op gezondheid’ en worden voor maart 2022 nader ingekleurd. In de begroting 2023 nemen we de concrete aandachtspunten op. Een aantal externe ontwikkelingen met een effect in 2023 kan concreet worden benoemd. • Ten tijde van het opstellen van deze kaderbrief is er nog steeds sprake van een coronapandemie. De GGD zet zich via diverse wegen in om de pandemie te bestrijden. Het is niet eenvoudig te voorspellen wat de concrete gevolgen van de pandemie voor het programma Publieke Gezondheid in 2023 zijn. Gedacht kan worden aan een periodieke vaccinatie tegen het coronavirus en/of het (kleinschalig) in stand houden van voorzieningen gericht op bron- en contactonderzoek en/of testen. • De ontwikkeling van het Rijksvaccinatieprogramma staat niet stil. Er komen nieuwe vaccins op de markt, de kennis over vaccinaties neemt toe en soms komt een nieuwe infectieziekte in beeld. In de komende jaren worden er nieuwe vaccinaties aan het Rijksvaccinatieprogramma toegevoegd. Zo heeft de Minister in 2021 aan de gezondheidsraad een advies gevraagd over het vaccineren van kinderen in risicogroepen tegen het rotavirus.

• Via de Subsidieregeling Aanvullende Seksuele Gezondheid (ASG-regeling), onderdeel van de Subsidieregeling publieke gezondheid, subsidieert VWS momenteel 8 coördinerende GGD’en voor taken op het gebied van de aanvullende seksuele gezondheidszorg. De regeling omvat 2 taken; de soa/hiv-bestrijding en de seksualiteitshulpverlening. De regeling loopt tot 1 januari 2022. VWS zal een andere juridische grondslag geven voor de taken die de GGD uitvoert. • Met ingang van 2022 investeert het kabinet in toezicht op kinderopvang en wel specifiek door landelijk € 6,4 miljoen budget vrij te stellen voor intensiever toezicht op de gastouderopvang. De bedoeling is dat het jaarlijks aantal steekproeven significant toeneemt van het huidige 5% naar uiteindelijk jaarlijks 50%. • In 2021 heeft de Politie de Medische Arrestanten Zorg (MAZ) aanbesteed. Echter deze is later weer ingetrokken. Het uitgangspunt is dat de MAZ-dienstverlening op basis van de huidige contracten met de Politie wordt doorgezet tot en met 2023. In 2023 wordt de MAZ vermoedelijk opnieuw aanbesteed. • De beoogde inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet wordt met een half jaar verplaatst naar 1 juli 2022. Dit geeft het Rijk, gemeenten, provincies, waterschappen en uitvoeringsorganisaties meer ruimte om de implementatie van de wet op een zorgvuldige en verantwoorde wijze vorm te geven.

Elke ontwikkeling in de fysieke leefomgeving heeft invloed op aspecten als luchtkwaliteit, geluidsniveau, bodemkwaliteit, mobiliteit, duurzaamheid en meer. Die aspecten beïnvloeden dan weer de gezondheid en veiligheid van mensen, positief of negatief. De GGD adviseert en ondersteunt gemeenten bij (ruimtelijke) plannen die invloed hebben op gezondheid, milieu en veiligheid. Landelijk wordt gewerkt aan een handreiking voor GGD-en om over de concrete consequenties daarvan in gesprek te gaan met gemeenten. Regionaal zijn Veiligheidsregio en GGD goed aangehaakt op het projectleidersoverleg. Langs de weg van de inhoud wordt daarin samen met gemeenten, waterschap en omgevingsdienst vormgegeven aan de werkprocessen. Daaruit moet ook duidelijk worden welke gevolgen dit heeft voor de eventuele aanvullende inzet van formatie bij de GGD. De implementatieperiode loopt tot 2029. In het voorjaar van 2022 wordt dit thema nader bestuurlijk geagendeerd voor de BC GGD. • De huidige programmaperiode van Kansrijke Start loopt in 2021 af. De inzet is om 2022 en 2023 te benutten als transitiejaren voor het verder borgen van de werkwijzen en werkvormen die zijn en worden opgebouwd in de lopende aanpak van Kansrijke Start (denk aan samenwerking tussen Kaderbrief 2023 VRLN

-7-

20 december 2021

medisch en sociaal domein en vroegsignalering). De ervaring maakt duidelijk dat de inzet op een kansrijke start vraagt om inbedding van de aanpak via lokale coalities in coördinatie en samenwerking op zowel lokaal als op regionaal niveau, samen met de betrokken partijen en de beroepsgroepen. Deze lijn sluit aan bij het gedachtegoed rondom preventie en gezondheid die in de Discussienota ‘Zorg voor de Toekomst’ opgenomen is. Hierin is een aantal beleidsopties opgenomen om de inzet op preventie te versterken. Een van de opties betreft het bouwen aan een regionale preventie-infrastructuur waarin gemeenten en zorgverzekeraars op regionale schaal tot niet-vrijblijvende samenwerkingsafspraken komen over preventieactiviteiten en de financiering hiervan. Zodoende kunnen gemeenten en verzekeraars elkaars aanpak versterken en ontstaat er voor de burger, in dit geval de kwetsbare zwangere en/of gezin, een samenhangende aanpak. Bovenstaande inzet moet ervoor zorgen dat een kansrijke start-aanpak niet vrijblijvend is en dat gemeenten, geboortezorg, JGZ-organisaties en alle andere betrokken partijen vanuit hun eigen verantwoordelijkheid blijvend inzetten op een kansrijke start voor ieder kind in Nederland. Hoe het actieprogramma na de programmaperiode geborgd wordt in de regio, is nog niet besloten.

Naast een uitvoerende rol in de diverse deelprogramma’s die gepositioneerd zijn onder Kansrijke Start (o.a. Voorzorg, Centering parenting) en een (inhoudelijke) coördinerende rol binnen het deelprogramma Nu Niet Zwanger, is de GGD betrokken in de Regieraad waarin nauwe afstemming plaatsvindt tussen de Regionale kwartiermaker, de portefeuillehouders en de regionale ambtenaren Jeugd.

4.2 Programma Brandweerzorg De aandachtspunten voor het programma Brandweerzorg staan hieronder beschreven. • Versterking paraatheid Conform beleidsplan 2020-2023 wordt binnen het programma Brandweerzorg uitvoering gegeven aan de bestuurlijk vastgestelde versterking paraatheid. In deze kaderbrief is de derde en tevens laatste jaarschijf verwerkt. • Deeltijdregeling brandweervrijwilligers Op verzoek van de minister van J&V is een juridisch oordeel geformuleerd over de vraag of het Nederlandse systeem inzake de vrijwillige brandweer in strijd is met Europees recht of niet, en zo ja, welke wijzigingen afdoende zijn om deze strijdigheid op te lossen met behoud van maximale ruimte voor vrijwilligheid. De conclusie van dit advies is dat het Nederlandse stelsel van vrijwillige brandweer grotendeels kan worden gehandhaafd en dat goed verdedigbaar is dat taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht. Dit geldt onder de voorwaarden dat 1) de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid en 2) het contrast tussen vrijwillige en beroeps brandweer wordt verscherpt. Dit betekent concreet dat de huidige categorieën van geconsigneerde en gekazerneerde vrijwilligers, die vrijwilligheid en beroeps vermengen, in beginsel dienen te verdwijnen.

Het in Limburg-Noord ontwikkelde concept voor vrijwilligheid ‘Behapbare Basis’ sluit aan op het juridische advies. • 2e loopbaan In 2006 is het 2e loopbaanbeleid bij de brandweer geïntroduceerd. Het gaat over medewerkers incidentbestrijding in de 24-uursdienst. Onder voorwaarde van medische geschiktheid mogen deze medewerkers maximaal 20 jaar werken in deze bezwarende functie. Werkgever en werknemer spannen zich gezamenlijk in om een goede vervolgstap, de zogenaamde 2e loopbaan van de werknemer, mogelijk te maken naar een niet bezwarende functie binnen dan wel buiten de organisatie.

Kaderbrief 2023 VRLN

-8-

20 december 2021

In de bestemming van het resultaat over 2020 is een fonds gevormd voor opleidings- en begeleidingsactiviteiten voor brandweermedewerkers. • Structureel tekort op kapitaallasten Het knelpunt van de ontwikkeling van de kapitaallasten ten opzichte van het in de regionalisering van de brandweer overgedragen budget staat al vijf jaar in de begroting. Vooralsnog dekken we deze kostenstijging uit de egalisatiereserve kapitaallasten brandweerzorg. Daarnaast wordt de opbrengst uit de verkoop van afgestoten materieel ingezet.

4.3 Programma Crisisbeheersing De aandachtspunten voor het programma Crisisbeheersing staan hieronder beschreven. • Veiligheid Informatie Knooppunt VRLN ontwikkelt samen met de zes zuidelijke veiligheidsregio’s (Limburg-Noord, Zuid-Limburg, Brabant-Zuidoost, Brabant-Noord, Midden- en West-Brabant en Zeeland) een Veiligheid Informatie Knooppunt (VIK). Deze innovatie wordt voor een belangrijk deel met subsidies gefinancierd. Informatiegestuurd werken vormt de basis voor moderne crisisbeheersing. Nieuwe informatiebronnen en nieuwe (digitale) toepassingsmogelijkheden en systemen vragen om voortdurende innovatie. • Evaluatie van de Wet op de Veiligheidsregio’s De Wet op de Veiligheidsregio’s is vorig jaar geëvalueerd. Gepleit wordt voor stevigere verankering van Crisisbeheersing in wet en organisatie, maar het stelsel en het beginsel van verlengd lokaal bestuur moet overeind blijven. Op rijksniveau wordt de evaluatie nog voorzien van een concreet vervolg. De evaluatie bevat een aantal aandachtspunten die regionaal betekenis kunnen krijgen. Gelet op nieuwe risico’s wordt uitgegaan van een meer dynamisch en flexibel crisismodel, met een netwerk/knooppuntrol voor de veiligheidsregio in bovenregionale en internationale samenwerkingsverbanden. De keten is uitgangspunt, met structurele risicoanalyse als basis en herstel als vast onderdeel.

Ook bepleit de evaluatie een nadrukkelijkere regiefunctie voor geneeskundige zorg, bevolkingszorg, crisiscommunicatie & informatievoorziening. • Maatschappelijke ontwikkelingen met nieuwe risico’s De maatschappij en onze omgeving ontwikkelen zich voortdurend en sommige ontwikkelingen hebben vanuit veiligheidsoptiek ook consequenties. Denk aan de klimaatverandering met toenemende risico’s voor wateroverlast en bijvoorbeeld nieuwe infectieziektes. Maar ook veranderingen binnen vitale sectoren zoals de energievoorziening (energietransitie) en aanwezigheid datacenters. • Aansluiting nieuw Landelijk Meldkamersysteem en Calamiteiten Coördinator Met de samenvoeging van de meldkamers Maastricht en Venlo werd op 18 oktober 2016 de Meldkamer Limburg operationeel. De meldkamer in Maastricht wordt binnen afzienbare tijd aangesloten op de landelijke IV- en ICT-infrastructuur. Het beheer van de meldkamer wordt dan uitgevoerd door de Landelijke Meldkamer Samenwerking. De Landelijke Meldkamer Samenwerking overweegt een deel van de kosten van de Calamiteiten Coördinator op de meldkamer te gaan vergoeden als deze functionarissen een rol gaan vervullen in landelijk aangestuurde ICT-processen.

Kaderbrief 2023 VRLN

-9-

20 december 2021

4.4 Programma Bedrijfsvoering/Overhead Het programma bedrijfsvoering/overhead is ondersteunend aan de beleidsinhoudelijke programma’s en bestaat uit de activiteiten met betrekking tot personeel & organisatie, financiën, control, informatie & automatisering, facilitaire ondersteuning, inkoop, juridische zaken en communicatie. -

-

Uitgangspunten die worden gehanteerd: ondersteunen van het primair proces, binnen wet- en regelgeving en de inhoudelijke kaders die door het bestuur zijn gesteld; functioneren binnen financiële kaders die samenhangen met de bestuurlijk vastgestelde begroting; functioneren binnen de door de organisatie gebruikte kwaliteitssystemen; werken op basis van informatie delen en toegankelijkheid, waarbij digitalisering actief wordt opgepakt. Dit met als randvoorwaarde een goede borging van aspecten van informatieveiligheid en privacy; duurzame inzetbaarheid van vitale en veerkrachtige medewerkers; duurzame bedrijfsvoering gericht op het tegengaan van verspilling van middelen, menselijk kapitaal en energie.

• Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) In december 2020 besloot het Veiligheidsberaad tot oprichting van een zelfstandige werkgeversvereniging voor de veiligheidsregio’s, de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). Aanleiding hiervoor was de inwerkingtreding van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra), op basis waarvan gemeenten overstapten op een eigen cao. Omdat nog ter discussie staat of de veiligheidsregio’s meegaan met de Wnra, moeten zij tot een eventueel besluit daartoe tot een eigen collectieve rechtspositieregeling komen. De WVSV gaat per 1 januari 2022 officieel van start. Deze vereniging gaat vanaf 2022 namens de besturen van de veiligheidsregio’s onderhandelen met de werknemersorganisaties en bindende afspraken maken over het collectief aan arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. • Informatieveiligheid In december 2020 is in het Veiligheidsberaad een rapportage over de toetsing informatiebeveiliging veiligheidsregio’s besproken. De conclusie van deze rapportage is dat de veiligheidsregio’s nog niet voldoen aan de bestuurlijk vastgestelde normen voor informatieveiligheid (BIO richtlijnen). Daarom is door het Veiligheidsberaad gevraagd een versnellingsplan op te stellen, om alsnog te komen tot borging van het vereiste basisniveau voor informatieveiligheid in alle 25 veiligheidsregio’s.

Het versnellingsplan kent de navolgende collectieve afspraken: - alle veiligheidsregio’s maken een BIO implementatieplan en wijzen hier budget aan toe; - alle veiligheidsregio’s rapporteren aan elkaar over de eigen voortgang van de implementatie van de BIO; - alle veiligheidsregio’s voldoen op 30 juni 2022 aan een subset van de BIO en op 1 januari 2023 aan de gehele BIO; - alle veiligheidsregio’s zijn solidair aan elkaar en helpen elkaar bij het toewerken naar deze deadline; - alle veiligheidsregio’s zijn lid van de VR-ISAC en melden hierin incidenten en verdachte situaties en - het niet voldoen aan de BIO op 1 januari 2023 heeft consequenties voor de toegang tot landelijk beheerde voorzieningen. Het beleidsplan Informatieveiligheid wordt aangeboden aan het Dagelijks Bestuur.

Kaderbrief 2023 VRLN

- 10 -

20 december 2021

• Meerjaren onderhoudplannen (MJOP’s) In 2021 zijn de meerjaren onderhoudsplannen van de kantoorgebouwen en de brandweerkazernes geactualiseerd. De onderhoudslasten van de meer verouderde gebouwen gaan stijgen. Ook prijsstijgingen in de bouw- en installatiesector spelen hierbij een rol. Ter dekking van de lasten van groot onderhoud wordt een voorziening gevormd. Er vindt een jaarlijkse dotatie plaats aan deze onderhoudsvoorziening. Tevens wordt het restant bedrag reserve onderhoud kantoorgebouwen en brandweergebouwen toegevoegd aan de nieuw te vormen onderhoudsvoorziening. Vanaf 2024 dient er aanvullend binnen de begroting ruimte gevonden te worden voor het tekort, waarbij een mogelijkheid is om (een deel van) het eventueel te realiseren voordeel uit het nog vast te stellen strategische huisvestingsplan hiervoor in te zetten. • Strategisch huisvestingsplan Op verzoek van het bestuur is een strategische visie op huisvesting opgesteld. Hierin wordt de vraag beantwoord of VRLN in de toekomst alle 51 panden die ze gebruikt nog wel nodig heeft in de huidige vorm en omvang. De visie ligt juli 2022 ter vaststelling voor in het Algemeen Bestuur. Voorgesteld wordt het aantal werkplekken terug te brengen en in het verlengde daarvan enkele panden de komende jaren af te stoten.

Hiervoor is noodzakelijk dat het hybride werken wordt ingevoerd (deels thuis, deels op kantoor) en dat in meerdere mate multifunctioneel gebruik wordt gemaakt van regiovestigingen. Diverse panden worden aangepast aan deze nieuwe manier van werken, met flexibele werkplekken en meer ruimte voor ontmoeten en vergaderen. Daarnaast worden in de eigendomspanden duurzaamheidsmaatregelen doorgevoerd. Op een termijn van 4 à 5 jaar levert dit een forse besparing op in de huisvestingslasten. In 2023 worden waarschijnlijk de eerste panden afgestoten. De besparing die dit op gaat leveren is in dit boekjaar nog nodig om noodzakelijke investeringen in de resterende panden te financieren.

Kaderbrief 2023 VRLN

- 11 -

20 december 2021

5.

Financiële kaders

5.1 Actualisatie verdeelsystematiek gemeentefonds De invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds staat gepland voor 2023. De nieuwe verdeling wordt stap voor stap ingevoerd, zodat gemeenten voldoende tijd hebben om zich aan de nieuwe financiële situatie aan te passen. Gezien de ontwikkelingen in de gemeentelijke financiën, kiezen de fondsbeheerders ervoor de herverdeeleffecten te maximeren op € 60 per inwoner over een periode van vier jaar, oftewel € 15 per inwoner per jaar. Dit geldt zowel voor gemeenten met een negatief herverdeeleffect als voor gemeenten met een positief herverdeeleffect. De bijdrage aan VRLN voor de Programma’s Brandweerzorg en Crisisbeheersing is gebaseerd op de objectieve gemeentefonds-maatstaven en als gevolg daarvan kan de bijdrage van de individuele gemeente vanaf 2023 gaan wijzigen. De bijdrage voor de Jeugdgezondheidzorg is voor een deel gebaseerd op de gemeentefondsmaatstaven voor het sociaal domein. Ook hier kan de bijdrage van de individuele gemeente gaan wijzigen. Het rekenwerk voor de gemeentelijke bijdrage aan VRLN kan pas plaatsvinden nadat de nieuwe gemeentefonds maatstaven voor 2023 definitief zijn vastgesteld. De in deze kaderbrief gepresenteerde gemeentelijke bijdragen (bijlage 3) zijn gebaseerd op de huidige verdeling van het gemeentefonds.

Bij invoering van de nieuwe verdeling heeft dit effect op de gepresenteerde gemeentelijke bijdragen.

5.2 Aantal inwoners Conform het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) wordt het aantal inwoners genomen op 1 januari voorafgaande aan het begrotingsjaar. Voor 2023 dus 1 januari 2022. De eerste schatting van het CBS is medio februari 2022 bekend en dient als basis voor het opstellen van de begroting 2023. In deze kaderbrief wordt uitgegaan van het inwoneraantal op 1 januari 2021.

5.3 Indexatie Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat kostenontwikkelingen als gevolg van loon- en prijsstijgingen worden meegenomen in de bijdrage op basis van een vastgesteld kader. Dit kader behelst dat kostenstijgingen, die buiten de beïnvloedingssfeer van de VRLN liggen, worden meegenomen in de bijdrage. Basis voor de loonontwikkelingscompensatie vormt de verwachte ontwikkeling op basis van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau en verrekening achteraf. Voor de ontwikkeling van de materiële kosten wordt in de systematiek uitgegaan van de Index Materiële Overheidsconsumptie (IMOC) uit de MEV. Voor zover de indexatie herleidbaar en belastbaar is aan derden, worden deze lasten doorbelast aan de bijdragen van derden. Voor het resterende deel worden deze lasten meegenomen in de gemeentelijke bijdrage.

Kaderbrief 2023 VRLN

- 12 -

20 december 2021

Loonstijging Uitgangspunt voor de raming van de looncompensatie zijn de geldende cao-afspraken. In deze kaderbrief 2023 is de index ter hoogte van 2,3% meegenomen, gebaseerd op de meest recente MEV/CEP-publicatie, sector overheid van het Centraal Planbureau van september 2021. In maart 2022 wordt dit percentage geactualiseerd en verwerkt in de begroting 2023. De 2,3% wordt berekend over de grondslag personele lasten zijnde € 44.817.990, waarmee de loonstijging uitkomt op € 1.030.814. Ongeveer 17% van de loonstijging, zijnde € 171.000, wordt ten laste gebracht aan derden. Een bedrag van € 860.000 komt ten laste van de gemeentelijke bijdrage. Materiële kostenstijging Voor de materiële kosten wordt de ‘index materiële overheidsconsumptie’ (IMOC) uit de MEV toegepast. In deze kaderbrief 2023 is deze IMOC bepaald op 1,5%. In maart 2022 wordt dit percentage geactualiseerd en verwerkt in de begroting 2023. De grondslag voor de berekening van de materiële kostenstijging is een begrotingsbedrag van € 25.757.000.

5.4 Renteomslag In de begroting 2023 wordt gerekend met een renteomslag percentage van 2,25%. Als gevolg van herfinanciering en interne financiering ontstaat een voordeel op de werkelijke rentelasten. Dit voordeel wordt ingezet voor het opvangen van hogere kapitaallasten.

5.5 Vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen van bijvoorbeeld gemeenten, provincies en waterschappen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Met deze wetswijziging wil de Nederlandse overheid gelijkheid creëren tussen overheidsondernemingen en private ondernemingen. De hiermee samenhangende financiële gevolgen zijn voor de veiligheidsregio zeer beperkt.

Kaderbrief 2023 VRLN

- 13 -

20 december 2021

Bijlage 1. Aansluiting begrotingsjaar 2022-2023 De aansluiting begroting 2022 na wijziging naar kaderbrief 2023 kan worden weergegeven op basis van de volgende mutaties. (bedragen in duizenden euro's)

Bedrag

I/S

Gemeentelijke bijdrage 2022 na wijziging Loonkostenstijging 2023 Materiële kostenstijging 2023 Programma Brandweerzorg 2020 2023, jaarschijf 2023

59.059 860 392 190

S S S S

Totaal gemeentelijke bijdrage 2023

60.500

S

Bijlage 2. Verdeling gemeentelijke bijdragen over de programma’s (bedragen in duizenden euro's)

2022 na BW 1 en 2

Programma

2022

Publieke Gezondheid Brandweerzorg Crisisbeheersing Overhead

13.493 26.861 4.372 14.108

14.472 26.861 4.372 13.353

14.773 27.611 4.465 13.651

Totaal gemeentelijke bijdrage 2023

58.834

59.059

60.500

Kaderbrief 2023 VRLN

- 14 -

2023

20 december 2021

Bijlage 3. Gemeentelijke bijdragen De opbouw van de gemeentelijke bijdragen 2023 is weergegeven in onderstaande tabellen. (bijdragen in duizenden euro's)

Gem eente

Aantal inw oners Bijdragen (peildatum 2022 1-1-2021)

BW 1 en 2 van 2022

Bijdragen 2022 na BW 1 en 2

Loonkostenstijging 2023 (2,3%)

Materiële kostenstijging 2023 (1,4%)

BRW-plan 2020-2023 jaarschijf 2023

Verdeelsleutel Bijdragen JGZ 2023 ingroei effect 50%

Beesel

13.448

1.452

7

1.459

21

10

4

-37

1.457

Bergen

13.111

1.588

6

1.594

23

11

6

-17

1.616

Echt-Susteren

31.744

3.388

12

3.401

49

23

11

-1

3.483

Gennep

17.038

2.009

8

2.016

29

13

6

14

2.080

Horst aan de Maas

42.497

4.891

17

4.908

71

33

16

-20

5.008

Leudal

36.046

4.015

14

4.028

59

27

14

1

4.129

Maasgouw

23.947

2.540

9

2.549

37

17

9

18

2.631

Mook en Middelaar

7.910

532

0

532

8

4

2

0

546

Nederw eert

17.169

1.826

7

1.833

27

12

6

0

1.877

Peel en Maas

43.658

4.677

18

4.695

68

31

15

-50

4.758

Roerdalen

20.602

2.176

8

2.185

32

14

8

23

2.262

Roermond

58.806

7.053

29

7.082

103

47

21

-14

7.239

Venlo

101.984

12.198

48

12.245

178

81

37

27

12.570

Venray

43.706

4.935

20

4.955

72

33

16

6

5.081

Weert

50.017

5.555

22

5.577

81

37

18

50

5.763

521.683

58.834

224

59.059

860

392

190

0

60.500

Gennep

Horst aan de Maas

Totaal

(bijdragen euro's) Program m a

Beesel

EchtSusteren

Bergen

Leudal

Maasgouw

Publieke Gezondheid

20.869.629

510.805

485.469

1.180.696

706.824

1.591.357

1.304.869

863.065

Brandw eerzorg

33.928.147

820.232

973.907

1.951.389

1.175.038

2.935.961

2.422.373

1.493.650

Crisisbeheersing

5.702.223

126.345

156.660

350.627

197.813

481.063

401.472

273.819

Totaal

60.499.999

1.457.382

1.616.036

3.482.712

2.079.674

5.008.381

4.128.714

2.630.534

(bijdragen euro's) Program m a

Mook en Middelaar

Nederw eert

Peel en Maas

Roerdalen

Roerm ond

Venlo

Venray

Weert

Publieke Gezondheid

53.573

629.328

1.590.364

791.063

2.666.275

4.623.227

1.815.840

2.056.874

Brandw eerzorg

420.026

1.070.616

2.728.682

1.241.500

3.926.386

6.812.504

2.786.167

3.169.716

Crisisbeheersing

72.216

177.284

439.387

229.276

646.229

1.133.817

479.323

536.892

Totaal

545.815

1.877.228

4.758.432

2.261.839

7.238.889

12.569.548

5.081.329

5.763.483

Kaderbrief 2023 VRLN

- 15 -

20 december 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=35e9a7d1-39ec-4035-aa3c-65abee311d7e