Kamerbrief-over-uitstel-invoering-woonplaatsbeginsel-per-1-januari-2023
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3330350-1025647-DMO Bijlage(n) 1
Uw brief
Datum Betreft
25 februari 2022 Uitstel invoering woonplaatsbeginsel per 1 januari 2023
Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.
Geachte voorzitter, Mijn ambtsvoorganger heeft u eind vorig jaar geïnformeerd over de transitie ‘van beschermd wonen naar een beschermd thuis’.1 Hij schreef onder meer dat de indiening van het wetsvoorstel woonplaatsbeginsel beschermd wonen en van het nader rapport naar aanleiding van het advies van de Raad van State bij de Tweede Kamer een verantwoordelijkheid is van het nieuwe kabinet. Via deze brief informeer ik u dat de tijdige indiening van het wetsvoorstel - en daarmee de voorgenomen invoering van het woonplaatsbeginsel beschermd wonen per 1 januari 2023 - niet langer haalbaar is. Daarbij wil ik de komende periode benutten om samen met gemeenten en overige stakeholders een aantal aandachtspunten die betrekking hebben op de voorgenomen doordecentralisatie van beschermd wonen verder uit te werken. Binnenkort zal ik gemeenten en overige betrokkenen hierover informeren via bijgevoegd nieuwsbericht. Eind volgende maand zal ik uw Kamer nader informeren over de stand van zaken ten aanzien van beschermd wonen. Hoogachtend, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Maarten van Ooijen
1
Tweede Kamer, vergaderjaar 2021-2022, Kamerstuk 29325 nr. 130 Pagina 1 van 1