Kaderbrief 2026-2029
Tekst van het document
Kaderbrief 2026-2029 Samen werken aan ‘Een mooi leven in Leudal’
Gemeente Leudal Juni 2025
Inhoudsopgave 1 Inleiding .......................................................................................................................... 3 2 Vitaal en veilig buitengebied .............................................................................................. 4 3 Passend Wonen ................................................................................................................ 5 3.1 Volksgezondheid en milieu ........................................................................................... 5 3.2 Woningbouwontwikkeling ............................................................................................. 5 4 Sociale basis .................................................................................................................... 7 4.1 Onderwijs .................................................................................................................. 7 4.2 Sport, cultuur en recreatie ........................................................................................... 7 4.3 Sociaal domein ........................................................................................................... 7 5 Economie, duurzaamheid en mobiliteit ................................................................................
9 5.1 Regiodeal ................................................................................................................... 9 5.2 BIZ Ittervoort / duurzaamheidprogramma...................................................................... 9 5.3 Bodemvitaliteit ........................................................................................................... 9 5.4 Uitvoeringsplan mobiliteit ............................................................................................. 9 6 Bestuurlijk en ambtelijk vernieuwen ................................................................................... 10 6.1 Bestuurlijke vernieuwing ............................................................................................. 10 6.2 Informatievoorziening: strategisch fundament voor de organisatie ................................... 10 7 Financiële kaders ............................................................................................................. 11 7.1 Financiële Duurzaamheid ............................................................................................ 11 7.2 Uitgangspunten ......................................................................................................... 11 7.4 Meerjarige doorkijk reserves 2025-2029 .......................................................................
12 7.5 Lange termijn doorkijk ................................................................................................ 12 Bijlage 1 Mutaties Kaderbrief 2026 -2029 .............................................................................. 13
2
1 Inleiding Voor u ligt de kaderbrief 2026-2029. Deze kaderbrief dient gelezen te worden als een beleidsmatige en financiële routekaart voor de komende jaren als doorvertaling van de ingezette koers met de Zomernota 2023-2026. De kaderbrief vormt in die zin de opmaat naar de programmabegroting 2026-2029. Aan de hand van de thema’s Vitaal Buitengebied, Passend Wonen en Sociale basis geven we invulling aan de lange termijn ambities voor onze gemeente. Daarbij hebben we oog voor externe ontwikkelingen en de impact die deze op onze gemeente hebben. Zo werken we samen en koersvast om invulling te geven aan de huidige én toekomstige behoeften van onze samenleving. Kortom: een ‘Mooi leven in Leudal’ voor onze inwoners, ondernemers en verenigingen. Het begrotingssaldo van onze gemeente geeft de komende jaren een wisselend beeld. Dit komt mede door de onzekerheid die blijft bestaan over de toekomstige omvang van het gemeentefonds. Daarnaast zijn de gevolgen vanuit de meicirculaire 2025 nog onduidelijk. Gezien de lagere inkomsten uit het gemeentefonds in 2026, de toekomstige economische ontwikkelingen (onder ander lonen, rente en prijzen) en beoogde investeringen blijft een solide financiële basis en doorkijk naar de langere termijn noodzakelijk om de risico’s te beheersen. Net als in vorig jaar wordt u deze Kaderbrief 2026-2029 aangeboden in de vorm van een brief.
In deze kaderbrief is rekening gehouden met de financiële consequenties voor de begroting 2026 van de verbonden partijen die in mei en juli in de raad worden behandeld.
3
2 Vitaal en veilig buitengebied In Leudal hebben we een uniek buitengebied dat zich kenmerkt door natuur, recreatie en landbouw. Rust, ruimte en groen en de diversiteit in landschapstypen zorgen voor een hoge belevingswaarde en een onderscheidend karakter. We streven naar duurzaam ruimtegebruik waarin kwaliteit van natuur en landschap zijn gewaarborgd en dat in goede verbinding staat met de dorpen. Veiligheid speelt daarbij een belangrijke rol. Samen met inwoners en professionals werken we aan een veilige woonomgeving en het ondernemersklimaat. Op lokaal niveau betekent dit dat we samen met onze (agrarische) ondernemers kijken naar de mogelijkheden van doorontwikkelen, omvormen of stoppen met oog voor onze doelen. Daarnaast gaan we aan de slag met het intrekken van niet (volledig) gebruikte vergunningen. Het voeren van deze (juridische) procedures vraagt om (structurele) juridische ondersteuning op het gebied van bezwaar/beroep en contractvorming.
2.1 Veiligheid In 2026 blijven we ons inzetten voor een veilige leefomgeving in Leudal, in lijn met het Integraal Veiligheidsplan. De aanpak van ondermijning blijft daarbij een speerpunt, met inzet op extra toezichtcapaciteit, integrale controles en gebiedsgericht werken. In het buitengebied stimuleren we de sloop van leegstaande gebouwen en treden we op tegen crimineel gebruik van vastgoed. We versterken de samenwerking met politie, veiligheidsregio, inwoners en ondernemers, onder meer via het Keurmerk Veilig Ondernemen. Ook investeren we in crisisbeheersing en de paraatheid van de gemeentelijke organisatie, zodat we bij incidenten snel en adequaat kunnen handelen.
4
3 Passend Wonen Leudal is een prachtige plek om te wonen vanwege onze karakteristieke dorpen die zijn omringd door natuur en ruimte. In lijn met onze ambities hebben we reeds stappen gezet om ons woningaanbod af te stemmen op de behoeften. Trends en ontwikkelingen bieden nieuwe kansen voor Leudal als woongemeente tussen de steden Roermond en Weert en nabij de Brainportregio. We kijken dus nadrukkelijk naar forensenstromen en voorzieningen bij de ontwikkeling en realisatie van nieuwe (grote) woningbouwplannen. Leudal biedt een aantrekkelijke woonomgeving voor (nieuwe) inwoners, waarbij bewust wordt omgegaan met de vrijkomende (bebouwde en onbebouwde) ruimte. In alle dorpen is ruimte voor passende woning(ver)bouw. Dit met het doel om onze dorpen nu en in de toekomst leefbaar te houden door ze te voorzien van voldoende én passende woningen.
3.1 Volksgezondheid en milieu De Veiligheidsregio Limburg-Noord heeft in haar begroting van 2026 middelen opgenomen voor de versterking GGD. Deze middelen zijn nodig om de GGD toekomstbestendig te houden. Uit een benchmarkanlayse is gebleken dat de complexiteit voor de GGD is toegenomen. De vergoeding hiervoor is echter niet meegegroeid. Het versterkingsplan van de GGD is noodzakelijk om wettelijke taken goed uit te voeren en de publieke gezondheid te borgen. Bij tekortschietende uitvoering kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld. De extra middelen worden ingezet om de formatie te versterken, verdeeld over verschillende functies waaronder artsen en verpleegkundigen infectieziektenbestrijding, logopedisten en onderzoekers. Binnen met name het thema Vitaal Buitengebied werken we regionaal samen in NOVEX De Peel. Dit is een interbestuurlijke samenwerking van Rijk, provincie en gemeenten voor het gebied De Peel. Leudal’s grondgebied ligt deels in De Peel. De Peel in 2050 is een regio waar het grondgebruik in balans is met water en natuur. De waterkwaliteit en -kwantiteit is vergroot, waterbuffers dragen bij aan de klimaatdoelstellingen en de natuur is versterkt. Er blijft volop ruimte voor economische ontwikkeling, er valt een goede boterham te verdienen met voedselproductie en er is ruimte voor nieuwe bedrijvigheid.
Een prachtige groene streek waar geleefd wordt in vitale dorpen tussen de Brainport en andere stedelijke regio’s. Dit toekomstperspectief is een uitdagende puzzel, want de vraagstukken in de Peel zijn omvangrijk en complex. Niks doen is geen optie. De natuur, landbouw, water: alles vraagt om een oplossing. De grote uitdagingen voor het landelijk gebied overstijgen en doorsnijden gemeente- en provinciegrenzen. Daarom wordt via NOVEX De Peel aan deze opgaven samengewerkt. Het doel is de komende periode te komen tot een Regionale Investeringsagenda (RIA) als begin van een langjarig uitvoeringsprogramma, waarin wordt gewerkt aan het geschetste toekomstperspectief. Op dit moment zijn onvoldoende organisatie- en procesmiddelen beschikbaar om dit te doen. Gemeenten worden gevraagd om een bijdrage voor een periode van vijf jaar.
3.2 Woningbouwontwikkeling Er is een aantal grotere woningbouwontwikkelingen in voorbereiding. Deze woningbouwontwikkelingen zijn prioritair en worden om die reden separaat genoemd. In de meeste gevallen is sprake van een actieve rol van de gemeente, hetzij vanuit een eigen grondpositie, een bijdrage uit het herstructureringsfonds of vanwege de prioriteit van de locatie. De noordelijke kernrand van Ell wordt afgerond. Hiervoor wordt in 2026 een planologische procedure doorlopen, waarna met de feitelijke werkzaamheden kan worden gestart. In Roggel worden op diverse locaties woningbouwontwikkelingen voorbereid, zowel in het dorp als aan de randen van het dorp. Deze ontwikkelingen bevinden zich in een wisselend stadium. Zo zullen aan de Beeklaan in 2026 de werkzaamheden worden uitgevoerd en op andere locaties (aan de randen) planologische procedures worden doorlopen. In Horn zal herontwikkeling worden voorbereid van de percelen aan de Bergerweg (SG St. Ursula en Pactum) afhankelijk van de definitieve keuze voor de nieuwbouw van SG St. Ursula. Wanneer de locatie van de voormalige sportvelden onverhoopt niet voor SG St. Ursula worden ingezet, zal hier woningbouw worden voorbereid.
5
Ook zullen de ontwikkelingen op de voormalige sportvelden van Hunsel en Kelpen-Oler tot realisatie worden gebracht, nadat hier de planologische procedures succesvol zijn doorlopen. Daarnaast wordt gewerkt aan ontwikkelingen in de andere dorpen, waaronder in Neer en Nunhem en het totaalplan ‘bouwen kleine kernen / bouwstroom’.
6
4 Sociale basis In Leudal gaan we uit van het principe dat iedereen kan meedoen naar vermogen. Maar het thema sociale basis gaat verder dan alleen zorg. Het is het fundament van de samenleving om te zorgen voor fysieke en mentale gezondheid. In Leudal zorgen voor we elkaar, werken we samen en genieten we samen. Een ontmoetingsplek door middel van gemeenschappelijke voorzieningen, toekomstbestendige onderwijshuisvesting, het realiseren van sportfaciliteiten en het faciliteren in de sociale ondersteuning zijn hierbij van belang om die saamhorigheid te blijven faciliteren. In de volgende paragrafen ‘onderwijs’, ‘sport, cultuur en recreatie’ en ‘sociaal domein’ geven we de ontwikkelingen aan die voor 2026 en de jaren die daarop volgen van belang zijn.
4.1 Onderwijs In november 2024 is het integraal huisvestingplan (IHP) onderwijs vastgesteld. Op basis van het IHP geven we in 2026 verder uitvoering aan onderwijshuisvesting. Dit doen we samen met de schoolbesturen van het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Op 1-1-2026 gaat de wet ‘Van school naar duurzaam werk’ van kracht. Daarnaast wordt een geschikt leerlingvolgsysteem aangeschaft en geïmplementeerd. In 2024 is een besluit genomen over de voorkeurslocatie van de nieuwbouw van St. Ursula. In 2025 zijn de voorbereidingen gestart om de haalbaarheid van de locatie voor nieuwbouw verder te onderzoeken en de voorbereidingen voor de bouw te starten. Tevens zal er een voorlopig ontwerp en definitief ontwerp worden uitgewerkt en een aanbestedingsprocedure moeten worden doorlopen. Daarnaast zal op het moment dat de daadwerkelijke stichtingskosten in beeld zijn gebracht een investeringsbesluit door de gemeenteraad genomen moeten worden. In 2025/2026 zullen deze werkzaamheden worden gecontinueerd, waarbij er wordt gewerkt naar een concrete aanbesteding en start bouw in 2026.
4.2 Sport, cultuur en recreatie We willen ontmoetingsplekken zo inrichten dat ze voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften van onze inwoners. Dit is belangrijk voor sociale cohesie en het bieden van kansen voor ontwikkeling en participatie. Ook de sport- en sociaal-culturele accommodaties gaan hiervan deel uitmaken. Daarnaast gaan we nadrukkelijk inzetten op thema's als duurzaamheid en burgerparticipatie. In de kaderbrief 2025 hebben we aangekondigd dat we aan de slag gaan met een verdieping op het accommodatiebeleid. Besluitvorming hierover vindt plaats in november 2025. De uitvoering van dit besluit vindt plaats in 2026 en verder. Begin 2025 heeft de gemeenteraad de zwembadvisie vastgesteld. Op basis hiervan vindt in 2025 een marktconsultatie plaats. In november 2025 neemt de gemeenteraad een besluit over het toekomstige scenario aan zwemwater in onze gemeente. Hieraan geven we uitvoering vanaf 2026. In 2026 gaan we aan de slag met het ontwikkelen van sportbeleid. Hierbij komt ook de inzet van de combinatiefunctionarissen en de structurele dekking hiervan ter sprake. Op dit moment is tijdelijke financiering (2025 en 2026) voor deze combinatiefunctionarissen in de begroting opgenomen. Combinatiefunctionarissen zijn coaches die sporten, bewegen en deelnemen aan cultuur voor iedereen mogelijk maken.
Daarmee willen we voorkomen dat inwoners (toekomstige) problemen of klachten ervaren.
4.3 Sociaal domein In onze visie op het sociaal domein blijft de oorspronkelijke transformatiegedachte uit de decentralisaties leidend: het versterken van de sociale basis en – waar mogelijk – het voorkomen van de inzet van maatwerkvoorzieningen. De voorzieningen voor onze inwoners zijn in de basis goed ingericht: er is een passend voorliggend aanbod waar dat volstaat, en maatwerk waar dat nodig is. Dit realiseren we samen met onze lokale partners, binnen onze eigen kernen of – indien het gaat om bovenlokale voorzieningen – in regionaal verband. De opdracht die we onszelf stellen voor 2025 en verder is daarom om nog sterker in te zetten op preventie. We willen nadrukkelijk investeren in ondersteuning aan de voorkant, zodat maatwerkvoorzieningen alleen nodig zijn als het netwerk van inwoners geen duurzame ondersteuning kan bieden. Daarbij hebben we expliciete aandacht voor onze strategische focus. Het sociaal domein is voortdurend in beweging. Juist 7
daarom willen we ons niet laten leiden door de waan van de dag, maar koersvast blijven werken aan onze langetermijnambities. Zo willen we partijen in de eerstelijnszorg en het sociaal domein meer complementair laten samenwerken en centraal huisvesten in de Zorgboulevard. Uit de zorg- en welzijnswereld hebben 14 partijen zich verenigd in het initiatief zorgboulevard. Begin 2025 is daartoe het manifest zorgboulevard ondertekend. Op basis van de verkenning die in 2025 plaatsvindt gaan in we 2026 verder met de realisatie van de zorgboulevard.. De verwachting is dat in 2026 afhankelijk van hun huisvestingsbehoefte de eerste partijen gezamenlijk gehuisvest zijn op één locatie en daarbinnen de samenwerking intensiveren. In het afgelopen jaar is onderzocht welke ontwikkelopgaven er voor ons MensOntwikkelBedrijf (MOB) liggen om ook in de toekomst van blijvende meerwaarde te kunnen zijn. De komende jaren gaan we aan de slag met het realiseren van deze opgaven. Het MOB groeit daarmee uit tot ons belangrijkste instrument voor re-integratie en helpt mensen bij hun ontwikkeling en bij het vinden van een passende plek op de arbeidsmarkt. Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans wijzigt de Participatiewet om de balans tussen bestaanszekerheid, re-integratie en handhaving te verbeteren.
Door complexiteit, strenge handhaving en beperkte ondersteuning wordt de Participatiewet soms als te hard ervaren. Om dit aan te pakken introduceert het wetsvoorstel een pakket van ruim twintig maatregelen die uitvoeringsprofessionals meer ruimte geven om mensen goed te ondersteunen. In eerste instantie om hen aan het werk te helpen en als dat (nog) niet kan te zorgen voor een toereikend inkomen en andere vormen van participatie. Vertrouwen en de menselijke maat komen bij de uitvoering centraal te staan. De eerste maatregelen gaan in per 1 januari 2026. Ook herijken we begin 2026 ons armoedebeleid.
8
5 Economie, duurzaamheid en mobiliteit De opgaven op het gebied van economie, duurzaamheid en mobiliteit vormen de rode draad door de drie reeds beschreven centrale thema’s. Deze onderwerpen zijn dermate verweven met maatschappelijke opgaven dat zij als medebepalend voor de invulling van de thema’s gelden. De ontwikkelingen binnen deze gebieden zijn als volgt.
5.1 Regiodeal Het thema Economie loopt als een rode draad door de Zomernota. Dit betekent dat economische ontwikkelingen invloed hebben op Vitaal Buitengebied, Passend Wonen en Sociale Basis én vice versa. Binnen het thema Economie werken we in de regio Midden-Limburg aan de Regiodeal. Binnen de Regiodeal worden op basis van programma’s projecten ontwikkeld, die op lokale en regionale schaal bijdragen aan het versterken van onder andere de leefbaarheid, de veiligheid, het landschap, de agrarische transitie en de economische ontwikkeling. Voor de uitvoering van deze deal ontvangen wij rijksmiddelen. Provincie en gemeenten co-financieren het andere deel. Hiervoor reserveerden wij in Leudal al € 1,5 miljoen voor de periode 2025 t/m 2028.
5.2 BIZ Ittervoort / duurzaamheidprogramma Voor de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Ittervoort wordt gezamenlijk gewerkt aan een publiekprivaat Actieplan. Hiermee wordt onder andere aandacht besteed aan de drie uitgangspunten van een bedrijveninvesteringszone, namelijk schoon, heel en veilig. Voor de BIZ Ittervoort wordt aanvullend aandacht besteed aan het thema vergroening / Duurzaamheid (naast economie één van de andere rode draden in de Zomernota). Op dit moment is nog niet duidelijk welke mate van cofinanciering nodig is om het Actieplan uit te voeren.
5.3 Bodemvitaliteit Als grootste plattelandsgemeente in Midden Limburg wil Leudal een voortrekkersrol vervullen in het bewegen naar een circulaire economie, passend bij de opgaven van het platteland. Leudal ziet hiervoor kansen in het stimuleren van bodemvitalisering met de inzet van organisch materiaal. Met de verschillende overheden als eigenaar van 90% van het organisch afval wil Leudal beginnen door in te steken op de lopende initiatieven van de Provincie en de regio. Deze strategische koers haakt in op actuele transities op het gebied van landschap, energie en circulariteit. Deze lijn past in onze optiek binnen het thema Bodemvitaliteit van de Regio Deal Midden Limburg 2025-2028. Op dit moment is echter nog niet duidelijk of onze initiatieven hier ook kunnen landen en welke mate van cofinanciering nodig is om het actieplan uit te voeren.
5.4 Uitvoeringsplan mobiliteit Leudal wil een gemeente zijn waar het goed wonen en leven is. Een aantrekkelijke woongemeente met ook uitstraling richting de regio’s Weert, Roermond en de brainportregio. Dit vraagt een goede ontsluiting met aandacht voor goede bereikbaarheid en veiligheid. Het werk blijven maken van onze ambitie voor een goede bereikbaarheid met het OV en daarbij horend station hoort daar ook bij. Niet alleen voor bereikbaarheid, maar des te meer voor duurzaamheid, in een regio waar het autogebruik, logischerwijs, bovengemiddeld hoog is. Het Uitvoeringsplan Mobiliteit 2024-2027 vormt daarbij de ruggengraat van onze visie op een toegankelijke, veilige en duurzame mobiliteit voor iedereen in onze gemeente. Dit plan biedt niet alleen een blauwdruk voor toekomstige ontwikkelingen, maar benadrukt ook de kansen die ontstaan als we projecten combineren. Belangrijk in onze aanpak is een zorgvuldige financiële planning voor de jaren 2026 en 2027. Dit betekent dat we, met een vooruitziende blik, gaan werken aan een gestructureerde financiering van onze mobiliteitsprojecten bestaande uit onder andere, Verkeersmaatregelen Kindcentrum Leudal-West, Veilige winkelomgeving, Verlichting fietspaden buitengebied, Haltevoorzieningen en Onderzoek en uitvoering ’30, tenzij…-principe’.
De ambities op het gebied van openbaar vervoer zullen daarbij een meerjarig plan met bijbehorende inspanning vragen.
9
6 Bestuurlijk en ambtelijk vernieuwen 6.1 Bestuurlijke vernieuwing In 2025 is de wens bestuurlijk te vernieuwen verder vormgegeven o.a. met gesprekken met diverse dorpsplatforms en de jongerenraad. Bestuurlijke vernieuwing wordt verder ondersteund door de inwerkintreding van de Wet versterking participatie op decentraal niveau per 1 januari 2025. Waar nu participatie, wettelijk gezien, vooral is ingebed in de Omgevingswet, verplicht deze wet gemeenten participatie toe te passen bij elk initiatief en de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van (toekomstig) beleid. In gezamenlijkheid met een afvaardiging van de gemeenteraad en het college wordt de startnotitie bestuurlijke vernieuwing “Samen werken aan morgen” 1 juli aangeboden aan de gemeenteraad ter instemming. Hiermee wordt het startsein gegeven voor actieve samenwerking met de inwoners van Leudal op het gebied van bestuurlijke vernieuwing en participatie. Om bestuurlijk te vernieuwen in Leudal is het van belang dat het college, de gemeenteraad en de medewerkers binnen de organisatie anders gaan werken en anders gaan sturen. “Ja, mits” als basis voor het omgaan met initiatieven vanuit de samenleving is als grondhouding zowel ambtelijk als bestuurlijk, randvoorwaardelijk.
6.2 Informatievoorziening: strategisch fundament voor de organisatie De gemeente is in toenemende mate afhankelijk van betrouwbare, wendbare en veilige informatievoorziening. In 2025 is gestart met de transformatie van de digitale werkplek, waarbij Microsoft 365 de basis gaat vormen voor moderne samenwerking, informatiebeheer en procesondersteuning. Deze ontwikkeling markeert een belangrijke stap richting digitale volwassenheid: een noodzakelijke voorwaarde om als organisatie effectief en toekomstgericht te kunnen functioneren. Digitale volwassenheid vraagt echter méér dan technische oplossingen. Daarom is gestart met een bredere hervorming van onze interne organisatie op het gebied van informatievoorziening. We brengen processen, rollen en verantwoordelijkheden in lijn met de veranderende eisen die de samenleving, wet- en regelgeving en technologische ontwikkelingen aan ons stellen. Daarbij stimuleren we een cultuur waarin informatie als strategisch middel wordt benut. We versterken onze regierol op informatievoorziening: van een beheergerichte naar een sturende, samenwerkende organisatie. Dit betekent investeren in datamanagement, informatiebewustzijn en eigenaarschap, maar ook het opbouwen van de capaciteit om adaptief te kunnen reageren op veranderingen.
Door onze informatiehuishouding structureel te verbeteren, creëren we een solide basis voor datagedreven werken, effectiever beleid en betere dienstverlening aan inwoners en bedrijven. Met deze beweging bouwen we een toekomstbestendige, digitale organisatie die in staat is mee te groeien met maatschappelijke en technologische ontwikkelingen – en daarmee wendbaar en veerkrachtig blijft in een dynamische omgeving.
10
7 Financiële kaders 7.1 Financiële Duurzaamheid In deze kaderbrief is het onderdeel financiële duurzaamheid opgenomen. Het is van belang in de huidige tijd verder te kijken dan de vier begrotingsjaren 2026 t/m 2029. De resultaten over 2024 laten zien dat Leudal financieel gezond is. Dat is te danken aan zorgvuldig financieel beleid van de afgelopen jaren. De komende jaren blijven lonen en prijzen stijgen en gaan gemeenten minder geld ontvangen van het Rijk. Juist daarom is het belangrijk om de ingezette koers voort te zetten en vooruit te denken, om ook in de toekomst wendbaar en weerbaar te blijven. In 2025 zijn het meerjaren investeringsplan (MIP), het Integraal huisvestingplan onderwijs (IHP), duurzaam meerjaren onderhoudsplan gemeentelijke gebouwen (DMJOP) vastgesteld. Ook op het gebied van wegen, rioleringen, groen, civieltechnische kunstwerken, etc. zijn op termijn (vervangings)investeringen nodig. Al deze investeringen brengen langdurige afschrijvingslasten en rentekosten met zich mee. Om de juiste afwegingen te kunnen maken bij besluitvorming is het van belang om te weten wat onze gemeente te wachten staat de komende jaren. Door een integraal beeld te geven van alle kosten kan op een gedegen manier besluitvorming plaatsvinden. Bij het opstellen van nieuwe beleidsplannen wordt standaard verder vooruit gekeken dan alleen de jaren waarop een beleidsplan betrekking heeft.
Daardoor kunnen waar nodig voorzieningen worden getroffen en vooruit worden gespaard om grote fluctueringen op te vangen.
7.2 Uitgangspunten We hanteren een aantal uitgangspunten in de voorbereiding voor de programmabegroting. Een programmabegroting wordt samengesteld conform de richtlijnen van de provincie Limburg en het Besluit Begroten Verantwoorden (BBV). We streven naar: • Een evenwichtige financieel sluitende begroting 2026-2029 waarin de structurele lasten gedekt worden door structurele inkomsten. Financieel duurzaam met een financiële positie die wendbaar en weerbaar is. Wendbaar om financieel invulling te geven aan ambities en/of gewijzigde omstandigheden. Weerbaar om over een buffer te beschikken om onvoorziene tegenvallers op te kunnen vangen. • Een zo hoog mogelijke dekking van leges en heffingen (100% waar mogelijk). • Meerjarige gevolgen van indexatie en CAO-ontwikkelingen worden meegenomen om een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de impact van deze toekomstige ontwikkelingen. • Alle opgenomen PM-posten in deze kaderbrief worden in het traject naar de begroting 2026 op geld gesteld. Deze kaderbrief geeft inzicht in de geprognotiseerde financiële ruimte, nieuwe wensen en autonome ontwikkelingen die opgenomen dienen te worden in de komende programmabegroting. Vertrekpunt voor de financiële prognose is de primitieve begroting 2025-2028 inclusief de bijstellingen van raadsbesluiten in 2024, de 1e Raadsrapportage 2025 en de bijstellingen van raadsbesluiten t/m juli 2025.
7.3 Meerjarige doorkijk 2025-2029 Bedragen * € 1.000 Primitieve Begroting 2025 -2028
2025 2.921
2026 -669
2027 -725
2028 298
2029 298
Bijstellingen raadsbesluiten 2024
235
1.355
1.506
1.549
1.549
Bijstellingen 1e Rarap 2025
-603
-134
-259
-280
1.892
Bijstellingen raadsbesluiten 2025 t/m juli
285
-608
-572
-482
-405
2.838
-56
-50
1.085
3.335
Mutaties Kaderbrief
-1.846
-1.691
-1.580
-1.677
Resultaatbestemming jaarrekening 2024
2.093 -1.741
-495
1.658
Saldo na bijstellingen totaal
Begrotingssaldo na Kaderbrief 2026-2029
2.838
191
11
7.4 Meerjarige doorkijk reserves 2025-2029 Bedragen * € 1.000 Algemene reserve Geblokkeerde reserve Dekkingsreserves Egalisatiereserves Technische reserves Totaal
Eind 2025 22.091 10.336 35.159 21.894 204 89.684
Eind 2029 4.735 8.894 29.658 16.277 63 59.626
7.5 Lange termijn doorkijk Globaal overzicht benodigde investeringen 2026 t/m 2040 op basis van de huidige beleidsplannen:
Recapitulatie Gladheidsmaterieel Uitvoeringsplan mobiliteit Civieltechnische kunstwerken Wegen Groen Openbare verlichting Riolering Verduurzaming Wagenpark Sportvelden MIP Overige projecten ruimte MIP IHP Totaal
Investering 2026-2030 2031-2035 2036-2040 200.000 200.000 400.000 3.600.000 3.100.000 3.100.000 1.200.000 7.600.000 9.900.000 9.900.000 9.900.000 700.000 700.000 700.000 1.800.000 600.000 9.300.000 9.300.000 9.300.000 3.900.000 3.900.000 3.900.000 600.000 600.000 600.000 600.000 600.000 600.000 15.200.000 2.300.000 1.500.000 53.600.000 16.900.000 32.100.000 99.400.000 49.300.000 69.700.000
Kapitaallast * 2026-2030 2031-2035 2036-2040 200.000 200.000 300.000 1.000.000 1.600.000 2.300.000 300.000 2.000.000 3.900.000 5.900.000 100.000 300.000 400.000 300.000 600.000 700.000 1.100.000 2.100.000 3.200.000 500.000 1.200.000 2.000.000 200.000 500.000 500.000 100.000 300.000 500.000 2.900.000 4.600.000 5.000.000 2.900.000 6.800.000 8.900.000 11.300.000 22.100.000 30.000.000
*Let op: bij de kapitaallasten is geen rekening gehouden met afnemende kapitaallasten huidige activa.
12
Bijlage 1 Mutaties Kaderbrief 2026 -2029 nr
Voorstellen mutaties (bedragen * € 1.000)
2026
2027
2028
2029
1
Participatie (MOB)
PM
PM
PM
PM
2
Schuldhulpverlening
PM
PM
PM
PM
3
Zorgboulevard
PM
PM
PM
PM
4
Verdieping accommodatiebeleid
PM
PM
PM
PM
5
Verbetering groeiplaatsen bomen
-100
6
Opstellen sportbeleid
-30
7
Cultureel erfgoed
PM
PM
PM
PM
8
Kunst- en cultuurbeleid
PM
PM
PM
PM
9
Bibliotheekbeleid: Voorlezen Thuis
-10
-10
-10
-10
10
Regiodeal Midden-Limburg
-32
-32
-32
-32
11
Cofinanciering actieplan BIZ Ittervoort
PM
PM
PM
PM
12
NOVEX De Peel
-30
-30
-30
-30
13
RUD omzetting naar robuuste omgevingsdienst
PM
PM
PM
PM
14
Woningbouwontwikkeling Beeklaan Roggel
PM
15
Voorbereidingswerkzaamheden SG Ursula
PM
PM
PM
16
Bezoekerscentrum Haelen
-250
17
Onderwijsachterstandenbeleid
-35
-35
-35
-35
18
Voorzetting taalstimulering
-37
-37
-37
-37
19
Formatie - Beleidsmedewerker inburgering
-97
-97
-97
-97
Dekking reserve ontheemden Oekraïne
97
97
97
20
Formatie - Beleidsmedewerker preventie
-111
-111
21
Formatie - Jurist
-111
-111
-111
-111
22
Ziektebudget inhuur
-200
-200
-200
-200
23
Stelpost loon/prijs
PM
PM
PM
PM
24
CAO 2025-2027
-900
-1.125
-1.125
-1.125
25
Stelpost CAO
PM
PM
PM
-1.691
-1.580
-1.677
totaal mutatielijst
PM
-1.846
1 Participatie MOB (PM) Begin 2025 is het Toekomstplan MOB vastgesteld door het college van B&W. In het toekomstplan zijn ontwikkelopgaven voor de toekomst beschreven. In 2025 wordt gestart met de aanpak van deze ontwikkelopgaven. Eén van de onderdelen is het inzichtelijk maken van de benodigde kosten om het MOB ook in de toekomst van toegevoegde waarde te kunnen laten zijn. 2 Schuldhulpverlening (PM) In 2025 wordt de aanpak van schuldhulpverlening en vroegsignalering van schulden in Leudal geëvalueerd. De resultaten hiervan zullen worden meegenomen in een doorontwikkelplan. Het is mogelijk dat de doorontwikkeling van de schuldhulpverlening en vroegsignalering van schulden financiële consequenties hebben. Deze financiële consequenties worden pas inzichtelijk nadat het doorontwikkelplan is opgesteld. 3 Zorgboulevard (PM) In 2025 gaan we met de 14 samenwerkingspartners de mogelijkheden voor de ontwikkeling van de zorgboulevard verder verkennen. Concreet kijken we naar de manier waarop we de samenwerking vorm willen geven en welke locaties potentieel geschikt zijn voor de huisvesting van de zorgboulevard. Met ingang van 2026 verwachten we kosten te maken voor de ontwikkeling en/of huur van een locatie voor de zorgboulevard.
13
4 Verdieping accommodatiebeleid (PM) In de kaderbrief van 2025 hebben we aangekondigd dat we aan de slag gaan met een verdieping op het accommodatiebeleid. Besluitvorming hierover vindt plaats in november 2025. De uitvoering van dit besluit vindt plaats in 2026 en verder. 5 Verbeteren groeiplaatsen bomen (€ 100.000 incidenteel) We merken door o.a. klimaatverandering, slechte groeiplaatsen van bomen en in het verleden niet altijd de juiste keuzes gemaakt (standplaats, boomsoort, inrichting openbare ruimte) dat bomen nu niet goed groeien en/of problemen veroorzaken door wortelopdruk. De Wegbeheerder ervaart hierdoor thans ook extra inspanningen en kosten om problemen, die worden veroorzaakt door wortelopdruk, te herstellen. In 2026 voeren we een pilot uit voor het aanpakken van een aantal probleemlocaties waar met name sprake is van wortelopdruk. De resultaten van deze pilot nemen we mee met de actualisatie van het beheerplan groen en wegen in 2026. 6 Opstellen sportbeleid (€ 30.000 incidenteel) In 2026 gaan we aan de slag met het ontwikkelen van sportbeleid. Hierbij komt ook de inzet van de combinatiefunctionarissen en de structurele dekking hiervan ter sprake. Op dit moment is tijdelijke financiering (2025 en 2026) voor deze combinatiefunctionarissen in de begroting opgenomen.
Combinatiefunctionarissen zijn coaches die sporten, bewegen en deelnemen aan cultuur voor iedereen mogelijk maken. Daarmee willen we voorkomen dat inwoners (toekomstige) problemen of klachten ervaren. 7 Cultureel erfgoed (PM) Op het gebied van cultureel erfgoed gaan we in 2026 aan de slag met het actualiseren van ons erfgoedbeleid. Een belangrijk onderdeel van ons cultureel erfgoed zijn de gebouwde monumenten. Daarnaast dragen ook de cultuurhistorische landschappen en het immateriële erfgoed bij aan de identiteit van onze gemeente. Dit alles nemen we op in het uitvoeringsprogramma dat we als vervolg op onze omgevingsvisie gaan schrijven. Bovendien werken we aan de beleefbaarheid van ons erfgoed. 8 Kunst- en cultuurbeleid (PM) Sociale basis gaat verder dan zorg, het is het fundament van de samenleving om te zorgen dat we zowel fysiek als mentaal gezond zijn en blijven. Kunst en cultuur maken onderdeel uit van dit fundament. Het verbindt onze inwoners en vergroot de leefbaarheid in onze dorpen en het buitengebied. Deze zaken dragen bij aan hun vitaliteit, plezier, geluk en gezondheid. In 2025 wordt het huidige kunst en cultuurbeleid geëvalueerd, waarna nieuw kunst en cultuurbeleid opgesteld zal worden. Hierbij komt ook de inzet van de combinatiefunctionaris cultuur en de structurele dekking hiervan ter sprake.
Op dit moment is tijdelijke financiering voor deze combinatiefunctionaris in de begroting opgenomen (2025 en 2026). 9 Bibliotheekbeleid: Voorlezen Thuis (€ 10.000) In 2025 wordt het bibliotheekbeleid opgesteld. De hoogte van de ambities die worden vastgesteld in dit beleid, zullen bepalen of er financiële aanpassingen nodig zijn aan het huidige bibliotheekbudget. Binnen het nieuwe bibliotheekbeleid wordt de versterking van de lokale aanpak van het nieuw op te stellen regionaal plan laaggeletterdheid opgenomen. Dit heeft als doel om de basisvaardigheden (lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden) te verbeteren. Daarnaast worden ook de resultaten van de in 2024 en 2025 gehouden pilot Voorlezen Thuis meegenomen. Middels het inzetten van Voorlezen Thuis wordt bijgedragen aan de verbetering van taalbeheersing van zowel de ouders als de kinderen. Het werken aan basisvaardigheden is een middel om gezondheid en welzijn te verbeteren, armoede te bestrijden, eenzaamheid tegen te gaan en participatie op de arbeidsmarkt en in de samenleving te vergroten. Voorgesteld wordt om het project Voorlezen Thuis vanaf 2026 structureel in te zetten in de gemeente Leudal. 10 Regiodeal Midden-Limburg (€ 32.000) De uitvoering van de Regiodeal is voorzien via het Regiodeal Bureau.
Voor de organisatie- en exploitatiekosten van Samenwerking Midden-Limburg (SML) en Regio Deal Bureau (RDB) is jaarlijks circa € 90.000 nodig. Op dit moment daar € 58.000 voor begroot. Voor 2026 en verder zullen projecten worden gevormd en uitgevoerd, die bijdragen aan de hiervoor genoemde onderwerpen en thema’s. 11 Cofinanciering actieplan BIZ Ittervoort (PM) Voor de Bedrijveninvesteringszone (BIZ) Ittervoort wordt gezamenlijk gewerkt aan een publiekprivaat Actieplan. Hiermee wordt onder andere aandacht besteed aan de drie uitgangspunten van 14
een bedrijveninvesteringszone, namelijk schoon, heel en veilig. Voor de BIZ Ittervoort wordt aanvullend aandacht besteed aan het thema vergroening / Duurzaamheid (naast economie één van de andere rode draden in de Zomernota). Op dit moment is nog niet duidelijk welke mate van cofinanciering nodig is om het Actieplan uit te voeren. 12 NOVEX De Peel (€ 30.000) De vraagstukken in de Peel zijn omvangrijk en complex. De grote uitdagingen voor het landelijk gebied overstijgen en doorsnijden gemeente- en provinciegrenzen. Daarom wordt via NOVEX De Peel aan deze opgaven samengewerkt. Het doel is de komende periode te komen tot een Regionale Investeringsagenda (RIA) als begin van een langjarig uitvoeringsprogramma, waarin wordt gewerkt aan het geschetste toekomstperspectief. Op dit moment zijn onvoldoende organisatie- en procesmiddelen beschikbaar om dit te doen. Gemeenten worden gevraagd om een bijdrage van € 30.000 voor een periode van vijf jaar (2026 t/m 2030). 13 RUD omzetting naar robuuste omgevingsdienst (PM) Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) wordt van een netwerkorganisatie omgezet naar een robuuste Omgevingsdienst. Het doel is, dat deze Omgevingsdienst 1 april 2026 is ingericht. In drie fases wordt hieraan gewerkt: 1. Richten (2025); vormen en vaststellen van een bedrijfsplan 2.
Inrichten (2025 / 2026); vormen van de gemeenschappelijke regeling en inrichten van de organisatie door uitvoering te geven aan het bedrijfsplan; 3. Verrichten (2026 e.v.); uitvoeren van het regionaal uitvoeringsprogramma voor de deelnemende gemeenten. Om te komen tot deze Omgevingsdienst verwachten wij structureel aanvullende kosten te moeten maken en zal de financiële impact meer inzichtelijk worden in de komende periode. De insteek is in de begroting 2026 e.v. de financiële consequenties op te nemen. 14 Woningbouwontwikkeling Beeklaan Roggel (PM) Aan de Beeklaan in Roggel worden in 2026 werkzaamheden uitgevoerd voor de voorbereiding van woningbouwontwikkeling. Hier is sprake van een incidenteel tekort. 15 Voorbereidingswerkzaamheden nieuwbouw SG St. Ursula (PM) 2025 staat in het teken van de voorbereidingswerkzaamheden voor de nieuwbouw van Scholengemeenschap (SG) St. Ursula. In 2026 vindt de (verdere) besluitvorming plaats over de investering voor de nieuwbouw. Er is al een bedrag opgenomen in het Integraal Huisvestingsplan (IHP). De financiële consequenties voor de definitieve locatie, de gewenste invulling en de raming van het benodigde investeringskrediet zal in 2026 duidelijk worden. 16 Bezoekerscentrum Haelen (€ 250.000 incidenteel) Binnen het thema Vitaal Buitengebied werken we aan de versterking van natuur en een goede bereikbaarheid en beleefbaarheid daarvan.
Dit doen wij onder andere door het op kwaliteit brengen en houden van de natuurpoorten tot het Leudal. Voor het verbeteren en behouden van het Bezoekerscentrum Leudal in Haelen is een incidentele bijdrage nodig. Het Bezoekerscentrum Leudal werkt onder andere aan het organiseren en faciliteren van activiteiten ter bevordering van de kennis over cultuurhistorie, natuur, milieu en landschap in het brede kader van duurzame ontwikkeling. Bewustwording organiseren bij inwoners en bezoekers over deze onderwerpen is een van de speerpunten. Een adequaat en duurzaam bezoekerscentrum is daarbij onontbeerlijk. Inmiddels is er een plan ontwikkelt met een inschatting van een gemeentelijke bijdrage van € 330.000 waarvan circa € 75.000 gedekt kan worden uit bestaande middelen. 17 Onderwijsachterstandenbeleid (€ 34.500) Om de speerpunten ook te verwezenlijken voor nieuwkomers bieden we al jaren voorschoolse educatie aan voor alle kinderen in het AZC te Baexem, oorspronkelijk opgezet als pilot. Gezien het vernieuwde beleid en de ontwikkelingsmogelijkheden van deze doelgroep, is het van belang dat de voorschoolse educatie op structurele basis wordt ingezet. Het Rijk past vanaf 2026 een korting van 10% toe op de geoormerkte middelen voor onderwijsachterstanden.
Om het de huidige werkzaamheden voort te zetten en de implementatie van het vernieuwde beleid in 2026 mogelijk te maken is er €34.500,- nodig (overeenkomstig de 10% gekorte middelen). 18 Voortzetting Taalstimulering (€ 37.000) we willen dat kinderen zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen. Voldoende taalstimulering is van belang, net als de vroegtijdige signalering van mogelijke taal- en spraakproblematiek. Op die manier kan zo tijdig mogelijk passende ondersteuning ingezet worden. 15
Vanaf 2022 biedt de gemeente taalstimulering en logopedische dienstverlening aan voor- en vroegschoolse organisaties met financiering uit het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). De middelen eindigen in 2025, maar vanwege de meerwaarde van dit project wordt geadviseerd om het structureel voort te zetten. De NPO-middelen vervallen na 2025. Voor de voortzetting van taalstimulering in voor- en vroegschoolse organisaties is € 37.000 nodig. 19 Beleidsmedewerker inburgering (€ 97.241) Beleidsmedewerker inburgering (schaal 10, structureel). Het taakveld inburgering is de afgelopen periode zowel in belang als in omvang toegenomen. Tot dusverre worden voorkomende werkzaamheden pragmatisch verricht als daar aanleiding voor is. Met een groot AZC, grotere (door-)stroom van asielzoekers, AMV-ers, de opvang en begeleiding van (Oekraïense) vluchtelingen en de blijvend onzekere geopolitieke situatie is het noodzakelijk een stevige beleidsmatige basis te leggen en de operationele werkwijze door te ontwikkelen waardoor de opgaves in het kader van inburgering effectief kunnen worden opgepakt en we als gemeente ook een volwaardige gesprekspartner voor ketenpartners kunnen zijn. Dekking variant I: voor de jaren 2026 tot en met 2028 uit de van het Rijk ontvangen bijdrage voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen die onbenut blijft (In 2024 betrof het een bedrag van € 737.704.
Bij de jaarrekening is voorgesteld dit bedrag te storten in een nieuw te vormen Reserve opvang ontheemden Oekraïne). Met ingang van 2029 dekking door formatieuitbreiding (deze is verwerkt in het bovenstaande financieel overzicht). Dekking variant II: met ingang van 2026 structurele formatieuitbreiding. 20 Beleidsmedewerker preventie (€ 110.670 incidenteel) 1 fte beleidsmedewerker preventie (schaal 11, tijdelijk voor 2 jaar). Zowel beleidsmatig als op uitvoeringsgebied wordt in het sociaal domein steeds meer de focus gelegd op preventie. Binnen de huidige formatie zijn er op dit moment onvoldoende mogelijkheden om deze taken structureel goed in te bedden en intensief in te zetten op nieuwe ontwikkelingen en kansen die deze bieden. Een tijdelijke uitbreiding biedt de mogelijkheid de inzet op preventie in samenwerking met ketenpartners te professionaliseren en inzicht te verkrijgen op welke wijze de inzet op preventie (formatief) structureel het beste vorm en inhoud kan worden gegeven. 21 Jurist (€ 110.670) 1 jurist (schaal 11, structureel). Artikel 213a van de Gemeentewet draagt het college op om jaarlijks de doelmatigheid van organisatie-eenheden van de gemeente te onderzoeken.
Dit jaar zijn de resultaten vastgesteld van het 213a-onderzoek naar de digitale transitie binnen de gemeente (‘Onderzoek I-visie, Op weg naar toekomstbestendige informatievoorziening’) en de afronding van het 213a-onderzoek Vastgoed. In het onderzoek naar de digitale transitie bent u geadviseerd nieuwe functies te creëren voor een I-projectleider en een portfolio-manager. Dit is door het management gerealiseerd met wijzigingen binnen de bestaande formatie. In het onderzoek naar vastgoed is (eveneens) geconstateerd dat personele uitbreiding nodig is om een doelmatige uitvoering van het vastgoedbeleid te kunnen garanderen. Door de inhuur van tijdelijke projectleiders, te bekostigen met middelen die beschikbaar zijn als gevolg van openstaande vacatures, is de vraag naar formatie-uitbreiding teruggebracht tot die van één jurist. Deze zal zich met name richten op de juistheid van de aanbestedingen die volgen uit het recent vastgestelde MJOP, DMJOP en IHP. 22 Ziektebudget inhuur (€ 200.000) Het ziektebudget (€ 200.000) is jaarlijks te gering. De afgelopen jaren wordt dan ook bij de rarap’s dit bedrag telkens verhoogd.
Budget inhuur ziekte na 2e Rarap:
2021 450.000
2022 482.786
2023 532.112
2024 486.613
Gelet op de ervaringsgegevens van de afgelopen jaren, stellen we voor om het ziektebudget structureel op te hogen naar € 400.000. Hiermee wordt realistischer begroot, terwijl er toch een opgave blijft de ziektekosten te verminderen. 23 Stelpost Loon/prijs (PM) De stelpost loon-, en prijscompensatie is bedoeld voor het opvangen van indexeringen die niet binnen het bestaande budget gedekt worden. In het verleden werden hiervoor historische 16
gegevens gebruikt om de hoogte van de stelpost te bepalen. De methodiek door het werken met een stelpost ongewijzigd. Wel wordt de grondslag voor de hoogte van de stelpost berekend met het percentage pbbp, zoals dit gepresenteerd wordt in de meicirculaire. Dit percentage wordt afgezet tegen de budgetten, die gevoelig zijn voor loon-, en prijsstijgingen. Door het hanteren van de stelpost voorkomen we “lucht” in de gemeentelijke begroting en kijken we kritisch naar de inzet van de bestaande budgetten. 24 CAO 2025-2027 (€ 900.000) Voor de periode 2025-2027 is een eindresultaat voor de CAO Gemeenten bereikt. De VNG legt dit eindresultaat voor aan hun achterban. De ledenraadpleging start donderdag 24 april tot en met dinsdag 3 juni 2025. De bestuur van de VNG besluit 6 juni 2025 of de werkgevers het akkoord bekrachtigen. De looptijd is 2 jaar met een loonafspraak van 6,7% en € 35 nominaal. Dit betekent voor gemeente Leudal voor 2026 een structurele stijging van ongeveer € 900.000 voor het jaar 2026. 25 Stelpost CAO (PM) Voor de periode 2025-2027 is een eindresultaat voor de CAO Gemeenten bereikt. Momenteel begroten we alleen voor het nieuwe begrotingsjaar een CAO percentage. Aangezien de CAO elk jaarlijks terugkomt nemen we vanaf 2026 structureel een CAO stijging mee in de (meerjaren) begroting.
De hoogte van het bedrag wordt jaarlijks bij de begroting bepaald op inzicht uit voorgaande jaren.
17