Inspreek tekst mevrouw Miriam van Lier-Grooten namens de LLTB-regio Midden-Limburg,
Tekst van het document
Inspraakreactie LLTB Geachte leden van de Commissie Fysiek, Mijn naam is Miriam van Lier-Grooten, bestuurslid LLTB-regio Midden-Limburg en ik heb samen met mijn man en zoon een akkerbouwbedrijf in Roggel en een vleesvarkensbedrijf in KelpenOler. Ik spreek vanavond in namens de LLTB. Als LLTB hebben we grote zorgen over de ontwerp-omgevingsvisie Leudal, Natuurlijk! In onze zienswijze zijn we dan ook uitvoerig ingegaan op 22 onderdelen van de ontwerp-omgevingsvisie. Helaas is onze inbreng op diverse onderwerpen niet verwerkt. Dit hadden we graag anders gezien, want we hebben het over een agrarische gemeente met 330 agrarische ondernemers en hun gezinnen. Ik kan vandaag maar kort op een aantal onderdelen ingaan, gezien de beperkte tijd. In de ontwerp-omgevingsvisie wordt uitgegaan van de juiste agrarische functie op de juiste plek. Er worden keuzes gemaakt over welke bedrijven in een bepaald gebied wel of juist niet gewenst zijn. Dit zonder er rekening mee te houden dat die bedrijven hier nu een maal van oudsher en vaak al generaties lang gevestigd zijn. Eigendomsposities zijn niet meer “leidend” zo wordt gesteld. De vele investeringen die die bedrijven de afgelopen decennia al hebben gepleegd op het gebied van bijvoorbeeld milieu, dierenwelzijn en duurzaamheid zijn kennelijk niet relevant. De economie wordt op voorhand ondergeschikt gemaakt aan de ecologie.
Dit terwijl in diezelfde ontwerp-omgevingsvisie wordt aangegeven dat de economische vitaliteit van Leudal wezenlijk is voor de leefbaarheid, de aantrekkelijkheid van de woon- en leefomgeving en het onderwijs. Onderzoek naar de gevolgen van dit beleid voor de hier gevestigde agrarische ondernemers ontbreekt. De bedrijven mogen hun bestaande rechten toch houden, zo lezen we. Daarbij wordt er voor het gemak overheen gestapt dat als een bedrijf zich op een bepaalde plek niet meer kan ontwikkelen, dit op termijn het einde betekent voor een bedrijf. Dat betekent dat een bedrijf niet meer up-to-date is, verrommeld en alleen maar tot overlast gaat zorgen In de ontwerp-omgevingsvisie wordt aangegeven “We zetten in op landbouw die past bij de gebiedskenmerken van de diverse gebieden”, “we zetten bij nieuwe ontwikkelingen in een op een kwalitatieve benadering”. De concrete uitwerking wordt doorgeschoven naar een Uitvoeringsprogramma Landelijk Gebied. U wordt dus gevraagd om in te stemmen met een omgevingsvisie terwijl niet duidelijk is hoe dit uitpakt voor bedrijven die volgens de ontwerpomgevingsvisie in het verkeerde gebied liggen. In de ontwerp-omgevingsvisie wordt er verder van uitgegaan dat zo’n bedrijf dan toch kan verplaatsen naar een duurzame locatie in ander gebied waar zo’n ontwikkeling wel nog toelaatbaar wordt gevonden.
Ook zet de gemeente in op het concentreren van (intensieve) landbouw zodat elders in het buitengebied rust, ruimte en groen verder versterkt worden. Agrarische bedrijven moeten zich (her)vestigen en ontwikkelen op een passende en toekomstbestendige locatie, zo lezen we. Weet u hoeveel bedrijven de afgelopen vijf jaar zijn verplaatst? Geen enkel bedrijf en u suggereert dat bedrijfsverplaatsing een reële optie is? Dat is het niet. Bedrijfsverplaatsing naar een wel wenselijk gevonden gebied is meestal niet realiseerbaar. Alleen al niet omdat het meestal niet lukt de daarvoor benodigde financiering en vergunningen (o.a. stikstof) te krijgen.
Locaties zijn bovendien schaars en er vallen nog meer locaties af door de andere torenhoge ambities van de ontwerp-omgevingsvisie. Het toekomstperspectief als je in de ogen van de gemeente “op de verkeerde plek” ligt met je bedrijf is dus ronduit slecht. Ronduit slecht ziet de toekomst ook uit voor bedrijven gelegen binnen de kernrandzones van minimaal 200 meter, die bovendien ook nog steeds verder opschuiven in geval van bijv. woningbouw in de kernrandzone. In de Provinciale Omgevingsvisie wordt uitgegaan van 100 meter zones en schuiven de zones niet op. U zet in op scheiding van mensen en dieren. Wat betekent dit voor de zorgboerderij met koeien in de kernrandzone? Ook dit is weer een kop op de POVI. Een vierde punt betreft de haalbaarheid van de ambities. Er is onvoldoende zicht op de haalbaarheid en betaalbaarheid van doelen en maatregelen. Als deze omgevingsvisie werkelijkheid wordt ontbreekt een fatsoenlijk verdienmodel en is de bestaanszekerheid voor de agrarische ondernemers in het geding. Ik had graag meer tijd gehad om ook over andere onderwerpen onze zorgen uit te spreken. Daarom wil ik u namens de LLTB vragen om meer tijd te nemen voor de omgevingsvisie en die tijd te besteden aan broodnodige wijzigingen. Wij zijn graag bereid onze zienswijze verder toe te lichten. Dank u wel voor uw aandacht.