CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Inleiding op algemene beschouwingen door raadsfracties, namens college, door wethouder financiën

Raadsvergadering 12 november 2024, gemeente LeudalBij agendapunt: Algemene beschouwingen bij de Programmabegroting 2025-20282.110 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Woordvoering algemene beschouwingen Geachte voorzitter, leden van de Raad, beste kijkers thuis, Voor u staat een voldane wethouder van Financiën. Samen met het gehele college tevreden met onze programmabegroting 2025-2028. Dank allereerst aan alle medewerkers in dit huis voor hun inzet en vele werk, aan raads-, commissie- en steuncommissieleden voor hun inbreng en kritische vragen. Ook complimenten aan het management voor hun ondersteuning en vertrouwen in ons college. Toekomstbestendig In lijn met onze strategische visie, het coalitieakkoord en de Zomernota werken we aan een toekomstbestendige gemeente met tal van voorzieningen voor inwoners, ondernemers en verenigingen. Kortom, ‘Een mooi leven in Leudal’.

Maar, er zijn ook uitdagingen.. En ja, we gaan die uitdagingen aan, gesterkt door een solide financiële positie. Gemeente Leudal is niet voor niets de welvarendste gemeente van Limburg en in haar categorie de op twee na welvarendste van Nederland. Die positie gekenmerkt door een sterke solvabiliteit en flinke reserves stelt ons in staat om het coalitieprogramma verder uit te voeren en de beloofde voorzieningen te realiseren. We doen wat we zeggen en dat met een deels nieuw college met een nieuwe dynamiek. Het is er een van formaat. In een onzeker tijdsgewricht, zoals het huidige is die uitvoering en financiering daarvan een uitdaging van formaat. We noemen de fors oplopende inflatie, het groeiende begrotingstekort van het Rijk dat mogelijk tot bezuinigingen gaat leiden en het naderende ravijnjaar 2026.

Wat gaan we doen voor onze inwoners? Aan de hand van de thema’s sociale basis, passend wonen en vitaal buitengebied geven we vorm aan de toekomst van onze gemeente. Naast al hetgeen we reeds doen noemen we: De vorming van een Herstructureringsfonds woningbouw groot 6,6 miljoen Euro voor het verder stimuleren van woningbouw door de ondersteuning van onze versnellingsagenda om ons doel van 750 woningen te realiseren. Het treffen van een voorziening duurzaamheid groot € 7,7 miljoen Euro waarmee we ons vastgoedbezit

inclusief onze accommodaties verduurzamen. We sluiten daarbij aan op de klimaatdoelstellingen en realiseren ook voor onze gebruikers lagere energielasten. De uitvoering van het integraal huisvestingsplan groot € 82,7 miljoen Euro. Dit plan voorziet in de realisatie van een nieuwe school voor voortgezet onderwijs St. Ursula die ruim € 40 miljoen Euro kost. De nieuwbouw en verbouw van tal van basisscholen in onze dorpen vraagt eveneens ruim € 40 miljoen Euro. Het plan strekt zich uit over een periode van 15 jaar. We vervullen daarmee een heel forse onderwijsopgave voor onze huidige en toekomstige generaties en onderschrijven het grote belang van onderwijs voor de leefbaarheid in onze dorpen en de toekomst van onze kinderen. Verder noemen we de uitbouw en positionering van ons mensontwikkelbedrijf. Het stelt ons onder meer in staat mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te helpen op weg naar werk en vervult ook een belangrijke rol voor onze nieuwe burgers de statushouders om hun plek in onze samenleving te verwerven. De Zorgboulevard. Daar werken gemeente en een aantal zorg aanbieders en welzijnsinstellingen veerkrachtig en domeinoverstijgend samen aan het versterken van de samenredzaamheid in wijken en kernen, het vernieuwen van de eerste lijn en het versterken de organisatie ervan.

We stichten gemeenschapshuizen te Heibloem en Neeritter de twee dorpen waar nog geen ontmoetingsplaats voor inwoners aanwezig is. Tenslotte storten we onze bijdrage aan de Regiodeal groot € 1,5 miljoen Euro, het vliegwiel dat onze lokale en regionale welvaart verder moet stimuleren. Vooral voor de mensen die het minder breed hebben passen we ook dit jaar een korting toe van € 60 Euro op de afvalstoffenheffing. In totaliteit komen we uit op ruim € 100 miljoen Euro in de komende periode. Hoe gaan we dit allemaal betalen? Uiteraard voeren we het programma niet in één jaar uit, maar in de voor ons liggende periode 2025-2028 en ook daarna. De financiering vindt eveneens volgtijdelijk plaats. Voor het dekken van de kapitaallasten uit het programma spreken we in de begrotingsperiode ruim € 25 miljoen van onze reserves aan. Deze bedragen vóór bestemming resultaat 2024 ruim € 45 miljoen. Omdat niet alle reserves op onze bankrekening beschikbaar zijn trekken we in 2027 en 2028 voor € 43 miljoen Euro leningen aan bij de bank. Wat is de invloed van dit programma op ons begrotingssaldo? Voor zover we kapitaalreserves vormen, komen de afschrijvingen ten laste van deze reserves. De overige afschrijvingen en rentelasten komen ten laste van de begroting. Dat gaan we vooral merken vanaf 2027. Dan starten we met de grotere programmaonderdelen waaronder de realisatie van St. Ursula.

De kapitaalasten en de rentelasten over de opgenomen leningen lopen dan vanaf 2028 en verder in de begroting. De bedragen zijn fors. We noemen rente en afschrijving voor de jaren 20292032 respectievelijk te samen € 3,6 €4, € 4,5 en € 5,3 miljoen. Voor die lasten moet dan dekking worden gevonden. Aan reserves resteert in 2028 nog ruim € 20 miljoen. Die kunnen voor verdere kapitaallastendekking worden ingezet maar zijn niet voldoende voor een volledige dekking.

Kortom, het beslag van dit programma is dus vooral op latere begrotingen buiten deze begrotingsperiode fors. Onze programmabegroting Naast de zojuist besproken uitvoering van het coalitieprogramma staan we uiteraard ook voor de uitvoering van onze 9 programma’s. Hoe ziet die begroting er uit? Die vraagt om grote alertheid en een goede balans tussen onze inkomsten en uitgaven en vraagt offers om een gezond financieel beleid te kunnen blijven voeren opdat we onze inwoners op termijn niet plots met grote lastenverzwaringen moeten confronteren. De opkomende inflatie zorgt voor een opwaartse druk op onze uitgaven. Elk procent inflatie leidt op een begroting van zeg € 100 miljoen tot een stijging van de uitgaven met € 1 miljoen. Dat wil dus zeggen, dat bij een inflatiepercentage van 3% per jaar we telkens voor € 3 miljoen extra dekking moeten vinden. Die stijging is veelal structureel. Stijging van de prijzen leidt tot looneisen tot prijscompensatie in CAO’s. Dit loopt als een rode draad door alles wat we inkopen van bijvoorbeeld onze zorgaanbieders, de wegenbouwers tot de salarissen van onze medewerkers en de koffieautomaat. Of het Rijk die inflatie geheel of gedeeltelijk gaat compenseren is nog maar zeer de vraag. De grootste zorgen kennen wij binnen het programma Sociaal Domein. Ik noem de Jeugdzorg. De zorg komt met haar tarieven tekort: de indexaties blijken te laag.

Zo zijn de tarieven in de jeugdbescherming in 2024 reeds opgelopen met meer dan 20%. Voor de komende jaren verwachten wij een toename van de budgetten in de jeugdzorg met 10% in 2025 en voor daarna met 5% per jaar. Concreet betekent dit € 0,75 miljoen voor 2025 en voor de verdere jaren oplopend naar € 1 miljoen, € 1,3 miljoen naar € 1,7 miljoen. Daarnáást verkeren er instellingen in financiële moeilijkheden waar wij mogelijk moeten bijspringen. De Mutsaersstichting is zo’n voorbeeld. Pactum, Vigo, PGZ en de GGD zijn eveneens voorbeelden die mogelijk nog volgen. Ook in de uitvoering van de Wmo volgen tegenvallers van € 1,8 miljoen in 2025 oplopend naar € 2,4 miljoen in 2028. Deze tegenvallers worden veroorzaakt door een groter beroep op deze wet alsmede hogere tarieven en een halvering van het budget Beschermd Wonen. In totaliteit voor het Sociaal Domein dus een stijging van ruim € 2,5 miljoen in 2025 naar € 4 miljoen in 2028. Om deze kostenstijgingen het hoofd te bieden zullen we moeten blijven inzetten op preventie, vergroting van de zelfredzaamheid van onze burgers en demedicalisatie en normalisering. In alle organisaties stijgen de kosten als gevolg van inflatie en ook de salariskosten als gevolg van CAO onderhandelingen. Dat zien we ook in onze eigen organisatie. Voor 2025 en verder nemen we daartoe € 0,75 miljoen extra op.

Welke impact heeft dit alles op ontwikkeling van ons begrotingssaldo?

De begroting toont - zoals u kunt lezen - een positief saldo van ruim € 2,9 miljoen voor 2025, maar tekorten voor 2026, 2027 van circa € 0,7 miljoen en vervolgens weer een overschot van € 0,2 miljoen in 2028. Verwerken we - na de raadsbehandeling in december - de positieve effecten van de septembercirculaire alvast in deze begroting dan is deze voor alle jaarschijven positief. Er is vooral meer geld beschikbaar vanuit het Rijk voor het Sociaal Domein ruim € 1 miljoen in 2026 oplopend naar € 1,3 miljoen in 2028 voor Jeugdzorg en Wmo. Deze ontwikkeling van het saldo is ook nog omgeven met risico’s die we nu nog niet kunnen inschatten. Te weten: mogelijke verdere bezuinigingen op het gemeentefonds en de CAO ontwikkelingen ná 2025. Zijn we er dan? Helaas niet. Er wacht nog een belangrijke uitdaging. Materieel: dus inclusief alle baten en lasten, zowel de incidentele als de structurele, is onze begroting in evenwicht. Echter niet volgens de regels van de Provincie die een structureel begrotingsevenwicht voorschrijft. Dit betekent dat we de incidentele componenten - en dat zijn overwegend baten moeten schrappen. Voor 2025 leidt dat na verwerking van de septembercirculaire tot een structureel overschot van ruim € 1 miljoen.

Kijken we verder naar de jaren erna, dan zien we echter structurele tekorten van respectievelijk € 3,3 miljoen in 2026, € 0,3 miljoen en € 0,5 miljoen in 2027 en 2028. In 2026 - het ravijnjaar – ontvangen we ruim € 2 miljoen minder vanuit het Rijk. Daarna volgt weer herstel van die uitkering en nemen de tekorten af. Vanaf 2029 gaan de eerdergenoemde kapitaallasten als gevolg van de investeringen uit het programma op de begroting drukken: zowel afschrijvingen als rentelasten en zien we opnieuw structurele tekorten voor de verdere toekomst ontstaan. Conform de norm behoeft vooralsnog slechts het jaar 2025 structureel sluitend te zijn en zullen we voor de daarop volgende jaren oplossingen moeten bedenken voor de structurele tekorten. Die oplossingen zijn er vooral voor 2026: - Investeringen temporiseren en doorschuiven; - Een incidenteel beroep op onze algemene reserves voor het tekort. Dit laatste is in de regel niet toegestaan, maar er bestaat hierop een uitzondering voor gemeenten die er financieel sterk voor staan. Leudal mag met succes een beroep doen op die uitzondering. Al is dit potverteren…

De uitvoering van het ambitieuze coalitie-programma in combinatie met de programma-begroting vindt plaats in een onzeker tijdsgewricht met vele onzekerheden en risico’s. Kan dat zonder een beroep op onze inwoners? Iedereen zal zijn bijdrage moeten leveren. In de afgelopen jaren hebben we onze inwoners kunnen ontzien door geen indexering door te voeren en de OZB niet te verhogen. Dat kan niet meer als we uitvoering willen geven aan onze hoge ambities. Dat beroep is ook reeds verwerkt in de voorliggende begroting. Zoals nagenoeg alle gemeenten in de regio verhogen ook wij de OZB. Dit zoals ook opgenomen in het coalitieakkoord, maar aanvankelijk uitgesteld. De belastingopbrengsten zullen in de komende jaren stijgen met respectievelijk 6,37% in 2025, 6,9% in 2026 3,16% in 2027 en 4,55% in 2028. Deze bestaat zowel uit inflatiecorrectie alsook de 2% verhoging uit het coalitieakkoord. De helft van deze toename komt voor rekening van eigenaren van bedrijfspanden. In de komende jaren draagt deze verhoging van de OZB bij aan het begrotingssaldo met € 0,47 miljoen in 2025 tot ruim € 1,3 miljoen in 2028. Voor onze inwoners stijgt het OZB tarief in 2025 voor een woning met een gemiddelde WOZ waarde van € 365.000 van € 309,46 naar 329,11. In totaliteit stijgen de lasten inclusief de heffingen met 3,3%.

Daarnaast verhogen we de toeristenbelasting in 2 stappen; in 2026 van € 1,30 naar € 1,50 en in 2028 naar € 1,75. Dat levert vanaf 2026 € 148 duizend op en vanaf 2028 € 248 duizend. Tot slot Het uitvoeren van onze begroting zowel voor wat betreft het investeringsprogramma samenhangend met het coalitieakkoord als ook voor wat betreft de uitvoering van de programma’s vraagt veel discipline, financiële stuurmankunst en vooral samenwerking tussen ons allen. Het komende begrotingsjaar vormt nog niet zo’n uitdaging, maar vooral de jaren daarna. Daar vragen wij als college bijzondere aandacht voor. Daar moeten we namelijk in de komende begrotingsjaren een stevig fundament voor leggen. En met onze solide financiële positie kán dat ook. Maar we moeten realistisch blijven. En u krijgt van ons het eerlijke verhaal: onze hoge ambities – vertaald in een totaalpakket van ruim € 100 miljoen aan voorzieningen vóór onze inwoners vereisen ook een bijdrage ván onze inwoners. Dit middels de genoemde OZB verhoging. Als daar vanavond van wordt afgezien, dan moeten we ons met z’n allen realiseren dat onze ambities veel te hoog gegrepen zijn. De consequentie daarvan is, dat u met elkaar in gesprek zal moeten gaan over de invulling van een beduidend láger ambitieniveau. Dit om te voorkomen dat we straks

structureel in de financiële problemen raken. Wij hebben echter het volste vertrouwen in deze koers, omdat ze aansluit bij de behoeften in onze samenleving op korte en lange termijn. Zo werken we samen aan een ’Mooi leven in Leudal’. Dank voor uw aandacht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=49e62ef4-cb06-4a5a-ab2f-9b7301f9ec5a