Gemeentelijk rioleringsprogramma Leudal 2022-2026 (concept)
Tekst van het document
Ook hier zal bij het ontwerp en de aanleg rekening worden gehouden met een duurzame oplossing voor de verwerking van het hemelwater. Nieuwe initiatieven voor duurzame (decentrale) zuivering worden beoordeeld en eventueel toegepast. De aanleg van voorzieningen bij nieuwbouwlocaties wordt in principe bekostigd uit de grondexploitatie. Bij oudere bouwplannen (<2008) zijn de klimaatopgaven nog niet scherp geformuleerd. We letten hierop en we adviseren hiebij om klimaatadaptief te bouwen. Deze kosten zijn in het GRP buiten beschouwing gelaten. Beheer van deze voorzieningen is wel meegenomen. 6.2.2 Onderzoek De komende planperiode willen we vier onderzoeken uitvoeren: • Samen met gemeente Weert en gemeente Nederweert voeren we de risicodialoog over de impact van klimaatverandering voor de bebouwde kom. Samen met belanghebbenden gaan we in gesprek over de risico’s en knelpunten vanuit de stresstest en bepalen we benodigde acties voor de komende jaren. Voor dit onderzoek ramen we €10.000,00.
37
• •
We hebben peilbuizen waarmee we het grondwaterpeil meten en monitoren. We stellen een plan op waarin we beschrijven hoe we dit gaan doen. Voor dit onderzoek ramen we €10.000,00. We doen onderzoek naar de KRW-maatregelen die vanuit het BRP naar voren zijn gekomen. We gaan meten en monitoren om de modeluitkomsten te valideren. Zo zorgen we ervoor dat we maatregelen nemen op locaties waar dit echt nodig is. We stemmen de onderzoeken en maatregelen die daaruit kunnen volgen, af met het waterschap. De komende jaren hebben we hier budget voor gereserveerd:
Onderzoek KRW maatregelen •
2022
2023
2024
2025
2026
€12.000
€12.000
€10.000
€8.000
€8.000
We maken de omslag naar risicogestuurd beheer. We doen onderzoek naar de staat van de objecten die we beheren en vervangen pas wanneer ze niet meer aan de normen voldoen. De verwachting is dat de huidig geraamde levensduur van de riolering opgerekt kan worden. Hierdoor wordt de theoretische vervangingspiek afgevlakt. In het onderzoek worden aan diverse parameters (leeftijd, functie riool, verharding, schade) kritische prestatie indicatoren mee gegeven waarmee een risicogestuurd beheer wordt opgezet. Mede door toepassing van afgewogen keuzes qua renovatie (vervangen of relinen) en reparatietechnieken streven we naar de optimale inzet van de financiële middelen. De komende jaren hebben we hierbudget voor gereserveerd:
Onderzoek risicogestuurd beheer
2022
2023
2024
2025
€ 15.000
€ 5.000
€ 5.000
€ 5.000
2026 € 5.000
6.2.3 Exploitatie In de exploitatie nemen we de jaarlijkse kosten voor riolering op. De exploitatie bestaat uit onderhoud van de riolerings- en waterobjecten, personeelslasten en subsidies. We rekenen straatvegen voor 1/3e toe aan de riolering, omdat naast een schoon straatbeeld en een fijne leefomgeving het vegen van straten ook bijdraagt aan minder vuil in de kolken en een betere afstroming van hemelwater naar het riool. De exploitatie bedraagt jaarlijks € 2.488.739,00. 6.2.4
Maatregelen
Onderhoud en reparatie We beheren onze objecten door ze periodiek te onderhouden. In onderstaande tabel is per object onze strategie aangegeven. Object Reinigen Inspecteren Reparaties Vrijvervalriolen 1x / 10 jaar 1x / 10 jaar Bij gebreken Gemalen bouwkundig 1x / jaar 1x / jaar Bij gebreken Gemalen mech/el 1x / jaar 1x / jaar Bij gebreken Drukriool bouwkundig 1x / 2 jaar 1x / 2 jaar Bij gebreken Drukriool mech/el 1x / 2 jaar 1x / 2 jaar Bij gebreken Persleidingen Bij melding Bij gebreken Kleppen, schuiven en 1x / jaar 1x/ jaar Bij gebreken wervelventielen
38
Watergangen Wadi’s Infiltratievoorzieningen
1x / jaar 1x / 2/3 jaar
Kolken Straatvegen
2x / jaar Periodiek
1x / jaar 1x / jaar Meetvoorzieningen nog goed in beeld brengen en in beheer vastleggen 2x / jaar periodiek
Bij gebreken Bij gebreken
Bij gebreken
Renovatie en vervanging De werkzaamheden die we op korte termijn gaan uitvoeren, hebben we in beeld. Voor de lange termijn gaan we uit van strategische vervangingsplanningen, hiervoor hanteren we de volgende technische levensduren: Object Vrijvervalriolen Gemalen BBB’s Drukriool IBA’s
Bouwkundig Mechanisch/elektrisch Bouwkundig Mechanisch/elektrisch Bouwkundig Mechanisch/elektrisch Bouwkundig Mechanisch/elektrisch
Persleidingen
Technische levensduur 60/80 jaar 60 jaar 20 jaar 60 jaar 20 jaar 60 jaar 20 jaar 60 jaar 20 jaar 60 jaar
De vrijvervalriolen vervangen we als ze het einde van hun levensduur bereiken. We hebben de ervaring dat riolen die zijn aangelegd voor 1970, van slechtere kwaliteit zijn dan riolen aangelegd na 1970. Daarom maken we onderscheid in de technische levensduur. We gaan uit van: Vrijvervalriolen Riolen aangelegd voor 1970 Riolen aangelegd na 1970
Technische levensduur 60 jaar 80 jaar
Een deel van de riolen relinen we. Dat betekent dat we een nieuwe buis in de oude buis aanbrengen, waarna deze weer als nieuwe buis beschouwd wordt. De verhouding vervangen/relinen is 75/25%. We middelen de vervangingsbedragen over de periode van 2022-2051. Vanaf 2052 middelen we de vervangingsbedragen over perioden van 10 jaar.
39
De vervangingsplanning en het benodigde budget over de lange termijn is in onderstaande grafiek weergegeven.
Kosten (x 1000 Euro)
Budget vrijvervalriolen vervangen & relinen 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 2022
2032
2042
2052
2062 jaar
2072
2082
2092
De pers- en drukleidingen hebben een technische levensduur van 60 jaar. De vervangingsplanning en het benodigde budget over de lange termijn is in onderstaande grafiek weergegeven.
Vervangingskosten (x 1000 Euro)
Budget persleidingen 4.500 3.500 2.500 1.500 500 500-2022
2032
2042
2052
2062 Jaar
2072
2082
2092
Gemalen, drukrioolunits, BBB’s en IBA’s vervangen we per onderdeel. De verschillende onderdelen hebben verschillende levensduren. Voor vervanging gaan we uit van gemiddelde bedragen per jaar. Verbetering We hebben een SSW (systeemoverzicht stedelijk water) opgesteld, hieruit zijn hydraulische en milieutechnische maatregelen naar voren gekomen. Kern Straat Maatregel kosten Heibloem Horstpeel Groene Buffer € 100.000 Roggel Brugstraat Groene Buffer €220.000 Heythuysen Noord Groene Buffer €136.200 Heytheysen Noord Groene Buffer €132.600 Heytheysen Noord Groene Buffer €89.200 Ittervoort kern Afkoppelen €961.200 Neeritter kern Afkoppelen €1.740.200 Totaal €3.379.400
40
We hebben een uitvoeringsagenda klimaatadaptatie opgesteld. De acties die we de komende periode gaan uitvoeren, zijn om wateroverlast en droogte tegen te gaan. We doen mee aan het regionale groen-blauwe schoolpleinen project. Binnen dit project stimuleren we scholen om schoolpleinen af te koppelen en te vergroenen. 6.3 Grondwatermaatregelen We zijn bezig met het aanleggen van een grondwatermeetnet. We voorzien nog geen grondwatermaatregelen. We houden het grondwater in de gaten met het meetnet en doen onderzoek en plegen maatregelen wanneer nodig. 6.4 Totaal overzicht investeringen De werkzaamheden die we de komende planperiode gaan uitvoeren en de daaraan verbonden kosten, zijn in onderstaande tabel weergegeven. Locatie Vrijverval Vervangen relinen Gemalen/BBB’s Enkelpomps gemalen Dubbelpomps gemalen BBB’s Drukrioolunits/IBA’s Drukrioolunits IBA’s Pers-/drukleiding Pers-/drukleiding BRP maatregelen Groene buffers en afkoppelen klimaatmaatregelen Groen-blauwe schoolpleinen (investering deel) Totaal
2022
2023
2024
2025
2026
€812.842 €143.310
€812.842 €143.310
€812.842 €143.310
€812.842 €143.310
€812.842 €143.310
€23.708 €24.897 €30.276
€23.708 €24.897 €30.276
€23.708 €24.897 €30.276
€23.708 €24.897 €30.276
€23.708 €24.897 €30.276
€74.287 €48.400
€74.287 €48.400
€74.287 €48.400
€74.287 €48.400
€74.287 €48.400
€5.020
€5.020
€5.020
€5.020
€5.020
€675.880
€675.880
€675.880
€675.880
€675.880
€12.500
€12.500
€12.500
€12.500
€12.500
€1.851.118
€1.851.118
€1.851.118
€1.851.118
€1.851.118
6.5 Samenwerken We dragen bij aan de volgende onderzoeken en projecten uit het waterketenplan. De kosten die zijn opgenomen, zijn totale kosten voor uitvoering en worden naar rato verdeeld over deelnemers. Leudal draagt 6,1% bij aan de uitgaven.
41
2021 Acties uitvoeringsprogramma Waterpanel Noord 1 gebiedsdifferentiatie waterbergingseis en uitkomsten communiceren in bijvoorbeeld een beslisboom
operationeel / strategisch Strategisch
10.000
2 Implementatie van de resultaten van de
operationeel
X
Operationeel
X
2022
2023-2025
X
X
evaluatie van de stimuleringsregeling
3 opzetten van kennissessies 4 Visie strategie omgaan met afvalwater
strategisch buitengebied afwegingskader (ook iba’s), inclusief beslisbomen Operationeel 5 Meten, data, rekenen – meer inzicht in werking rioolstelsel en het regionale systeem. deelproject 5a Operationeel
20.000
10.000
deelproject 5b Operationeel
10.000
deelproject 5c Operationeel
10.000
deelproject 5d Operationeel
10.000
6 afspraken lozingsroutes regenwater /
Strategisch
40.000
beslisboom afkoppelen
7 droogte: waterbalansonderzoek, waar
Strategisch
25.000
25.000
operationeel
75.000
165.000
Strategisch
40.000
gebeurt wat - kennis ontwikkelen voor aanpak droogte
8 optimalisatiestudie waterketen / watersysteem. Hoever zijn we met de KRW 2027?
9 Branchestandaard gemeentelijke watertaken uitvoeren
10 afspraken lozingsroutes huishoudelijk of
Strategisch
40.000
Strategisch
10.000
Operationeel
40.000
Operationeel lozingen en grote waterverbruikers i.v.m. droogte t.b.v. waterkwaliteit en kwantiteit. Strategisch 14 Gezamenlijke strategie beekdal brede benadering Operationeel 15 stresstest light 2025 + nieuwe risicodialogen Strategisch 16 Opstellen nieuw Waterketenplan
10.000
bedrijfsafvalwater
11 afspraken lozingsroutes bronneringswater 12 Opstellen decentrale lozingsregels omgevingsplan - Implementatie handreiking klimaattoets en bouwstenen omgevingsvisies en -plannen.
13 Benaderen bedrijven buitengebied vim
10.000 150.000 100.000
42
7
Organisatie en financiën
7.1 Personele capaciteit Om het geplande werk uit te voeren, is voldoende gekwalificeerd personeel nodig. Met behulp van de Kennisbank Stedelijk Water is een globale inschatting gemaakt van de benodigde personele capaciteit voor de komende jaren. Op basis van landelijke kengetallen is berekend hoeveel medewerkers nodig zijn. 7.1.1 Benodigde bezetting Voor de invulling van de dagelijkse rioleringszorg is tussen de 5,0 en 16,3 fte nodig, afhankelijk van de mate van uitbesteding.
Uitgangspunt: 1 fte is 1400 uur per jaar Planvorming, onderzoek en facilitair Onderhoud Maatregelen Totaal
maximaal uitbesteden tijdsbesteding dagen fte (175 dagen/jr) 318 1,8 366 2,1 190 1,1 874 5,0
Minimaal uitbesteden tijdsbesteding dagen fte (175 dagen/jr) 615 3,5 1.763 10,1 475 2,7 2.853 16,3
7.1.2 Huidige bezetting Op dit moment is er 4,2 fte werkzaam aan de rioleringszorg. Dit bestaat uit: • 0,6 fte adviseur riolering en water; • 1 fte rioolbeheerder; • 1 fte medewerker rioolbeheer; • 1 fte medewerker buitendienst; • 0,3 fte projectleider; • 0,3 fte toezichthouder. 7.1.3 Conclusie personele capaciteit Op dit moment is er een klein tekort om de werkzaamheden uit te voeren. De pieken in de werkzaamheden vangen we op door werkzaamheden uit te zetten bij derden of door fte in te huren. Daarnaast moet binnen de organisatie de bewustwording groeien dat we veel van de werkzaamheden moeten uitbesteden om de geplande werkzaamheden uit te voeren. We gaan nog meer werkzaamheden op regie uitvoeren. Personele capaciteit is een belangrijk onderwerp binnen de samenwerking Waterpanel Noord. Meerdere partijen kennen een tekort aan personele capaciteit. Mogelijke oplossingen worden daarom ook binnen dit samenwerkingsverband opgezocht. 7.2 Kosten en kostendekking Voor de werkzaamheden, benoemd in dit plan, zijn financiële middelen nodig. Voor de komende 80 jaar hebben we op basis van de actuele situatie, ervaringen uit het verleden, landelijk en regionale kengetallen, het regionale waterketenplan en dit GRP de totale kosten geschat. De uitgangspunten van de kostendekkingsberekening staan in bijlage 2. De kostendekkingsberekening is opgenomen in bijlage 3.
43
7.2.1 Kosten In onderstaande tabel staan de uitgaven die verwacht worden tijdens de planperiode (20222026) en voor de lange termijn. Er is uitgegaan van 80 jaar, omdat zo alle te verwachte uitgaven in beeld zijn gebracht. Totaaloverzicht uitgaven, exclusief BTW Planperiode Jaarlijkse uitgaven Onderzoek Exploitatie Vervanging verbetering jaar
2022 2023 2024 2025 2026 totaal planperiode Totaal 20222101
euro*1000 prijspeil 2021 Investeringen / BRP en klimaat maatregelen
investeringen lineair afgeschreven Kapitaallasten Kapitaalnieuwe lasten investeringen investeringen verleden
TOTAAL
1
2
3
4
5
6
7
1+2+6+7
72 64 52 50 13
2.489 2.489 2.489 2.489 2.489
1.163 1.163 1.163 1.163 1.163
688 688 688 688 688
-
81 159 236 310
1.161 1.126 1.104 1.083 1.062
3.722 3.759 3.804 3.858 3.875
252
12.444
5.814
3.442
0
786
5.536
19.018
252
198.174
177.299
9.454
0
162.895
27.789
389.110
De ontwikkeling van de kosten op de lange termijn is als volgt:
EURO 1.000
10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 -
2022
2032 onderzoek
7.2.2
2042
2052
exploitatie
2062
jaar
2072
kapitaallasten verleden
2082
2092
nieuwe kapitaallasten
Kostendekking
Heffingsgrondslag De uitgaven worden gedekt door de inkomsten uit de rioolheffing. De rioolheffing in Leudal wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. In 2021 bedraagt de rioolheffing € 282,51 per perceel. Er geldt een ander tarief voor percelen voor recreatieve doeleinden en met een WOZ-waarde onder de € 30.000,00. Respectievelijk bedraagt de rioolheffing hiervoor € 169,50 en € 141,25. Voorziening We maken gebruik van een voorziening riolering. Per 1-1-2022 wordt de stand van deze voorzieningen geraamd op € 2.499.000,00. Via de rioolheffing geïnd geld is bestemd voor water- en rioleringstaken en blijft daarom in een voorziening. Benodigde inkomsten Er is gerekend met 16.351 heffingseenheden. De kostendekkende rioolheffing over de lange termijn is € 355,00 (exclusief jaarlijkse inflatiecorrectie).
44
De lange termijn ontwikkeling is hieronder weergegeven. Daarin is te zien dat de voorziening de komende jaren opbouwt. Rond 2055 stijgen de uitgaven en daalt de voorziening.
Een alternatief scenario is om de inkomsten geleidelijk mee te laten stijgen met de uitgaven. De eerste jaren blijft de rioolheffing stabiel op het huidige tarief (exclusief jaarlijkse inflatiecorrectie), vanaf 2041 stijgt de rioolheffing mee met de stijgende uitgaven. De voorziening bouwt de eerste jaren iets op en wordt geleidelijk ingezet.
Storting in voorziening Een storting in de voorziening van € 0,5 miljoen levert op de beschouwde termijn (80 jaar) een korting op de rioolheffing van € 0,20 per jaar per heffingseenheid op.
45
Bijlage 1
Overzicht overstorten
Bijlage 2
Uitgangspunten kostendekkingsberekening
Uitgangspunten die gehanteerd zijn bij de berekening van de rioolheffing: 1. Berekeningsmethode De rioolheffingsberekening wordt uitgevoerd met behulp van de contante-waardemethode. Deze methode is geschikt om de effecten en de trend op langere termijn zichtbaar te maken. Met de contante-waardemethode is een vergelijking van uitgaven en inkomsten in verschillende jaren mogelijk. De toekomstige uitgaven en inkomsten van elk jaar in de beschouwde periode worden contant gemaakt naar 1 januari startjaar. In de te verwachten inkomsten zit één onbekende: de hoogte van de benodigde inkomsten per aansluiting. Door de contante waarde van de te verwachten inkomsten gelijk te stellen aan de contante waarde van de te verwachten uitgaven, worden de kosten per heffingseenheid berekend. Voor toekomstige investeringen wordt in de contante-waardebenadering geen specifieke wijze van afschrijving of financiering verondersteld. De diverse afschrijvingsmethoden (lineair, afschrijving op annuïteitsbasis) verschillen onderling wel door een andere (boekhoudkundige) verdeling van lasten in de tijd, maar de contante waarde van de jaarlijkse lasten is in deze methoden steeds gelijk aan de contante waarde van de investeringen. Het inflatie- en rentepercentage worden gebruikt voor het contant maken van de toekomstige uitgaven en inkomsten. Dit gebeurt op de volgende wijze:
CWx (U j ) = U j (cwf ) waarbij: x Uj i r cwf CWx(Uj)
( j − x)
(1 + i) = U j (1 + r )
( j−x)
= startjaar berekening = uitgave in jaar (j) op prijspeil startjaar = inflatie (in decimalen, bijvoorbeeld 0,015) = rente (in decimalen, bijvoorbeeld 0,04) = contante-waardefactor { = (1+i) / (1+r) } = contante waarde in jaar x van investering U in het jaar
Het totaal aan uitgaven en inkomsten over de beschouwde periode is met elkaar in evenwicht. Het streven is dat de rioolheffing over de beschouwde periode 100 procent kostendekkend blijft. 2. Planningshorizon Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van een planningshorizon van 80 jaar: 2022 tot en met 2101. Binnen een periode van 80 jaar zijn alle objecten minimaal éénmaal vervangen. 3. Inflatie De prijsindex is gebaseerd op de prijsontwikkeling van de lonen, materiaal en materieel die nodig zijn voor het aanleggen van een riolering binnen de bebouwde kom. Voor het kostendekkingsplan wordt uitgegaan van een inflatie van 1,5%. Deze wordt vooral gebruikt om de nominale kapitaallasten en de stand van de voorziening/reserve terug te rekenen naar prijspeil startjaar bedragen.
4. Rentevoet Er is een rente van 0,5% op de kapitaallasten gehanteerd. Over de tegoeden in de tariefegalisatievoorziening wordt geen rente berekend. Daarnaast hebben we een marktrente die we extracomptabel toerekenen. Deze bedraagt 1,5%. 5. Prijspeil Alle in het GRP genoemde uitgaven zijn op prijspeil 1 januari 2021, inclusief van toepassing zijnde bijkomende kosten uitvoering, winst en risico, voorbereiding, honorarium en toezicht en exclusief btw. De rioolheffingsberekening is inclusief de compensabele btw. 6. Eenheidsprijzen Voor de berekening van de investeringskosten van de rioleringsobjecten is gebruik gemaakt van de eenheidsprijzen uit de Kennisbank Stedelijk Water, module D2000. Voor drukriolering en gemalen gaan we uit van bedragen op basis van ervaring met aanbestedingen. 7. Staartkosten Voor de staartkosten zijn conform de Kennisbank Stedelijk Water de volgende waarden gehanteerd: uitvoeringskosten 10% (inrichting werkterrein, uitzetwerkzaamheden), algemene kosten, winst en risico 12%, voorbereiding, honorarium en toezicht 15%. Er is geen rekening gehouden met de post ‘onvoorzien’. Totaal (1,10 * 1.12 * 1,15 - 1) = 42%. 8. Indexering rioolheffing Het in het GRP berekende tarief moet jaarlijks met de optredende inflatie worden geïndexeerd. Dit wordt jaarlijks bij de vaststelling van de begroting afgehandeld. 9.
Afschrijvingsmethode Investeringen worden lineair afgeschreven, zoals dit voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van onze gemeente wordt gehanteerd. 10. Afschrijvingstermijnen Onderscheid wordt gemaakt in de technische en de economische afschrijvingstermijn. De technische afschrijvingstermijn (levensduur) heeft grote invloed op de hoogte van de rioolheffing, die bepaalt immers in welk jaar een object op de vervangingsplanning verschijnt. Het is derhalve van belang de technische levensduur van de rioleringsobjecten zo goed mogelijk in te schatten. In de praktijk wordt hierbij gebruik gemaakt van inspectiegegevens. De economische afschrijvingstermijn is van invloed op het verloop van de lasten in de tijd, maar niet op de hoogte van het kostendekkend tarief berekend met de contante waarde methode (zie 1). De technische en economische afschrijvingstermijnen mogen afwijken. Volgens de richtlijnen uit de BBV moeten de afschrijving en de afschrijvingstermijn zo goed mogelijk aansluiten op de feitelijke waardedaling van de vrijvervalriolering. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt ertoe dat, indien de economische levensduur korter is dan de technische levensduur, afgeschreven moet worden op basis van de economische levensduur. De in de berekening gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in tabel B3.1.
Tabel B3.1 Overzicht gehanteerde afschrijvingstermijnen (jaar) Object Afschrijvingstermijn Technisch Economisch Vrijvervalriolen 60/80 50 Bergbezinkvoorzieningen 60 50 gemalen – bouwkundig 60 50 gemalen – mechanisch / elektrisch 20 15 Pers- en drukleidingen 60 50 drukriolering – bouwkundig 60 50 drukriolering – mechanisch / elektrisch 20 15 Grondwatermaatregelen 60 50 Klimaatmaatregelen 60 50
11. Egalisatievoorziening In overeenstemming met de BBV wordt gebruik gemaakt van een egalisatievoorziening om ongewenste schommelingen in de rioolheffing te voorkomen (art. 43, lid 1b). Dit leidt tot een gelijkmatige verdeling van de lasten voor de burger, over een aantal begrotingsjaren. Er wordt in Leudal geen rente aan de egalisatievoorziening toegevoegd. 12. Doorlopende kapitaallasten na 2101 De na 2101 doorlopende kapitaallasten zijn buiten beschouwing gelaten. 13. Rioolheffing en btw De geraamde btw op zowel goederen als diensten en investeringen mogen in het riooltarief worden meegenomen. Het tarief is inclusief de compensabele btw, verrekend per jaar. 14. Nieuwe investeringen voor nieuwbouw Nieuwe investeringen voor nieuwbouw worden niet verrekend via de rioolheffing maar via de grondexploitatie. 15. Straatvegen De kosten van straatvegen wordt voor 1/3e toegerekend aan de rioleringszorg. 16. Watergangen De kosten van het baggeren van watergangen wordt voor 100% toegerekend aan de rioleringszorg.
Bijlage 3
Kostendekkingsberekening