Collegemededeling 30mrt21 voorlopig standpunt college zonnevelden
Tekst van het document
Bezoekadres Leudalplein 1, 6093 HE Heythuysen Postadres Postbus 3008, 6093 ZG Heythuysen
Gemeente
leudal
Aantal pagina's: 6
De gemeenteraad
Ons kenmerk
LE2021UIT/0479
Uw kenmerk BSN nummer Behandeld door
E.J.E. Puts
Telefoonnummer
(0475) 85 90 00
Fax
(0475) 85 99 22
info@leudal.nl
Internet
www.leudal.nl
Datum
30 maart 2021
Verzenddatum Onderwerp
voorlopig standpunt college inzake zonneweides
Geachte heer/mevrouw, In het kader van de actieve informatieplicht, zoals die is bepaald in artikel 169, lid 2 van de Gemeentewet, delen wij u het volgende mee. Op 28 april 2020 heeft uw raad het beleidskader "Duurzame Energie" vastgesteld. Dit kader is opgesteld om te kunnen voldoen aan de doelstellingen van het Klimaatakkoord. De doelstellingen uit het klimaatakkoord zijn voor Leudal doorvertaald in een prognose. Dit betekent dat in Leudal circa 17 windmolens en 100 ha. grondgebonden zonnevelden nodig zijn. Deze grootschalige opwek heeft een grote ruimtelijke impact. Om te zorgen dat de hernieuwbare energie op de gewenste plek terecht komt en bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van onze gemeente is het beleidskader opgesteld. In het beleidskader is opgenomen dat de gemeente werkt met openstellingsrondes: een periode waarin plannen kunnen worden ingediend. Op 15 september 2020 is door het college besloten dat de drie best scorende plannen verder kunnen worden uitgewerkt. Het betreft de initiatieven van Lightsource BP, Solar Fields en Sunvest (zie afbeelding hieronder). De verdere uitwerking heeft betrekking op het landschappelijk inpassingsplan en het participatieplan. De plannen zijn door de beoordelingscommissie getoetst op vooraf vastgestelde criteria (conform b&w besluit en raadsinformatiebrief van 19 mei 2020).
Bankrekening 28.51.28.205 IBAN NL68BNGH0285128205 BTW NL8169.63.228.B01
Datum Ons kenmerk Pagina
30 maart 2021 LE2021UIT/0479 2 van 6
Gemeente
leudal
~~
Initiatieven ronde 2 Ene,gletronsltle gemeente Leudol .., _ ,.n '5 il1 •.» '0
Het landschappelijk inpassingsplan onderbouwt (verder) hoe het initiatief aansluit bij het karakter van de omgeving en gaat in ieder geval in op 1) landschappelijke inpassing en verrijking van de biodiversiteit, 2) de bredere omgeving (hieronder wordt mede verstaan de invulling van de Nota Kwaliteit) en 3) de aanwezige en toekomstige ecologische waarde(n). Als het gaat om het participatieplan dan wordt hieronder verstaan dat concreter wordt ingegaan op proces- en financiële participatie. Hierbij moet in ieder geval concreet worden gemaakt hoe de omgeving is en wordt betrokken bij het initiatief (toepassing van de Omgevingsdialoog). Het gaat hierbij niet alleen om de grondeigenaren, maar ook om omwonenden en/of ondernemers. Daarnaast dient de financiële participatie concreet te worden gemaakt. Hierbij gaat het om eigenaarschap, rendement voor de lokale omgeving, mogelijkheden voor onderwijs/ educatie en stimulering van de lokale werkgelegenheid. Dit onderdeel vormt een verdere verdieping op de reeds ingediende stukken. De beoordeling Coöperatief karakter van de plannen Een van de uitgangspunten van het beleidskader is het streven naar 50% coöperatief eigendom. In aansluiting op het streven van het Nationale Klimaatakkoord naar 50% lokaal eigendom.
De drie initiatiefnemers hebben gesprekken gevoerd met de coöperaties Leudal Energie en Zuidenwind maar zijn daarin niet tot overeenstemming kunnen komen. Dit is door Leudal Energie in een brief aan de gemeente bevestigd. Het streven naar 50% lokaal of coöperatief eigendom was een van de voorwaarden van de toetscriteria uit de eerste selectieronde. Door alle partijen is toen aangegeven dat ze deze eis willen opvolgen maar dat daar nader overleg voor nodig was. Nu het niet gelukt is om met de bestaande coöperaties tot overeenstemming te komen wil dat niet zeggen dat deze eis moet worden losgelaten. Daarom wordt voorgesteld om vast te houden aan deze eis en het coöperatief eigenaarschap te borgen. Dit zou bijvoorbeeld ook met de coöperatie uit de gemeente Peel en Maas kunnen of eventueel een nieuw op te richten coöperatie. Ten aanzien van deze laatste optie wordt wel opgemerkt, dat in het huidige beleid de eis is opgenomen dat coöperaties ten minste één jaar oud moeten zijn. Indien voor een nieuw op te richten coöperatie wordt gekozen moet de gemeente wel bereid zijn om die eis los te laten. Wanneer deze eis niet wordt losgelaten wordt hiermee een ongelijk speelveld gecreëerd, waarbij een onevenredig grote positie wordt toegekend aan de bestaande coöperaties. De insteek van het coöperatieve eigendom is dat er meerwaarde moet zijn voor de omgeving.
Deze wordt deels ondervangen door het profijtplan, maar onvoldoende om daarmee het streven naar coöperatief eigenaarschap te laten varen. Bij de opstelling van het beleid is destijds gekozen voor minimaal een jaar bestaan en 50 leden omdat bij de openstellingronde voor wind geprobeerd is om de regels te omzeilen door een nieuwe coöperatie op te richten met 2 leden. De intentie is nooit geweest om de huidige bestaande coöperaties een voorkeurspositie te geven waardoor alleen zij een plan zouden kunnen ontwikkelen. Er moet dus gezocht worden naar een goede balans tussen de insteek van het beleid en de praktische uitvoering bij het uitblijven van overeenstemming tussen twee marktpartijen. Een oplossing hiervoor is werken met coöperaties
Datum Ons kenmerk Pagina
30 maart 2021 LE2021UIT/0479 3 van 6
uit de regio dan wel een nieuwe coöperatie. Het is in dat perspectief goed verdedigbaar dat de bestaanseis van een jaar wordt losgelaten. Voor de huidige aanvragen wordt geadviseerd om vast te houden aan het streven naar 50% lokaal of coöperatief eigendom. Profijtplan Daarnaast wordt door alle partijen invulling gegeven aan de eis tot financiële participatie door middel van het beschikbaar stellen van obligaties. Een ander criterium uit het beleidskader is dat de initiatiefnemers een profijtplan omschrijven op welke manier de omgeving financieel profiteert van hun plan. De initiatieven verschillen in omvang en direct belanghebbenden (omwonenden). Hierdoor zijn ze niet vergelijkbaar. Bij alle drie de initiatieven bestaat het profijtplan uit dezelfde 4 onderdelen: • Het beschikbaar stellen van obligaties (aandelen) in het zonneveld voor iedereen met een bepaald rendement. •
•
Vergoedingen aan direct omwonenden in de vorm van gratis elektriciteit (Solarfields) of zonnepanelen voor omwonenden en basisschool de Kwir (Sunvest) of korting op zonnepanelen (Lightsource) Een storting in een omgevingsfonds: Lightsource €100.000,- Sunvest €30.000, Solarfields tussen de€ 10.000 en€ 11.000 per jaar gedurende de looptijd. De omgeving bepaalt zelf in een nog op te richten commissie waar dat geld aan besteed wordt.
•
Educatieprojecten en lespakketten voor scholen.
Zon-obligaties gratis zon-obligaties omwonenden Gratis energie gedurende exploitatieperiode Gratis zonnepanelen omwonenden Gratis zonnepanelen basisschool de Kwir Educatie Campagne zonnepanelen op daken in Leudal Storting in omaevinasfonds
Sunvest Ja Ja, twv € 24.000
Lightsource BP Ja Nee
Solarfields Ja Nee
Nee
Nee
Ja, omwonenden verdeeld in 2 groepen
Ja
Ja en tegen qereduceerd tarief Nee
Nee
Ja
Nee
Ja Ja, twv € 30.000
Ja Ja, bedrag niet gespecificeerd
Ja Nee
Ja, twv € 31.000
Ja, twv € 100.000
Ja, twv € 250.000 tot € 275.000
Alle drie de plannen leveren voldoende profijt voor de omgeving. Het profijtplan is gericht op het verkrijgen van draagvlak en alle initiatiefnemers hebben laten zien voldoende oog te hebben voor de omgeving. Als u het voorstel van het college voorstel overneemt om geen medewerking te verlenen aan een gedeelte van de plannen van Solarfields en Lightsource BP kan dat gevolgen hebben voor de profijtplannen. Omgevingsdialoog Alle drie de initiatiefnemers hebben goed voldaan aan de indieningsvereiste 'participatie', de omgeving hebben zij serieus betrokken bij hun plannen. Dit is te zien in de uitwerking en de gespreksverslagen.
Datum Ons kenmerk Pagina
30 maart 2021 LE2021UIT/0479 4 van 6
Alle drie de initiatiefnemers hebben getracht de omgeving op een goede en passende manier te betrekken. Zorgen en wensen zijn meegenomen in de uitwerking waardoor acceptatie groter wordt. De dialogen die door initiatiefnemers zijn gevoerd in de diverse vormen hebben inzicht gegeven in de belangen van de omgeving. Dit betekent overigens niet dat hiermee gezegd is, dat omwonenden het met de plannen eens zijn. Ontwerpprincipes Alle drie de plannen wijken af van de vastgestelde ontwerpprincipes. Dit was aanvankelijk niet het geval (eerste beoordeling), maar is het gevolg van de omgevingsdialoog. De omwonenden geven duidelijk aan dat ze geen zicht willen hebben op de zonnepanelen. Met het "verbergen" van de zonnevelden worden nieuwe niet gebiedseigen groenstructuren aangelegd die niet passen binnen het landschap en die een ander ruimtelijk beeld geven dan wordt nagestreefd met het beleidskader. Gaandeweg is duidelijk geworden dat aan het draagvlak een nog groter gewicht moet worden toegekend. De initiatiefnemers hebben dat ter harte genomen en zijn heel gericht in gesprek gegaan met de omgeving. In de omgeving is veel onrust ontstaan over de aanleg van zonnevelden ondanks het feit dat er bij de opstelling van het beleidskader uitgebreid is gecommuniceerd met de inwoners.
De groep inwoners die deelneemt aan de inbreng voor het opstellen van beleid is anders en heeft een ander belang dan de direct aanwonenden bij een concreet initiatief. Ook voor de gemeente is dit een leerproces. De initiatieven voldoen niet aan de ontwerpprincipes. Dit is het gevolg van het creëren van draagvlak. In dit geval is dit te verantwoorden om twee redenen. Enerzijds zijn de plannen relatief tijdelijk van aard en wordt er geen permanente afbreuk gedaan aan het landschappelijk raamwerk. Anderzijds is, zo bleek ook bij windenergie, het belangrijk dat in de stap naar het realiseren van de klimaatdoelen bij nieuwe projecten aandacht is voor de brede omgeving. De zonnevelden zijn tijdelijk en de groenstructuren die niet passen bij het gewenst landschappelijk raamwerk, kunnen daar waar nodig tegelijkertijd met de zonnevelden worden verwijderd. Daarom zijn wij van mening dat het draagvlak bij omwonenden in de huidige situatie belangrijker is dan het landschappelijk belang op korte termijn. Om toch bij te dragen aan het gewenst landschappelijke beeld voor de lange termijn wordt voorgesteld om na afloop en/of tijdens de looptijd van de vergunning alsnog een nog nader te bepalen gedeelte uit het landschappelijk raamwerk te realiseren. Hierover dienen nadere afspraken gemaakt te worden. Dit is mogelijk in de ruimtelijke procedure en/of in de anterieure overeenkomst.
De plannen zijn beoordeeld op individuele basis en ook in samenhang met elkaar. In samenhang Op basis van hun positionering in het landschap kunnen de drie initiatieven (Lightsource BP, Solar Fields en Sunvest) naast elkaar ontwikkeld worden. Alle drie de locaties zijn op voldoende afstand van elkaar gepositioneerd binnen het landschapstype rationele heideontginning en worden allen omlijst door meer besloten landschapstypen zoals het kampenlandschap of de bosmozaïek. Deze omlijsting vormt al een sterk landschappelijk kader waarbinnen verdere versterking van de kenmerkende landschapselementen van de rationele heideontginning kunnen plaatsvinden. De landschapsstructuur kan bijvoorbeeld via de voorgestelde lijnvormige elementen (met name de randen van de initiatieven) versterkt worden waarmee ook het ecologisch netwerk opgewaardeerd kan worden. Door de drie initiatieven naast elkaar te ontwikkelen kan er een samenhangend, en herkenbaar (energie)landschap ontstaan dat recht doet aan de landschapstypen en bepalende landschappelijke structuren. Individueel Het plan van Sunvest is, de bovenstaande aandachtspunten daargelaten, verder positief beoordeeld. De andere twee plannen zijn niet volledig positief beoordeeld. De beoordelingscommissie adviseert om aan het plan van Sunvest mee te werken, en aan de plannen van Lightsource BV en Solarfields enkel na aanpassing mee te werken.
Voorgesteld wordt om aan het plan van Lightsource mee te werken met uitzondering van de percelen kadastrale gemeente Neer, sectie H nummers 128, 129 en 154, 245 en 244. Voorgesteld wordt
Datum Ons kenmerk Pagina
30 maart 2021 LE2021UIT/0479 5 van 6
Gemeente
leudal
nt~
om aan het plan van Solar Fields mee te werken met uitzondering van de percelen kadastrale gemeente Neer, sectie J nummers 17, 363, 362 en 19. Op de totaalplannen betekenen de aanpassingen relatief kleine ingrepen maar hierdoor ontstaat een beter geheel. De aanpassingen betekenen bij beide plannen een kleinere beschikbare oppervlakte voor zonnepanelen zoals op tekening in bijlage 1 is aangegeven. Dit kan gevolgen hebben voor het profijtplan. Hierover dient overleg plaats te vinden. De aanpassingen zijn toegelicht in de themasessie met het college op 23 februari 2021. Beoordeling door Kwaliteitscommissie De drie plannen zijn aan de kwaliteitscommissie voorgelegd ter verkrijging van een pre advies. De commissie heeft nog enkele aandachtspunten geuit. Het advies van de commissie is bijgevoegd. Limburg Kwaliteits Menu (LKM) In het LKM is bepaald dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die een nieuw ruimtebeslag leggen op het buitengebied en/of met nieuwe verstening en verglazing gepaard gaan, gecompenseerd moeten worden. Een ontwikkeling moet leiden tot een compensatie van het verlies aan omgevingskwaliteit, resulterend in een verbetering van de kwaliteit van het buitengebied. Om dit te objectiveren zijn diverse modules ontwikkeld, waarbij wordt aangegeven hoe hoog de compensatie minimaal moet zijn om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.
Denk hierbij aan woningbouw, uitbreiding van agrarische bedrijven of uitbreiding van bedrijventerreinen waarbij een bedrag per m 2 is vastgesteld. Voor alle zonneplannen geldt dat ze moeten voldoen aan het Limburgs KwaliteitsMenu (LKM). Voor duurzame energie bestaat echter nog geen aparte module. Daarom is in eerste instantie aansluiting gezocht bij de bestaande modules. De meest voor de hand liggende module voor een zonneveld is uitbreiding van bedrijventerreinen vanwege de oppervlakte en functionaliteit van de zonnevelden. Een bedrijventerrein heeft echter een ander karakter, gebruik en verschijningsvorm heeft; de bebouwing is hoger en omvangrijker, minder goed in te passen en het leidt veelal tot substantieel meer aanvullende effecten, zoals verkeer. Hierdoor is de impact op het buitengebied en daarmee de noodzaak tot compensatie van die impact bij een bedrijventerrein omvangrijker dan bij een zonneveld. Daarnaast is sprake van een tijdelijke ontwikkeling die niet onomkeerbaar is. Het toepassen van een module die gericht is op een permanente onomkeerbare ontwikkeling in het buitengebied doet geen recht aan de tijdelijkheid van het initiatief. Daarom wordt voorgesteld om voor duurzame energie, in dit geval zonnevelden en windenergie, een nieuwe module te ontwikkelen en deze toe te voegen aan het LKM.
Concept standpunt Wij hebben besloten een positief standpunt op het principeverzoek in te nemen mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden en mits door uw raad binnen twee weken geen wensen en bedenkingen naar voren worden gebracht die moeten leiden tot een ander oordeel. Het besluit behelst 1. In principe medewerking verlenen aan de conceptaanvragen voor de geselecteerde plannen en hieraan de voorwaarden te verbinden: a. er moet sprake zijn van coöperatief eigendom, waarbij gestreefd wordt naar 50%; de eis dat coöperaties ten minste één jaar oud moeten zijn, wordt losgelaten; b. het afwijken van de ontwerpcriteria zoals door de selectiecommissie gesteld ten aanzien van de landschappelijke inpassing als gevolg van de omgevingsdialoog dient in overleg met de gemeente verder uitgewerkt te worden; c. in de plannen van Solarfields en Lightsource BP komt een gedeelte van de aangevraagde percelen te vervallen. De plannen dienen aangepast te worden zoals aangegeven in bijlage 1. 2. om voor duurzame energie, in dit geval zonnevelden en windenergie, een nieuwe module te ontwikkelen en deze toe te voegen aan het Limburgs Kwaliteits Menu (LKM). Het plan kan worden uitgewerkt in de vorm van een partiële herziening van het bestemmingsplan of een omgevingsvergunningaanvraag.
Datum Ons kenmerk Pagina
30 maart 2021 LE2021UIT/0479 6 van 6
Zoals gebruikelijk krijgt u twee weken de tijd om eventuele reacties op ons besluit kenbaar te maken. Wij vertrouwen er op u hiermee voldoende te hebben ge"
,.