Collegemededeling 2mrt21
Tekst van het document
41 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Rijk en regio werken de afspraken nader uit en leggen deze vast in een bestuursovereenkomst, te ondertekenen in 2021. NS zal daarin ook partner zijn. Uitgangspunten hierbij zijn: het budget is taakstellend, de risicoverdeling is op basis van een circa 50/50 verdeling Rijk-regio en de governance past bij de gezamenlijke en onderling nauw verweven opgave, de projectfase, de scope van het project, de kerntaken van betrokken partijen én geeft tegelijk pragmatisch invulling aan maximale btw-compensatie. Ook wordt ruimte gelaten / gezocht voor bijdragen van andere begunstigden aan de gehele ontwikkeling. Een eerste gezamenlijke stap is het opstellen van één integraal ontwerp voor het totale project waarbij in de bestuursovereenkomst nadere afspraken worden gemaakt over de scope van het project. We overwegen hiervoor een uitvraag aan de markt op basis van taakstellend budget en functionele eisen om de maximale potentie van innovatieve en kosten-efficiënte oplossingen binnen het taakstellende budget te benutten. Verduurzaming spoorlijnen Almelo-Mariënberg en Zutphen-Hengelo Rijk en regio delen de ambitie van het verduurzamen van regionale spoorlijnen.
Voor de huidige dieselspoorlijnen Zutphen-Hengelo en Almelo-Mariënberg wordt specifiek toegewerkt naar Zero Emissie bij de komende concessie-overgangen; In opdracht van de regio werkt ProRail aan een verkennend onderzoek naar elektrificatie van beide spoorlijnen. De uitkomsten van dit onderzoek vormt één van de bouwstenen voor besluitvorming in het BO MIRT 2021 over in welke vorm verduurzaming gerealiseerd kan worden, waarbij het afspraken kader ‘werken voor derden’ het uitgangspunt vormt voor afspraken tussen Rijk en regio over o.a. de rol- en kostenverdeling. Gelderse versnelling transitiepad verduurzaming spoor Rijk en provincie Gelderland onderzoeken gezamenlijk met ProRail en de vervoerders de mogelijkheden voor concrete stappen voor verduurzaming van regionale spoorlijnen in Gelderland, bijvoorbeeld door het uitvoeren van pilots met verduurzamingsopties zoals HVO (Hydrotreated Vegetable Oil), batterij-elektrische en/of waterstoftreinen. Treinverbinding Zwolle-Twente-Münster/Dortmund Rijk en regio delen de ambitie met de Duitse partners om de grensoverschrijdende treinverbindingen vanuit Münster en Dortmund te verduurzamen door het baanvak Enschede-grens(-Gronau) te elektrificeren vóór de introductie van nieuw materieel. Het afsprakenkader ‘werken voor derden’ vormt daarbij het uitgangspunt voor afspraken tussen Rijk en regio over o.a.
de rol- en kostenverdeling; Rijk en regio onderschrijven het belang van de corridor Zwolle-TwenteMünster/Dortmund, conform de Omgevingsagenda Oost, en analyseren de consequenties van doorontwikkeling van de grensoverschrijdende treinverbindingen in samenhang met Deutschlandtakt en Toekomstbeeld OV 2040; Rijk en regio maken nadere afspraken over betrokkenheid van het Rijk bij het INTERREGproject EuregioRail om bovengenoemde gezamenlijk uit te werken. Verbetering spoorverbinding Zwolle-Enschede Rijk en regio hebben ProRail gevraagd de oplossingsrichtingen voor de bredere problematiek op de treinverbinding Zwolle-Enschede, zoals gevraagd in het kader van de moties Dijkstra en Sienot in samenhang te bekijken; De uitkomsten van het onderzoek vormen de bouwstenen voor besluitvorming over eventuele aanvullende verbetermaatregelen en financiering daarvan; Rijk en regio streven inmiddels naar een gezamenlijk besluit in 2021 ipv 2020, zoals eerder was voorzien. De door het Rijk in het kader van de motie Sienot gereserveerde financiële middelen voor de oplossing van het knelpunt van de perrons bij Heine en Raalte blijven daarvoor beschikbaar.
Decentralisatie sprinterdienst Leeuwarden-Zwolle In navolging van de afspraken uit het BO MIRT 2019 werken Rijk en provincie Fryslân gezamenlijk aan een samenhangend pakket van maatregelen voor de verbetering van het openbaar vervoer in Fryslân, voornamelijk gericht op de spoorlijn Leeuwarden – Zwolle. Rijk en provincie Fryslân maken afspraken over decentralisatie van de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden. De provincies Overijssel en Drenthe zijn bereid hieraan onder voorwaarden mee te werken, en blijven onderdeel van de verdere besluitvorming. Een algemene voorwaarde voor alle partijen is dat de decentralisatie meerwaarde biedt voor de regionale reiziger, zonder nadelen te brengen voor de landelijke reiziger. Als onderdeel van het samenhangend pakket houden Rijk en provincie Fryslân de mogelijkheid open om in infrastructurele maatregelen te investeren.
17.
18.
19.
20.
21.
42 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Rijk en provincie Fryslân nemen richting februari 2021 de benodigde stappen om dit maatregelenpakket uit te werken. Onderdeel hiervan is een berekening van de vervoerswaarde en exploitatiesaldo van het beoogde reizigersproduct door de Provincie Fryslân, een eerste verkenning naar de benodigde infrastructuurmaatregelen door ProRail en een uitvraag van het netto financieel effect bij de huidige concessiehouder door IenW. Hierbij wordt rekening gehouden met de huidige bijdrage van de provincie Fryslân aan de exploitatie van de sprinterlijn Leeuwarden - Zwolle. Waar mogelijk betrekken Rijk, ProRail en de provincies Fryslân, Drenthe en Overijssel elkaar bij deze onderzoeken. Provincie Fryslân biedt ten behoeve van deze stappen meer duidelijkheid over de beoogde verbeteringen van het reizigersproduct, en de vervoerswaarde die daaraan gekoppeld is.
Hierbij wordt gedacht aan de volgende fasering: Uitgangssituatie: twee sprinters per uur tussen Leeuwarden en Zwolle; op korte termijn: een betere aansluiting van bus-, veer- en treinvervoer op elkaar, de bediening van stations Werpsterhoeke en wellicht Heerenveen IJsstadion tijdens evenementen; voor de middellange termijn: een verkenning naar verdere opties, zoals de mogelijkheden om op termijn sprinterdiensten over de lijn Zwolle-Leeuwarden te intensiveren en / of (gedeeltelijk) door te koppelen aan de sprinterdiensten uit Groningen, evenals realisatie en bediening station Staphorst. Het Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar om in het voorjaar 2021 een decentralisatieconvenant te ondertekenen voor de sprinterdienst Zwolle-Leeuwarden, al dan niet onder nader te bepalen voorwaarden. Concrete onderdelen van het convenant zijn het na te streven reizigersproduct en de decentralisatie van bevoegdheden voor de sprinterdienst. Om dit te kunnen realiseren maken Rijk en provincie Fryslân afspraken over de beoogde (infrastructuur)maatregelen om het verbeterde reizigersproduct betrouwbaar en tegen aanvaardbare kosten aan te kunnen bieden, evenals over de structurele bijdrage voor de exploitatie die volgt uit het netto financieel effect op de HRNconcessie.
Rijk en de provincie Fryslân streven ernaar in 2021 definitieve afspraken te maken over het samenhangend pakket met daarin de te nemen (infrastructuur)maatregelen en de verdeling van kosten. Ten behoeve hiervan voert ProRail een verdere capaciteitsstudie en beschikbaarheidsanalyse uit. Landelijk verbeteringsprogramma overwegen (LVO) Rijk en regio spreken af in 2021 in het kader van het programma ‘Landelijke Verbetering Overwegen’ (LVO) een bestuursovereenkomst te sluiten voor realisatie van de tunnel in Wolfheze: Het Rijk geeft een vaste bijdrage aan de tunnel inclusief perrontoegang: vanuit het programma LVO € 9,98 miljoen (incl. btw), de bijdrage vanuit perrontoegankelijkheid betreft € 1,45 miljoen (incl. btw). De overige investeringskosten komen voor rekening van de regio. ICE Amsterdam-Ruhrgebied-Frankfurt Rijk en regio onderschrijven de ambitie het huidige ICE reisproduct Amsterdam-Frankfurt te verbeteren en gaan hierover samen met Nederlandse en Duitse partners in gesprek.
22.
23.
24.
OV-verbinding Randstad - Noord-Nederland Rijk en regio Noord-Nederland hebben conform het Toekomstbeeld OV de ambitie om de spoorverbinding tussen de Randstad en Noord-Nederland te verbeteren, door de reistijd te verkorten, de robuustheid te verbeteren en zo de regio beter te ontsluiten. De regio specificeert deze ambitie tot een reistijdverkorting van tenminste 30 minuten voor 2030. Rijk en regio werken in 2021 een adaptief ontwikkelpad uit voor deze verbeteringen waarin zowel naar korte (2025) als middellange (2030) wordt gekeken. Om nadere invulling te geven aan dit ontwikkelpad, worden verschillende onderzoeken in werking gezet, waarvoor het Rijk opdracht geeft: De mogelijkheden voor verkorting van de reistijd tussen Amsterdam-Zuid en Zwolle met tenminste 15 minuten, inclusief de incasseerbaarheid van de reistijdwinst van de IC-NG in de nieuwe dienstregeling, worden in 2021 onderzocht door ProRail en NS. De mogelijkheden voor verbetering van de robuustheid van het spoor tussen Zwolle en Meppel, inclusief verbeter- en versnellingsmogelijkheden bij station Meppel zelf, worden in 2021 door ProRail en NS nader onderzocht. ProRail en NS onderzoeken in 2021 de uitvoerbaarheid, benodigde vervoerwaarde/kosten en kansen van frequentieverhoging tussen de Randstad en Groningen.
43 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
25.
26.
27.
28.
ProRail onderzoekt in 2021 de robuustheid van de trajecten Meppel-Leeuwarden en Meppel-Groningen. De uitwerkingen van het Toekomstbeeld OV en het potentieonderzoek laten zien dat in potentie de reistijd tussen de Randstad en Noord-Nederland met 30 minuten versneld kan worden via het bestaande spoor of de Lelylijn. In een verdiepend vervolgonderzoek, te starten in 2021 zullen IenW, BZK en regio vanuit de brede opgave deze potentie in samenhang met de haalbaarheid van een bijpassende ruimtelijke ontwikkeling ten aanzien van wonen, werken, recreëren en bereikbaarheid verder in kaart brengen. Rijk en regio constateren dat voor een dergelijke schaalsprong op de lange termijn een forse investering nodig is waarvoor op dit moment vanuit Rijk en regio niet voldoende middelen beschikbaar zijn. In het Bestuurlijk Overleg MIRT van het najaar 2021 wordt de voortgang, dan wel de uitkomsten van de bovengenoemde onderzoeken besproken en zullen hier nadere afspraken over worden gemaakt. Versnellingsaanbod woningbouw Overijssel Rijk en regio besluiten de mogelijkheden te inventariseren om meer woningen te bouwen in de gemeenten Zwolle en Kampen dan is geprognotiseerd, zoals zijn beschreven in het “versnellingsaanbod” van de provincie Overijssel.
In deze inventarisatie is onder meer aandacht voor de woningbehoefte op korte en lange termijn, en voor de relatie en samenhang met reeds lopende trajecten rond verstedelijking. De uitkomsten hiervan worden geagendeerd op het BO Leefomgeving 2021 waarop besloten kan worden over uitvoering aan de uitkomsten van de inventarisatie. Rijk, provincie en betrokken gemeenten Zwolle en Kampen stellen, indien nodig, direct na het besluit in BO Leefomgeving voorjaar 2021 een uitvoeringsakkoord op. Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle/gebiedsgericht MIRT onderzoek Zwolle e.o. Het onderzoek naar zowel de Verstedelijkingsstrategie Regio Zwolle als het Gebiedsgerichte MIRT Onderzoek Zwolle e.o. is in voorjaar 2020 gestart. De nadruk ligt op een integrale benadering van opties voor toekomstige verstedelijking en mobiliteit, waarbij aangesloten wordt bij Zwolle als klimaatbestendige groeiregio (Omgevingsagenda Oost). De integrale ontwikkelperspectieven met drie groeiscenario’s (bandbreedtes woningbouw) worden in de eerste helft van 2021 uitgewerkt en geagendeerd op het BO Leefomgeving juni 2021. Besluitvorming over de gewenste ontwikkelrichting en het adaptief ontwikkelpad, het afronden van de rapportages en het maken van vervolgafspraken vindt plaats op het BO MIRT november 2021.
Onderzoek gebiedsontwikkeling spoorzones Zwolle en Nijmegen Het onderzoek Gebiedsontwikkeling spoorzones Zwolle en Nijmegen is afgerond. Rijk en regio erkennen op basis hiervan dat de opgaven dusdanig groot zijn dat beide stations een prominente plek krijgen in de Actie-Agenda knooppunten (2021) van het Toekomstbeeld OV. De resultaten worden meegenomen in de verstedelijkingsstrategieën voor Regio Zwolle en de Regio Arnhem/Nijmegen/Foodvalley en zijn relevant voor andere middelgrote steden met een opgave in stationsomgevingen. In het onderzoek wordt geconcludeerd dat voor de stationsomgevingen Zwolle en Nijmegen kansen voor ontwikkeling bestaan. Voor mogelijke vervolgbesluiten over de kansen wordt onder meer de relatie gelegd met lopende projecten tussen Rijk en regio (Regio Zwolle: gezamenlijk onderzoek verstedelijkingsstrategie en gebiedsgericht MIRTonderzoek regio Zwolle 2040 en Nijmegen uitvoering PHS). Verstedelijkingsstrategie Arnhem-Nijmegen-Foodvalley In het BO MIRT 2019 is afgesproken een verstedelijkingsstrategie voor het gebied Arnhem, Nijmegen, Foodvalley te maken. Afgelopen jaar is benut om een contourennotitie op- en vast te stellen waarin de uitgangspunten en bouwstenen (wonen, economie, bereikbaarheid en leefbaarheid) voor deze strategie in staan vastgelegd.
Deze notitie heeft geleid tot drie mogelijke (extreme) verstedelijkingsvarianten die zijn doorgerekend in het Dashboard Verstedelijking, te weten: 1) geconcentreerde stedelijke ontwikkeling (rondom Arnhem/Nijmegen), 2) polycentrische ontwikkeling (verstedelijking in/rond economische polen), 3) regionale spreiding (over het hele gebied). Om vanuit de drie varianten toe te werken naar een integrale verstedelijkingsstrategie is het van belang inzicht te hebben in de effecten van de varianten op de verschillende bouwstenen. Rijk en regio zullen in de komende periode dit inzicht op de vier bouwstenen verder uitwerken, aanscherpen en toetsen.
44 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
29.
30.
31.
32.
33.
34.
35.
De verstedelijkingsstrategie zal ter bespreking worden voorgelegd op het BO Leefomgeving 2021 en moet leiden tot een verstedelijkingsakkoord in het najaar. Dit verstedelijkingsakkoord zal worden vastgesteld in het BO MIRT 2021.
Ruimtelijk economische sturing bedrijventerreinen In de NOVI heeft het kabinet aangegeven op landelijk niveau samen met de Provincies meer te willen sturen op bedrijventerreinen en de vestiging van (grootschalige) logistiek. De eerste stap is het uitvoeren van een inventarisatie naar vraag en aanbod van bedrijventerreinen en instrumentarium en beleid van 8 provincies. Aan de hand van de uitkomsten van de inventarisatie zal met de regio beoordeeld worden of meer gemeenschappelijke sturing op bedrijventerreinen wenselijk is. De brede werkgroep Clustering van grote bedrijfsvestigingen (‘verloodsing’) zal het inventariserende onderzoek begeleiden en eventuele vervolgstappen voorstellen. Uitwerken van de andere belangrijke onderdelen van deze pijler 3 van de Toekomstagenda Goederenvervoercorridor zijn: een betere benutting van het economisch potentieel van de goederenvervoercorridors en de knooppunten; het zoeken van balans tussen goederenvervoer en economisch verdienpotentieel en de kwaliteit van de leefomgeving in de goederenvervoercorridors; uitwerken van een gezamenlijke aanpak voor de verwachte groei van het spoorgoederenvervoer in relatie tot verstedelijking langs het spoor; uitwerken van een gezamenlijke aanpak voor ruimtelijke vraagstukken rondom verstedelijking en watergebonden bedrijvigheid aan de binnenwateren.
Integraal riviermanagement (IRM) Rijk en regio werken conform BO MIRT afspraak 2019 gezamenlijk verder aan IRM. In overleg met het kernteam IRM zullen mogelijke nieuwe pilotprojecten nader worden onderzocht en uitgewerkt zodat in het BO-MIRT 2021 nieuwe projectvoorstellen ter besluitvorming kunnen worden voorgelegd. MIRT-verkenning Rivierklimaatpark – IJsselpoort De betrokken gemeenteraden hebben de Intergemeentelijke Structuurvisie (IGSV) voor het Klimaatpark IJsselpoort vastgesteld. De minister van IenW heeft op 24 oktober de voorkeursbeslissing voor de MIRT-verkenning IJsselpoort genomen. De 9 partners in het project hebben op de Samenwerkingsovereenkomst voor de planuitwerkingsfase ondertekend. Scope uitbreiding HWBP-project Zwolle-Olst met dijkteruglegging Paddenpol (IRM pilotproject) Het inrichtingsplan voor het gebied rond de dijkverlegging wordt dit jaar afgerond en is een belangrijke onderligger voor besluitvorming. Besluitvorming over het voorkeursalternatief en ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst is voorzien in januari 2021. MIRT-onderzoek Haven Werkendam en IRM (IRM pilotproject) Het Plan van aanpak inclusief onderzoeksvragen is op 7 september vastgesteld, waarmee de onderzoeksfase is gestart. De resultaten van het onderzoek, waarbij ook wordt geanticipeerd op de ontwikkelingen binnen IRM, worden voor de zomer van 2021 verwacht.
MIRT-onderzoek traject Havikerwaard-Fraterwaard-Olburgerwaard IRM (IRM pilotproject) Het onderzoek is op 1 september gestart. De resultaten van het onderzoek, waarbij ook wordt geanticipeerd op de ontwikkelingen binnen IRM, worden in het voorjaar 2021 verwacht. Boven-IJssel Rijk en regio zijn naar aanleiding van het rapport Quickscan Boven-IJssel (2018) een integraal onderzoek gestart naar de in de Quickscan genoemde knelpunt spoorbrug Zutphen. De resultaten van het onderzoek worden in Q1 2021 verwacht. Rijk en Regio zullen het komend jaar gebruiken om na te gaan in hoeverre de resterende scheepsvaartsopgaven, op de deeltrajecten Cortenoever en Tichelbeeksewaard in 2021 zo mogelijk kunnen worden opgepakt als IRM-pilotproject. Voor Cortenoever loopt de planuitwerking van het deel van de KRW-opgaven en de droge natuuropgaven van de provincie. Voor Tichelbeeksewaard gaat de planuitwerking binnenkort van start. Deze opgaven kunnen no-regret uitgevoerd worden vooruitlopend op de opgaven voor de scheepvaart in Cortenoever en Tichelbeeksewaard.
45 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
36.
37.
Regiotafel binnenvaart Oost-Nederland Rijk en regio spreken af een Regiotafel Binnenvaart Oost-Nederland te starten. Dit gebeurt op initiatief van de provincies Gelderland en Overijssel, het ministerie van IenW en Rijkswaterstaat Oost-Nederland. Deze Regiotafel zal werken aan het opstellen van een uitvoeringsagenda met maatregelen, en activiteiten en projecten, die bijdragen aan een betere benutting en verduurzaming van deze vaarwegen. Quick-win ligplaatsen traject Haaften – Lobith In BO-MIRT 2019 is afgesproken dat het Rijk een onderzoek gaat starten naar de restbehoefte aan ligplaatsen op het traject Haaften-Lobith. Dit onderzoek is afgerond. Het Rijk beraadt zich op de nodige vervolgstappen richting realisatie.
46 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Regio Zuidwest-Nederland 1.
2.
Brede doeluitkering Rijk en de vervoerregio’s VRA en MRDH bevestigen –opnieuw- dat beheer, onderhoud- en vervangings(BOV)kosten van de regionale railinfrastructuur (tram en metro) in gelijke mate toenemen als die van de nationale (rail)infrastructuur. Rijk en vervoerregio’s constateren dat de vervoerregio’s daardoor steeds minder bestedingsruimte hebben voor hun wettelijke verkeers- en vervoerstaken zoals duurzame bereikbaarheid, toegankelijkheid en verkeersveiligheid en nieuwe investeringen die voortkomen vanuit de bereikbaarheids- en gebiedsprogramma’s SBaB en MoVe. Dat zij gaan bezien of en zo ja welke aanpassingen nodig zijn in de omvang en systematiek van de doeluitkering aan de vervoerregio’s (BDU). Daartoe zullen de vervoerregio’s in samenspraak met het Rijk met een voorstel komen. Minder Hinder Zuidwest Zuid-Holland: Rijk en regio hebben het ‘programma Zuid-Holland bereikbaar, uitwerking programma en organisatie’ vastgesteld als gezamenlijke stip aan de horizon. Dit document dient als basis en raamwerk voor verdere stappen in de tijd. Hieronder benoemde afspraken zijn terug te leiden tot dit document. Rijk en regio spreken af vanuit (1) acceptabele hinder en gedragsverandering (2) minimaal de komende 10 jaar te willen samenwerken en (3) hiervoor gezamenlijk toe te werken naar een robuuste samenwerkingsorganisatie ‘Zuid-Holland bereikbaar’ (werktitel).
In de samenwerkingsorganisatie gaan de bestaande organisaties: Bereik!, De Verkeersonderneming en Bereikbaar Haaglanden en Rijnland op. Rijk en regio spreken af dat de samenwerkingsorganisatie onder leiding komt van een programmadirecteur, die - in een goed samenspel met de ‘Stuurgroep Zuid-Holland Bereikbaar’ - en met regionale bestuurlijke overleggen in de verschillende regio’s – invulling geeft aan de basis van haar missie: ‘Samen, slim en duurzaam werken aan een goed bereikbaar en leefbaar Zuid-Holland’. Rijk en regio spreken af in Q1 2021 een programmadirecteur aan te stellen voor een periode van 4 jaar waarbij de provincie Zuid-Holland optreedt als vacaturehouder. Rijk en regio spreken af met de beoogde oprichting van de nieuwe samenwerkingsorganisatie per 1 januari 2021 een programmadirecteur te werven en aan te stellen voor een periode van 4 jaar waarbij de provincie Zuid-Holland optreedt als vacaturehouder. Rijk en regio spreken af de voorkeursvariant ‘Samenwerkingsovereenkomst (SOK) in combinatie met een stichting’ als organisatie- en rechtsvorm voor de samenwerkingsorganisatie nader te verkennen. Daarbij wordt bekeken of de bestaande stichting van de Verkeersonderneming aangepast kan worden om snel gesteld te staan voor de omvangrijke beheer- en onderhoudsopgave in Zuid-Holland in de komende jaren.
Doel is oprichting per 1 juli 2021 van de robuuste samenwerkingsorganisatie ‘Zuid-Holland bereikbaar’. Uitgangspunt voor deze samenvoeging is dat dit leidt tot een vergroting van de doelmatigheid en doeltreffendheid. Rijk en regio spreken af dat met het professionaliseren en opschalen van de samenwerking de partijen ernaar zullen streven om zoveel mogelijk gebruik te maken van deze organisatie voor het bereiken van hun doelen. En dat hierbij voorhanden zijnde financiering ten goede komt aan het programma. T.b.v. het verder ontwikkelen en uitwerken van het ‘programma Zuid-Holland bereikbaar en het opzetten van de samenwerkingsorganisatie’: Behouden Rijk en regio voor het jaar 2021 de huidig toegezegde exploitatiebudgetten en projectgelden - met de daarbij afgesproken verdeling onder de partners – om de bestaande uitvoeringsorganisaties te continueren. Werken Rijk en regio komend jaar toe naar een uitgewerkt meerjarig werkprogramma, inclusief meerjarige afspraken over de totale bekostiging (exploitatie- en werkbudget) van de Samenwerkingsorganisatie i.o., ter besluitvorming bij BO-MIRT 2021, waarbij de Stuurgroep opdrachtgever is en programmadirecteur opdrachtnemer is. Daarop vooruitlopend besluiten Rijk en regio nu voor 2022 en de daaropvolgende 4 jaar € 4,9 miljoen (excl.
btw) exploitatiebudget (bekostiging vast personeel, huisvesting en facilitaire kosten) op jaarbasis aan financiële middelen beschikbaar te stellen voor de samenwerkingsorganisatie Zuid-Holland – conform uitkomst Stuurgroep 29-9-2020; Rijk en regio spreken een 50/50 verdeling in de bijdrage af van elk € 2,45 miljoen (excl. btw) per jaar.
47 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Waarbij specifiek de verdeling geldt: Rijk 1/2 deel, MRDH en Provincie Z-H ieder 1/6 deel, Gemeente Rotterdam en gemeente Den Haag en Havenbedrijf Rotterdam gezamenlijk 1/6 deel (onderling evenredig verdeeld). Besluiten Rijk en regio in 2021 gezamenlijk de transitiekosten (€ 0,6 miljoen excl. btw) te financieren voor de aanstelling van de programmadirecteur en het benodigde transitieproces. In eerste instantie wordt gekeken tot welk bedrag dit kan worden onttrokken uit bestaande reserves bij de huidige uitvoeringsorganisaties. Wanneer de financiering niet volledig uit bestaande reserves kan worden voldaan, financieren Rijk en regio gezamenlijk het benodigde ontbrekende deel. Hiervoor geldt de in de Stuurgroep overeengekomen verdeling 50/50 verdeling tussen Rijk en regio. Voor de regio geldt hierbij de onderlinge verdeling: MRDH en Provincie Z-H ieder 1/6 deel Gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag en Havenbedrijf Rotterdam gezamenlijk 1/6 deel (onderling evenredig verdeeld) In 2025 maken Rijk en regio afspraken voor de jaren 2026 en verder. Tevens vindt in 2023 een evaluatie van de samenwerking(-sorganisatie) plaats. Smart Mobility: Digitalisering Overheden Zuid-Holland: In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein herbevestigt het Rijk de reservering uit het BO MIRT 2019 van in totaal € 680.000 (incl.
btw, ontvanger: MRDH). Dit bedrag wordt gereserveerd in gelijke jaarlijkse termijnen tot en met 2023 voor regio Zuid-Holland/MRDH. Regio ZuidHolland/MRDH zet tot en met 2023 4 fte in. Zeeland: In aanvulling op de generieke, landelijke afspraken over verdere digitalisering in het mobiliteitsdomein herbevestigt het Rijk € 125.000 (incl. btw, ontvanger: Provincie Zeeland) per jaar tot en met 2023 voor regio Zeeland. Regio Zeeland zet voor de periode tot en met 2023 2 fte in. Bestendigen van reisgedrag tijdens coronacrisis met werkgevers en onderwijsinstellingen Zuid-Holland: Werkgeversaanpak: Rijk en regio zetten binnen de in het kader van het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma “MoVe” gemaakte werkgeversafspraken in op fietsstimulering en dragen daarmee bij aan het landelijke doel om extra forenzen op de fiets te krijgen. Sinds de COVID-19 pandemie ligt het aandeel fiets in het woon-werk verkeer hoger, deze stijging willen we vasthouden. Het Rijk stelt hiervoor 50% van de kosten met een maximum van € 75.000 incl. btw beschikbaar. Onderwijsaanpak In 2021 investeren rijk en regio een bedrag van € 200.000,- (50-50 verdeeld; rijk incl. btw) in een vervolg op de in 2020 ingezette Onderwijsaanpak van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH).
Hierbij wordt ingezet op het versterken van het huidige platform/netwerk van vervoerders en wordt gestart het met oprichten van een platform/netwerk van onderwijsinstellingen met als doel kennisdeling, geven van advies en uitvoeren van scans gericht op afspraken over spreiding van les- en werktijden en afstandsleren. Fietsparkeren Zuid-Holland: Rijk en regio spreken de bereidheid uit samen te investeren in de bouw en onderhoud van nieuwe stallingen op maaiveld bij het station van Alphen aan den Rijn en in een studie naar stallingsplaatsen in Zwijndrecht, en verder voor studie naar de restopgave aan de zeezijde van station Leiden Centraal. MRDH: Rijk en regio/MRDH investeren samen in de realisatie van nieuwe maaiveldstallingcapaciteit bij Laan van NOI en een bijdrage in de studie voor de lange termijn aan de Haagse kant. Rijk en MRDH hebben de intentie te investeren in een fietsenstalling onderin het gebouw van Treehouse, bij Rotterdam Centraal. Daarnaast investeren Rijk en regio in de maaiveldstalling aan de Conradstraat die op korte termijn wordt gerealiseerd. Tot slot investeren Rijk en regio in de bouw van een maaiveldstalling bij station Schiedam onder voorwaarde dat het hier om aanvullende fietsplaatsen gaat.
3.
4.
5.
48 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
6.
Gebiedsgericht bereikbaarheidsprogramma MoVe Meerjaren programmering gebiedsgericht bereikbaarheidsprogramma Mobiliteit en Verstedelijking (MoVe) Rijk en regio stellen de geactualiseerde meerjaren-programmering MoVe vast en spreken af deze in het BO MIRT 2021 te actualiseren op basis van voortschrijdend inzicht uit de projecten. Rijk en regio spreken af dat in de jaarlijks geactualiseerde programmering inzicht wordt gegeven welke onderdelen van MoVe al financieel zijn gedekt omwille van de voortgang van de woningbouw. Rijk en regio geven jaarlijks via een meerjarenperspectief van de MoVe-onderdelen inzicht in de benodigde bekostiging voor de komende jaren.
Preverkenning schaalsprong metropolitaan OV en verstedelijking (MOVV) Rijk en regio: nemen kennis van de resultaten van de Preverkenning Schaalsprong Metropolitaan OV en Verstedelijking en de onderliggende rapporten over Bekostiging, de MKBA en de deelonderzoeken Metropolitane Oude Lijn, Knooppuntenontwikkeling, HOV-verbindingen Rotterdamse regio, Haagse regio en Zoetermeer; bevestigen de in het Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad en de Adaptieve Ontwikkelstrategie MOVV vastgelegde afspraak om de bereikbaarheidsopgave in samenhang te ontwikkelen met de verstedelijkingsopgave met als basis de Verstedelijkingsalliantie vastgestelde programmering en fasering van de verstedelijkingsopgave; besluiten dat parallel aan het MIRT-proces wordt gewerkt aan een zo spoedig mogelijke binnenstedelijke realisatie van 170.000 woningen en 85.000 arbeidsplaatsen in zone Oude Lijn met minimaal 70.000 woningen en 70.000 arbeidsplaatsen bij de 13 stations gerelateerde ontwikkellocaties; erkennen de opgave om het MOVV-programma tegen 2040 te realiseren, en jaarlijks aan de hand van de monitor Adaptieve Ontwikkelstrategie vast te stellen of bijsturing nodig is, met als doelen bij te dragen aan 1) de grote verstedelijkingsopgave in de Zuidelijke Randstad, 2) de versterking van de agglomeratiekracht in de Zuidelijke Randstad en 3) het oplossen van huidige en voorziene NMCA knelpunten op
de Oude lijn en regionale rail- en HOV-corridors; besluiten de Schaalsprong MOVV verder uit te werken onder regie van de MoVe Programmalijn MOVV; constateren dat substantiële inzet van alternatieve bekostiging op programmaniveau alleen te realiseren is na wetswijzigingen, en derhalve de mogelijkheden van alternatieve bekostiging vooralsnog alleen op projectniveau te zullen onderzoeken. Infrastructuur en Knooppunten Oude Lijn Rijk en regio: constateren dat de resultaten van de deelonderzoeken Oude Lijn en Knooppunten voldoende inhoudelijke basis bieden voor het starten van een MIRT-Verkenning Infrastructuur en Knooppunten Oude Lijn, gericht op een systeemsprong van de infrastructuur en integrale knooppuntontwikkeling in nauwe relatie met de verstedelijkingsstrategie voor de Zuidelijke Randstad maar dat er op dit moment onvoldoende zicht is op financiering om een verkenning te starten; besluiten, teneinde geen tijd te verliezen, om een startbeslissing MIRT-verkenning voor te bereiden. De geraamde kosten voor Infrastructuur en Knooppunten Oude Lijn bedragen circa € 3,6 miljard (incl. btw); bestaande uit een nader onderzoek infrastructuur gericht op de realisatie van een vrij liggend regionaal OV-netwerk op de Oude Lijn tussen Den Haag en Dordrecht.
Waarmee een bedieningsconcept met een hoge frequentie (>8 p/u) mogelijk wordt gemaakt en nieuwe stations kunnen worden toegevoegd. Daartoe wordt onderzoek gedaan naar: westzijde variant oostzijde variant mogelijke tussenoplossing in geval Goederenvervoer Oost Nederland (nog) niet wordt gerealiseerd realisatie van zes nieuwe City-Sprinter stations consequenties van frequentieverhoging en reizigersgroei voor opstel- en stallingscapaciteit, geluid en trilling, energievoorziening e.d. fasering en kosten, inclusief besparingsmogelijkheden door waar mogelijk slim af te wijken van het bestaande ontwerp- en normenkader
49 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
en bestaande uit een onderzoek knooppunten gericht op een gezamenlijke aanpak van een integrale uitwerking van de maatregelen op de knooppunten van Leiden Centraal, Den Haag Laan van NOI, Schiedam en Dordrecht. Per knooppunt worden oplossingen voor een integrale ontwikkeling van de knooppunten uitgewerkt, die de basis vormen voor een voorkeursoplossing en –beslissing. besluiten hiertoe een programmaorganisatie in te richten, onder regie van het Directeurenoverleg en de Programmaraad MoVe, waarin IenW, BZK, ProRail, vervoerders, MRDH, provincie en gemeenten zijn vertegenwoordigd.
Regionale HOV-corridors Rijk en regio: nemen kennis van de resultaten van de studies naar de HOV-corridors in de regio’s Den Haag, Rotterdam en Zoetermeer, en besluiten deze studies in 2021 verder uit te werken; constateren dat de bestaande railcorridors RandstadRail (Leyenburgcorridor) en Metro vragen om upgrades op kortere termijn, die in samenhang moeten worden gezien, en dat de HOV-corridors Leiden-Zoetermeer, Zoetermeer-Rotterdam en Den Haag – Zoetermeer/Delft (Koningscorridor), naast enkele korte termijn maatregelen, meer een langetermijnperspectief hebben, en ook in onderlinge samenhang moeten worden gezien. Bestaande Regionale Rail Corridors Rijk en regio: besluiten tot het starten van een vervolgonderzoek naar de verbetering van twee bestaande regionale railcorridors in de Zuidelijke Randstad (Metronet en RandstadRail), gericht op het voorbereiden van een nadere stap in het BO MIRT 2021; het betreft upgrades in capaciteit, reissnelheid en het oplossen van de (NMCA) knelpunten van RandstadRail en het Metronet rond 2026.
De upgrades betreffen extra en langere railvoertuigen (door koppeling) en specifieke investeringen aan de railinfrastructuur, haltes en kruisingen/overwegen; besluiten deze onderzoeken in nauwe samenhang uit te laten uitvoeren door MRDH, HTM, gemeente Den Haag respectievelijk MRDH, RET, Rotterdam, en daarbij de relevante gemeenten, PZH, BZK en IenW te betrekken. Regionale HOV-corridors Rijk en regio: besluiten een vervolg te geven aan de studies van de drie regionale HOV-verbindingen (Zoetermeer-Rotterdam, Leiden-Zoetermeer en Den Haag-Zoetermeer/Delft), met dezelfde betrokkenheid van organisaties als in 2020; besluiten op basis van deze studies een samenhangend lange termijn ontwikkelperspectief regionale HOV-verbindingen op te stellen als onderdeel van het Metropolitaan OV systeem van de Oude Lijn, Metro Rotterdam en RandstadRail; dit afgestemd met de verstedelijkingsopgaven en in samenhang met het Toekomstbeeld OV; besluiten dit ontwikkelperspectief te laten aansturen door de MoVe Programmalijn MOVV, met vertegenwoordiging van MRDH, PZH en betrokken gemeenten.
Oeververbinding Regio Rotterdam (H)OV-deel De BO MIRT-afspraak uit 2018 wordt bevestigd waarin het Rijk aangeeft de bestuurlijke wil te hebben een bijdrage te leveren nu er op basis van de tussenresultaten sprake is van het aanpakken van NMCA- knelpunten voor (regionaal) OV en/of een bijdrage wordt geleverd aan de opgaven op het gebied van verstedelijking en versterking van fiets- en OVnetwerken. De oostflank Rotterdam is een van de 14 gebieden die door het Rijk in het kader van de NOVI als gebieden voor grootschalige woningbouw zijn aangewezen. Het verbeteren van het HOV heeft een positieve invloed op het realiseren van deze grootschalige ontwikkeling. In de lopende MIRT-verkenning Oeverbindingen regio Rotterdam wordt de bijdrage van het HOV-pakket aan de ontwikkelmogelijkheden van de Oostflank Rotterdam nader uitgewerkt. In 2021 is er meer inzicht hoe dat HOV-pakket eruit ziet en wat het gaat kosten. Aan de hand hiervan bespreken Rijk en regio op welke wijze de dan ingeschatte benodigde investeringen kunnen worden gerealiseerd.
50 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
Uiteindelijk zal op basis van de eindresultaten van de afgeronde MIRT-verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam en het voorgestelde voorkeursalternatief op basis van financiële mogelijkheden en definitief inzicht in de effecten worden bepaald wat de bijdragen van Rijk en regio aan het voorkeursalternatief zijn. Naar verwachting zal dat in 2022 plaatsvinden.
CID Binckhorst Rijk en regio reserveren voor het startbesluit MIRT-verkenning CID Binckhorst gezamenlijk € 150 miljoen ten behoeve van het zicht op 75 procent bekostiging van een MIRT-verkenning. Het Rijk reserveert daartoe € 50 miljoen (incl. btw) en de regio € 100 miljoen. Rijk en regio nemen op basis van het zicht op bekostiging en het startdocument nu het formele startbesluit MIRT-verkenning CID-Binckhorst. Rijk en regio ondertekenen zo spoedig mogelijk gezamenlijk het startbesluit. Doel is om in het tweede kwartaal van 2021 de MIRT-verkenning af te ronden en te komen tot een concept voorkeursalternatief, bestaande uit een HOV-oplossing op basis van een afweging van de drie Kansrijke Alternatieven aangevuld met ondersteunende mobiliteitsmaatregelen, en dit in het derde kwartaal van 2021 vast te stellen in de Programmaraad MoVe en de gemeenteraden van Den Haag en Leidschendam-Voorburg. De regiopartijen leveren naast cofinanciering gezamenlijk ook andere bijdragen, waaronder sturen op verstedelijking in CID-Binckhorst, via parkeerbeleid sturen op mobiliteitstransitie en ruimtelijke inrichting. De provincie Zuid-Holland draagt bij aan de opgaven van de verkenning door via de ruimtelijke taken en bevoegdheden de ontwikkeling van CID-Binckhorst te helpen versnellen.
Gebiedsuitwerking Voorne Putten Rijk en regio stellen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek naar de verbetering van de bereikbaarheid van Voorne-Putten en Haven Rotterdam vast. Rijk en regio concluderen dat uit het onderzoek onder meer is gebleken dat: het partieel verbreden van de N57 in combinatie met het ongelijkvloers maken van kruisingen op de N57 en het aanpassen van de Harmsenknoop de verkeersdoorstroming aan de westzijde van Voorne Putten fors zal verbeteren; de verkeersdoorstroming en de robuustheid aan de oostzijde van Voorne-Putten niet voldoende verbetert en vervolgonderzoek nodig is met name gericht op de Hartelcorridor; een nieuwe oeververbinding tussen A15 en Voorne-Putten (Welplaat-tracé) de verkeersdoorstroming aan de oostzijde en de robuustheid van Voorne-Putten als geheel flink verbetert, maar de kosten en de impact hiervan erg fors zijn, zeker in vergelijking met de kosten en de baten van pakket A5, dat uitgaat van verbeteringen op en aan de bestaande infrastructuur. Rijk en regio spreken af het doorgerekende pakket A5 in het vervolg van deze studie te optimaliseren om te kunnen bepalen welke maatregelen uit dit pakket noodzakelijk zijn.
Daarnaast betreft dit studie naar extra maatregelen voor de verbetering van de verkeersdoorstroming aan de oostzijde van Voorne-Putten, met aandacht voor robuustheid en betrouwbaarheid van het verkeerssysteem. Rijk en regio spreken af de resultaten van het vervolg van deze studie te bespreken in het BO MIRT ZWN najaar 2021. Rijk en regio spreken tevens af zich te zullen inspannen om tijdens het BO MIRT ZWN najaar 2021 afspraken te maken over de financiële inzet van partijen (inclusief planning en fasering), mits sprake is van overeenstemming over de te nemen maatregelen, over de financiële inzet daarvoor van partijen en de financiële situatie bij partijen dat toestaat. Afhankelijk van het uiteindelijk gekozen maatregelenpakket zal bepaald worden voor welke maatregelen een MIRT-Verkenning moet worden gestart. Hiervoor geldt dat sprake moet zijn van overeenstemming over de te nemen maatregelen en tevens sprake moet zijn van minimaal 75% bekostiging conform de MIRT-Spelregels. De regiopartijen Provincie Zuid-Holland, MRDH en gemeenten Voorne-Putten zullen als opdrachtgever in een separate studie het Welplaat-tracé verder onderzoeken vanwege de positieve effecten voor verbetering doorstroming en robuustheid. Havenbedrijf Rotterdam denkt mee over uitgangspunten en aannames en Rijkswaterstaat zal kennis en expertise inbrengen.
De Minister van IenW concludeert dat voor IenW een vervolgonderzoek naar het Welplaat-tracé niet voor de hand liggend is, gezien de hoge kosten, de forse impact en de mogelijkheden die er lijken te zijn om de verkeersdoorstroming te verbeteren met maatregelen op de bestaande infrastructuur.
51 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
7.
8.
Korte termijn aanpak MoVe Rijk en regio hebben binnen het gebiedsgericht Bereikbaarheidsprogramma MoVe een adaptieve Korte Termijn Aanpak (KT-Aanpak) 2021-2023 uitgewerkt, die aansluit op de voor dit gebiedsprogramma geformuleerde ambities en opgaven. Rijk en regio nemen nu een besluit voor de projecten in het pakket maatregelen en aanpakken waarvan de voorbereiding en/of uitvoering in 2021 kan worden gestart. De uitvoering van deze maatregelen kan doorlopen in de periode 2022-2023. Het totaal van de aan dit besluit verbonden budget betreft maximaal € 12.195 miljoen, verdeeld naar Rijk € 3.909 miljoen (inclusief btw), MRDH € 3.709 miljoen en Provincie Zuid-Holland € 3.622 miljoen. De bijdragen van derden bedragen in totaal € 0,955 miljoen. Daadwerkelijke toekenning van middelen en start uitvoering vindt plaats op basis van geaccordeerde projecten. Voor de projecten waar nog geen zicht op financiering is spreken Rijk en Regio af bij inhoudelijke overeenstemming hierover in 2021 een besluit te nemen. Rijk en Regio spreken af om de KT-Aanpak in 2021 gezamenlijk verder door te ontwikkelen, gericht op besluitvorming op het BO MIRT najaar 2021 over een pakket voor 2022-2024. Rijk en regio dragen bij aan het realiseren van 1000 overdekte fietsstallingsplekken en een nieuwe entreehal aan de noordzijde van de Mandelabrug ter hoogte van de Boerhavelaan in Zoetermeer.
In totaal is hier een bedrag van € 10,5 miljoen voor nodig. De regio reserveert daartoe € 6,5 miljoen en het Rijk € 4 miljoen (incl. btw). Rail Gent Terneuzen Rijk en regio stemmen in met het principe van de in 2020 uitgewerkte adaptieve strategie en spreken af om de inrichting van het adaptieve proces en de vertaling naar procesafspraken vast te leggen in een intentieverklaring van Belgische en Nederlandse bestuurders. (De Belgische stakeholders, de Belgische federale overheid, het Vlaams gewest en Infrabel, hebben hier reeds mee ingestemd). Onderdeel hiervan is de start van een vervolgstudie waarin de drie in de intentieverklaring opgenomen infra projecten, die mogelijk in beeld komen, nader worden uitgewerkt. Aan Nederlandse zijde wordt hiervoor € 2 miljoen beschikbaar gesteld vanuit het budget van € 15 miljoen dat is gereserveerd (in het Compensatiepakket Wind in de Zeilen Zeeland) voor de aanleg van de zuidoost-boog bij de Sluiskilbrug, mocht dat blijken uit de vervolgstudie. In de verklaring worden afspraken gemaakt voor de verdere invulling van het adaptieve proces en op grond van welke KPI’s een keuze voor een van de vier ontwikkelpaden in beeld komt. Indien voorwaarden en KPI’s (go nog go moment) worden behaald, wordt bestuurders een besluit voorgelegd. Indien de groei achterblijft wordt een nieuw toetsmoment overeengekomen.
Rijk en regio spannen zich in om zo spoedig mogelijk na het BO MIRT de intentieverklaring met de Belgische collega’s te ondertekenen. A12 Knooppunt Gouda – knooppunt Utrecht Rijk en regio constateren dat in het BO MIRT ZWN najaar 2019 is afgesproken, dat wordt gestreefd naar een Startbeslissing voor een MIRT-Verkenning in het najaar van 2020. Rijk en regio stellen de eindrapportage vast van de verkeersstudie die dit jaar is uitgevoerd naar het traject A12 Knooppunt Gouwe-Knooppunt Oudenrijn, in vervolg op de uitgevoerde studie in 2019. Rijk en regio concludeerden eerder dit jaar dat ten aanzien van het vervolg nog een aantal vraagstukken op tafel liggen, die zullen worden uitgewerkt: 1. Significant verbeteren van de verkeersdoorstroming richting Utrecht (met extra capaciteit op de A12) is niet mogelijk zonder forse aanpassingen van het (snel)wegennet rond Utrecht. Gelijktijdig speelt de woningopgave en de bereikbaarheidsmaatregelen die daarvoor genomen moeten worden in het kader van UNED. Er is behoefte aan a.) een korte termijn aanpak voor de richting Utrecht en b.) besluitvorming over woningbouw en daarvoor te nemen bereikbaarheidsmaatregelen in het kader van UNED, inclusief een lange termijn aanpak voor de A12 richting Utrecht; 2.
Voor de richting Gouda is ook behoefte aan a.) een korte termijn aanpak en b.) een voorstel voor een lange termijn aanpak (MIRT-Verkenning A12 Gouda-Utrecht);
52 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
3. De kosten van ingrepen aan de A12 zijn op dit moment eigenlijk niet te bepalen. Hiervoor is uitvoering van geotechnisch onderzoek noodzakelijk; 4. Voor zowel pakketten voor de korte termijn als voor de lange termijn is naast een gedegen kostenraming ook budgettaire dekking nodig van Rijk en regio. (Voor een MIRT-Verkenning is dit 75%, voor een pakket voor de korte termijn is dit 100% bij een besluit om het pakket uit te voeren.) De financiering is een politiek-bestuurlijke afweging. Verder is het nodig dat sprake is van een bestuurlijk gedragen pakket c.q. bestuurlijke voorkeur. Rijk en regio spreken af in 2021 de stand van zaken te bespreken van: a.) de bestuurlijke voorkeur voor de korte én de lange termijn; b.) de kosten van het uiteindelijk uit te voeren project op basis van het uit te voeren geotechnisch onderzoek; c.) de kostenverdeling tussen Rijk-regio, rekening houdend met de bijdrage aan de beleidsdoelen van en de financiële situatie van de betrokken partijen. Met name de benodigde tijd voor het geotechnisch onderzoek is bepalend voor de vraag wanneer meer concrete afspraken kunnen worden gemaakt over het vervolg. Rijk en regio spreken tevens af een aanpak voor de korte termijn te ontwikkelen en spreken de intentie uit om in april 2021 hierover een besluit te nemen.
Rijk en regio stellen de volgende varianten vast als inhoudelijk vertrekpunt voor het vervolg (lange termijn oplossing A12 Utrecht-Gouda): Alternatief 1, variant A (bestuurlijke voorkeur, inclusief onderstaande uitwerking van de Bodegravenboog): een extra rijstrook op de A12 in de richting van Gouda, vanaf de invoeger naar de A12 binnen Knooppunt Oudenrijn tot aan Knooppunt Gouwe, aangevuld met enerzijds de maatregelen uit de ‘nul-plus variant’ en anderzijds het optimaliseren van de aansluiting A12/N11. Deze optimalisatie van de aansluiting A12/N11 betreft: o een extra rijstrook op de A12 tussen Gouda en Bodegraven in oostelijke richting, die overgaat in een invoeger naar de N11 richting Leiden; o plus een extra rijstrook vanaf de N11 richting Den Haag, vormgegeven als een bijkomende rijstrook op de A12; o plus eventuele aanpassingen aan de botrotonde die hiervoor nodig zijn dan wel eventueel mogelijk zijn ter verdere verbetering van de verkeersafwikkeling op de botrotonde, waarbij geldt dat er geen sprake mag zijn van significant meer verkeer op de A12 richting Utrecht. Alternatief 1, variant B (variant op de bestuurlijke voorkeur): gelijk aan de bestuurlijke voorkeur, maar in tegenstelling tot de voorkeursvariant gaat de extra rijstrook richting Gouda over in een invoeger naar de N11 bij Bodegraven.
Alternatief 2, variant A (geen Bodegravenboog): een extra rijstrook op de A12 in de richting van Gouda, vanaf de invoeger naar de A12 binnen Knooppunt Oudenrijn tot aan de N11 bij Bodegraven, waarna deze extra rijstrook overgaat in een invoeger naar de N11 richting Leiden. Alternatief 2, variant B (geen Bodegravenboog): een extra rijstrook op de A12 in de richting van Gouda, vanaf de invoeger naar de A12 binnen Knooppunt Oudenrijn tot aan Knooppunt Gouwe. 9.
Aansluiting A4/N11 Rijk en regio besluiten het programma aansluitingen te beëindigen en de middelen te laten vrijvallen. De Minister van IenW stelt de vrijgevallen middelen van het Rijk à € 2,5 miljoen beschikbaar voor de verbetering van de verkeersdoorstroming op de aansluiting A4/N11. De aansluiting A4/N11 is één van de vijf aansluitingen uit categorie I (meest urgent) van programma aansluitingen, dat onderdeel uitmaakt van het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma MoVe. Deze middelen worden beschikbaar gesteld aan Rijkswaterstaat (projectorganisatie A4 Knooppunt Burgerveen-N14) vanuit het IenW-deel binnen budget voor het programma aansluitingen. In het kader van deze MIRT-Planuitwerking zullen de maatregelen voor deze aansluiting verder worden uitgewerkt en verwerkt in het Ontwerp-Tracébesluit. Voor de twee aansluitingen met de A15 (ook onderdeel van categorie I) zijn inmiddels maatregelen uitgevoerd voor circa € 1 miljoen. Voor de andere twee aansluitingen op de A4 worden maatregelen getroffen in het kader van het Tracébesluit A4 Haaglanden-N14. Daarmee zijn maatregelen uitgevoerd dan wel voorzien voor alle vijf de aansluitingen uit categorie I.
53 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020
10.
11.
12.
Versnelling woningbouwopgave Zeeland Rijk en provincie gaan een langdurige hechte interbestuurlijke samenwerking aan om samen met de regionale partners te werken aan een toekomstbestendige woningvoorraad die aansluit bij de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte in Zeeland. Hiervoor is het nodig dat kwalitatief gewenste nieuwbouw versneld wordt en dat vaart gemaakt wordt met de herstructurering en verduurzaming van de woningvoorraad. Om deze ambitie te ondersteunen spreken BZK en de provincie Zeeland af om gezamenlijk een integrale aanpak te ontwikkelen, waarbij alle betrokken partijen zich langjarig verbinden aan afspraken en stevige ondersteuning, ter versnelling van de woningbouw- en herstructureringsopgave in Zeeland. BZK en de provincie besluiten tot een pakket aan maatregelen, zoals opgenomen in de rapportage Versnelling woningbouw en herstructureringsopgave Zeeland. Deze rapportage is openbaar en zal vooraf aan deelnemers toegezonden worden. BZK heeft financiële middelen vrijgemaakt voor de financiering van flexpools in 2020 en 2021. Voor Zeeland is een bedrag van € 442.149 gereserveerd die in de vorm van een specifieke uitkering kunnen worden uitgekeerd aan de provincie.
Verstedelijkingsstrategie Zuid-Holland Rijk en regio onderschrijven de contouren van de verstedelijkingsstrategie Zuid-Holland op hoofdlijnen en werken deze nader uit voor de periode tot 2035 met een doorkijk naar 2040. De ambitie is om de contouren en uitgangspunten van de Verstedelijkingsstrategie op te nemen in het Provinciale omgevingsbeleid. Dit rond de zomer 2021 vast te stellen in Provinciale Staten, waarna de nadere uitwerking van deze strategie besproken kan worden in het BO MIRT 2021. De Verstedelijkingsstrategie bouwt voort op de gemaakte afspraken in het Verstedelijkingsakkoord Zuidelijke Randstad, Woondeal Zuidelijke Randstad, Adaptieve Ontwikkelstrategie en het Gebiedsprogramma MoVe. De Verstedelijkingsstrategie omvat het verstedelijkingsconcept voor de gehele provincie, hierin wordt ingegaan op wat er nodig is en wat er wordt verwacht van betrokken partijen, om de strategie te realiseren, met daarbij een fasering. Uitgangspunten van de voorgestelde Verstedelijkingsstrategie voor in het omgevingsbeleid zijn; versterken van de structuur van Zuid-Holland, bouwen binnen bestaand stads- en dorpsgezicht (BSD), bouwen nabij HOV en bouwen naar behoefte; nieuwe plannen bestaan in principe voor 50% uit betaalbare woningen; regio’s mogen tot 130% programmeren.
Overwogen wordt om op enkele locaties geen maximum percentage mee te tellen; verschillende ruimtevragers binnen de verstedelijking worden integraal bezien. De strategie kent een sterke wederkerigheid met de daarbij behorende bereikbaarheidsprojecten voor de beoogde schaalsprong OV (MoVe – onderdeel MOVV). Daarnaast zijn de knooppunten op de regionale HOV-lijnen dragers van de verstedelijking in Zuid-Holland. Verstedelijking op knooppunten van HOV-lijnen wordt nader uitgewerkt in samenwerking tussen Rijk en regio, o.a. in programma MoVe. Daarbij gaat het om het nader verkennen van investeringen in bestaande en nieuwe stations(omgevingen). Naast investeringen in HOV zijn het wegnemen van knelpunten voor versnelling van de woningbouw door extra financiële middelen, oplossing van de stikstofproblematiek, oplossen van het knelpunt geluid, investeringscapaciteit van corporaties en het vergroten van (ambtelijke) capaciteit randvoorwaarden voor het realiseren van de strategie. Hiervoor wordt een terugkomende overlegvorm opgericht. Ook is aandacht nodig voor de doorlooptijd van projecten (inclusief procedures). Er worden woon-werkakkoorden gesloten om de wederkerigheid tussen verstedelijking en economie te verstevigen.
Voor verstedelijkingsopgaven geldt dat multimodale bereikbaarheid belangrijk is en blijft, naast het OV ook de fiets en de auto, waarbij automobiliteit (goederen en personenvervoer) nog belangrijker is op enkele grotere buiten BSD locaties voor wonen en werken. Een klein deel van de opgave is nodig voor behoud van vitaliteit in kernen die niet direct aan het stedelijk netwerk van Zuid-Holland liggen. Richting 2040 zijn er nieuwe investeringen nodig bij een aanhoudende hoge vraag naar woningen en bijhorende voorzieningen. OV verbinding Breda-Gorinchem-Utrecht Rijk en Regio starten een gezamenlijk onderzoek naar kansrijke maatregelen die in de periode tot en met 2028 uitgevoerd kunnen worden teneinde de bestaande OV-
54 Afsprakenlijst Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020