Collegemededeling 2mrt21
Tekst van het document
Van: Perry van Doorn Verzonden: woensdag 3 maart 2021 10:10 Aan: Raadsgriffie Onderwerp: Hoogwaterbescherming Horn/dijkverlaging Lateraal Kanaal zijde Roermond Geachte leden van de griffie, Bijgevoegd ontvangt u een brief van het college aan de gemeenteraad met informatie over hooogwaterbescherming Horn en dijkverlaging Lateraal Kanaal. Verder zijn bijgevoegd: brieven van het college aan RWS, WL en relevante stukken van de ministers van infrastructuur en waterstaat en van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties.
Met vriendelijke groet, Perry van Doorn Adviseur ruimtelijke ontwikkeling / accountmanager bedrijven
Bezoekadres Leudalplein 1, 6093 HE Heythuysen Postadres Postbus 3008, 6093 ZG Heythuysen Aantal pagina's: 2
leudal )s ~ Gemeente
De gemeenteraad
Ons kenmerk
LE2021 UIT /0207
Uw kenmerk BSN nummer Behandeld door
Onderwerp
P.C.W. van Doorn
Telefoonnummer
(0475) 85 90 00
Fax
(0475) 85 99 22
info@leudal.nl
Internet
www.leudal.nl
Datum Verzenddatum
2 maart 2021
informatie over Hoogwaterbescherming Horn
0 2 MAART 2021
Geachte raad, Wij hebben u in het verleden meermaals geïnformeerd over de situatie ten aanzien van de hoogwaterbescherming te Horn. Uw raad heeft onder meer uw zorgen uitgesproken over de plannen / het voornemen van de gemeente Roermond om de dijk langs het Lateraal Kanaal aan de Roermondse zijde over een lengte van 5 km te verlagen. Belangrijke vraag is welke gevolgen dit heeft voor de gemeente Leudal, en in het bijzonder voor de bewoners van Horn en Haelen die wonen nabij het retentiegebied. Wij hebben uw en onze zorgen begin 2020 besproken met zowel de gemeente Roermond als Rijkswaterstaat. Tijdens het overleg van 04 februari 2020 is afgesproken dat Rijkswaterstaat onderzoekt wat de effecten precies zijn en daarnaast zal uitwerken wat de juridische consequenties zijn van het weliswaar minder frequent volstromen van het LKW noord (retentiegebied Horn) maar het met enkele centimeters toenemen van de waterstanden, bij sommige, zeer zelden voorkomende waterafvoeren. Rijkswaterstaat heeft tijdens dit overleg ook aangegeven dat het in dat kader goed is om te onderzoeken of er andere ontwikkelingen in de omgeving zijn waar in het kader van dit project een positieve bijdrage aan geleverd kan worden. Opmerking n.a.v.
het bovenstaande: bijvoorbeeld de waterstandsverlaging die wordt bereikt door maatregelen die op dit moment in Neer-Hanssum worden uitgevoerd, mag natuurlijk niet (deels) teniet worden gedaan door de gewenste ontwikkeling bij het Lateraal Kanaal. Nadien is het, ondanks meerdere pogingen onzerzijds, stil gebleven bij Rijkswaterstaat, tot medio december 2020 en het interview van wethouder Martens in Dagblad De Limburger. Daarna ontvingen wij van de directeur Netwerkontwikkeling Rijkswaterstaat Zuid-Nederland de bijgevoegde reactie (bijlage 1).
Bankrekening 28.51.28.205 IBAN NL68BNGH0285128205 BTW NL8169.63.228.B01
Datum Ons kenmerk Pagina
2 maart 2021 LE2021UIT /0207 2 van 2
Ook werd de wethouder (weer) uitgenodigd voor bestuurlijk overleg. Dit overleg heeft op maandag 11 januari 2021 plaatsgevonden. Tijdens dit overleg is ook gesproken over de verlaging van de dam Lateraal Kanaal. Inhoudelijk heeft dit niet tot nieuwe inzichten geleid. Het is wel van belang dit overleg te vermelden, want tijdens het overleg is afgesproken dat de bestuurders vanaf heden in beginsel elke twee maanden bij elkaar komen en dit onderwerp zal worden besproken. Er is begrip voor de problemen in Leudal. En ook dat de negatieve gevolgen opgevangen moeten worden. Mogelijk door aanpassing door van de inlaat in "onze" dijk van het Lateraal Kanaal. Wij hebben er ook (nogmaals) op gewezen dat er nu geen bescherming is voor de inwoners van Horn en Haelen die aan het retentie bekken wonen. Het leek ons goed dat om uw raad te informeren over de brief van Rijkswaterstaat en het feit dat er een bestuurlijk overleg is geweest en dat dit nu een permanent karakter heeft gekregen. Ter ondersteuning van het gemeentelijke standpunt is er tevens een brief verzonden naar Rijkswaterstaat met een afschrift aan Waterschap Limburg, waarin wij wijzen op de verantwoordelijkheid die RWS heeft als het gaat om hoogwaterbescherming in het algemeen en in het bijzonder in Horn (bijlage 2).
Tenslotte delen wij nog mee dat de minister en staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat en de minister van binnenlandse zaken en koninkrijksrelaties de Kamer per brief van 26 november 2020 hebben geïnformeerd over stand van zaken van het Meerjaren Programma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). In deze stukken is ook het plan van Roermond inmiddels als project opgenomen. De relevante documenten zijn bijgevoegd (bijlage 3). Hoogachtend, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEU
Bijlage(n) 1. brief van RWS 2. brieven aan RWS en WL 3. brief van de ministers van I&W en BiZa met bijlagen
Retouradres: Rijkswaterstaat | Postbus 2232 | 3500 GE Utrecht RWS BEDRIJFSVERTROUWELIJK
gemeente Leudal dhr. R.M.J. Martens Leudalplein 1 6093 ZG Heythuysen
Rijkswaterstaat ZuidNederland Rijkswaterstaat ZuidNederland Avenue Ceramique 125 6221 KV MAASTRICHT Postbus 2232 3500 GE Utrecht T 088 7974150 F 088 7974151 www.rijkswaterstaat.nl Contactpersoon Klaartje Giesberts adviseur rivierkunde
Datum Onderwerp
17 december 2020 Dam Lateraalkanaal
T 06-53210494 klaartje.giesberts@rws.nl Ons kenmerk RWS-2020/57307
Geachte heer Martens, Naar aanleiding van het gespreksverslag van het overleg van 4 februari 2020 heeft u aangegeven behoefte te hebben aan meer duidelijkheid over de effecten van de beoogde verlaging van de dam langs het Lateraalkanaal op de waterstanden in het noordelijke retentiebekken.
Uw kenmerk Bijlage(n) -
Het verlagen van dam is een vergunningsplichtige activiteit in het kader van de Waterwet. Hierbij wordt getoetst aan de Beleidslijn Grote Rivieren en het Rivierkundig Beoordelingskader. Deze schrijven voor dat een activiteit in het rivierbed geen waterstandsverhoging mag veroorzaken in de as van de rivier. Buiten de as van de rivier mogen wel waterstandsverhogingen optreden, echter deze moeten geminimaliseerd worden via optimalisatie van de rivierverruiming (in dit geval de damverlaging) en schade bij derden moet worden voorkomen of gecompenseerd. Dit kan in de vorm van maatwerkbescherming, bijvoorbeeld een lokaal verhoogde waterkering of via financiële compensatie. Dit alles is de verantwoordelijkheid van de partij die de damverlaging uitvoert. Rijkswaterstaat ziet toe op de naleving van de regels. In het overleg is aangegeven dat Rijkswaterstaat wel kan helpen om de negatieve effecten van de damverlaging te minimaliseren. Dit kan worden bereikt door het optimaliseren van de inlaatdrempel van het retentiebekken. Door deze te verhogen, verlagen verbreden of versmallen kan de uiteindelijke waterhoogte in het bekken worden gestuurd. Naar deze optimale dimensionering van de inlaat zal door Rijkswaterstaat nog nader onderzoek worden gedaan. Ik hoop hiermee uw vragen voldoende te hebben beantwoord en de onduidelijkheid te hebben weggenomen.
Met vriendelijke groet, Directeur Netwerkontwikkeling Rijkswaterstaat Zuid-Nederland mw. drs. K.M.A. Weustink Pagina -1 van -1
Bezoekadres Leudalplein 1, 6093 HE Heythuysen Postadres Postbus 3008, 6093 ZG Heythuysen Aantal pagina's: 3
Rijkswaterstaat Zuid-Nederland t.a.v. de directeur Netwerkontwikkeling, mevrouw K.M.A. Weustink Postbus 25 6200MA MAASTRICHT
Ons kenmerk
LE2021UIT /0208
Uw kenmerk
Telefoonnummer
{0475) 85 90 00
Fax
{0475) 85 99 22
BSN nummer
info@leudal.nl
Behandeld door
Internet
www.leudal.nl
Datum Verzenddatum
2 maart 2021
Onderwerp
P.C.W. van Doorn
Hoogwaterbescherming Horn
0 2 MAART 2021
Geachte mevrouw Weustink, Op 13 september 2019 hebben wij Rijkswaterstaat, Zuid- Nederland een brief gestuurd over de hoogwaterveiligheid van Horn. Wij vroegen u als verantwoordelijke voor de waterveiligheid, hoe u de bewoners van Horn deze waterveiligheid voor zowel de korte of lange termijn kan garanderen. Op deze brief volgde geen schriftelijke reactie van uw zijde, maar er heeft op 20 december 2019 wel (ambtelijk) overleg plaatsgevonden tussen RWS, Waterschap Limburg (WL) en de gemeente. Voordat wordt ingegaan op dat overleg, eerst nog een blik naar het verleden. De achtergrond Na de hoogwatergolven van 1993 en 1995 zijn er diverse maatregelen genomen om de bewoners in de directe omgeving van de Maas beter te beschermen tegen hoogwatergolven. Wij hebben als gemeente (de voormalige gemeente Haelen) in eerste instantie maatregelen genomen door bij hoogwater zandzakken (bigbags) in te zetten. Later is gekozen voor een meer robuuste maatregel en is een fundering aangebracht, waarop zogenaamde legioblokken kunnen worden geplaatst ter bescherming tegen hoogwatergolven. Afspraak /egioblokken Afspraak was dat Waterschap Limburg de legioblokken voorlopig bij hoogwater zou gaan inzetten (brief van 1 augustus 2006, na bestuurlijk overleg van 3 mei 2006). RWS heeft de legioblokken overigens overgenomen van de gemeente, om ze t.z.t.
in te zetten bij de verhoging van de inlaatconstructie in de dijk van het Lateraal kanaal. De werkelijk situatie De praktijk was echter anders, omdat WL vervolgens aangaf dat ze de blokken als van onvoldoende kwaliteit beschouwde en ze niet zou gaan gebruiken bij hoogwater. Niet alleen werd zo niet volgens afspraak gehandeld, er is evenmin actie ondernomen om Horn bij evt. hoogwater op een andere manier te beschermen. De verantwoordelijkheid kwam/ bleef daardoor, volgens ons, onterecht bij de gemeente. De gemeente heeft de blokken vervolgens bij een derde partij opgeslagen en met deze partij een waakvlamcontract afgesloten. De kernen Buggenum en Neer zijn vervolgens voorzien van een (hogere) dijk, terwijl bij Horn (mede op verzoek van de bewoners) besloten werd om geen dijk langs het dorp te leggen, maar om alleen de bestaande dijk langs het Lateraal Kanaal te verbreden en verhogen (in
Bankrekening 28.51.28.205 IBAN NL68BNGH0285128205 BTW NL8169.63.228.B01
Datum Ons kenmerk Pagina
2 maart 2021 LE2021 UIT /0208 2 van 3
Gemeente ~
leudal
~
2003). Gebied Horn Het gebied bij Horn heeft een retentiefunctie, daarom is in de dijk een inlaatconstructie aangebracht. De uitgevoerde dijkverhoging in 2003 zorgde zeker voor een betere bescherming van de kern Horn. Het was echter een tijdelijke stap, want die bescherming zou nog beter worden als de inlaat de definitieve hoogte zou krijgen. Dit zou naar verwachting rond 2015 worden gerealiseerd. Maar door de retentiefunctie van het gebied, zal Horn nooit bescherming krijgen als de overige gebieden langs de Maas Planning niet gehaald Inmiddels is in 2020 duidelijk dat de verhoging van de inlaat niet is gerealiseerd en ook dat deze laatste stap niet binnen enkele jaren te verwachten is. Het overleg van 20 december 2019 en het vervolg. Overleg 20 december 2019 Na onze brief van 13 september 2019 hebben wij samen met WL op 20 december 2019 om tafel gezeten om de situatie te bespreken. Namens RWS waren de heren G. Claassens en M. van der Zijp aanwezig. Verantwoordelijkheid voor bescherming tegen hoogwater Tijdens en na het gesprek werd (nogmaals) duidelijk dat de dijk langs het Lateraal Kanaal geen primaire waterkering is, waardoor WL geen taak voor zich ziet weggelegd. RWS heeft een dijk gerealiseerd (via De Maaswerken) en is daarmee 'klaar', uitgezonderd de nog geplande verhoging van de inlaatconstructie.
Conclusie Kortom, het gesprek heeft ook mondeling niet de reactie opgeleverd waar wij in onze brief van 13 september 2019 om vroegen. Stand van zaken legioblokken Inmiddels is duidelijk dat de legioblokken in de huidige situatie en met de huidige inlaathoogte, mogelijk technisch nog zullen voldoen om de bewoners van de Kemp (Horn) en Broekweg (Haelen). Dit is zeker niet meer het geval als de inlaatconstructie de definitieve hoogte krijgt. Worden de legioblokken inderdaad gebruikt voor deze inlaatconstructie is er hoe dan ook een andere oplossing nodig om de bewoners rond het retentiegebied te beschermen. Wij zijn van mening dat wij voor deze taak niet aan de lat staan. RWS dient de waterveiligheid te garanderen. Gevolgen en ontwikkelingen Het uitblijven van de definitieve hoogte van de inlaatconstructie zorgt er voor dat de verbetering hoogwaterbescherming van de bewoners langer op zich laat wachten. Dit klemt des te meer, nu er bijvoorbeeld sprake is van het structureel verhogen van het waterpeil peil van de Maas (als gevolg van onder meer klimatologische ontwikkelingen) en er plannen zijn om de dijk langs het Lateraal Kanaal aan de Roermondse zijde te verwijderen over een lengte van circa 5 kilometer. Wij vragen ons af welke gevolgen deze ontwikkelingen hebben voor de hoogwaterbescherming van de bewoners rond het retentiegebied rond Horn.
Concluderend stellen wij het volgende 1. RWS is de partij om de bewoners rond het retentiegebied te beschermen tegen hoogwater en wij verzoeken u dan ook aan te geven welke (eerder voorgenomen) maatregelen u hiervoor gaan nemen en op welke termijn dit zal gaan plaatsvinden. Wij verwachten uiterlijk 1 april 2021 een reactie van u te ontvangen.
Datum Ons kenmerk Pagina
2 maart 2021 LE2021 UIT /0208 3 van 3
Gemeente
leudal
~~
Vanzelfsprekend is het mogelijk dat er in de komende periode sprake is van een hoogwatergolf, en zelfs zodanig dat er schade ontstaat voor de omwonenden van en eigenaren van gronden in het retentiegebied in Horn. In dat geval gaan wij er van uit dat RWS de schade die door de hoogwatergolf is ontstaan bij de omwonenden van en eigenaren in het retentiegebied te Horn, geheel zal vergoeden. Hoogachtend, BURGEMEE JER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL
1.
Bezoekadres Leudalplein 1, 6093 HE Heythuysen
Gemeente
Postadres Postbus 3008, 6093 ZG Heythuysen
leudal
Aantal pagina's: 1
~~
Waterschap Limburg De heer P.F.C.W. van der Broeck Postbus 2207 6040 CC ROERMOND
Ons kenmerk
LE2021UIT /0209
Uw kenmerk BSN nummer Behandeld door
P.C.W. van Doorn
Telefoonnummer
(0475) 85 90 00
Fax
(0475) 85 99 22
info@leudal.nl
Internet
www.leudal.nl
Datum
2 maart 2021
Verzenddatum Onderwerp
0 2 MAART 2021
Hoogwaterbescherming Horn
Geachte heer Van der Broeck, Waterschap Limburg is intensief betrokken bij de realisatie van maatregelen ter bescherming tegen hoogwatergolven van de Maas. U voert deze maatregelen uit in opdracht van Rijkswaterstaat. Graag informeren wij u daarom over de bijgevoegde brief die wij gestuurd hebben naar Rijkswaterstaat, waarin wij RWS vragen de verantwoordelijkheid te nemen om de bewoners in onze gemeente, en in het bijzonder rond het retentiegebied te Horn te beschermen tegen hoogwater. Hoogachtend, BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN LEUDAL.:
D.H. Schmalschläger
Bijlage(n) Brief van 9 februari 2021 aan Rijkswaterstaat
Bankrekening 28.51.28.205 IBAN NL68BNGH0285128205 BTW NL8169.63.228.B01
Alem en St. Andries Landhoofd Gelderse Zijde A2
Crèvecoeur
Hoogwaterveiligheid ‘s Hertogenbosch
Samenhangende uitwerking ten noorden van Venlo: Hertogbroek Grubbenvorst Lottum
Systeemmaatregel Venlo Velden
Verlagen Dam Lateraal Kanaal
Leren en uitvoeren Leren en verkennen Leren en onderzoeken
Maasoevers Maastricht
Groen licht voor IRM-pilots langs de Maas
HOME
NIEUWS
AANMELDEN NIEUWSBRIEF
pagina 1 van 2
CONTACT
Home > Nieuws > Groen licht voor IRM-pilots langs de Maas
Groen licht voor IRM-pilots langs de Maas
Publicatiedatum: 30 november 2020
Tijdens het BO-MIRT op 25 november jl. is overeenstemming bereikt over de start van 6 IRM-pilotprojecten langs de Maas en een bijbehorend investeringsvolume van ongeveer €7 miljoen van Rijk en regio samen. De pilotprojecten leveren op korte termijn noties en lessen die behulpzaam zijn bij de verdere ontwikkeling van de IRM-werkwijze. Hierin wordt uitgewerkt hoe de verschillende overheden en belanghebbenden kunnen samenwerken om de integrale opgaven daadwerkelijk te kunnen realiseren. De volgende projecten langs de Maas krijgen het ‘stempel’ IRM-pilot: • Maasoevers Maastricht • Verlagen Dam Lateraal Kanaal (ter hoogte van Roermond) • Samenhangende uitwerking ten noorden van Venlo • Alem en fort Sint Andries • Afweging doorstroombaar maken landhoofd Gelderse zijde A2 • Hoogwaterveiligheid ’s-Hertogenbosch, Crèvecoeur
Leervragen Bij elk pilotproject is expliciet gemaakt welke leervragen in het project centraal staan. Zo wordt in het project Maasoevers Maastricht bijvoorbeeld gekeken naar een integrale benadering van nautische veiligheid en naar de wijze waarop omgegaan kan worden met het faseverschil in het oplossen van diverse opgaven. In de pilot Alem en Sint Andries staat een leervraag van heel andere orde centraal, namelijk het vormgeven aan een integrale gebiedsontwikkeling waarbij een private partij vroeg betrokken is.
Stapsgewijze aanpak “De keuze voor de IRM-pilots langs de Maas is niet over een nacht ijs gegaan”, aldus Koos Beurskens. “Om tot dit besluit te komen hebben we in zeer korte tijd een selectieproces doorlopen. Allereerst hebben we als Maaspartners een longlist van projecten opgesteld en met elkaar besproken wat de checklist zou moeten zijn om tot een keuze te komen. Vervolgens zijn alle projecten op de longlist langs deze ‘meetlat’ gelegd en zo is de shortlist ontstaan die op 25 november is besproken met de minister.”
Aanleiding en achtergrond Concrete aanleiding om aan de slag te gaan met een voorstel voor IRM pilots langs de Maas vormde de Kamerbrief van minister van Nieuwenhuizen van 15 juni jl. Daarin kondigde ze aan dat ook langs de Maas sprake is van kansen voor IRM-pilots. Om een start te kunnen maken met pilotprojecten – parallel aan de ontwikkeling van het programma IRM – heeft ze bij de Voorjaarsnota een deel van de IRM-middelen op het Deltafonds naar voren gehaald.
Meer informatie Wie meer wil weten over de IRM pilots langs de Maas kan contact opnemen met Koos Beurskens, programmamanager Deltaprogramma Maas. Downloads: • kaartbeeld met IRM-pilots langs de Maas • brief van de minister aan de Tweede Kamer over de Bestuurlijke Overleggen MIRT van 25 en 26 november 2020 (zie pagina 25 en 26) en de bijbehorende bijlage met afspraken.
Overige berichten
Samen bouwen aan de Maas Publicatiedatum: 30 november 2020
Natuurlijke Grensmaas wint ’t Zonnetje
Samen naar het rivierengebied van de toekomst: doe ook mee
Publicatiedatum: 30 november 2020
Publicatiedatum: 30 november 2020
mhtml:file://C:\Users\w.cornelissen\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Int... 3-3-2021
Groen licht voor IRM-pilots langs de Maas
pagina 2 van 2
Samen bouwen aan de toekomst van de
Ieder jaar reikt de deltacommissaris op het
Om de integrale aanpak voor het
rivieren, zo komt het Programma onder de Omgevingswet voor Integraal Riviermanagement tot stand. Dat samen bouwen doen... Lees meer
nationaal Deltacongres het Zonnetje uit, de prijs voor een aansprekend project dat een lichtend voorbeeld kan... Lees meer
rivierengebied te benadrukken en verder uit te breiden heeft Peter Smit als voorzitter van de Stuurgroep Deltaprogramma... Lees meer
Privacyverklaring
Proclaimer Responsible disclosure
mhtml:file://C:\Users\w.cornelissen\AppData\Local\Microsoft\Windows\Temporary Int... 3-3-2021
Verlaging dam Lateraalkanaal Roermond Waterveiligheid vergroten én ontwikkelperspectief Maasplassengebied creëren Tussen Linne en Buggenum ligt het Lateraalkanaal met aan de oostelijke zijde – tussen het kanaal en de Maasplassen - een dam. Deze dam is in het verleden ontstaan omdat men bij het uitgraven van het kanaal de grond kwijt moest. De dam heeft geen waterkerende functie. Verlaging en herinrichting van de dam biedt enorme kansen en mogelijkheden, zowel voor de hoogwaterveiligheid van de stad Roermond als voor de toeristische en recreatieve doorontwikkeling van het aanliggende Maasplassengebied.
Foto: Michel Hensen - binnenvaartinbeeld.com
Toerisme, recreatie en meer De Roermondse Maasplassen zijn een toeristisch-recreatieve trekpleister van formaat. Daar horen voorzieningen bij als horeca, verblijf, strand- en sportbeleving. Maar ook wonen op en aan het water, bedrijvigheid en overslag vragen om ontwikkelperspectief. De mogelijkheden hiervoor zijn op dit moment beperkt, zeker voor initiatieven die niet direct als ‘riviergebonden’ beoordeeld worden. Om ontwikkelingen in het gebied te realiseren en daarbij de kracht van water en de Maas te benutten is meer ontwerpvrijheid noodzakelijk.
Samen borgen van waterbergend vermogen Omdat de Maas ook in de toekomst ruimte nodig heeft om veilig water te kunnen bergen en afvoeren, zijn ontwikkelingen in het waterbergend bed alleen mogelijk als sprake is van compensatie (artikel 6E BGR). Voor veel initiatieven is het realiseren van de benodigde compensatie voor het eigen initiatief niet haalbaar. Maar door de krachten te bundelen en samen één grote maatregel te realiseren – namelijk het verlagen van de dam – krijgen ondernemers kansen om initiatieven te nemen die anders niet mogelijk zijn.
Dubbele veiligheid Verlaging van de dam en het creëren van drie doorstroomopeningen zorgt ervoor dat bij hoogwatersituaties het water niet alleen via de Maas, maar ook door het kanaal kan wegstromen met als gevolg dat de waterstand bij Roermond fors wordt verlaagd en de hoogwaterveiligheid van het gebied verhoogd. Door op de verlaagde dam een vrij liggende fietsverbinding te realiseren wordt bovendien een gevaarlijke verbinding tussen Osen en de Noordplas via de Kanaaldijk Oost vervangen door een veilige fietsroute met een prachtig uitzicht op de Maasplassen en het omliggend gebied. De Maasplassen en haar attracties worden daarmee beleefbaar en veilig bereikbaar.
Drie unieke kenmerken
Millimeterfonds Ondernemers worden via een compensatieregeling partner en betalen mee aan de maatregel om ruimte te krijgen voor hun eigen initiatief. Omdat de maatregel meer ontwikkelruimte creëert dan naar verwachting op de korte termijn wordt ingevuld, ontstaat een ‘millimeterbank’. Met dit instrument blijven ook toekomstige ontwikkelingen mogelijk.
1. De verlaging van de dam langs het Lateraalkanaal is een unieke kans om een forse waterstandsdaling te realiseren bij de stad Roermond. 2. Door tegelijkertijd een fietspad op de dam te realiseren zal de maatregel direct vanaf het begin zijn toegevoegde waarde bewijzen. Elke dag weer. 3. De maatregel wordt mede betaald door ondernemers in het gebied via het zogenaamde ‘millimeterfonds’.
Investering met hoog rendement
Stand van zaken Gemeente Roermond is trekker van het project. Zij werkt nauw samen met Rijkswaterstaat, Provincie Limburg en Waterschap Limburg. De afgelopen jaren zijn de mogelijkheden in kaart gebracht, zijn technische vragen verhelderd en zijn de kosten geraamd. De insteek is om in 2020 de benodigde financiële middelen bijeen te krijgen en met partijen tot overeenstemming te komen wat betreft realisatie.
Binnen het Deltaprogramma Maas werken de aan de Maas gelegen provincies, waterschappen, gemeenten, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Rijkswaterstaat samen aan een Maasgebied dat nu en in de toekomst veilig en aantrekkelijk is, met een sterke economie en ecologie. Een gebied waar we de komende generaties veilig en met heel veel plezier kunnen wonen, werken en recreëren. Langs de Maas werken we met een voortrollend programma. De vereiste waterveiligheid komt in deze gebieden tot stand door de combinatie van rivierverruiming, dijkversterking en gebiedsontwikkeling. Verlaging Dam Lateraalkanaal is één van de (beoogde) projecten.
Nijmegen
Rotterdam
Dordrecht
Oss
Meer informatie? Voor meer informatie kan je contact opnemen Rob Vrolijks, procesregisseur namens de samenwerkende partijen. Hij is bereikbaar via telefoonnummer 076 – 53 398 50 of via het mailadres info@vrolijks.nl.
‘s-Hertogenbosch Boxmeer Breda
Verlaging Dam Lateraalkanaal
Tilburg
Eindhoven
Venlo
Dijkversterking Dijkverlegging
Roermond
Rivierverruiming Waterberging Gebiedsontwikkeling
Maastricht
Stedelijke ontwikkeling Onderzoek
Verkenning
Planuitwerking
Realisatie
juli 2020
De winst voor de waterstand varieert per normgolf en loopt op tot plaatselijk 15 cm. Met een geraamde investering van circa 5 miljoen euro is daarmee een relatief goedkope maatregel in beeld. Bovendien geeft deze maatregel iedere dag meerwaarde, niet alleen bij hoogwater. Daarom is er regionale cofinanciering beschikbaar en gaan ondernemers bijdragen via de compensatieregeling. De Maasplassen Roermond vragen om deze volgende stap in ontwikkeling; verlaging van de dam maakt het mogelijk!
Gezocht: pilotprojecten Integraal Riviermanagement
HOME
NIEUWS
pagina 1 van 2
CONTACT
Home > Nieuws > Gezocht: pilotprojecten Integraal Riviermanagement
Gezocht: pilotprojecten Integraal Riviermanagement
Publicatiedatum: 13 oktober 2020
In de Voorjaarsnota 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een deel van de IRM-middelen uit het Deltafonds naar voren gehaald. Als gevolg van deze verschuiving kan al in 2020 – parallel aan de ontwikkeling van het programma IRM – gestart worden met een aantal pilotprojecten. Ook langs de Maas!
Groslijst mogelijke pilots De afgelopen jaren zijn langs de Maas verschillende initiatieven tot ontwikkeling gekomen die toewerken naar formele besluiten en mogelijk geschikt zijn als IRM-pilots. We denken hierbij bijvoorbeeld aan initiatieven als de rivierverruiming bij Alem en de verlaging van de dam van het Lateraalkanaal bij Roermond. Deze en vergelijkbare initiatieven langs de Maas zijn de afgelopen periode door de Maaspartners op een groslijst geplaatst.
Geschiktheid Op dit moment wordt gekeken welke projecten echt geschikt zijn om het stempel ‘IRM-pilot’ te krijgen. Daarvoor is het belangrijk dat het project urgent is, een bestuurlijk trekker heeft en alles in gereedheid heeft voor een snelle start. Maar ook dat het project nader invulling geeft aan de leervragen vanuit IRM, bijvoorbeeld op het gebied van integratie van opgaven of verbetering van het afstemmingsproces.
Besluitvorming Het Rijk legt haar aandeel voor financiële investeringen in integrale projecten met een nationale betekenis vast in het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport). De besluitvorming over concete opgaven, programma’s en projecten vindt jaarlijks plaats in het Bestuurlijk Overleg MIRT (BO-MIRT). Besluitvorming over de IRM-pilotprojecten langs de Maas staat geagendeerd voor het komende BO-MIRT op 25 november a.s..
Meer informatie Voor meer informatie over IRM-pilotprojecten langs de Maas kan je terecht bij Koos Beurskens, programmamanager Deltaprogramma Maas.
Overige berichten
Beleidsuitwerking vervallen status winterbed
Advies deltacommissaris over Limburgse waterveiligheid
Verbrede klankbordgroep Maas van start
Publicatiedatum: 13 oktober 2020
Publicatiedatum: 13 oktober 2020
Publicatiedatum: 13 oktober 2020
Voor de zomer hebben Maaspartijen, de deltacommissaris en de minister van I&W
De samenwerkende partners langs de Maas hebben eind 2019 een adviesaanvraag
Op 30 september heeft de eerste bijeenkomst plaatsgevonden van de
met elkaar afgesproken dat – zodra een dijk aan de huidige norm...
ingediend bij de deltacommissaris over de waterveiligheidsnormen in de Maasvallei....
klankbordgroep Maas in verbrede samenstelling en met een nieuwe opzet met
Lees meer
Lees meer
meer ruimte... Lees meer
Privacyverklaring
Proclaimer Responsible disclosure
https://www.deltaprogrammamaas.nl/nieuws/gezocht-pilotprojecten-integraal-rivierm... 19-10-2020
Gezocht: pilotprojecten Integraal Riviermanagement
pagina 2 van 2
https://www.deltaprogrammamaas.nl/nieuws/gezocht-pilotprojecten-integraal-rivierm... 19-10-2020
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T F
070-456 0000 070-456 1111
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Datum Betreft
26 november 2020 Bestuurlijke Overleggen MIRT 25 en 26 november 2020, voortgang MIRT, moties en toezeggingen
Bijlage(n) 8
Geachte voorzitter, Op 25 en 26 november 2020 hebben de Bestuurlijke Overleggen MIRT plaatsgevonden. Met deze brief melden wij u per regio wat besloten is en informeren wij u over de voortgang van lopende projecten. In de bijlagen zijn de integrale besluiten van de Bestuurlijke Overleggen opgenomen en, voor zover deze al niet in deze brief zijn aangegeven, de stand van zaken met betrekking tot moties van uw Kamer alsmede toezeggingen. De afspraken in de Bestuurlijke Overleggen zijn gemaakt tegen de achtergrond van een aantal ontwikkelingen. Zo is de verwachting dat de mobiliteit per saldo blijft groeien. Uit het meest recente mobiliteitsbeeld van het Kennisinstituut Mobiliteit (KIM) blijkt dat we straks méér gebruik maken van de (water)wegen, het spoor, het openbaar vervoer en de fietsinfrastructuur. We werken als gevolg van COVID-19 weliswaar meer thuis, een ontwikkeling die we stimuleren. Daartegenover staan factoren die zorgen voor een sterke toename van mobiliteit, zoals de bevolkingsgroei en woningbouw. Het is dus van groot belang om te blijven investeren in infrastructuur, in een veilig en robuust mobiliteitsnetwerk en innovatie. Daarnaast ontbreekt de financiële bewegingsruimte om alle knelpunten aan te pakken. De kosten voor instandhouding nemen de komende jaren toe. Aan het eind van het jaar zal uw Kamer geïnformeerd worden over de budgetbehoefte voor instandhouding.
Naast de middelen die in de begroting zijn vrijgemaakt en naar voren zijn gehaald is met de minister van Financiën besloten om € 700 miljoen voor het beheer en onderhoud van wegen, vaarwegen en watersystemen te versnellen. Ook wordt voor spoor € 90 miljoen voor beheer en onderhoud bestemd voor risico’s die zich in de jaren 2020-2025 voor kunnen gaan doen. Ook is er sprake van forse kostenstijgingen bij lopende projecten. Deze kostenstijgingen moeten worden opgevangen om te voorkomen dat deze projecten vertragen. De realisatie van deze projecten is nodig om de verwachte mobiliteitsgroei te kunnen accommoderen. We hebben dit najaar investeringsbeslissingen genomen voor de meest urgente knelpunten ten laste van
Pagina 1 van 31
het Infrastructuurfonds met een totale omvang van ca. € 1,5 miljard. Daarnaast zijn er besluiten genomen over de inzet van de resterende middelen uit het Regeerakkoord. Het kabinet heeft besloten tot oprichting van het Nationaal Groeifonds. Infrastructuur is één van de drie pijlers van het Nationaal Groeifonds die bijdraagt aan economische groei en welvaart op de langere termijn. Met het Nationaal Groeifonds wil het kabinet daarom investeren in infrastructuurprojecten. Het gaat om opgaven die zich richten op maatschappelijke transities en die een schaalsprong in infrastructuur mogelijk maken. Bijvoorbeeld op de plekken waar veel woningen (moeten) worden gebouwd, rond en tussen grote steden en (lucht)havens en in verbinding met alle landsdelen en onze buurlanden. Maar ook de opgave om te komen tot het verknopen van modaliteiten en ontvlechten van personen en goederenvervoer, alsmede het faciliteren van een modal shift. Kansen hiervoor zijn breed aanwezig in verschillende regio’s. Besluitvorming over de eerste tranche vindt naar verwachting in het voorjaar plaats.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Bestuurlijk Overleg MIRT en voortgang programma’s en projecten Noordwest-Nederland In het Bestuurlijk Overleg MIRT Noordwest-Nederland is gesproken over het breed gedragen gezamenlijk beeld van de opgaven in dit gebied en de grote uitdagingen om deze opgaven op kortere en langere termijn te realiseren. Bij het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid is het MIRT-onderzoek Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) afgerond en is gesproken over het vervolg. Daarnaast is de voortgang besproken van het MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area, is afgesproken te starten met een MIRT-verkenning A27 knooppunt Eemnes-Almere en zijn (financiële) afspraken gemaakt over de herontwikkeling van station Amsterdam Lelylaan. Voor de Verstedelijkingsstrategie MRA zijn nadere afspraken gemaakt over de evenwichtige ontwikkeling van de polycentrische metropoolregio tot 2030, onder meer waar het gaat om versnelling van de woningbouw en daarvoor noodzakelijk randvoorwaarden. Bij het programma U Ned is het MIRT-onderzoek Wonen, Werken, Bereikbaarheid en Leefbaarheid in de Metropoolregio Utrecht vastgesteld met de daarin opgenomen verstedelijkingstrategie met adaptief ontwikkelpad en zijn afspraken gemaakt over het vervolg.
Voor de MIRT-verkenning NoordHollandse Markermeerkust is de startbeslissing genomen in het kader van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Betrouwbaar en robuust spoor In 2019 is de Contourennota Toekomstbeeld OV 2040 vastgesteld. De contourennota beschrijft de gezamenlijke ambitie voor het OV richting 2040 en dient daarbij als kader voor de stappen die dit MIRT in het OV zijn gezet. De verdere uitwerking van het Toekomstbeeld wordt vormgegeven in de ontwikkelagenda, die op korte termijn afgerond wordt en daarna aan uw Kamer aangeboden zal worden. Het afgelopen jaar is stapsgewijs gewerkt aan de verbetering van de robuustheid en betrouwbaarheid van de treindienst in lijn met dit toekomstbeeld door aanpassingen in de infrastructuur. Zo is dit jaar gewerkt aan de verbetering van de energievoorziening van de bovenleiding naar Zandvoort en het verlengen van het perron van Santpoort Noord. Ook tijdens de afgelopen Bestuurlijke Overleggen Pagina 2 van 31
MIRT is gewerkt aan verdere stappen. Zo wordt in Noordwest Nederland de punctualiteit van de treinen bij Amsterdam Sloterdijk verbeterd door de positie van de seinen aan te passen. Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp Ook in het bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid is onderzoek gedaan naar de uitwerking van de doelen van het Toekomstbeeld OV. Het MIRT-onderzoek Zuidwestkant Amsterdam-Schiphol-Hoofddorp (ZWASH) is dit najaar afgerond.1 In dit MIRT-onderzoek is gekeken naar internationale, nationale en lokale bereikbaarheid in relatie tot woningbouw en werkgelegenheid aan de (zuid)westkant van de metropoolregio Amsterdam. Daarbij is breed gekeken naar verschillende bereikbaarheidsmaatregelen. De Schipholspoortunnel vormt naar verwachting in de toekomst een knelpunt in de landelijke dienstregeling. Gelet op de centrale ligging van de tunnel zal dit ook consequenties hebben voor de dienstregeling op andere plekken in het land, en op de mogelijkheden tot uitbreiding van de dienstregeling.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Uit het onderzoek komen het verlengen van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol en Hoofddorp en het sluiten van de kleine metroring Isolatorweg-Amsterdam Centraal als effectieve opties naar voren. Deze opties dragen bij aan zowel de grote verstedelijkingsopgave als aan de verwachte mobiliteitsgroei na COVID-19. Door het scheiden van het regionale (metro) en bovenregionale verkeer (trein), komt ruimte vrij in de Schipholtunnel. Hierdoor kunnen er meer intercity’s rijden naar noord, oost en zuid Nederland, waardoor er baten zijn voor heel Nederland. Ook biedt de metro meer ruimte voor internationale treinen rondom Amsterdam. Het aanpassen van de Schipholtunnel om zo extra perronsporen te maken of het bouwen van een nieuwe Schipholtunnel blijkt technisch te complex en kent minder baten voor het lokale bereikbaarheidssysteem, daarom is die optie afgevallen. Voor een vervolgstap in het MIRT is nu nog geen zicht op de benodigde 75% financiering. Ook op de weg is er een opgave in deze corridor. Om deze opgave beter in beeld te brengen wordt een aanvullend onderzoek binnen het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid gestart, waarin gekeken wordt naar het herontwerp van het wegennetwerk. De ontwikkeling van de luchtvaartcijfers is een belangrijke component binnen de ZWASH-corridor en wordt daarom expliciet meegenomen in het onderzoek, zoals ook aangegeven in de luchtvaartnota.
Amsterdam Bay Area Daarnaast wordt gewerkt aan een MIRT-onderzoek Amsterdam Bay Area aan de oostkant van Amsterdam. Hier wordt toegewerkt naar het afronden van een ontwikkelstrategie eind volgend jaar. De MRA heeft voor hetzelfde gebied het Handelingsperspectief Oostflank aangeboden tijdens het Bestuurlijk Overleg MIRT.2 MIRT-verkenning Amsterdam Zuid Er ligt een voorkeursalternatief voor dat aanlanding van internationale treinen mogelijk maakt. Hiermee is de MIRT-verkenning derde perron Amsterdam Zuid afgerond. De definitieve voorkeursbeslissing zal in het najaar van 2021 genomen De resultaten van het MIRT-onderzoek zijn gepubliceerd op de website van het bereikbaarheidsprogramma https://samenbouwenaanbereikbaarheid.nl/ 2 Te vinden op https://almere20.nl/handelingsperspectief 1
Pagina 3 van 31
worden. Daarvoor is ook verdere uitwerking nodig van governance, eigendom en financiering van de voorzieningen voor internationale treinen (terminal, beveiliging, logistiek). Daarnaast heeft de MIRT-verkenning een samenhang met de voortgang ten aanzien van Zuidasdok. Na de definitieve besluitvorming over de voorkeursbeslissing in het najaar van 2021 kan de planuitwerking starten.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Station Amsterdam Lelylaan Met de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is vorig jaar afgesproken om onderzoek te doen naar station Amsterdam Lelylaan. Het station scoort slecht op sociale veiligheid en stationsbeleving. Om dit aan te passen hebben Rijk en regio nu een integraal plan opgesteld, waarbij de sociale veiligheid voor de reiziger voorop staat. De regio draagt het grootste deel van het project van in totaal € 71 miljoen. Het ministerie van IenW draagt via cofinanciering € 15,8 miljoen bij aan de opgaven voor sociale veiligheid en reizigersknelpunten op het station. Rond het station ontstaan door de herontwikkeling de komende jaren kansen voor verdere verstedelijking. Fietsparkeren en Amstelstram Binnen de MRA heeft het ministerie van IenW eerder bijgedragen aan de realisatie van een fietsenstalling met 7000 plekken voor het station Amsterdam Centraal en aan de Amsteltram naar Amstelveen en Uithoorn. De fietsenstalling is momenteel in volle realisatie, de Amsteltram zal nog in 2020 gaan rijden tussen Amsterdam Zuid en Amstelveen Westwijk. Deze tramlijn zal in 2024 verder rijden naar Uithoorn. A9 Gaasperdammertunnel (SAA) De A9 Gaasperdammertunnel maakt onderdeel uit van het weguitbreidingsprogramma Schiphol-Amsterdam-Almere en is vanaf 23 november 2020 helemaal opengesteld voor verkeer. De eerste vijf rijstroken werden begin juli al geopend.
De tunnel bestaat uit 5 tunnelbuizen met in totaal 11 rijstroken, waaronder een wisselstrook. De tijdelijke A9 is sinds de openstelling niet meer in gebruik en wordt de komende maanden helemaal afgebroken. Bovenop het dak van de tunnel is al gestart met de aanleg van een park dat de wijken in Amsterdam Zuidoost met elkaar verbindt en dat park wordt in 2021 opgeleverd. Met de ingebruikname van de tunnel verbetert ook de leefbaarheid in de aangrenzende wijken. A7/A8 De vaststelling van het ontwerp-Tracébesluit wordt voorzien in 2023 (was 2021) en de vaststelling van het Tracébesluit in 2025 (was 2022). De risico’s en uitwerkingen die spelen rondom stikstof zijn verwerkt in de planning. Daarnaast heeft Rijkswaterstaat meer tijd genomen voor de aanbesteding van ingenieursdiensten en de markt meer tijd gegund voor de uitvoering van deze diensten. Dit is gedaan naar aanleiding van een eerdere aanbesteding voor een ander project die geen inschrijving opleverde. De regionale partners in het programma Corridor Amsterdam-Hoorn zijn hierover geïnformeerd. Startbeslissing Noord-Hollandse Markermeerkust Om in het Markermeer toe te werken naar robuuste natuur met een goede ecologische waterkwaliteit is de startbeslissing genomen voor de MIRT-verkenning Noord-Hollandse Markermeerkust. Vanuit de PAGW is voor dit project een Pagina 4 van 31
totaalbudget van € 20 miljoen gereserveerd. Uw Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 19 november 2019 (Kamerstuk 27625, nr. 488). Rozenoordbrug Diverse bruggen in Nederland maken deel uit van een verhoogd inspectieprogramma, zo ook de Rozenoordbrug (ring A10). Tijdens een inspectie is scheurvorming geconstateerd in het zuidelijke deel van de Rozenoordbrug. Hiervoor zijn nu geen directe veiligheidsmaatregelen noodzakelijk. Rijkswaterstaat onderzoekt samen met TNO de oorzaak, verdere ontwikkelingen en mogelijke beheersmaatregelen. Partners van Rijkswaterstaat in de omgeving van de brug zijn hierover geïnformeerd.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Gebiedsgericht bereikbaarheidsprogramma U Ned Op 30 juli 2020 is de Startbeslissing van de MIRT-verkenning “OV en wonen in de regio Utrecht” gepubliceerd. Doel van de verkenning – waarvoor in totaal € 380 miljoen is gereserveerd – is het verbeteren van de bereikbaarheid van Utrecht Science Park (USP) per openbaar vervoer, het ontlasten van de Multimodale Knoop Utrecht Centraal (MKUC), het per openbaar vervoer bereikbaar maken van nieuwe woon- en werklocaties en de bouw van extra woningen op locaties die tot 2030 aan de orde zijn. Uw Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 23 juli 2020 (Kamerstuk 35300 A, nr. 116). Als uitkomst van het MIRT-Onderzoek Wonen, Werken, Bereikbaarheid en Leefbaarheid in de Metropoolregio Utrecht hebben Rijk en regio de verstedelijkingsstrategie Utrecht Nabij vastgesteld.3 In de strategie is nabijheid het leidend principe voor de ontwikkeling van de leefomgeving voor de middellange termijn. Daarom zal de verstedelijking in de regio Utrecht met name plaatsvinden op knooppunten en in de gebieden Utrecht Science ParkLunetten/Koningsweg, de A12-zone en Leidsche Rijn-Zuilen. Bij deze verstedelijking wordt ook gekeken naar een versterking van de bereikbaarheid door een multimodaal mobiliteitspakket. Rijk en regio geven vervolg aan Utrecht Nabij met het opstellen van verdiepende gebiedsonderzoeken en een mobiliteitsstrategie voor de regio.
De resultaten van de gebiedsonderzoeken en de mobiliteitsstrategie worden geagendeerd op het Bestuurlijk Overleg MIRT van najaar 2021. Ontwikkelbeeld Amersfoort Over het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort 2040 is afgesproken om op het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving in het voorjaar 2021 op basis van het definitieve rapport te spreken over de te kiezen richting en vervolgacties. Ring Utrecht Het Tracébesluit voor de Ring Utrecht is ondertekend. De stikstofopgave is ingepast nadat het vorige Tracébesluit is vernietigd vanwege het wegvallen van de PAS-regeling. We zijn voornemens het Tracébesluit A27/A12 Ring Utrecht op 2 december 2020 te publiceren. Op basis van de integraal geactualiseerde kostenraming bij het Tracébesluit is het taakstellende budget voor de realisatie vastgesteld op € 1.490 miljoen (dit was € 1.225 miljoen).
De resultaten van het MIRT-onderzoek zijn gepubliceerd op de website van het Programma Uned: https://programma-Uned.nl 3
Pagina 5 van 31
Noordelijke Randweg Utrecht Voor het gemeentelijke project Noordelijke Randweg Utrecht (NRU) is overleg met de gemeente Utrecht en provincie Utrecht. De gemeente heeft aangegeven dat er een tekort is van € 94 miljoen (excl. btw) en dat de gemeente het financiële risico van een project met een dergelijke financiële omvang niet kan dragen. Vooralsnog is er geen zicht op een sluitende dekking. Er wordt gezocht naar een oplossing hiervoor. Daarbij worden er alternatieve oplossingen verkend die passen binnen het beschikbare budget.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
A27 Almere Haven-knooppunt Eemnes Voor het oplossen van het bereikbaarheidsknelpunt op de A27 Almere Havenknooppunt Eemnes zal een MIRT-verkenning worden gestart naar capaciteitsuitbreiding als onderdeel van het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid. Een capaciteitsuitbreiding zal tevens bijdragen aan een betere betrouwbaarheid van het HOV De investeringskosten voor een verbreding zijn geraamd op € 29 miljoen (inclusief btw). De regiobijdrage bedraagt 25%. Als eerste stap zal de startbeslissing worden opgesteld. Bestuurlijk Overleg MIRT en voortgang programma’s en projecten ZuidNederland In het Bestuurlijk Overleg MIRT Zuid Nederland is gesproken over de start van de MIRT-verkenning Hub ‘s-Hertogenbosch en over het nemen van een voorkeursbeslissing voor de A2 Deil - ’s-Hertogenbosch – Vught. Bovendien zijn afspraken gemaakt over het vervolg van het MIRT-Onderzoek naar verstedelijking en bereikbaarheid in de Brainportregio, onder andere over het starten van een studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland. Tot slot is vanuit het Deltaprogramma Maas afgesproken te starten met zes pilots voor Integraal Riviermanagement. Brainport Het integraal MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport is afgerond.
Rijk en regio zijn eensgezind over de koers en zullen gezamenlijk inzet plegen om de Brainportregio richting 2040 verder te ontwikkelen. Binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven is er richting 2040 sprake van een woningbouwopgave van ca. 62.000 woningen en ca. 72.000 potentiele werkplekken. Partijen onderschrijven dat de keuze voor binnenstedelijk verdichten een toekomstvaste richting is, die verder de agglomeratiekracht versterkt. Bij deze opgaven hoort een passend, veilig, slim, robuust, duurzaam en toekomstvast mobiliteitssysteem. Er zal worden ingezet op een verregaande mobiliteitstransitie naar meer OV, fiets, slimme mobiliteit, parkeerbeleid, alsook toekomstvaste en robuuste oplossingen voor de systeemopgaven op het wegennet. De ontwikkeling van de verstedelijking en de bereikbaarheid zijn wederzijds afhankelijk. Rijk en regio spreken af dat de inzichten uit het MIRTonderzoek, het adaptief ontwikkelpad op hoofdlijnen en de no-regret maatregelen zoals bij het multimodaal knooppunt rondom station Eindhoven Centraal, een belangrijke basis vormen voor de gezamenlijke nadere uitwerking en onderzoek het komend jaar.
Partijen spreken af om de diverse afgesproken uitwerkingen tijdens het Bestuurlijk Overleg MIRT van 2021 te agenderen, om op basis daarvan vervolgstappen te kunnen zetten ten aanzien van de invulling van de opgaven, meerjarige samenwerking en daarbij gezamenlijk te stellen prioriteiten en
Pagina 6 van 31
financiële afwegingen. Partijen dragen daartoe (inclusief btw) ieder € 1 miljoen aan onderzoeksgeld bij. Integrale studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland De integrale studie Toekomstvast Spoor Zuidoost-Nederland wordt gestart om toekomstvaste oplossingen voor spoorknopen Eindhoven, Helmond en Venlo uit te werken in een adaptief ontwikkelpad. Hiertoe behoort de lopende integrale studie emplacement Venlo en de integrale studie emplacement Eindhoven waarbij ook het baanvak Eindhoven-Venlo en station Helmond worden betrokken. Gebaseerd op de uitkomsten van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport en Toekomstbeeld OV, is de studie voor een toekomstvast emplacement Eindhoven gericht op bestaande en toekomstige opgaven met betrekking tot de spoor- en perroncapaciteit. Voor het ondervangen van de meest urgente opgaven op emplacement Eindhoven – o.a. emplacement westzijde – wordt aanvullend € 50 miljoen geïnvesteerd. De genoemde investering in urgente opgaven is noodzakelijk voor het vergroten van de capaciteit op emplacement Eindhoven (o.a. Eindhoven-West) voor het rijden van meer treinen, waaronder (maar niet uitsluitend) voor vervolgstappen voor een intercityverbinding naar Heerlen en Aken.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Op basis van onderzoek door ProRail is een toekomstvast maatregelenpakket voor de verbinding Eindhoven-Düsseldorf uitgewerkt. Naast de eerder gereserveerde € 10 miljoen wordt op basis van dit onderzoek € 15 miljoen extra geïnvesteerd in benodigde infrastructuurmaatregelen in Eindhoven en Venlo. Uitgangspunt daarbij is het gelijktijdig uitbreiden van het aantal treinen, doordat de internationale trein niet in plaats van, maar als extra trein zal rijden. Daardoor behouden Deurne, Blerick en Horst-Sevenum het huidige bedieningsniveau, verbetert het IC-product voor Helmond en draagt dit bij aan de oplossing voor NMCA-knelpunt EindhovenHelmond. De resterende opgave t.a.v. het NMCA-knelpunt en de uitkomsten van de nadere verkenning voor een IC-verbinding naar Heerlen en Aken zullen bij de integrale studie worden betrokken. Daarmee geef ik invulling aan de motie-Jetten c.s. (Kamerstuk 35000 A, nr.10) over het verbeteren van de dienstregeling Helmond-Eindhoven. Daarnaast wordt voor emplacement Venlo een reservering à € 25 miljoen gedaan voor de aanleg van een spanningssluis ter vervanging van de schakelbare bovenleiding die uiterlijk rond 2028 het einde van zijn levensduur bereikt. De oplossing van een spanningssluis heeft baten voor zowel het (grensoverschrijdend) personen- als het goederenvervoer en zorgt voor een betere benutting van het emplacement Venlo.
Randstad/Eindhoven-Heerlen-Aken In de brief van 7 september jl. (Kamerstuk 35300 A, nr. 119) over de intercityverbinding Randstad/Eindhoven-Heerlen-Aken heb ik uw Kamer geïnformeerd over de nadere verkenning door ProRail voor een verdiepingsslag op de beschikbaar gestelde informatie uit de plannen van NS en Arriva, conform de motie Postma c.s. (Kamerstuk 35300 A, nr.104). Eveneens is aangegeven dat ProRail hiervoor minimaal zes maanden nodig denkt te hebben. Conform mijn toezegging tijdens het Algemeen Overleg Spoorordening (d.d. 9 september 2020), deel ik in deze brief versneld de tussenstand van deze verkenning, zoals reeds besproken tijdens de stuurgroep van 19 november jl. met provincies Limburg en Noord-Brabant.
Pagina 7 van 31
De nadere verkenning heeft als doel om de alternatieve voorstellen van NS en Arriva voor een intercityverbinding naar Heerlen en Aken (resp. vanuit Den Haag en Eindhoven) te toetsen aan de voorgenomen gefaseerde verbetering van de verbinding (Kamerstuk 29984, nr. 897) met als eerste stap de frequentieverhoging van de huidige sneltrein naar Aken twee keer per uur. ProRail is gevraagd de consequenties van de plannen van de vervoerders te toetsen op o.a. het netwerk (Toekomstbeeld OV), inpasbaarheid van dienstregeling in Nederland en Duitsland, benodigde inframaatregelen, betrouwbaarheids- en punctualiteitsrisico’s en kosten en baten voor de reiziger.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
Op basis van de eerste inzichten (bijgaand de brief van ProRail hierover) blijkt dat aan de inpassing van beide alternatieve voorstellen op het al druk bereden spoor, haken en ogen zitten. Het is dan ook aannemelijk dat er aanpassingen aan de infrastructuur voor nodig zijn. In de stuurgroep (provincie Noord-Brabant, provincie Limburg en Infrastructuur en Waterstaat) is gewisseld dat voor de exploitatie naar verwachting geldt dat daarnaast in beide varianten rekening moet worden gehouden met extra kosten vergelijkbaar met de eerder verwachte kosten voor een mogelijke IC vanuit Amsterdam naar Aken. Mede gelet op te verwachten noodzakelijke inframaatregelen is dit BO MIRT afgesproken om een integrale studie toekomstvaste spoorknoop Eindhoven te starten voor het ondervangen van de meest urgente opgaven op emplacement Eindhoven. Aanvullend wordt € 50 miljoen geïnvesteerd voor deze studie en hieruit volgende maatregelen. De investering is noodzakelijk voor het vergroten van de capaciteit op emplacement Eindhoven voor het rijden van meer treinen, waaronder (maar niet uitsluitend) voor vervolgstappen voor een intercityverbinding naar Heerlen en Aken.
Daarom zullen ook de uitkomsten van de nadere verkenning worden betrokken bij de integrale studie en zullen (tussentijdse) uitkomsten van de integrale studie worden betrokken bij een uiteindelijke afweging over een intercityverbinding naar Aken. Samen met een afweging over maatschappelijke kosten, tijdigheid en de wijze van organiseren, vormen de definitieve resultaten van de nadere verkenning de beslisinformatie voor een afweging voorjaar 2021. Om tot goede beslisinformatie te komen zal ProRail de komende maanden de resultaten van de nadere verkenning verder uitwerken. Om tot een definitieve afweging te komen zullen, zoals eerder met uw Kamer gedeeld, de resultaten van de marktverkenning internationale verbindingen en de voortgang van de integrale studie toekomstvaste spoorknoop Eindhoven worden betrokken. Daarnaast zal ook met betrokken Duitse partijen tot overeenstemming moeten worden gekomen. Hierover zal ik uw Kamer aankomend voorjaar informeren. Betrouwbaar en robuust spoor In landsdeel Zuid wordt onder andere bij Tilburg de energievoorziening en op diverse plaatsen de overwegen verbeterd. Teneinde een robuuste dienstregeling te rijden tussen Breda en Eindhoven worden verbetermaatregelen getroffen en is extra aandacht voor incidentenbestrijding.
Start MIRT-verkenning Hub ’s-Hertogenbosch In lijn met de afspraak uit het Bestuurlijk Overleg MIRT 2019 en op basis van een uitgewerkt handelingsperspectief knooppunt ’s-Hertogenbosch wordt een MIRTPagina 8 van 31
verkenning gestart naar de integrale knooppuntontwikkeling station ’sHertogenbosch. De verkenning richt zich op de integrale ontwikkeling van een hoogwaardig mobiliteitsknooppunt waarbij de multimodale reis wordt vergemakkelijkt en de verblijfskwaliteit van het station sterk wordt verbeterd. Hierin worden de noodzakelijke oplossingen voor de transferknelpunten, die met de toevoeging van extra treinen waaronder de tienminutentrein steeds nijpender worden, meegenomen. Voor de verkenning wordt door het ministerie van IenW, de provincie Noord-Brabant en de gemeente ’s-Hertogenbosch in totaal € 85 miljoen gereserveerd. In aanvulling op bestaande budgetten voor PHS-project transfer ’s-Hertogenbosch en reservering voor vervanging van € 45 miljoen, reserveert het ministerie van IenW € 25 miljoen en de regio € 15 miljoen extra. De verkenning richt zich op maatregelen op en rond het station: investeringen in een nieuw (zij)perron, de vernieuwing van de traverse, vernieuwing van de stationshal centrum, realisatie van een stationshal en ontvangstdomein aan de Paleiskwartierzijde, een upgrade van het busstation inclusief wachtvoorzieningen en aanpassing van de voorpleinen. Een volgende fase biedt kansen voor verdere opschaling en verdichting, waarbij ook de verstedelijkingsopgave een grotere rol zal spelen.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
A2 Deil- ’s-Hertogenbosch - Vught Met de provincies Noord-Brabant en Gelderland, gemeente ’s-Hertogenbosch en Regio Rivierenland is inmiddels bestuurlijke overeenstemming bereikt over de inhoud van de concept-voorkeursbeslissing voor dit project. De conceptvoorkeursbeslissing bestaat uit een voorkeursalternatief voor de A2 en een regionaal pakket aan zowel brede mobiliteitsmaatregelen (met diverse maatregelen op het vlak van werkgeversbenadering, fiets, verkeersmanagement e.d.) als diverse flankerende maatregelen gericht op het mobiliteitssysteem rond de A2 voor de periode 2021-2030. Het Rijk stelt voor het te realiseren voorkeursalternatief € 830 miljoen (inclusief btw) beschikbaar. Voor de pakketten met mobiliteitsmaatregelen stelt de provincie Noord-Brabant € 32,5 miljoen ter beschikking. De provincie Gelderland heeft toegezegd zich in te spannen om nadere financiële bijdragen ter beschikking te stellen. A27 Houten Hooipolder Onlangs is het Tracébesluit A27 Houten-Hooipolder, met nog een kleine uit te voeren herstelactie, onherroepelijk geworden. Dat is goed nieuws omdat de aanbesteding van dit project hiermee in gang gezet kan worden. Om de realisatie van dit project mogelijk te maken hebben we de middelen met € 248 miljoen aangevuld tot € 1.718 miljoen. De noodzaak van het ophogen van het projectbudget heeft een drietal oorzaken.
Ten eerste blijkt uit areaalonderzoeken, die ter voorbereiding van de aanbesteding zijn uitgevoerd, dat de bodemgesteldheid en de toestand van de kunstwerken en wegverharding op dit traject slechter zijn dan waar eerder vanuit werd gegaan. Ten tweede worden de engineeringkosten hoger geraamd door marktontwikkelingen. En ten derde is er op 28 april 2020 aan uw Kamer toegezegd (aanhangsel Tweede Kamer, 2019/2020-2620) de doorvaarthoogte van de nieuwe Merwedebruggen in het project A27 Houten Hooipolder opnieuw af te wegen. Mede op basis van de belangen voor de scheepvaart en de geldende CCR-eisen is besloten om de brug hoger aan te leggen dan waarvan in het Tracébesluit werd uitgegaan, waarmee deze op gelijke hoogte komt met de huidige Merwedebrug.
Pagina 9 van 31
Vanwege de landelijke stikstofproblematiek is het Tracébesluit later onherroepelijk geworden dan waarmee in de eerdere MIRT-planning rekening was gehouden. En door de complexiteit en omvang van het project vergt de aanbesteding meer tijd. Dit project is één van de vier pilotprojecten voor wat betreft de tweefasenaanpak en beoogt daarmee op de lange termijn een beheersbaar en voorspelbaar verloop van het project te realiseren met minder kans op vertraging en vertragingskosten. Op 3 maart 2020 is uw Kamer geïnformeerd over de tweefasenaanpak (Kamerstuk 29385, nr. 107). De projectmijlpalen zijn om bovengenoemde redenen als volgt aangepast: de MIRT mijlpaal ‘Start realisatie’ wordt 2023, openstelling tracé Zuid (Everdingen Hooipolder) wordt 2029-2031 en de openstelling tracé Noord (Houten Everdingen) wordt eveneens 2029-2031.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/236124
De John S. Thompsonbrug (N324) Sinds eind juli 2020 is het gebruik van de Thompsonbrug voor voertuigen zwaarder dan 10 ton niet meer toegestaan. Deze beperking is ingesteld om veilig gebruik van de brug te kunnen blijven garanderen. De brug, gebouwd in de jaren ’20 van de vorige eeuw, is sterk verouderd en kan in de huidige staat de toegenomen belasting niet langer op een verantwoorde manier aan. Mogelijkheden om de brug te versterken om weer tot regulier gebruik zonder beperking te komen, worden in beeld gebracht. De verwachting is dat begin 2021 de herstelmogelijkheden en de daarmee samenhangende kosten inzichtelijk zijn. Bus Rapid Transit Breda-Gorinchem-Utrecht Om de ambities van het samenwerkingsverband Breda-Gorinchem-Utrecht voor een Bus Rapid Transit-verbinding op langere termijn kracht bij te zetten wordt er voor de kortere termijn tussen de samenwerkende partijen, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, Provincie Noord-Brabant en Provincie Zuid-Holland een Taskforce Minder Hinder OV op de A27 ingesteld. Doel van deze Taskforce is om aanvullende (innovatieve) mogelijkheden te onderzoeken die de hinder kunnen verminderen die de busreizigers ondervinden tijdens de werkzaamheden aan de A27 en om daarmee de basis te leggen voor een schaalsprong op langere termijn.
Parallel vindt er een uitwerking van maatregelen voor de middellange/lange termijn plaats waarover op het Bestuurlijk Overleg MIRT 2021 nadere afspraken worden gemaakt. Wilhelminakanaal herbouw Sluis II De voorbereiding voor de aanbesteding van de herbouw Sluis II en afbouw Sluis III zijn in volle gang. De planvoorbereiding voor de bouw van de nieuwe Sluis II kost meer tijd door de stikstofproblematiek. Daarnaast is uit een marktconsultatie met bouwende partijen gebleken dat de uitvoeringsperiode vanwege de complexiteit van het project langer moet zijn. Op basis van beide nieuwe feiten is de planning geactualiseerd, waarbij de ingebruikname verschuift van eind 2023 naar 2025. Ten slotte is het bestaande budget opgehoogd met € 5 miljoen voor dekking van de verwachte kostenstijging als gevolg van indexering en nieuwe eisen aan de stikstofberekening. Maaslijn Rijk en regio zijn in gesprek over de uitwerking van maatregelen die nodig zijn voor de elektrificatie van de Maaslijn, alsmede maatregelen voor verbetering van de robuustheid van de dienstregeling op de Maaslijn. Conform de
Pagina 10 van 31
bestuursovereenkomst blijven partijen met elkaar in gesprek om de maatregelen op de Maaslijn zo snel als mogelijk te realiseren. Bestuurlijk Overleg MIRT en voortgang programma’s en projecten Noord-Nederland Tijdens het Bestuurlijk Overleg Noord-Nederland is onder andere overleg gevoerd met de regio over ketenmobiliteit en hubs, de OV-verbinding Randstad – NoordNederland, de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl, de internationale spoorverbinding Emmen-Rheine, decentralisatie van de sprinterdiensten en waddenveren, zero emissie goederenvervoer en over kleine infrastructurele knelpunten. Daarnaast is gesproken over een aantal projecten in het kader van de Programmatische aanpak grote wateren: Verzachten randen van het Wad Koehool-Lauwersmeer, Eemszijlen/Binnendijkse Slibsedimentatie, Friese IJsselmeerkust en Buitendijkse Slibsedimentatie Eems-Dollard.