Collegemededeling 29jun21
Tekst van het document
Tabel 3.2.2 bevat het complete overzicht van de decentralisatie - en integratie-uitkeringen en de daarmee gemoeide bedragen.
Kam erbrief bij brief gemeenten Compensatiepakket coronacrisis medeoverheden maart 2021 | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 15
Meicircula ire gemeentefonds 2021
26
Tabel 3.2.1 Mutaties decentralisatie- en integratie-uitkeringen 2021-2026 (bedragen in duizenden euro's)* 2021 2022 2023 2024 2025 stand decembercirculaire 2020 5.532.603 5.098.198 4.979.534 4.932.224 4.873.620 1) 2)
Extra begeleiding dak- en thuisloze mensen Peuter, SMI, VE stand aanvullendebrief maart 2021
1) 2a) 2b) 3a) 3b) 3c) 4) 5) 6a) 6b) 6c) 7) 8a) 8b) 9) 10) 11) 12) 13) 14) 15) 16) 17) 18) 19) 20) 21) 22)
IU Participatie: loon- en prijsbijstelling 2021 IU Beschermd wonen: loon- en prijsbijstelling 2021 IU Beschermd wonen: volume ontwikkeling 2022 IU Inburgering: ondertussen groep IU Inburgering: uitvoeringskosten IU Inburgering: compensatie uitstel Maatschappelijke begeleiding Bodembescherming IU Voogdij 18+: loon- en prijsbijstelling 2021 IU Voogdij 18+: compensatieregeling IU Voogdij 18+: verrekening Groeiopgave Almere Landelijke functies opvang Vrouwenopvang Faciliteitenbesluit opvangcentra Heroriëntatie zelfstandigen Koplopergemeenten clientondersteuning Jeugd aan zet Scholenprogramma Groningen Erfgoed Deal Slavernijverleden Regiodeal ZaanIJ IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten Versterking arbeidsmarktregio's Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven Knelpunten verdeeelproblematiek Veilige Steden LHBTI-emancipatiebeleid
2026
10.000 5.100 5.547.703
5.098.198
4.979.534
4.932.224
4.873.620
4.825.929
39.784 29.628
38.724 26.284 30.840 4.488
37.680 33.380 30.840 2.818
36.624 34.266 30.840 1.436
35.572 34.218 30.840 539
34.518 34.885 30.840 162
6.305
3.051
2.366
961
261
14.493
14.493
14.493
14.493
14.493
7.520 -8.201 -7.703 1.500
7.520 -8.201 -7.703 1.500
7.520 -8.201 -7.703 1.500
7.520 -8.201 -7.703 1.500
7.520 -8.201 -7.703 1.500
-3.000
-3.000
-3.000
-3.000
-3.000
958
958
958
303 590
303 590
303 590
303
303
7.058 -26.932 16.455 20.830 16.765 14.493 -6.379 -8.201 -7.703 6.332 7.326 6.387 4.628 3.090 -3.000 2.610 958 400 303 295 219
95 30 20
20
stand deze circulaire 5.673.099 5.211.319 5.093.763 5.044.216 4.980.662 4.931.602 *Alle bedragen betreffen Decentralisatie-Uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een Integratie-Uitkering (IU) betreft.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
27
Tabel 3.2.2 Decentralisatie-en integratie-uitkeringen 2021-2026 (in duizenden euro's)* Uitkeringsjaar -
IU Participatie IU Beschermd wonen IU Voogdij/18+ Maatschappelijke opvang Vrouwenopvang Armoedebestrijding kinderen Brede Impuls Combinatiefuncties/buurtsportcoaches Brede aanpak dak- en thuisloosheid Bodembescherming Vergunningverlening, toezicht en handhaving Regionale knelpunten Voorschoolse voorziening peuters IU Inburgering Extra kosten verkiezingen ivm Covid-19 Gezond in de Stad Jeugd Landelijke vreemdelingenvoorzieningen Maatschappelijke begeleiding Beeldende kunst en vormgeving Bevolkingsdaling IU Raadsledenvergoeding kleine gemeenten Veiligheidshuizen Faciliteitenbesluit opvangcentra Herorientatie zelfstandigen Jeugdhulp aan kinderen in een AZC Aanpak laaggeletterdheid BRP: centralisering inschrijving vergunninghouders Koplopergemeenten cliëntondersteuning Aanpak lerarentekort G4 Knelpunten verdeelproblematiek Geweld hoort nergens thuis Kerkenvisies Versterking arbeidsmarktregio's Erfgoed Deal LHBTI-emancipatiebeleid Versterking lokale werkgelegenheid Groningen Bibliotheekmiddelen Slavernijverleden Veilige Steden Programmabureau sociaal domein Pilots Roma en Sinti Actieprogramma dak- en thuisloze jongeren Uitstapprogramma prostituees Versterking omgevingsveiligheidsdiensten Cultuurmiddelen Crisisdienstverlening (COVID-19) Jeugd aan zet Regiodeal ZaanIJ Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven
2021
2022
2023
2024
2025
2026
1.943.062 1.530.899 731.492 395.057 215.560 85.000 75.005 123.000 16.765 46.700 25.100 35.100 23.513 22.035 24.042 21.700 16.400 20.830 13.500 11.245 10.066 7.699 7.326 6.387 5.100 5.500 4.731 4.628 4.000 3.780 3.600 2.800 13.756 2.610 1.343 1.130 1.000 958 391 100 239 256 4.000 3.825 149.700 48.460 3.090 400 219
1.893.980 1.570.724 745.391 385.057 210.728 85.000 75.005
1.845.577 1.577.865 745.391 385.057 210.728 85.000
1.796.470 1.578.751 745.391 385.057 210.728 85.000
1.747.846 1.578.703 745.391 385.057 210.728 85.000
1.699.101 1.579.370 745.391 385.057 210.728 85.000
46.700
46.700
46.700
46.700
46.700
30.000 70.650
30.000 71.719
30.000 69.652
30.000 67.350
30.000 66.273
1.704 21.700
21.700
21.700
21.700
21.700
13.500
13.500
13.500
13.500
13.500
10.066 7.699
10.066 7.699
10.066 7.699
10.066 7.699
10.066 7.699
5.100 6.050 4.731
5.100 6.650 4.731
5.100 7.300 4.731
5.100
5.100
4.731
4.731
3.867
3.956
4.047
4.140
4.235
14.541
14.541
14.541
13.951
13.951
958
958
958
3.000 3.825
3.000 3.825
3.000 3.825
3.000
3.000
5.673.099
5.211.319
5.093.763
5.044.216
4.980.662
4.931.602
1.343
Vindplaats
mei 2021 § 3.2-1 mei 2021, §3.2-2 mei 2021, §3.2-6 juni 2020, § 3.1-2 mei 2021, § 3.2-8b mei 2020, § 3.3.8 december 2019, § 3.2-2 december 2020, § 3.2-3 mei 2021, §3.2-5 mei 2017, § 4.2 december 2020, § 3.2-5 juni 2020, § 3.1-4 mei 2021, §3.2-3 december 2020, § 3.2-4 september 2020, § 3.2-9 juni 2012, § 6.9 mei 2019, § 3.2-7 mei 2021, §3.2-4 september 2015, § 4.2-1 september 2020, § 3.2-17 mei 2021, §3.2-17 juni 2012, § 6.11 mei 2021, § 3.2-9 mei 2021, §3.2-10 december 2019, § 3.3.1 september 2019, § 3.2-7 mei 2020, § 3.3.7 mei 2021, § 3.2-11 mei 2020, § 3.2-12 mei 2021, § 3.2-20 mei 2019, § 3.2-12 mei 2020, § 3.3.4 mei 2021, § 3.2-18 mei 2021, § 3.2-14 mei 2021, § 3.2-22 mei 2020, § 3.2-15 september 2019, § 3.2-17 mei 2021, §3.2-15 mei 2021, § 3.2-21 mei 2020, § 3.2-21 mei 2020, § 3.2-20 september 2019, § 3.2-15 september 2020, § 3.2-18 september 2020, § 3.2-15 december 2020, § 3.2-1 december 2020, § 3.2-2 mei 2021, § 3.2-12 mei 2021, § 3.2-16 mei 2021, § 3.2-19
*Alle bedragen betreffen Decentralisatie-Uitkeringen (DU) tenzij in de tabel vermeld dat het een Integratie-Uitkering (IU) betreft. Meicircula ire gemeentefonds 2021
28
Toelichting 1. Participatie De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021 (€ 39,78 miljoen in 2021, aflopend naar € 34,52 miljoen structureel). De onderverdeling van de loon- en prijsbijstelling naar de drie onderdelen binnen de integratieuitkering (Wsw, Nieuw begeleiding en Nieuw Wajong) en de bedragen per gemeente voor de integratie-uitkering Participatie voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
De verdeling van de bedragen per gemeente wijzigt in de eerste plaats door actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen. Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie (gemeten in standaardeenheden (SE) per betalende gemeente) zoals die bekend is uit het voorgaande jaar en een inschatting van de blijfkansen in de sociale werkplaats. De Wsw-verdeling vanaf 2021 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2020 en de blijfkansen voor de jaren 2021 en verder.
Daarnaast is sprake van wijzigingen in de verdeling van de bedragen per gemeente door aanpassing van de drempelbedragen in de verdeling van de m iddelen Nieuw begeleiding. De drempelbedragen geven weer wat het gemiddelde bedrag is dat in het betreffende jaar beschikbaar is voor de begeleiding van beschut werk. Iedere gemeente ontvangt ten minste budget voor de financiering van de begeleiding van één beschutte werkplek. De drempelbedragen zijn in deze circulaire geïndexeerd vanwege de loon- en prijsbijstelling en bedragen € 7.800 vanaf 2021.
Door het gebruik van historische cijfers blijft het aandeel van individuele gemeenten in de twee verdeelmodellen Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding ongewijzigd ten opzichte van de meicirculaire 2020. Voor de verdeling van het verdeelmodel Nieuw Wajong wordt gebruik gemaakt van historische cijfers van de instroom in de werkregeling Wajong. Voor het verdeelmodel Nieuw begeleiding wordt in aanvulling daarop gebruik gemaakt van de (historische) instroom in de wachtlijst Wsw. De voorgenomen overheveling van het budget voor Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding (excl. Beschut werk) naar de algemene uitkering wordt met een jaar uitgesteld naar 2023. Dit aangezien de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds naar verwachting per 1 januari 2023 plaatsvindt (zie paragraaf 4.3).
2. Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen stijgt als gevolg van twee mutaties: 1) de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2021 (tot € 34,89 miljoen structureel); 2) de toekenning van de volume-indexatie voor het jaar 2022 en verder (€ 30,84 miljoen per
jaar). Beide mutaties zijn over de centrumgemeenten verdeeld naar rato van het aandeel in het huidige historische macrobudget. De bedragen per gemeente voor de integratie -uitkering Beschermd
Meicircula ire gemeentefonds 2021
29
Wonen voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. 16
De gemeente Bergen op Zoom ontvangt in 2022 net als in de periode 2018 tot en met 2021 een aanvullende bijdrage van € 4,24 miljoen (zie voor meer informatie paragraaf 3.3.2 van de decembercirculaire 2018).
Per 1 januari 2021 is de Wet langdurige zorg (Wlz) opengesteld voor mensen met een psychische stoornis. Vooraf is geraamd dat er 8.500 cliënten vanuit beschermd wonen over zouden gaan naar de Wlz. Op basis van deze raming en de bestuur lijke afspraak ‘budget volgt cliënt’ is vanaf 2021 € 495 miljoen structureel overgeheveld van de integratie -uitkering Beschermd wonen naar de Wlz (zie meicirculaire 2020, paragraaf 3.2-2). Inmiddels is bekend dat meer cliënten de overstap vanuit beschermd wonen naar de Wlz maken dan waar de budgetoverheveling op was gebaseerd. Het ministerie van VWS, het ministerie van BZK en de VNG hebben op 7 december 2020 bestuurlijke afspraken gemaakt over de wijze van nacalculatie van het naar de Wlz over te hevelen b udget en de verdeling over de centrumgemeenten. In juni vindt een bestuurlijk vervolgoverleg plaats om de definitieve omvang van de nacalculatie te kunnen bepalen. De uitkomst zal bij de septembercirculaire 2021 worden verwerkt.
Besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen – voorzien vanaf 2023 – is aan het nieuwe kabinet. Zie voor meer informatie paragraaf 4.3 van deze circulaire.
3. Inburgering Aan de integratie-uitkering Inburgering wordt voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 16,5 miljoen toegevoegd ten behoeve van de begeleiding van de bredere groep asielmigranten binnen de ondertussen-groep (inburgeraars die nog inburgeringspichtig zijn onder de Wet inburgering 2013; zie mutatie 3a in tabel 32.1). Dit volgt uit de bestuurlijke afspraken die het ministerie van SZW en de VNG in april 2020 hebben gemaakt om een impuls te geven aan de uitstroom van inburgeringsplichtigen onder het huidige stelsel 17. De bedragen worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners. Over de verdeling van de middelen die specifiek bestemd zijn voor de ELIP -groep (inburgeraars die hun voor de inburgering bestemde lening vrijwel hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn) worden later dit jaar afspraken gemaakt met gemeenten (voor 2021 tot en met 2026 cumulatief € 9 miljoen). Gemeenten zullen hierover later dit jaar worden geïnformeerd.
De inwerkingtreding van de nieuwe inburgeringswet is met een half jaar uitgesteld naar 1 januari 2022. Voor de omvang van de integratie-uitkering Inburgering betekent dit het volgende:
https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 17 https://www.rijk soverheid.nl/documenten/kamerstukken/2020/04/28/kamerbrief-bestuurlijk e-afspraken-voi 16
Meicircula ire gemeentefonds 2021
30
1)
Bij meicirculaire 2020 is vanaf 2021 structureel budget toegevoegd ter financiering van de uitvoeringskosten van de nieuwe wet. Nu de wet is uitgesteld valt de instroom van inburgeraars in 2021 niet onder de nieuwe wet, maar onder de oude wet. Om die reden wordt de integratie-uitkering Inburgering in 2021 met € 26,9 miljoen verlaagd (zie mutatie 3b in tabel 3.2.1.). Dat is het bedrag dat voor dat jaar voor de uitvoeringskosten beschikbaar was gesteld. De bedragen voor de structurele uitvoeringskosten vanaf 2022 en verder blijven ten opzichte van de decembercirculaire 2020 (zie paragraaf 3.3.2) ongewijzigd. Dat geldt ook voor de verdeling over gemeenten. De verdeling voor 2022 en verder zal naar verwachting in de decembercirculaire 2021 worden geactualiseerd, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn.
2)
Als gevolg van het uitstel wordt aan gemeenten een aanvullend bedrag ter beschikking gesteld van € 29,4 miljoen, verspreid over 2021 tot en met 2026 (zie mutatie 3c in tabel 3.2.1). De verdeling van deze toevoeging vindt plaats naar rato van het aantal inwoners. De compensatie houdt verband met drie aspecten. Ten eerste wordt het budget voor de ondertussen-groep aangevuld vanwege de hogere huisvestingstaakstelling van statushouders in 2021. Daarnaast is in het bestuurlijk overleg tussen het ministerie van SZW en de VNG van 2 februari 2021 afgesproken dat het ministerie van SZW gemeenten in staat stelt om de nieuwe instroom vanaf 1 juli 2021 zo veel als mogelijk in de geest van de nieuwe wet op te pakken. Hierbij kan gedacht worden aan de warme overdracht, brede intake (exclusief leerbaarheidstoets), advies Plan Inburgering en Participatie (PIP), de cursus financiële zelfredzaamheid en periodieke voortgangsgesprekken. Tot slot worden gemeenten ook gecompenseerd voor de extra implementatiekosten waar zij mee te maken hebben door het uitstel van de nieuwe wet.
De integratie-uitkering zal onder het voorbehoud van de besluitvorming over de herijking van het gemeentefonds (zie paragraaf 4.3) naar verwachting vanaf 2023 worden overgeheveld naar de algemene uitkering. De bedragen per gemeente voor de integratie -uitkering inburgering voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
4. Maatschappelijke begeleiding C onform artikel 18 van de Wet inburgering voorziet het college van burgemeesters en wethouders in de maatschappelijke begeleiding van inburgeringsplichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Gemeenten ontvangen hiervoor in 2021 in totaal (afgerond) € 20,83 miljoen (8.789 personen * € 2.370). De middelen worden verstrekt op basis van:
-
het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat, rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000.
-
het aantal inburgeringsplichtigen (inclusief hervestigde vluchtelingen) dat rechtmatig verblijf heeft op grond van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, verleend
Meicircula ire gemeentefonds 2021
31
onder een beperking verband houdend met verblijf als familie- of gezinslid, voor verblijf bij: o
1°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd,
o
2°. een houder van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd, of
o
3°. een houder van een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen die is verleend met een aantekening inzake internationale bescherming als bedoeld in artikel 45c, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
Voor deze inburgeringsplichtigen moet gelden dat: -
het personen betreft die in de periode vanaf 1 oktober 2017 inburgeringsplichtig zijn geworden en in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 11 februari 2021 ingeschreven staan in de basisregistratie personen in de gemeente waar zij op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet 2014 zijn gehuisvest en voor hen nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018, 2019 en 2020 en de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen).
-
of het asielmigranten en hun gezinsleden betreft waarvan de inburgeringsplicht is ingegaan vóór 1 oktober 2017 en die in de periode vanaf 1 oktober 2017 tot en met 11 februari 2021 zijn gehuisvest en voor wie nog niet eerder middelen zijn verstrekt ten behoeve van de maatschappelijke begeleiding in het kader van de meicirculaire 2018 en 2019 en 2020 en de decembercirculaire 2020 (hervestigde vluchtelingen).
In bijlage 3.2-4 van deze circulaire zijn het betreffende aantal personen op peildatum 11 februari 2021 en de uit te keren middelen per gemeente opgenomen.
Voor nadere informatie en vragen over de selectie van personen ten behoeve van de bijdrage voor maatschappelijke begeleiding wordt verwezen naar de website zakelijk van DUO 18 .
5. Bodembescherming In het Bestuurlijk Overleg Bodem, waarin het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de decentrale overheden zitting hebben, zijn op 23 september 2020 afspraken gemaakt over doelen en financiering van bodemopgaven in het jaar 2021. Het jaar 2021 is een overbruggingsjaar naar nieuwe bestuurlijke afspraken over de bodemopgaven vanaf 2022, als vervolg op het C onvenant Bodem en Ondergrond 2016-2020.
Het doel is de gevallen van ernstige bodemverontreiniging met onaanvaardbare humane of ecologische risico’s of verspreidingsrisico’s (spoedlocaties) te saneren of de risico’s te beheersen. Het betreft een wettelijke taak van gemeenten. Voor 2021 zijn onder meer afspraken gemaakt over een apparaatskostenvergoeding en de afronding van spoedsaneringen, met een daarbij vastgestelde verdeelsleutel. Voor de 29 bevoegd-gezag-gemeenten gaat het om € 8,57 miljoen aan 18
https://duo.nl/zakelijk/inburgeren/participatieverklaring/maatschappelijk e-begeleiding.jsp
Meicircula ire gemeentefonds 2021
32
apparaatskostenvergoeding en € 8,19 miljoen voor de afronding van spoedsaneringen.
De bedragen per gemeente voor de decentralisatie -uitkering Bodembescherming zijn opgenomen in bijlage 3.2-5.
6. Voogdij/18+ Deze paragraaf informeert over de wijzigingen in de verdeling en de omvang van de integratie uitkering Voogdij/18+ vanaf 2021. De nieuwe bedragen per gemeente voor het jaar 2021 en verder zijn opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet. 19 Ook wordt in deze paragraaf verwezen naar informatie over twee compensatieregelingen die verband houden met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel per 1 januari 2022.
Nieuwe gegevens verdeling en ontwikkeling omvang budget De integratie-uitkering Voogdij/18+ kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (T-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q).
Loon- en prijsbijstelling: Voor 2021 zijn de bedragen per gemeente, zoals bekendgemaakt in de meicirculaire 2020, naar rato opgehoogd in verband met de toevoeging van de loon - en prijsbijstelling 2021. Bij de budgetten voor 2022 en verder is de loon- en prijsontwikkeling 2021 al in de dagprijzen verwerkt en daardoor direct onderdeel geworden van de verdeelsystematiek.
Bedragen 2022: Er zijn nieuwe gegevens (jaar 2020) over voogdij/18+ beschikbaar welke gebruikt zijn voor de verdeling van de bedragen voor 2022. 20 Daarbij is het budget 2022 verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel dat per 1 januari 2022 wordt ingevoerd (zie voor meer informatie: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2017/05/31/factsheetjeugdhulpbudget-voogdij-en-18). Met de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo ’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente 21. In afwachting van de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds (zie paragraaf 4.3), zijn de nieuwe gegevens ook gebruikt voor 2023 en verder. Zoals gemeld in de meicirculaire 2020, paragraaf 3.2-6, is in de nieuwe verdeling gemeentefonds rekening gehouden met de overheveling van de integratie -uitkering Voogdij/18+ naar de algemene uitkering per 2023.
Door de nieuwe gegevens neemt de integratie -uitkering Voogdij/18+ vanaf uitkeringsjaar 2022 met € 22 miljoen structureel toe, waarvan structureel € 14,5 miljoen gedekt door de loon- en prijsbijstelling 2021. Het verschil van € 7,5 miljoen wordt zoals gebruikelijk onttrokken aan de algemene uitkering, subcluster Jeugdhulp (zie paragraaf 2.2-9). De verdeling over 2022 verandert https://www.rijk soverheid.nl/onderwe rpen/financien-gemeenten-en-provincies/gemeentefonds/circulairesge m eentefonds 20 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwe rk /2021/19/simulaties-nieuw-woonplaatsbeginsel-je ugd-2020 21 Voor m eer informatie over de implementatie van deze we tswijziging, zie: Ketenbureau i-Sociaal Domein (isociaaldomein.nl). 19
Meicircula ire gemeentefonds 2021
33
niet meer. In de meicirculaire 2022 wordt het budget 2022 enkel nog (naar rato) opgehoogd met de loon- en prijsontwikkeling 2022.
Overheveling resterend budget 2021 naar algemene uitkering: In de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.3.4) is aan 43 gemeenten compensatie toegekend (op basis van de compensatieregeling voogdij en 18+ (2021)), omdat het budget voor voogdij en 18+ dat zij in 2021 ontvangen niet aansloot bij de kosten die zij (in 2019) hadden gemaakt. De totale omvang van de toegekende compensatie was € 7,44 miljoen lager dan de € 30 miljoen die hiervoor binnen de integratie-uitkering Voogdij/18+ was gereserveerd. Van het resterende bedrag wordt in de ze circulaire € 1,07 miljoen als compensatie aan de gemeente Barneveld toegekend. Dit betreft compensatie, vooruitlopend op de afsluitende compensatieregeling bij wijziging van het woonplaatsbeginsel, in verband met de hoge kosten die de gemeente Barneveld maakt voor vier jongeren die bij het sluiten van De Hoenderloo Groep naar De Glind zijn verhu isd, en waarbij nog niet gewerkt wordt volgens het nieuwe woonplaatsbeginsel. Het resterende deel (€ 6,3 8 miljoen) wordt in deze circulaire aan de algemene uitkering (subcluster Jeugdhulp) toegevoegd (zie paragraaf 2.2-8)22.
Compensatieregelingen: ‘onderbreking financieringssystematiek voogdij en 18+ a.g.v. de wijziging van het woonplaatsbeginsel (T-2 systematiek)’ (2022) en ‘woonplaats onbekend’ (2023 en 2024) Zoals gemeld in de meicirculaire 2020, paragraaf 3.2-6, zijn Rijk en VNG in het bestuurlijk overleg van 25 september 2019 overeengekomen om bij de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel, per 1 januari 2022, twee compensatieregelingen in het leven te roepen. De eerste regeling geldt voor 2022 en compenseert gemeenten die nadeel ondervinden van de overstap op een nieuwe verdeelsystematiek als gevolg van de wijziging van het woonplaatsbeginsel. De tweede regeling geldt in eerste instantie voor twee jaar (2022 en 2023) en compenseert gemeenten voor de kosten van kinderen waarvan er geen gemeente in beeld is als financieel verantwoordelijk op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Meer informatie over beide regelingen is te vinden op de website van de VNG 23.
7. Groeiopgave Almere Naar aanleiding van de Verantwoordingsonderzoeken van de Algemene R ekenkamer voor de jaren 2018 en 2019 hebben de fondsbeheerders ook alle bestaande decentralisatie -uitkeringen getoetst op beleids- en bestedingsvrijheid. Bij de decentralisatie -uitkering Groeiopgave Almere blijkt sprake van buitenwettelijke beperkende voorwaarden. Om die reden wordt de uitkering met ingang van 2021 omgezet in een specifieke uitkering vanaf de begroting van het ministerie van BZK. De uitname bedraagt structureel € 8,2 miljoen vanaf 2021. De aanvullende bijdrage – die de gemeente Almere sinds 2015 ontvangt – geldt voor een periode van maximaal 22 jaar. Bij instelling van de decentralisatie -uitkering Groeiopgave Almere zijn de middelen onttrokken aan de algemene uitkering. Dat betekent dat de middelen na beëindiging van
https://www.rijk soverheid.nl/documenten/brochures/2017/01/09/factsheet-compensatieregeling-voogdij-en18. 23 W oonplaatsbeginsel je ugdhulp | VNG 22
Meicircula ire gemeentefonds 2021
34
de specifieke uitkering naar de algemene uitkering zullen terugvloeien.
8a. Landelijke functies opvang Met ingang van 2021 is de decentralisatie-uitkering Landelijke functies opvang omgezet naar verschillende specifieke uitkeringen. Dit om de rechtmatigheid van de uitkering(en) te waarborgen. De beschikbare middelen bedragen structureel € 7,7 miljoen vanaf 2021. Zie voor een toelichting paragraaf 3.2-7 en paragraaf 3.3.5 van de decembercirculaire 2020.
8b. Vrouwenopvang De omvang van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang wijzigt in deze circulaire als gevolg van drie mutaties:
Vanaf 2021 is structureel € 1,5 miljoen toegevoegd voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met het C entr um Seksueel Geweld (C SG’s). Het bedrag voor 2020 – eveneens € 1,5 miljoen - is reeds verwerkt in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.2-7).
Voor 2021 is sprake van een verhoging met € 5 miljoen ter ondersteuning van gemeenten in het kader van schadelijke praktijken, waaronder eergerelateerd geweld, gedwongen huwelijken en vrouwelijke genitale verminking. Voor 2020 is hiervoor reeds in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.2-7) € 5 miljoen toegevoegd.
Ten slotte dragen de centrumgemeenten in 2021 middels een uitname van € 0,17 miljoen bij aan de financiering van het Landelijk Knooppunt Huwelijksdwang en Achterlating.
Per saldo stijgt de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang in 2021 met € 6,3 miljoen en vanaf 2022 met structureel € 1,5 miljoen. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is bij deze circulaire vanaf uitkeringsjaar 2020 geactualiseerd. Voor 2020 houdt de actualisatie verband met de wijze van verwerking van de herindeling van de gemeente Vijfheerenlanden. Voor de jaren 2021 en verder geldt dat de maatstaven woonruimten, klantenpotentieel en omgevingsadressendichtheid zijn geactualiseerd. Met betrekking tot de herindeling geldt dat in de decembercirculaire 2020 de verdeelmaatstaven minderheden en eenouderhuishoudens niet goed verwerkt bleken te zijn voor de drie voormalige gemeenten die bij de herindeling waren betrokken. Dit heeft via het verdeelmodel effect op het budget van alle centrumgemeenten, maar vooral op dat van Dordrecht en Utrecht. Een overzicht van de bedragen van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang voor 2020 en verder kunt u vinden in de gemeentefondsrubriek op internet.
9. Faciliteitenbesluit opvangcentra Gemeenten waarin een opvangcentrum is gevestigd ontvangen jaarlijks een uitkering op grond van het Faciliteitenbesluit opvangcentra van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Bij de berekening van de uitkering wordt het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de Basisregistratie Personen
Meicircula ire gemeentefonds 2021
35
ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. De uitkering dient ter compensatie van gelden voor personen die nog niet staan ingeschreven in de BRP en die dus niet mee tellen in de aanta llen voor de algemene uitkering. Totaal is in deze circulaire voor 2021 een bedrag van € 7,33 miljoen toegevoegd. Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-9 van deze circulaire.
10. Heroriëntatie zelfstandigen Bij de aankondiging van het tweede steun- en herstelpakket (Kamerstuk 35 420, nr. 105, 28 augustus 2020) is aangegeven dat gemeenten vanaf 1 januari 2021 ondersteuning bieden aan zelfstandig ondernemers die zich willen heroriënteren. Dit kan grotendeels va nuit de extra impulsen en extra budgetten voor crisisdienstverlening worden betaald. Voor aanvullend maatwerk voor zelfstandig ondernemers is in 2021 incidenteel een bedrag van € 6,39 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd. Het bedrag wordt over alle gem eenten verdeeld. De verdeelsleutel is identiek aan die wordt gebruikt voor de Tozo-voorschotten, namelijk naar rato van het aantal zelfstandig ondernemers in de gemeente. Een bedrag van € 0,11 miljoen is toegevoegd aan het BTW-compensatiefonds.
Bijlage 3.2-10 bevat de bedragen per gemeente.
11. Koplopergemeenten cliëntondersteuning Inwoners van gemeenten hebben op grond van de Wmo 2015 recht op gratis onafhankelijke cliëntondersteuning. In het Regeerakkoord zijn extra middelen vrijgemaakt om deze functie te versterken. In het kader van deze impuls voert de VNG een koplopertraject cliëntondersteuning uit. In totaal achttien gemeenten zijn gestart als nieuwe koplopers en ontvangen in 2021 een bijdrage in verband met de doorontwikkeling van deze functie. Een cliëntondersteuner helpt bij het verhelderen van de ondersteuningsvraag en het verkrijgen van passende ondersteuning .
In totaal is een bedrag van € 4,6 miljoen toegevoegd in 2021. Een overzicht van de ontvangende gemeenten en bijbehorende bedragen is opgenomen in bijlage 3.2-11.
12. Jeugd aan Zet Op verzoek van het Veiligheidsberaad (werkgroep jongeren) is het gemeentelijk programma Jeugd aan Zet in C risistijd, na de zomereditie, verlengd met een wintereditie. De middelen voor de zomereditie zijn reeds verwerkt in de decembercirculaire 2020, paragraaf 3.2-10. Deze circulaire bevat de middelen voor de wintereditie. Het programma beoogt jongeren te ondersteunen die geraakt worden door de effecten van de coronacrisis. Doordat de dagelijkse activiteiten voor veel jongeren door de coronacrisis niet of niet goed mogelijk zijn (zoals onderwijs, sport, sociale ontmoetingen en de mogelijkheid om te werken) is er een toenemende overlast van jongeren in de openbare ruimte. Ook is er vanwege de steeds verdergaande en langdurige beperkende maatregelen grote zorg over het effect van de coronamaatregelen op de fysieke en psychische
Meicircula ire gemeentefonds 2021
36
gezondheid van jongeren. Het programma maatschappelijke diensttijd (MDT) (uitgevoerd door de ministeries van VWS, SZW en OC W) is van harte bereid om de jongeren in deze crisistijd te ondersteunen. Via dit programma wordt al een grote groep jongeren bereikt en tijdens de coronacrisis extra ondersteund. Het programma MDT zit nog in de groeifase en zoekt meer verbinding met gemeenten, zodat het programma MDT kan doorgroeien naar een landelijk dekkend netwerk. Om deze win -win situatie te versterken wordt ook ten behoeve van de wintereditie van Jeugd aan Zet een financiële bijdrage verstrekt van € 3,1 miljoen aan gemeenten in Nederland. Er nemen 307 gemeenten deel en per gemeente is een bedrag van € 10.000 beschikbaar gesteld 24. Hiermee kunnen gemeenten in deze coronatijd jongeren ondersteunen en tegelijkertijd kunnen jongeren een maatschappelijke bijdrage leveren waar deze nu nodig is.
Een overzicht met de toekenning van de bedragen per gemeente is opgenomen in bijlage 3.2-12 van deze circulaire. De gemeenten hebben beleids- en bestedingsvrijheid bij de uitvoering van deze ondersteuning.
13. Scholenprogramma Groningen Met ingang van 2021 wordt de decentralisatie-uitkering scholenprogramma Groningen omgezet naar een specifieke uitkering. Dit om de rechtmatigheid van de uitkering te waarborgen. Hiervoor wordt vanaf 2021 een bedrag van € 3 miljoen aan het gemeentefonds onttrokken. Zie voor een toelichting paragraaf 3.3.5 van de decembercirculaire 2020.
14. Erfgoed Deal In februari 2019 hebben dertien partijen - zowel overheid als maatschappelijke organisaties - de handen in één geslagen om samen te werken aan een waardevolle leefomgeving. Het gezamenlijke doel is om de relatie tussen erfgoed en de inrichting van de leefomgeving te versterken. In de huidige tijd waarin de leefomgeving vergaand moet worden aangepast aan klimaatverandering, nieuwe energienetwerken en verstedelijking kan cultureel erfgoed houvast bieden. De Erfgoed Deal streeft naar een zorgvuldig vormgegeven leefomgeving, waarin het verleden tastbaar is en waarmee – ook in de toekomst – verbinding wordt gevoeld. Het kabinet heeft voor de periode 2019 – 2021 een bedrag van € 20 miljoen uitgetrokken voor de Erfgoed Deal. In deze circulaire wordt een derde ronde van vijf projecten voor gemeenten toegevoegd. De volgende vijf gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met de Erfgoed Deal: Losser € 556.540, Nieuwegein € 556.000, Weert € 732.983, Westerveld € 406.000 en Zwolle € 358.276. Met deze bedragen is in totaal € 2,6 miljoen gemoeid in 2021.
24 Voor de nieuwe gemeente Ee msdelta (1-1-2021) betre ft het een bedrag van € 30.000 : per voormalige ge-
m e e nte € 10.000.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
37
15. Slavernijverleden De gemeente Amsterdam maakt zich sterk om de kennis in de Nederlandse samenleving over de geschiedenis van het slavernijverleden te vergroten. De minister van OC W wil dit door Amsterdam ingezette beleid steunen met een financiële bijdrage als vrij te besteden middelen. De gemeente Amsterdam ontvangt in de periode 2021-2024 jaarlijks € 0,96 miljoen voor de ontwikkeling van kennis in de samenleving over het slavernijverleden, door bijvoorbeeld de ontwikkeling van een museale voorziening.
16. Regio Deal ZaanIJ In de decembercirculaire 2019 is aan de gemeente Zaanstad de eerste termijn van de Regio Deal ZaanIJ toegekend. Deze termijn wordt voor 2021 met € 0,4 miljoen verhoogd, omdat de destijds aan het BTW-compensatiefonds afgedragen btw-component lager blijkt te zijn.
17. Raadsledenvergoeding kleine gemeenten In paragraaf 4.2-7 van de decembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd over de structurele verhoging van de raadsledenvergoeding in gemeenten tot 24.000 inwoners. De fondsbeheerders hebben ervoor gekozen om de middelen toe te kennen via een integratieuitkering. Het benodigde bedrag van € 9,76 miljoen is vanaf 2019 onttrokken aan de algemene uitkering via een verlaging van de uitkeringsfactor.
Bij deze circulaire is de integratie-uitkering geactualiseerd. Dit heeft tot gevolg dat de uitkering vanaf 2021 met € 0,30 miljoen toeneemt naar in totaal € 10,07 miljoen. De actualisatie komt voort uit enerzijds een afname van het aantal gemeenten dat recht heeft op de uitkering: vanwege herindelingen en/of bevolkingsgroei is een aantal gemeenten in inwoneraantal gegroeid naar meer dan 24.000 inwoners. Anderzijds diende het toegenomen verschil tussen de hoogte van de oude raadsledenvergoeding en de nieuwe vergoeding gecompenseerd te worden vanwege de jaarlijkse indexatie. Bij de berekening van deze actualisatie hebben de fondsbeheerders de nieuwe vergoedingen (per 1 januari 2021) vergeleken met de gehanteerde oude raadsvergoedingsbedragen , waarbij die laatste zijn gecorrigeerd met de jaarlijkse indexatiepercentages (2019 tot en met 2021) die zijn vastgelegd in het rechtspositiebesluit voor decentrale politieke ambtsdragers.
De nieuwe verdeling van de integratie-uitkering Verhoging raadsledenvergoeding kleine gemeenten staat opgenomen in bijlage 3.2-17 van deze circulaire. Een uitgebreide berekening van de actualisatie is opgenomen in de gemeentefondsrubriek op internet.
Zoals gemeld in paragraaf 2.2-4 van de meicirculaire 2019 is het voornemen om de integratieuitkering in het kader van de herijking van het gemeentefonds over te hevelen naar de algemene uitkering. Dat zal naar verwachting plaatsvinden per 2023.
Meicircula ire gemeentefonds 2021
38
18. Versterking arbeidsmarktregio’s De gemeente ’s-Hertogenbosch, centrumgemeente van arbeidsmarktregio Noordoost-Brabant, is bereid gevonden om vanaf 1 juli 2021 namens gemeenten de dienstverlening voor landelijke werkgevers op te zetten voor de gemeentelijke doelgroepen van de Participatiewet. Daarbij heeft de gemeente de beleids- en bestedingsvrijheid om de dienstverlening op te zetten. De middelen voor ’s-Hertogenbosch zijn toegevoegd aan de decentralisatie-uitkering Versterking arbeidsmarktregio’s. Om de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch meerjarig zekerheid te bieden over de te ontvangen bedragen liggen de bedragen in beginsel tot en met 2023 vast (jaarlijks € 0,59 miljoen).
De decentralisatie-uitkering Versterking arbeidsmarktregio’s zal in 2023 worden geëvalueerd door het ministerie van SZW en de VNG om te bezien of voor een vervolg de doelomschrijving (zoals opgenomen in de meicirculaire 2020, paragraaf 3.2-9) en uitkeringsvorm nog volstaat. In afwachting daarvan is de verdeling van de middelen voor 2023 voorlopig ook voor latere jaren gehanteerd. Zie voor verdere toelichting genoemde paragraaf van de meicirculaire 2020.
19. Aanpak discriminatie en bevorderen samenleven Recente cijfers over (ervaren) discriminatie laten zien dat discriminatie naar herkomst veel voorkomt in Nederland. Het ministerie van SZW spant zich er voor in om discriminatie naar herkomst te voorkomen en het samenleven te bevorderen. Lokaal bestuur kan hier een belangrijk rol in vervullen. Gemeenten ontvangen op aanvraag een decentralisatie -uitkering met als doel het stimuleren van effectief maatschappelijk initiatief op lokaal niveau ter voorkoming van discriminatie op grond van religie, levensovertuiging en ras (huidskleur, afkomst, nationale of etnische achtergrond) en het bevorderen van het samenleven. In 2021 ontvang en 9 gemeenten een bijdrage voor in totaal € 0,22 miljoen. Het gaat per gemeente (of gemeentelijk samenwerkingsverband) om eenmalig € 25.000. Voor sommige ontvangers is het bedrag iets lager vanwege de noodzakelijk afdracht van de btw-component aan het BTW-compensatiefonds. In bijlage 3.2-19 is de verdeling per gemeente opgenomen.
20. Knelpunten verdeelproblematiek De meerjarenraming strekt zich met ingang van deze circula ire uit tot en met het jaar 2026. Daardoor wordt in deze circulaire de toename van de dec entralisatie-uitkering Knelpunten verdeelproblematiek voor dat jaar zichtbaar met een bedrag van € 95.000 (zie ook paragraaf 2.24). Deze decentralisatie-uitkering houdt verband met btw-aspecten ten aanzien van wegen die in beheer zijn van waterschappen.
21. Veilige Steden Zoals aangekondigd in de decembercirculaire 2020 (paragraaf 3.2-15) ontvangt de gemeente Enschede ook in 2021 een bijdrage van € 30.000 in verband met het programma Veilige Steden van het ministerie van OC W. Het programma heeft als doel de s ociale veiligheid van vrouwen in de
Meicircula ire gemeentefonds 2021
39
publieke ruimte te vergroten.
22. LHBTI-emancipatiebeleid De gemeente Ede heeft zich als nieuwe zogenoemde Regenboogstad aangemeld. De gemeente ontvangt voor de jaren 2021 en 2022 een bijdrage van € 20.000 per jaar. Regenboogsteden zetten zich in voor de gezamenlijke doelstelling de veiligheid, weerbaarheid en sociale acceptatie van LHBTI (Lesbische vrouwen, Homoseksuele mannen, Biseksuelen, Transgenderpersonen en intersekse personen) verder te bevorderen.
3.3.
Verdeling bestaande decentralisatie- en integratie-uitkeringen en overige mededelingen
Deze paragraaf licht de wijzigingen in de decentralisatie -en integratie-uitkeringen toe die niet gepaard gaan met een wijziging in het macrobudget van de betreffende uitkering. Daarnaast bevat de paragraaf overige mededelingen die betrekking hebben op de decentralisatie -en integratieuitkeringen.
3.3.1
Maatschappelijke opvang
Het macrobudget van de decentralisatie -uitkering Maatschappelijke opvang is voor uitkeringsjaar 2021 ten opzichte van de decembercirculaire 2020 met € 10 miljoen opgehoogd. Dit is reeds gemeld in de aanvullende brief van maart 2021 over de coronacompensatie 25. Verder is voor de jaren 2020 en verder de verdeling van deze uitkering aangepast door het gebruik van actuelere basisgegevens voor de maatstaven. Bovendien geldt voor de uitkeringsjaren 2022 en verder dat de verdeling is gewijzigd doordat de gemeente Veenendaal overgaat van centrumgemeente Amersfoort naar centrumgemeente Ede.
De verdeling over de gemeenten is opgenomen in bijlage 3.3.1. De achterliggende berekeningswijze treft u aan in de internetbijlage.
3.3.2
Basisregistratie Personen (BRP): centralisering inschrijving vergunninghouders
Enkele gemeenten ontvangen een bijdrage in verband met het inrichten en in stand houden van een zogeheten BRP-straat. Vanwege wijziging van de taakverdeling tussen de operationele BRPstraten wordt de verdeling van de decentralisatie -uitkering aangepast. In overleg tussen Rijk en betrokken gemeenten is met ingang van 2021 de volgende verdeling overeengekomen: Arnhem (€ 626.515), C ranendonck (€ 885.423), Gilze en Rijen (€ 626.515), Haarlemmermee r (€ 290.000) en Westerwolde (€ 2.302.198).
25
Aanvullende brief gemeentefonds maart 2021 | C irculaire | R ijk soverheid.nl
Meicircula ire gemeentefonds 2021
40
3.3.3
Kinderen in een AZC
In paragraaf 2.2-6 van de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC . Hiervoor is structureel € 5,1 miljoen beschikbaar. Bijlage 3.3.3 bevat de definitieve verdeling voor 2020. Deze verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2020 tot en met december 2020. Deze bedragen zijn voorlopig ook voor 2021 en verder gehanteerd.
3.3.4
Armoedebestrijding kinderen
In paragraaf 4.2-1 van de decembercirculaire 2016 zijn gemeenten geïnformeerd over de € 85 miljoen die vanaf 2017 structureel beschikbaar is gesteld voor de bestrijding van de gevolgen van armoede onder kinderen. Jaarlijks vindt in de meicirculaire actualisatie plaats van de verdeling voor het jaar t+1 en verder. De middelen worden verdeeld op basis va n C BS-gegevens over kinderen met een kans op armoede 26. De verdeling over de gemeenten voor 2022 en verder is gebaseerd op gegevens over het jaar 2018 en is opgenomen in bijlage 3.3.4.
3.3.5
Kerkenvisies
Bijlage 3.3.5 bevat de volgende tranche gemeenten die via de decentralisatie-uitkering Kerkenvisies een bijdrage ontvangt voor de ontwikkeling van integrale kerkenvisies op gemeentelijk niveau.
3.3.6
Extra kosten verkiezingen 2021 i.v.m COVID-19
Zoals gemeld in de septembercirculaire 2020, paragraaf 3.2-4, ontvangen de gemeenten die bij de Tweede Kamerverkiezing in 2021 meededen aan het experiment centraal tellen een bijdrage van in totaal circa € 0,5 miljoen voor meerkosten die gerelateerd zijn aan C OVID -19. Dit zal in de septembercirculaire 2021 worden verwerkt.
26
Zie voor gehanteerde C BS-gegevens:https://jmopendata.cbs.nl/#/JM/nl/dataset/20233NED/table?dl=3801D
Meicircula ire gemeentefonds 2021
41
4.
Overige mededelingen
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat diverse mededelingen over de gemeentefinanciën. Paragraaf 4.2 bevat mededelingen over het gemeentefonds die zowel betrekking hebben op de algemene uitkering als op de integratie- en decentralisatie-uitkeringen. Vervolgd wordt met mededelingen op het terrein van de gemeentefinanciën.
4.2
Gemeentefondstotalen, bevoorschotting en nominale ontwikkelingen
Gemeentefondstotalen Tabel 4.2.1 bevat een overzicht van de gemeentefondstotalen 2021-2026. In de tabel zijn de bedragen uit de hoofdstukken 2 en 3 bij elkaar gebracht.
Tabel 4.2.1 Gemeentefondstotalen 2021-2026 (in duizenden euro's) 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Algemene uitkering DU/IU
28.496.874 5.673.099
28.282.613 5.211.319
28.526.142 5.093.763
29.082.173 5.044.216
29.860.138 4.980.662
30.780.114 4.931.602
Totaal
34.169.973
33.493.932
33.619.905
34.126.389
34.840.800
35.711.716
Bevoorschotting De bedragen 2021 uit de tabel zullen worden verwerkt in de bevoorschotting vanaf de eerste dinsdag in juli ofwel 6 juli 2021. Tot dat tijdstip is de bevoorschotting gebaseerd op de decembercirculaire 2020. Op de eerste dinsdag in juli zullen ook eventuele verrekeningen plaatsvinden als er eerder dit jaar te veel of juist te weinig voorschot is verstrekt. Verrekeningen over voorgaande uitkeringsjaren worden eveneens in juli uitgevoerd.
Over de voorschotten voor het uitkeringsjaar 2022 volgt informatie in de septembercirculaire 2021.
Voor de volledigheid: aan de berekening van de voorschotten kunnen geen rechten worden ontleend voor de definitieve vaststelling van de uitkeringen.
Nominale ontwikkelingen De algemene uitkering is via het accres afhankelijk van de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU) waarin rekening is gehouden met loon - en prijsontwikkelingen. Daarmee is de algemene uitkering in de meerjarenraming uitgedrukt in het prijspeil van het betreffende jaar ofwel in lopende prijzen. De decentralisatie -uitkeringen kennen geen correctie voor loon- en prijsontwikkelingen en betreffen nominale bedragen. De integratie-uitkeringen worden wel ieder jaar opnieuw geïndexeerd volgens de voor dat jaar van toepassing zijnde loon - en prijsontwikkeling (constante prijzen).
Het is van belang dat gemeenten in hun ramingen rekening houden met de loon - en prijsontwikkelingen. Om gemeenten, die niet beschikken over eigen loon- en prijsindexen, te
Meicircula ire gemeentefonds 2021
42
faciliteren bij het omgaan met nominale ontwikkelingen is tabel 4.2 opgenomen. De tabel bevat een aantal loon- en prijsindicatoren die het C PB onderscheidt voor de overheidssector. De cijfers zijn ontleend aan de meest recente publicaties van het C PB. Voor nadere informatie verwijzen wij naar de regelmatig bijgestelde prognoses op de website van het C PB ( C PB), met name de rubriek C entraal Economisch Plan 2021.
Tabel 4.2.2 Prijsindexen CPB* CEP 2021 mutaties per jaar in % Prijs bruto binnenlands product (pbbp) Prijs nationale bestedingen (pnb) Nationale consumentenprijsindex (cpi) Loonvoet sector overheid Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers Prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)
2021 1,5 1,9 1,9 2,0 2,0 2,0
2022 1,6 1,7 1,5 1,5 1,2 1,4
2023 1,9 1,5 1,7 2,3 2,0 1,5
2024 1,6 1,4 1,7 2,1 1,8 1,5
2025 1,6 1,5 1,7 2,4 2,1 1,5
2026** 1,6 1,5 1,7 2,4 2,1 1,5
*toelichting/ verduidelijking bij de kerngegevens is te vinden op: https://www.cpb.nl/artikel/toelichting-bij-kerngegevenstabel ** cijfers 2025 zijn doorgetrokken naar 2026
4.3
Herijking verdeling gemeentefonds
Op 2 februari 2021 hebben de fondsbeheerders de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) advies gevraagd over het voorlopige voorstel voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. De adviesaanvraag en de (achterliggende berekening van de) voorlopige uitkomsten zijn gepubliceerd op de website van de rijksoverheid 27. De ROB heeft op 26 maart 2021 in een tussenbericht aan de fondsbeheerders om meer toelichting op de keuzes en effecten gevraagd en enkele kritische kanttekeningen geplaatst bij de uitlegbaarheid van de uitkomsten, met name in het sociaal domein28. Daarnaast heeft de Tweede Kamer naar aanleiding van de adviesaanvraag vragen gesteld en hebben de fondsbeheerders veel reacties en vragen gekregen van gemeenten.
Ook is bij de eerder aangekondigde actualisatie van het verdeelvoorstel gebleken dat voor een van de verdeelmaatstaven in het sociaal domein een betere bron beschikbaar is als indicatie voor de gezondheid van de bevolking. Het betreft de verdeelmaatstaf die meet hoeveel inwoners gebruik maken van specialistische GGZ.
De fondsbeheerders betrekken de nieuwe bron bij de nadere analyse die momenteel wordt uitgevoerd naar aanleiding van de reacties van de ROB, gemeenten en de Tweede Kamer. De VNG is nauw bij dit vervolgonderzoek betrokken.
Met de ROB is afgesproken dat het nieuwe verdeelvoorstel, zodra het gereed is, tezamen met de antwoorden op de vragen uit het tussenbericht met hem gedeeld zal worden, opdat hij tot een eindadvies kan komen. Het aangepaste verdeelvoorstel zal naar verwachting begin juni 2021 gereed zijn en – samen met de geactualiseerde voorlopige uitkomsten per gemeente – op de website van de rijksoverheid worden gepubliceerd. Het gaat naast een aangepast verdeelvoorstel – 27 28
Kam erbrief over adviesaanvraag ve rdeelvoorstel herijkt gemeentefonds | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl Tussenbericht herijk ing gemeentefonds | Brief | Raad voor het Openbaar Be stuur (raadopenbaarbestuur.nl)
Meicircula ire gemeentefonds 2021
43
op basis van onderzoeksjaar 2017 – om actualisatie van de uitkomsten naar 2019. De actualisatie naar 2019 betreft in ieder geval de gegevens van de verdeelmaatstaven, het totaal te verdelen bedrag per beleidsterrein (cluster) en wijzigingen in de gemeentelijke indeling. Ook de VNG zal om advies worden gevraagd. Besluitvorming over de invoering van de nieuwe ve rdeling – voorzien per 1 januari 2023 - is aan het nieuwe kabinet. Na definitieve besluitvorming vindt zo spoedig mogelijk de verwerking in de circulaire van het gemeentefonds plaats. De herverdeeleffecten zullen op dat moment definitief worden bepaald.
4.4
Evaluatie normeringssystematiek
In paragraaf 4.4 van de decembercirculaire 2020 bent u geïnformeerd over de evaluatie van de normeringssystematiek. C onform de afspraak gemaakt in het bestuurlijk overleg 29 is de Raad voor het Openbaar Bestuur om advies gevraagd over de toekomst van het accres. Dit advies zal begin juni door de Raad gepubliceerd worden. Het is aan een nieuw kabinet om in overleg met de medeoverheden te besluiten hoe in de toekomst met het accres om te gaan.
4.5
Financiële positie gemeenten
Het afgelopen jaar heeft C ebeon onderzoek gedaan naar de financiële positie van gemeenten en het voorzieningenniveau. De uitkomsten van dit onderzoek zijn besproken tijdens het Bestuurlijk overleg Financiële verhoudingen (BOFv) van 7 april 2021 en de minister van BZK heeft op 15 april 2021 de Tweede Kamer geïnformeerd over de uitkomsten van dit onderzoek 30. Het onderzoek doet ook aanbevelingen over het monitoren van de financiële positie van gemeenten. De komende maanden wordt met gemeenten, VNG en provinciaal toez ichthouders het gesprek hierover voortgezet.
4.6
Rapport Stuurgroep maatregelen financiële beheersbaarheid Jeugdwet
Naar aanleiding van het door AEF verrichte onderzoek over het structureel benodigde budget voor jeugdzorg31 heeft een stuurgroep van Rijk en gemeenten onder voorzitterschap van mevrouw drs. M. Sint een reeks maatregelen in kaart gebracht die moeten leiden tot een toekomstbestendig jeugdstelsel. Op 23 april 2021 is dit rapport op de website van de rijksoverheid gepubliceerd 32. Het rapport van AEF en het rapport van de stuurgroep laten zien dat het nodig is om de beheersbaarheid van het jeugdstelsel ingrijpend te verbeteren, zowel door effectievere en meer doelmatige sturing door (samenwerkende) gemeenten als door aanpassingen in het stelsel.
Op verzoek van de VNG heeft een onafhankelijke C ommissie van Wijzen zich gebogen over het 29 30
Kam e rstukken 2020/21, 35420, nr. 43.
Twe e de Kamer Vergaderjaar 2020-2021, 35 570 B 19 Kam erbrief re sultaten onderzoek structureel benodigd budget je ugdzorg | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 32 Aanbieding rapport Stuurgroep m aatregelen financiële beheersbaarheid Jeu gdwe t | Kamerstuk | R ijk soverheid.nl 31
Meicircula ire gemeentefonds 2021
44
structureel benodigde budget voor jeugdzorg en de te treffen maatregelen om het jeugdstelsel toekomstbestendig te maken. Het rapport van de C ommissie van Wijzen is 28 mei 2021 openba ar geworden en kunt u vinden op Detail 2021D20519 | Tweede Kamer der Staten-Generaal.
Gegeven de urgentie van het onderwerp gaat het huidige kabinet op korte termijn in gesprek met de VNG om gegeven het advies van de C ommissie van Wijzen de vervolgstappen te bepalen om te komen tot een ‘Ontwikkelagenda jeugdzorg’. Hierbij worden ook andere relevante partners (organisaties van cliënten, professionals, aanbieders) betrokken. De definitieve vaststelling van de ontwikkelagenda is aan een nieuw kabinet in overleg met gemeenten en andere betrokken partijen.
Op dit moment zijn het kabinet en de VNG in gespr ek over de uitkomsten van het advies van de C ommissie van Wijzen. Over de uitkomst hiervan wordt u voor 1 juli geïnformeerd.
4.7
Richtlijn ramen extra middelen jeugdzorg in begroting en meerjarenraming
In 2019 en 2020 zijn het ministerie van BZK, de VNG en de provinciale toezichthouders een richtlijn overeengekomen over hoe gemeenten in hun meerjarenraming met deze onzekerheid kunnen omgaan. Deze richtlijn is nog steeds van kracht en zal worden aangepast zodra de gesprekken tussen het kabinet en de VNG zijn afgerond. De samenvatting van de huidige richtlijn is als volgt:
1.
De extra middelen jeugdzorg voor de jaren 2019 tot en met 2022, die onderdeel uitmaken van de algemene uitkering, worden als structureel dekkingsmiddel aangemerkt.
2.
Voor de jaren na 2022 kan door de gemeente een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd worden: per gemeente naar rato van de € 300 miljoen (in 2022).
3.
Deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden.
4.
Voorwaarde is dat daarnaast de gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en ggz mede gericht op beheersing van de kosten. Gemeenten spelen immers zelf ook een actieve rol in de transformatie en daarmee ook in het kunnen beperken van de uitgaven.
Voor meer informatie wordt verwezen naar de richtlijn uit 2019 op de website van de rijksoverheid 33.
4.8
Advies raming ruimte onder het plafond BCF
Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds (BC F) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd (zie paragraaf 2.2-2 van de meicirculaire 2018). Deze raming bevat niet meer de ruimte onder het plafond BC F voor het jaar t+1 en verder. Voor het jaar t volgt ee n eerste raming van deze ruimte in de komende septembercirculaire. Het is aan de gemeenten zelf om een
https://www.rijk soverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/circulaires/2019/05/31/meicirculairege m eentefonds-2019/Richtlijn+ramen+extra+middelen+jeugdzorg+05072019+def.pdf 33
Meicircula ire gemeentefonds 2021
45
reële meerjarenraming op te nemen voor het BC F.
Voor een goede raming van de ruimte onder het plafond BC F is inzicht nodig in de toekomstige ontwikkeling van de omvang van het BC F en vooral in de toekomstige declaraties. Om een niet onderbouwde (oplopende) raming van de ruimte onder het plafond BC F te voorkomen biedt de ruimte na de laatst bekende declaraties om die reden het meeste houvast als raming vo or de komende jaren.
Het ministerie van BZK heeft in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld over de wijze waarop de ruimte onder het plafond BC F door gemeenten kan worden opgenomen als verwachte bate. Dit advies luidt:
Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het plafond BCF, adviseren we om voorzichtigheid in acht te nemen door een raming op te nemen, die maximaal gebaseerd is op de meest recente, gerealiseerde ruimte onder het plaf ond BCF.
Voor de begroting 2022 is dit de realisatie 2020 zoals die in deze circulaire is opgenomen. De provinciale toezichthouders gebruiken dit advies als richtlijn bij het beoordelen van de (meerjaren)begroting 2022-2025.
4.9
Rechtmatigheid jaarstukken ge meenten
Het ministerie van BZK deed in 2020 onderzoek naar de jaarstukken van gemeenten over 2019, gericht op het oordeel van de accountant op het aspect rechtmatigheid. De strekking van de controleverklaring van de accountant is vooral van belang voor de gemeenteraad, bij de invulling van de controlerende rol. Het aandeel gemeenten met een goedkeurend oordeel op rechtmatigheid is in 2019 gestabiliseerd. In totaal 98 procent van de gemeenten had een goedkeurende verklaring op getrouwheid, 86 procent had een goedkeurende verklaring op rechtmatigheid.
Net als over verslagjaren 2017 en 2018 is het sociaal domein niet langer de belangrijkste reden dat gemeenten geen goedkeurende verklaring voor rechtmatigheid kregen. Bij gemeenten met een anders dan goedkeurende verklaring was dit vaker te wijten aan fouten en onzekerheden die optraden bij (Europese) aanbestedingen. Het ministerie berichtte de Tweede Kamer hierover in november 202034. In de brief zijn een aantal acties aangekondigd. Zo zullen in samenwerking met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en Kenniscentrum Europa Decentraal regiobijeenkomsten worden georganiseerd.
4.10
Introductie benchmark woonlasten
Overleg tussen het Rijk en de VNG heeft geleid tot de publicatie van de tweede benchmark
34
Ve rantwoording van gemeenten over het verslagjaar 2019 | Twe ede Kamer der Staten-Generaal
Meicircula ire gemeentefonds 2021
46
woonlasten in de Atlas van de lokale lasten 2021 van het C OELO 35. De benchmark is ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. Hiermee is afgestapt van de afspraak dat de ontwikkeling van de lokale lasten jaarlijks wordt gemonitord met de macronorm onroerendezaakbelasting (ozb, de macronorm). De benchmark betreft een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten (ozb, riool- en afvalstoffenheffing) en de gemeentelijke tariefontwikkeling binnen een provincie. Ook de landelijke en prov inciale gemiddelden worden vergeleken. Middels deze (grafische) vergelijking worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker gemaakt. Het overzicht vergelijkt binnen de provincie de tariefswijzigingen per gemeente en het cumulatief bedrag van de drie heffingen per gemeente. De benchmark geeft gemeenten meer inzicht in het eigen beleid ten opzichte van het beleid van andere gemeenten. Deze informatie kan benut worden om het eigen beleid verder vorm te geven.
4.11
Landelijk gemiddelde kengeta l belastingcapaciteit
Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) nemen gemeenten en provincies in begroting en jaarrekening een uniforme basisset van vijf financiële kengetallen op om informatie te geven over de financiële positie. In de meicirculaire wordt jaarlijks de benodigde informatie voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit opgenomen, zoals aangegeven in de ministeriele regeling over de berekeningswijze van de financiële kengetallen BBV. Voor gemeenten gaat het om het landelijk gemiddelde voor de gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Het laatst bekende gemiddelde bedraagt voor 2021 € 811 (jaar t-1)36. In begroting en jaarverslag 2022 (jaar t) kan dit gemiddelde worden gebruikt voor de berekening van het kengetal belastingcapaciteit in de verschillende jaren.
4.12
Website gemeentefinanciën: www.findo.nl
De gegevens in de online database met informatie over de financiën van decentrale overheden 37 worden op regelmatige basis geactualiseerd. Wat betreft de informatie over de uitkeringen uit het gemeentefonds bevat de database de stand decembercirculaire 2020. De gegevens uit deze circulaire zullen zo spoedig mogelijk worden verwerkt, zodat u de meest actuele stand kunt raadplegen.
De Iv3-data, zoals die door gemeenten en provincies zijn aangeleverd bij het C BS, en informatie over de financiële kengetallen zijn bijgewerkt tot en met de begroting van 2021. Ook zijn de originele begrotingen en jaarstukken van gemeenten en provincies tot en met 2019 (jaarrekeningen) en 2021 (begrotingen) aan de website toegevoegd. Door deze informatie en openbare documenten op één plaats beschikbaar te stellen, wil het ministerie van BZK bijdragen aan de transparantie en openbaarheid van de financiën van decentrale overheden.
De database wordt de komende tijd verder uitgebreid. Suggesties voor de doorontwikkeling van de
https://www.coe lo.nl/index.php/nieuws/435-atlas-van-de-lokale-lasten-2021 https://www.coe lo.nl/index.php/wat-betaal-ik-waar/interactieve-kaarte n/atlas-gemeenten-2021 37 www.findo.nl 35 36
Meicircula ire gemeentefonds 2021
47
database kunt u mailen naar de postbus gemeentefonds (postbus.gf@minbzk.nl).
4.13
Analyse gemeentebegrotingen
De gemeente kan haar financiële situatie op verschillende manieren (laten) onderzoeken. In de eerste plaats kan de gemeente zelf onderzoek doen naar haar uitgaven met een begrotingsanalyse. Op verzoek kan de rijksoverheid daarnaast, samen met de provincie, de financiën van de gemeente vergelijken met die van andere gemeenten, de zogenoemde begrotingsscan. Tot slot kunnen gemeenten met behulp van de provincie en de rijksoverheid de financiële gevolgen van een herindeling (laten) onderzoeken door middel van een herindelingsscan. Voor meer informatie wordt verwezen naar: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/financien-gemeenten-enprovincies/financieel-toezicht-gemeenten-en-provincies/financiele-scans-gemeenten.
4.14
Publicatie Iv3-informatievoorschrift
In juni zal het ministerie van BZK het Iv3-informatievoorschrift voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen voor 2022 publiceren. Naar aanleiding van de invoering van de Omgevingswet in 2022 zijn omschrijvingen van taakvelden in het fysieke domein onder de loep genomen en waar nodig aangescherpt. Ook zijn omschrijvingen aangepast om de overgang naar de Omgevingswet weer te geven. De indeling in taakvelden en categorieën blijft gelijk aan voorgaande jaren. Over het informatievoorschrift zal te zijner tijd melding worden gemaakt op de internetpagina van BZK over Iv338 en in de IBI Nieuwsbrief 39.