Brief staatssecretaris Infrastructuur en Waterstaat 18dec20 aan Tweede Kamer
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 20901 2500 EX Den Haag
De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag Postbus 20901 2500 EX Den Haag T F
070-456 0000 070-456 1111
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/244926
Datum Betreft
18 december 2020 uitspraak Gerechtshof Den Haag; Gewasbescherming buiten de landbouw
Geachte voorzitter, Op 24 november jl. heeft het Gerechtshof Den Haag in hoger beroep arrest gewezen in een door de brancheorganisaties Nefyto en Artemis tegen de Staat geëntameerde procedure. Het Gerechtshof sprak uit dat het verbod op het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw een wettelijke grondslag ontbeert en (daarom) onverbindend is.1 Nefyto, de Nederlandse Stichting voor Fytofarmacie, en Artemis hadden een vordering ingesteld tegen het verbod op professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw. Zij vertegenwoordigden in deze procedure de bedrijven die gewasbeschermingsmiddelen ontwikkelen en distribueren voor de Nederlandse markt. Naar aanleiding van het arrest verzoekt de aangenomen motie Bromet c.s. om ‘zo snel als mogelijk een toereikende rechtsgrondslag te creëren in de wet die het mogelijk maakt het eerdere door de Kamer ingestelde verbod weer te bekrachtigen’2. De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat heeft gevraagd om een reactie op de brief van de VHG; Branchevereniging voor ondernemers in het groen3. De VHG vraagt met klem om duidelijkheid voor de uitvoeringspraktijk: welke acties zal ik ondernemen en hoe moet met de nieuwe situatie worden omgegaan.
De sector wil niet in verband worden gebracht met de vervuiling, als opdrachtgevers het arrest aangrijpen om weer gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. In deze brief informeer ik u over de gevolgen van de uitspraak en over mijn inzet om het gebruik van schadelijke gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw 1
https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2020:2173&showbutt on=true&keyword=onverbindend+biociden 2 Motie van 8 december 2020, Kamerstuk 35570-XII, nr. 92 3 Brief van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat van 17 december 2020; kenmerk 2020Z23140/2020D52835
Pagina 1 van 3
te beperken om onze gezondheid en het milieu te beschermen. Ook zal ik reageren op de motie Bromet c.s. en de uitvoeringspraktijk de gevraagde duidelijkheid bieden.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Gevolgen uitspraak voor gebruiksverbod Een duurzame gewasbescherming gaat uit van een hoog beschermingsniveau voor de menselijke gezondheid en het milieu. Risico’s en schade als gevolg van het gebruik van die middelen moeten worden voorkomen of als dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk beperkt. Met ingang van 1 november 2017 is daarom het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de land- en tuinbouw niet meer toegestaan, behoudens enkele noodzakelijke uitzonderingen. Het gebruiksverbod is opgenomen in het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden.
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/244926
Voorschriften kunnen alleen worden uitgevaardigd, voor zover daarvoor een toereikende wettelijke grondslag bestaat. Het Gerechtshof heeft in zijn arrest geconcludeerd dat die wettelijke grondslag in dit geval ontoereikend is en heeft daarom de wijziging van het Besluit (het gebruiksverbod) onverbindend verklaard. Mijn inzet is erop gericht om –in overeenstemming met de motie Bromet c.s.- de bestaande wettelijke grondslag zodanig aan te passen dat het gebruiksverbod op professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw weer van kracht wordt. Deze aanpassing zal plaatsvinden door middel van een wetsvoorstel dat ik recent voor advies aan de Raad van State heb voorgelegd. Het wetsvoorstel regelt zowel een wettelijke grondslag voor maatregelen met betrekking tot het particulier gebruik, als voor maatregelen met betrekking tot het professioneel gebruik van gewasbeschermingsmiddelen buiten de landbouw. Of maatregelen met betrekking tot het particulier gebruik worden genomen, bezie ik nog, zoals ik eerder al heb toegelicht in mijn brief van 16 oktober jongstleden4. Een chemievrij beheer verdient de voorkeur, ook voor particuliere tuinen. Het concept De Levende Tuin, waarin de VHG een belangrijke deelnemer is, geeft daarvoor waardevolle handvatten.
Gevolgen uitspraak voor de praktijk De afgelopen weken hebben meerdere organisaties tegen mij hun vrees uitgesproken dat terreinbeheerders opnieuw gewasbeschermingsmiddelen zullen gebruiken. De VHG vreest voor schade voor haar ondernemers. Zij hebben in het belang van mens en milieu veel geïnvesteerd in kennis en in apparatuur voor nietchemisch beheer. Ik betreur de ontstane situatie. Er mag echter ook van worden uitgegaan dat terreinbeheerders, zoals overheden, naast financiële argumenten ook het milieubelang en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid in hun besluitvorming zullen meewegen. In de eerdergenoemde brief van 16 oktober licht ik toe dat dankzij hun inzet van niet-chemische maatregelen de kwaliteit van het oppervlaktewater dat voor de drinkwaterbereiding wordt gebruikt, is verbeterd. Tegelijkertijd verwacht ik dat beheerders terreinen chemievrij blijven beheren en niet zullen terugvallen in het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Het is mijns inziens bedrijfsmatig niet efficiënt om gedurende een korte periode, tot het tijdstip dat het gebruiksverbod zal zijn vernieuwd, om te schakelen naar andere 4
Brief van 16 oktober 2020, Kamerstuk 27858, nr. 519
Pagina 2 van 3
apparatuur en middelen en zo de bedrijfsvoering tijdelijk te wijzigen. Daarbij zal het terugvallen op gewasbeschermingsmiddelen voor hen aanzienlijke administratieve lasten met zich meebrengen. Ik blijf in nauw contact met de sector en betrokken organisaties, met als doel het voorkomen van de ongewenste terugval naar het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Ons kenmerk IENW/BSK-2020/244926
Gevolgen voor uitzonderingen op gebruiksverbod Het arrest heeft geen gevolgen voor de afbouw van de uitzonderingen op het gebruiksverbod. Afspraken over het beëindigen van het vermijdbaar gebruik van gewasbeschermingsmiddelen behoeven geen aanpassing. Periodiek zal worden beoordeeld of bepaalde uitzonderingen nog noodzakelijk zijn. De pilots door Prorail worden voortgezet. En het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen door Rijkswaterstaat zal, zoals eerder aangekondigd5, het komende jaar geheel worden beëindigd. Concluderend Het gebrek in de wetgeving als gevolg van de uitspraak van het Gerechtshof wil ik op korte termijn herstellen zodat de uitvoeringspraktijk weer snel de gewenste duidelijkheid heeft. Daartoe zal ik u het wetsvoorstel, na verwerking van het advies van de Raad van State, u zo spoedig mogelijk ter behandeling doen toekomen. Daarnaast zal ik mij de komende periode inspannen om in samenspraak met de betrokken organisaties de onzekerheid voor de uitvoeringspraktijk weg te nemen.
Hoogachtend, DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT,
S. van Veldhoven - Van der Meer
5
Brief van 25 oktober 2019, Kamerstuk 27858, nr. 488
Pagina 3 van 3