CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage thematische beantwoording vragen uit de raad

Raadsvergadering 28 september 2021, gemeente LeudalBij agendapunt: Vaststellen wensen over en bedenkingen bij conceptcollegestandpunt over drie initiatieven voor realiseren van zonnevelden aan de Schooldijk, Vlaas en Heldenseweg in Neer1.046 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CONCEPT

Thematische beantwoording vragen uit de raad Procedureel / betrekken raad / particiële herziening / voorwaarden vergunning / overeenkomst inzake aansprakelijkheid / plannen moeten kleiner (LS, SV, D66, RO Het beleidskader is op 28 april 2020 vastgesteld, daarna de openstellingsronde en daarin is de omvang van de plannen voor het geselecteerde gebied bepaald (maximaal 50 hectare). Er is door het college gelegenheid geboden te reageren op de kaders van de openstellingsronde. Hiervan is zowel inhoudelijk als procedureel geen gebruik van gemaakt. Daarmee is de omvang van de plannen nu geen onderwerp van besluitvorming meer. De raad wordt bij principebesluiten altijd in de gelegenheid gesteld wensen en bedenkingen naar voren te brengen. Dit gebeurt schriftelijk en binnen twee weken. Deze lijn is ook in deze procedure gevolgd. Hierbij is nog geen definitief standpunt ingenomen door het college over de ingediende plannen. Het voorlopig oordeel is voor wensen en bedenkingen aan uw raad voorgelegd. Op dit moment is er geen sprake van formele besluitvorming, maar van een principemedewerking c.q. conceptaanvraag. Na uitwerking van een eventuele principemedewerking tot een formele aanvraag omgevingsvergunning dan wel verzoek tot herziening van het bestemmingsplan wordt de formele procedure ingezet.

Hiervoor geldt dat de gemeenteraad bevoegd is tot geven van een verklaring van (geen) bedenkingen (bij een omgevingsvergunning) of bevoegd is tot vaststelling van een bestemmingsplan. Formele besluitvorming door de gemeenteraad is daarom nu nog niet aan de orde. Voor wat betreft de vervolgprocedure geldt dat de initiatiefnemer vrij is in diens keuze voor een aanvraag omgevingsvergunning (uitgebreide procedure) dan wel een verzoek tot herziening van het bestemmingsplan. De keuze voor het instrument is aan de initiatiefnemer en kan niet door de gemeente worden bepaald. Tot slot wordt opgemerkt dat er nog geen sprake is van voorwaarden aan vergunning of bestemmingsplanregels, er is ook nog geen sprake van een overeenkomst. Wel merken wij nu al op dat het niet ruimtelijk relevant is bij wie het eigendom van de zonnevelden berust (al dan niet (op termijn) verkopen). Evenmin is het ruimtelijk relevant hoe de zonnevelden verzekerd worden (brandschade, aansprakelijkheid). Dit neemt niet weg dat initiatiefnemers zich hiervan bewust zijn en zich hiervoor verzekeren. Streven 50% coöperatief -> verplichting 50% (SV, D66) milieucoöperaties betrekken (RO) Voor wat betreft het percentage geldt dat in het beleidskader een ‘streven’ is opgenomen. Daarmee is een ander percentage of het laten vervallen van de term ‘streven’ nu niet meer aan de orde.

Tot slot wordt geadviseerd om ook (andere) milieucoöperaties te betrekken. Het is niet duidelijk wat met milieucoöperaties wordt bedoeld. Voor zover bedoeld is te zeggen andere energiecoöperaties is het juist dat deze mogelijkheid bestond en bestaat. Niet afwijken ontwerpcriteria, meer aandacht nodig (LS, SV, RO De initiatiefnemers hebben de aflopen periode op verschillende momenten overleg gevoerd met direct omwonenden en belangstellenden. Daaruit is gevolgd dat er meer draagvlak is voor de plannen wanneer deze worden ingepast. Het is voor de initiatiefnemers, mede gelet op de standpunten van college en raad, belangrijk dat er draagvlak is. Zij hebben er daarom voor gekozen af te wijken van de ontwerpcriteria en de wensen van de omwonenden te volgen. Het college heeft – mede gelet op de vele dialogen in de commissie Fysiek over draagvlak – begrip voor deze aanpak. Dit neemt overigens niet weg dat daarmee het uitgangspunt voor het landschappelijk raamwerk is verlaten. Dit kan en zal op een andere manier worden ingevuld. Het afwijken van de ontwerpcriteria is daarmee geen gunst voor de initiatiefnemers, maar een handreiking aan de omwonenden.

CONCEPT

De wijze van inpassing en aansluiting op het landschappelijk raamwerk moet nog verder worden uitgewerkt in overleg met de landschapsdeskundigen van de gemeente. Nieuwe LKM Module ontwikkelen (LS) Er wordt een nieuwe LKM module ontwikkeld, zoals ook is aangekondigd in onze raadsinformatiebrief. De aanvulling op de bestaande LKM-beleidsregel wordt op korte termijn aan het college ter besluitvorming aangeboden. Communicatie door gemeente aan omwonenden en inwoners (SV De communicatie in deze fase van de planvorming is niet door de gemeente opgepakt, maar – zoals bij eidere omgevingsdialoog – door de initiatiefnemers. Er is vanuit de gemeente telkens inzicht gegeven in de procedurestappen, behandeling in de college- of commissievergaderingen en alle e-mailberichten met vragen zijn beantwoord. Ter voorbereiding op de raadsvergadering zijn met direct aanwonenden gesprekken gevoerd in aanwezigheid van de wethouder. Enerzijds om informatie te geven over het proces en anderzijds de gelegenheid te bieden hun zorgen te uiten en procedurele vragen te stellen. Daarnaast hebben we op 2 en 3 augustus jl. samen met onze landschapsdeskundige en de initiatiefnemers een toelichting gegeven aan direct aanwonenden en belangstellenden die zich al eerder gemeld hebben, op de laatste wijzigingen die in de plannen zijn aangebracht.

De mensen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren en om vragen te stellen over de ontwikkeling en uitvoering van de plannen. Zonneladder / landbouwgrond (D66, RO Het nationale Klimaatakkoord bevat de algemene doelstelling om de CO2 uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990 met 95% te reduceren. Naast energiebesparing betekent dit ook de transitie van fossiele energiebronnen zoals aardgas en aardolie naar onder andere zonne- en windenergie. Ook in de gemeente Leudal dient daarom grootschalig hernieuwbare elektriciteit opgewekt te worden. Wanneer zonnepanelen op alle geschikte gebouwen in Leudal liggen en dit wordt opgeteld bij de huidige capaciteit van de bestaande en vergunde windmolens, wekken deze alsnog slechts een deel van de toekomstige energievraag in 2050 op. Dit blijkt uit een voorlopige berekening die wij in het kader van de totstandkoming van het beleidskader duurzame energie hebben laten maken en verder uit de inhoud van de Regionale Energie Strategie. Deze RES bepaalt immers de opgave voor de opwek van hernieuwbare energie in Midden- en Noord Limburg. Uit de gemaakte berekening blijkt dat zelfs als alle daarvoor geschikte daken vol panelen worden gelegd er circa 100 ha. zonnevelden en 17 windmolens nodig zijn om te voldoen aan de klimaatopgave. Voor de restvraag is daarom aanvullend grootschalige opwek nodig.

Dit kan via grondgebonden zonnevelden en aanvullende windturbines, want dit zijn bewezen technologieën die binnen afzienbare termijn in Leudal te realiseren zijn. Er worden 3 sporen gevolgd:  Energie besparen (wat je niet gebruikt hoef je niet op te wekken)  Duurzame energie opwekken o kleinschalig bij particulieren (zon op daken) o grootschalig door middel van zonnevelden/windmolens  Veranderen van energiebron (warmtetransitie) ipv aardgas naar elektriciteit/warmtenet/… Gelet op het bovenstaande wordt de zonneladder wel gevolgd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=b883d89e-d688-4005-9320-33156ab7a521