CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Uitvoeringsovereenkomst Statuten Stichting BIZ Centrummanagement Leudal

Commissievergadering Bestuur en middelen 19 oktober 2022, gemeente LeudalBij agendapunt: BIZ- verordening winkelgebied Heythuysen 2023 - 20273.658 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BLAD - 1 -

OPRICHTING STICHTING

Heden, achttien juni tweeduizend vijftien, verscheen voor mij, mr. Marco_____ Cornelus Hendrikus Rijk, notaris te Roermond: _________________________ de heer Henricus Hubertus Jozef Stakenborg, wonende te 6093 GN _______ Heythuysen, gemeente Leudal, Zadelmakerslaan 21, geboren te Roermond op zeven januari negentienhonderd negen en veertig, van Nederlandse _________ nationaliteit, zich legitimerende met Nederlandse identiteitskaart nummer _____ IRH71K1K3, afgegeven te Leudal op dertig december tweeduizend tien, ______ gehuwd, ________________________________________________________ te dezen handelende: _____________________________________________ a. in zijn hoedanigheid van secretaris van na te noemen vereniging: ________ b. als gevolmachtigde van de vereniging genaamd: Vereniging van _______ Zelfstandige Ondernemers Heythuysen, met zetel te Heythuysen, ____ kantoorhoudende te 6093 GN Heythuysen, Zadelmakerslaan 21 ________ (correspondentie-adres: Postbus 3033, 6093 ZG Heythuysen), __________ welke stichting is ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van __ Koophandel, onder nummer: 40176833, ___________________________ van welke volmacht blijkt uit een aan deze akte te hechten volmacht, _____ waarvan mij, notaris, genoegzaam is gebleken.

______________________ De comparant, handelende als gemeld, verklaarde hierbij een stichting in het __ leven te roepen en daarvoor de volgende statuten vast te stellen ____________ ------------------------------------- STATUTEN: ______________________________ NAAM EN ZETEL _______________________________________________ ARTIKEL 1 ____________________________________________________ ______ 1. De stichting draagt de naam: Stichting BIZ Centrummanagement _____________________________________________________ Leudal. 2. De stichting heeft haar zetel te Heythuysen, gemeente Leudal. _________ DOEL EN MIDDELEN ____________________________________________ ARTIKEL 2 ____________________________________________________ 1. De stichting heeft ten doel: ______________________________________ het uitvoeren van activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, die _ zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de ___ bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ___ ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone in het winkelgebied van ___ Heythuysen, gemeente Leudal, als bedoeld in de Wet op de ____________ bedrijveninvesteringszones; _____________________________________ 2.

De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het sluiten van een of meerdere overeenkomst(en) met de gemeente Leudal, als ____ bedoeld in artikel 7, derde lid, van de Wet op de _____________________ bedrijveninvesteringszones, waarin is bepaald dat de subsidie-ontvanger __ verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie wordt _______ verstrekt. ____________________________________________________ 3. Het gebied als bedoeld in lid 1 van dit artikel is aangegeven op de bij deze _____ statuten behorende en hiervan onderdeel uitmakende gebiedskaart, hierna te noemen: "de BI-zone", welke kaart aan deze akte wordt gehecht. ARTIKEL 3 ____________________________________________________ 21501337.01 / JP / 1

BLAD - 2 -

___________________________________________________ VERMOGEN 1. Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door: ______________ a. subsidie van de gemeente Leudal verleend op grond van artikel 7 van _ de Wet op de bedrijveninvesteringszones;_______________________ b. overige subsidies en donaties; ________________________________ c. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten; _____________ d. hetgeen op andere wijze verkregen wordt. ______________________ 2. De stichting mag geen uitkeringen doen aan een oprichter of aan een ____ bestuurder. __________________________________________________ Hieronder wordt mede begrepen het toekennen van enig voordeel ten ____ laste van de stichting, hetzij rechtstreeks, hetzij middellijk, uit hoofde van __ aan de stichting geleverde goederen of diensten. ____________________ ARTIKEL 4 ____________________________________________________ BESTUUR: SAMENSTELLING, BENOEMING, ONTSLAG EN SCHORSING 1. Het bestuur bestaat uit minimaal drie en maximaal negen personen. _____ Twee/derde van de bestuursleden dient te behoren tot de kring van ______ bijdrageplichtigen. _____________________________________________ 3. De bestuurders worden benoemd, geschorst en ontslagen door het ______ bestuur. In afwijking van het bepaalde in de vorige zin, wordt het eerste ___ bestuur van de stichting aangesteld bij deze akte.

____________________ Het besluit tot ontslag van een bestuurder wordt genomen met twee/derde meerderheid van stemmen in een vergadering waarin drie/vierde van alle _ bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, waarbij het bestuurslid _ die het betreft zelf geen stem heeft maar wel de gelegenheid krijgt om zijn _ standpunt toe te lichten. ________________________________________ In vacatures moet zo spoedig mogelijk worden voorzien. _______________ 4. Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, secretaris en een ________ penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ___ door één persoon worden vervuld. ________________________________ ______ 5. De bestuurders worden benoemd voor een periode van vier jaar. Zij treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Een volgens _ het rooster afgetreden bestuurder is onmiddellijk herbenoembaar. De in ___ een tussentijdse vacature benoemde bestuurder neemt op het rooster van aftreden de plaats in van degene in wiens vacature hij werd benoemd. ____ 6. Ingeval van één of meer vacatures in het bestuur behoudt het bestuur zijn _ bevoegdheden. _______________________________________________ 7. De bestuurders ontvangen geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij __ hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van ___ hun functie gemaakte kosten.

____________________________________ 8. Ten hoogste de helft van het aantal bestuurders mag met een andere ____ bestuurder een familieband hebben. Onder familieband wordt verstaan ___ bloed- of aanverwantschap tot en met de vierde graad en de hoedanigheid van echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel. ___________ ARTIKEL 5 ____________________________________________________ BESTUUR: TAKEN EN BEVOEGDHEDEN ___________________________ 1. Behoudens beperkingen volgens deze statuten is het bestuur belast met __ het besturen van de stichting. Iedere bestuurder is tegenover de stichting _ gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. ____ 2. Het bestuur kan zich in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door een of meer commissies en/of adviseurs, alsmede andere (vrijwillige) ________ medewerkers. ________________________________________________ 21501337.01 / JP / 1

BLAD - 3 -

___ Zij worden benoemd, geschorst en ontslagen door het bestuur, hetwelk tevens hun taak, werkwijze en eventueel beloning vaststelt en regelt of en _ in hoeverre zij de stichting kunnen verbinden, volgens zonodig bij ________ afzonderlijk door het bestuur vast te stellen reglement of door deze vast te stellen regels. ________________________________________________ 3. De onderlinge verdeling van taken en bevoegdheden, de werkwijze en de _ overige aspecten ten aanzien van het functioneren van het bestuur en zijn _ individuele leden worden zonodig nader geregeld in een _______________ bestuursreglement. Het bepaalde in artikel 10 is hierop van toepassing. ___ 4. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die __ voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een __________ administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en _ andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde __ de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. ____ 5.

Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten _ tot het verkrijgen, vervreemden of bezwaren van registergoederen en tot __ het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of ___ hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of __ zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. _______ ARTIKEL 6 ____________________________________________________ BESTUUR: VERTEGENWOORDIGING ______________________________ 1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting. __________________________ 2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan twee ______ gezamenlijk handelende bestuursleden, waaronder ten minste de _______ voorzitter. ___________________________________________________ 3. De in beide vorige leden van dit artikel opgenomen bevoegdheid van het __ bestuur en bestuurders tot vertegenwoordiging van de stichting bestaat ___ ook indien tussen de stichting en één of meer bestuurders een __________ _____________________________________ tegenstrijdig belang bestaat. 4. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel _______ doorlopende volmacht aan één of meer bestuurders en/of aan anderen, ___ zowel gezamenlijk als afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van _ die volmacht te vertegenwoordigen.

_______________________________ ARTIKEL 7 ____________________________________________________ BESTUUR: BIJEENROEPING, BESLUITVORMING IN EN BUITEN _______ VERGADERING ________________________________________________ 1. De voorzitter alsmede ten minste twee van de overige bestuurders _______ gezamenlijk zijn bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te ______ roepen. _____________________________________________________ 2. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur geschiedt door de in het voorgaande lid bedoelde personen, dan wel namens hen door de ___ secretaris, schriftelijk, met inachtneming van een termijn van ten minste ___ zeven dagen, de dag van bijeenroeping en die van de vergadering niet ___ meegerekend, onder opgave van de dag, het aanvangstijdstip en de _____ plaats van de vergadering alsmede van de te behandelen onderwerpen ___ (agenda). Op de agenda worden gebracht de onderwerpen die door één __ of meer bestuurders ten minste veertien dagen voor de dag van de ______ _ vergadering schriftelijk aan het bestuur zijn opgegeven. De bestuurder die _____ voor het bijeenroepen van vergaderingen een adres aan de stichting bekend heeft gemaakt kan tot de vergaderingen van het bestuur worden __ 21501337.01 / JP / 1

BLAD - 4 -

3.

4.

5.

6.

7.

8.

opgeroepen door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht. ______________________________ De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te _____ bepalen door degene die de vergadering bijeenroept, dan wel doet ______ bijeenroepen, behoudens het volgende. Het bestuur kan in het __________ bestuursreglement dan wel bijzonder daartoe strekkend besluit bepalen in _ welke plaats(en) de bestuursvergaderingen kunnen worden gehouden. ___ Indien werd gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige ____ leden kan het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ___ niet aan de vergadering deelnemende bestuurders vóór het tijdstip van de _ vergadering schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen besluitvorming te _ verzetten. Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een ___ langs elektronische weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar ______ bericht aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en ___ aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt. ________________________ Een bestuurder kan aan een andere bestuurder schriftelijk volmacht _____ verlenen om zich ter vergadering te doen vertegenwoordigen. Een _______ elektronisch vastgelegde volmacht geldt als een schriftelijke volmacht.

____ Een bestuurder kan slechts één medebestuurder ter vergadering ________ vertegenwoordigen. ___________________________________________ Het bestuur kan bepalen dat bestuurders hun vergaderrechten kunnen ___ uitoefenen door middel van een elektronisch communicatiemiddel. Als het _ bestuur daartoe besluit gelden de volgende vereisten: _________________ de bestuurder die op deze wijze aan de vergadering deelneemt moet _ via het elektronisch communicatiemiddel kunnen worden ___________ geïdentificeerd; ___________________________________________ deze bestuurder moet rechtstreeks kunnen kennisnemen van de _____ beraadslagingen ter vergadering en daaraan kunnen deelnemen; ____ hij moet het stemrecht kunnen uitoefenen. ______________________ ___ Het bestuur kan (verdere) voorwaarden stellen aan het gebruik van het elektronisch communicatiemiddel. Als het bestuur van deze bevoegdheid _ gebruik heeft gemaakt, worden de gestelde voorwaarden bij de oproeping _ tot de vergadering bekend gemaakt. ______________________________ De bestuurder die via een elektronisch communicatiemiddel aan een _____ vergadering deelneemt geldt als in de vergadering aanwezig. ___________ In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem ____ behoudens de hierna opgenomen bepaling omtrent de doorslaggevende __ stem van de voorzitter.

_________________________________________ Voor zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, _ worden de besluiten door het bestuur genomen met volstrekte __________ meerderheid van de uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten _ minste de helft van de bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is. _____ Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. ____ Indien bij een stemming over de benoeming van personen kan worden ___ gekozen tussen meer dan twee personen en daarbij door niemand een ___ volstrekte meerderheid is verkregen, wordt herstemd tussen de twee _____ personen, die het grootste aantal stemmen verkregen, zonodig na _______ tussenstemming over personen die een gelijk aantal stemmen verkregen. _ _____ Indien voor het nemen van een besluit wordt vereist dat een bepaald aantal bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is en dit aantal niet ter __ vergadering aanwezig of vertegenwoordigd was, dan kan na die _________

21501337.01 / JP / 1

BLAD - 5 -

__ vergadering een nieuwe vergadering worden bijeengeroepen, te houden niet eerder dan drie en niet later dan zes weken na de eerste vergadering. In de nieuwe vergadering kan hetzelfde besluit worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders, met ten minste __ de voor dat besluit voorgeschreven meerderheid van stemmen. Indien ____ werd gehandeld in strijd met dit voorschrift, kan het bestuur niettemin _____ rechtsgeldig besluiten, mits alle bestuurders in de vergadering aanwezig __ of vertegenwoordigd zijn en mits met de voor het besluit voorgeschreven __ meerderheid van stemmen. _____________________________________ 9. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten ____ nemen, mits alle bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit _ is dan genomen als de vereiste meerderheid van de bestuurders zich vóór het voorstel heeft verklaard. Onder een schriftelijke verklaring wordt mede _ begrepen een langs elektronische weg toegezonden leesbaar en ________ reproduceerbaar bericht aan het adres dat het bestuur voor dit doel heeft _ vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft gemaakt. Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de ___________ eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die ______ vergadering wordt vermeld.

De uitgebrachte schriftelijke stemmen worden _ bij deze notulen gevoegd. _______________________________________ ARTIKEL 8 ____________________________________________________ LEIDING VAN DE VERGADERINGEN, NOTULEN _____________________ 1. De voorzitter, of diens waarnemer, leidt de vergaderingen van het bestuur; bij hun afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding. _________ 2. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen _ in de vergaderingen worden gehouden. Als echter één of meer__________ bestuurders dit vóór de stemming verlangen, zullen stemmingen over de __ benoeming van personen schriftelijk geschieden en stemmingen over ____ zaken hoofdelijk. ______________________________________________ _ 3. Het door de voorzitter in de vergadering uitgesproken oordeel omtrent de ___ uitslag van een stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet _______ schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van __ het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een __ nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid van de vergadering of, ___ indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk _________ geschiedde, een bestuurder dit verlangt.

Door deze nieuwe stemming ____ vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming. __________ 4. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen _ gehouden door de secretaris of door de daartoe door de voorzitter van de _ vergadering aangewezen persoon, tenzij in opdracht van het bestuur _____ daarvan een notarieel proces-verbaal wordt opgemaakt. De notulen ______ worden - nadat zij zijn vastgesteld - door de voorzitter en de secretaris ____ ondertekend. _________________________________________________ ARTIKEL 9 ____________________________________________________ BOEKJAAR; VERSLAGGEVING ___________________________________ 1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar. ____________ 2. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen vier maanden na afloop van het ___ _ boekjaar de balans en de staat van baten en lasten van de stichting op te ______ maken en op papier te stellen, behoudens een verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden op grond van bijzondere __________ 21501337.01 / JP / 1

BLAD - 6 -

_____________________________________________ omstandigheden. 3. De jaarrekening en het jaarverslag worden uiterlijk binnen een maand na __ de in lid 2 bedoelde termijn door het bestuur vastgesteld. De jaarrekening _ en het jaarverslag worden door de bestuurders ondertekend. ___________ Ontbreekt de handtekening van één of meer van hen dan wordt daarvan __ onder opgave van reden melding van gemaakt. ______________________ 4. In een vergadering te houden vóór de afloop van het boekjaar stelt het ___ bestuur een begroting voor het volgende boekjaar vast voor de uitvoering _ van de activiteiten in het daaropvolgende jaar. Na het eerste jaar dient het _ bestuur tevens jaarlijks een rekening en verantwoording op te stellen over _ de uitgaven voor de uitvoering van de activiteiten van de stichting in het ___ voorafgaande jaar. ____________________________________________ 5. Het bestuur stelt een beleidsplan vast en actualiseert dit beleidsplan _____ periodiek. ___________________________________________________ Het beleidsplan geeft ten minste inzicht in de door de stichting te ________ verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer _ van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan. ___________ 6.

De stichting draagt er zorg voor dat alle bijdrageplichtigen kosteloos _____ kennis kunnen nemen van de begroting en de rekening en _____________ verantwoording. De stichting verschaft iedere bijdrageplichtige op zijn ____ verzoek kosteloos inzage in specifieke uitgaven. _____________________ ARTIKEL 10 ___________________________________________________ REGLEMENTEN ________________________________________________ 1. Voor zover de statuten en/of de wet niet anders bepalen kan het bestuur __ één of meer reglementen vaststellen waarin wordt opgenomen al hetgeen _ naar zijn oordeel regeling of nadere regeling behoeft. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop het van kracht __ wordt, welke datum niet kan zijn gelegen vóór die waarop het besluit werd _ genomen. ___________________________________________________ __ Voor zover de statuten en/of de wet niet anders bepalen kan het bestuur ___________________________ elk reglement wijzigen en ook intrekken. Een besluit van het bestuur tot vaststelling van een reglement, tot wijziging of tot intrekking daarvan, kan slechts worden genomen met een _________ meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in __ een vergadering waarin ten minste drie/vierde van de bestuurders _______ aanwezig of vertegenwoordigd is._________________________________ 2.

Bepalingen opgenomen in een reglement die strijdig zijn met de wet of ___ met deze statuten, zijn niet bindend. ______________________________ ARTIKEL 11 ___________________________________________________ STATUTENWIJZIGING ___________________________________________ 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen met inachtneming van de __ Wet op de bedrijveninvesteringszones. ____________________________ 2. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts worden genomen met een ____ meerderheid van ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen in __ een vergadering waarin ten minste drie/vierde van de bestuurders _______ aanwezig of vertegenwoordigd is._________________________________ 3. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een voorstel tot ____________ statutenwijziging zal worden gedaan, dient dit steeds te worden vermeld. __ _____ Bij die oproeping dient de tekst van het voorstel te worden gevoegd. De termijn van de oproeping bedraagt in dit geval ten minste twee weken. _ 4. Indien werd gehandeld in strijd met enig vereiste gesteld in het vorige lid, _ 21501337.01 / JP / 1

BLAD - 7 -

_ kan het bestuur niettemin rechtsgeldig tot statutenwijziging besluiten, mits __ alle bestuurders in de vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn en mits met de in lid 2 van dit artikel voorgeschreven meerderheid van ______ stemmen. ___________________________________________________ 5. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde __ tijdstip, maar niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is ________ opgemaakt. __________________________________________________ Bestuurders die bevoegd zijn tot vertegenwoordiging van de stichting zijn _ tevens bevoegd deze akte te doen verlijden. ________________________ Het bestuur kan één of meer bestuurders en/of anderen, zowel _________ gezamenlijk als afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te ___ doen verlijden. _______________________________________________ Een verleende machtiging sluit, tenzij daarin anders is vermeld, de _______ bevoegdheid in tot het verlenen van opdracht aan de notaris. ___________ 6. De bestuurders zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en __ een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het handelsregister.

_______________________________ ARTIKEL 12 ___________________________________________________ FUSIE; SPLITSING; OMZETTING __________________________________ Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van Titel 7 van ___ Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk __ Wetboek, is het bepaalde in artikel 11 leden 1, 2, 3 en 4 zoveel mogelijk van __ overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet. ___________ ARTIKEL 13 ___________________________________________________ ONTBINDING EN VEREFFENING __________________________________ 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. ____________________ Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 11, leden 1, 2, 3 en _ 4 van overeenkomstige toepassing. _______________________________ __ 2. Het bestuur kan bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vaststellen van een eventueel batig saldo. Deze bestemming dient zoveel mogelijk in _ overeenstemming te zijn met het doel van de stichting. ________________ Indien en voor zover het bestuur bij het besluit tot ontbinding de _________ bestemming van het saldo niet heeft vastgesteld, berust de bevoegdheid __ hiertoe bij de na te melden vereffenaars, die het bepaalde in de vorige zin _ hierbij in acht nemen.

__________________________________________ 3. De vereffening geschiedt door de bestuurders, tenzij bij het besluit tot ____ ontbinding één of meer van hen tot vereffenaar zijn benoemd en/of één of _ meer andere vereffenaars zijn benoemd. ___________________________ Indien de bestuurders de vereffenaars zijn, kunnen zij, bij besluit genomen met één meerderheid van ten minste twee/derde van hun aantal, steeds __ één of meer van hen met de verdere vereffening belasten dan wel in hun __ plaats en/of naast hen één of meer anderen. ________________________ 4. De vereffenaars dragen er zorg voor dat van de ontbinding inschrijving ___ geschiedt in het handelsregister. _________________________________ 5. Blijkt aan de vereffenaars dat de schulden van de stichting de baten _____ vermoedelijk zullen overtreffen dan doen zij aangifte tot faillietverklaring, __ tenzij alle bekende schuldeisers schriftelijk instemmen met voortzetting ___ ____________________________ van de vereffening buiten faillissement. 6. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot ________ vereffening van haar vermogen nodig is. ___________________________ 21501337.01 / JP / 1

BLAD - 8 -

_ Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel ___________________________________________ mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan ___ haar naam de woorden ‘in liquidatie’ worden toegevoegd. ______________ 7. De stichting houdt op te bestaan op het tijdstip waarop geen aan haar dan _ wel aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn. De _________ vereffenaars doen van het ophouden te bestaan van de stichting opgave __ aan het handelsregister. ________________________________________ 8. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden en andere _ gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet __ bepaalde termijn onder berusting van de bij het besluit tot ontbinding, dan _ wel, bij gebreke daarvan, door de vereffenaars aangewezen persoon. ____ Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven aan het handelsregister. ___________________________________________ SLOTVERKLARINGEN __________________________________________ Tenslotte is door de oprichter verklaard: _______________________________ 1. Het aantal bestuurders is vastgesteld op drie. _______________________ Benoemd zijn tot bestuurder in de achter hun naam vermelde functie: ____ a.

de heer Robertus Carolus Maria Petronella Reijnders, wonende te _ 6093 JH Heythuysen, gemeente Leudal, In de Neerakker 25, geboren _ te Roermond op tien januari negentienhonderd zeven en zestig, van __ Nederlandse nationaliteit, Nederlands paspoort nummer: ___________ NP667BLH4, gehuwd: als voorzitter; ___________________________ b. de heer Henricus Antonius van der Steen, wonende te 6093 GB ___ Heythuysen, gemeente Leudal, Sint Antoniusstraat 35, geboren te ___ Veghel op vier februari negentienhonderd vier en zeventig, van ______ Nederlandse nationaliteit, Nederlands rijbewijs nummer: 4483231110, _ gehuwd met mevrouw Maria Henrica Anna Verstappen: als _________ secretaris/penningmeester; __________________________________ _____ c. de heer Ivo Michael Charlotte Franssen, wonende te 6093 CD Heythuysen, gemeente Leudal, Oude Trambaan 29, geboren te _____ Grubbenvorst op achttien mei negentienhonderd negen en zestig, van Nederlandse nationaliteit, Nederlands paspoort nummer: ___________ NR4CK0738, gehuwd: als bestuurslid. _________________________ 2. Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op een en dertig december ___ tweeduizend vijftien.

___________________________________________ PARTNERREGISTRATIE __________________________________________ Waar in deze akte de termen ongehuwd of nimmer gehuwd geweest worden __ gebruikt, is daaronder tevens begrepen het niet geregistreerd zijn of het niet __ geregistreerd zijn geweest als partner in de zin van het geregistreerd ________ partnerschap zoals opgenomen in Titel 5a van Boek 1 van het Burgerlijk _____ Wetboek. _______________________________________________________ De comparant is mij, notaris, bekend, en de identiteit van de bij deze akte ____ betrokken comparant/partijen is door mij, notaris, aan de hand van de hiervoor _ gemelde en daartoe bestemde documenten vastgesteld, __________________ WAARVAN AKTE _______________________________________________ in minuut is opgemaakt, verleden te ROERMOND, _______________________ op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. ________________________ ______ De bij deze akte betrokken comparant/partijen hebben tijdig tevoren de gelegenheid gekregen om van de inhoud van deze akte kennis te nemen, dan _ wel hebben zij uitdrukkelijk afstand gedaan van het recht om tijdig tevoren de __ 21501337.01 / JP / 1

BLAD - 9 -

_____ gelegenheid te krijgen om van de inhoud van deze akte kennis te nemen. De zakelijke inhoud van deze akte is aan de comparant medegedeeld en _____ daarop is door mij, notaris, een toelichting gegeven. ______________________ Door mij, notaris, is zo nodig gewezen op de gevolgen die voor partijen of één _ hunner uit de inhoud van de akte kunnen voortvloeien. ___________________ De comparant heeft vervolgens verklaard van de inhoud van deze akte te ____ hebben kennis genomen en daarmee in te stemmen. _____________________ Onmiddellijk na beperkte voorlezing is deze akte door de comparant en mij, __ notaris, ondertekend. _____________________________________________ Volgt ondertekening. VOOR AFSCHRIFT

21501337.01 / JP / 1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=08ca70ee-17f8-418d-a90d-52a379c7c997