CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Statuten SOOL

Raadsvergadering 18 maart 2025, gemeente LeudalBij agendapunt: Oprichting Stichting Openbaar Onderwijs Leudal t.b.v. de instandhouding van OBS Buggenum.5.510 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Dossiernummer: 2024. 0714. 01 Ref: KH - 170125. V3

OPRICHTING STICHTING

Heden @ verschijnt voor mij mr. Karen Anne Hüpler-Hebben notaris te Utrecht: @ te dezen handelend als schriftelijk gevolmachtigde van: de publiekrechtelijk rechtspersoon: Gemeente Leudal gevestigd te gemeente Leudal kantoorhoudende te 6093 HE Heythuysen Leudalplein 1 ingeschreven in het handelsregister onder nummer 50277324. De verschenen persoon handelend als vermeld verklaart bij deze akte een stichting op te richten daartoe de navolgende statuten vast te stellen: STATUTEN BEGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 1. In deze statuten hebben de volgende begrippen de daarachter vermelde betekenis: Akkoord!: de stichting: Stichting Akkoord! primair openbaar ingeschreven in het handelsregister onder nummer 12049896. Code: de Code Goed Bestuur PO 2020 of de daarvoor in de plaats tredende code. college van bestuur: het orgaan van de stichting dat is belast met het statutaire bestuur en de vertegenwoordiging van de stichting. dagen: alle dagen van een week en derhalve niet uitgezonderd algemeen erkende feestdagen of daarmee op grond van de Algemene termijnenwet gelijkgestelde dagen. gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Leudal. MR: de medezeggenschapsraad verbonden aan de stichting ten behoeve van de school die de bevoegdheden heeft als toegekend in de Wet medezeggenschap op scholen en de Wpo.

raad van toezicht: het orgaan van de stichting dat is belast met de functie intern toezicht als bedoeld in artikel 17b Wpo. school/scholen: de door de stichting in stand gehouden openbare school voor primair onderwijs. schriftelijk: een bericht dat is overgebracht bij brief e-mail of enig ander elektronisch communicatiemiddel mits het bericht leesbaar en reproduceerbaar is. statuten: de statuten van de stichting. stichting: de stichting waarvan de interne organisatie wordt beheerst door de statuten te weten de stichting: Stichting Openbaar Onderwijs Leudal. Wpo: de Wet op het primair onderwijs. 2. Verwijzingen naar artikelen zijn verwijzingen naar artikelen van de statuten tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

-

2 -

3.

Met verwijzingen in deze statuten naar ‘hij’ wordt tevens bedoeld te verwijzen naar ‘zij’ alsmede 'hen' of 'die'. Met verwijzingen in deze statuten naar ‘zijn’ (anders dan als werkwoord) of ‘hem’ wordt tevens bedoeld te verwijzen naar ‘haar’ alsmede 'hen' of 'hun'. NAAM , ZETEL. TIJDSDUUR Artikel 2 1. De stichting draagt de naam: Stichting Openbaar Onderwijs Leudal. 2. De stichting is gevestigd in de gemeente Leudal. 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. DOEL. KARAKTER Artikel 3 1. Het doel van de stichting is het geven van openbaar primair onderwijs in de gemeente Leudal overeenkomstig de beginselen van het openbaar onderwijs als bedoeld in artikel 46 Wpo en verder alles wat daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn alles in de meest ruime zin van het woord. 2. De stichting tracht haar doel te bereiken door: a. het doen geven en bevorderen van openbaar onderwijs in de zin van de Wpo; b. het in stand houden van één of meer scholen voor openbaar onderwijs in de zin van de Wpo; c. het stichten en/of overnemen van één of meer scholen voor openbaar onderwijs in de zin van de Wpo en verder door alles wat daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn alles in de meest ruime zin van het woord. 3.

Het openbaar onderwijs draagt overeenkomstig artikel 46 Wpo bij aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. 4. De stichting heeft geen winstoogmerk. ORGANEN Artikel 4 De stichting kent de volgende organen: a. het college van bestuur; b. de raad van toezicht. VERMOGEN Artikel 5 Het tot verwezenlijking van het doel van de stichting bestemde vermogen wordt gevormd door: a. alle ontvangen bijdragen; b. subsidies giften en donaties; c. hetgeen verkregen wordt door erfstellingen of legaten met dien verstande dat erfstellingen slechts kunnen worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving (beneficiaire aanvaarding); d. hetgeen op andere wijze wordt verkregen. ,

,

,

,

,

,

,

,

-

3 -

COLLEGE VAN BESTUUR: SAMENSTELLING. BENOEMING. NEVENFUNCTIES. BELONING Artikel 6 1. De stichting wordt bestuurd door een college van bestuur. Het aantal leden van het college van bestuur is gelijk aan het aantal leden van het college van bestuur van Akkoord!. 2. De leden van college van bestuur worden benoemd door de raad van toezicht met dien verstande dat: a. aan ieder lid van het college van bestuur de kwaliteitseis wordt gesteld dat deze tevens lid van het college van bestuur is van Akkoord!; b. personen die lid van de raad van toezicht van de stichting zijn of de afgelopen vier jaar lid van de raad van toezicht van de stichting zijn geweest kunnen niet tot lid van het college van bestuur worden benoemd; c. een lid van het college van bestuur niet tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder kan vervullen bij een andere onderwijsorganisatie in dezelfde onderwijssector; d. een lid van het college van bestuur niet tegelijkertijd de functie van intern toezichthouder kan vervullen bij een organisatie in een aanpalend onderwijssector in hetzelfde voedingsgebied; e.

een lid van het college van bestuur niet tegelijkertijd een zodanige andere functie kan bekleden waarbij sprake kan zijn van onverenigbaarheid dan wel strijdigheid van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen waaronder in ieder geval begrepen een functie bij een onderwijsadviesbureau. 3. Een lid van het college van bestuur wordt benoemd voor een periode van twee jaar en is onbeperkt herbenoembaar steeds voor een periode van twee jaar. 4. De vaststelling van het salaris en de regeling van de overige arbeidsvoorwaarden van de bestuurder geschiedt door de raad van toezicht waarbij wordt aangesloten bij de voor bestuurders in de sector geldende normen. Het salaris van de leden van het college van bestuur wordt in de jaarrekening van de stichting zichtbaar gemaakt en nader toegelicht. 5. De bestuurder wordt geacht aan de raad van toezicht opgave te doen van diens hoofd- en nevenfuncties waaronder bestuursfuncties commissariaten en adviseurschappen. Deze worden opgenomen in het bestuursverslag. COLLEGE VAN BESTUUR: DEFUNGEREN. ONTSLAG. SCHORSING. ONTSTENTENIS EN BELET Artikel 7 1. Een lid van het college van bestuur defungeert door: a. zijn overlijden; b. zijn vrijwillig aftreden (bedanken); zijn ontslag door de rechtbank; c. d. zijn ontslag door de raad van toezicht; e. het eindigen van de arbeidsrelatie met de stichting; f.

het verlies van het vrije beheer over zijn gehele vermogen; ,

,

,

,

,

,

,

-

4 -

het niet langer voldoen aan (een van) de (kwaliteits)eisen als bedoeld in artikel 6 lid 2 sub a. tot en met sub e. 2. Een lid van het college van bestuur kan te allen tijde door de raad van toezicht worden ontslagen en geschorst. 3. De schorsing vervalt indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd ingaande op de datum waarop het besluit tot verlenging van de schorsing werd genomen. Het lid van het college van bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of de verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan het lid van het college van bestuur zich doen bijstaan door een raadsman. 4. In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij ontstentenis of belet van een lid van het college van bestuur nemen de overblijvende leden dan wel het overblijvende lid van het college van bestuur het gehele college van bestuur waar. Een niet-voltallig college van bestuur blijft volledig bevoegd. 5. In geval van ontstentenis of belet van alle leden van het college van bestuur wordt de stichting tijdelijk bestuurd door een of meer personen die daartoe door de raad van toezicht steeds moeten zijn aangewezen.

Deze persoon kan niet een lid van de raad van toezicht zijn. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden worden de aangewezen personen met een bestuurder gelijkgesteld. Indien alle leden van het college van bestuur ontbreken en de raad van toezicht voor die situatie geen persoon heeft aangewezen dan wel terstond aanwijst kan de gemeenteraad al dan niet op verzoek van een belanghebbende daartoe een of meer personen aanwijzen. 6. Van ontstentenis is sprake als: a. een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd; of b. een lid van het college van bestuur overlijdt. Van belet is in elk geval sprake als een lid van het college van bestuur door: a. schorsing; b. ziekte langer dan één maand; of c. onbereikbaarheid langer dan één maand tijdelijk niet bevoegd of in staat is de aan het lid van het college van bestuur bij of krachtens de wet deze statuten of reglementen van de stichting toegekende taken of bevoegdheden uit te oefenen. COLLEGE VAN BESTUUR: TAAK. BEVOEGDHEDEN Artikel 8 1. Het college van bestuur is belast met het besturen van de stichting. Bij de vervulling van zijn taak richt het college van bestuur zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie waaronder begrepen het belang van de scholen en met bijzondere aandacht voor de leerlingen en de medewerkers en het belang van de samenleving. 2.

Binnen de gezamenlijke verantwoordelijkheid van het college van bestuur kunnen de taken tussen de bestuurders onderling worden verdeeld. Een g.

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

5 -

-

eventuele verdeling van taken bevoegdheden en verantwoordelijkheden kan nader bij bestuursreglement worden vastgelegd. 3. Het college van bestuur maakt jaarlijks een begroting op. Na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht wordt de begroting voor eenendertig december van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft vastgesteld door het college van bestuur. 4. Het college van bestuur is - met inachtneming van artikel 106 Wpo bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt. De in dit lid genoemde besluiten zijn onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 5. Het college van bestuur behoeft naast het bepaalde in lid 4 van dit artikel de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht voor het nemen van besluiten met betrekking tot: a. het vaststellen van het (meerjaren)beleidsplan en de (meerjaren)begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening en het bestuursverslag (jaarverslag); c.

het aangaan van financiële verplichtingen welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het college van bestuur en voor derden kenbaar meegedeeld bedrag; d. het beëindigen van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; e. het ingrijpend wijzigen van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; f. het doen van een aanvraag tot faillissement of surseance van betaling; g. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon; h. het wijzigen van de statuten van de stichting; i. het ontbinden van de stichting waaronder begrepen het besluit tot vaststelling van het batig liquidatiesaldo; j. fusie of splitsing van de stichting waaronder begrepen het besluit tot ondertekening van een voorstel tot fusie of splitsing; k. het stichten alsmede (het aanvaarden van) een bestuursoverdracht samenvoegen of splitsen van een school; l. het opheffen van een school (niet zijnde een nevenvestiging of locatie); m. het wijzigen van het bestuursreglement. COLLEGE VAN BESTUUR: VERGADERING. BESLUITVORMING. TEGENSTRIJDIG BELANG Artikel 9 1. Vergaderingen van het college van bestuur worden gehouden zo vaak de leden van het college van bestuur dat wensen maar ten minste vier keer per ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

-

6 -

jaar. Elk lid van het college van bestuur is bevoegd een vergadering van het college van bestuur bijeen te roepen. 2. Vergaderingen van het college van bestuur zijn openbaar. Het college van bestuur kan besluiten tot een besloten vergadering indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de stichting; het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of c. benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij het college van bestuur anders beslist. 3. Vergaderingen van het college van bestuur kunnen ook worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties of door middel van enig ander communicatiemiddel mits elk deelnemend lid van het college van bestuur door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. 4. Het college van bestuur streeft bij de totstandkoming van de besluitvorming zoveel mogelijk naar consensus. Het college van bestuur kan rechtsgeldige besluiten nemen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen tenzij in de statuten anders staat vermeld. 5. Een lid van het college van bestuur kan zich door een medebestuurder doen vertegenwoordigen.

Ieder lid van het college van bestuur kan één stem uitbrengen. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 6. Het college van bestuur kan ook buiten vergadering (schriftelijk) besluiten voor zover geen van de leden van het college van bestuur zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Het besluit wordt in het verslag van de eerstvolgende vergadering opgenomen. 7. Van het verhandelde in de vergadering worden notulen opgemaakt. Het college van bestuur kan besluiten dat in plaats van notulen een besluitenlijst/actiepuntenlijst wordt opgemaakt. 8. In het geval dat een lid van het college van bestuur een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie dient hij dit te melden aan de overige leden van het college van bestuur en aan de raad van toezicht en hen daarover alle relevante informatie te verschaffen. 9. Het betreffende lid van het college van bestuur dient zich van de beraadslagingen en besluitvorming omtrent de aangelegenheid waarbij het tegenstrijdig belang speelt te onthouden hij heeft ter zake geen stemrecht en evenmin telt hij mee voor een mogelijk quorum dat bij de besluitvorming geldt. 10.

In het geval dat alle leden van het college van bestuur een tegenstrijdig belang hebben neemt de raad van toezicht het besluit. 11. Het college van bestuur draagt zorg voor een zorgvuldige verslaglegging van het besluitvormingsproces indien sprake is van een tegenstrijdig belang. VERTEGENWOORDIGING Artikel 10 ,

,

,

,

,

,

,

,

-

7 -

1.

De stichting wordt vertegenwoordigd door het college van bestuur. Voorts is ieder lid van het college van bestuur zelfstandig bevoegd de stichting te vertegenwoordigen. 2. Het college van bestuur is bevoegd aan anderen volmacht te verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. RAAD VAN TOEZICHT: SAMENSTELLING. BENOEMING. NEVENFUNCTIES. BELONING Artikel 11 1. Het aantal leden van de raad van toezicht is gelijk aan het aantal leden van de raad van toezicht van Akkoord!. 2. De leden van de raad van toezicht worden benoemd door de gemeenteraad met dien verstande dat: a. aan ieder lid van de raad van toezicht de kwaliteitseis wordt gesteld dat deze tevens lid van de raad van toezicht is van Akkoord!; b. de oudergeleding van de MR in de gelegenheid wordt gesteld een bindende voordracht te doen voor ten minste een derde doch geen meerderheid van het aantal zetels in de raad van toezicht; c. de leden van de raad van toezicht die niet met inachtneming van de bindende voordracht als bedoeld in lid 2 sub b. van dit artikel worden benoemd op voordracht van de raad van toezicht worden benoemd. 3. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Een lid van de raad van toezicht kan één keer herbenoemd worden voor een periode van ten hoogste vier jaar met inachtneming van het bepaalde in lid 2 van dit artikel. 4.

De leden van de raad van toezicht hebben recht op vergoeding van de door hen in uitoefening van hun functie gemaakte kosten en ontvangen voor hun werkzaamheden voor de stichting een vergoeding in lijn met de in het primair onderwijs vigerende wet- en regelgeving. De hiervoor omschreven vergoedingen worden in de jaarrekening van de stichting zichtbaar gemaakt en toegelicht. 5. Een lid van de raad van toezicht wordt geacht opgave te doen aan de overige leden van de raad van toezicht van diens hoofd- en nevenfuncties waaronder bestuursfuncties commissariaten en adviseurschappen. Deze worden opgenomen in het bestuursverslag. RAAD VAN TOEZICHT: DEFUNGEREN. ONTSLAG. SCHORSING. ONTSTENTENIS EN BELET Artikel 12 1. Een lid van de raad van toezicht defungeert door: a. zijn overlijden; b. zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. zijn ontslag door de gemeenteraad; d. het verlies van het vrije beheer over zijn gehele vermogen; e. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij was benoemd; f. het niet langer voldoen aan de kwaliteitseis als bedoeld in artikel 11 lid 2 sub a. 2. De gemeenteraad is - na overleg met de raad van toezicht - te allen tijde bevoegd een lid van de raad van toezicht te ontslaan dan wel te schorsen. ,

,

,

,

,

,

-

8 -

3.

De schorsing van het lid van de raad van toezicht vervalt indien de gemeenteraad niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of verlenging van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden verlengd. 4. In de situaties van ontslag en schorsing als bedoeld in lid 2 en lid 3 van dit artikel wordt het betrokken lid van de raad van toezicht in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de gemeenteraad en de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen laten bijstaan door een raadsman. 5. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Bij ontstentenis of belet van een lid van de raad van toezicht nemen de overblijvende leden van de raad van toezicht de volledige taken van de raad van toezicht waar. Een niet-voltallige raad van toezicht blijft volledig bevoegd. 6. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht wordt het toezicht tijdelijk uitgeoefend door een of meer personen die daartoe door de raad van toezicht steeds moeten zijn aangewezen. Indien alle leden van de raad van toezicht ontbreken en de raad van toezicht voor die situatie geen persoon heeft aangewezen dan wel terstond aanwijst kan de gemeenteraad al dan niet op verzoek van een belanghebbende daartoe een of meer personen aanwijzen. 7. Van ontstentenis is sprake als: a.

een vacature ontstaat door aftreden of ontslag waarbij geen directe opvolger is benoemd; of b. een lid van de raad van toezicht overlijdt. Van belet is in elk geval sprake als een lid van de raad van toezicht door: a. schorsing; b. ziekte langer dan twee maanden; of c. onbereikbaarheid langer dan twee maanden tijdelijk niet bevoegd of in staat is de aan een lid van de raad van toezicht bij of krachtens de wet deze statuten of reglementen van de stichting toegekende taken of bevoegdheden uit te oefenen. RAAD VAN TOEZICHT: TAAK. BEVOEGDHEDEN Artikel 13 1. De raad van toezicht heeft tot taak integraal toezicht te houden op het beleid van het college van bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting. Daaronder wordt in ieder geval verstaan: a. het verlenen van goedkeuring aan de besluiten van het college van bestuur als genoemd in deze statuten; b. het toezien op de naleving door het college van bestuur van wettelijke verplichtingen de Code en de afwijkingen van de Code; c. het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de stichting verkregen op grond van de Wpo; d. het in overleg met het college van bestuur aanwijzen van een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 BW die verslag uitbrengt aan de raad van toezicht; e. het jaarlijks afleggen van verantwoording over de uitvoering van de ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

-

9 -

taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor onder a. tot en met d. omschreven in het jaarverslag. 2. De raad van toezicht staat het college van bestuur met raad terzijde. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie. 3. Het college van bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen. De raad van toezicht vergaart zelf tijdig en actief voor het uit te oefenen toezicht relevante informatie bij daarvoor relevante personen en partijen. De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken bescheiden overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; daartoe hebben de leden raad van toezicht te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 4. De raad van toezicht hanteert een toezichtkader waarin doelstellingen en indicatoren voor het eigen toezicht zijn opgenomen. 5. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen na in kennisstelling van het college van bestuur. 6.

De raad van toezicht legt verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden als hiervoor genoemd in het bestuursverslag van de stichting. 7. De raad van toezicht kan een reglement raad van toezicht vaststellen waarin nadere regels over de werkwijze van de raad van toezicht kunnen worden opgenomen. RAAD VAN TOEZICHT: VERGADERING. BESLUITVORMING. TEGENSTRIJDIG BELANG Artikel 14 1. De raad van toezicht vergadert ten minste vier keer per jaar en zo vaak als een lid van de raad van toezicht of het bestuur dit wenselijk acht. 2. De bijeenroeping van een vergadering geschiedt door de voorzitter van de raad van toezicht dan wel namens deze door een door hem aan te wijzen persoon en wel schriftelijk onder opgaaf van de te behandelen onderwerpen op een termijn van ten minste vijf dagen de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend. Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied of onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld dan wel de bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan vijf dagen is besluitvorming niettemin mogelijk mits ter vergadering alle in functie zijnde leden van de raad van toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn. 3. De vergaderingen van de raad van toezicht worden geleid door de voorzitter van de raad van toezicht.

Bij afwezigheid van de voorzitter voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 4. Van de leden van de raad van toezicht wordt verwacht dat zij waar mogelijk besluiten op basis van consensus. De raad van toezicht kan rechtsgeldige ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

-

10 -

besluiten nemen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen tenzij in de statuten anders staat vermeld. In de vergaderingen van de raad van toezicht kunnen slechts besluiten worden genomen indien meer dan de helft van het aantal leden van de raad van toezicht ter vergadering in persoon aanwezig dan wel vertegenwoordigd is. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een medelid doen vertegenwoordigen. Een gevolmachtigde kan als zodanig voor één ander lid van de raad van toezicht optreden. Ieder lid van de raad van toezicht kan één stem uitbrengen. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen is het voorstel verworpen. Leden van de raad van toezicht stemmen zonder last en ruggespraak. Vergaderingen van de raad van toezicht zijn openbaar. De raad van toezicht kan besluiten tot een besloten vergadering indien het belang van de openbaarheid niet opweegt tegen: a. het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; b. de economische of financiële belangen van de stichting; c. het belang van voorkoming van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheden betrokken natuurlijke personen dan wel derden. Van een besloten vergadering wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt dat niet openbaar wordt gemaakt tenzij de raad van toezicht anders beslist.

Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen opgesteld door een door de voorzitter van de vergadering aangewezen persoon. In plaats van notulen kan een besluitenlijst en/of actiepuntenlijst worden opgesteld. Vergaderingen van de raad van toezicht kunnen ook worden gehouden door middel van telefonische- of videoconferenties of door middel van enig ander communicatiemiddel mits elke deelnemend lid van de raad van toezicht door alle anderen gelijktijdig kan worden gehoord. De raad van toezicht kan ook buiten vergadering (schriftelijk) besluiten voor zover geen van de leden van de raad van toezicht zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Het besluit wordt in het verslag van de eerstvolgende vergadering van de raad van toezicht opgenomen. In het geval dat een lid van de raad van toezicht een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting en de met haar verbonden organisatie dient hij dit te melden aan de overige leden van de raad van toezicht. Een lid van de raad van toezicht dient zich van de beraadslagingen en besluitvorming omtrent de aangelegenheid waarbij het tegenstrijdig belang speelt te onthouden hij heeft ter zake geen stemrecht en evenmin telt hij mee voor een mogelijk quorum dat bij de besluitvorming geldt.

Indien alle leden van de raad van toezicht een tegenstrijdig belang hebben kan de raad van toezicht niettemin besluiten nemen mits onder schriftelijke vastlegging van de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen. De raad van toezicht draagt te allen tijde zorg voor een zorgvuldige ,

5. 6.

7.

,

8.

9.

,

,

10.

11.

12.

,

,

13.

,

,

14.

-

11 -

verslaglegging van het besluitvormingsproces indien sprake is van een tegenstrijdig belang. BOEKJAAR. JAARSTUKKEN Artikel 15 1. Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar. 2. Het college van bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend. 3. Het college van bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten met bijbehorende toelichting (jaarrekening) van de stichting te maken en op papier te stellen. 4. De jaarrekening wordt gecontroleerd door een door de raad van toezicht te benoemen accountant die daarvan een verslag opstelt. Alvorens de jaarrekening vast te stellen behoeft het college van bestuur de goedkeuring van de raad van toezicht. De jaarrekening wordt door alle leden van het college van bestuur en alle leden van de raad van toezicht ondertekend. Ontbreekt de handtekening van één van hen dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gedaan. 5.

De jaarrekening is openbaar en wordt direct na vaststelling aangeboden aan de gemeenteraad. Het college van bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde boeken bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren. VERANTWOORDING Artikel 16 1. Het college van bestuur brengt jaarlijks - na goedkeuring van de raad van toezicht - aan de gemeenteraad een openbaar verslag uit omtrent zijn werkzaamheden als bedoeld in artikel 391 Boek 2 Burgerlijk Wetboek. Het college van bestuur besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs. Voorts wordt in het verslag vermeld op welke wijze uitvoering wordt gegeven aan de Code en - voor zover mogelijk en van toepassing - gemotiveerd weergegeven op welke onderdelen van de Code in de praktijk wordt afgeweken. 2. Het college van bestuur verschaft de gemeenteraad desgevraagd tijdig alle inlichtingen die de gemeenteraad voor de vervulling van diens taak redelijkerwijs nodig heeft. 3. Het college van bestuur stelt de gemeenteraad desgevraagd in de gelegenheid met hem overleg te voeren over die aangelegenheden die de taak van de gemeenteraad betreffen. STATUTENWIJZIGING Artikel 17 1. Het college van bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de ,

,

,

,

,

,

,

-

12 -

raad van toezicht. Het besluit tot statutenwijziging is voorts onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. 2. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Ieder lid van het college van bestuur is bevoegd deze akte te doen verlijden. 3. Het college van bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. ONTBINDING Artikel 18 1. Het college van bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. Het besluit tot ontbinding is voorts onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad. 2. Tenzij de raad van toezicht anders besluit is het college van bestuur met de vereffening belast. 3. De vereffenaars dragen er zorg voor dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het op het kantoor van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 4. Het overschot na vereffening in geval van ontbinding wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting. Deze bestemming wordt bepaald door het college van bestuur na goedkeuring van de raad van toezicht en de gemeenteraad mede met inachtneming van hetgeen daaromtrent bij of krachtens wet is bepaald.

Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht. Het college van bestuur zal zich er bij het bepalen van de bestemming van het eventueel batig saldo van verzekeren dat hiermee het algemeen belang wordt gediend. 5. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden " in liquidatie." 6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het in lid 3 van het voorgaande artikel vermelde register. EXTERN TOEZICHT KARAKTER OPENBAAR ONDERWIJS Artikel 19 1. In aanvulling op de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht geldt gelet op het openbaar karakter van het onderwijs dat de gemeenteraad zich vanuit haar wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs kan wenden tot het college van bestuur van de stichting. De gemeenteraad ziet daarbij toe vanuit hun wettelijke verantwoordelijkheid voor het openbaar onderwijs. ,

,

,

,

,

-13-

2.

De gemeenteraad is bevoegd in geval van het college van bestuur of het functioneren

ernstige taakverwaarlozing door van het college van bestuur in met de te nemen die de gemeenteraad nodig acht strijd Wpo, maatregelen om de continuïteit van het onderwijsproces te waarborgen en heeft het recht om indien en voor zover dat noodzakelijk is zelf te voorzien in het bestuur van de school en zo nodig de stichting te ontbinden. -

-

SLOTBEPALING Artikel

20

1.

In alle

2.

met de wet, prevaleert de wet. In alle gevallen de stichting betreffende waarin de statuten niet voorzien, beslist het college van bestuur, na goedkeuring van de raad van toezicht.

gevallen

waarin

de

bepalingen

van

de statuten

in

strijd blijken te zijn

OVERGANGSBEPALING Artikel 1.

21

In afwijking van het vorenstaande worden de leden van het college van bestuur en de leden van de raad van toezicht voor de eerste keer bij deze akte

2.

benoemd.

Het eerste boekjaar van de tweeduizend vijfentwintig.

stichting eindigt op eenendertig

Dit artikel vervalt als het eerste 3. SLOTVERKLARING

boekjaar is geëindigd.

Ten

persoon,

slotte verklaart de verschenen

uitvoering a.

van

het

bepaalde

dat voor de eerste worden benoemd

handelend

als

december

vermeld,

ter

in artikel 21:

keer tot lid

van

het

college

van

bestuur

van

de

stichting

van

de

stichting

mevrouw Kim Schmitz, geboren (geanonimiseerd) op (geanonimiseerd)

b.

dat

worden

de eerste benoemd:

-___de

heer

voor

keer tot leden

van

Renier Peter Albertus

de

raad

van

toezicht

Hendrix, geboren op (geanonimiseerd) als voorzitter;

(geanonimiseerd) en wel

mevrouw Marie-Louise Harriette Gerda Feijen, ( eanonimise rd) geboren op |(geanonimise rd) (geanonimiseerd) de heer Ralf Jordan, geboren op (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) -_de heer Ralf Karel Hubert Krewinkel, geboren pN (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) -__mevrouw Renate Schuttelaar, geboren (geanonimiseerd) op (geanonimiseerd) ed

VOLMACHT Van de volmacht wordt

blijkt uit een onderhandse gehecht (Bijlage).

akte

van

volmacht,

die

aan

deze akte

SLOT De verschenen

persoon is

mij, notaris, bekend. Verder heb ik, notaris, de zakelijke inhoud van de akte meegedeeld aan de verschenen persoon en daarop een toelichting gegeven, inclusief de uit de inhoud van de akte voortvloeiende gevolgen. De verschenen persoon verklaart

-

14 -

de inhoud van de akte te hebben kennisgenomen en daarmee in te stemmen. Tevens verklaart de verschenen persoon uitdrukkelijk in te stemmen met de beperkte voorlezing van de akte. Dadelijk na beperkte voorlezing is de akte door de verschenen persoon en door mij notaris ondertekend. De akte is verleden te Utrecht op de datum aan het begin van deze akte vermeld. van

,

,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=f3654a5b-060e-4601-9ef6-28a57651a537