Bijlage 2 bij raadsvoorstel: Scenariorapport Reinigingsdienst Maasland 'Toekomstige afvalinzameling Leudal' (16jun20)
Tekst van het document
Goede afvalscheiders betalen minder afvalstoffenheffing. Overigens kan de daling van het fijn restafval niet volledig worden verklaard uit de verbeterde scheiding van herbruikbare afvalstromen. Het totale afvalaanbod komt lager uit. Dit is niet zozeer het gevolg van preventie, maar betekent dat een deel van het nu nog aangeboden afval uit
33
het zicht van de gemeente verdwijnt, zoals ook blijkt uit recent onderzoek van Rijkswaterstaat. Het kan zijn doordat bedrijven (vooral in het buitengebied) die nu hun afval aanbieden via de route van huishoudelijk afval dit bij de invoering van tariefdifferentiatie niet meer zullen doen. Ook zal er een groep inwoners zijn die hun afval meenemen naar het werk of naar familie of kennissen in een andere gemeente zonder tariefdifferentiatie.
inschatting van het aanbiedgedrag (aantal tariefzakken/ledigingen/inworpen/kilo’s) betekenen dat de gemeente inkomsten die men heeft geraamd misloopt. Een adequate inschatting van het aanbiedgedrag op basis van ervaringen in andere gemeenten is dan ook noodzakelijk.
Mogelijke risico’s tariefdifferentiatie Afval dat uit het zicht van de gemeente raakt blijkt in ieder geval niet gedumpt te worden. Er is geen toename van afvaldumpingen in het buitengebied en/of groenstroken (wel toename van hoeveelheid per melding, maar minder meldingen), zo blijkt uit ervaringen in andere gemeenten waar burgers betalen per lediging van de restafvalcontainer. Ook voor zwerfafval is in andere gemeenten geen toename vastgesteld, althans voor zover dat mogelijk is (meestal slechte registratie van hoeveelheden). Ten opzichte van de hoeveelheid huishoudelijk afval die vrijkomt is de hoeveelheid afvaldumpingen en zwerfafval overigens zeer beperkt (minder dan 1 %). Wisselend is de mate waarbij in diftargemeenten huishoudelijk afval meer dan voorheen wordt aangeboden in openbare afvalbakken. Met de introductie van diftar is een huishouden dat afval goed scheidt goedkoper uit dan een huishouden dat z’n afval niet goed scheidt. Naast een vastrechtbedrag betaalt men voor elke aanbieding van de restafvalcontainer. Goed afval scheiden en minder vaak de restafvalcontainer aanbieden betekent lagere kosten. Van belang is om een juiste balans te vinden tussen het vastrechtbedrag en het variabele tarief voor de tariefzak, lediging, inworp of gewicht. Op gemeenteniveau kan een verkeerde
34
Bijlage 2 Vertrouwen in techniek: bron- en/ of nascheiding
35
In deze bijlage gaan we uitgebreid in op het vertrouwen in techniek: bronen/ of nascheiding. Achtereenvolgens bespreken we: 1. Definities bron- en nascheiding. 2. Situatie in Nederland. 3. Nascheiding versus bronscheiding. 4. Technologische ontwikkelingen.
1. Definities bron- en nascheiding In het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) worden de volgende definities gehanteerd. Bij bronscheiding wordt het afval bij de ontdoener gescheiden ingezameld of ingezameld in de vorm van “slimme mengsels” van een aantal deelstromen. Uit deze ‘slimme mengsels’ worden door scheiden of sorteren één of meer voor recycling geschikte monostromen of kwaliteiten van monostromen verkregen. Bronscheiding Bornscheiding is onderdeel van de situatie zoals die nu van toepassing is in de gemeenten Leudal, Maasgouw en Roerdalen. Inwoners kunnen de volgende fijn huishoudelijke afvalstromen gescheiden aanbieden: fijn restafval, GFT-afval, PMD, papier, glas en textiel. De gescheiden ingezamelde stromen worden gerecycled. Grof huishoudelijke afvalstromen (afval dat te groot en zwaar is voor in de minicontainer) kunnen inwoners gescheiden aanbieden op de milieustraat of aan huis laten ophalen.
Bij nascheiding wordt het afval bij de ontdoener ingezameld in de vorm van gemengd afval en na inzameling gescheiden in deelstromen. Nascheiding Bij nascheiding hebben we het over fijn restafval. Het grof huishoudelijk afval en het hierbij behorende nascheiden van grof restafval laten we buiten beschouwing. Bij nascheiding van het fijn restafval gaat het in alle gevallen om droge en gemechaniseerde technieken waarmee met name kunststoffen (P), metalen (M) en drankkartons (D) uit het restafval worden gehaald voordat het naar de verbrandingsinstallatie gaat. Zowel bronscheiding als nascheiding leiden voor deze deelstromen tot terugwinning van het oorspronkelijke functionele materiaal (kunststof, metaal, karton, mineralen). Bronscheiding van GFT-afval is een randvoorwaarde. In de meeste installaties voor nascheiding worden ook deels andere herbruikbare deelstromen teruggewonnen uit het fijn restafval. Doordat deze deelstromen in contact zijn geweest met ander afval zijn de mogelijkheden om te recyclen tot nu toe beperkt en worden de teruggewonnen materialen veelal gebruikt als brandstof voor energieopwekking. Dit noemen we ‘nuttige toepassing’. Voor glas, GFT-afval, textiel en papier en karton is nascheiding op dit moment geen optie, zo wordt ook vermeld in LAP3 en bevestigd door ervaringen in de markt.
Glas De aanwezigheid in het restafval van keramiek, steen, porselein en kunststoffen leidt ertoe dat bij nascheiding het glas niet meer geschikt is voor recycling tot een glasproduct. 36
GFT-afval Bij nascheiding raakt GFT-afval dusdanig verontreinigd met andere materialen (zoals metalen, glas, PAK’s en kunststoffen) dat recycling tot compost niet meer mogelijk is. Andersom bemoeilijkt een natte fractie zoals GFT-afval de recycling van de droge componenten in het restafval. Bovendien kan de via nascheiding verkregen organische fractie uitsluitend worden vergist waarbij het digestaat met benutting van energie-inhoud wordt verbrand. Recycling van GFT-afval is alleen mogelijk als bronscheiding plaatsvindt.
2. Situatie in Nederland
Textiel Bij nascheiding raakt textiel door contact met andere deelstromen in het restafval verkleefd of verontreinigd. Het textiel is niet meer uit te sorteren als voorbereiding voor hergebruik en ook niet meer geschikt voor terugwinning van textielvezels.
De strategie waarbij bronscheiding is gecombineerd met nascheiding op kunststof verpakkingen, metalen en drankkartons wordt vooral toegepast in delen van Flevoland, West-Brabant, Limburg en Drenthe (grijze kleur in figuur 1). In de meeste gevallen wordt dan alle restafval nagescheiden, ook in gebieden waar PMD aan de bron wordt ingezameld. Ook Den Haag, Rotterdam en Amsterdam hebben inmiddels ingezet op nascheiding als aanvulling op bronscheiding. Nascheiding is toepasbaar bij alle typen bebouwingen; hoogbouw, laagbouw, binnenstad en buitengebied. Als vuistregel wordt gebruikt dat nascheiding zich het beste leent voor stedelijk gebied waar inwoners thuis geen plaats hebben om al hun gescheiden afval op te slaan, de overige gebieden lenen zich beter voor aan de bron gescheiden afvalinzameling. Grote steden investeren daarom in nascheidingsinstallaties.
Papier en karton Bij de recycling van papier en karton tot materiaal met dezelfde kwaliteit spelen aspecten als verontreinigingsgraad, vochtgehalte en materiaalgrootte een rol. Bronscheiding is voor papier en karton een vereiste voor de recycling tot een papier/kartonproduct. Nascheiding is niet alles in één bak Nascheiding is dan ook niet maar ‘alles in één bak gooien’. Het gaat specifiek om het PMD dat bij het restafval mag en er achteraf via nascheiding uit wordt gehaald.
Voor wat betreft PMD hanteren de meeste gemeenten de strategie van scheiding aan de bron. Zie de oranje gekleurde gemeenten in figuur 1 op de volgende pagina (aangeduid als kunststof verpakkingen). Een beperkt aantal gemeenten in Friesland, Groningen, Noord-Veluwe en Noord-Holland hebben geen inzameling van PMD aan de bron (blauwe kleur in figuur 1). Deze afvalstromen worden via nascheiding uit het fijn restafval gehaald. In 2020 zijn ook een aantal Zeeuwse gemeenten als proef overgestapt van bronscheiding naar nascheiding.
AEB Amsterdam is ervan overtuigd dat zowel bronscheiding als nascheiding noodzakelijk zijn om zoveel mogelijk grondstoffen uit het restafval te halen. Juist die combinatie levert het beste resultaat op. Het beleid van 37
de gemeente Amsterdam is daarom bronscheiding aangevuld met nascheiding. Ook HVC kiest voor een maximaal milieurendement via bronscheiding. Dat betekent afval scheiden bij mensen thuis in de laagbouw. Voor huishoudens in de hoogbouw en in binnensteden vindt HVC het nascheiden van afval een goede methode wanneer bronscheiding niet mogelijk is. De combinatie van bron- en nascheiding in laag- en hoogbouw biedt volgens HVC de beste mogelijkheden voor recycling van grondstoffen.
3. Nascheiding versus bronscheiding Wat zijn de voor- en nadelen van beide systemen op de dimensies: 1. Dienstverlening onder andere met het oog op complexiteit van afvalscheiding en communicatie? 2. Milieu, meer specifiek wat is het milieu-effect met betrekking tot scheidingsrendement, kwaliteit van het PMD, vervoer en verwerking? 3. Kosten nu en op termijn? Dienstverlening Enerzijds is de dienstverlening de mate waarin comfort geboden wordt aan de burger. De burger heeft met nascheiding één container waarin hij zijn PMD en restafval deponeert die regelmatig geleegd wordt. Anderzijds heeft de burger een intrinsieke wens om een bijdrage te kunnen leveren aan het milieu. Een van de meest genoemde manieren waarop de burger een bijdrage levert aan het milieu is door het scheiden van afval. Met de keuze voor nascheiding kan deze intrinsieke wens niet worden ingevuld. Sinds men PMD gescheiden houdt zien burgers pas echt hoeveel minder restafval ze hebben, een eye opener. Door gescheiden inzameling van PMD aan de bron gaan burgers ook GFT-afval, papier en andere afvalstromen beter scheiden. Afvalscheiding (zeker in gemeenten met een financiële prikkel), vormt een stimulans om na te denken over de hoeveelheid (rest)afval die een burger produceert. De prikkel aan de burger om afval te voorkomen wordt vergroot wanneer hij of zij moet betalen voor het aanbieden van méér restafval.
Figuur 1 Strategie kunststof verpakkingen per gemeente (situatie 2017)
38
Bij nascheiding verschuift de zorg voor het scheiden van de betreffende afvalstroom (PMD) van de burger naar de gemeente. Hierdoor krijgt deze burger minder de kans om zijn steentje bij te dragen aan het milieu. Dit hoeft niet erg te zijn op het moment dat er weinig vertrouwen is in het afvalsysteem of dat het leveren van een bijdrage als weinig belangrijk wordt ervaren. Nascheiding is dus een positieve dienstverlening voor een gemeente waarin burgers weinig vertrouwen hebben in afvalscheiding en de werking van een afvalsysteem. In gemeenten waar dit vertrouwen wel is wordt de dienstverlening van nascheiding als nadelig beschouwd.
zijn Harderwijk en Delfzijl. Voor de gemeente Harderwijk is dit 14 kilogram per inwoner per jaar en voor de gemeente Delfzijl 15 kilogram per inwoner per jaar.
Milieu Het milieu-effect van nascheiding in vergelijking tot bronscheiding laten we zien met betrekking tot scheidingsrendement, kwaliteit van het PMD, vervoer en verwerking. Scheidingsrendement en kwaliteit Het milieuvoordeel van nascheiding is niet eenduidig meer of minder dan van bronscheiding. De meest bepalende factor is de mate waarin er goed gescheiden wordt in een gemeente. Nadeel bij nascheiding is dat de hoeveelheid restafval niet verminderd kan worden (geen of beperkte mogelijkheid tot invoeren van tariefdifferentiatie). Een eenduidig verschil tussen de prestaties van bronscheiding en nascheiding is er niet. Op basis van beperkt beschikbare informatie uit openbare bronnen en eigen onderzoek kunnen we iets zeggen over hoeveelheden PMD-afval die er via nascheiding uit worden gehaald. Twee voorbeelden van gemeenten die hun restafval laten nascheiden bij Omrin
Figuur 2 Output nascheidingsinstallatie Omrin
De kwaliteit van nascheiding lijkt lager, doordat het afval in aanraking is geweest met voornamelijk organisch afval, wat aan het PMD kan kleven doordat het in dezelfde vuilniszak heeft gezeten. Een goed presterend 39
systeem van bronscheiding zal beter scoren. De technologie van nascheiding is echter in ontwikkeling en concurrentiegevoelig. Prestatiecijfers van nascheiding worden wel geschat en zijn vaak gekleurd door lobbyende partijen voor nascheidingsinstallaties, maar daadwerkelijke metingen hiervan zijn niet beschikbaar. Over de kwaliteit is dus nog weinig te zeggen. Volgens HVC en AEB levert scheiden aan de bron afval op dat het beste gerecycled kan worden. Gescheiden inzamelen is noodzakelijk voor goede recycling, anders is de kwaliteit onacceptabel. Verwerkers in de kunststofrecycling hebben een voorkeur voor aan de bron gescheiden afvalstromen. Bij bronscheiding wordt de kwaliteit van PMD met name bepaald door het inzamelmiddel. Uit onderzoek naar de samenstelling en vervuiling van gescheiden ingezameld PMD-afval blijkt dat de vervuiling (met restafval en niet-verpakkingen) het grootst is bij gebruik van een container aan huis (recent in 2018 bevestigd in een landelijk onderzoek van Witteveen & Bos en De AfvalSpiegel in opdracht van Rijkswaterstaat en Learning Center kunststof verpakkingsafval). Onafhankelijk van het inzamelmiddel zorgen de ingewikkelde scheidingsregels er voor dat burgers nog steeds voor een deel verkeerde keuzes maken als het gaat om welke verpakkingen wel of niet bij het PMD mogen. Dit heeft een negatieve invloed op de kwaliteit.
Bij nascheiding is er meer controle over de gesorteerde output richting verwerkers. Vervoer Bij een keuze voor nascheiding vervalt de inzameling van PMD en zal restafval 1x per 2 weken moeten worden ingezameld. Met het PMD erbij is de capaciteit van de restafvalcontainer bij een frequentie van 1 keer
per 3 of 4 weken (zoals in sommige gemeenten het geval is) onvoldoende voor het aanbod. Met name de kunststof verpakkingen zijn volumineus en nemen veel ruimte in beslag. Vervolgens moeten ook de vervoersbewegingen tussen de nascheidingsinstallaties en volgende verwerkingslocaties in ogenschouw genomen worden in vergelijking tot de huidige situatie. Verwerking Zowel de bron- als nagescheiden kunststof verpakkingen en drankkartons gaan naar sorteerinrichtingen om het geschikt te maken voor recycling of hergebruik. Plastic verpakkingen en drankkartons worden gesorteerd volgens de DKR-normen. Deze normen verschillen per type kunststof. Voor elk type kunststof zijn één of meerdere productspecificaties opgesteld. Het materiaal wordt beschreven, de minimale zuiverheid van het materiaal wordt weergegeven, de maximale vervuiling is vastgesteld en de aanlevermethode wordt gespecificeerd. Bij een goed werkende sorteerinstallatie voldoen zowel bron- als nagescheiden plastic verpakkingen en drankkartons aan de DKR-normen. Geen voorkeur milieuvoordeel Een recent onderzoek met de vergelijking tussen bron- en nascheiding is nog niet voorhanden. Er kan niet eenduidig gezegd worden welk systeem het meeste milieuvoordeel heeft. Dit wordt ook bevestigd door een onderzoek van CE-Delft uit 2011. Hierin wordt aangegeven dat het milieueffect vergelijkbaar is en afhangt van de inzamelrespons.
Inmiddels zijn technieken verbeterd en is in de maatschappij veel meer aandacht gekomen voor bronscheiding. Een duidelijke voorkeur wat betreft milieu-ef40
fect kan dus niet worden uitgesproken. Als vuistregel kan worden gehanteerd dat als inwoners van een gemeente slecht afval scheiden, er weinig ruimte is voor gescheiden inzameling van afvalstromen (hoogbouw) of weinig intrinsiek gemotiveerd zijn om een steentje aan het milieu bij te dragen, dat nascheiding een voordeel heeft. Kosten De kosten van scheiding aan de bron zijn binnen de gemeenten bekend. Over de kosten van nascheiding kunnen we in algemene zin uitspraken doen op basis van wederom eigen ervaringen. We onderscheiden projectkosten en exploitatiekosten. Projectkosten De verandering van bronscheiding naar nascheiding (of andersom) kost geld. De nieuwe inzamelstructuur met tenminste de inzamelmiddelen zoals wijkvoorzieningen en minicontainers moet omgevormd worden. Hierbij zal een deel van het materiaal dat in gebruik is ook afgeschreven worden. Exploitatiekosten De exploitatie van afvalbeheer bestaat uit diverse onderdelen. Het verschil van bronscheiding en nascheiding zit hem zoals eerder beargumenteerd niet in de stromen glas, papier en textiel. Ook is niet zeker te zeggen dat het aantal vervoersbewegingen lager is bij een systeem met nascheiding.
Hieronder worden een aantal aspecten van nascheiding beschreven die een invloed hebben op de kosten: Minder inzamelmiddelen met nascheiding: dit is een zeer klein verschil dat minimaal is in vergelijking met overige jaarlijkse kosten.
Geen eenduidig verschil in vervoersbewegingen, zoals eerder beargumenteerd. Groot verschil afhankelijk van type gemeente en verwerkingskosten: nascheiding kan een financieel voordeel hebben wanneer veel afkeur van PMD plaatsvindt en bronscheiding niet mogelijk is door ruimtegebrek (hoogbouw). Echter levert nascheiding een nadeel op met betrekking tot de hoeveelheid restafval. Tariefdifferentiatie is slechts beperkt mogelijk met nascheiding, waardoor de prikkel om restafval te besparen minder wordt.
Al met al zijn er veel factoren die een invloed hebben op de hoogte van de afvalbeheerskosten. Een eenduidig voordeel of nadeel voor nascheiding kan alleen gemaakt worden door het opvragen van offertes bij partijen en het maken van een uitgebreide kostenraming. Een kosten voorof nadeel is voor nascheiding niet aan te wijzen en hangt af van de mate waarin bronscheiding voldoende plaatsvindt. Tevens is de hoeveelheid restafval een belangrijke factor voor het bepalen van de kosten van nascheiding.
4. Technologische ontwikkelingen De technologische ontwikkelingen hebben vooral betrekking op nascheiding. Bij bronscheiding gaat het vooral om het maken van keuzes welke afvalstromen, die nu nog niet gescheiden worden ingezameld, wel of niet aan de bron moeten worden ingezameld, bijvoorbeeld luiers. Ook moeten oplossingen worden gevonden om de kwaliteit van de gescheiden ingezamelde afvalstromen blijvend te kunnen garanderen en daar waar nodig (GFT-afval, textiel en PMD) te verbeteren. Die oplossingen zullen
41
echter niet zozeer moeten worden gevonden in de techniek, maar meer in gedragsverandering. In deze paragraaf zoomen we dan ook in op nascheiding. De afgelopen 30 jaar is de techniek van nascheidingsinstallaties snel ontwikkeld. Er is een competitie gedreven markt ontstaan waardoor met investeringen de laatste technieken kunnen worden toegepast en de grootte en aantallen nascheidingsinstallaties alsmaar groeit. De ontwikkeling in de techniek van grondstofrecycling zorgt voor een steeds kleinere hoeveelheid overgebleven niet recyclebaar materiaal. Op dit moment wordt op grote en nog steeds groeiende schaal vergist in vergistingsinstallaties en gesorteerd in bijvoorbeeld kunststof sorteerinstallaties. Nog steeds blijft een stroom niet recyclebaar materiaal over die niet meer gebruikt kan worden als grondstof. Huidige techniek Zoals benoemd zijn er veel ontwikkelingen in nascheidingstechnieken. Op dit moment kunnen reststromen die al aan de bron gescheiden zijn van plastic, papier, glas en GFT-afval nog verder worden gescheiden en gerecycled met behulp van verschillende technieken. De reststroom wordt gezeefd waardoor organische fracties gescheiden worden. Deze organische fractie wordt vergist en omgezet in biogas op het gasnet. Vervolgens worden papier en folies met Baltische scheiders gescheiden, de droge en lichte papierfracties worden met windshifters afgezogen.
Folies worden met Near Infra-Red (NIR) technologie verder gesorteerd tot de vereiste DKR310- foliekwaliteit (zie figuur 3). Het natte
papier dat overblijft wordt gebruik als energie. Drankkartons en driedimensionaal kunststof worden ook uit de reststroom verwijderd met behulp van de NIR techniek. Op deze manier worden PET, HPDE, PP, drankkartons en plastic mix in DKR-kwaliteit gescheiden. De reststroom die na deze nascheidingstechnieken nog overblijft wordt verbrand. In 2016 was dit 54% van de totale reststroom. Na verbranding blijft bodemas over. Hier wordt met behulp van Inashoco ADR-technologie en Eddy Currenttechnologie (magneet technieken) 90% van de metalen uit het bodemas gescheiden. Wanneer een reststroom al brongescheiden is van papier, kunststof, glas en GFT-afval kan deze verder worden gescheiden met behulp van een nascheidingsinstallatie. Op dit moment kan er organisch materiaal, droog papier, folies, PET, HPDE, PP, drankkartons en plastic mix gescheiden worden. Ontwikkelingen in de techniek Nascheidingstechnieken zijn nog steeds constant in ontwikkeling. Hieronder worden een aantal ontwikkelingen in deze technieken toegelicht. Waste-2-chemicals is een bedrijf dat de techniek die het gat tussen nascheiding en thermische recycling vult. Bij deze manier van grondstofrecycling wordt kunststof niet omgezet in energie of materiaalhergebruik maar in een chemisch product. Deze innovatie is qua techniek haalbaar, maar is gestruikeld over beleid en regelgeving.
42
3.
4.
Figuur 3 Winnen folies door windziften en NIR-scheider (Omrin)
1.
2.
Omdat de reststroom wordt omgezet in een chemisch product, verandert de regelgeving rondom dit recyclingproces, waarvoor een verbreding in beleid nodig was. Deze verbreding is geïmplementeerd in LAP3. In LAP3 is chemische recycling opgenomen als techniek die bronscheiding aanvult wanneer bronscheiding niet of maar beperkt mogelijk is. Ørsted, een energiebedrijf uit Denemarken (voorheen Dong Energy) is bezig met de ontwikkeling van Renescience-technologie. Bij deze
techniek wordt met behulp van enzymen een bio-vloeistof gecreëerd uit restafval. Op deze manier kan er op een efficiënte manier energie worden gewonnen uit restafval. De techniek werkt, er wordt bio-vloeistof gecreëerd uit het restafval maar het scheiden van kunststoffen uit het restafval die voldoen aan de DKR- kwaliteit is niet meer mogelijk. Op dit moment kan nog niet al het papier uit de reststroom verwijderd worden, een natte papierstroom blijft over. Dit papier wordt momenteel gerecycled tot energie. Momenteel loopt er onderzoek naar het verder verwaarden van deze papier reststroom. Verwacht wordt dat hier in de komende jaren vorderingen mee worden gemaakt, echter is de techniek nog niet op een hoog Technology Readiness Level (waarmee aangegeven wordt in hoeverre een techniek is bewezen op volledig commerciële schaal). Hoewel glas in alle gemeenten al aan de bron wordt gescheiden is er nog steeds een fractie glas in het restafval aanwezig zijn. Momenteel wordt dit glas tijdens de nascheiding niet uit de reststroom gehaald. Hier lopen wel onderzoeken naar. Er zijn technieken in ontwikkeling waarbij 50% van het aanwezige glas in de reststroom verwijderd kan worden. Dit glas heeft dan een zuiverheid van 98,5%.
Naast nieuwe scheidingstechnieken worden de huidige nascheidingstechnieken ook verder ontwikkeld. Zoals benoemd wordt de reststroom eerst gezeefd om het van organisch materiaal te scheiden. Er is weinig potentie in het verbeteren van deze zeeftechniek om meer organisch materiaal te scheiden. Het organische materiaal dat niet kleeft aan het restafval wordt voor een groot deel op deze manier gescheiden.
43
Wel is er verbetering in de productie van biogas uit dit organisch materiaal mogelijk. Er wordt veel onderzoek gedaan naar de optimalisatie van de biogasproductie en hier zit potentie tot verbetering. Momenteel wordt vervolgens de stroom gescheiden met Baltische scheiders, ook hier zit potentie tot optimalisatie. Vaak zijn er op dit moment operationele problemen in deze scheidingstap, het papier en de folie worden niet altijd op de juiste manier gescheiden. Met technische ontwikkeling kan het scheidingspercentage van droog papier en folies worden verhoogd. De NIR techniek die volgt om folies te scheiden, scheidt op dit moment al efficient. Optimalisatie hiervan is niet realistisch doordat de kunststof-stroom constant veranderd is. Dit geldt ook voor de laatste stap, het scheiden van metaal uit bodemas. De magneettechnieken weten al voor 90% het blik te verwijderen, hierbij geldt hetzelfde als bij folie, dit scheidingspercentage is al zo hoog dat het niet realistisch is om hier nog een verbetering in aan te brengen. De voornaamste reden hiervoor is de constant veranderende restafvalstroom. Technische uitdagingen Hoewel de techniek zich snel ontwikkelt zijn er een aantal uitdagingen in de nascheiding waar nog geen oplossing voor is gevonden. Met name de inefficiëntie van nascheiding is een uitdaging.
Deze inefficiëntie wordt veroorzaakt door de complexiteit en verandering in materiaalsoorten dat gescheiden moet worden. Het veranderende patroon is het gevolg van een verandering in consumptie bij de burger. Er worden nieuwe materiaal soorten gebruikt (bio-plastics) of het gebruik van een bepaald soort materiaal vermindert juist (papier). Een nascheidingsinstallatie moet hier
dus flexibel op kunnen inspelen en de techniek moet snel mee veranderen. Naast inefficiëntie is ook het soort granulaat dat uit kunststof scheiding ontstaat niet optimaal. Doordat kunststof momenteel niet op kleur wordt gescheiden ontstaat er na recycling alleen een zwarte stroom granulaat die hergebruikt kan worden. Kunststof recycling tot nieuwe grondstof zal meer opbrengen wanneer ook een lichtere stroom granulaat kan worden gebruikt. Hiervoor zal ook het kunststof op licht en donker moeten worden gesorteerd. Voor gemeenten is het belangrijk dat verbeterde nascheidingstechnieken ook daadwerkelijk toegepast kunnen worden. 1.
2.
3.
Ten eerste moet deze worden aangeboden door een partij die als alternatieve verwerker kan worden gecontracteerd (waarvoor geografische afstand bepalend is). Ten tweede moet een techniek geïmplementeerd kunnen worden. Nascheidingsinstallaties vragen een grote investering, echter is de opbrengst afhankelijk van bijvoorbeeld een vergoeding uit het Afvalfonds. De terugverdientijd is daardoor klein, wat de investeringsbereidheid vermindert. Ook andere praktische zaken als vergunbaarheid van een techniek kan implementatie van nieuwe technieken hinderen. Ten derde moet rekening gehouden worden met de ontwikkeltijd tussen pilot scale technieken tot commercieel haalbaar en uiteindelijk volledig zelfstandig commercieel kunnen draaien, waarbij ook operationele problemen zijn verholpen.. 44
Contact Vragen over het rapport? Neem gerust contact op!
Ton Daamen Advies & Projectleiding 085 773 19 95 ton@deafvalspiegel.nl
De AfvalSpiegel Kraaivenstraat 21-15 5048 AB Tilburg www.deafvalspiegel.nl
45