CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Verslag KBG Leudal gemeenschapshuizen 9 september 2025

Raadsvergadering 18 november 2025, gemeente LeudalBij agendapunt: Raadsvoorstel Verdieping accommodatiebeleid (Referentiebeeld accommodaties en uitvoeringsnotitie accommodatiebeleid)1.612 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag klankbordgroep gemeenschapshuizen Leudal Datum: 9 september 2025 Aanvang: 19:40 uur Locatie: gemeenschapshuis Baexem Doel: Toelichting op technische vragen en plenaire terugkoppeling op de beleidsnota. Kernen afgemeld: Nunhem, Grathem en Horn.

Toelichting op technische vragen

Vraag-/antwoordpunten: Vraag 1: Er zijn te veel m² meegerekend voor sociaal-cultureel vastgoed (0,45 m² per inwoner), terwijl het landelijk gemiddelde veel lager ligt en het referentiebeleid ook lagere waarden aangeeft. Het pijnpunt zit erin dat in de berekening alleen gemeenschapshuizen zijn uitgewerkt, terwijl andere voorzieningen (jeugdverenigingen, scouting, schutterijen, etc.) óók gemeentelijke m² vertegenwoordigen, maar niet goed zijn meegenomen of toegelicht. Daardoor mist de onderbouwing en lijkt de gemiddelde norm te hoog. Antwoord vraag 1: In de berekening is voor de Ellenhof te veel vierkante meters meegerekend, omdat ook het sportgedeelte is meegenomen. Na correctie komt het gemiddelde uit op circa 0,37 m² per inwoner. Belangrijker dan het exacte cijfer is dat het vooral laat zien dat het aanbod in Leudal aanzienlijk is, zelfs zonder de jeugd-, jongeren- en schutterijgebouwen mee te rekenen. Het gaat dus niet om een exacte rekensom, maar om de constatering dat er relatief veel sociaal-cultureel vastgoed aanwezig is. Vraag 2: De demarcatielijst mist. Omdat technisch opgeleide mensen soms verschillen in interpretatie, is die lijst belangrijk om duidelijkheid te geven over wie verantwoordelijk is voor welk onderhoud (zoals schuifwanden en podiumvoorzieningen). De verwachting is dat de demarcatielijst voor alle gemeenschapshuizen duidelijkheid gaat bieden.

Antwoord vraag 2: Het ROZ-model vormt het uitgangspunt en wordt verfijnd met de uitgangspunten uit dit beleid. In afstemming met OOG wordt een eenduidige lijst opgesteld. Vraag 3: We hebben gaan startnotitie ontvangen. Antwoord vraag 3: Het document is wel verstuurd, maar niet opnieuw als bijlage toegevoegd. Het wordt straks wel meegenomen naar het college en de raad. Vraag 4: We hebben geen afwegingskader ontvangen. Antwoord vraag 4: Klopt, hier is het nog als bijlage opgenomen. Net als bij de demarcatie wordt het volledige afwegingskader echter verder uitgewerkt tot een instrument, dat vervolgens ook wordt gedeeld. Het is immers belangrijk dat duidelijk is waarop getoetst wordt.

Vraag 5: Onderbezetting leidt niet direct tot gemeentelijke actie. De situatie wordt jaarlijks gemonitord, waarbij inzichtelijk is welke ruimtes onder de norm zitten. Vervolgens wordt het gesprek aangegaan over een mogelijke herpositionering. Antwoord vraag 5: Wanneer een gemeenschapshuis na vier jaar nog steeds onderbezet is, ligt de verantwoordelijkheid bij het bestuur om de bezetting te verbeteren. Een mogelijke consequentie is dat er óf betaald moet worden, óf dat de regie over de invulling van de ruimte vervalt. In dat geval wordt in dialoog gekeken naar alternatieve invullingen. Dit kan uiteenlopen van tijdelijke huisvesting voor verenigingen die door verbouwingen een andere locatie nodig hebben, tot gebruik door een fysiotherapeut of andere instanties die de ruimtes kunnen benutten. Vraag 6: Toevoegen van een termijn. Antwoord vraag 6: Dat gaan we oppakken, maar we moeten dit nog kortsluiten. Belangrijk daarbij is om ook de lange termijn (denk aan langer dan 10 jaar) in ogenschouw te nemen. Vraag 7: Hoe gaan we transparantie en voortgang uitvoering met elkaar blijven bespreken? Antwoord vraag 7: Dit gaan we actief doen, waarin het kader is vastgesteld of nog wordt vastgesteld. Er komt een flexibele vorm van monitoring en implementatie, waarbij jaarlijks wordt bekeken hoe de participatie wordt vormgegeven, in afstemming met OOG.

De samenstelling kan daarbij variëren, afhankelijk van de vraag en de omstandigheden. Toelichting op technische wijziging vanuit de gemeente Naast juridische toets is er ook nog financieel overleg met de gemeente geweest. Dit leidt tot de volgende wijziging: Voor de accommodaties die niet in ons eigendom zijn, is de gemeente verantwoordelijk (mits door afwegingskader) voor ‘de stenen’ , lees groot onderhoud en vervangingen. Deze gelden worden niet naar de beherende instelling overgemaakt, maar hiervoor wordt een reserveringsfonds in geregeld. Verschil met nu, is geen expliciete goedkeuring door de raad benodigd zal zijn.

Plenaire terugkoppeling werkvorm (aanvullingen ten opzichte van de geschreven input): Wat wordt goed gevonden aan de beleidsnota ▪

Geen aanvullende opmerkingen ingebracht tijdens dit onderdeel.

Kritische punten / wat wordt minder goed gevonden ▪ Definitie en beleving van “kleine kern”: er leeft het gevoel dat grotere kernen (Haelen, Horn, Heythuysen, Neer, Baexem) relatief vaak prioriteit krijgen, terwijl kleinere kernen (Ittervoort, Kelpen-Oler, Neeritter) minder snel aan bod komen. De oorzaak ligt volgens deelnemers niet bij de kernen zelf, maar mede in sociaal-culturele ontwikkelingen uit het verleden.

▪ ▪

Kleine kernen moeten vaak harder werken om zaken georganiseerd te krijgen; er wonen relatief minder mensen die zich met organisatie bezighouden. Verschillen tussen kernen: de aanwezigen benadrukken de eigenheid per kern; beleid zou deze verschillen erkenning en maatwerk moeten blijven geven.

Wat wordt gemist ▪ Een slagvaardig uitvoeringsplan (concreet, fasering, rollen, mijlpalen). ▪ Toelichting op het onderscheid tussen een tijdelijke voorziening (“tent”) en de beoogde beweging richting het gemeenschapshuis (structurele voorziening) — behoefte aan duidelijke duiding en criteria. ▪ Kader voor “zinvolle maatschappelijke activiteiten”: uitgangspunt is dat wordt uitgegaan van lokale behoefte, maar dit mag helderder worden beschreven (wat betekent dit in de uitvoering?). Zorgen en aandachtspunten ▪ Demografische ontwikkelingen (en andere trends): behoefte om structureel in contact te blijven tussen gemeente en stichtingsbesturen over cijfers, effecten en consequenties. ▪ Duurzaamheid: aandacht voor energie, onderhoud, en toekomstbestendigheid in de uitwerking en financiering. Opmerking: punten over uitvoeringsplan, demografie en duurzaamheid zijn als aandachtspunt genoteerd en vragen om vervolguitwerking in de implementatiefase.

Vragen die later per mail binnen zijn gekomen: Hier plaatsen wij alle geanonimiseerde vragen en antwoorden die nog niet eerder in het verslag zijn behandeld. Vraag: Hoe wordt de uitvoering van het nieuwe accommodatiebeleid georganiseerd? Komt de verantwoordingslast vooral bij de besturen te liggen, of neemt de gemeente hier een actieve rol in (bijvoorbeeld bij het meten en beoordelen van bezetting en bij onderhoud)? Antwoord: In de beleidsnota en de verslagen is aangegeven dat de verdere uitwerking van monitoring en verantwoording plaatsvindt in de implementatiefase. Voor de monitoring wordt gestreefd naar een werkwijze die voor besturen zo eenvoudig mogelijk is. De verantwoording wordt gestandaardiseerd en waar mogelijk ondersteund door slimme IT-oplossingen, zodat de extra belasting voor besturen tot een minimum wordt beperkt. Zodra een beherende partij gemeentelijke middelen ontvangt voor groot onderhoud, vervangingen en/of andere eigenaarslasten (zoals verzekeringen en belastingen), geldt een formele plicht tot verantwoording richting de gemeente. Dit betekent dat de partij inzichtelijk en aantoonbaar moet maken hoe middelen zijn besteed, welke reserveringen zijn gedaan en hoe het onderhoud is uitgevoerd. De gemeente legt dit vast in overeenkomsten en kan bij niet-naleving maatregelen treffen, waaronder terugvordering of contractuele sancties.

Vraag: Waar kunnen we vinden welke accommodaties aan vervanging toe zijn? Antwoord: Dit overzicht is er op dit moment nog niet. In de implementatiefase wordt een actualisatie gemaakt van de vervangingsopgave, gekoppeld aan het afwegingskader en het DMJOP.

Vraag: Waar vinden we DMJOP’s voor niet in eigendom zijnde gemeenschapshuizen? Antwoord: Het opstelling van deze DMJOP’s moet in de implementatiefase in gang worden gezet. Vraag: Betekent een DMJOP automatisch dat er een jaarlijkse bijdrage volgt voor duurzame investeringen? Antwoord: Het DMJOP is een instrument om onderhoud en investeringen planmatig in beeld te brengen. Of en in welke vorm er een jaarlijkse bijdrage wordt verstrekt, wordt per accommodatie bepaald op basis van het afwegingskader. Vraag: Is in de analyse rekening gehouden met het feit dat Leudal 16 kernen heeft in relatie tot de constatering dat er te veel accommodaties zijn Antwoord: Ja, ook teruggerekend naar aantal inwoners per kern is een overschot aan accommodaties (vooral sociaal culturele accommodaties). Althans in vergelijking met de benchmark en deels ook zichtbaar in bezettingsoverzichten. Vraag: Wordt er ook gekeken naar combinaties van ontmoeten, zorg en welzijn, en leert de gemeente van buurgemeenten? Antwoord: Ja, de beleidsnota benoemt de trend van multifunctioneel gebruik. Het is aan de initiatiefnemers / de burgers om in te zetten op deze combinaties. (onderdeel van het afwegingskader om in aanmerking te komen voor (financiële) bijdrage van de gemeente).

Vraag: Waar kunnen we terugvinden of ons gebouw positief is beoordeeld op basis van het afwegingskader? Antwoord: Dit wordt pas zichtbaar nadat het afwegingskader in de implementatiefase wordt toegepast. Vraag: Hoe wordt bij paracommercie onderscheid gemaakt tussen sportkantines en gemeenschapshuizen, en wat betekent dit voor onze activiteiten? Antwoord: De regels voor paracommercie zijn vastgelegd in de Algemene verordening van de gemeente Leudal. Verenigingen en stichtingen nemen de exploitatie – namens de gemeenschap – op zich. Het is aan de gemeenschap om te bepalen hoe zij dit doen. De keuze voor de rechtsvorm die hierin door de gemeenschap wordt gemaakt geeft richting aan de regels die gelden in het kader van het schenken van alcohol. Bij het toetsen van een aanvraag in het kader van de Alcoholwet wordt dus gekeken naar de rechtsvorm van de aanvrager, los van de activiteiten die plaatsvinden in de maatschappelijke accommodatie. Vraag: Betekent clustering van gemeenschapshuizen dat complete kernen hun voorziening verliezen, ondanks eigen investeringen? Antwoord: Het beleid gaat uit van clustering en terugdringen van overcapaciteit, maar altijd in samenhang met de lokale context en draagkracht. Het doel is niet om kleine kernen niet te faciliteren, maar om te zorgen voor duurzame voorzieningen die toekomstbestendig zijn.

Vraag: In de nota wordt herhaaldelijk gesproken over belastingen en heffingen op basis van een kengetal per m² (€ 14, zie pagina 9.1 algemene uitgangspunten). Wat moet hier precies onder worden verstaan? Daarnaast staat in bijlage 8 (pagina 63) bij gemeenschapshuis Aldenghoor een inwonersaantal van 1.739. Dit lijkt onjuist en moet veel hoger zijn. Antwoord: Het inwonersaantal van Haelen is aangepast, dat klopte inderdaad niet. In het rapport zijn de toekomstige instandhoudingskosten van de maatschappelijke accommodaties (de ‘stenen’) in beeld gebracht op basis van kengetallen. Kosten die onder belastingen en heffingen vallen zijn bijvoorbeeld de OZB-eigenaarslasten. In de implementatiefase wordt concreet uitgewerkt welke onderdelen tot de ‘stenen’ behoren en welke tot de exploitatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=9b07f793-6d18-4645-aae1-33f86d787f31