Bijlage 1 Artikelsgewijze toelichting Tweede wijziging APV
Tekst van het document
Bijlage Artikelsgewijze toelichting tweede wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Leudal Wijziging van opschriften (VNG wijziging zomer 2019) De opschriften van hoofdstukken of afdelingen zijn gewijzigd omdat de plaatsing van een artikel in een hoofdstuk of afdeling mede bepaalt hoe het gelezen moet worden. Artikel 1:1 Definities (VNG wijziging zomer 2019) In dit onderdeel wordt in artikel 1:1 met het begrip ‘bevoegd gezag’ aangehaakt bij de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo). De verwijzing naar artikel 2.1 van de Wabo vervalt en er wordt volstaan met een verwijzing naar de Wabo. Dit omdat ook in artikel 2.2 van de Wabo omgevingsvergunningen zijn geregeld. Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden (VNG wijziging zomer 2019 en aansluiting bij omliggende gemeenten) Met deze wijziging wordt aangesloten bij de buurgemeenten. Dit artikel is aangevuld met het ‘verstoren openbare orde’ op verzoek van de Politie en het Openbaar Ministerie in verband met de handhavingsmogelijkheid van het verbod van diverse Outlaw Motor Gangs (OMG’s). Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg, leden 4 en 5 (VNG wijziging zomer 2019 en zomer 2020) In lid 4 wordt in de verwijzing naar hogere regelgeving ‘de Wegenwet’ toegevoegd aan artikel 2:11, vierde lid.
Dit naar aanleiding van de uitspraak ABRvS 22-11-2017, ECLI:NL:RVS:2017:3221. Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft overwogen kan het college slechts handhavend jegens rechthebbenden op de weg optreden wegens de door hen aangebrachte belemmeringen van die openbaarheid, indien daardoor het stelsel van de Wegenwet en de daarin vervatte waarborgen voor de rechthebbenden niet worden doorkruist. Uit dit stelsel volgt dat rechthebbenden op een weg hierover slechts alle verkeer, behoudens de beperkingen, bedoeld in artikel 6 van de Wegenwet, hebben te dulden, wanneer de weg openbaar is in de zin van artikel 4 van die wet. In zoverre komt derhalve betekenis toe aan de regeling van de Wegenwet. Voor zover artikel 2:11 van de APV ertoe strekt dat de rechthebbende op de weg ook openbaar verkeer moet toestaan buiten de reikwijdte van zijn duldplicht ingevolge de Wegenwet, dient die bepaling wegens strijd met de Wegenwet buiten toepassing te blijven. Lid 5 betreft een redactionele verbetering. Artikel 2:24 Definities, eerste lid onder b (Wijziging VNG zomer 2020) Correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 2:25 Evenementenvergunning, lid 9 en 11 (Wijziging VNG zomer 2020) Lid 9. Aanpassing aan de formulering van slecht levensgedrag. Lid 11 betreft een redactionele verbetering.
Artikel 2:26, Ordeverstoring, leden 2 en 3 (Wijziging VNG oktober 2020) In dit onderdeel worden het tweede en derde lid (nieuw) toegevoegd aan artikel 2:26. Het Openbaar Ministerie heeft bij de rechter civiele verboden gevraagd en gekregen tegen enkele motorclubs. Een groot aantal leden is gedurende een reeks van jaren betrokken bij tal van verboden en grotendeels ook ernstig verwijtbare criminele gedragingen. Deze veelvuldige en 1
voortdurende inbreuken op de openbare orde ontwrichten de samenleving of kunnen deze ontwrichten. Ze vormen een wezenlijke aantasting van de veiligheid van de samenleving en de vrijheid van burgers om naar eigen inzicht deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer. Door de frequentie van de (criminele) gedragingen van een groot aantal leden van deze organisaties, en als gevolg van de intimidatie die van het optreden door leden van een duidelijk herkenbare groep als deze uitgaat, is sprake van uitstraling van deze gedragingen naar een wijdere kring van nietbetrokken burgers. Het is vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid niet acceptabel dat in de publieke ruimte nog uiterlijk vertoon plaatsvindt dat verband houdt met dergelijke verboden en ontbonden organisaties, gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of uit kan gaan. Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar gesteld in artikel 140, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht. Deze strafbaarstelling geldt echter pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk (definitief) is geworden. Zolang de mogelijkheden van hoger beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dergelijk uiterlijk vertoon dus niet op grond van het Wetboek van Strafrecht handhavend worden opgetreden.
Dit ondanks het feit dat een civielrechtelijk verbod al wel in werking kan zijn getreden middels uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de uitspraak. Om toch te kunnen optreden tegen de aanwezigheid van dit uiterlijk vertoon in de publieke ruimte, vanwege de impact die dat heeft op de openbare orde, wordt een verbodsbepaling opgenomen in de APV. Deze bepaling houdt in dat het verboden is om bij evenementen zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of ontbonden is vanwege strijd met de openbare orde. Het kan bijvoorbeeld gaan om de naam, logo’s, spreuken, kleding en andere aanduiding op motoren. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een antisamenloopbepaling (derde lid). Door strafbaarstelling in de APV kan daartegen handhavend worden opgetreden. Vanuit een oogpunt van openbare orde is het wenselijk om niet te wachten met het weren van zichtbare aanwezigheid van verboden/ontbonden organisaties uit de publieke ruime tot een onherroepelijk vonnis voorhanden is.
Artikel 2:27 Definitie, lid 1 (Wijziging VNG zomer 2019) In dit artikel wordt ‘waterpijpcafé’ toegevoegd aan artikel 2:27, eerste lid. Hierdoor zijn zogenaamde ‘sisha lounges’ altijd openbare inrichting in de zin van de afdeling 4 (Toezicht op de openbare inrichtingen) (nieuw) van de APV en dus voor de exploitatie vergunningplichtig. Artikel 2:29 Sluitingstijd, leden 6 en 14 (Wijziging VNG zomer 2019 en vastleggen werkafspraken) Lid 6. De incidentele verlenging van het sluitingstijdstip is geregeld in ambtelijke werkafspraken. Om meer duidelijkheid te geven wanneer een het sluitingstijdstip verlengd kan worden is dit lid duidelijker omschreven wanneer een ontheffing van het sluitingstijdstip mogelijk is. Lid 14. Betreft een redactionele verbetering. Artikel 2:31 Verboden gedragingen, lid 2 (Wijziging tbv aanpak ondermijning, aansluiting bij de omliggende gemeenten) Betreft ordeverstoring in een openbare inrichting (horeca). Analoog aan de ordeverstoring bij evenementen door aanwezigheid van goederen die uiterlijke kenmerken zijn van verboden organisaties (OMG’s). Zie ook toelichting van artikel 2:26. Artikel 2:34c Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat (Wijziging tbv aanpak ondermijning, aansluiting bij de omliggende gemeenten) De aanpak van ondermijning staat hoog op de politieke agenda zowel landelijk, regionaal als lokaal.
Hiervoor is een plan van aanpak voor ondermijning opgesteld. In het regionaal driehoeksoverleg is afgesproken dat de gemeenten Weert, Nederweert en Leudal zoveel de betreffende artikelen in de APV op elkaar afstemmen. In navolging van de gemeente Weert wordt dit artikel in de APV van de gemeente Leudal opgenomen. 2
Door dit nieuwe artikel in de APV kan de burgemeester panden, straten, gebieden of branches aanwijzen waarvoor vervolgens een vergunningplicht gaat gelden (een bevoegdheid derhalve en geen verplichting). Criterium voor de aanwijzing is dat door bedrijfsmatige activiteiten de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid onder druk staan dan wel nadelig kunnen worden beïnvloed. Dit zal met name kunnen blijken uit politierapportages. Het introduceren van een vergunningplicht maakt niet alleen toetsing aan de wet Bibob mogelijk maar in het kader van handhaving kan in het uiterste geval worden overgegaan tot sluiting van een pand. Enkele belangrijke kenmerken van het nieuwe stelsel zijn: Naast de algemene weigerings- en intrekkingsgronden uit de APV zijn er ook bijzondere gronden zoals het in enig opzicht zijn van slecht levensgedrag, schijnbeheer of de nadelige invloed op de leefbaarheid in het gebied. Sluitingsbevoegdheid voor de burgemeester indien wordt geëxploiteerd zonder vergunning of in nader bepaalde situaties waaronder ook weer slecht levensgedrag, schijnbeheer of nadelige invloed op de leefbaarheid in het gebied. Voor aanwezige exploitanten een overgangstermijn van drie maanden. Ondermijning kan door het door het opnemen van dit artikel in de APV worden aangepakt.
Artikel 2:39 Speelgelegenheden, lid 4 (Wijziging VNG zomer 2020) Wijziging betreft een redactionele verbetering. Artikel 2:50b Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties (Wijziging VNG oktober 2020) Verwezen wordt naar de toelichting van artikel 2:26 Ordeverstoring. In artikel 2:50b wordt een verbod ingesteld voor openbare plaatsen en in voor publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Strafbaarstelling van het verbod vindt plaats in artikel 6:1. Voor het geval van samenloop met de strafbaarstelling in het Wetboek van Strafrecht (met name relevant na het onherroepelijk worden van een rechterlijke uitspraak) is voorzien in een anti-samenloopbepaling (tweede lid). Artikel 2:57 Loslopende honden, eerste lid, onder b (Wijziging VNG, zomer 2020) Volgens het huidige onderdeel b geldt een verbod voor honden op de weg indien ze niet zijn aangelijnd. Dus op ander openbare plaatsen dan de weg mag een hond niet aangelijnd lopen, behalve op een krachtens onderdeel a genoemde plaats/aangewezen plaats. De wijziging breidt het verbod voor niet-aangelijnde honden uit tot andere plaatsen binnen de bebouwde kom dan de weg, zoals parken en plantsoenen of andere voor publiek openstaande plaatsen. Dat past ook beter bij de uitzondering in het tweede lid, waar wordt gesproken over ‘aangewezen plaatsen’.
Artikel 2:59 Gevaarlijke honden (Wijziging VNG, zomer 2019) In dit onderdeel wordt de omschrijving van artikel 2:59, tweede en derde lid, aanhef, aangepast. Daarmee wordt uitdrukkelijker aangegeven dat de eigenaar of houder van de hond zich moet houden aan een opgelegd aanlijn- of muilkorfgebod in plaats van een omschrijving te geven van wat een aanlijn- respectievelijk muilkorfgebod inhoudt. Omdat in de feitcodes van het Openbaar Ministerie ‘kort aangelijnd’ staat, is ‘kort’ toegevoegd aan het tweede lid. Artikel 2:64 Bijen, vijfde lid (Wijziging VNG, zomer 2020) Lid 5. Dit betreft een redactionele verbetering. Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister, derde lid (Wijziging VNG, zomer 2020) Lid 3. Dit betreft een redactionele verbetering. Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen, tweede lid (Wijziging VNG, zomer 2020) Lid 2. Dit betreft een redactionele verbetering. Artikel 4:6 Overige geluidhinder, derde lid (Wijziging VNG, zomer 2019) Betreft een tekstuele en technische wetsaanpassing.
3
Artikel 5:2 Voertuigen van autobedrijf en dergelijke, vijfde lid (Wijziging VNG, zomer 2020) Betreft een redactionele verbetering. Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen, derde lid (Wijziging VNG, zomer 2020) Betreft een redactionele verbetering. Artikel 5:6 Kampeermiddelen en andere voertuigen, vierde lid (Wijziging VNG, zomer 2020) Betreft een redactionele verbetering. Artikel 5:7 Reclamevoertuigen, derde lid (Wijziging VNG, zomer 2020) Betreft een redactionele verbetering. Artikel 5:8 Grote voertuigen, zesde lid (Wijziging VNG, zomer 2020) Betreft een redactionele verbetering. Artikel 5:10 Parkeren anders dan op de rijbaan, eerste lid (Wijziging VNG, zomer 2019) In dit onderdeel wordt ‘of te laten stilstaan’ toegevoegd aan artikel 5:10, eerste lid. Voor bord E2 (stopverbod) is de juridische context namelijk hetzelfde als voor het parkeren. Ook het opschrift is aangepast. Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen of leden- of donateurswerving, zesde lid (Wijziging VNG zomer 2020) Betreft een technische aanpassing. Artikel 5:14 Definitie, tweede lid, onder b (Wijziging VNG zomer 2020) Betreft een correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 5:15 Ventverbod, derde en vierde lid (Wijziging VNG zomer 2019 en 2020) Lid 3. Betreft een redactionele verbetering. Lid 4. Betreft een tekstuele en technische aanpassing.
Artikel 5:17 Definitie, tweede lid onder a (Wijziging VNG zomer 2020) Betreft correctie naar de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden, vijfde lid (Wijziging VNG zomer 2020) Betreft een redactionele verbetering. Artikel 5:22 Definitie, tweede lid, onder a (Wijziging VNG zomer 2020) Betreft een correctie van de verwijzing naar artikel 160 Gemeentewet. Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen (Wijziging VNG zomer 2019) In dit onderdeel wordt in artikel 5:25, tweede lid, onder a, en vierde lid, ‘het aanzien van de gemeente’ vervangen door het ‘uiterlijk aanzien van de gemeente’. Artikel 5:32 Crossterreinen leden 1 en 3 (Wijziging VNG zomer 2019 en 2020) Lid 1. Om tegen het puur recreatief optreden tegen crossen met brommers (dus niet ter voorbereiding van wedstrijden) is dit lid opgenomen. Opgetreden kan worden bij (geluids)overlast ten gevolge van het crossen buiten wedstrijdverband. Lid 3. In dit lid wordt de verwijzing naar hogere regelgeving voor wat betreft de Wet milieubeheer vervangen door een verwijzing naar de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht, waarnaar motorcrossterreinen een aantal jaren geleden zijn overgeheveld. Ook is de Zondagswet toegevoegd. Artikel 5:36 Verboden plaatsen, leden 1 en 4 (Wijziging VNG zomer 2019 en 2020) Lid 1.
Incidentele asverstrooiing wordt op gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen toegestaan. Lid 2. Betreft een redactionele verbetering.
4
Artikel 6:1 Sanctiebepaling, leden 3 en 4 (Wijziging VNG oktober 2020) Dit betreft een technische aanpassing.
5