Bestemmingsplan (toelichting, regels en verbeelding), concept
Tekst van het document
Transportroutes gevaarlijke stoffen Bij het vaststellen van een bestemmingsplan binnen het invloedsgebied van een transportroute voor gevaarlijke stoffen moet op grond van artikel 7 van het Bevt en artikel 12 van het Bevb het groepsrisico worden beoordeeld. In veel gevallen kan dat beperkt blijven tot een beschrijving van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid, maar ook dan is het verplicht om het advies van de Veiligheidsregio te vragen. De verantwoording (en het advies van de VR) kan beperkt blijven tot een beschrijving van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De motivatie daarvoor moet in de toelichting staan: namelijk dat het GR niet toeneemt en lager is dan de oriëntatiewaarde of het GR is en blijft lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde.
Op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet hoeven er (in principe) geen beperkingen aan het ruimtegebruik te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Op deze weg vindt transport plaats van gevaarlijke stoffen van de stofcategorieën brandbaar gas en brandbare vloeistof. Andere stofcategorieën worden niet in betekenisvolle mate vervoerd. Het invloedsgebied van de N279 is gekoppeld aan het vervoer van brandbaar gas en reikt tot 355 meter. De in de omgeving van het bouwplan gelegen N279 is gelegen op een afstand van ca. 0,13 km van het plangebied. Over de provinciale weg N279 worden alleen gevaarlijke stoffen met een bestemming in de buurt vervoerd, bijvoorbeeld LPG, benzine en diesel voor tankstations en propaan voor diverse toepassingen in het
32
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
buitengebied. De nieuwe huisvestingsvoorziening voor tijdelijke werknemers (170 personen extra naast de reeds toegestane 30 personen) op de locatie Nijken 18 te Roggel ligt binnen het invloedgebied van de N279. Het plaatsgebonden risico (PR 10-6) van de N279 vormt geen belemmering voor de locatie voor de huisvesting van tijdelijke medewerkers. Er wordt namelijk voldaan aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Door de ligging binnen het invloedgebied van de N279 dient er door het bevoegd gezag invulling gegeven te worden aan de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Nu de omvang van het groepsrisico ter plaatse van het plangebied kleiner is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde van het groepsrisico kan gelet op het bepaalde in artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Bij de beperkte verantwoording van het groepsrisico dient in elk geval ingegaan te worden op de aspecten bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Na ontvangst van het advies van de Veiligheidsregio Limburg Noord dient het bevoegd gezag een verantwoording van het groepsrisico op te stellen.
De verantwoording van het groepsrisico dient opgenomen te worden in de toelichting van het bestemmingsplan dat de realisatie van de nieuwe huisvestingsvoorziening voor tijdelijke werknemers (170 personen extra naast de reeds toegestane 30 personen) op de locatie Nijken 18 te Roggel mogelijk maakt. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag in te gaan op het uitgebrachte advies van het bestuur van de Veiligheidsregio Limburg Noord.
Beheersbaarheid en zelfredzaamheid Bij het optreden van een BLEVE op de N279 ontstaat een drukgolf en hittestraling met scherfwerking en brand tot gevolg. Hierdoor vallen er veel slachtoffers en wordt de zelfredzaamheid van aanwezige personen negatief beïnvloed. Om dit te beperken wordt het volgende geadviseerd door de Veiligheidsregio: - Overweeg het aanbrengen van een aarden wal (of ander afschermend element) tussen de huisvesting en de N279, met als doel rondvliegende scherven/puin af te schermen en de drukgolf af te buigen. - Beperkt het glasoppervlak in de gevelconstructie gekeerd naar de N279. - Voer de beglazing in de gevelconstructie gekeerd naar de N279 uit als gelaagd veiligheidsglas in een flexibele sponning. Het glas dient te voldoen aan klasse P2A conform NEN-EN 356 of gelijkwaardig, met als doel dat de effecten van buitenaf door scherfwerking worden beperkt. Het buitenoppervlak van de gevel- en dakconstructie gekeerd naar de N279 moet voldoen aan brandklasse B volgens de NEN-EN13501-1. In onderhavige situatie wordt voor de laatste optie gekozen (toepassing gelaagd veiligheidsglas). Dit is tevens als voorwaardelijke bepaling in de regels van onderhavig bestemmingsplan toegevoegd.
Om veilig in de huisvesting te kunnen schuilen voor een toxische gaswolk, moet de mechanische ventilatie (indien aanwezig) voorzien zijn van een schakelaar op een gemakkelijk te bereiken plaats (bijvoorbeeld in de meterkast), zodat de ventilatie snel kan worden afgeschakeld. Situeer daarbij de inlaat van de mechanische ventilatie van de risicozijde af. Indien het gebouw geheel is voorzien van natuurlijke ventilatie, is het advies om naar een ruimte te gaan waar ramen en deuren gesloten kunnen worden. De bestrijding van een incident met gevaarlijke stoffen op een vervoersroute is sterk afhankelijk van de plaats van het incident. Als de brandweer op tijd ter plaatse is en mogelijkheden heeft om met bluswater een eventuele brand te blussen of een vrijgekomen giftige stof ter verdunnen of neer te slaan, dan zijn de effecten beperkt te houden. In andere gevallen kan een incident leiden tot een volledige uitstroom van de inhoud van de beschadigde tank op het vervoermiddel. Het is daarom belangrijk dat daar waar vervoer van gevaarlijke stoffen door de woonkernen in Leudal plaatsvindt, de hulpdiensten toegang hebben tot de incidentlocatie en de beschikking hebben over voldoende
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
33
bluswater. Ter plaatse van het plangebied is het mogelijk om het plangebied vanuit meerdere zijden te bereiken (vastgelegd in de regels en verbeelding dat een ontsluitingsweg van minimaal de volgende afmetingen/eisen: - Een minimale vrije breedte van 4,5 meter; - Over een breedte van minimaal 3,5 meter verhard; - Een minimale vrije hoogte van 4,2 meter; - Geschikt voor motorvoertuigen met massa van minimaal 14.600 kg. De zelfredzaamheid van personen in het plangebied is goed. De bestemmingen binnen het invloedsgebied zijn niet bedoeld voor mensen die zich moeilijk zelf in veiligheid kunnen brengen (kinderen, bejaarden). Tevens zijn er voldoende vluchtroutes voor aanwezige personen die van het incident weg leiden. Verder is er bluswater aanwezig (groot bassin is direct aangrenzend aan het plangebied gelegen met een capaciteit van minimaal 90m3 per uur gedurende 4 uur lang) waardoor er snel geblust kan worden. Omdat een waterbassin wordt gezien als een secundaire bluswatervoorziening is in afstemming met de veiligheidsregio ervoor gekozen om een permanente zuigbuis aan te brengen ter hoogte van het aanwezige waterbassin (dat altijd minimaal 360m3 water bevat). Hiermee is de bluswatervoorziening gegarandeerd. Verder zal de nieuwbouw worden voorzien van centraal uitschakelbare ventilatie.
Ook zal er in de taal van de aanwezige bewoners informatie worden verstrekt in de vorm van risicocommunicatie zodat iedereen op de hoogte is van de risico's als gevolg van externe veiligheid.
Er zal sprake zijn vanregulier (maandelijks) onderhoud en controle van de (brand)veiligheidsvoorzieningen in de huisvesting. Deze controles worden vastgelegd in een logboek.
Transportleidingen Op 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden. Deze AMvB regelt onder andere welke veiligheidsafstanden moeten worden aangehouden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen, zoals aardgas. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan, op grond waarvan de bouw van een kwetsbaar object bij een buisleiding wordt toegelaten: wordt een waarde in acht genomen van 10-6 per jaar met betrekking tot het plaatsgebonden risico voor kwetsbare objecten ofwel binnen de PR-contour is de bouw van een kwetsbaar object niet toegestaan; 2. wordt tevens het groepsrisico in het invloedgebied van de buisleiding verantwoord (invloedsgebied: het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico van de buisleiding tot de grens waarbinnen de letaliteit van die personen 1% is). In de omgeving van het plangebied bevinden zich binnen 500 meter van de grens van het plangebied geen transportleidingen. Gezien deze afstand vormen transportleidingen geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 1.
34
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Figuur 10: Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied
Conclusie externe veiligheid Als gevolg van onderhavige planontwikkeling ontstaan er geen (extra) risico's in het kader van externe veiligheid. Daarbij kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid in casu goed te noemen is. Ook is de bereikbaarheid van de locatie bij een eventuele calamiteit goed. Tevens gaan er geen hulpbehoevende personen (kinderen/bejaarden) verblijven in het plangebied. Hierdoor is de planontwikkeling, met inachtneming van de in de toelichting en planregens opgenomen voorwaarden, géén (extra) risico in het kader van externe veiligheid. Gelet op vorenstaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
4.3
Ecologie
Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De regels die toezien op bescherming van Natura 2000-gebieden (voorheen Nbwet) zijn opgenomen in 'Hoofdstuk 2 Natura 2000-gebieden' van de Wet natuurbescherming. De verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde soorten (voorheen Ffwet) zijn in de Wet natuurbescherming opgenomen in 'Hoofdstuk 3 Soorten' en beschreven per beschermingsregime. Op basis van de Wet natuurbescherming zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Te allen tijde geldt dat de algemene wettelijke zorgplicht van toepassing is. Dit houdt in, dat handelingen die niet noodzakelijk zijn met betrekking tot de voorgenomen ingreep en die nadelig zijn voor de in en om het plangebied voorkomende flora en fauna, achterwege moet blijven. Ook bij handelingen die wel noodzakelijk zijn geldt de zorgplicht.
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
35
Ten behoeve van het planvoornemen is een ecologisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4. De conclusies van dit onderzoek zijn als volgt: 'Bij de quickscan, die is uitgevoerd ter plaatse van de beoogde bouw van huisvestiging voor arbeids-migranten aan de Nijken 18 te Roggel, is op de locatie geen beschermde flora en fauna waargenomen die een belemmering kan vormen voor de voorgenomen activiteit. Het plangebied kan tijdens de bloeiperiode van de bessenstruiken als foerageergebied dienen voor vogels en vleermuizen. Door de beoogde ontwikkeling zal dit gebied verloren gaan. Echter zal een nieuw bessenveld worden ingericht op een akker nabij de Roggelsche beek. Dit veld is circa 2,7 groter dan het huidige veld. Deze akker is nu als foerageergebied niet/minder geschikt, waardoor het verlies aan foerageergebied door de nieuwbouw ruimschoots wordt gecompenseerd. Tevens kan de locatie (incidenteel) gebruikt worden als leefgebied door de egel en het konijn. Voor beide soorten is geen sprake van essentieel leefgebied, is in de directe omgeving voldoende alternatief foerageergebied aanwezig en beide soorten zijn opgenomen in de bijlage van de Omgevingsverordening Limburg 2014, waardoor bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de provincie Limburg een vrijstelling geldt voor de aanvraag van een ontheffing voor de genoemde soorten.
Op basis van de quickscan wordt een aanvullend of nader onderzoek naar de aanwezige flora en fauna, voor de geplande activiteiten, niet noodzakelijk geacht. Voor de geplande activiteiten is op basis van de bekende gegevens geen ontheffingsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.' Kortom, op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de aanwezigheid van beschermde flora en fauna binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Het planvoornemen heeft, als gevolg van de maatregelen zoals opgenomen in het inpassingsplan, een positief effect op ecologische waarden die aanwezig zijn binnen het plangebied.
Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is 'Leudal'. Dit gebied is gesitueerd op een afstand van circa 2,5 kilometer van het plangebied. Onderhavig planvoornemen voorziet in een bouwfase en in een gebruiksfase. Hierdoor is er een beperkte toename van stikstof te verwachten als gevolg van het planvoornemen. Ten aanzien van de bouw- en gebruiksfase geldt dat hiervoor een stikstofberekening met Aerius is uitgevoerd, zie bijlage 5. Deze berekening is worst-case uitgevoerd door voor iedere persoon 4 bewegingen per dag in te rekenen 365 dagen per jaar. De conclusie van dit onderzoek is dat het planvoornemen geen significant negatief effect zal hebben op beschermde natuurgebieden voor zowel de bouw- als gebruiksfase. Conclusie Gelet op de beschikbare gegevens, het uitgevoerde onderzoek en het karakter van het plangebied is het onwaarschijnlijk dat er binnen het plangebied beschermde soorten voorkomen. Mochten er toch diersoorten in het plangebied voorkomen, dan zullen dit algemene soorten zijn waarvoor de lichtste vorm van bescherming geldt (bosmuis, spitsmuis, veldmuis, etc.). Het planvoornemen zal, indien deze soorten zich in het plangebied bevinden, daarop een schadelijk effect hebben. Aangezien de activiteiten zijn te kwalificeren als ruimtelijke ontwikkeling, geldt een vrijstelling van de verboden. Voor de activiteit hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd.
4.4
Hinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten
Milieuzonering zorgt ervoor dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen en dat (andersom) nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden. Het waar mogelijk scheiden van bedrijven en woningen bij nieuwe ontwikkelingen dient twee doelen:
36
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
1. het reeds in het ruimtelijke spoor voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar voor woningen; 2. het tegelijk daarmee aan de bedrijven voldoende zekerheid bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. De gemeente beslist zelf of zij op een bepaalde locatie bedrijven of woningen mogelijk wil maken. Dit besluit dient echter wel zorgvuldig te worden afgewogen en te worden verantwoord.
Beoordeling woon- en leefklimaat planvoornemen (huisvestingvoorziening 170 personen) Voor deze beoordeling is het van belang de milieuaspecten geluid, stof, gevaar en geur te beoordelen. Ten aanzien van geluid, stof en gevaar is reeds een beoordeling van dit aspect gemaakt in de aparte paragrafen van hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting. Hieruit blijkt dat er voor deze aspecten een acceptabel woon- en leefklimaat te garanderen is ter plaatse van het plangebied. Ten aanzien van het aspect geur kan worden gesteld dat er in de omgeving van het plangebied (honderden meters afstand) geen agrarische bedrijven (veehouderijen) zijn gelegen. Tevens wordt het plangebied omringd door geurgevoelige objecten aan alle zijden die reeds een toetspunt vormen voor veehouderijen op grotere afstand. Kortom, in het kader van geur kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd.
Beoordeling externe effecten planvoornemen (huisvestingvoorziening 170 personen) Ten aanzien van voorzieningen voor de huisvesting van tijdelijke werknemers kan worden gesteld dat deze gelijk te stellen is met de SBI-2008 code 5510 voor hotels en pensions. De grootste afstand betreft die voor geluid en betreft 10 meter. Binnen 10 meter van de rand van het plangebied zijn geen gevoelige objecten van derden gelegen, zie afbeelding hieronder. Tevens is vanwege de menging van functies (bedrijven, wonen, diverse wegen, overige functies) sprake van zogenaamd 'gemengd gebied' waardoor de richtafstand met 1 stap verlaagd kan worden. In onderhavig geval is dat niet noodzakelijk om aan de richtafstand te kunnen voldoen.
Spuitzones Op 16 december 2020 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een belangrijke uitspraak gedaan over spuitzones in bestemmingsplannen. Het is vaste rechtspraak dat een richtafstand moet worden aangehouden tussen agrarische bedrijvigheid met mogelijk gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en gevoelige functies als bijvoorbeeld huisvesting van werknemers. Deze richtafstand is 50 meter. In onderhavig bestemmingsplan is derhalve een 'spuitvrije zone' van 50 meter op de verbeelding opgenomen met een koppeling in de regels. Daarmee is een goed woon- en leefklimaat voor de tijdelijke werknemers in de nieuwe huisvestingsvoorzieningen gegarandeerd.
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
37
Figuur 11: aanduiding bouwvlak met aanduiding afstanden tot derden
Tevens kan worden opgemerkt dat de ingangen van de nieuwe panden is gelegen aan de binnenzijde. De nieuwbouw zorgt daarmee ook voor een afschermende werking naar de omgeving. Kortom, milieuzonering vormt gezien de aard van het planvoornemen en de ligging van gevoelige objecten en aanwezige bedrijven op (grote) afstand, geen belemmering voorde voorgenomen planontwikkeling.
4.5
Luchtkwaliteit
Wet Luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen inzake de luchtkwaliteit opgenomen in hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer (hierna ook: Wm). Omdat de luchtkwaliteitseisen op zijn genomen in titel 5.2 van de Wmb, staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Met de inwerkingtreding van de Wet luchtkwaliteit is het Besluit luchtkwaliteit 2005 komen te vervallen.
38
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Het doel van titel 5.2 Wm is om de mensen te beschermen tegen de negatieve gevolgen van luchtverontreiniging op hun gezondheid. In de wet- en regelgeving zijn de richtlijnen uit de Europese regelgeving opgenomen, waaraan voorgenomen ontwikkelingen dienen te voldoen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen de luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid van een bestuursorgaan ex. artikel 5.16 Wm: 3. 4. 5. 6.
er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarde; een project leidt al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) of een regionaal programma van maatregelen
'Niet in betekenende mate' NIBM Deze Algemene maatregel van Bestuur (AmvB) legt vast wanneer een project 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdraagt aan de toename van concentraties van bepaalde stoffen in de lucht. Een project is NIBM wanneer het aannemelijk is dat het een toename van de concentratie veroorzaakt van maximaal 3%. De 3% grens wordt gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het NSL is vanaf augustus 2009 van kracht, zodat de 3% grens aangehouden dient te worden. In de regeling NIBM is (onder andere) aangegeven dat een plan tot 500 woningen niet in betekenende mate bijdraagt aan de toename van de concentratie fijn stof en stikstofdioxide in de lucht.
Figuur 12: uitsnede berekening NIBM-tool Met de NIBM-tool van Infomil is berekend bij welke toename van verkeer er sprake is van een NIBM-ontwikkeling. Hieruit blijkt dat onderhavig planvoornemen niet voorziet in een dergelijke hoeveelheid extra verkeer waardoor de conclusie kan worden getrokken dat het planvoornemen NIBM is. Het project leidt niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse, waardoor het aspect
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
39
luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is gericht op de beperking van de vestiging in de nabijheid van provinciale en rijkswegen van gevoelige bestemmingen, zoals gebouwen voor kinderopvang, scholen, verzorgings- of verpleegtehuizen. Dit besluit is om die reden niet op onderhavig bouwplan van toepassing. Onderhavig planvoornemen betreft het realiseren van een huisvestingsvoorziening voor 170 personen binnen het agrarisch bouwvlak. Het project leidt derhalve niet tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse, waardoor het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor onderhavig plan.
Conclusie luchtkwaliteit Gelet op vorenstaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
4.6
Water
In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze bij het project rekening is gehouden met de ruimtelijk relevante aspecten van (duurzaam) waterbeheer. Allereerst wordt ingegaan op het provinciale waterbeleid.
Provinciaalbeleid De provincie Limburg kent ook als uitgangspunt dat verdroging zo veel mogelijk moet worden tegengegaan en dat de waterkwaliteit, met het oog op een duurzaam gebruik in de toekomst, erg belangrijk is. Verder sluit de provincie aan bij het beleid van de Vierde Nota Waterhuishouding om infiltratie van water in de bodem te bevorderen en water meer terug te brengen in stedelijk gebied.
Binnen de waterbeheersplannen van Limburg is integraal waterbeheer een belangrijk begrip. Ook hier speelt verdroging en waterkwaliteit een belangrijke rol in het beleidsproces. Ter invulling van (specifiek) ecologische functies stelt het Waterschap onder andere dat, ter voorkoming van verdroging, grondwaterstanden (daar waar dat mogelijk is) verhoogd moeten worden door peilbeheer. Ook dient het rioleringsbeheer door gemeenten op en aan de aan watergangen en -plassen toegekende functies, afgestemd te worden. Naast die ecologische functie dienen er ook mensgerichte hoofdfuncties ten behoeve van industrie of drinkwater ingepast te worden. Tevens dient er plaats te zijn voor mensgerichte nevenfuncties.
Watertoets Waterschap Limburg Vanaf 1 november 2003 zijn de overheden wettelijk verplicht om alle ruimtelijke plannen, die van invloed zijn op de waterhuishouding, voor advies voor te leggen aan de waterbeheerders. Tot juli 2004 kwam het voor dat voor de watertoets verschillende waterbeheerders (waterschapsbedrijf, waterschap, provincie en Rijkswaterstaat) apart moesten worden benaderd. Die gaven dan afzonderlijke wateradviezen. Dat zorgde voor veel onduidelijkheid en papieren rompslomp. Daarom hebben de Limburgse waterbeheerders afgesproken om alle aanvragen in het hun betreffende gebied af te handelen via één loket: het zogenaamde watertoetsloket. Het loket is ondergebracht bij het waterschap.
Op de kaarten van de gemeente Leudal van het Waterschap Limburg blijkt dat het plangebied niet is gelegen binnen een aandachtsgebied.
40
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Op welke wijze wordt omgegaan met het afval- en hemelwater binnen het onderhavige plangebied wordt hierna uiteengezet.
Afvalwater Het afvalwater als gevolg van onderhavige planontwikkeling zal worden geloosd op de gemeentelijke riolering van de gemeente Leudal. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt is het afvoeren van afvalwater via de gemeentelijke riolering vereist en daarmee tevens de beste optie. Ter plaatse van de nieuwe bebouwing zal alleen huishoudelijk-sanitair afvalwater vrijkomen. Er zal hierbij conform gemeentelijke voorschriften een vetvangput met toebehoren worden aangelegd. Bij de aanvraag omgevingsvergunning zal dit nader worden uitgewerkt incl. capaciteitsberekeningen.
Hemelwater dakverhardingen Het hemelwater dat valt op de nieuwe (dak)verharding zal worden opgevangen en oppervlakkig worden afgevoerd, hetzij via aanwezige paden hetzij via goten, naar een hemelwatervoorziening (aanwezig waterbassin met noodoverloop op de omliggende in eigendom zijnde gronden, zie uitsnede landschapsplan). Bij nieuwbouw dient 100% van het verharde oppervlak afgekoppeld te worden. Om te beoordelen hoe groot de te realiseren hemelwatervoorziening moet zijn, dient de hoeveelheid af te voeren hemelwater te worden berekend bij extreme buien van t=100. De neerslag die afkomstig is van de nieuwe bebouwing, wordt in zijn geheel opgevangen. Er is voorzien in de volgende nieuwe verhardingen: -
Nieuwe bedrijfsbebouwing (6 nieuwe huisvestingsgebouwen) ca. 3.300m2;
-
Nieuwe erfverharding ca. 1.000m2.
De norm van het waterschap is 100mm. De benodigde capaciteiten zijn: -
Nieuwe bedrijfsbebouwing (6 nieuwe huisvestingsgebouwen à 550m2) ca. 330m3;
Nieuwe erfverharding ca. 100m3 (parkeerplaatsen worden met grastegels uitgevoerd waardoor hemelwater rechtstreeks infiltreert in de bodem ter plaatse); Totaal: ca. 430m3 Capaciteit infiltratievoorziening (waterbassin) op het naastgelegen eigen terrein: ca. 7.500m3 (zie bijgevoegd luchtfoto voor de ligging aan de noordwestzijde). Deze capaciteit is voldoende om de 430m3 te kunnen bufferen. Tevens heeft het bassin een noodoverloop op de ruim 10ha omliggende fruitboomgaarden die in eigendom zijn van initiatiefnemer. Omdat het waterbassin wordt gebruikt voor het bevloeien van de eigen naastgelegen fruitboomgaarden wordt het vrijkomend hemelwater duurzaam gebruikt en infiltreert het ter plaatse in de bodem en behoeft er minder grondwater opgepompt te worden. Het bassin wordt deels 'gevuld' met vrijkomend hemelwater van bestaande bebouwing binnen het bouwvlak. Een deel van de aanwezige verharding wordt in de bestaande situatie reeds op een andere wijze afgekoppeld (zijdelingse afvloeiing, wadi). In het waterbassin is altijd sprake van een waterhoogte die lager is dan de hoogte van de dijk van het waterbassin. Initiatiefnemer zal er voor zorgen dat er altijd minimaal 430m3 ruimte beschikbaar is in het bassin.
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
41
Figuur 13: uitsnede luchtfoto
Figuur 14: Uitsnede kaart bodemdoorlatendheid Waterschap Limburg
42
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Door de afdoende capaciteit van de infiltratievoorziening, behoeft voor wateroverlast op de bouwkavel en de aangrenzende percelen van derden niet te worden gevreesd. Door het hemelwater van de nieuwe bebouwing en bijbehorende verharding niet te lozen op de riolering, wordt voldaan aan de norm dat bij nieuwbouw 100% van het verharde oppervlak dient te worden afgekoppeld. Tevens blijkt dat de bodemdoorlatendheid ter plaatse van het plangebied goed te noemen is. Derhalve zal het hemelwater ter plaatse van bijv. de semi-verharde parkeerplaatsen goed infiltreren. In de infiltratievoorzieningen zal alleen schoon hemelwater worden opgevangen, waaraan uiteraard geen verontreinigde stoffen zijn toegevoegd. Conclusie water Gelet op vorenstaande vormt het aspect waterhuishouding geen belemmeringen voor onderhavige planontwikkeling.
4.7
Geluid
Inleiding Met betrekking tot het aspect geluid kan sprake zijn van geluidbelasting op geluidgevoelige objecten als gevolg van industrielawaai. Daarnaast kan er sprake zijn van wegverkeerslawaai en spoorweglawaai.
Railverkeer De nieuwe huisvestingsvoorziening is in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) een geluidgevoelig object. Er zijn echter geen spoorwegen in de nabije omgeving van het plangebied gelegen. Een nader akoestisch onderzoek naar railverkeerslawaai is derhalve niet nodig voor onderhavige ontwikkeling. Wegverkeer De nieuwe huisvestingsvoorziening is in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) een geluidgevoelig object. Gezien de afstand van het plangebied tot de nabij gelegen wegen (Nijken/N279 op een afstand van ca. 120-130 meter en Strubben op een afstand van ca. 75m) kan op basis van deze grote afstanden worden geconcludeerd dat waarschijnlijk aan de voorkeursgrenswaarde van 48dB voldaan zal worden. Om dit zeker te weten is door Aelmans ROM BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 6. Hieruit volgt dat aan de voorkeursgrenswaarde wordt voldaan aan de randen van het bouwvlak. Kortom, wegverkeerslawaai vormt voor onderhavig planvoornemen geen belemmering en een goed woon- en leefklimaat in de huisvestingsvoorziening is gegarandeerd. Industrielawaai De nieuwe huisvestingsvoorziening is in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) en het Activiteitenbesluit een geluidgevoelig object.
Omdat het plangebied niet is gelegen in de geluidscontour van omliggende bedrijven (bij paragraaf 4.4 is de afbeelding bijgevoegd met daarop de afstanden tot omliggende locaties) kan op basis van de richtafstanden een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. De omliggende bedrijven betreffen op het Strubben het eigen bedrijf van initiatiefnemer met een richtafstand van 30 meter (afstand bedraagt meer dan 75 meter) en op Nijken 11a een niet-agrarisch bedrijf (magazijn van een kledingbedrijf) waar het bestemmingsplan categorie 1-2 bedrijven rechtstreeks toelaat en daarmee ook een richtafstand heeft van 30 meter terwijl de afstand ca. 40 meter tot het plangebied bedraagt. Met betrekking tot de geluidbelasting van onderhavige ontwikkeling op geluidgevoelige objecten in de omgeving is in de paragraaf van de milieuzonering reeds aangetoond dat de ontwikkeling geen onevenredige toename van de geluidbelasting op deze gevoelige objecten met zich meebrengt.
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
43
Conclusie geluid Gelet op vorenstaande vormt het aspect geluid geen belemmeringen voor de beoogde planontwikkeling.
4.8
Kabels en leidingen
Door het plangebied lopen geen boven- en/of ondergrondse leidingen. Er is op dat gebied derhalve geen sprake van bijbehorende (planologische) beschermingszones en/of belangen van derden op dit punt. Onderhavig planvoornemen voorziet mogelijk tot de aanleg van extra nutsvoorzieningen. Daarnaast is ter plaatse van het plangebied sprake van de aanwezigheid van alle nutsvoorzieningen waar eventueel op kan worden aangesloten.
4.9
Verkeer en parkeren
Met betrekking tot onderhavige planontwikkeling dienen de (eventuele) gevolgen voor de verkeersstructuur alsmede het parkeren inzichtelijk te worden gemaakt. 4.9.1 Verkeersstructuur Het planvoornemen (bouw nieuwe huisvestingsvoorziening voor 170 personen) leidt tot een toename van verkeer. De bestaande inrit van de bedrijfslocatie Nijken 18 te Roggel is van voldoende omvang dat deze niet gewijzigd hoeft te worden. Tijdens de 10 weken waarin de voorziening volledig bezet zal zijn zal sprake zijn van gecombineerd vervoer. Tevens zal er veel gebruik worden gemaakt van alternatieve vervoerswijzen (fiets, te voet). Ook zal sprake zijn van gecombineerd vervoer (4 personen per auto of zelfs nog meer bij busjes). Daarnaast vindt het vervoer in de huidige situatie ook reeds plaats omdat de personen werkzaam zijn op de locatie. Deze bewegingen zullen in de nieuwe situatie niet meer aanwezig zijn. De extra verkeersbewegingen die er per dag extra komen (op basis van bovestaande enkele tientallen extra bewegingen) vormen geen probleem voor de aanwezige weg N279. Ook de bestaande inrit van de bedrijfslocatie behoeft als gevolg van het planvoornemen niet gewijzigd te worden. Hieronder is weergegeven hoe de interne route vanaf de inrit naar de huisvestingsvoorzieningen is voorzien.
44
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Figuur 15: uitsnede plan met aanduiding interne verkeersroute + parkeerplaatsen
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
45
4.9.2 Parkeren Als gevolg van onderhavig planvoornemen zal er sprake zijn van extra parkeerbehoefte. Door de realisatie van het grotere erf is er ruim voldoende ruimte beschikbaar om 96 (+50) extra auto's te kunnen parkeren. Deze ca. 146 stuks is ruim voldoende om aan de parkeerbehoefte voor de 170 personen te voldoen. De norm die toegepast moet worden bij huisvesting van tijdelijke werknemers betreft confrom de Nota Parkeernormen van de gemeente Leudal 0,6 parkeerplaatsen per persoon. Dit betekent dat er in onderhavige situatie 170 x 0,6 = 102 parkeerplaatsen beschikbaar moeten zijn. Zoals hierboven beschreven en hieronder en hierboven is weergegeven zijn deze aantallen parkeerplaatsen aanwezig (ca. 146). Hierdoor kan parkeeroverlast op de openbare weg worden uitgesloten. Het aspect parkeren vormt daarom geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.
46
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
47
Figuur 16: Uitsnede bouwplan met aanduiding parkeerplaatsen
4.10
Duurzaamheid
Duurzame stedenbouw verbreedt de aandacht naar meer aspecten dan alleen de verkaveling en ontsluiting. Duurzaamheid gaat ook om een zuinig ruimtegebruik, milieuvriendelijkheid, veilig verkeer en vervoer en natuur en rekening houden met het waterhuishoudingsysteem, omgevingsinvloeden, landschapsstructuren en landschapselementen. Dit betekent in de praktijk dat gelet moet worden op het materiaalgebruik, de vormgeving, gebruik van alternatieve energiebronnen, compact bouwen, intensief ruimtegebruik en flexibel bouwen. Duurzaam bouwen heeft een volwaardige plaats in het ontwerp, het bouwen en beheren van de bebouwing. In onderhavig plan zijn met name de bouwkundige aspecten van belang. Deze worden verder uitgewerkt in de aanvraag voor omgevingsvergunning.
48
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Hoofdstuk 5
Juridisch plan
Het bestemmingsplan 'Nijken 18 te Roggel' van de gemeente Leudal bestaat uit voorliggende toelichting, regels en een verbeelding (schaal 1: 2.000).
5.1
Wettelijk kader
Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Behalve een vernieuwd stelsel voor processen voor de ruimtelijke ordening in Nederland, zijn met de inwerkingtreding van de nieuwe Wro ook de resultaten van DURP (Digitale Uitwisseling in Ruimtelijke Processen) wettelijk verankerd. Dit houdt in dat nagenoeg alle instrumenten uit de Wro door bronhouders digitaal beschikbaar zijn, waardoor de bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar worden. Hiervoor is het pakket 'RO Standaarden 2012' ontwikkeld, dat wettelijk is vastgelegd in de bij de Wro behorende 'Regeling standaarden ruimtelijke ordening'.
Vergelijkbaarheid van bestemmings- en inpassingsplannen wordt door de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012) op drie manieren gerealiseerd: 1. er is een begrippenkader gegeven dat in de plannen toegepast moet worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om lijsten van bestemmingshoofdgroepen met mogelijke gebruiksdoelen, dubbelbestemmingen, aanduidingen, indeling van regels etc. Voor het hanteren van het begrippenkader is geen specifieke software vereist; 2. er is een verplichte 'analoge verbeelding' voorgeschreven, hetgeen inhoudt de manier waarop het plan op papieren kaarten moet worden getoond. Er zijn dwingende regels inzake de opmaak van het plan. Voor het opmaken van plannen is in de praktijk speciale software benodigd; 3. er is een verplichte 'digitale verbeelding' voorgeschreven, waarmee wordt gedoeld op het tonen van het plan in een digitale omgeving (website).
Vanaf 1 januari 2010 dient een bestemmingsplan digitaal raadpleegbaar en uitwisselbaar te zijn. Voorliggend bestemmingsplan voldoet aan deze digitaliseringverplichting.
5.2
Planonderdelen
Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en verbeelding vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het wijzigingsplan . Beide planonderdelen dienen in onderling verband te worden bezien. De regels en de verbeelding zijn namelijk onlosmakelijk met elkaar verbonden, aangezien op de verbeelding de bestemmingen visueel zijn weergegeven en de regels onder andere het gebruik en de bouwmogelijkheden bij deze bestemmingen geven.
Toelichting De toelichting van het bestemmingsplan heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het totale plan. De toelichting geeft namelijk een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten zoals deze aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting een belangrijk hulpmiddel bij de interpretatie van het bestemmingsplan.
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
49
Regels Conform de SVBP2012 dienen de regels van een bestemmingsplan volgens een bepaalde opbouw te worden opgesteld.
Verbeelding Op een verbeelding wordt de grens van het plangebied weergegeven waarbinnen onder meer de verschillende (dubbel)bestemmingen, bouwvlakken en bouw-/functie-/maatvoeringsaanduidingen (en de ligging daarvan) visueel zijn weergegeven.
De verbeelding met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan is ingetekend op schaal 1: 1.000.
Verder voorziet bijbehorende verbeelding in de naam van voorliggend bestemmingsplan en een tekeningnummer.
De verbeelding is direct (juridisch) verbonden met de bijbehorende regels. In deze regels worden de condities en voorwaarden gesteld behorende bij de verschillende bestemmingen.
50
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Hoofdstuk 6 6.1
Haalbaarheid
Financiële haalbaarheid
De voorliggende bestemmingsplanprocedure heeft betrekking op een particulier initiatief, waarbij de financiële consequenties uitsluitend door die initiatiefnemer zullen worden gedragen.
Daar de kosten voor de planontwikkeling geheel voor rekening zijn van de initiatiefnemer, heeft onderhavig plan géén gevolgen voor de gemeentelijke begroting en/of gemeentelijke financiën. Er is geen planschaderisicoanalyse gemaakt omdat eventuele verzoeken tot tegemoetkoming in planschade er niet voor zullen zorgen dat de uitvoerbaarheid van het planvoornemen in het geding komt.
Tussen de initiatiefneemster en de gemeente Leudal wordt een anterieure overeenkomst gesloten, zodat eventuele reële aanvragen inzake de tegemoetkoming in de planschade voor rekening van de initiatiefneemster komen. Omdat er sprake is van een toename van bedrijfsbebouwing met meer dan 1.000 m² is sprake van een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro. Dit is verwerkt in de anterieure overeenkomst waarin ook de kosten/vergoeding in het kader van het LKM is verwerkt.
6.2
Procedure
Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerp bestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Omgevingsdialoog Initiatiefnemer heeft plan met de omgeving (ca. 300m vanaf het plangebied) gesproken (in zomer 2021). De omgevingsdialoog is uitgewerkt (incl. handtekeningen) en aan de gemeente Leudal overhandigd. Hieruit kwam naar voren dat er draagvlak voor het plan is in de omgeving. Zij hebben ook ter bevestiging hun handtekening gezet. Vanuit de omgeving zijn derhalve geen bezwaren te verwachten. Inspraak Ingevolge artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening dienen burgemeester en wethouders te besluiten en te publiceren of er terinzagelegging van het bestemmingsplan plaatsvindt, of er zienswijzen kunnen worden ingediend en of een onafhankelijke adviesinstantie advies uitbrengt.
De gemeente Leudal heeft kenbaar gemaakt dat zij, alvorens de formele bestemmingsplan -procedure op te zullen starten, geen voorontwerp van voorliggend bestemmingsplan ter inzage zullen leggen maar meteen over zullen gaan tot de formele bestemmingsplanprocedure en daartoe het ontwerp ter visie zullen leggen. Het voorontwerpplan wordt gebruikt in het kader van het wettelijk vooroverleg.
Formele procedure
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
51
Algemeen De wettelijke (formele) bestemmingsplanprocedure, die circa 26 weken in beslag neemt, bestaat uit navolgende stappen:
1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
Openbare kennisgeving van het ontwerp bestemmingsplan. Ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan met alle bijbehorende stukken gedurende 6 weken. Tevens wordt de bekendmaking toegezonden aan Gedeputeerde Staten, belanghebbenden en betrokken Rijksdiensten. Gedurende de termijn van ter inzage legging kan een ieder zienswijzen naar voren brengen. Vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeenteraad binnen 12 weken. Algemene bekendmaking van het bestemmingsplan door ter inzage legging met voorafgaande kennisgeving en toezending van het besluit tot vaststelling aan Gedeputeerde Staten en betrokken Rijksdiensten, Waterschappen en gemeenten: binnen 2 weken dan wel, indien Gedeputeerde Staten of de inspecteur zienswijzen hebben ingebracht of het wijzigingsplan gewijzigd is vastgesteld, binnen 6 weken na vaststelling. Mogelijkheid tot beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen 6 weken na bekendmaking voor belanghebbenden. Inwerkingtreding op de dag na afloop van de beroepstermijn, zijnde 6 weken na de bekendmaking, tenzij binnen deze termijn een verzoek om voorlopige voorziening is ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Zienswijzen Het ontwerp van voorliggend bestemmingsplan heeft vanaf 7 oktober 2022 tot en met 17 november 2022 voor zienswijzen ter visie gelegen. Gedurende deze termijn zijn geen zienswijzen ingekomen.
52
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Bestemmingsplan - Bijlagen bij de regels -
Nijken 18 te Roggel 2022 Gemeente Leudal
Bestemmingsplan Nijken 18 te Roggel 2022 Gemeente Leudal
Onderdeel:
Bijlagen bij de regels
IDN-nummer:
NL.IMRO.1640.BP22RoNijken18-VG01
Projectnummer: Status:
vastgesteld
Datum:
19 december 2022
Inhoudsopgave Bijlagen bij de regels
5
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
6
Bijlage 2
Landschappelijk inpassingsplan (oud en nieuw)
32
Bijlage 3
Kaart landschappelijke elementen
62
Bijlage 4
Kaart Natura 2000-gebieden
66
Bijlage 5
Nota Kwaliteit
68
Bijlage 6
Nota Parkeernormen
74
Bijlage 7
Molenbiotopen
92
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
3
4
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Bijlagen bij de regels
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
5
Bijlage 1
6
Lijst van bedrijfsactiviteiten
bestemmingsplanNijken 18 te Roggel 2022
Richtafstandenlijst, Versie 102 Toelichting op de Staat van bedrijfsactiviteiten
naar de eerdergenoemde publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG.
Inleiding
Staat van bedrijfsactiviteiten
Een goede milieuhygiënische kwaliteit in gebieden kan worden gerealiseerd door een juiste afstemming van de situering van bedrijven en milieugevoelige functies (zoals woningen). Om dit te bereiken kunnen globaal bezien twee wegen worden bewandeld: beïnvloeding door middel van ruimtelijke ordening; het nemen van maatregelen op het milieuhygiënische vlak.
De Staat van bedrijfsactiviteiten geeft slechts inzicht in milieuplanologische aspecten per bedrijfstype en een specifieke bedrijfssituatie. Voor de onderscheiden bedrijfstypen, gerangschikt volgens de Standaard Bedrijfs Indeling (SBI-lijst) van het CBS, zijn per bedrijfstype voor elk van de aspecten geur, stof, geluid en gevaar de richtafstanden aangegeven die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf, bedrijven c.q. bedrijfsactiviteiten (de milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties) en een rustige woonwijk. Bij het aanhouden van de richtafstanden tussen de bedrijven/bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige objecten (woningen) kan hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen worden gehouden. Onder bedrijven worden in dit verband ook begrepen diverse productie- en handelsbedrijven en recreatiebedrijven en milieubelastende vormen van publieke dienstverlening en openbare instellingen. Onder milieugevoelige objecten vallen ook ziekenhuizen scholen en terreinen voor verblijfsrecreatie.
De ruimtelijke ordening fungeert daarbij als het beleidskader en vormt een "grove zeef", waarbij getracht wordt de juiste functie op de juiste plaats te situeren. Bij de ruimtelijke ordening zijn het aanhouden van afstand tussen bron en gevoelig object (zonering) en functietoedeling de belangrijkste middelen. Milieuhygiënische maatregelen zorgen er vervolgens voor dat, zonodig, voor de inrichting maatregelen worden getroffen ter voorkoming of beperking van hinder in het omliggende gebied. Bij de regeling in het bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een "Staat van bedrijfsactiviteiten", gebaseerd op de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, publicatie juni 2007; “het groene boekje”). Door het koppelen van soorten bedrijven aan richtafstanden met betrekking tot aan te houden afstanden tussen bedrijven en milieugevoelige objecten biedt de staat een (aanvullend) instrument voor ruimtelijk-ordeningsbeleid bij bestemmingsplannen. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de Staat van bedrijfsactiviteiten. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen
Gemeente Leudal, Bestemmingsplan ‘Buitengebied’
In verband met de specifieke situatie van bedrijventerreinen is er, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, gekozen voor het in eerste instantie uitsluiten van een aantal bedrijven/bedrijfsactiviteiten (de negatieve lijst). Deze activiteiten zijn in bijgaande staat doorgehaald. Aan vestiging van de doorgehaalde bedrijven kan, na een door burgemeester en wethouders te verlenen ontheffing, en na een nadere belangenafweging, medewerking worden verleend. In de regels is aangegeven of en zo ja onder welke voorwaarden medewerking kan worden verleend. Aan de ontheffing kunnen daarbij, zo nodig voorwaarden worden gesteld.
1
Richtafstandenlijst, Versie 102
Voor wat betreft de milieucomponenten zijn "afstanden" bepaald ten aanzien van: geur; stof; geluid; gevaar. Richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar De in lijst 1 en 2 vermelden richtafstanden voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:: het betreft "gemiddelde" nieuwe bedrijven met voor nieuwe bedrijven gangbare voorzieningen binnen het gedefinieerde bedrijfstype; het referentiegebied betreft woningen in een “rustige woonwijk” en een “rustig buitengebied”; de opgenomen richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten;
Bij de onderscheiden bedrijfstypen is bij de beoordeling van de milieu-planologische aspecten uitgegaan van: in Nederland aanvaarde normen voor wat betreft de emissies door milieubelastende activiteiten; in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor wat betreft de toelaatbare immissies bij woningen en andere milieugevoelige objecten; ervaringen/waarnemingen voor wat betreft de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten. Doordat de bedrijfstypen zodanig gedefinieerd/geclusterd zijn dat voor wat betreft de milieubelastingen sprake is van een zekere uniformiteit kan, onder meer door verschillende installaties, processen, (grond)stoffen, producten, productieomvang, terreinindeling, voorzieningen en dergelijke, sprake zijn een zekere variatie. De in de lijst aangegeven afstanden zijn dan ook indicatief. In concrete situaties kan er sprake zijn van afwijkingen van de gehanteerde uitgangspunten voor lijst 1 en 2. Daarbij kan er in concrete situaties sprake zijn van een hogere dan wel een lagere milieubelasting
Wijze van meten richtafstanden Kolom met richtafstanden voor geluid De richtafstanden gelden enerzijds de grens van de bestemming of perceel die bedrijven/bedrijfsactiviteiten en/of andere milieubelastende functies toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van het milieugevoelig object zoals een woning of een andere milieugevoelige functie die volgens het bestemmingsplan of via vergunningvrij bouwen (bijvoorbeeld voor een uitbreiding van de woning) mogelijk is. De gegeven afstanden zijn richtafstanden en geen harde afstandsnormen. Geringe afwijkingen kunnen in de lokale situatie (gemotiveerd) mogelijk zijn.
Gemeente Leudal, Bestemmingsplan ‘Buitengebied’
In de kolom met richtafstanden voor geluid is, waar van toepassing, de letter “C” van continu opgenomen om aan te geven dat bij de betreffende activiteiten voor geluid meestal continu (dag en nacht) in bedrijf zijn. Voor bedrijven die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wet geluidhinder art 4.2 van het Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer is de letter “Z“ opgenomen.
2
Richtafstandenlijst, Versie 102 Kolom met richtafstanden voor gevaar
Kolom milieucategorie
Het betreft hier over het algemeen alle gevaarsaspecten met inbegrip van brandgevaar en explosiegevaar. De letter “R” is opgenomen voor activiteiten die onder de werking van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen of gaan vallen. Voor deze activiteiten die altijd te worden nagegaan of het Bevi van toepassing is en dient zonodig te worden getoetst aan de in het Bevi opgenomen vaste afstanden voor het plaatsgebonden risico. Daarnaast geldt ook nog de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico in het invloedsgebied rondom deze inrichtingen. Nieuwvestiging van een Bevi-inrichting is slechts mogelijk nadat een “afweging op maat” heeft plaatsgevonden, waarbij is bezien wat de gevolgen zijn voor de bouw- en gebruiksmogelijkheden in de omgeving van de vestiging. De letter “V” is opgenomen voor activiteiten waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is.
Bij de bepaling van de richtafstanden is uitgegaan van “gemiddelde moderne activiteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. In deze kolom is de letter “D” opgenomen indien er sprake is van een grote variatie in productieprocessen, waardoor er sprake kan zijn van een grote variatie in milieubelasting. In die gevallen dient dat per casus te worden bekeken.
Grootste afstand en milieucategorie -
Per bedrijfsactiviteit is voor elke milieucomponent een afstand aangegeven, die vanwege die milieucomponent tot een milieugevoelig object in beginsel moet worden aangehouden. De grootste daarvan vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Deze grootste afstand is daarom in de Staat van bedrijfsactiviteiten opgenomen in de kolom "afstand". De in deze kolom gegeven afstandsmaten bepalen tezamen met de indices de milieucategorie van een bedrijfsactiviteit; deze categorieën staan vermeld in de kolom "cat". Er zijn zes milieucategorieën; per milieucategorie gelden de volgende afstanden:
Gemeente Leudal, Bestemmingsplan ‘Buitengebied’
Milieucategorie
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
Aan te houden richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied 0 - 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
Tevens zijn indices opgenomen voor verkeer, visueel, bodem en lucht, waarbij voor: index 1 sprake is van potentieel geen of geringe emissie of hinder; index 2 sprake is van aanzienlijke emissie of hinder; index 3 sprake is van potentieel ernstige emissie of hinder.
3
Richtafstandenlijst, Versie 102 Index voor verkeersaantrekkende werking In de kolom is onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P). De index is van belang in relatie tot de gekozen verkeersontsluiting. Daar waar de verkeersontsluiting slecht is zijn activiteiten met een relatief grote verkeersaantrekkende werking niet gewenst. Visuele hinder De index voor visuele hinder is een indicator voor de (visuele) inpasbaarheid van activiteiten. Hoe kolossale industriële bouwwerken hebben een index gelijk aan 3; een klein kantoorgebouw een index gelijk aan 1. De bepaling van de index is subjectief en niet eenduidig. Door aankleding of afscherming kunnen “lelijke” installaties worden gemaskeerd. De index heeft dan ook vooral een signaalfunctie. Bodemverontreiniging De index voor bodem kan een hulpmiddel zijn bij de selectie van toelaatbare inrichtingen op gevoelige gebieden zoals bodembeschermingsgebieden. In de kolom is de letter “B” opgenomen indien een activiteit een verhoogde kans geeft op bodemverontreiniging bijvoorbeeld bij calamiteiten, incidenten of “sluimerende” lekkages.
geëmitteerde stoffen op gevoelige bodems, gewassen en flora, zoals ingeval van neerslag verzurende stoffen op natuurgebieden en de neerslag van ware metalen op groenten. Bij activiteiten waar dit mogelijk relevant is, is de letter “L“ van luchtverontreiniging opgenomen. Tabellen De Staat van bedrijfsactiviteiten uit de publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG bevat twee tabellen. Tabel 1 van de Staat van bedrijfsactiviteiten bevat de verschillende bedrijfstypen met de SBI-codes, alsmede de bij de bedrijfstypen behorende milieu-planologische kenmerken gerelateerd aan de richtafstand tot het omgevingstype "rustige woonwijk" en "rustig buitengebied"; deze gegevens zijn verwerkt in de hierna volgende Staat van bedrijfsactiviteiten. De in tabel 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten van de VNG opgenomen "Opslagen en installaties" zijn niet afzonderlijk in de hierna volgende versie van de Staat vermeld, omdat deze doorgaans reeds tot een andere bedrijfsvoering gerekend worden.
Luchtverontreiniging De uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht is niet te vertalen in een richtafstand die bij voorkeur tot milieugevoelige objecten in acht genomen zou moeten worden. Toch kan de uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht planologisch relevant zijn, zoals ingeval van
Gemeente Leudal, Bestemmingsplan ‘Buitengebied’
4
Richtafstandenlijst, Versie 102 Lijst van afkortingen: niet van toepassing of niet relevant < kleiner dan > groter dan = gelijk aan cat. categorie e.d. en dergelijke kl. klasse n.e.g. niet elders genoemd o.c. opslagcapaciteit p.c. productiecapaciteit p.o. productieoppervlak v.c. verwerkingscapaciteit u uur d dag w week t ton j jaar B bodemverontreiniging C continu D divers L luchtverontreiniging Z zonering (op basis van de Wet geluidhinder) R risico (Besluit externe veiligheid inrichtingen mogelijk van toepassing V vuurwerkbesluit van toepassing
Gemeente Leudal, Bestemmingsplan ‘Buitengebied’
5
Bijlage 1 LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN OMSCHRIJVING
VISUEEL
BODEM
LUCHT
Akker-en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet intensief) Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations
VERKEER
0 1 2 3 4
CATEGORIE
0 1 2 3 4 0 1 2 3 4 5 6
GROOTSTE AFSTAND
0 1 2
GEVAAR
0 1 2 3 4 5 6 7
LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Akkerbouw en fruitteelt (bedrijfsgebouwen) Tuinbouw: - bedrijfsgebouwen - kassen zonder verwarming - kassen met gasverwarming - champignonkwekerijen (algemeen) - champignonkwekerijen met mestfermentatie - bloembollendroog- en prepareerbedrijven - witlofkwekerijen (algemeen) Fokken en houden van rundvee Fokken en houden van overige graasdieren: - paardenfokkerijen - overige graasdieren Fokken en houden van varkens Fokken en houden van pluimvee: - legkippen - opfokkippen en mestkuikens - eenden en ganzen - overig pluimvee Fokken en houden van overige dieren: - nertsen en vossen - konijnen - huisdieren - maden, wormen e.d. - bijen - overige dieren
GELUID
0150 016 016 016 016 016 0162
-
INDICES
STOF
01 011, 012, 013 011, 012, 013, 016 011, 012, 013 011, 012, 013 011, 012, 013 0113 0113 0163 011 0141, 0142 0143, 0145 0143 0145 0146 0147 0147 0147 0147 0147 0149 0149 0149 0149 0149 0149 0149
AFSTANDEN IN METERS
GEUR
-
nummer
SBI-2008
10
10
30 C
10
30
2
1 G
1
B
L
10 10 10 30 100 30 30 100
10 10 10 10 10 10 10 30
30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C 30 C
10 10 10 10 10 10 10 0
30 30 30 30 100 30 30 100
2 2 2 2 3.2 2 2 3.2
1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G
1 1 1 1 1 1
B B B B B B
L L L
50 50 200
30 30 30
30 C 30 C 50 C
0 0 0
50 50 200 D
3.1 3.1 4.1
1 G 1 G 1 G
1 1 1
200 200 200 100
30 30 50 30
50 C 50 C 50 C 50 C
0 0 0 0
200 D 200 200 100 D
4.1 4.1 4.1 3.2
1 G 1 G 1 G 1 G
1 1 1 1
200 100 30 100 10 30
30 30 0 0 0 10
30 C 30 C 50 C 30 C 30 C 30 C
0 0 10 10 10 0
200 100 50 100 30 30 D
4.1 3.2 3.1 3.2 2 2
1 G 1 G 1 G 1 G 1 G 1 G
1 1 1 1 1 1
100
30
30 C
0
100
3.2
1 G
1
30 30 30 30 30
10 10 10 10 10
50 30 50 30 30 C
10 10 10 10 0
50 D 30 50 30 30
3.1 2 3.1 2 2
2 G 1 G 2 G 1 G 1 G
1 1 1 1 1
1
Bijlage 1 LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
10
10
50
0
50
3.1
1 G
1
100 50
0 0
100 C 50 C
50 R 10
100 50
3.2 3.1
2 G 1 G
2 1
100 50
30 0
50 C 50 C
0 0
100 50
3.2 3.1
1 G 1 G
1 1
50
50
100 C
10
100
3.2
2 G
2
100 30 50
0 0 0
200 C 500 C 700 C Z
200 R 200 R 200 R
200 500 700
4.1 5.1 5.2
1 G 1 G 1 G
2 1 1
10 10 50 10
100 200 10 200
200 700 Z 100 C 500 C
10 10 30 50
200 D 700 100 500
4.1 5.2 3.2 5.1
2 G 2 G 2 G 3 G
1 2 1 3
100 700 300 100 50 30
0 0 0 0 0 0
100 C 100 C 100 C 100 C 50 C 50
50 R 30 50 R 50 R 30 10
100 D 700 300 100 50 50
3.2 5.2 4.2 3.2 3.1 3.1
2 G 2 G 2 G 2 G 1 G 1 G
1 2 2 2 1 1
LUCHT
STOF
032 032 08 08 089 06 06 061, 062 061 062 062 08 08 0812 0812 0812 0893 0899 10, 11 10, 11 101, 102 101, 102 101 101 101 101 101
-
INDICES
GEUR
021, 022, 024 03 03 0311 0312 032
nummer
02 02
AFSTANDEN IN METERS
BODEM
OMSCHRIJVING
SBI-2008
B B B
L
BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven
-
VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN Zeevisserijbedrijven Binnenvisserijbedrijven 0 Vis- en schaaldierkwekerijen 1 - oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven 2 - visteeltbedrijven - TURFWINNING Turfwinningbedrijven - AARDOLIE- EN AARDGASWINNING 0 Aardolie- en aardgaswinning: 1 - aardoliewinputten 2 - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: < 10.000.000 N m3/d 3 - aardgaswinning incl. gasbeh.inst.: >= 10.000.000 N m3/d - WINNING VAN ZAND, GRIND, KLEI, ZOUT, E.D. 0 Steen-, grit- en krijtmalerijen (open lucht): 1 - algemeen 2 - steenbrekerijen Zoutwinningbedrijven Mergel- en overige delfstoffenwinningbedrijven - VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN 0 Slachterijen en overige vleesverwerking: 1 - slachterijen en pluimveeslachterijen 2 - vetsmelterijen 3 - bewerkingsinrichting van darmen en vleesafval 4 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. > 1000 m² 5 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 1000 m² 6 - vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: p.o. <= 200 m²
B
Bijlage 1 LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN
GELUID
GEVAAR
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
50
0
50
10
50
3.1
1 G
1
50
0
50
10
50
3.1
2 G
1
700 200 300 300 100 50
100 0 0 10 10 10
200 C 100 C 50 C 50 C 50 30
30 30 0 30 30 10
700 200 300 300 D 100 50
5.2 4.1 4.2 4.2 3.2 3.1
2 G 2 G 1 G 2 G 1 G 1 G
2 2 2 2 1 1
300 50
30 10
200 C 50
50 R 50 R
300 50
4.2 3.1
2 G 1 G
2 1
50 50 100 300 300
10 10 10 10 10
100 C 100 C 100 C 200 C 100 C
10 10 10 30 10
100 100 100 300 300
3.2 3.2 3.2 4.2 4.2
1 G 2 G 2 G 2 G 2 G
1 2 2 2 2
200 300
30 50
100 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
3 G 3 G
2 3
B B
200 300
10 10
100 C 300 C Z
100 R 200 R
200 300
4.1 4.2
3 G 3 G
2 3
B B
100 200
10 10
200 C 300 C Z
30 R 50 R
200 300
4.1 4.2
3 G 3 G
2 3
B
200 200 50 100 50 50
100 30 0 0 50 0
500 C Z 500 C Z 100 C 300 C Z 300 C 100 C
50 50 50 50 50 50
500 500 100 300 300 100
5.1 5.1 3.2 4.2 4.2 3.2
3 G 3 G 2 G 3 G 3 G 2 G
2 2 1 2 2 2
R R R R R R
BODEM
STOF
108 102 102 102 102 102 102 102 1031 1031 1031 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 1032, 1039 104101 104101 104101 104102 104102 104102 1042 1042 1042 1051 1051 1051 1051 1051 1051 1052
7 - loonslachterijen - vervaardiging van snacks en vervaardiging van kant-en-klaar-maaltijden met p.o. < 2.000 8 m² 0 Visverwerkingsbedrijven: 1 - drogen 2 - conserveren 3 - roken 4 - verwerken anderszins: p.o.> 1000 m² 5 - verwerken anderszins: p.o. <= 1000 m² 6 - verwerken anderszins: p.o. <= 300 m² 0 Aardappelprodukten fabrieken: 1 - vervaardiging van aardappelproducten 2 - vervaardiging van snacks met p.o. < 2.000 m² 0 Groente- en fruitconservenfabrieken: 1 - jam 2 - groente algemeen 3 - met koolsoorten 4 - met drogerijen 5 - met uienconservering (zoutinleggerij) 0 Vervaardiging van ruwe plantaardige en dierlijke oliën en vetten: 1 - p.c. < 250.000 t/j 2 - p.c. >= 250.000 t/j 0 Raffinage van plantaardige en dierlijke oliën en vetten: 1 - p.c. < 250.000 t/j 2 - p.c. >= 250.000 t/j 0 Margarinefabrieken: 1 - p.c. < 250.000 t/j 2 - p.c. >= 250.000 t/j 0 Zuivelprodukten fabrieken: 1 - gedroogde produkten, p.c. >= 1,5 t/u 2 - geconcentreerde produkten, verdamp. cap. >=20 t/u 3 - melkprodukten fabrieken v.c. < 55.000 t/j 4 - melkprodukten fabrieken v.c. >= 55.000 t/j 5 - overige zuivelprodukten fabrieken 1 Consumptie-ijsfabrieken: p.o. > 200 m²
INDICES
GEUR
101, 102
nummer
-
AFSTANDEN IN METERS
LUCHT
OMSCHRIJVING
SBI-2008
Bijlage 1 LIJST VAN BEDRIJFSACTIVITEITEN
GROOTSTE AFSTAND
CATEGORIE
VERKEER
VISUEEL
2
1 G
1
300 C Z 200 C 200 C
100 R 50 R 50
300 200 200 D
4.2 4.1 4.1