CConstaterende datLeudal
Koppel je AI →
Document · PDF

Beleidsregel individuele bijzondere bijstand (concept)

Raadsvergadering 14 februari 2023, gemeente LeudalBij agendapunt: Verhogen budget gemeentelijk minimabeleid2.446 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 3 Beleidsregel individuele bijzondere bijstand energiekosten gemeente Leudal 2023 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal gelet op: - titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht; - artikel 35 van de Participatiewet; overwegende dat: de energiekosten voor inwoners fors zijn gestegen en de landelijke regelingen voor de energiekosten onvoldoende zijn om deze energiekosten te kunnen voldoen; het college ondersteuning wil bieden aan huishoudens voor de energiekosten middels een lokale regeling in het kader van de individuele bijzondere bijstand; het college het wenselijk vindt om aan te geven in welke situaties en onder welke voorwaarden huishoudens in aanmerking kunnen komen voor bijzondere bijstand voor energiekosten; het daarom wenselijk is voor dit doel aanvullende beleidsregels vast te stellen. besluit vast te stellen de Beleidsregel individuele bijzondere bijstand energiekosten gemeente Leudal

2023 Artikel 1

Begripsbepalingen

a.

college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal

b.

energietoeslag: gemeentelijke toeslag als tegemoetkoming voor de gestegen kosten van energie;

c.

energielasten: uitgaven voor gas en elektriciteit;

d.

huishouden: alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin zoals bedoeld in artikel 4 van de wet;

e.

bijstandsnorm: de op de leef- en woonsituatie van toepassing zijnde bijstandsnorm zoals

f.

referteperiode: de kalendermaand voorafgaand aan de peildatum;

bedoeld in artikel 21 tot en met 24 van de wet, inclusief reservering vakantiegeld; g.

peildatum: datum aanvraag;

h.

wet: Participatiewet;

i.

zelfstandige woonruimte: de zelfstandige woonruimte en de woonwagen zoals omschreven in de Wet op de Huurtoeslag.

Artikel 2

Doelgroep

1. Individuele bijzondere bijstand is mogelijk voor een huishouden dat een zelfstandige woonruimte bewoont en: - dat door de gestegen energielasten te maken krijgt met hogere uitgaven voor gas en elektriciteit; - en hierdoor moeite heeft rond te komen met het maandelijkse huishoudinkomen, en; - waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende oplossing bieden. 2. Een huishouden komt in aanmerking voor individuele bijzondere bijstand wanneer het totale inkomen van het huishouden in de referte-periode niet hoger is dan 150 % van de toepasselijke bijstandsnorm. 3. Voor de toepassing van deze regeling wordt met het vermogen zoals beschreven in artikel 34 van de wet alleen rekening gehouden voor zover het spaargeld is waar een huishouden direct over kan beschikken.

4. Bij de bepaling van het inkomen wordt in de volgende situaties uitgegaan van het feitelijk besteedbaar inkomen: - huishoudens opgenomen in de Wet schuldsanering natuurlijke personen; - huishoudens die toegelaten zijn tot de gemeentelijke schuldhulpverlening; - huishoudens met een beslaglegging op het inkomen; - huishoudens met een inkomen hoger dan het inkomen genoemd in lid 2, maar waarbij door aantoonbare noodzakelijke kosten het feitelijk besteedbare inkomen lager is. 5. Tot een huishouden wordt niet gerekend de persoon die op de peildatum: - in een inrichting verblijft als bedoeld in artikel 1 aanhef en onderdeel f van de wet; - is ingeschreven in de basisregistratie personen als ingezetene met alleen een briefadres. Artikel 3

Hoogte van de tegemoetkoming

1. De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt a. het verschil tussen het oude termijn bedrag en het nieuwe hogere termijnbedrag voor energielasten door de stijgende prijzen van de energieleverancier, en b. ten hoogste het verschil tussen de gestegen energierekening en de gemiddelde stijging van het energieverbruik in Nederland zoals dit de door het Nibud per woningtype (gebruik gas) en elektriciteit (op basis van het aantal bewoners) wordt vastgesteld. 2. Op de tegemoetkoming wordt de eenmalige energietoeslag op maandbasis in mindering gebracht als daar recht op bestond/bestaat én wordt rekening gehouden met de rijksbijdrage voor kosten energie over de maanden november en december 2022 én kan rekening gehouden worden met toekomstige compensaties voor kosten energie. 3. De tegemoetkoming wordt geïndexeerd wanneer hiervoor aanleiding is bijvoorbeeld door gewijzigde overheidsmaatregelen of indexering van de in de toelichting opgenomen Nibudbedragen. 4. De vergoeding wordt voor een periode van 3 maanden toegekend. Ná afloop van de periode van 3 maanden wordt het recht op bijzondere bijstand opnieuw beoordeeld. 5. De toegekende bijzondere bijstand wordt achteraf niet opnieuw berekend aan de hand van het daadwerkelijke energieverbruik. Artikel 4

Terugwerkende kracht

Een aanvraag voor bijzondere bijstand kan met terugwerkende kracht vanaf 1 oktober 2022 worden ingediend. Artikel 5

Inlichtingenverplichting

1. Voor de ontvanger van de individuele bijzondere bijstand geldt de inlichtingenplicht van artikel 17 van de wet. 2. De ontvanger dient het college direct op de hoogte te brengen van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de hoogte en duur van de individuele bijzondere bijstand. Artikel 6

Hardheidsclausule

Als de aanvrager niet in aanmerking komt voor bijzondere bijstand volgens deze beleidsregel, kan het college, gelet op alle bijzondere omstandigheden, in het individuele geval beoordelen of de aanvrager in afwijking van de beleidsregels toch in aanmerking komt voor bijzondere bijstand.

2

Artikel 7

Inwerkingtreding en citeertitel

1. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als: Beleidsregel individuele bijzondere bijstand energiekosten gemeente Leudal 2023. 2. De beleidsregel treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 oktober 2022. 3. Deze beleidsregel vervalt met ingang van 1 januari 2024.

---·--··

3

Toelichting op Beleidsregel individuele bijzondere bijstand energiekosten gemeente Leudal 2023 Algemeen In het jaar 2022 is vanwege de stijgende energieprijzen door de Rijksoverheid de éénmalige energietoeslag geïntroduceerd als generieke compensatie voor huishoudens met een inkomen tot 120 % van de bijstandsnorm. De energietoeslag is een regeling binnen de categoriale bijzondere bijstand. Dit betekent dat de gemeente aan de huishoudens een energietoeslag kan toekennen, zonder te hoeven controleren of de energiekosten daadwerkelijk sterk gestegen zijn en of die inwoners over voldoende middelen (vermogen) beschikken om de energierekening te kunnen betalen. Gebleken is dat de eenmalige energietoeslag in een aantal gevallen onvoldoende is om te voorzien in de gestegen kosten van energie. Daarnaast is de doelgroep van de energietoeslag beperkt tot de doelgroep tot en met 120 % van de bijstandsnorm. Huishoudens met een inkomen dat iets hoger was dan deze norm kwamen niet in aanmerking voor deze regeling, maar kunnen in dezelfde mate te maken krijgen met hogere energiekosten. Deze regeling is bedoeld om deze huishoudens toch te ondersteunen.

Het instrument dat hiervoor wordt ingezet is de individuele bijzondere bijstand, hetgeen betekent dat alleen een vergoeding mogelijk is wanneer er sprake is van daadwerkelijk gestegen energienota's en wanneer het huishouden een onvoldoende beroep kan doen op eigen middelen. Ook de doelgroep voor deze regeling is verruimd. Deze is uitgebreid tot huishoudens met een inkomen tot en met 150 % van de bijstandsnorm.

Artikel 1

Beg ri psbepa I i ngen

Dit artikel behoeft geen toelichting. Voor jongeren onder 21 jaar met een zelfstandige woonruimte wordt de in artikel 1 onder e genoemde bijstandsnorm voor 21 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd gehanteerd. Artikel 2

Doelgroep

De doelgroep voor deze regeling zijn zelfstandige huishoudens die door de gestegen energielasten te maken krijgen met hogere uitgaven voor gas en elektriciteit. De doelgroep voor de regeling is - dit in tegenstelling tot de doelgroep van de reguliere bijzondere bijstand - verruimd naar huishoudens met een inkomen tot en met 150 % van de voor hen geldende bijstandsnorm. Ook huishoudens met een inkomen dat hoger is dan 150 % van de bijstandsnorm, maar die door bijzondere noodzakelijke lasten feitelijk een lager besteedbaar inkomen hebben, komen in aanmerking voor deze regeling. Bijvoorbeeld huishoudens op wie een schuldsaneringstraject van toepassing is. Op deze regeling is een beperkte vermogenstoets van toepassing. Huishoudens waarbij sprake is van direct beschikbaar vermogen in de vorm van spaargeld, dat hoger is dan de vermogensgrenzen in de wet, dienen eerst het meerdere boven de vermogensgrens aan deze kosten te besteden, voordat zij een beroep kunnen doen op deze regeling energiekosten. 4

In lid 4 wordt uitgegaan van bijzondere en noodzakelijke kosten, bijvoorbeeld speciale medische kosten. Artikel 3

Hoogte van de tegemoetkoming

Zoals gezegd bestaat er alleen recht op een bijdrage vanuit de bijzondere bijstand wanneer er daadwerkelijk sprake is van een verhoogde energienota als gevolg van een stijging van de eenheidsprijzen van gas en elektriciteit. De termijnbedragen (voorschotten) kunnen door huishoudens nl. op eigen verzoek naar boven of beneden worden aangepast. Dit is geen indicatie van hogere energiekosten voor deze regeling. Als de eenheidsprijzen niet zijn gestegen bijvoorbeeld bij huishoudens met een vast contract dan is er geen recht op een vergoeding in het kader van deze regeling. Nibud-prijzen vormen uitgangspunt vergoeding Voor vergoeding door bijzondere bijstand komen alleen de meerkosten in aanmerking in vergelijking met de energiekosten van vóór de crisis in 2021. Nibud publiceert tabellen met het gemiddelde energieverbruik van huishoudens in Nederland. Deze tabellen zijn gebaseerd op type woning voor wat betreft het gasgebruik en voor wat betreft het energiegebruik en het aantal woonachtige personen. Uitgangspunt is dat bij de berekening van de meerkosten van energie uitgegaan wordt van het verschil tussen de door Nibud gepubliceerde gemiddelde kosten van energiegebruik per woningtype en huishoudsamenstelling van 2021 (vóór de crisis) en ná de crisis vanaf 2022.

De bedragen van Nibud zijn richtprijzen en gaan uit van een gemiddeld (normaal) gebruik van energie en niet van uitzonderlijk veel (of weinig) individueel energiegebruik. Op basis van deze objectieve bedragen kan een vergoeding door bijzondere bijstand worden berekend en wordt de vergoeding niet berekend op het individuele energieverbruik van het huishouden. Van de richtprijzen van het Nibud kan worden afgeweken in het individueel geval wanneer het huishouden aantoont dat de huidige staat van de woning een ander (hoger) energieverbruik rechtvaardigt. Voorliggende voorzieningen Bij de berekening wordt rekening gehouden met andere ontvangen energiecompensaties zoals de energietoeslag en de energiekorting van€ 190,- per maand over november en december 2022. Als er in 2022 recht is op een energietoeslag wordt de compensatie toegerekend naar maand (€ 1.300: 12=) € 108 per maand. Voorbeeld berekening I: Eenpersoonshuishouden, tussenwoning, inkomen <120 % bijstandsnorm Alleenstaande woont in een tussenwoning. Voorschotnota energie is in 2022 gestegen van € 500 tot€ 850. Meerkosten ten opzichte van 2021 bedragen€ 350. Voor vergoeding komt maximaal in aanmerking de gemiddelde meerkosten ten opzichte van 2021 zoals berekend door het Nibud. Dit betreft een bedrag ad€ 222 (gas) plus€ 56 (elektriciteit) = € 278 volgens de Nibud tabellen.

5

Inkomen tot 120 % Maximale meerkosten energie

€ 278

Af: energietoeslag 2022 d.w.z.€ 108 per maand

€ 108

Totaal

€ 170 per maand

Over november en december 2022 ontvangt het huishouden een Rijkscompensatie van€ 190. De tegemoetkoming vanuit energietoeslag en de rijksbijdrage is hoger dan € 170. Over november en december 2022 bestaat geen recht. De vergoeding vanaf januari wordt opnieuw berekend als de komst van het prijsplafond gevolgen heeft voor de energienota of eventuele andere (rijks)maatregelen. Voorbeeld berekening II: Eenpersoonshuishouden, tussenwoning, inkomen >120 % bijstandsnorm Zelfde situatie alleen er is sprake van een hoger inkomen - en derhalve geen recht op energietoeslag. Maximale meerkosten energie

€ 278

Bijzondere bijstand bedraagt over oktober€ 278. In november 2022 en december 2022 bedraagt de bijzondere bijstand€ 278 minus€ 190 = € 88,per maand De vergoeding vanaf januari 2023 wordt opnieuw berekend als de komst van het prijsplafond gevolgen heeft voor de energienota of eventuele andere (rijks)maatregelen.

Voorbeeld JIJ Meerpersoonshuishouden, 2 onder een kapwoning, inkomen <120 % bijstandsnorm Aanvrager, huishouding gehuwden en zoon, 14 jaar wonen in een twee onder een kap woning. Voorschotnota is in 2022 gestegen van€ 350 tot€ 750. Meerkosten ten opzichte van 2021 bedragen€ 400 per maand. Voor vergoeding komt maximaal in aanmerking de gemiddelde meerkosten ten opzichte van 2021 zoals berekend door het Nibud. Dit betreft een bedrag ad€ 314 (gas) plus€ 121 (elektriciteit) = € 435 volgens de Nibud tabellen. De meerkosten zijn echter minder dan € 435, namelijk€ 400 per maand. Inkomen tot 120 % Maximale meerkosten energie

€ 400

Af: energietoeslag 2022 d.w.z.€ 108 per maand

€ 108

Totaal

€ 292 per maand

In november 2022 en december 2022 is de bijzondere bijstand lager als gevolg van de rijkcompensatie van€ 190. Hierdoor zijn de meerkosten€ 102. De vergoeding vanaf januari 2023 wordt opnieuw berekend als de komst van het prijsplafond gevolgen heeft voor de energienota of eventuele andere (rijks)maatregelen. Voorbeeld IV. Meerpersoonshuishouden, 2 onder een kapwoning, inkomen >120 % bijstandsnorm Zelfde situatie maar nu een inkomen hoger dan 120 %, dus geen recht op een energietoeslag. Maximaal te vergoeden€ 400 per maand.

6

In oktober bedraagt de bijzondere bijstand€ 400. In november en december€ 210 per maand (€ 400 minus€ 190). Bedragen worden opnieuw berekend bij indexering Nibud tabellen De bijzondere bijstand wordt berekend aan de hand van de meest recente Nibudtabellen. Deze tabellen worden periodiek geïndexeerd. Bijzondere bijstand toegekend per 3 maanden Vanwege de snel wisselende omstandigheden op het gebied van energie wordt een vergoeding door bijzondere bijstand slechts voor een periode van 3 maanden toegekend. Ná afloop van de periode van drie maanden wordt het recht op bijzondere bijstand opnieuw beoordeeld door het team Uitvoering Sociaal Domein. De belanghebbende hoeft hier niet apart een nieuwe aanvraag voor in te dienen. De vergoeding vanaf januari 2023 wordt opnieuw berekend als de komst van het prijsplafond gevolgen heeft voor de energienota of eventuele andere (rijks)maatregelen. Artikel 4

Terugwerkende kracht

In feite zijn er gemiddeld hogere kosten voor energie vanaf 1 oktober 2022. Om die reden kan een aanvraag voor bijzondere bijstand ook met terugwerkende kracht worden ingediend vanaf of na 1 oktober 2022. Artikel S

Inlichtingenplicht

Het huishouden dat een beroep doet op deze regeling dient het college direct op de hoogte te stellen van alle relevante informatie die belangrijk is in verband met wijzigingen in de energienota, de gezinssamenstelling en de inkomenssituatie. Artikel 6

Hardheidsclausule

Deze beleidsregel geeft kaders om huishoudens individueel te compenseren voor de gestegen energieprijzen. De ontwikkelingen op het gebied van de stijgende energieprijzen zijn echter onvoorspelbaar en ook kunnen er zich situaties voordoen waarin deze regeling niet (geheel) in voorziet. Het is vooraf moeilijk in te schatten welke situaties zich allemaal kunnen voordoen. Het college kan in afwijking van deze beleidsregel dan toch besluiten om op basis van maatwerk bijzondere bijstand voor de energiekosten toe te kennen. Artikel 7

Inwerkingtreding en citeertitel

Deze hoeft verder geen nadere toelichting

7

Bijlage 1 tabellen energiegebruik conform Nibud november 2022 https: //www.nibud.nl/onderwerpen/uitgaven/kosten-energie-water/

Gemiddeld gasverbruik van huishoudens in 2021 en 2022 Woningtype

2021

2021

2022

2022

Meerkosten

Gemiddeld

Kosten per

Gemiddeld

Kosten per

in 2022

jaarlijks

maand

jaarlijks

maand

verbruik in m3 Flat/appartem

verbruik in m3

920

84

800

237

153

Tussenwoning

1.190

102

1120

324

222

Hoekwoning

1.380

115

1330

381

266

2 onder 1 kap

1.560

127

1550

441

314

2.010

158

2050

576

418

ent

woning Vrijstaande woning

Gemiddeld elektraverbruik van huishoudens in 2021 en 2022 Aantal personen

2021

2021

2022

2022

Meerkosten

in huishouden

Gemiddeld

Kosten per

Gemiddeld

Kosten per

in 2022

jaarlijks

maand

jaarlijks

maand

verbruik

verbruik in

in kWh

kWh

1

1.810

15

1.800

71

56

2

2.800

34

2.810

132

98

3

3.310

44

3.370

165

121

4

3.840

54

3.940

199

145

5 of meer

4.110

59

4.270

219

160

Deze tabellen worden periodiek geïndexeerd naar aanpassingen bedragen Nibud.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leudal&id=4447577a-9e06-44ad-92d2-982f9261d45b