beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving
Tekst van het document
Beleidsplan Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH)
Inhoud 1.
Inleiding .................................................................................................................. 2
2.
Visie en prioritering ................................................................................................. 3
3.
Beleidsdoelen .......................................................................................................... 4
4.
Verankering in de beleidscyclus .............................................................................. 9
Bijlage Probleem- en risicoanalyse ................................................................................ 10
1
1. Inleiding Het opstellen van een VTH-beleidsplan is verplicht volgens het Besluit Omgevingsrecht (Bor) en moet bijdragen aan het waarborgen van een veilige fysieke humane leefomgeving. Uiteraard draagt dit beleidsplan ook bij aan het doel van de Omgevingswet, namelijk het bereiken van een balans tussen: • een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden; • de fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. Dit VTH-beleidsplan vervangt het beleidsplan VTH 2017-2020 dat op 30 mei 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad. Hiervoor zijn destijds incidenteel middelen beschikbaar gesteld voor de duur van 2 jaar ten behoeve van de uitvoering en de verbetering van de uitvoering van de gemeentelijke VTH-taken. Het beleidsplan dat nu voorligt legt, veel meer dan het vorige, een relatie tussen de bestuurlijke ambities en prioriteiten bij de inzet van VTH-instrumenten. Daarbij houdt dit beleidsplan zo veel mogelijk rekening met de komst van de Omgevingswet en de Wet private kwaliteitsborging omgevingswet voor het bouwen (Wkb). Een belangrijk verschil met het vorige beleidsplan VTH is verder dit beleidsplan niet handelt over de zogenaamde basistaken (lees milieutaken).
Volgens het Bor is het verplicht dat de bestuursorganen die deelnemen in de RUD Limburg Noord (RUD) gezamenlijk zorg dragen voor een VTH-beleid m.b.t. de basistaken. Hierin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen behaald moeten worden en welke activiteiten daartoe worden uitgevoerd. Omdat een VTHbeleidsplan voor de basistaken binnen de RUD nog niet is opgesteld, heeft de gemeente Leudal in oktober 2021 het bestuur van de RUD schriftelijk verzocht de voorbereiding hiertoe op te starten. In voorliggend beleidsplan staan beleidsmatige doelen vermeld op het gebied van VTH. De activiteiten die daartoe moeten worden uitgevoerd staan vermeld in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma. Over de resultaten (wat is bereikt) wordt jaarlijks gerapporteerd aan de gemeenteraad via het jaarverslag. Daarnaast is het VTH-beleidsplan gebaseerd op de Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht Leudal (vastgesteld door de gemeenteraad op 4 juli 2017) die per 1 januari 2022 is opgegaan in de Algemene verordening gemeente Leudal. In deze verordening is een verplichting opgenomen om te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria op VTH-gebied en om beleidsdoelen uit te werken. Scoop Onder VTH-taken wordt in dit beleidsplan verstaan de gemeentelijke taken op grond van de Omgevingswet.
Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht inclusief de bepalingen uit de Algemene verordening gemeente Leudal die in de Omgevingswet integreren. Het betreft taken ten aanzien van bouwen en slopen (excl. asbest), brandveiligheid, ruimtelijke ordening, milieu niet zijnde basistaken, aanleg, monumenten, kappen, inritten en reclame, alsmede de taken ten aanzien van evenementen en stookontheffingen. Taken op het gebied van de nieuwe Alcoholwet, openbare orde en openbare veiligheid, evenals basistaken milieu, bodem en asbest vallen niet onder de scoop van dit beleidsplan. Hiervoor is of komt apart beleid voor VTH beschikbaar. Evaluatie Vanuit het vorige beleidsplan VTH 2017-2020 zijn nog niet alle items gerealiseerd. De stand van zaken m.b.t. deze items komt aan bod in het jaarverslag. Zienswijzen Op 12 juni 2022 is tegen het ontwerp Beleidsplan VTH een zienswijze ingediend door G.J.H. (Frits) Theeven namens Erfgoedvereniging Bond Heemschut, Commissie Limburg. Deze zienswijzen hebben niet geleid tot een aanpassing van het definitieve VTH-beleidsplan.
2
2. Visie en prioritering De afgelopen jaren heeft landelijk (en in Leudal via het verbeterplan gemeentelijke VTH-taken) de uitvoering van de VTH-taken vooral in het teken gestaan van het goed borgen van organisatie en uitvoering, onder andere aan de hand van wettelijke kwaliteitseisen. Inmiddels zijn er andere gemeentelijke beleidsdocumenten vastgesteld, besluiten genomen en hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan, die van invloed zijn op de VTH-taken heden ten dage. Deze hebben geleid tot de hieronder vermelde algemene visie en prioritering, die leidend zijn bij dit VTH-beleid en de VTH-uitvoering: •
De visie op VTH-werkzaamheden is: o We benutten de beleidsruimte om ontwikkelingen mogelijk te maken en anticipeer waar mogelijk op de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging. Er ontstaat meer ruimte om integrale afwegingen te maken, om lokaal maatwerk te leveren bij het formuleren van normen en de focus te verleggen van voornamelijk risicobeheersing naar ontwikkelingen mogelijk maken. o We pakken zaken risico gestuurd op: focus op de aanpak van de grootste risico’s. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de milieurisico’s en risico’s op explosies bij LPG-stations, branden in verzorgingstehuizen of de risico’s voor omstanders en buurtbewoners bij evenementen. o We zoeken aansluiting bij vastgestelde bestuurlijke ambities: zoals dat bijvoorbeeld is vastgelegd in de strategische visie, de visie dienstverlening, de omgevingsvisie en andere (beleids)documenten. o We werken samen met ketenpartners: samen staan we sterker in bestrijding en aanpak en worden waterbedeffecten voorkomen (maatregelen leiden tot verschuiving van problemen naar andere gemeenten). o We borgen kwaliteit borgen van VTH-medewerkers, werkprocessen, zaakgerichte applicatie en producten. o We leggen verantwoordelijkheid neer waar deze hoort: marktpartijen (Wkb) en rol van aanvrager/ initiatiefnemer.
Alhoewel het naleven van de wet niet ter discussie staat, gaan we de komende jaren de burgers en ondernemers meer op hun eigen verantwoordelijkheid aanspreken maar hen ook de ruimte laten om met eigen oplossingen te komen. Dat betekent dat de VTH-taken ook meer vanuit de invalshoek van burgers, ondernemers en recreanten wordt ingevuld. o We formuleren doelen SMART voor monitoring en rapportage/registratie.
•
Omdat er altijd een grens is aan de inzet van middelen zijn de risico’s voor de leefomgeving bepalend bij prioritering van VTH-werkzaamheden. De gemeente hanteert de volgende prioritering bij de inzet van het VTH-instrumentarium: o o
De uitvoering voldoet minimaal aan de wettelijke eisen en aan de landelijke en regionale bestuurlijke afspraken. De prioriteit voor de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving is gebaseerd op de probleem- en risicoanalyse in de bijlage en sluit goed aan bij het collegebesluit over de prioriteitenmatrix handhaving (23 juni 2020): o Hoge prioriteiten: problemen en risico’s waar een pro-actieve houding van onze organisatie nodig is. Dit vereist een extra tijdsinzet bovenop de reguliere werkzaamheden, bijvoorbeeld voor intensievere begeleiding van aanvragers, intensievere toetsing van aanvragen of intensiever toezicht. o Gemiddelde prioriteiten: problemen en risico’s die een reguliere inzet van onze organisatie vragen. o Lage prioriteiten: problemen en risico’s die in minimale vorm door onze organisatie worden opgepakt. We werken hiervoor reactief en handelen aanvragen, meldingen, klachten en handhavingsverzoeken af op een niveau dat wettelijk is bepaald (wettelijk minimum). De wijze waarop deze prioriteiten doorwerken in de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving wordt uitgewerkt in de strategieën.
In deze strategieën staat bijvoorbeeld hoe intensief de verschillende type aanvragen worden getoetst (beoordeeld), hoe snel (binnen wettelijke termijnen) handhavingsverzoeken en klachten worden afgehandeld én hoe intensief het toezicht plaatsvindt bij bepaalde type bouwwerken.
3
o
De in Leudal vastgestelde VTH-strategieën (momenteel toezicht-, handhavings- en gedoogstrategie) worden altijd toegepast. Deze worden in het kader van de Omgevingswet onder de loep genomen en daarop aangepast tot 2 twee strategieën, namelijk de toezicht- en handhavingsstrategie en de vergunningenstrategie. Beide strategieën worden in 2022 geformuleerd.
•
Naast de inzet van het VTH-instrumentarium worden ook de volgende instrumenten ingezet die bijdragen aan het behalen van de doelstellingen: o preventieve instrumenten zoals mediation, voorlichting en communicatie; o Datagebruik: door gericht informatie te verzamelen en te registreren én gegevensbronnen van derden te combineren, ontstaat goed inzicht in het verbruikspatroon van bepaalde doelgroepen. Dit kan weer toegepast worden bij het VTH- en de preventieve instrumenten.
•
Wet kwaliteitsborging voor bouwen. Er vindt met deze wet een verschuiving plaats van de toets door de gemeente naar private partijen (de private kwaliteitsborger) wat betreft de bouwtechnische toets en het toezicht op de bouw voor een groot deel van de bouwwerken. In 2022 wordt gestart met pilotprojecten (gevolgklasse 1) om hier alvast mee te oefenen. Zo wordt input verkregen om uitvoeringskeuzes te maken voor volgende fases.
3. Beleidsdoelen Drie soorten doelen Volgens de Algemene verordening gemeente Leudal (voorheen Verordening kwaliteit VTH omgevingsrecht Leudal) hebben de beleidsdoelen betrekking op de: • dienstverlening: de manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving, klagers, etc.) omgaat. • uitvoeringskwaliteit van diensten en producten: de mate waarin een product voldoet aan de juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Ook wel aangeduid als de inhoudelijke kwaliteit. • financiën: de inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten/ producten. Methodiek om de beleidsdoelen te bepalen De beleidsdoelen zijn tot stand gekomen door allereerst een probleem- en risicoanalyse uit te voeren voor de niet basistaken op het gebied van VTH. Dit is gedaan aan de hand van een analyse van social media berichten van inwoners, handhavingszaken en Melddesk gegevens (gedurende een periode van 1,5 jaar) en via werkgroepen met medewerkers die veel in contact zijn met burgers, bedrijven en bezoekers. Hierbij is ingezoomd op problemen die veroorzaakt kunnen worden en beoordeeld welk risico (kans * effect) deze problemen met zich meebrengen.
Vervolgens is vanuit diverse beleidsvisies en beleidsdocumenten een analyse gemaakt van de huidige vastgestelde bestuurlijk opgaven en ambities (uiteraard gelieerd aan VTH) die in Leudal spelen. Denk aan opgaven op het gebied van dienstverlening, aanpak ondermijning, maar ook bijvoorbeeld ruimtelijke opgaven zoals het woningbouwprogramma en herontwikkelingsopgaven. Vanuit de probleem- en risicoanalyse en de bestuurlijke opgaven/ambities zijn de belangrijkste prioriteiten gesteld, waarbij een doorkijk is gemaakt naar komende jaren. Altijd gericht op de wereld ‘buiten’. Het is hierbij belangrijk te beseffen dat vele items uit de probleem- en risicoanalyse niet zijn vertaald in prioriteiten. Dit betekent onder meer dat bij bijvoorbeeld geluid door buitenunits bij woningen (airco’s en warmtepompen), overlast door blaffende honden en geluidsoverlast door bezoekers van supermarkten, geen pro-actief toezicht plaatsvindt; enkel bij buitengewone situaties met risico’s voor volksgezondheid en veiligheid wordt actie ondernomen. Tenslotte is iedere prioriteit vertaald in een beleidsdoel. Deze beleidsdoelen zijn zo scherp mogelijk geformuleerd waarbij rekening is gehouden met de gegevens die daarvoor geregistreerd moeten worden om de jaarlijkse monitoring van de voortgang via het jaarverslag uit te voeren.
4
Doelen dienstverlening Doel 1. Burgers en bedrijven beoordelen de VTH-taken van de gemeente met minimaal een 7. Indicator: In de klanttevredenheidsmeting van de KlantContactMonitor (KCM) na alle Wabovergunningbesluiten scoort het overall meetpunt ‘aanvraag tot besluit’ in ieder kalenderjaar minimaal een 7, uitgaande van toezending van de vragenlijst voor klanttevredenheid aan iedere aanvrager van een omgevingsvergunning. Zodra een vergelijkbare indicator beschikbaar is voor de toezicht- en handhavingstaken wordt deze indicator in de jaarverslagen toegevoegd. Toelichting: Naast de gemeentelijke begrotingsdoelstelling, een eigentijdse en daadkrachtige dienstverlening, die voor iedereen toegankelijk en kwalitatief hoogwaardig is, geldt ook het organisatiebrede doel dat burgers en bedrijven de gemeentelijke dienstverlening continu met een 7 beoordelen.
De volgende uitgangspunten worden nagestreefd met betrekking tot de dienstverlening: • We helpen klanten op het kanaal van hun keuze, online waar het kan en persoonlijk indien nodig of gewenst; • We bieden toegankelijke en begrijpelijke dienstverlening; • We werken samen en maken gebruik van landelijke standaarden om kwaliteit en efficiëntie te verbeteren; • Inzet op eigen kracht en zelfredzaamheid van inwoners en gemeenschappen; • Gebruik maken van nieuwe technologieën; • Data en (klanttevredenheids)metingen zorgen ervoor dat wij steeds meer werken volgens het principe van continue verbeteren. Dit is vastgelegd in de vastgestelde Visie dienstverlening van 2018. Doelen financieel Doel 2. De uitvoering van de VTH-taken vindt plaats binnen de budgettaire kaders die door de gemeenteraad zijn meegegeven. Indicator: In de vastgestelde jaarrekening is bij de post ‘Omgevingsvergunningen (+ bouwtoezicht)’ binnen het programma Woon-, werk- en leefklimaat het saldo tussen baten en lasten neutraal of positief ten opzichte van begroot. Toelichting: De gemeentelijke organisatie en haar uitvoeringspartners hebben binnen deze kaders ruimte om de middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten. In dit beleidsplan én het uitvoeringsprogramma wordt deze inzet gespecificeerd.
Doelen uitvoeringskwaliteit van diensten en producten Op basis van de probleem- en risicoanalyse zijn 5 beleidsdoelen voor de uitvoeringskwaliteit tot stand gekomen. In de toelichting bij de doelstellingen staan de (beleids)documenten vermeld die de huidige bestuurlijke opgaven m.b.t. VTH aangeven. Doel 3. Er vinden geen werkzaamheden plaats aan monumenten en beschermde dorpsgezichten zonder benodigde vergunning. Indicator A: Bij het toezicht na vergunningverlening bij monumenten worden alle voorwaarden en regels over de monumentale aspecten voor 100 % nageleefd. We bepalen per kalenderjaar het aantal overtredingen op de monumentale aspecten, geregistreerd in de controlerapporten die zijn gebruikt bij gebouwen die gemeentelijk of rijksmonument zijn.
5
Indicator B: Het aantal meldingen en klachten van derden per kalenderjaar over illegale werkzaamheden aan gemeentelijke en rijksmonumenten neemt af in vergelijking met die van het referentiejaar 2022. Het aantal meldingen en klachten wordt geregistreerd in Melddesk. Indicator C: Het aantal handhavingsbesluiten per kalenderjaar waarbij regels over de monumentale aspecten gericht op gemeentelijke- en rijksmonumenten zijn overtreden, uitgaande van minimaal 100 uren vrije veldtoezicht (onaangekondigd toezicht vanaf de openbare weg). Toelichting: Leudal heeft circa 250 monumenten die een belangrijke kwaliteit vormen voor de leefbaarheid, aangezicht, cultuurhistorische beleving en vrijetijdseconomie. Regelmatig vinden hieraan werkzaamheden (zonder vergunning) plaats zonder dat dit de gewenste aandacht krijgt. Hierdoor ontstaan onomkeerbare situaties. Bovendien tast dit de kwaliteit van de Leudalse en cultuurhistorische waarden aan. Ook komt dit het toeristisch perspectief (zoals omschreven in de vastgestelde toeristisch recreatieve visie (2020) niet ten goede. Doel 4. De inwoners van de gemeente Leudal wonen in bouwwerken die vanuit veiligheid of hygiëne bewoonbaar zijn. Indicator A: Het aantal meldingen en klachten van derden per kalenderjaar over de bewoonbaarheid van bouwwerken vanuit veiligheid of hygiëne neemt af in vergelijking met die van het referentiejaar 2022.
Het aantal meldingen en klachten wordt geregistreerd in Melddesk. Indicator B: Het aantal handhavingsbesluiten per kalenderjaar ten aanzien van bouwwerken (locaties) waar bewoners wonen in situaties die onveilig of onhygiënisch zijn, uitgaande van minimaal 100 uren administratief (BRP) of vrije veldtoezicht (onaangekondigd toezicht vanaf de openbare weg) gericht op illegale bewoning. Toelichting: Op veel plaatsen vindt (illegale) huisvesting plaats van personen (o.a. internationale werknemers, kamerbewoners, gescheiden mensen). Deze huisvesting in schuren, caravans, pensions, campings, vakantieparken e.d. laat vaak veel te wensen over als het gaat om brandveiligheid, ventilatie, hygiëne en sanitaire voorzieningen. Met name bij locaties die niet vergund zijn, kan de veiligheid en hygiëne in het geding zijn. Door gebruik te maken van toezicht op het gebied van basisregistratie personen (BRP) kan gezamenlijk opgetreden kan worden. Onzelfstandige huisvesting (zoals kamerbewoning/logies met gedeelde voorzieningen) en huisvesting van internationale werknemers wordt in de Structuurvisie Wonen 2018 erkend als specifieke doelgroep waarvoor een volkshuisvestelijke opgave geldt. Ook het recent vastgesteld beleid huisvesting internationale werknemers en andere kamerbewoners in Leudal (2021) geeft blijk van importantie.
Illegale huisvesting heeft ook raakvlakken met de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Mensen die onder de radar willen blijven wonen vaak op dergelijke plaatsen. Daarnaast kan er bij controle van deze locaties ook sprake zijn van een huisjesmelker en/of arbeidsuitbuiting. Doel 5. Er vinden geen gebruiksovertredingen plaats (illegaal gebruik al dan niet criminele activiteiten) van agrarische bebouwing. Indicator A: Het aantal meldingen en klachten van derden per kalenderjaar over het mogelijk illegaal gebruik van agrarische bebouwing neemt af in vergelijking met die van het referentiejaar 2022. Het aantal meldingen en klachten wordt geregistreerd in Melddesk. Indicator B: Het aantal handhavingsbesluiten per kalenderjaar ten aanzien van illegaal gebruik in agrarische bebouwing, uitgaande van minimaal 100 uren administratief (BRP) of vrije veldtoezicht (onaangekondigd toezicht vanaf de openbare weg) gericht op illegaal gebruik van agrarische bebouwing. Toelichting: Door het houden van toezicht op (vrijkomende) agrarische bebouwing wordt voorkomen dat er gedurende langere tijd ondermijnende activiteiten of andere evident ontoelaatbare (niet legaliseerbare) illegale activiteiten plaatsvinden die in strijd zijn met het bestemmingsplan. Door datagestuurd werken (databronnen zoals water- en energieverbruik) kan inzicht worden verkregen in mogelijke risicopanden.
Met regelmatig plaatsvindende buitengebied patrouilles kunnen de gebruiksovertredingen worden tegengaan. 6
Uit het Integraal Veiligheidsbeleidsplan 2019-2022, het uitvoeringsplan ondermijning (aanpak buitengebied Leudal-Nederweert 2019-2021) en het ontvangen van versterkingsgelden voor het uitvoeren van dit uitvoeringsplan, blijkt dat de aanpak van ondermijnende criminaliteit in Leudal, specifiek in het buitengebied prioriteit aandacht heeft. Door intensiever toezicht op gebruiksovertredingen ontstaat een belangrijke signaalfunctie m.b.t. ondermijnende criminaliteit. Immers, volgens het integraal ondermijningsbeeld Leudal (2020) dat RIEC Limburg heeft gemaakt, ligt de focus bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit in Leudal op drugs- en witwasactiviteiten. Doel 6. Creëren van meer begrip bij omwonenden en evenementorganisatoren en daardoor minder overlastervaring door het verbeteren van de interactie tussen evenementorganisatoren en omwonenden. Indicator: Aantal meldingen en klachten per kalenderjaar over muziekgeluid bij middelgrote en grote evenementen in vergelijking met die van het referentiejaar 2022. Het aantal meldingen en klachten wordt geregistreerd in Melddesk.
Toelichting: Muziekgeluid bij middelgrote en grote evenementen veroorzaakt vaak overlast. Dit blijkt uit de vele klachtmeldingen die hierover worden ingediend. Hoewel in 2019 het vastgestelde geluidsbeleid voor evenementen in feesttenten en in de openlucht (opgenomen in het Uitvoeringsbeleid evenementen) in werking getreden, blijft er sprake van een continue klachtenstroom. Enerzijds zijn evenementen een teken van sterke sociale cohesie. Anderzijds kan hierdoor, zoals blijkt uit de klachtmeldingen, de leefbaarheid onder druk staan. Het is daarom zaak om deze tegengestelde belangen goed af te wegen bij het toestaan van evenementen. Nu vindt altijd vooroverleg en een evaluatieoverleg plaats (tussen organisatie, politie, brandweer, veiligheidsregio, verkeer, buitendienst) en is de organisatie verplicht binnen een bepaalde afstand de omwonenden met een brief te informeren. Echte fysieke interactie is er vaak niet tussen organisatoren en omwonenden en wordt ook niet van gemeentewege voorgeschreven. De interactie kan plaatsvinden d.m.v. een omgevingsdialoog, maar er zijn zeker ook andere voorbeelden van interactie mogelijk. Door in overleg met elkaar te gaan kan overlast worden voorkomen of beperkt en kan begrip ontstaan voor eventuele overlast, hetgeen de cohesie ten goede komt. Het e.e.a.
sluit ook goed aan bij de strekking van de Omgevingswet en één van de visieonderdelen uit hoofdstuk 2: Verantwoordelijkheid neerleggen waar deze hoort. Doel 7. De voorwaarden voor kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing worden nageleefd. Indicator A: Het aantal besluiten na een ruimtelijke procedure wordt voor 100 % gecontroleerd op voorwaarden over kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing. Indicator B: Bij controlebezoeken op voorwaarden over kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing worden de voorwaarden voor 100 % nageleefd. Toelichting: Voorgeschreven landschappelijke inpassing en/of kwaliteitsverbetering (sloop, beplanting, natuur) bij ruimtelijke initiatieven in het buitengebied wordt meestal niet gerealiseerd. Onlangs hebben toezichtcontroles aangetoond dat bij 6 van de 7 locaties niet volledig wordt voldaan aan de voorgeschreven inpassingsvoorwaarden.
7
Dit strookt niet met het in stand houden en verbeteren van de fysieke leefomgeving, de kwaliteit van het buitengebied, zoals vastgelegd in het kwaliteitsmenu (Nota Kwaliteit) en de groene en toeristische uitstraling, die we nastreven met de vastgestelde toeristisch recreatieve visie (2020). In de onlangs vastgestelde strategische visie (2021) is als belangrijkste ambitie opgenomen dat Leudal ook in 2035 nog een vitale plattelandsgemeente is, waar mensen graag wonen, werken en verblijven. De natuur en de groene omgeving zijn de kernkwaliteiten die de basis vormen voor een mooi leven in Leudal. Tenslotte draagt ontstening, inpassing door groen of natuuraanleg bij aan het tegengaan van de gevolgen van klimaatverandering (hitte, verdroging, vernatting). Dit is van belang omdat we in de toekomst vaker te maken met (grote) weersveranderingen. Doelstelling: prioriteit en planning De werkzaamheden die voortvloeien uit de gekozen beleidsdoelstellingen worden proactief opgepakt en ook als zodanig opgenomen expliciet in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Dit betekent ook dat deze werkzaamheden worden uitgevoerd op een niveau dat hoger ligt dan het wettelijk minimum niveau. Deze werkzaamheden krijgen dus in het jaarlijks uitvoeringsprogramma extra aandacht naast het reguliere VTH-werk.
Hierbij geldt wel dat de werkzaamheden worden uitgevoerd binnen de bestaande personele capaciteit en binnen de bestaande budgetten, door minder uren te besteden aan werkzaamheden met lagere prioriteit. Het is niet mogelijk om alle doelstellingen op het gebied van uitvoeringskwaliteit van diensten en producten in 1 jaar in de volle omvang aan bod te laten komen. De VTH-beleidsdoelstellingen en de beschrijvingen van de bijbehorende werkzaamheden zijn als volgt verdeeld over de eerstvolgende 4 jaren, waarbij in het uitvoeringsprogramma per jaar een verbijzondering wordt gemaakt:
Nieuwe visie op dienstverlening vaststellen Resultaten Vergunningen verwerken tot verbeteraanpak Jaarlijkse rapportage P&C-cyclus
Resultaten Vergunningen verwerken tot verbeteraanpak
Resultaten Vergunningen verwerken tot verbeteraanpak
Resultaten Vergunningen verwerken tot verbeteraanpak
Jaarlijkse rapportage P&C-cyclus Inventariseren en prioriteren en extern buro contracteren voor toezichtcontroles en PVA opstellen Toezichtcontroles uitvoeren ( x aantal uren) en aanschrijven
Jaarlijkse rapportage P&C-cyclus Toezichtcontroles uitvoeren en aanschrijven
Jaarlijkse rapportage P&C-cyclus Toezichtcontroles uitvoeren en aanschrijven
PVA opstellen, Toezichtcontroles toezichtcontroles uitvoeren ( x aantal uitvoeren ( x aantal uren) en aanschrijven uren) en aanschrijven PVA opstellen, Toezichtcontroles Toezichtcontroles toezichtcontroles uitvoeren ( x aantal uitvoeren ( x aantal uitvoeren ( x aantal uren) en aanschrijven uren) en aanschrijven uren) en aanschrijven Inventariseren aard en PVA opstellen verplichte Interactie voorschrijven omvang middelgrote en interactie in vergunningen grote evenementen Inventariseren aard en Toezichtcontroles Handhaven en omvang ruimtelijke uitvoeren en legaliseren initiatieven in het aanschrijven buitengebied (met kwaliteitsverbetering en landschappelijke inpassing) Tabel: Planning werkzaamheden t.b.v. de beleidsdoelstellingen VTH
Toezichtcontroles uitvoeren ( x aantal uren) en aanschrijven Toezichtcontroles uitvoeren ( x aantal uren) en aanschrijven Interactie voorschrijven in vergunningen
De exacte uren die gemoeid zijn met deze werkzaamheden komen voor het betreffende jaar terecht in het uitvoeringsprogramma.
8
4. Verankering in de beleidscyclus Het VTH-beleidsplan geeft richting aan de inzet van de VTH-instrumenten en vervult daarmee een belangrijke rol in de beleidscyclus (Big 8). De prioriteiten, inzet en beoogde resultaten van de inzet worden jaarlijks vastgelegd in uitvoeringsprogramma’s. Het college rapporteert jaarlijks aan de gemeenteraad over de voortgang en kwaliteit van de uitvoering en de bereikte resultaten in het licht van de beleidsdoelen. Onderdeel daarvan is hoe risico’s en naleefgedrag zich hebben ontwikkeld. Op basis van de bereikte resultaten worden prioriteiten bijgesteld. Voor de realisatie van onze doelstellingen en de uitvoering van de instrumenten is de gemeente afhankelijk van een groot aantal interne en externe partners. Denk bijvoorbeeld aan de samenwerking bij vergunningverlening en toezicht en handhaving met de Veiligheidsregio, de RUD, de provincie Limburg, het Waterschap, omliggende gemeenten, de Voedsel en Warenautoriteit en de strafrechtelijke partners OM en politie. De wijze waarop deze samenwerking en afstemming plaatsvindt wordt omschreven in de VTH-strategieën.
9
Bijlage Probleem- en risicoanalyse In deze bijlage zijn, op basis van gegevens uit registraties (waaronder analyse social media, enquête afvalbeleid 2021 en Melddesk) en overleggen met medewerkers, de belangrijkste problemen en risico’s benoemd die onze doelgroepen (bewoners, bedrijven en bezoekers) in onze gemeente (kunnen) veroorzaken. Daarbij hebben we ons beperkt tot de problemen en risico’s binnen de reikwijdte van het VTH-beleid (Wabo-reikwijdte, exclusief basistaken en openbare orde en openbare veiligheid). Op basis van een risicoafweging is ieder van de problemen en risico’s geprioriteerd. • Hoge prioriteiten: problemen en risico’s waar een pro-actieve houding van onze organisatie nodig is. Dit vereist een extra tijdsinzet bovenop de reguliere werkzaamheden, bijv. voor intensievere begeleiding van aanvragers, intensievere toetsing van aanvragen of intensiever toezicht. De wijze van intensivering wordt uitgewerkt in de strategieën. • Gemiddelde prioriteiten: problemen en risico’s die een reguliere inzet van onze organisatie vragen. • Lage prioriteiten: problemen en risico’s die in minimale vorm door onze organisatie worden opgepakt. We werken hiervoor reactief en handelen aanvragen, meldingen, klachten en handhavingsverzoeken af op een niveau dat wettelijk is bepaald (wettelijk minimum).
Hoge prioriteiten Bouwwerken waar veel zorgbehoevende en niet-zelfredzame personen wonen en/of verblijven hebben een groot risico ten aanzien van brandveiligheid of constructieve veiligheid. Sloopwerken in gebouwen in bebouwd gebied waar asbest verwerkt zit, hebben een groot risico op gezondheidseffecten voor de omgeving. Sommige (kwetsbare) burgers die gehuisvest zijn in woonwijken hebben problemen (hoarding, drugsgebruik) en kunnen voorbodes zijn van ondermijnend gedrag. Werkzaamheden (zonder vergunning en/of subsidieprocedure) aan cultureel erfgoed/monumenten/archeologie vinden plaats zonder dat dit de gewenste aandacht krijgt. Hierdoor ontstaan onomkeerbare situaties die niet stroken met de toeristisch recreatieve visie. Op veel plaatsen vindt (illegale) huisvesting plaats van personen (o.a. arbeidsmigranten, gescheiden mensen). Deze huisvesting in schuren, pensions, campings, vakantieparken e.d. laat vaak veel te wensen over als het gaat om brandveiligheid, ventilatie, hygiëne en sanitaire voorzieningen. Met name bij locaties die bij gemeente niet op voorhand bekend zijn (maar wel door meldingen van burgers). Vrijkomende agrarische bebouwing wordt niet regelmatig in zicht gehouden. Regelmatig vinden gedurende langere tijd ondermijnende activiteiten plaats of andere evident ontoelaatbare (niet legaliseerbare) illegale huisvesting van personen.
Mogelijk dat datagestuurd werken (databronnen zoals energieverbruik of via BRP toezicht voor arbeidsmigranten) hierbij kan helpen. In 2019 heeft een uitgebreide tour plaatsgevonden door het buitengebied, dat als referentie kan dienen. Dit kan per gebied (buitengebied) of per thema/onderwerp (ondermijning/criminele activiteiten). Bezoekers van middelgrote en grote evenementen (veelal sport) veroorzaken vaak parkeer- en muziekgeluidoverlast. Enerzijds zijn veel evenementen een teken van sterke sociale cohesie. Anderzijds staat de leefbaarheid onder druk. Nu vindt altijd vooroverleg en een evaluatieoverleg plaats (tussen organisatie, politie, brandweer, veiligheidsregio, verkeer, buitendienst) en is de organisatie verplicht binnen een bepaalde afstand de omwonenden met een brief te informeren. Er vindt geen omgevingsdialoog plaats. Burgers ervaren steeds sneller en vaker een probleem (minder tolerantie). Hierdoor is steeds vaker sprake van omgevingsdialoog, mediation, bemiddelen en communicatie aan de voorkant. Voorgeschreven landschappelijke inpassing (beplanting, groen) wordt niet gerealiseerd. Strookt niet met groene en toeristische uitstraling. Bij planvorming wordt veel tijd gestoken in de vereiste inpassing, terwijl er al jaren geen toezicht op plaatsvindt. Focus op kernkwaliteit van Leudal behouden + tegengaan hittestress.
10
Gemiddelde prioriteiten Bij kantoren en detailhandel waar veel bezoekers komen lopen we een risico’s ten aanzien van brandveiligheid of constructieve veiligheid. Sommige burgers dienen herhaaldelijk vergunningaanvragen in van slechte kwaliteit. Een toename van plattelandswoningen en mantelzorgwoningen zorgen voor belemmering andere bedrijven. Tevens is voor de bewoners van deze woningen geen sprake meer van goede ruimtelijke ordening. Met de Omgevingswet vallen sommige burgers en burgers met uitgebreide hobby onder het begrip MBA, waarvoor gemeente bevoegd gezag is. Dit leidt tot meer toepassen van regels en dus meer klachten en toezicht/handhaving. Sommige eigenaren van percelen en panden laten hun eigendom gedurende lange tijd in een wanordelijke toestand achter. Deze negatieve eyecatchers (afgebrande, ingestorte en overwoekerde bebouwing) tasten het landschap aan of vormen een schril contrast met de directe omgeving. Steeds vaker vinden horeca-activiteiten plaats bij zorgboerderijen, agrariërs en Brede Maatschappelijke Voorzieningen, waardoor sprake is van ongewenste paracommercie. Bedrijven die op hun erf arbeidsmigranten huisvesten of verblijfsrecreatie uitvoeren (steeds meer B&B) zorgen door hun verblijfskarakter voor belemmering van uitbreidingsmogelijkheden van andere bedrijven. Toenemend aantal klachten over rookoverlast door houtkachels.
Naar verwachting gaat dit in nabije toekomst toenemen (gas wordt duurder). Leudal is aangesloten bij Schone Lucht Akkoord (houtstook is een van de thema’s). Bedrijven vinden dat de afhandelingstermijn m.b.t. vergunningprocedures voor plannen te lang duurt. Ingezette verbeteracties (bijv. initiatievenoverleg en accountmanagement) verkorten dit niet. Verwachtingenmanagement. Sommige bedrijven gaan door te lange reactietijd van gemeente naar andere gemeenten hetgeen natuurlijk een zorgpunt is vanuit economisch oogpunt. Dit punt heeft relatie met dienstverlening (bedrijvenbinding) en ook zeker met het uitgangspunt van de Omgevingswet (van nee, tenzij naar ja, mits). Recreanten blijven weg door illegale bewoning vakantiewoningen Lage prioriteiten Bouwwerken die hoofdzakelijk particulier worden gebruikt hebben een beperkt risico’s. Dit geldt in ieder geval voor de bouwwerken met een geringe afwijking van welstand/beeldkwaliteit. Er is weinig uitstraling op de omgeving. Geluid door buitenunits bij woningen (zoals airco’s en warmtepompen) veroorzaken geluidsoverlast. Veel overlast van honden door blaffen. Bedrijven hebben meer vertrouwen in hun adviseur dan in de gemeente en laten het advies van de adviseur leidend zijn. Daardoor ontstaat vaak strijd met regels, waardoor frustratie optreedt vanwege het ingrijpen van gemeentewege hiertegen.
Bezoekers van supermarkten veroorzaken geluidsoverlast bij nabij gelegen woningen.
11