Armoede-minimabeleid 2018-2023
Tekst van het document
Armoede- en minimabeleid 2018 – 2023
PARTICIPATIE
WMO
SCHULDHULPVERLENING
ARMOEDE- EN MINIMABELEID
WELZIJN & ONDERWIJS
JEUGDHULP
Inhoudsopgave 1.
Inleiding & noodzaak ...............................................................................................2 1.1. 1.2. 1.3.
2.
Visie op armoede- & minimabeleid...........................................................................6 2.1. 2.2. 2.3.
3.
Totstandkoming.................................................................................................3 Armoede in Leudal .............................................................................................3 Ontwikkelingen..................................................................................................5
Visie ................................................................................................................6 Doelen .............................................................................................................7 Doelgroepen .....................................................................................................7
Wat gaan we doen?..................................................................................................8 3.1. Zelfredzaamheid vergroten .................................................................................8 3.2. Integraal werken ...............................................................................................8 3.3. Maatschappelijke partners...................................................................................9 3.4. Vroegsignalering & Preventie .............................................................................10 3.4.1. Levensgebeurtenissen....................................................................................10 3.4.2. Vroegsignalering schulden ..............................................................................10 3.4.3. Informatievoorziening ....................................................................................10 3.4.4. Vertrouwenspersoon ......................................................................................11 3.4.5. Laaggeletterdheid/Taaltrajecten ......................................................................11 3.5. Kinderen & jeugd .............................................................................................12 3.5.1. Initiatieven...................................................................................................12 3.5.2.
Extra geld kinderarmoede ..............................................................................12
4.
De belangrijkste wijzigingen..................................................................................13
5.
Monitoren ..............................................................................................................13 5.1. 5.2.
6.
Effectindicatoren ..............................................................................................13 Evaluatie ........................................................................................................13
Financiën ...............................................................................................................14
Bijlage I – Verslagen gesprekken ...................................................................................15 Bijlage II – Wijzigingen na invoering Participatiewet .....................................................20
1
1.
Inleiding & noodzaak
De gemeente Leudal streeft een samenleving na waarin iedereen meedoet, zowel maatschappelijk als economisch. Het huidige armoede- en minimabeleid dateert van 2012, en is voor de periode 2012 tot en met 2017 vastgesteld. Met het aflopen van de termijn en de komst van de Participatiewet per 1-1-2015, en de aanpassingen van 1-1-2016, is het nodig dit beleid tegen het licht te houden en daar waar nodig aan te passen. Het armoedebeleid maakt onderdeel uit van het sociaal domein. Dit domein omhelst zorg, onderwijs, werk en inkomensondersteuning. Gelet op recente ontwikkelingen en bewegingen binnen het sociaal domein, valt te stellen dat ‘’meedoen in de samenleving’’ op een nieuwe manier gedefinieerd kan worden. Participatie op de arbeidsmarkt is een speerpunt, en deelname aan de samenleving op verschillende terreinen is een groot goed. De gemeente is niet langer geheel verantwoordelijk voor het bieden van oplossingen voor problemen en vragen van inwoners. Steeds meer doet ze een beroep op de eigen kracht van inwoners en van de gehele samenleving. Zelfredzaamheid is in deze ontwikkeling een essentieel concept en vormt een belangrijk uitgangspunt voor het nieuwe beleid. Tegelijkertijd zorgt deze omslag ervoor dat de gemeente met betrekking tot het armoede- en minimabeleid in een spagaat komt te zitten.
Enerzijds worden er meer verantwoordelijkheden bij inwoners gelegd, anderzijds wil de gemeente Leudal graag een actieve rol innemen binnen dit beleidsterrein. Immers; we willen graag dat inwoners die gebruik mogen maken van regelingen dat ook doen, zodat deze inwoners uiteindelijk weer zelfredzaam worden. Daarnaast moet er rekening gehouden worden met de groep verborgen armoede, die met een passief beleid in een nog kwetsbaardere positie terecht komen. Tegelijkertijd is er veel veranderd de afgelopen jaren. Gemeenten hebben veel nieuwe verantwoordelijkheden gekregen bij de ondersteuning van kwetsbare burgers. Denk aan jeugdhulp en andere nieuwe vormen van maatschappelijke ondersteuning. De komst van de Participatiewet voorzag een verschuiving van categoriale naar individuele inkomensondersteuning. Er wordt dus meer maatwerk geboden. Tot slot zien we door de economische crisis een toename van de armoede in Nederland. Sinds de economische crisis is de financiële armoede in Nederland met ruim een derde gegroeid1. Recent onderzoek wijst ook uit dat veel kinderen die in armoede opgroeien werkende ouders hebben. Dit alles vraagt om een herijking van ons beleid waarbij we ons de vraag hebben gesteld; is het huidige beleid wel toereikend? De gemeente Leudal is een plattelandsgemeente. Meer dan in andere gemeenten is er dan ook sprake van schaamte.
Er is minder sprake van anonimiteit en de sociale controle is groter. Deze elementen maken dat er minder mensen dan gewenst gebruik maken van de beschikbare voorzieningen. Doel van deze beleidsnota is om de thema’s op hoofdlijnen te behandelen. Onder deze beleidsnota zal dan ook jaarlijks een uitvoeringsprogramma worden gehangen, dat concreet moet maken wat de gemeente Leudal gaat doen.
1 ©Movisie: kennis en aanpak van sociale vraagstukken
2
1.1.
Totstandkoming
Inzet is om dit beleid te laten aansluiten op de ontwikkelingen in de praktijk. Gedurende het gehele traject rondom het opstellen van dit armoede- & minimabeleid is er dan ook getracht om te bouwen op praktijkervaringen. De beleidsmedewerkers hebben dan ook gesprekken gevoerd met diverse externe partners zoals Stichting Leergeld, het Jeugdsportfonds, de Kleding- en Voedselbanken, Maatschappelijk werk, basisscholen etc. Uiteraard is er ook gesproken met leden van de Commissie Sociaal. Ook zijn er vruchtbare bijeenkomsten geweest met beleidsmedewerkers van naburige gemeenten. Doel van deze gesprekken was om in kaart te brengen waar verbeteringen aangebracht dienden te worden, en hoe een betere invulling gegeven kon worden aan het nieuwe beleidsplan.
1.2.
Armoede in Leudal
Het percentage minima in de gemeente Leudal is al jaren lager dan het landelijke en provinciaal gemiddelde. Evengoed is er in 2016 sprake van een lichte stijging van ongeveer 7 procentpunt ten opzichte van 2013.
Figuur 1: omvang doelgroep gemeente Leudal 2
Inkomen uit arbeid Inkomen uit eigen onderneming Uitkering werkloosheid Uitkering ziekte/arbeidsongeschikt Uitkering ouderdom/nabestaanden Uitkering sociale voorzieningen Overig overdrachtsinkomen Totaal
2
Aantal huishoudens met een inkomen tot …% van het sociaal minimum 101% 105% 110% 115% 120% 125% 200 200 200 200 310 310 200 0
200 0
200 0
200 0
200 0
310 0
0
90
90
90
90
90
220
330
330
540
650
870
140
280
280
280
420
420
0 760
0 1.100
0 1.100
0 1.310
0 1.670
0 2.000
Stimulansz, Trends Minimascan juli 2016
3
Figuur 2: Percentage huishoudens met inkomen tot 120% van het sociaal minimum 2013-2016 3.
18 16 14 12 Provincie
10
Leudal
8
Nederland
6 4 2 0
2013
2014
2015
2016
Figuur 3: ontwikkelingen aantal uitkeringen 2013-2017.
425 400 375 350 325 300 275 250 225 200 175 150 125 100 75 50 25 0
WWB/Alg. Bijstand IOAW IOAZ Bbz Aanvragen Bijzonder Bijstand
2013
2014
2015
2016
2017
Ook het aantal uitkeringen WWB/Algemene bijstand, IOAW, IOAZ en Bbz laten een stijging zien, zoals hierboven in de grafiek gedemonstreerd. Het aantal aanvragen Bijzondere Bijstand kent een soortgelijke stijging (2017 t/m september)
3
Stimulansz, Trends Minimascan juli 2016
4
1.3.
Ontwikkelingen
In september 2016 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken & Werkgelegenheid middels een kamerbrief de aandacht gegeven aan kinderen die in armoede opgroeien. Kinderen die in armoede opgroeien staan vaker aan de zijlijn, zitten minder vaak op sport en/of muziekles, gaan minder vaak naar verjaardagsfeestjes en kunnen regelmatig niet mee op schoolreisje. Het niet kunnen meedoen kan zorgen voor een gevoel van uitsluiting en onzekerheid. Schaamte en stigmatisering kunnen invloed hebben op de persoonlijke en psychische ontwikkeling van een kind. Hiermee wordt de kans op achterstand en ongelijkheid vergroot, wat weer kan leiden tot onwenselijke economische en maatschappelijke gevolgen. Het kabinet, bij brief van 20 september 2016, is daarom voornemens om structureel 100 miljoen euro extra beschikbaar te stellen voor kinderen in armoede. De gemeente Leudal krijgt €92.000.
5
2.
Visie op armoede- & minimabeleid
2.1.
Visie
Het armoedebeleid maakt onderdeel uit van het sociaal domein. Dit domein omhelst zorg, onderwijs, werk en inkomensondersteuning. Gelet op recente ontwikkelingen en bewegingen binnen het sociaal domein, valt te stellen dat ‘’meedoen in de samenleving’’ op een nieuwe manier gedefinieerd kan worden. Participatie op de arbeidsmarkt is een speerpunt, en deelname aan de samenleving op verschillende terreinen is een groot goed. De gemeente is niet langer geheel verantwoordelijk voor het bieden van oplossingen voor problemen en vragen van inwoners. Steeds meer doet ze een beroep op de eigen kracht van inwoners en van de gehele samenleving. De gemeente Leudal hanteert een brede definitie van het begrip armoede. (De Beer, 20134) ziet armoede als een probleem van onvoldoende maatschappelijke participatie of uitsluiting. Het gaat dan bijvoorbeeld om het ontbreken van een netwerk, geen of gebrekkige toegang tot sociale voorzieningen en weinig participatie in politiek, vrijwilligerswerk, sport en cultuur. Daarnaast kan er sprake zijn van een ongezonde leefstijl. Het gaat dus niet alleen om het gebrek aan voldoende inkomen en gemis aan andere financiële bronnen. De doelgroep van het armoede- & minimabeleid is niet homogeen. De oorzaken en aard van de problematiek verschillen enorm. Daarom wordt er door de gemeente Leudal meer ingezet op maatwerk.
Er zijn enkele doelgroepen met een verhoogde kans op armoede. Denk hierbij aan mensen met een uitkering, zelfstandigen, eenoudergezinnen met minderjarigen en niet-Westerse allochtonen. De gevolgen van armoede kunnen groot zijn, zowel voor de samenleving als voor de desbetreffende inwoners. Zo kan er sprake zijn van een toename van uitkeringen en criminaliteit, en een vermindering van sociale mobiliteit. Inwoners kunnen last krijgen van stress, depressies en andere chronische aandoeningen. Men kan langdurig werkloos en arbeidsongeschikt raken. Armoede heeft een negatief effect op kinderen, er is geen geld voor verenigingen, sportclubs, uitgaan etc. Spanningen, ruzies en gevoelens van eenzaamheid komen meer voor 5. De gemeente Leudal wil graag kijken naar wat wél werkt. Onderzoek wijst uit dat er een viertal onderwerpen zijn die extra aandacht verdienen 6: • •
•
•
Het versterken van psychologisch kapitaal o Versterken van veerkracht, aanspreken & ontwikkelen van eigen kwaliteiten. Het stimuleren van maatschappelijk kapitaal o Belangengroepen & cliëntenraden kunnen veranderingen aankaarten en sociale wet- en regelgeving beïnvloeden. Het vergroten van sociaal kapitaal o Sociale infrastructuur vergroten en het versterken van het vermogen om problemen samen met anderen (lotgenoten) aan te pakken. Het investeren in opleidingen en arbeid (economisch kapitaal) o Het vinden van werk zorgt voor een groter sociaal netwerk.
Beer, P., De. (2013). Niets is wat het lijkt. Wat Heet armoede?. Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken, Nr. 2, Pag. 24-27 5 ©Movisie: kennis en aanpak van sociale vraagstukken 4
6 ©Movisie: kennis en aanpak van sociale vraagstukken
6
Het doel van dit armoede- & minimabeleid is het vergroten van de zelfredzaamheid. Dat betekent niet dat inwoners zichzelf maar moeten redden. het beleid heeft een preventief effect en moet ertoe leiden dat mensen leren hoe ze hun grip op de eigen situatie kunnen vergroten. Het vergroten van de grip en zelfvertrouwen betekent een stap vooruit richting een eigen inkomen en participatie in de samenleving. Uiteraard wordt er gekeken naar het vermogen tot zelfredzaamheid, maar in zijn algemeenheid passen regelingen waarbij een tegemoetkoming wordt verstrekt zonder dat daar een inzet de burger tegenover staat niet meer in het beleid. Om invulling te geven aan het beleid werkt de gemeente Leudal in de uitvoering samen met tal van goede particuliere initiatieven, fondsen en andere maatschappelijke organisaties. Deze partijen weten vaak wat er speelt en bieden laagdrempelig maatwerk. Denk hierbij aan de Voedsel- en Kledingbanken, Stichting Leergeld, het Jeugdsportfonds etc.
2.2.
Doelen
Deze visie leidt tot de volgende beleidsdoelen: • • • • • • •
Inzetten op preventie en vroegsignalering en mensen waar nodig vroegtijdig inlichten en begeleiden; Meer kansen voor kinderen en jeugd in armoede; Meer inwoners van Leudal worden zelfredzaam en participeren meer in de maatschappij; Het behouden van samenwerkingen met particuliere initiatieven, fondsen en andere maatschappelijke organisaties; Het armoede- en minimabeleid is gestoeld op een integrale aanpak waardoor inwoners in algemene zin gezonder worden en de kans op participatie in de samenleving wordt vergroot; Er zijn minder inwoners met schulden; Meer zicht krijgen op de doelgroepen d.m.v. cijfers.
2.3.
Doelgroepen
Het armoede- en minimabeleid is in beginsel gericht op alle inwoners van de gemeente Leudal. Vanzelfsprekend zijn er een aantal doelgroepen die extra aandacht verdienen omdat gebleken is dat voor deze groepen geldt dat er een verhoogd risico op armoedeval is. • • • • • •
Zelfstandigen; Mensen met een uitkering; Eenoudergezinnen met minderjarigen; Kinderen; Niet-Westerse migranten; 50+ers die onverwacht in inkomen achteruitgaan. Zij kunnen minder makkelijk weer aan werk komen.
7
3.
Wat gaan we doen?
Het armoede-minimabeleid zal een vijftal thema’s behandelen. Het vergroten van zelfredzaamheid is één van de uitgangspunten. Een meer integrale aanpak is vereist om daadkrachtig en efficiënt te kunnen handelen. Ook onze maatschappelijke partners zijn belangrijk. Immers, een groot gedeelte van de expertise zit bij onze externe partners. Vroegsignalering en preventie zijn van essentieel belang om de zelfredzaamheid van inwoners te kunnen vergroten. Daarnaast vindt de gemeente Leudal het belangrijk om extra aandacht te besteden aan kinderen in armoede.
3.1.
Zelfredzaamheid vergroten
De gemeente Leudal onderneemt enkele activiteiten waarbij inwoners worden geholpen om te leren en verantwoorde financiële huishouding te realiseren. Op deze manier leren we mensen om zelf verantwoordelijkheid te dragen voor hun financiën. Doel is het vergroten van zelfredzaamheid en het bevorderen van participatie van inwoners, waarbij arbeidsparticipatie voorop staat. Dit uitgangspunt past geheel binnen het voornemen om te investeren in opleiding en arbeid (het economisch kapitaal) Binnen de gemeente kan iedereen hulp aanvragen die in financiële problemen terecht is gekomen of terecht dreigt te komen. Door het aanbieden van laagdrempelige voorlichting en informatie wordt bevorderd dat minder inwoners schulden krijgen. Tegelijkertijd worden de eigen kwaliteiten aangesproken en wordt er bewustzijn gecreëerd. Op deze manier versterkt de gemeente Leudal dus het psychologisch kapitaal. In het beleidsplan schuldhulpverlening zijn een aantal elementen opgenomen die de zelfredzaamheid te vergroten. • • • •
Informatie en advies; Voorlichtingsbijeenkomsten; Vaardigheden en (financiële) educatie; Hulp bij het invullen van formulieren.
3.2.
Integraal werken
Geld is niet altijd alleen het probleem, en ook niet altijd alleen de oplossing, dat betekent dat een meer integrale aanpak vereist is. Zo is het mogelijk om materiele en immateriële hulp met elkaar te verbinden. De gemeente Leudal kijkt naar meerdere leefgebieden. Zo kan er sprake zijn van schulden en/of WMO voorzieningen. Ook de beleidsvelden Participatiewet en jeugdhulp kunnen een rol spelen in de integrale aanpak. Op die manier wordt er effectiever gewerkt aan duurzame oplossingen. Coaching, inkomensondersteuning, opvoedondersteuning, gezondheidszorg, verslavingszorg, re-integratie, inburgering, maatschappelijke ondersteuning moeten in samenhang worden aangeboden. Zo kan er een koppeling met WMO gemaakt worden d.m.v. het samenwerken met zorgaanbieders zoals Proteion. Ook het beleidsplan schuldhulpverlening omhelst activiteiten die voor het armoedeen minimabeleid essentieel zijn, zoals voorlichting, hulp bij het invullen van formulieren etc. Deze beleidsnota schenkt extra aandacht aan kinderen in armoede, koppelingen met jeugdhulp, welzijn en onderwijs dienen dus ook gemaakt te worden. Zo worden basisscholen en instanties die jeugdhulp bieden vanwege hun signalerende functie betrokken.
8
3.3.
Maatschappelijke partners
De gemeente Leudal werkt al enige tijd samen met externe partijen. Doel van het samenwerken met maatschappelijke initiatieven is om de behandeling van het armoedevraagstuk laagdrempelig en effectief te houden. De samenwerkingen wordt vooralsnog positief bevonden. Deze aanpak past ook geheel binnen het voornemen om maatschappelijk kapitaal te stimuleren. Samen met deze partijen staat de gemeente Leudal sterker. Zo geeft de Voedselbank aan een uitstekend beeld te hebben van trends en ontwikkelingen in de samenleving. Daarnaast vindt er bijvoorbeeld regelmatig overleg plaats met de WMO raad, die veranderingen kan aankaarten. Tegelijkertijd bieden deze allianties mogelijkheden tot het vergroten van sociaal kapitaal. Zo zorgt deze samenwerking ervoor dat mensen eerder in contact komen met lotgenoten. Ook kunnen het jeugdsportfonds en jeugdcultuurfonds er bijvoorbeeld voor zorgen dat inwoners een groter netwerk ontwikkelen, waardoor het vermogen om problemen samen met anderen aan te pakken wordt vergroot. Voedselbank De gemeente Leudal steunt de Voedselbank Midden-Limburg met een waarderingssubsidie. De Voedselbank bestaat uit vrijwilligers. De organisatie zamelt voedseloverschotten in en verdeelt deze onder arme gezinnen. Belangrijk is dat er een verbetering van de situatie optreedt. In de regel mogen inwoners die aan de criteria voldoen drie jaar gebruik maken van de Voedselbank.
Gedurende het traject moet de schuldenlast verminderen. Op deze manier levert de Voedselbank een bijdrage aan het vergroten van de zelfredzaamheid. In 2016 heeft de Voedselbank 466 voedselpakketten uitgedeeld aan inwoners van de gemeente Leudal. Kledingbank De gemeente Leudal steunt de Stichting Kledingbank Limburg met een waarderingssubsidie. De Kledingbank is een vrijwilligersorganisatie die kleding verstrekt aan mensen die deze niet zelf kunnen betalen. Inwoners kunnen alleen doorverwezen worden naar de kledingbank. In 2016 zijn er 155 kledingpakketten uitgedeeld aan inwoners van de gemeente Leudal. Stichting Leergeld Stichting Leergeld is per 1 juli 2015 in de gemeenten Leudal & Maasgouw van start gegaan. De Stichting ontvangt jaarlijks een waarderingssubsidie van de gemeente Leudal. Doel is om ervoor te zorgen dat kinderen ondanks armoede mee kunnen doen aan binnen- en buitenschoolse activiteiten. Hierdoor wordt de kinderen een springplank geboden waardoor ze kunnen opbloeien, kennis en vaardigheden kunnen ontwikkelen en eigenwaarde krijgen. In 2016 waren er 125 deelnemers uit Leudal. Jeugdsportfonds Het Jeugdsportfonds geeft sportkansen aan kinderen en jongeren uit gezinnen waar onvoldoende financiële ruimte is om contributie en sportattributen te betalen.
Investeren in sporten voor kinderen verkleint voor hen de kans op buiten de boot vallen en betekent een grotere kans op een goede toekomst. Daarnaast draagt sporten bij aan een gezondere levensstijl. Het jeugdsportfonds ontvangt jaarlijks een waarderingssubsidie van de gemeente Leudal. Er waren 98 deelnemers uit Leudal in 2016. Jeugdcultuurfonds De gemeente Leudal is een samenwerking opgestart met het Jeugdcultuurfonds Limburg. De stichting zorgt ervoor dat ook kinderen uit gezinnen met een minimuminkomen lessen op kunst en cultuurgebied kunnen volgen. Op deze manier wordt het mogelijk gemaakt voor kinderen om creativiteit te ontwikkelen. Hertjes van Limburg De Hertjes van Limburg kleinschalige organisatie met enkele tientallen klanten die lokaal opereert. De intentie is om op termijn uit te groeien naar een iets grotere organisatie. Ze ondersteunen waar de voedselbank en de kledingbank niet kan ondersteunen. 9
3.4.
Vroegsignalering & Preventie
De gemeente Leudal vindt vroegsignalering en preventie een essentieel onderdeel van het armoede- en minimabeleid. (zo is men binnen de gemeente Leudal bezig met het ontwikkelen van een programmaplan preventie dat voor een meer integrale aanpak moet zorgen van het thema preventie).Preventieve activiteiten vinden plaats om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten, o.a. via de schuldhulpverlening. Uit gesprekken met partners is gebleken dat er in Leudal, meer dan in andere gemeenten, sprake is van een hoog schaamtegevoel.
3.4.1. Levensgebeurtenissen Rondom bepaalde levensgebeurtenissen is er een vergroot risico op het ontstaan van armoede en schulden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ziekte, het verliezen van betaalde baan, verhuizingen, veranderingen in de relationele status, het starten van een eigen bedrijf, met pensioen gaan etc. De groep 50+ers verdient hierbij extra aandacht, omdat uit gesprekken met onder andere Maatschappelijk Werk is gebleken dat deze doelgroep niet snel uit zichzelf gebruik maakt van de bestaande regelingen. De gemeente Leudal gaat de samenwerking zoeken met partners die een rol hebben bij deze levensgebeurtenissen. Op die manier kunnen inwoners preventief worden benaderd. Denk hierbij aan AMWML, CJG, Synthese, maar ook de kerken en verenigingen.
3.4.2. Vroegsignalering schulden De gemeente Leudal onderneemt reeds activiteiten in het kader van vroegsignalering en preventie omtrent schulden. Er zijn 133 nieuwe schuldhulpverleningstrajecten gestart in 2016. In het beleid schuldhulpverlening worden de volgende preventieve maatregelen beschreven: • • • • •
Informatie en advies; Voorlichtingsbijeenkomsten; Vaardigheden en (financiële) educatie; Vroegsignalering d.m.v. scholen medewerkers, afsluiten convenanten met woningcorporaties en inzetten sociale wijkteams; Hulp bij het invullen van formulieren.
De gemeente Leudal is voornemens om het thema armoede tijdens keukentafelgesprekken voornamelijk uitgevoerd door klantregisseurs WMO en Participatiewet – aan te stippen. Tijdens de keukentafelgesprekken kunnen de klantregisseurs hun signalerende functie benutten en inwoners op de hoogte brengen van de bestaande regelingen.
3.4.3. Informatievoorziening Er wordt meer aandacht gegeven aan de informatievoorziening, om zo een bredere groep te kunnen bereiken. Uit gesprekken met diverse partners is gebleken dat de informatievoorziening voor verbetering vatbaar is. Daarom wordt er in dit beleid extra aandacht gegeven aan het thema informatievoorziening. Zo zal de gemeente Leudal een inkomenskaart verspreiden onder partners, intermediairs en het klantenbestand van de afdeling dienstverlening. Deze inkomenskaart zal jaarlijks vernieuwd worden en geeft een goed beeld van de landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen. Om de samenwerking met scholen extra te bevorderen - en gezien de signalerende functie van scholen - zal deze inkomenskaart in samenwerking met SPOLT beschikbaar worden gesteld voor alle basisscholen in de gemeente Leudal. 10
Daarnaast wordt er extra aandacht besteed aan de informatie die online beschikbaar is. Alle regelingen, zowel lokaal als landelijk, zullen online gepubliceerd worden. Op die manier is belangrijke informatie vrij en gemakkelijk beschikbaar. Armoede moet bespreekbaar worden gemaakt. Om het taboe op armoede te doorbreken stimuleert de gemeente Leudal initiatieven die bijdragen aan een positieve beeldvorming rondom armoede. Een belangrijke rol hierin hebben ervaringsdeskundigen. Ook kan de gemeente Leudal bijeenkomsten organiseren met inwoners in gesprek te blijven. Op deze manier probeert de gemeente ook in te spelen op de doelgroep zelfstandigen en 50+ers, omdat is gebleken dat onder deze doelgroepen de schaamtegevoelens groot zijn. Ook is deze groep kwetsbaar omdat er minder makkelijk werk kan worden gevonden. De klantregisseurs voor de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning zullen in de gesprekken met inwoners het thema armoede gaan aanstippen. Ook zal door hen gewezen worden tijdens de intake en de keukentafelgesprekken op de mogelijkheden die de maatschappelijke partners hebben om ondersteuning te geven. Het gaat hier om de mogelijkheden van Voedselbank, Kledingbank, Stichting Leergeld, Jeugdsportfonds, Jeugdcultuurfonds.
3.4.4. Vertrouwenspersoon Uit gesprekken met partners is gebleken dat er in Leudal, meer dan in andere gemeenten, sprake is van een hoog schaamtegevoel. Hierdoor is er een significante groep inwoners die geen gebruik maakt van regelingen. De gemeente Leudal gaat met externe partners in gesprek om te bekijken of de positie van vertrouwenspersoon kan worden gecreëerd. Op die manier wordt de drempel verlaagd en kan worden ingespeeld op de groep verborgen armoede. Zo wordt het bereik van dit armoede- en minimabeleid groter. Dit past geheel binnen de opvatting dat inwoners van de bestaande regelingen gebruik moeten maken om uiteindelijk weer zelfredzaam te worden. De rol van vertrouwenspersoon past niet bij de gemeente. Deze moet vooral gezocht worden bij onze partners. Temeer daar gebleken is dat de aanwezigheid van de gemeente de drempel verhoogd. O.a. het CJG, AMWML, Synthese etc. kunnen hier een rol in spelen. De gemeente gaat met deze partners in gesprek om tot een gedragen oplossing te komen.
3.4.5. Laaggeletterdheid/Taaltrajecten Uit gesprekken met onze partners is gebleken dat er vaak sprake is van laaggeletterdheid en taalachterstanden. Laaggeletterden zijn vaker arm dan niet-laaggeletterden, ook wanneer we rekening houden met een aantal achterliggende factoren. Armoede en laaggeletterdheid zijn gerelateerd. Laaggeletterden kunnen vaak over een substantieel lager inkomen beschikken dan niet-laaggeletterden. Ook zijn zij vaker inactief in de zin dat zij niet werken, naar school gaan of een cursus volgen. De relatie tussen armoede en laaggeletterdheid is complex en wordt deels beïnvloed door achtergrondvariabelen zoals een migratieachtergrond. De gemeente Leudal heeft deze problemen reeds in enkele beleidsnota’s benoemd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de integratie van vluchtelingen en/of statushouders en het beleidsplan volwasseneneducatie. De gemeente is voornemens om een duidelijkere koppeling te leggen zodat inwoners in armoede gebruik kunnen maken van taaltrajecten (bijvoorbeeld cursus Tel mee met Taal en taallessen voor statushouders).
11
3.5.
Kinderen & jeugd
3.5.1. Initiatieven Onderzoek wijst uit dat er steeds meer kinderen in armoede leven. In 2013 waren dit er landelijk nog 385.000, in 2017 is het aantal gestegen naar zo’n 435.000 kinderen 7. De gemeente Leudal vindt het belangrijk dat kinderen en jeugd extra aandacht krijgen in het armoede- en minimabeleid. Kinderen die in armoede opgroeien staan vaker aan de zijlijn en kunnen te maken krijgen met uitsluiting en onzekerheid. Ook is het risico op langdurige armoede aanwezig. Kinderen in de gemeente Leudal moeten alle kansen en mogelijkheden krijgen om zichzelf te ontplooien. Daarom wordt er met diverse externe partijen samengewerkt. Deze maatschappelijke initiatieven hebben als doel om kinderen te laten participeren bij bijvoorbeeld sportclubs en muziekverenigingen. De gemeente Leudal werkt op dit moment reeds samen met: • • •
Het jeugdsportfonds; Het jeugdcultuurfonds; Stichting leergeld.
Uiteraard wil de gemeente Leudal bij nieuwe initiatieven altijd meedenken of er mogelijkheden zijn tot ondersteuning.
3.5.2. Extra geld kinderarmoede In september 2016 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken & Werkgelegenheid middels een kamerbrief de aandacht gegeven aan kinderen die in armoede opgroeien. Kinderen die in armoede opgroeien staan vaker aan de zijlijn, zitten minder vaak op sport en/of muziekles, gaan minder vaak naar verjaardagsfeestjes en kunnen regelmatig niet mee op schoolreisje. Het niet kunnen meedoen kan zorgen voor een gevoel van uitsluiting en onzekerheid. Schaamte en stigmatisering kunnen invloed hebben op de persoonlijke en psychische ontwikkeling van een kind. Hiermee wordt de kans op achterstand en ongelijkheid vergroot, wat weer kan leiden tot onwenselijke economische en maatschappelijke gevolgen. Het kabinet, bij brief van 20 september 2016, is daarom voornemens om structureel 100 miljoen euro extra beschikbaar te stellen voor kinderen in armoede. De gemeente Leudal krijgt hier ongeveer €92.000 van. Dit betekent dat er in het uitvoeringsprogramma extra aandacht kan worden besteed aan kinderarmoede. De gemeente Leudal zal met haar maatschappelijke partners in gesprek treden om tot een breed gedragen oplossing te komen t.a.v. deze extra middelen.
7 Notitie Samenwerking Gemeenten en Stichting Kinderen van de Voedselbank
12
4.
De belangrijkste wijzigingen
Onderwerp Participatiewet
Wijziging • Van Categoriale B.B naar Individuele B.B.
Kinderen
• €96.000 extra beschikbaar voor kinderen in armoede; • Opstarten samenwerking met jeugdcultuurfonds. • Extra aandacht voor scholen; • Een inkomenskaart. In overleg met onze partners komt er een vertrouwenspersoon. Verbeterde aansluiting bij de reeds bestaande taaltrajecten. De gemeente gaat de samenwerking zoeken met partners die een rol hebben bij levensgebeurtenissen.
Informatievoorziening Vertrouwenspersoon Taaltrajecten Levensgebeurtenissen
5.
Monitoren
5.1.
Effectindicatoren
De belangrijkste effectindicatoren geven een beeld van de armoedesituatie in de gemeente Leudal en bieden zicht op het effect van het beleid. Cijfers van het CBS en de minimascan van Stimulansz kunnen uitkomst bieden. Zo komen we tot een tweetal effectindicatoren: 1.
Gegevens die een beeld geven van de armoedesituatie in de gemeente Leudal a. % inwoners dat moet rondkomen van een inkomen rond het wettelijk sociaal minimum. b. Duur van inkomen rond het wettelijk sociaal minimum
2.
Indicatoren die zicht geven op de effecten van de vernieuwde aanpak a. % kinderen dat opgroeit in armoede. b. % kinderen dat participeert door gebruik van maatschappelijke initiatieven zoals Jeugdsportfonds, stichting Leergeld & Jeugdcultuurfonds.
5.2.
Evaluatie
Het armoede- en minimabeleid beslaat een periode van meerdere jaren. Voortdurend is de gemeente Leudal alert op signalen over de voortgang. Hierin spelen ervaringsdeskundigen en externe partijen een grote rol. Ook blijft de gemeente Leudal vanzelfsprekend in gesprek met o.a. de WMO-raad. De aanpak wordt dan ook regelmatig geëvalueerd.
13
6.
Financiën
Hieronder een overzicht van de uitgaven aan het armoede- & minimabeleid in de jaren 2013 t/m 2016. Er is een opwaartse lijn te herkennen.
Totale uitgaven € 700.000,00 € 600.000,00 € 500.000,00 € 400.000,00 Totale uitgaven
€ 300.000,00 € 200.000,00 € 100.000,00 €-
2013
2014
2015
2016
14
Bijlage I – Verslagen gesprekken Verslagen gesprekken inzake armoede- & minimabeleid Hieronder enkel verslagen van gesprekken die zowel met interne als externe partijen zijn gevoerd inzake het nieuwe armoede- & minimabeleid. Er is tijdens deze gesprekken gevraagd om input. Gestelde vragen zijn bijvoorbeeld - maar niet uitsluitend: • • • • •
Wat is voor verbetering vatbaar? Welke doelgroepen missen we nog? Hoe kunnen we de groep verborgen armoede bereiken? Welke ontwikkelingen moeten wij meenemen in het nieuwe beleid? Welke partners zouden wij nog kunnen benaderen?
WMO Raad De WMO Raad geeft aan blij te zijn dat men reeds in het voortraject wordt meegenomen door de gemeente Leudal. Geert Cuijpers en Youri Lebon laten weten dat de gemeente voornemens is om het e.e.a. anders vorm te gaan geven in de nieuwe beleidsnota. Zo wil men bijvoorbeeld meer aandacht geven aan verborgen armoede en informatievoorziening. Het blijkt dat er een groep inwoners is die gebruik kunnen en mogen maken van bepaalde regelingen. Deze groep blijkt echter maar moeilijk te bereiken. Het gaat hierbij dan voornamelijk om ZZP’ers en inwoners die met hun inkomen tussen de 100% en 120% van het minimum verdienen. Er is geen zicht op de grootte van deze groep, maar de algemene opvatting van beiden kanten is dat deze groep aanwezig is in de gemeente Leudal. Volgens beide partijen is één van de problemen is de schaamte onder de inwoners. Vanuit de WMO Raad wordt aangegeven dat onwetendheid ook een probleem kan zijn; men weet niet van het bestaan van regels/mogelijkheden. Ook kan het zijn dat men de regels/mogelijkheden wel kent, maar denkt dat deze niet van toepassing zijn op de eigen situatie. Dit speelt in alle leeftijdsfasen. Een goede informatievoorziening is hierin belangrijk. De WMO Raad geeft aan dat de gemeente informatie zou kunnen verstrekken via bijvoorbeeld regionale overleggen van Stichting de Zonnebloem of bijeenkomsten van de vrouwenvereniging.
Ook kan men wellicht toegang krijgen tot informatie over deze moeilijk te bereiken groep via bijvoorbeeld FNV regio Midden-Limburg of de Limburgse Hertjes die via de kerk het e.e.a. uitvoeren. Verder signaleren inwoners die de belastingaangiftes invullen veel. Om het probleem van schaamte te tackelen is het wellicht een idee om een vertrouwenspersoon te creëren. Deze vertrouwenspersoon zou per doelgroep verschillend moeten zijn, en moet snel verbindingen kunnen leggen met/naar de gemeente. Verder geeft men aan dat de GGZ een belangrijke doelgroep vormt, evenals ouderen. In het kader van informatievoorziening zou het handig kunnen zijn om informatie op de website van de gemeente Leudal te plaatsen. Een inkomenskaart zou een uitkomst kunnen bieden. Er wordt opgemerkt dat er onder de agrariërs veel verborgen armoede is. De gemeente zou hier meer zicht op moeten krijgen. Ook is vrijwilligerswerk belangrijk, voornamelijk voor de inwoners die in allerlei trajecten zitten. Hierbij is het noodzakelijk om inwoners actief te benaderen voor allerlei vrijwillige functies. Op die manier blijven inwoners participeren in de samenleving. Er wordt aangegeven dat men een kanteling in de boodschap ontdekt. De gemeente wil dat inwoners gebruik maken van regelingen met het doel om uit deze trajecten te komen, te participeren en uiteindelijk zelfredzaam te worden.
15
Stichting Leergeld Stichting Leergeld geeft aan dat het gevoel van schaamte bij inwoners groot is. Dit is problematisch omdat inwoners hierdoor minder snel geneigd zijn om hulp in te schakelen. Het schaamtegevoel is typisch Leudals in die zin dat de gevoelens in Leudal groter lijken dan anderen gemeenten zoals bijvoorbeeld Roermond. De indruk bestaat overigens wel dat allochtonen eerder om hulp vragen omdat zij minder schaamtegevoelens kennen. In dit licht is het belangrijk dat de gemeente ietwat op de achtergrond blijft, om de drempel voor inwoners niet te verhogen. Het digitaliseren van de procedures kan een uitkomst bieden, omdat digitale formulieren anonimiteit verzekeren. Veel mensen die in trajecten zitten beschikken evengoed over een laptop/internet, dus dit hoeft geen probleem te zijn. Kleine zelfstandigen vormen een problematische groep. Deze groep inwoners heeft een eigen inkomen. Echter; dit inkomen is regelmatig niet toereikend. Ook zijn veel van deze inwoners niet op de hoogte van de bestaande regelgeving. De informatievoorziening is hierin niet optimaal. Informatie moet kort en bondig zijn. Wellicht ligt hierin ook een betere rol voor klantregisseurs om deze groep te bereiken. Ook intermediairs komen ter plaatsen en zien veel armoede. Om deze moeilijk bereikbare doelgroep toch te bereiken kunnen bijvoorbeeld scholen en ouderverenigingen worden benaderd.
Deze signaleren veel, bv wanneer kinderen niet meer kunnen op schoolreisjes. Ook kan het helpen om brieven uit te geven met daarin mogelijkheden/info m.b.t. inwoners die reeds in de schuldhulpverlening en/of andere trajecten zitten. Het taalniveau van inwoners is van essentieel belang. Stichting Leergeld merkt op dat ze regelmatig constateren dat inwoners niet wijs komen uit de verscheidenheid aan formulieren. Men moet vroeg beginnen en preventief optreden om dit probleem te tackelen. VVE programma’s kunnen hier een rol in spelen. Ook is het belangrijk dat er een centraal aanspreekpunt komt voor gezinnen/inwoners met problemen. Dit is vaak lastig gezien de verschillende herkomst van gelden (provincie, gemeente, particulieren), maar moet te realiseren zijn. Men kan bijvoorbeeld denken aan leden van dorpsraden. Het is belangrijk om naar de behoeften per gezin te kijken. In navolging van het centrale aanspreekpunt zouden de bedragen vervolgens meer maatwerk moeten worden, waarbij er uiteraard wel een maximum aan moet zitten. Kledingbank De Kledingbank geeft juist aan dat er volgens hun geen gevoel van schaamte is, temeer daar de groep inwoners die vanuit de gemeente Leudal gebruik maakt van de Kledingbank fors is. Er zijn zo’n 362 inwoners die gebruik maken van de Kledingbank. Alle gebruikers zijn reeds doorverwezen vanuit de gemeente of andere instanties, en dus al bekend.
Om mensen in verborgen armoede te bereiken kan het handig zijn om b.v. kledingdagen te organiseren. De kledingbank geeft aan hier goede ervaringen mee te hebben, en zou deze graag in Leudal willen organiseren. Dit kan dan een 2-tal keren per jaar plaatsvinden. Inwoners worden hiervoor vervolgens uitgenodigd door de gemeente. Ook geeft men aan dat de week van armoede succes heeft opgeleverd in b.v. de gemeente Peel & Maas. Dit in combinatie met advertenties op lokale radio/tijdschriften/bladen. Er zijn doelgroepen met specifiekere wensen. Kinderen in de leeftijd 14-18 jaar willen meer merkkleding en vinden het aanbod van de kledingbank vaker teleurstellend. Ook de kledingbank geeft aan dat het digitaliseren van alle procedures anonimiteit kan bevorderen. In zijn algemeenheid kan de informatievoorziening worden verbeterd. Mensen moeten meer op de hoogte zijn van de mogelijkheden en regelgeving. Voorlichting is hierin belangrijk, maar men zou ook via b.v. bewindvoerders kunnen informeren/verwijzen.
16
Er zou nagedacht moeten worden over de criteria die elke instantie heeft. Hier zou harmonisatie moeten plaatsvinden, zodat er geen situaties meer ontstaan waarin mensen recht hebben op een gedeelte van de faciliteiten. Instellingen zouden onderling moeten praten. Dit hoeft niet via een officieel convenant, maar kan redelijk informeel. De gemeente zou hierin wel het voortouw kunnen nemen. Synthese Synthese heeft projecten waarin kinderen die in armoede leven kunnen participeren. Dit zijn laagdrempelige projecten die weinig tot niets kosten en als doel hebben om kinderen b.v. te laten sporten. Men zou het handig vinden om een overzicht te krijgen van het aantal minderbedeelden, en wil de samenwerking zoeken. Er is veel onwetendheid over de grootte van de groep. De gemeente zou bijvoorbeeld uitkeringsgerechtigden kunnen aanschrijven over de mogelijkheden en projecten van Synthese. Jeugdcultuurfonds Het Jeugdcultuurfonds stelde voor de inkomensnorm op 130% vast te stellen. Op deze manier kan het bereik groter worden gemaakt. Ook zouden verenigingen bij aanmelding reeds informatie moeten verstrekken over de mogelijkheden van het Jeugdcultuurfonds. Verenigingen moet aangeven dat er regelingen bestaan voor leden die moeite hebben met het betalen van contributie en attributen. Om de aanvraagstructuur zuiver te houden is een intermediair belangrijk.
Dit kan, bijvoorbeeld, Stichting Leergeld zijn. De samenwerking hieromtrent kan beter, maar daar wordt reeds aan gewerkt d.m.v. een pilot. De drempel voor het Jeugdcultuurfonds ligt lager dan voor andere regelingen, dit zou geharmoniseerd moeten worden. Ook de informatievoorziening kan beter. Folders/posters moeten op strategische plekken komen te liggen. Social media speelt hierin ook een rol. Aan de nieuwe samenwerking moet publiciteit worden gegeven, mede op verzoek van de Rabobank. Zo kan er gedacht worden aan een fotomoment waarbij de wethouder aanwezig is. AMWML Het AMW geeft aan dat er in de gemeente Leudal meer schaamte aanwezig is dan in andere gemeenten. Dit komt deels door de samenstelling van de gemeente. Er zijn relatief veel agrariërs en de sociale controle is groot. Inwoners willen graag zelf problemen oplossen. Vertrouwen, de juiste toon en erkenning zijn belangrijk in het vinden van de aansluiting met deze groep. Verder verdienen 50+ers die werkloos zijn geworden extra aandacht. Vooral de 50+ers die alleen zijn trekken zich vaak terug. Bijkomend probleem is dat deze doelgroep minder makkelijk aan werk komt. Ook de groep die net buiten de regelingen valt doordat ze net boven de inkomensnorm van 120% zitten voelt zich in de steek gelaten. Ouderen hebben zeer regelmatig schulden. Dit is vaak een opeenstapeling van kleine pensioenen en hoge ziektekosten.
Scheidingsperikelen kunnen problemen veroorzaken. Het ie belangrijk om dit soort zogenaamde life-events in de gaten te houden. De verschillende partners kunnen hierin een rol spelen. Ook de communicatie vanuit de gemeente moet iets anders. De gemeente moet uitdragen dat men het belangrijk vindt dat het goed gaat met inwoners. De boodschap moet zijn; wij vinden het belangrijk dat alle inwoners het goed hebben; daarom hebben wij de volgend regelingen. Voedselbank De Voedselbank heeft een duidelijk plan met haar cliënten. Intakers bezoeken inwoners aan huis, waarna er een plan van aanpak wordt opgesteld. De Voedselbank hecht veel waarde aan transparantie, en beseft dat er vaak sprake is van schaamte. Daarom gelden er strenge regels en krijgt de Voedselbank ook inzage in financiële gegevens van cliënten.
17
Hulp is voor maximaal drie jaar en de schuld moet in die tijd dalen. Immer;, zo redeneert de Voedselbank, cliënten geven in die tijd minder geld uit aan eten en kunnen dus aflossen. Er wordt gecontroleerd op de schuldenlast om de gewenste afname te monitoren. Verder geeft de Voedselbank aan dat er teveel gaten zijn tussen de verschillende uitkeringen. Zo kan het voorkomen dat cliënten enkele weken of zelfs maanden geen uitkering ontvangen, waardoor ze nog meer in de problemen komen. Het aanvragen van een uitkering duurt soms wel acht weken. Dit zijn acht weken waarin cliënten ineens de Voedselbak nodig hebben, daar waar dit normaal niet het geval zou zijn. Verder verloopt de samenwerking met de gemeente prima. Het blijkt dat er relatief weinig aanmeldingen zijn vanuit Leudal. Dit kan komen door de afstand. Inwoners moeten naar Roermond met het openbaar vervoer, dat kost geld. Daarnaast is het bijzonder onhandig dat inwoners met veel spullen weer terug moeten.
Basisschool de Neerakker Basisscholen hebben een signalerende functie. Men geeft aan regelmatig tegen te komen dat het overblijfgeld, een schoolreis, de ouderbijdrage of het kindervakantiewerk niet kan worden betaald. Intern worden ouders richting leergeld verwezen. Echter, dit gebeurt niet regelmatig omdat men het op basisscholen moeilijk vinden dit gesprek aan te knopen. Ook willen ouders vaak geen bemoeienis. Echter; men geeft aan dat het goed zou zijn als er een soort van inkomenskaart komt die ook onder scholen wordt verspreid. Op die manier kunnen scholen heel gemakkelijk gebruik maken van hun signalerende functie ende bestaande regelingen onder de aandacht brengen.
Klantregisseurs WMO en Participatie Onze klant regisseurs WMO en Participatie verrichten regelmatig huisbezoeken. De keukentafelgesprekken die tijdens deze huisbezoeken worden gevoerd bieden de mogelijkheid om het e.e.a. te signaleren. Op dit moment is het thema financiën reeds een onderdeel van deze keukentafelgesprekken. Dit thema moet meer aandacht krijgen tijdens de gesprekken. Klantregisseurs moeten cliënten op de hoogte brengen van de bestaande regelingen. Verder wordt er aangegeven dat de scheiding tussen algemene bijstand en bijzondere bijstand als problematisch wordt ervaren. Ook wordt er veel aandacht besteed aan kinderen, terwijl volwassenen en ouderen van veel regelingen geen gebruik meer kunnen maken. Onze maatschappelijke partners zouden ook volwassenen de kans moeten geven om te sporten, kunst te bedrijven etc.
Hertjes van Limburg De Hertjes van Limburg geven aan dat er in Leudal veel sprake is van schaamte. Men probeert hier handig mee om te gaan door de pakketten zowel te bezorgen als te laten afhalen. Op dit moment zijn de Hertjes een kleinschalige organisatie met enkele tientallen klanten. Hoewel er steeds meer aanvragen komen, onder meer uit het Roermondse. Deze aanvragen worden echter stelselmatig afgewezen omdat men liever lokaal opereert. De intentie is om op termijn uit te groeien naar een iets grotere organisatie. Hiervoor moet er een slag worden gemaakt op het gebied van professionalisering. De gemeente kan overwegen om een waarderingssubsidie te gunnen indien er inderdaad sprake is van een professionaliseringsslag. De Hertjes staan hier in beginsel positief tegenover.
Politie De politie geeft aan dat ze niet zo veel armoede signaleren in de gemeente. Zij komen pas bij mensen thuis nadat er problemen zijn geconstateerd. Wanneer de politie bij inwoners thuis is signaleert zij regelmatig dat ‘’men het er niet erg breed heeft’’. Veel meer dan de bewoners wijzen op de diverse instanties kan men niet. Vaak komt de politie wel op plekken waarbij er delicten 18
worden gepleegd waar armoede aan ten grondslag ligt. Zo zijn wietplantages of andere drugsgerelateerde delicten vaak het gevolg van schulden en/of armoede. Het lijkt dan een snelle en makkelijke manier om snel geld te verdienen. Ook komt het voor dat men ruimtes verhuurd aan criminelen. Zo denkt men er niet ‘’direct’’ bij betrokken te zijn, en wordt er tegelijkertijd toch geld verdiend.
19
Bijlage II – Wijzigingen na invoering Participatiewet Participatiewet De participatiewet, ingevoerd per 1-1-2015, omhelst een aantal maatregelen met gevolgen voor het armoede- en minimabeleid. Zo is de categoriale bijzondere bijstand verschoven naar de individuele bijzondere bijstand, en werd de langdurigheidstoeslag vervangen door individuele inkomenstoeslag. Per 1-1-2016 zijn er wederom enkele aanpassingen doorgevoerd.
1. Van categoriale naar individuele bijzondere bijstand 1.1
Beperking categoriale bijzondere bijstand
Gemeenten mogen nu nog categoriale bijzondere bijstand verlenen aan specifieke groepen inwoners. AOW’ers, chronisch zieken, gehandicapten en ouders met schoolgaande kinderen zijn hiervan enkele voorbeelden. Deze vorm zal verdwijnen en de gemeente mag alleen nog collectieve aanvullende verzekeringen en ‘’stadspassen’’ verlenen. 1.2
Verruiming van de mogelijkheden voor aanvullende zorgverzekering en stadspas.
Echter, de categoriale regelingen die blijven bestaan worden verruimd. Stadspassen zijn in veel gemeenten bedoeld voor mensen met een laag inkomen, en geven recht op gratis producten of kortingen. Dit soort regelingen kunnen als maatwerk gecategoriseerd worden. Er staan ook daadwerkelijk kosten tegenover de verstrekking. In een aanvullend pakket van de zorgverzekering zitten kosten die niet uit de basisverzekering worden vergoed. Gemeenten kunnen hierover afspraken maken met zorgverzekeraars. Zo kunnen ze een ruim aanvullend pakket aanbieden aan bepaalde groepen inwoners. Ook blijft de mogelijkheid bestaan om schoolgaande kinderen te ondersteunen via bijvoorbeeld stadspassen of een declaratiefonds. 1.3
Loslaten van inkomensgrens
Ook gold er voor categoriale bijzondere bijstand een inkomensgrens, die 110% was van de geldende bijstandsnorm. Voor stadspassen was deze inkomensgrens al eerder afgeschaft, maar vanaf 1-1-2015 geldt voor een vergoeding van de aanvullende zorgverzekering ook geen wettelijk vastgestelde inkomensgrens meer. Gemeentes mogen deze grens zelf vastleggen. 1.4
Verruiming van mogelijkheden individuele bijzondere bijstand
Het maatwerk (de individuele bijzondere bijstand) krijgt een prominentere rol. Bij het beoordelen van een aanvraag voor individuele bijzondere bijstand kijkt de gemeente naar de situatie van een cliënt. De gemeente beoordeelt daarbij niet alleen het recht op vergoeding, maar kijkt ook naar alternatieve mogelijkheden om de persoonlijke situatie te verbeteren. De gemeente kan de cliënt bijvoorbeeld aan werk helpen, of hulp bieden bij het aanpassen van uitgaven. De regering adviseert gemeenten gebruik te maken van maatschappelijke organisaties en vrijwilligersnetwerken op het terrein van armoedebestrijding. Ook wordt de gemeente geacht zich in te zetten voor kinderen die onvoldoende kunnen meedoen, waarbij de nadruk op preventie ligt.
20
1.5
Schematisch overzicht verschillen categoriale- & individuele bijzondere bijstand
Categoriale B.B. Gerechtigde hoort bij een bepaalde groep waardoor het aannemelijk is dat hij bijzondere kosten heeft. Gerechtigde hoeft de kosten niet per se te maken. Gerechtigde kan de kosten niet zelf dragen uit de bijstandsnorm, individuele inkomenstoeslag of studietoeslag. WAT BLIJFT ER BESTAAN: Tegemoetkoming in de premie van een dergelijke verzekering Stadspas
1.6
Individuele B.B. Er is sprake van bijzondere omstandigheden en noodzakelijke kosten. Gerechtigde heeft de kosten daadwerkelijk gemaakt. Gerechtigde kan de kosten niet zelf dragen uit de bijstandsnorm, individuele inkomenstoeslag of studietoeslag. BESTAAT UIT: Bijzondere bijstand artikel 35 P.w. Individuele inkomenstoeslag Individuele studietoeslag
Van langdurigheidstoeslag naar individuele inkomenstoeslag
De langdurigheidstoeslag verdwijnt, en wordt omgezet naar een individuele inkomenstoeslag. Deze toeslag heeft dezelfde doelgroep. Het gaat dan voornamelijk om mensen die lange tijd een laag inkomen hebben. Er mag geen zicht zijn op inkomensverbetering.
1.7
Individualisering van toeslagen
De langdurigheidstoeslag viel onder de categoriale regelingen. Individuele inkomenstoeslagen vallen, zoals de naam al zegt, onder de individuele regelingen. Hierbij moet de gemeente steeds meer kijken naar maatregelen die door de aanvragers zelf zijn genomen om tot inkomensverhoging te komen. 1.8
Zelf inkomensgrenzen stellen
Gemeentes bepalen zelf wat zij verstaan onder een laag inkomen, en leggen dit vast in beleidsregels of een verordening. De landelijke inkomensgrens van maximaal 110% van het sociaal minimum komt daarmee te vervallen, en de gemeente mag zelf weer inkomensgrenzen vaststellen.
21
1.9
Individuele studietoeslagen
Er komt een nieuw artikel in de Participatiewet, waardoor het mogelijk wordt om een individuele studietoeslag te verstrekken. Voor deze regeling wordt in 2015 een bedrag van 6 miljoen euro beschikbaar gesteld, oplopend tot 35 miljoen structureel. Een diploma is een goede toegang tot de arbeidsmarkt. Ook voor mensen met een arbeidshandicap geldt dit zonder meer. Werkgevers zijn echter huiverig om deze groep in dienst te nemen. Een afgeronde studie kan werkgevers over de drempel helpen. Voor mensen met een arbeidshandicap kan studeren lastiger zijn. Er moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan: • • • •
De aanvrager moet 18 jaar of ouder zijn; Een opleiding of studie volgen en in verband daarmee studiefinanciering of een tegemoetkoming in de studiekosten ontvangen; Weinig of geen eigen vermogen hebben; Niet in staat zijn om met een volledige baan het minimumloon te verdienen, maar wel potentieel tot arbeidsparticipatie tonen.
1.10 Taaleis (artikel 18b) De wet taaleis omhelst de verplichting de Nederlandse taal te beheersen. De taaleis betreft een inspanningsverplichting, welke per 1-1-2016 in werking zal treden. 1.11
Kostendelersnorm (artikelen 19a, 22a, 24)
De uitvoering van de norm voor kostendelers wordt gesimplificeerd. Dit gebeurt door in de wet apart te betalen wanneer er sprake is van een ‘’kosten-delende medebewoner’’. De nieuwe norm geldt vanaf 21 jaar ouder en bij aanwezigheid van ‘’kosten-delende medebewoner’’. Een ‘’kostendelende medebewoner’’ is iemand die 21 jaar of ouder is, en het hoofdverblijf in dezelfde woning heeft. Echtgenotes, personen met een commerciële relatie en studenten vorme•n een uitzondering. 1.12
Niet-rechthebbende partner (artikel 24)
Gehuwden die, naast partners die geen recht op uitkering hebben, geen verdere kosten-delende medebewoners hebben, vallen niet meer onder de kostendelersnorm. In dat geval heeft de desbetreffende persoon recht op 50% van de gehuwdennorm. 1.13
Schuldregeling bij overtreding inlichtingenplicht (artikel 60c)
Er wordt geen medewerking verleend aan schuldregelingen indien een vordering is ontstaan door nalatigheid en het niet informeren van de desbetreffende personen en/of instanties onder de inlichtingenplicht. 1.14
Vrijlating inkomsten uit arbeid (artikel 31)
De vrijlating van inkomsten uit arbeid geldt nu voor een aaneengesloten periode van zes maanden. Door de aanpassing hoeft het geen aaneengesloten periode te zijn, maar kan de vrijlating ook ingezet worden voor verschillende, losse periodes van arbeidsinkomsten.
22