Algemene beschouwingen fractie Leudal Sociaal
Tekst van het document
Voorzitter,
Voor ons ligt de programma-begroting 2022-2025. Waar de vorige programma-begroting nog, qua leesplezier een aangename verrassing was, leveren deze tekst en deze plannen, gelet op eerdere begrotingen, vooral een déjà vu-ervaring op. Niet echt heel spannend en vooral qua ambities niet erg schurend! Overigens, alle lof voor de ambtenaren die van dit kopieuze stuk zo veel kopieën hebben moeten maken. We zetten er als Raad graag de tanden in! In de bestuurlijke samenvatting lijkt Bolsonaro aan zet. De tekst staat bol van superlatieven en opgeklopte daadkracht-beloften. Ikzelf had het liever een stuk bescheidener gewild, wat ook de geloofwaardigheid van de teksten ten goede zou zijn gekomen. Ik ga er wijselijk maar niet te veel op in, behoudens dat ik het toch niet kan laten één opmerking te maken over het stukje onder Overheid en Samenleving. Er staat; We ontwikkelen ons beleid op een passende wijze interactief samen met burgers en andere belanghebbenden. Hiertoe continueren we onze professionalisering. Heeft u zelf wel goed nagedacht over wat er hier staat? En krijgt u daarbij geen tranen in de ogen? Ik noem maar: ontwikkelen op een passende wijze, interactief samen, burgers en andere belanghebbenden, continueren onze professionalisering! Zinsneden in een tekst die wel wat uitleg en toelichting vraagt.
Ik wil overigens graag ingaan op enkele zaken uit de volgende paragrafen over ontwikkelingen die voor de komende begrotingsperiode kennelijk op de rol gezet zijn. Allereerst dan maar bij het onderwerp 1.3. Projecten. Op pagina 17 wordt tot onze verrassing alweer dat onzinnige Fietspad spoorbrug Buggenum uit de mottenballen gehaald. Al eerder vonden we dat elke Euro die hieraan uitgegeven werd, weggegooid geld is, en naar onze inschatting deelden meerdere raadsleden die mening. En de kwestie is niet dat de gemeente Roermond hier een bestuurlijk go moet gaan uitspreken, maar de vraag is wat de gemeente Leudal hier als grote winst voor onze burgers wil binnen halen. Dat de Provincie een potje van 3½ miljoen heeft klaar staan hoeft ons toch niet te verplichten aan dit plan mee te werken? Op pagina 26 lezen we, hoe verrassend: U mag van ons verwachten dat we onze openbare ruimte verbeteren door de aanplant van 37.000 extra bomen, (ik herhaal even: extra!), één boom per inwoner (2020-2027) en de ruimte planmatig en pro-actief onderhouden en verbeteren door maatregelen te treffen tegen de invloed van weersverandering en het bevorderen van biodiversiteit in het groen.
Allereerst vermoeden we dat het tempo van de beoogde aanplant waarschijnlijk gelijke tred gaat houden met de afname van ons inwoners-aantal, als een equivalent van de ouderwetse processie van Echternach: drie stappen vooruit, twee achteruit. Als we maar lang genoeg wachten scheelt dat een fors stuk in het financiële plaatje. Overigens blijft onze eerder gestelde vraag bij de vorige programma-begroting nog steeds onbeantwoord: gaan we ze zelf planten die bomen of moet de provincie een zak met geld inzetten? Maar: wat een schrik. De wethouder verklaarde onlangs dat de provincie niet langer geneigd is daarvoor aan de lat te staan. Wat moeten we nu uit deze programma-begrting geloven? Komen er nu bomen bij of niet? En dan op onze eigen kosten? En waar vind ik dat in deze begroting?
En hoe zit het met de vervanging van de elders in Leudal langs wegen en in bermen gesneuvelde bomen? Zo’n vervanging en herplant moet inmiddels toch een enorme stroppenpost geworden zijn, gelet op het enorme aantal mogelijk te vervangen en te herplanten bomen en struiken. Waar vind ik de financiering van iets van deze actie in de begroting?
Mocht het inderdaad zo zijn dat de provincie uiteindelijk toch weer gaat besluiten om financieel verantwoordelijke te willen zijn voor de aanplant van heel veel bomen – we zijn inmiddels wel gewend geraakt aan een jo-jo-ende provincie, sportpark het Maasveld kan daarover meepraten: eerst wel financiering voor een wielerbaan, dan weer niet, misschien nu weer wel! - dan zou dat volgens deze programmabegroting 2022-2025 op pagina 94 oor Leudal gaan om 14.000 bomen in de eerste 4 jaar. Bedoeld wordt waarschijnlijk dat er vanaf 2020 t.e.m. 2024 14.000 bomen zouden worden aangeplant, en wel op provinciale kosten. Maar dat gebeurt dus niet, of toch weer wèl? En wat gebeurt er dan met het beloofde restant van 23.000 bomen, en hoe, wanneer en waar? Resteert de vraag die we al eerder stelden: Wat zijn de eigen Leudalse ambities eigenlijk? We krijgen er de vingers niet achter. Betekent een en ander nu dat als er geen provinciaal geld komt we gewoon helemaal niets doen? Daar lijkt het sinds 2020 wel erg veel op. Of toch maar wel? De tekst van de programmabegroting zegt dat in de periode 2020-2027 in totaal 37.000 bomen extra geplant worden. Extra? Dat kan betekenen: bovenop dat wat we sowieso al doen. Wil het College ons dan eindelijk eens vertellen wat dit dan inhoudt? We bijten onze tanden stuk op teksten in deze programma-begroting die én dit en soms ook weer dát zeggen.
We komen er niet uit: wat betekent dat nu in de praktijk? Waar staan die bomen? Ik kan ze niet vinden! Waar komen ze als ze er nog niet staan? We citeren nogmaals de programma-begroting Onder dit tekstje op pagina 94 staat iets over het Beheerplan Groen en Wegen 2023-2026: In 2022 wordt het huidige Beheerplan Groen en Wegen geactualiseerd. Het geactualiseerde beheerplan sluit aan bij de beleids-uitgangspunten ten aanzien van onder andere duurzaamheid, klimaatadaptatie en bio-diversiteit van de gemeente Leudal. Areaal-uitbreiding wordt herin ook meegenomen. Mogen we U hierop afrekenen? Of is dit weer een loze en tot niets verplichtende belofte? Wat betreft die groenkwaliteit: In enige, en zeker geldend voor een kleine kern als bijvoorbeeld Heibloem, is overigens de indertijd uitgevoerde brute kaalslag nog steeds niet gecompenseerd. De groen-verwaarlozing en -verpaupering biedt in dit verband een stuitende illustratie. Ook op pagina 33 staat zo’n prachtige, en naar we vrezen, tot niets verplichtende tekst: Voor het beheer en ontwikkeling van groen geldt daarnaast dat sterk ingestoken zal worden op klimaat-adaptatie en bio-diversiteit. Ja, ja! Hoe zien we dat? En wanneer? Eerst zien, dan geloven! Overigens staat ook op pagina 26 een tekstje onder aandachtspunt 5 waar we een kanttekening bij willen plaatsen.
Leudal gaat uitvoering geven aan het uitvoeringsprogramma RES 1.0 waaronder in 2022 (onderzoek naar) grootschalige energieopwekking in relatie tot de net-capaciteit, etc. etc. We vermoeden dat dat onderzoek snel bekeken kan zijn, gezien de
alarmerende berichten over de falende capaciteit van het net en van de distributie. Dienen we niet een tandje terug te schakelen? Over de net-capaciteit en de distributie hebben we geen enkele zeggingsmacht. En over de duurzame vormen van de warmte-transitie gaan we de eerste 10 jaar al helemaal niet. Bij de paragraaf over de onderwijshuisvesting – ik zit inmiddels op pagina 39 – kunnen we lezen dat er in 2022 een IHP wordt opgesteld. Voor 2022 is daarvoor incidenteel een bedrag van 50.000 euro opgenomen. Ons lijkt die actie rijkelijk laat, gezien ook het feit dat de eerste gesprekken over de nijpende locatie-perikelen van St.Ursula, de Ortholaan en de Latasteschool al in 2019 hebben plaatsgevonden. We zijn wel benieuwd naar de nieuwe vergezichten die het thans qua tijd nog doorlopende onderzoek uit 2020 gaat opleveren. De situatie van de basisscholen in de kernen Heibloem, Kelpen-Oler en Buggenum is maar gedeeltelijk tot volstrekt niet voor de betrokkenen in deze kernen opgelost. In Heibloem is men dankbaar voor het bereikte resultaat. Er is verder sprake van een enorme kater na de tegenvallende voorlopige resultaten in de gesprekken over de switch van de basisscholen in Buggenum en Kelpen-Oler naar openbaar onderwijs. Voor de betrokkenen een fikse domper.
Desondanks lijkt het er op dit moment op dat er toch nog een mogelijke ruimte voor zo’n switch naar openbaar onderwijs bekeken gaat worden. Laten we hopen dat het goed komt. In diezelfde paragraaf, maar dan onder 2.3.2.1 Bijdrage cultuur aan gezondheid op pagina 41 wordt kort even iets gezegd over het bibliotheekwerk. Er wordt in 2021 bepaald welke weg de gemeente vanaf 2022 inslaat. We zitten nu al tegen het einde van 2021 aan te kijken. Er is voor die weg nog maar weinig tijd om te gaan: 2 maanden! De opdracht aan en de bij te stellen eisen ten aanzien van het huidige bibliotheekwerk, staan het niet toe dat we nog veel langer wachten met een herijkt beleid. En ja, daar hoort ook een financieel plaatje bij. Van die financiële herijking hebben we tot nu toe nog niets gezien. College, de bel klinkt binnenkort! Bij 2.3.2.2 Cultuurdeelname gaat het over de cultuurcoaches die de deelname van de inwoners aan kunstzinnige en culturele activiteiten zouden bevorderen. Ik ben toch echt benieuwd hoe ze dat dan doen. Ze zouden onder meer ook moeten zorgen voor de verbinding en de zichtbaarheid van de Leudalse cultuursector. Heel eerlijk: ik heb daar tot dusverre nog maar heel weinig van gezien of gemerkt. College, schrijf het niet op als je het niet waar kunt maken! Natuurlijk hebben we met meer dan gewone belangstelling gekeken naar de sociale paragrafen.
We plaatsen bij sommige onderwerpen een paar vraagtekens waarbij we de portefeuillehouder vragen om die te beantwoorden. Er staat bijvoorbeeld op pagina 52: In 2022 wordt de pilot voortgezet om de samenloop van een maatwerkvoorziening WMO en een uitkering in het kader van de participatiewet te beëindigen. Daardoor dalen de kosten voor de WMO en de PW. Onze vraag: Leidt dit niet tot een verminderde financiële situatie voor de betrokken burger? En, veel belangrijker, willen we dat? Verder citerend: Onze toegang WMO is daarom zeer kritisch bij het afgeven van een WMOindicatie m.b.t. een aanvraag. Vanaf 2022 zullen we het huidige WMO-beleid zoveel waar mogelijk juridisch aanscherpen. Onze volgende vraag: Leidt dit niet tot het tè gemakkelijk in
de kou laten staan van burgers die deze ondersteuning echt nodig hebben? Hoe voorkomen we juridisering van het beleid? En, ten derde, voor de verwerving WMO en Jeugd is als besparings-maatregel voor 2022 een bedrag van € 1.180.000 en vanaf 2023 een bedrag van € 2.225.000 opgenomen. Onze derde vraag: Hoe realistisch zijn die geraamde besparingen, ook al gezien het feit dat een deel van de aanbestedingen regionaal vertraagd is. Wijzelf hebben de indruk dat de verwachte besparingen door diverse prijsopdrijvende factoren weliswaar gehoopt worden, maar niet behaald. College, rekenen we ons hier niet rijk? We zijn uiteraard nieuwsgierig naar wat het nieuwe armoede- en minimabeleid in 2023 aan accenten zal leggen en hoe we het voor elkaar gaan krijgen dat ook mensen in achterstandsituaties kunnen aansluiten bij wat we vanzelfsprekend vinden voor al onze burgers. Dat zal nog een helse opgave blijken. Een en ander vereist wel dat we als gemeente mensen, die financieel niet toereikend kunnen meedraaien, met een positieve insteek door onze gemeentelijke organen moeten worden bejegend. Waar we niet op zitten te wachten is een toeslagen-mentaliteit op gemeentelijk niveau. Ik moet een heleboel zaken onbesproken laten. Maar wel moet me van het hart dat wat er op pagina 62 staat me danig heeft verontrust. Met een commentaar op die teksten wil ik graag op dit moment eindigen.
Er staat: In 2022 worden wij in ons werk steeds meer gedreven door de klant. De klant staat centraal in ons dagelijks handelen. Of het nu gaat over bereikbaarheid, de inhoud van een brief, het onderhoud in de openbare ruimte of een handhavingssituatie, wij proberen ons te verplaatsen in het perspectief van de klant. Einde citaat. Wat een tegen de borst stuitende tekst, wat een wel erg enge zienswijze, een tekst met wortels in het commerciële markt-denken. De gemeente als ondernemer en de burger als klant. Wij zien dat toch wel heel anders. Voor ons is onze inwoner in de eerste plaats een burger, lid van onze gemeenschap van mede-burgers. De gemeente is voor ons het dienstverlenende, verzorgende en soms beschermende door onszelf in het leven geroepen en in stand gehouden organisme waar de individuele en verantwoordelijkheid nemende burger deel van uitmaakt.
28.10.2021 Richard Verheul Leudal Sociaal 0475 49 34 12 06 162 06 881