CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-Wordt-Lijst V2021

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 191. Verordening Jeugdhulp 20211.979 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-Wordt-Lijst Verordening JW Artikel 1 Begripsomschrijving Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts

Overbodige begrippen verwijderd Artikel 3. Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts

2. Bij het bepalen van de inhoud van de voorziening houdt de jeugdhulpaanbieder rekening met de bepalingen in deze verordening

2. Bij het bepalen van de inhoud van de voorziening houdt de jeugdhulpaanbieder rekening met de bepalingen in deze verordening en de afspraken die daarover met de gemeente zijn gemaakt in het kader van de contract- of subsidierelatie.

Artikel 4 Toegang gecertificeerde instelling Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering. Tevens draagt het college zorg voor de inzet van jeugdhulp die de rechter, de officier van justitie, de directeur van de justitiële jeugdinrichting (JJI) of de selectiefunctionaris van de JJI nodig acht bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing. Artikel 5. Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag 1. Jeugdigen of ouders kunnen een hulpvraag melden bij het college. 2. Indien bij het college melding wordt gedaan van een behoefte aan jeugdhulp, voert het college in samenspraak met jeugdigen en/of ouders, zo spoedig mogelijk, een onderzoek uit overeenkomstig artikel 7. Het college bevestigt de ontvangst van de melding.

Is overbodig. Dit blijkt al uit art. 2.4 JW.

Artikel 8. Verslaglegging 2. Binnen 6 weken na de melding verstrekt het college aan jeugdigen of ouder(s) een gezinsplan met de uitkomst van het onderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen. 3. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdigen of ouder(s) worden aan het verslag toegevoegd. 4. Jeugdigen of ouder(s) tekenen het gezinsplan voor gezien of akkoord en zorgen ervoor dat een getekend exemplaar binnen 5 werkdagen na ontvangst daarvan wordt geretourneerd aan de contactpersoon waarmee het gesprek is gevoerd. 5. Als jeugdigen of ouder(s) tekenen voor gezien, kunnen zij daarbij tevens aangeven wat de reden is waarom zij niet akkoord zijn. 6. Als jeugdigen of ouder(s) van mening zijn dat zij in aanmerking komen voor een individuele voorziening, kunnen zij dit aangeven op het ondertekende gezinsplan.

Artikel 7. Verslaglegging 1. Het college zorgt voor schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 7, in een gezinsrapportage. 2. Het college verstrekt aan jeugdigen en/of ouder(s) een gezinsrapportage met de uitkomst van het onderzoek, tenzij zij hebben meegedeeld dit niet te wensen. 3. Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdigen en/of ouder(s) worden aan de gezinsrapportage toegevoegd.

Artikel 9. Aanvraag

Niet meer noodzakelijk. Zie artikel 5.

Artikel 4. Toegang jeugdhulp via de gemeente 1. Jeugdigen of ouders dienen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk in bij het college op een daartoe door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. Het college bevestigt de ontvangst van de aanvraag. 2. Het college wijst de jeugdige en/of ouders op de mogelijkheid gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. 3. Wanneer bij het college een aanvraag wordt ingediend in verband met een behoefte aan jeugdhulp, voert het college in samenspraak met jeugdigen en/of ouders en andere professionals, zo spoedig mogelijk, een onderzoek uit overeenkomstig artikel 6 en legt de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 10. 4. De jeugdige of zijn ouders moeten zich binnen drie maanden na de besluitdatum hebben gemeld bij een jeugdhulpaanbieder, Extra bepalingen toegevoegd aan dit artikel!

Het laten onderteken van het gezinsplan bleek in de praktijk niet van toegevoegde waarde, omdat:. - Men ondertekent het plan voor gezien, maar geeft niet aan waar ze het niet mee eens zijn.. - Men gaat ook na akkoordverklaring in bezwaar

1. Jeugdigen of ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college op een daartoe door het college beschikbaar gesteld aanvraagformulier. 2. Een aanvraag om een individuele voorziening wordt niet ingediend voordat een gesprek als bedoeld in artikel 7, eerste lid heeft plaatsgevonden, tenzij het college toepassing heeft gegeven aan artikel 7, derde lid, van deze verordening. 3. Het college kan een ondertekend gezinsplan aanmerken als aanvraag voor een individuele voorziening als de jeugdige of de ouder dat op het gezinsplan heeft aangegeven.

In tegenstelling tot de Wmo 2015 kent de Jeugdwet geen van de Awb afwijkende aanvraagprocedure. Dit is inmiddels ook in een uitspraak bevestigd. Daarom is de meldingsprocedure geschrapt uit de verordening en volgen wij de Awb. Ofwel gewoon met een schriftelijke aanvraag beginnen.

Artikel 10 Toetsingskader verlenen voorziening

Artikel 12. Inhoud beschikking 1. In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of de voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt. 2. Bij het verstrekken van een individuele voorziening in natura wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum en duur van de verstrekking is; c. hoe de voorziening wordt verstrekt

Artikel 8 Toetsingskader verlenen voorziening 3. Wanneer jeugdigen of ouders in aanmerking komen voor een individuele voorziening, wordt de voorziening toegekend vanaf de dag waarop de aanspraak is ontstaan, voor zover deze dag niet ligt voor de dag waarop de aanvraag is ingediend. Artikel 10. Inhoud beschikking 1 Bij het verstrekken van een individuele voorziening wordt in de beschikking in ieder geval vastgelegd: a. welke voorziening verstrekt wordt, wie de individuele voorziening gaat bieden en wat het beoogde resultaat daarvan is; b. wat de ingangsdatum, omvang, frequentie en duur van de verstrekking is; c. de termijn van 3 maanden waarbinnen de jeugdige of zijn ouder zich moet melden bij een jeugdhulpaanbieder; d. of de individuele voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt, en indien van toepassing; e. welke andere voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn. Artikel 11. Regels over het pgb

4. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: a. kosten voor bemiddeling b. kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; c. kosten voor het voeren van een pgb-administratie; d. kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; e. kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. Deze bepaling staat nu in de beleidsregels, maar horen in de verordening thuis. Artikel 14. Hoogte van een pgb 3. Het tarief voor een gekwalificeerde zorgverlener wordt uitsluitend gehanteerd indien de zorgverlener: I. geen familie van de aanvrager is, en II. staat ingeschreven in het BIGregister van de betreffende beroepsgroep of het Kwaliteitsregister jeugd (SKJ), en III. een zelfstandige zonder personeel (zzp'er) is die beschikt over een door de Belastingdienst afgegeven Verklaring Arbeidsrelatie (VAR), dan wel modelovereenkomst, of IV. in dienst is van een zorgaanbieder die als zorg verlenende organisatie staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 3. Voor zover de ondersteuning wordt geboden door een persoon behorend tot het sociale netwerk bedraagt het pgb maximaal het op de hulpverlener van toepassing zijnde bruto wettelijk minimumreferentieloon en indien van toepassing aangevuld met een surplus voor de werkgeverslasten van 25%.

Tot het sociale netwerk worden gerekend de personen uit de huiselijke kring en andere personen met wie iemand een sociale relatie onderhoudt.

Artikel 12. Onderscheid formele en informele hulp

1. Van formele hulp is sprake als de individuele voorziening wordt geboden door een persoon, niet zijnde bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de jeugdige, die ingeschreven staat in het BIG-register van de betreffende beroepsgroep of het Kwaliteitsregister jeugd (SKJ), en: a. een zelfstandige zonder personeel (zzp'er) is die ingeschreven staat bij de kamer van koophandel of die beschikt over een door de Belastingdienst afgegeven btw-identificatienummer, of b. in dienst is van een zorgaanbieder die als zorg verlenende organisatie staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 2. Indien de jeugdhulp geboden wordt door een bloed- of aanverwant in de 1e of 2e graad van de budgethouder, is altijd sprake van informele hulp. 3. Indien de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1, is sprake van informele hulp. Artikel 13 Hoogte PGB 3. De hoogte van het pgb voor informele hulp is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan het minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek en indien van toepassing aangevuld met een surplus voor de werkgeverslasten van 25%. 4. Het derde lid is niet van toepassing voor vervoer en voorzieningen die per eetmaal of per dagdeel worden ingekocht.

5. De hoogte van het pgb voor vervoerskosten van het

woonadres van de jeugdige naar het adres van de jeugdhulplocatie is gelijk aan: a. het in artikel 13a, lid 4, onder b Wet op de loonbelasting genoemde bedrag per kilometer voor het vervoer met een eigen auto, of b. de goedkoopste vorm van openbaar vervoer voor het betreffende traject bij gebruik van het openbaar vervoer.

6. De hoogte van het pgb voor individuele voorzieningen die per etmaal worden verstrekt, wordt vastgesteld op basis van het hoogste tarief per etmaal dat door het Rijk wordt gehanteerd als pleegzorgvergoeding. Indien nodig wordt het pgb

aangevuld met kosten van begeleiding en/of persoonlijke verzorging.

7. De hoogte van het pgb voor individuele voorzieningen die per dagdeel worden verstrekt, wordt vastgesteld 0p basis van het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd voor een door de gemeente gecontracteerde instelling.

Artikel 15. Jeugdhulp van sociale netwerk

Artikel 18. Vertrouwenspersoon 1. Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een onafhankelijke vertrouwenspersoon. 2. Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een onafhankelijke vertrouwenspersoon.

Artikel 14. Jeugdhulp van informele zorgverlener 1. De persoon aan wie een pgb wordt verstrekt kan onder de volgende voorwaarden de individuele voorziening inkopen van een informele zorgverlener: a. De individuele voorziening betreft geen ggz-behandeling; Extra voorwaarde toegevoegd Verwijderd. Staat al in de JW in art. 2.5

Artikel 15. Afstemming met gezondheidszorg Het college maakt afspraken met de huisartsen, medisch specialisten, jeugdartsen en de zorgverzekeraars over de voorwaarden waaronder en de wijze waarop de verwijzing, als bedoeld in artikel 2.6 eerste lid, onderdeel g van de wet en artikel 6 lid 4 van deze verordening, plaatsvindt. Ogv art 2.9 moet in verordening worden opgesteld over de wijze waarop de toegang tot en de toekenning van een individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, werk en inkomen Artikel 16. Afstemming met voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht 1. Het college zorgt ervoor dat alle locaties voor kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs een contactpersoon hebben bij het toegangsteam van de gemeente. 2. Het college draagt zorg voor een goede afstemming tussen de in lid 1 genoemde contactpersonen en de leerplichtambtenaren. 3. Afspraken over de afstemming van jeugdhulpvoorzieningen, onderwijszorg en leerplichtzaken worden vastgelegd in het ondersteuningsplan van de jeugdige en/of zijn ouders. Zie toelichting art. 15 Artikel 17. Afstemming met Wmo‐voorzieningen 1.

Het college draagt zorg voor een goede afstemming van voorzieningen op grond van deze verordening en voorzieningen voor jeugdigen dan wel ouders op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. 2. Het college draagt zorg voor de continuïteit van zorg onder zijn verantwoordelijkheid wanneer de jeugdige de leeftijd van

18 jaar bereikt.

Zie toelichting art. 15 Artikel 18. Afstemming met voorzieningen werk en inkomen Het college draagt zorg dat het toegangsteam, jeugdhulpaanbieders en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen –zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, re-integratievoorzieningen en armoedevoorzieningen - te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen. Zie toelichting art. 15 Artikel 23. Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige en/of ouder(s) afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=9295c0f2-850a-42d7-9506-d55f97d3ea14