Was wordt lijst APV 2021
Tekst van het document
Lijst inhoudelijke wijzigingen Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021 De Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021 is nieuw geschreven. Tekstueel is zoveel mogelijk aangesloten bij de model APV van de VNG. Ook kan het betekenen dat sommige bestaande bepalingen uit de APV 2015 anders genummerd zijn. In de onderstaande lijst zijn uitsluitend de inhoudelijke wijzigingen opgenomen ten opzichte van de Algemene plaatselijke verordening 2015. De hierna volgende bepalingen zijn van de Algemene plaatselijke verordening overgeheveld naar de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad. Als zodanig zijn deze bepalingen vervallen in de nieuwe APV 2021. Vervallen bepalingen Algemene plaatselijke Opgenomen in Verordening Fysieke verordening Leefomgeving Lelystad Artikel 1:1 Artikel 1.1 Begripsbepalingen Begripsbepaling - Diverse begripsbepalingen vervallen - Diverse begripsbepalingen uit APV overgenomen Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan
Artikel 2.1 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie ervan
Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van de weg
Artikel 2.2 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van de weg
Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg
Artikel 2.3 Maken, veranderen van een uitweg
Artikel 2:14 Winkelwagentjes
Artikel 3.1 Winkelwagentjes
Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Artikel 3.2 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.
Artikel 3.3 Openen straatkolken e.d.
Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 3.4 Voorzieningen voor verkeer en verlichting
Artikel 2:57 Loslopende honden
Artikel 4.1 Loslopende honden
Artikel 2:58 Verontreiniging door honden
Artikel 4.2 Verontreiniging door honden
Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Artikel 4.3 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren
Artikel 2:64 Bijen
Artikel 4.4 Bijen
Artikel 4:1 Begripsbepalingen
Artikel 5.1 Begripsbepalingen
Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten Artikel 4:3 Melding incidentele festiviteiten
Artikel 5.2 Aanwijzing collectieve festiviteiten Artikel 5.3 Melding incidentele festiviteiten
1
Artikel 4:5 Onversterkte muziek
Artikel 5.4 Onversterkte muziek
Artikel 4:6 Overig geluidhinder
Artikel 5.5 Overig geluidhinder
Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen
Artikel 6.1 Natuurlijke behoefte doen
Artikel 4:9A Bescherming regenwaterriolering
Artikel 6.2 Bescherming regenwaterriolering
Artikel 4:9B Verbod ballonnen oplaten
Artikel 6.3 Verbod ballonnen oplaten
Artikel 4:10 Begripsbepalingen
Artikel 7.1 Begripsbepalingen
Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Artikel 7.3 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
Artikel 4:12A Afstand tot de erfgrens
Artikel 7.2 Afstand tot de erfgrens
Artikel 4:13 Opslag mest, afvalstoffen enz.
Artikel 8.1 Opslag mest, afvalstoffen enz.
Artikel 4:18 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 8.2 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
Artikel 4:17 Begripsbepaling
Artikel 1.1 Begripsbepaling
Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Artikel 9.1 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen
Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen
Artikel 9.2 Aanwijzing kampeerplaatsen
Artikel 4:20 Bescherming groenvoorziening
Artikel 10.1 Bescherming groenvoorziening
Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
Artikel 11.1 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.
Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel 11.2 Te koop aanbieden van voertuigen
Artikel 5:4 Defecte voertuigen
Artikel 11.3 Defecte voertuigen
Artikel 5:5 Voertuigwrakken
Artikel 11.4 Voertuigwrakken
Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.
Artikel 11.5 Kampeermiddelen e.a.
Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen
Artikel 11.6 Parkeren van reclamevoertuigen
2
Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen
Artikel 11.7 Parkeren van grote voertuigen
Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
Artikel 11.8 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen
Artikel 5:10 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan
Artikel 11.9 Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de rijbaan
Artikel 5:11 Aantasting van groenvoorzieningen door voertuigen
Artikel 11.10 Aantasting van groenvoorzieningen door voertuigen
Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets
Artikel 11.11 Overlast van fiets of bromfiets
Artikel 5:17 Begripsbepaling
Artikel 12.1 Begripsbepaling
Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel 12.2 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende
Artikel 12.3 Toestemming rechthebbende
Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen
Artikel 12.4 Afbakeningsbepalingen
Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven water
Artikel 13.1 Voorwerpen op, in of boven water
Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen niet zijnde woonschepen
Artikel 13.2 Ligplaats vaartuigen niet zijnde woonschepen
Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel 13.3 Beschadigen van waterstaatswerken
Artikel 5:29 Reddingsmiddelen
Artikel 13.4 Reddingsmiddelen
Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen
Artikel 13.6 Overlast aan vaartuigen
Artikel 5:31A Verbod op gemotoriseerde vaartuigen
Artikel 13.7 Verbod op gemotoriseerde vaartuigen
Artikel 5:32 Crossterreinen
Artikel 14.1 Crossterreinen
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden
Artikel 14.2 Beperking verkeer in natuurgebieden
Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel 6.4 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Artikel 5:35 Begripsbepaling
Artikel 15.1 Begripsbepaling
3
Artikel 5:36 Verboden plaatsen
Artikel 15.2 Verboden plaatsen
Artikel 5:37 Hinder of overlast
Artikel 15.3 Hinder of overlast
De inhoudelijke wijzigingen van de bepalingen zijn geel gearceerd. Artikel 0, opschriften is nieuw en luidt als volgt: Bestaande tekst Geen
Nieuwe tekst Artikel 0 Opschriften 1. Waar in artikelen wordt inhoudelijk afgeweken van de model APV van de VNG of daar een nadere invulling aan wordt gegeven, wordt dit aangegeven met een ‘(L)’. 2. Artikelen met de aanduiding ‘(Gereserveerd)’ zijn in het kader van deregulering niet overgenomen van de model APV van de VNG. 3. Artikelen met de aanduiding ‘(Vervallen)’ zijn conform de model APV van de VNG overgenomen, met uitzondering van de bepalingen die zijn overgeheveld naar de Verordening Fysieke Leefomgeving Lelystad.
Artikel 2:24, lid 2, onder e, is vervallen. Artikel 2:24, lid 2, onder f is vernummerd naar artikel 2:24, lid 2 onder e. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:24, lid 2, onder e. Artikel 2:24, lid 2, onder e. e. Een evenement op het water, waaronder e. vechtsportwedstrijden of -gala’s. (L) activiteiten op een cruiseschip (vervallen) Artikel 2:25, lid 3, is vernieuwd en gedeeltelijk verplaatst naar artikel 2:24 lid 3, de inhoudelijke wijziging luidt als volgt: De bepaling is conform de model APV van de VNG gewijzigd Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:25, lid 3 Artikel 2:24, lid 3 Geen vergunning is vereist voor een evenement In deze afdeling wordt onder klein evenement indien: verstaan een eendaags evenement waarbij: e. het geluidsniveau op een afstand van 10 c. geen muziek ten gehore wordt gebracht meter van enige geluidsbron niet meer voor 07.00 uur of na 23.00 uur en in dit bedraagt dan 75 dB(A); tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden;
4
Artikel 2:25, lid 5, Evenement, is inhoudelijk gewijzigd en vernummerd artikel 2:25, lid 9. Intrekken of wijzigen van de vergunning is in dit stadium niet mogelijk omdat er geen vergunning is. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:25, lid 5 Artikel 2:25 5. De burgemeester kan (de aanvraag voor) 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 een evenementenvergunning , geheel of kan de burgemeester kan een vergunning gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor geheel of gedeeltelijk weigeren indien: a. de vooraankondiging van een B- of een onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: C-evenement niet vóór 1 november van a. de vooraankondiging van een B- of een het jaar voorafgaand aan het jaar waarin C-evenement niet vóór 1 november van de jaarkalender wordt vastgesteld is het jaar voorafgaand aan het jaar waarin ingediend; b. een A-evenement niet tenminste acht de jaarkalender wordt vastgesteld is ingediend; weken voor aanvang van het evenement is ingediend; b. een A-evenement niet tenminste acht c. een B- of C-evenement niet tenminste weken voor aanvang van het zestien weken voor aanvang van het evenement is ingediend; evenement is ingediend; c. een B- of C-evenement niet tenminste d. het evenement niet past binnen het zestien weken voor aanvang van het evenementenvergunningenbeleid en de evenement is ingediend; locatieprofielen van Lelystad.(L) d.
de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid, het imago of de belangen van de gemeente Lelystad. Artikel 2:25B, lid 1, Beslistermijn is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:25B, lid 1 Artikel 2:25B, lid 1 1. In afwijking van artikel 1:2 beslist het 1. In afwijking van artikel 1:2 beslist het bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag bevoegde bestuursorgaan op een aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, om vergunning als bedoeld in artikel 2:25, eerste lid, voor zover het betreft Ceerste lid, voor zover het betreft een B- en evenement, binnen twaalf weken na de C-evenement, binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de aanvraag; datum van ontvangst van de aanvraag; Artikel 2:26 Ordeverstoring, is als volgt gewijzigd: Het verbod is conform de model APV van de VNG opgenomen. Dit houdt verband met een rechterlijke uitspraak waarbij motorclubs (OMG’s) zijn verboden. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:26 Ordeverstoring Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te 1. Het is verboden bij een evenement de orde verstoren. te verstoren. 2.
Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
5
Artikel 2:27, lid 1, onder a. Definities, is als volgt gewijzigd: Zaalverhuurbedrijven kunnen aangemerkt worden als openbare inrichting en worden volledigheidshalve toegevoegd aan de definitie. In deze bedrijven vinden vaak grote feesten plaats met mogelijke overlastsituaties. Middels de vergunning kunnen voorschriften worden gesteld om de overlast zoveel mogelijk tegen te gaan. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:27, lid 1, onder a. Artikel 2:27, lid 1, onder a. Definities (L) 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: Begripsbepalingen 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. openbare inrichting: a. openbare inrichting: - een hotel restaurant, pension, café, - een hotel restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, zaalverhuurbedrijf, buurthuis of clubhuis; discotheek, buurthuis of clubhuis; - elke andere voor het publiek - elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie spijzen voor directe consumptie worden verstrekt of bereid; worden verstrekt of bereid.
En elke andere inrichting, waarvan de bedrijvigheid in ieder geval in belangrijke mate mede gericht is op het verstrekken van etenswaren en/of dranken, ten einde deze ter plaatse te nuttigen, het bieden van amusement en het gelegenheid geven tot ontspanning; De weigerings- en intrekkingsgronden zijn samengevoegd in één bepaling. - Weigeringsgrond uit artikel 2:28, lid 2 is opgenomen onder artikel 2:28A, lid 1, onder a; - Weigeringsgrond uit artikel 2;28, lid 3 is opgenomen onder artikel 2:28A, lid 2, onder a; - De eisen van exploitant en beheerder van artikel 2:28A zijn als weigeringsgrond opgenomen onder artikel 2:28A, lid 1, onder leden b, c en d; - De intrekkingsgronden artikel 2:28D, lid 2, zijn opgenomen onder artikel 2:28A, leden b t/m g; - De inhoudelijke wijzigingen zijn geel gearceerd. - Bestaand artikel 2:28A, onder b, is vervallen. Sinds 2015 is wettelijk sprake van ‘beëindiging van ouderlijk gezag of voogdij’. Beëindiging van het ouderlijk gezag is veel ruimer dan de zeer beperkte groep ontzette ouders. In verband hiermee is ook in de Drank- en Horecawet deze weigeringsgrond destijds vervallen. De weigerings- en intrekkingsgronden waren versnipperd in diverse bepalingen. Nu zijn deze opgenomen in één bepaling. Dit maakt het duidelijker. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:28, lid 2 en 3 Artikel 2:28A Weigerings- en 2.
de burgemeester weigert de vergunning intrekkingsgronden exploitatievergunning (L) indien de exploitatie van de openbare 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen inrichting in strijd is met een geldend 1:6 en 1:8 weigert de burgemeester de bestemmingsplan, beheersverordening, vergunning of trekt deze in indien: exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; a. de vestiging of de exploitatie van de 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 openbare inrichting in strijd is met een kan de burgemeester de vergunning geheel geldend bestemmings- of of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn omgevingsplan, beheersverordening, oordeel moet worden aangenomen dat de exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; woon- of leefsituatie in de omgeving van de b. de exploitant of beheerder in enig openbare inrichting op ontoelaatbare wijze opzicht van slecht levensgedrag is; nadelig wordt beïnvloed. c. de exploitant of beheerder niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt; Artikel 2:28A eisen exploitant en beheerder
6
De exploitant en beheerder(s): a. staan niet onder curatele b. zijn niet ontzet uit de ouderlijke macht;(vervallen) c. zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; d. hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt Artikel 2:28D Intrekkings- en sluitingsgronden 2. Onverminderd het bepaalde in de artikel 1:6, kan de burgemeester de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken indien: a. aannemelijk is dat de exploitant of beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; b. de exploitant of beheerder strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; c. de exploitant of beheerder zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; d. zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; e. in strijd met artikel 2:28A wordt gehandeld; f.
er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.
d. de exploitant of beheerder onder curatele is gesteld; e. de ingediende vergunningaanvraag niet of niet langer overeenstemt met de feiten, welke relevant zijn voor de door de burgemeester te nemen of genomen beslissing; 2. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1:6 en 1:8, kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren of intrekken, indien: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en/of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting; b. aannemelijk is dat de exploitant of beheerder betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; c. de exploitant of beheerder strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd; d. de exploitant of beheerder zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht of seksuele geaardheid; e.
zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting; f. in strijd met artikel 2:28D wordt gehandeld; g. er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd.
Artikel 2:28D, lid 1 is vernummerd naar artikel 2:30, lid 3. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:28D intrekkings- en Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; (tijdelijke) sluitingsgronden sluiting 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:30, 1. De burgemeester kan in het belang van de kan de burgemeester een openbare openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of inrichting sluiten indien deze wordt gezondheid of in geval van bijzondere geëxploiteerd zonder geldige vergunning. omstandigheden voor een of meer openbare
7
inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet. 3. De burgemeester kan een openbare inrichting sluiten indien deze wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28, eerste lid.
Artikel 2:28E, aanwezigheid exploitant of beheerder is vernummerd naar artikel 2:28D. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:28E Aanwezigheid exploitant of Artikel 2:28D Aanwezigheid exploitant of beheerder beheerder (L) Het is verboden een openbare inrichting voor Het is verboden een openbare inrichting voor het publiek geopend te houden indien in de het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is: inrichting niet aanwezig is: a. een exploitant of beheerder die vermeld a. een exploitant of beheerder die vermeld staat op de vergunning, als bedoeld in staat op de vergunning, als bedoeld in artikel 2:28, eerste lid; artikel 2:28, eerste lid; b. een persoon wiens bijschrijving op grond b. een persoon wiens bijschrijving op grond van artikel 2:28B, eerste lid, is gevraagd, van artikel 2:28B, eerste lid, is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist. is beslist. Artikel 2:28E Vervallen vergunning, wordt toegevoegd en luidt als volgt: Deze bepaling is conform de Drank- en Horecawet overgenomen en geldt nu ook voor openbare inrichtingen. Bestaande tekst Nieuwe tekst Aanwezigheid exploitant of beheerder.
Artikel 2:28E Vervallen vergunning (L) Deze bepaling is vernummerd naar 2:28D, zie Een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 hiervoor. vervalt, wanneer: a. sedert haar verlening onherroepelijk is geworden, zes maanden zijn verlopen, zonder dat handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; b. gedurende een jaar anders dan wegens overmacht geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning; c. de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden. Aan artikel 2:29 Sluitingstijd, is een nieuw lid 4 toegevoegd en deze luidt als volgt: Leden 5 en 6 zijn vernummerd naar leden 6 en 7. Met het nieuwe lid 4 heeft de burgemeester de mogelijkheid om via een beleidsregel andere sluitingstijden of een sluitingstijdenbeleid vast te stellen. Dit is een extra mogelijkheid bovenop het verlenen van een ontheffing. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:29 Sluitingstijd Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op 1. Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met vrijdag tussen 02.00 maandag tot en met vrijdag tussen 02.00
8
2.
3. 4. 5.
6.
uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer of een geldend bestemmingsplan is voorzien. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
2.
3. 4.
5. 6.
7.
8.
uur en 06.00 uur, en op zaterdag en zondag tussen 03.00 uur en 06.00 uur. Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd. De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitingstijd. In afwijking van de in het eerste lid gestelde sluitingstijden, kan de burgemeester in het belang van de openbare orde of het woonen leefklimaat andere sluitingstijden vaststellen voor één of meer openbare inrichtingen, categorieën van openbare inrichtingen.(L) Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer of een geldend bestemmingsplan is voorzien. Het in dit artikel bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin, met betrekking tot een bij de inrichting behorend terras, wordt voorzien door de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad of een op grond daarvan verleende toestemming.(L) Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2:39, lid 2, Speelgelegenheden, is als volgt gewijzigd. Betreft een correctie. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:39, tweede lid Artikel 2:39, tweede lid 2. Het verbod is niet van toepassing op 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of de artikelen 2:38A tot op de kansspelen of de artikelen 2:40A tot en met 2:40M van deze verordening. en met 2:40M van deze verordening. Afdeling 7 Speelautomatenhallen is geheel geactualiseerd. In het geel gearceerd zijn de nieuwe bepalingen t.o.v. de huidige bepalingen. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:40A Speelautomatenhallen Artikel 2:40A Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: In deze afdeling wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet op de kansspelen; a. de wet: de Wet op de kansspelen; b. Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei b. Speelautomatenbesluit: KB van 23 mei 2000, Stb. 224, houdende regels ter 2000, Stbl 224, houdende regels ter uitvoering van titel Va van de wet, zoals uitvoering van titel VA van de wet, zoals gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, gewijzigd bij besluit van 14 september 2001, Stb. 2001, 415; Stb. 2001, 415 c. behendigheidsautomaat: een speelautomaat c. speelautomaat: een toestel als bedoeld in waarvan: artikel 30, onder a, van de wet; d.
behendigheidsautomaat: een speelautomaat - het spelresultaat uitsluitend kan leiden als bedoeld in artikel 30, onder b, van de tot een verlengde speelduur of het recht wet; op gratis spellen;
9
-
d. e.
f. g.
h.
het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt; kansspelautomaat: een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is; speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de wet; exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert; beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een speelautomatenhal; weg: weg conform de Wegenverkeerswet 1994, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen.
Artikel 2:40B Verbodsbepaling 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren. 2. De burgemeester kan uitsluitend voor maximaal 2 speelautomatenhallen een vergunning verlenen voor dat deel van de gemeente dat op de bij deze verordening behorende kaart niet uitdrukkelijk voor speelautomatenhallen is uitgesloten (vervallen tekst). 3. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:40C Vergunningaanvraag De exploitant dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van: a. een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden opgesteld; b. een verklaring waaruit blijkt dat degene gerechtigd is over de ruimte te beschikken; c. een verklaring omtrent het gedrag van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de statuten vertegenwoordigt(en) en van de beheerder.
e. kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet; f. hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet; g. laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet; h. speelautomatenhal: een inrichting als bedoeld in artikel 30c, lid 1, onder b, van de wet; i. leidinggevende: 1. de natuurlijke persoon of de bestuurders van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico een inrichting, zoals bedoeld in lid h, wordt geëxploiteerd; 2. de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een onderneming, waarin een inrichting, zoals bedoeld in lid h, wordt uitgeoefend; 3. de natuurlijke persoon, die onmiddellijke leiding geeft aan de uitoefening van een inrichting, zoals bedoeld in lid h; j. vergunning: een vergunning voor het exploiteren van een speelautomatenhal in een inrichting, zoals bedoeld in lid h; k. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon aan wie de vergunning, als bedoeld in artikel 2:40B van deze verordening is verleend; l. weg: alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten. Artikel 2:40B Exploitatievergunning speelautomatenhal 1.
Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren. 2. De burgemeester kan uitsluitend voor maximaal twee speelautomatenhallen een vergunning verlenen. 3. De burgemeester verleent op grond van artikel 30b van de wet de aanwezigheidsvergunning speelautomaten. Rekening houdend met de oppervlakte van de speelautomatenhal, kan er voor één speelautomatenhal voor maximaal 200 speelautomaten en voor één speelautomatenhal maximaal 150 speelautomaten een aanwezigheidsvergunning worden verleend. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.
10
Artikel 2:40D Beslistermijn De burgemeester beslist, in afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, binnen twaalf weken na de datum waarop hij de aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd. Artikel 2:40E Vergunning 1. De vergunning is persoonsgebonden. 2. In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld. 3. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op: a. de opening- en sluitingstijden van de speelautomatenhal; b. het toezicht in de speelautomatenhal; c. het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld; d. de exploitatie van de hal. Artikel 2:40F Weigeringsgronden 1. De vergunning wordt geweigerd, indien: a. het maximaal aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is verleend; b. de speelautomatenhal is gesitueerd in dat deel van de gemeente dat op de bij deze verordening behorende kaart uitdrukkelijk voor speelautomatenhallen is uitgesloten; (vervallen) c. de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg voor het publiek toegankelijk is; d. de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet heeft (hebben) bereikt; e.
de exploitant of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over een of meer aan hen toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19, van het Burgerlijk Wetboek; f. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leef- en woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; g. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan, dan wel een stadsvernieuwingsplan of leefmilieu-verordening in de zin van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing. 2. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het leeftijdsvereiste, gesteld in het eerste lid, onder d.
Artikel 2:40C Verdelingsprocedure exploitatievergunning 1. De verdeling van een vrijgekomen exploitatievergunning zal overeenkomstig het bepaalde in de dan geldende openbare verdelingsprocedure plaatsvinden. 2. De burgemeester stelt een openbare verdelingsprocedure, zoals bedoeld in het eerste lid, vast. Artikel 2:40D Vergunningaanvraag exploitatievergunning De natuurlijke persoon of de rechtspersoon vraagt een vergunning aan voor het exploiteren van een speelautomatenhal onder overlegging van: a. een door de burgemeester vastgesteld aanvraagformulier met bijbehorende bescheiden, dat volledig is ingevuld en ondertekend; b. een plattegrond waarop of waarbij een nauwkeurige beschrijving van de inrichting is opgenomen inclusief oppervlakte, het aantal en type speelautomaten en de opstelplekken van de speelautomaten. c. een bewijs waaruit blijkt dat over de ruimte beschikt kan worden. d. wettelijke bewijsstukken, ingevolge artikel 6 van de Regeling werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen, van alle leidinggevenden. Artikel 2:40E Beslistermijn 1. In afwijking van artikel 1:2 beslist de burgemeester op een aanvraag voor een vergunning binnen acht weken nadat de uitslag van de verdeelprocedure, zoals bedoeld in artikel 2:40C, aan de aanvragers schriftelijk bekend is gemaakt. 2.
de burgemeester kan de termijn zoals genoemd in het eerste lid voor ten hoogste acht weken verdagen. Artikel 2:40F Gegevens en voorschriften vergunning 1. De vergunning is persoons- en locatiegebonden en is niet overdraagbaar. 2. In de vergunning wordt de naam vermeld van alle leidinggevenden alsmede het vestigingsadres van de speelautomatenhal. 3. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op: a. de openingstijden van de speelautomatenhal; b. het toezicht in de speelautomatenhal; c. het toegangsregime en de toegangsregistratie van de speelautomatenhal;
11
d. Artikel 2:40G Vervallen vergunning 1. Indien een overeenkomstig artikel 2:40E, tweede lid, in de vergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de exploitant onder overlegging van de in artikel 2:40C, onder c, genoemde bescheiden een nieuwe vergunning aan te vragen binnen twee weken nadat de in artikel 2:40C bedoelde verklaring omtrent het gedrag aan hem is verzonden. 2. De vergunning vervalt indien de beslissing op een aanvraag voor een nieuwe vergunning voor het vestigen of exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden dan wel indien geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid. Artikel 2:40H Intrekkingsgronden De burgemeester kan de vergunning intrekken: a. indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40F, eerste lid, onder f; c. indien gehandeld wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; d. indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken. Artikel 2:40I Wijzigingen in exploitatie 1.
Indien een exploitant komt te overlijden dient, indien voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf weken een nieuwe vergunning te worden aangevraagd. 2. In alle andere gevallen van wisseling van exploitant dient binnen vier weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te worden aangevraagd. 3. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning. Artikel 2:40J Betreden van plaatsen Indien de zorg voor de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde dit vereist, is artikel 5:15 Awb met betrekking tot het
4.
het voorkomen van de verstoring van de openbare orde en veiligheid; e. het voorkomen de van verstoring van het woon- en leefklimaat; f. het voorkomen en bestrijden van gokverslaving; g. het aantal kansspelautomaten dat mag worden opgesteld; h. de exploitatie van de speelautomatenhal. De speelautomatenhal mag uitsluitend voor het publiek geopend zijn, indien er een leidinggevenden aanwezig is die op de vergunning vermeld staat.
Artikel 2:40G Weigeringsgronden 1. De vergunning wordt geweigerd indien: a. het maximaal aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen verleend is; b. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan; c. niet voldaan wordt aan de in artikel 2:40D gestelde eisen; d. niet voldaan wordt aan de krachtens artikel 30d, vierde lid, van de wet gestelde eisen; e. leidinggevenden de leeftijd van 21 jaar niet hebben bereikt; 2. De vergunning kan worden geweigerd indien: a. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar oordeel van de burgemeester het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving, het karakter van de winkelstraat of winkelbuurt dan wel de openbare orde of veiligheid nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de speelautomatenhal; b. de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de weg voor het publiek toegankelijk is. Artikel 2:40H Intrekkingsgronden De burgemeester kan een vergunning intrekken indien: a. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming is; b. de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is verleend, zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2:40G, tweede lid, onder a.; c.
aannemelijk is dat de leidinggevende betrokken is, of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de speelautomatenhal, die een gevaar opleveren voor de openbare orde of
12
betreden van plaatsen van overeenkomstige toepassing. Artikel 2:40K Sluiting speelautomatenhal 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:40Hvan deze verordening kan de burgemeester, indien het belang van de openbare orde en veiligheid dat naar zijn oordeel vereist, de sluiting bevelen van een speelautomatenhal. 2. Indien de in het eerste lid genoemde belangen de sluiting naar zijn oordeel niet langer vereisen, heft de burgemeester de sluiting op.
d.
Artikel 2:40L Bevoegd orgaan Indien de speelautomatenhal niet in een voor publiek toegankelijk gebouw is gevestigd, worden de in deze paragraaf aan de burgemeester toegekende bevoegdheden uitgeoefend door het college.
f.
e.
g. h.
Artikel 2:40M Nadere regels De burgemeester kan in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; nadere regels stellen ten aanzien van de procedure ter verkrijging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:40B.
een bedreiging vormen voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; de leidinggevende strafbare feiten pleegt in de speelautomatenhal, dan wel toestaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal strafbare feiten worden gepleegd; zich in of vanuit de speelautomatenhal anderszins feiten of omstandigheden hebben voorgedaan, die de vrees wettigen dat het geopend blijven van de speelautomatenhal gevaar oplevert voor de openbare orde of een bedreiging vormt voor het woon- en leefklimaat in de omgeving van de speelautomatenhal; gedurende een periode van tenminste zes maanden geen gebruik van de vergunning wordt gemaakt; in strijd met deze verordening of met de aan de vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wordt gehandeld; de bepalingen bij of krachtens titel VA, paragraaf 2, van de wet zijn overtreden.
Artikel 2:40I Wijziging exploitatie 1. De vergunning kan uitsluitend ten name worden gesteld van de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie de vergunning is toegewezen. 2. De vergunning is niet overdraagbaar. 3. Onder overdracht van de vergunning wordt in dit verband ook begrepen een aandelenoverdracht van de rechtspersoon waaraan de vergunning op grond van deze verordening is verleend, alsmede een wijziging van zeggenschap. Onder wijziging van zeggenschap wordt onder meer verstaan; een wijziging in aandeelhouderschap door overdracht van aandelen, fusie of splitsing alsmede het sluiten van overeenkomsten waarin aan een (ten tijde van de vergunningverlening) minderheidsaandeelhouder met betrekking tot bepaalde beslissingen een doorslaggevende stem wordt toegekend. 4. De vergunning geldt uitsluitend voor de locatie waarvoor deze is verleend en geeft geen recht tot exploitatie van een speelautomatenhal elders in de gemeente. Artikel 2:40J Wijziging vergunninghouder/rechtspersoon 1. Indien de vergunninghouder de exploitatie van zijn speelautomatenhal beëindigt, vervalt de exploitatievergunning van rechtswege. 2. Indien de exploitatievergunning ingevolge eerste lid is vervallen of ingevolge artikel 2:40H is ingetrokken, geeft de burgemeester toepassing aan de procedure als bedoeld in
13
artikel 2:40C, voor zover de burgemeester opnieuw tot het verlenen van een exploitatievergunning wil overgaan. 3. In het geval beëindiging van de exploitatie het gevolg is van het overlijden van een de vergunninghouder dient, indien voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, door de rechtsopvolgers onder algemene titel binnen twaalf weken een nieuwe exploitatievergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de overleden vergunninghouder vergund. 4. In alle andere gevallen van wisseling van de vergunninghouder dient, met inachtneming van het bepaalde in artikel 2:40I en artikel 2:40J, tweede lid, binnen vier weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te worden aangevraagd ter voortzetting van de exploitatie voor de nog resterende termijn zoals aan de oorspronkelijke vergunninghouder vergund. 5. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag als bedoeld in derde en vierde lid niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de oorspronkelijke exploitatievergunning. Artikel 2:40K Wijziging leidinggevende 1. De vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven of door te halen op de aan hem verleende vergunning. 2.
De melding als genoemd in het eerste lid geldt als aanvraag tot wijziging van de vergunning. 3. De in het eerste lid aangemelde nieuwe leidinggevende mag werkzaam zijn in de speelautomatenhal waarvoor de vergunning is verleend, mits de ontvangst van die melding is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist. 4. Het bepaalde in artikel 2:40D, onder d, en artikel 2:40G, eerste lid, onder e en f, zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel 2:40L Looptijd van de vergunning 1. De vergunning die na 1 januari 2022 volgens de verdelingsprocedure van artikel 2:40C, eerste lid, gegund wordt, wordt verleend voor een periode van vijf (5) jaar 2. De vergunning als bedoeld in artikel 2:40K, tweede lid, wordt verleend voor de resterende termijn van de oorspronkelijk
14
verleende vergunning aan de vergunninghouder. 3. Na afloop van de onder het eerste lid genoemde termijn, is artikel 2:40C van overeenkomstige toepassing. Artikel 2:40M Nadere regels De burgemeester kan in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; nadere regels stellen ten aanzien van de procedure ter verkrijging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:40B en artikel 2:40C. Afdeling 7B Voor publiek openstaande gebouwen is nieuw en omvat de volgende bepalingen. Geel gearceerd is nieuwe bepaling. Artikel 2:41a van de huidige APV is vernummerd naar artikel 2:40N. Artikel 2:40O is toegevoegd en luidt als volgt: Nieuwe tekst Artikel 2:40N Sluiting van voor het publiek openstaande gebouwen (L) Deze bepaling is vernummerd van artikel 2:41a en inhoudelijk ongewijzigd. Artikel 2:40O Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat(L) 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. exploitant: natuurlijke persoon of de bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke persoon, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding over de bedrijfsmatige activiteiten; c.
bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor het publiek toegankelijk gebouw, niet zijnde een seksinrichting, of een daarbij behorend perceel of enig andere ruimte, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan gebouwen, gebieden of bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waar(op) het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw of gebied wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw dan wel in dat gebied naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw of gebied kan zich tot één of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend voor de gehele gemeente aangewezen als naar het oordeel van de burgemeester de leefbaarheid of openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat. 3. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw of gebied voor door de burgemeester benoemde bedrijfsmatige activiteiten; of b. indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. 4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. indien de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; d. indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; e. indien niet voldaan is aan de bij of krachtens het vijfde en zesde lid gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag; f. indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde;
15
g. indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit of de Wet milieubeheer. 5. De vergunning wordt aangevraagd door de exploitant. Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld formulier. Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke bedrijfsmatige activiteiten de vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: a. de persoonsgegevens en een geldig identiteitsbewijs van de exploitant of beheerder; b. het adres en telefoonnummer waar de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; c. het nummer van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel; d. indien van toepassing de verblijftitel van de exploitant of beheerder; e. een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant of beheerder gerechtigd is om in Nederland arbeid te verrichten; f. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over de ruimte te beschikken waarin het bedrijf wordt gevestigd. 6. Indien de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een aanvraag kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden overgelegd. 7.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast; of b. door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; of c. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; of d. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf danwel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; of e. er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden; of f. er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; of g. de bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd danwel sprake is van een gewijzigde exploitatie; of h. redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is; of i.
de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldend ruimtelijk exploitatieplan, een geldende beheersverordening, een geldend voorbereidingsbesluit, de Wet milieubeheer of een gebiedsplan. 8. Indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd of indien een van de situaties als bedoeld in het zevende lid, onder a tot en met i, van toepassing is, kan de burgemeester de sluiting van het bedrijf bevelen. 9. Het is een ieder verboden een overeenkomstig het achtste lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 10. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijf waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als het bedrijf aan de vereisten voldoet. 11. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 12. De exploitant en de beheerder zien erop toe dat in het bedrijf geen strafbare feiten plaatsvinden. 13.
In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 14. Op de vergunning als bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
16
Artikel 2:42, Plakken en kladden, is een nieuw lid 4 toegevoegd en deze luidt als volgt: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:42 Plakken en kladden Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. te brengen of te doen aanbrengen. 3.
Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. krachtens wettelijk voorschrift. 4. Het college wijst aanplakborden aan voor 4. De houder van de schriftelijke toestemming het aanbrengen van meningsuitingen en is verplicht deze aan een bekendmakingen. opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 5. Het is verboden de aanplakborden te 5. Het college wijst aanplakborden aan voor gebruiken voor het aanbrengen van het aanbrengen van meningsuitingen en handelsreclame. 6. Het college kan nadere regels stellen voor bekendmakingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te het aanbrengen van meningsuitingen en gebruiken voor het aanbrengen van bekendmakingen, die geen betrekking handelsreclame. mogen hebben op de inhoud daarvan. 7. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.
Artikel 2:47A Overnachten op de weg betreft een vernummering van artikel 5:41 Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:41 Overnachten op de weg Artikel 2:47A Overnachten op de weg Artikel 2:50A, Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties, is nieuw toegevoegd en deze luidt als volgt: Deze bepaling is conform de model APV van de VNG en maakt het mogelijk voor de politie om op te treden tegen zichtbare uitingen van verboden organisaties, zoals motorclubs. Bestaande tekst Nieuwe tekst Geen Artikel 2:50A Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties 1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit
17
verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een werkzaamheid of doel in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding , is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding De burgemeester kan overeenkomstig artikel De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet besluiten tot het 154a van de Gemeentewet besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen plaats als deze personen het hem aangewezen plaats als deze personen het bepaalde in de artikelen 2:1, 2:3, 2:26, 2:47, bepaalde in de artikelen 2:1, 2:3, 2:26, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 2:73A en 2:73B van de 2:48, 2:48A, 2:49, 2:50, 2:73, 2:73A, 2:73B, 2:74 Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs en 2:74A groepsgewijs niet naleven. niet naleven. Artikel 2:77 cameratoezicht, is als volgt gewijzigd: De bepaling is conform APV van de VNG geformuleerd. De maximum termijn van plaatsing van camera’s van 5 jaar is gewijzigd in het plaatsen van camera’s voor bepaalde duur. Dit is ook in lijn met artikel 151c van de Gemeentewet. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen plaatsen 1. De burgemeester is bevoegd 1.
De burgemeester kan overeenkomstig overeenkomstig artikel 151c van de artikel 151c van de Gemeentewet besluiten Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van tot plaatsing van camera’s voor een camera’s, voor de duur van maximaal 5 jaar, bepaalde duur ten behoeve van het toezicht ten behoeve van het toezicht op een op een openbare plaats. 2. De burgemeester heeft die bevoegdheid openbare plaats en ten aanzien van alle eveneens ten aanzien van alle voor door het voor door het publiek toegankelijke parkeerterreinen. publiek toegankelijke parkeerterreinen. 2. De burgemeester zendt, indien van 3. De burgemeester zendt, indien van toepassing, na afloop van de periode waarin toepassing, na afloop van de periode waarin de camera’s zijn geplaatst een beknopt de camera’s zijn geplaatst een beknopt verantwoordingsverslag aan de raad over verantwoordingsverslag aan de raad over het gevoerde cameratoezicht.(L) het gevoerde cameratoezicht.(L) Artikel 3:1, lid 2, vervalt en luidt als volgt: De bepaling is conform de model APV van de VNG. Verder is er geen maximumstelsel meer in Lelystad in het prostitutiebeleid opgenomen. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:1 Afbakening Artikel 3:1 Afbakening 1.
De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn De artikelen 1:2 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet niet van toepassing op het bij of krachtens van toepassing op het bij of krachtens dit dit hoofdstuk bepaalde. hoofdstuk bepaalde. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan nadere regels stellen omtrent het maximaal aantal te verlenen vergunningen en de selectiecriteria. (vervallen) Artikel 3:3, Vergunning, is als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3:3 Vergunning
Nieuwe tekst Artikel 3:3 Vergunning
18
1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een zelfstandig thuiswerkende prostituee.(L) 3. Een zelfstandig thuiswerkende prostituee kan een melding tot erkenning doen.(L) 4. Het bevoegde bestuursorgaan draagt zorg voor een onpartijdige en transparante verlening van beschikbare vergunningen.(vervallen) 5. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 6. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 7. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. 8. De vergunning wordt voor 2 jaar verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.(vervallen) 9. De vergunning kan met maximaal 2 jaar worden verlengd. (vervallen)
1. Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder vergunning van het bevoegde bestuursorgaan. 2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een zelfstandig thuiswerkende prostituee. (L) 3. Een zelfstandig thuiswerkende prostituee kan een melding tot erkenning doen. (L) 4. Op een aanvraag om een vergunning wordt binnen twaalf weken beslist. Deze termijn kan met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. 5. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. 6. Een vergunning kan mede voor een seksinrichting worden verleend. 7. De vergunning wordt verleend aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet overdraagbaar.
Artikel 3:5, lid 2, vervalt. Lelystad heeft geen maximumstelsel in het prostitutiebeleid opgenomen. Via artikel 3:4 kunnen concentraties worden voorkomen of kunnen locaties worden aangewezen waarvoor geen vergunning wordt verleend. Dit is als zodanig opgenomen in de kadernota seksbranche en prostitutie. Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 3:5 Raamprostitutiebedrijven en Artikel 3:5 Raamprostitutiebedrijven Voor het uitoefenen van een maximering aantal seksinrichtingen raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning 1. Voor het uitoefenen van een verleend. raamprostitutiebedrijf wordt geen vergunning verleend. 2. Het bevoegde bestuursorgaan kan een maximum stellen aan het totaal aantal seksinrichtingen van seksbedrijven, niet zijnde raamprostitutiebedrijven, waarvoor vergunning kan worden verleend. Hierbij kan worden bepaald dat een maximum slechts geldt voor seksinrichtingen van seksbedrijven van een daarbij aangewezen aard of in daarbij aangewezen delen van de gemeente. (Vervallen) Artikel 3;7, lid 1,onder b en onder j vervallen. De overige onderdelen worden daardoor vernummerd. Artikel 3:7, lid 5, Weigeringsgronden, is een nieuw lid b toegevoegd en deze luidt als volgt: Leden b, c, d en e, zijn vernummerd naar leden c, d, e en f. Bestaande tekst Nieuwe tekst 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 wordt een vergunning geweigerd als: wordt een vergunning geweigerd als: a. de exploitant of de beheerder onder a. de exploitant of de beheerder onder curatele staat; curatele staat; b. de exploitant of de beheerder is ontzet b. de exploitant of de beheerder uit het ouderlijk gezag of de voogdij; onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor 19
c.
d. e.
f.
g.
h.
i.
de exploitant of de beheerder onherroepelijk is veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht levensgedrag is; de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar nog niet heeft bereikt; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn; redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden beperkingen of voorschriften; er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden; de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar geleden voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500,- of meer of tot een