CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Was wordt lijst 1e wijzigingsverordening

Raadsvergadering 11 oktober 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 259. Eerste wijzigingsverordening algemene plaatselijke verordening Lelystad 20213.246 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel 1e Wijzigingsverordening Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2021 Artikel 2:1A, verstoring van de openbare orde, wordt als volgt gewijzigd: Met deze wijziging kan deze bepaling ruimer worden toegepast.

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 2:1A Verstoring van de openbare orde (L) 1. Het is verboden op of aan de weg op enigerlei wijze de orde te verstoren, personen lastig te vallen of te vechten. 2. Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 424 of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het is verboden op of aan de weg een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om de orde te verstoren, bij zich te hebben.

Artikel 2:1A Verstoring van de openbare orde (L) 1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 424, 426bis en 431 het Wetboek van strafrecht, is het verboden op of aan een openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, op enigerlei wijze de openbare orde te verstoren, zich hinderlijk te gedragen, personen lastig te vallen, te vechten, deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden. 2. Het is verboden om in het geval van wanordelijkheden of indien er ernstig gevaar voor het ontstaan daarvan dreigt, op de in het eerste lid genoemde plaatsen, een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om de orde te verstoren, bij zich te hebben. 3. Het is verboden een voorwerp dat ter afzetting of afsluiting van een gedeelte van de weg of vanwege het bevoegde gezag is aangebracht, te verplaatsen, te verwijderen of omver te halen.

Artikel 2:24, eerste lid, onder d, definities, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst (was) Nieuwe tekst (wordt) Artikel 2:24, eerste lid, onder d. Artikel 2:24, eerste lid, onder d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet Horecawet gelegenheid geven tot dansen; gelegenheid geven tot dansen; Artikel 2:24, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt6)

Artikel 2:24, derde lid In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 500 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 en 00.00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden; d. de activiteiten niet plaatsvinden op een rijbaan van een doorgaande weg, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en (L)

Artikel 2:24, derde lid In deze afdeling wordt onder klein evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a. het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen; b. de activiteiten plaatsvinden tussen 09.00 en 00.00 uur; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 75 dB(A) op 10 meter afstand van de luidsprekers;(L) d. de activiteiten niet plaatsvinden op een rijbaan van een doorgaande weg, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en (L)

1

e. slechts kleine objecten worden geplaatst waarbij geen constructies van toepassing zijn, voor zover het plaatsen van deze objecten zich niet verzetten tegen de in artikel 1:8 genoemde belangen.(L)

e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object.

Artikel 2:26 Ordeverstoring, vervalt het tweede en derde lid. De artikelen vervallen i.v.m. een rechtelijke uitspraak.

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 2:26 Ordeverstoring 1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren. 2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheid in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Artikel 2:28, tweede lid, Exploitatievergunning openbare inrichting, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. een zorginstelling; c. een museum; d. een onderwijsinstelling; e. een bedrijfskantine of – restaurant; f. een kerkelijke instelling; g. een sportinstelling; h. een jeugdinstelling; of i. een bibliotheek.

2. Het verbod als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet; b. een zorginstelling; c. een museum; d. een onderwijsinstelling; e. een bedrijfskantine of – restaurant; f. een kerkelijke instelling; g. een sportorganisatie of -instelling; h. een jeugdinstelling; of i. een bibliotheek; voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de hoofdactiviteit.

Artikel 2:28, vierde lid, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

4. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet, indien:

4. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, indien:

2

a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel; b. de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in de artikelen 1:8 of 2:28A, eerste lid, onder a, of artikel 2:28A, tweede lid.

a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, dan wel; b. er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in de artikelen 1:8, 2:28A, eerste lid, onder a, 2:28A, tweede lid of 2:28F.

Artikel 2:28, vijfde lid, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

5. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid, onder a.

5. De vrijstelling wordt ingetrokken als is gehandeld in strijd met het bepaalde in het vierde lid.

Artikel 2:28E, de aanhef, vervallen vergunning wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 vervalt, wanneer:

Een vergunning als bedoeld in artikel 2:28 vervalt van rechtswege, wanneer:

Artikel 2:28F wordt nieuw toegevoegd en luidt als volgt:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

--

Artikel 2:28F Open uitstraling openbare inrichting De exploitant zorgt te allen tijde voor een open en transparante uitstraling van de openbare inrichting zodat van buitenaf gezien kan worden wat er gebeurt in de inrichting.

De koptekst van afdeling 5 wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst 9wordt)

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Drank- en Horecawet

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet

Artikel 2:34A Definities wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 2:34A Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon;

Artikel 2:34A Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank; - horecabedrijf; - horecalokaliteit; - inrichting; - paracommerciële rechtspersoon;

3

- sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Dranken Horecawet.

- sterke drank; - slijtersbedrijf; - zwak-alcoholhoudende drank; dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.

Artikel 2:34G wordt nieuw toegevoegd en luidt als volgt: De nieuwe Alcoholwet biedt de optie om in een gemeentelijke verordening proeverijen in slijterijen onder voorwaarden mogelijk te maken. Dit wordt nu geregeld middels deze bepaling.

Bestaande tekst (was) N.v.t.

Nieuwe tekst (wordt) Artikel 2:34G Vrijstelling ten behoeve van proeverijen in een slijtersbedrijf 1. Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2. De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

Artikel 2:40B, exploitatievergunning speelautomatenhal, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

1. Het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren. 2. De burgemeester kan uitsluitend voor maximaal twee speelautomatenhallen een vergunning verlenen. 3. De burgemeester verleent op grond van artikel 30b van de wet de aanwezigheidsvergunning speelautomaten. Rekening houdend met de oppervlakte van de speelautomatenhal, kan er voor één speelautomatenhal voor maximaal 200 speelautomaten en voor één speelautomatenhal maximaal 150 speelautomaten een aanwezigheidsvergunning worden verleend. 4. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

1. Het is verboden om zonder exploitatievergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren. 2. De burgemeester kan uitsluitend voor maximaal twee speelautomatenhallen een vergunning verlenen. 3. De burgemeester verleent op grond van artikel 30b van de wet de aanwezigheidsvergunning speelautomaten. Rekening houdend met de oppervlakte van de speelautomatenhal, kan er voor maximaal 150 speelautomaten een aanwezigheidsvergunning worden verleend. 4. De exploitatievergunning vervalt, indien de beslissing op een aanvraag om een nieuwe exploitatievergunning van een speelautomatenhal in hetzelfde pand in werking is getreden. 5. Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing.

Artikel 2:40C, Verdelingsprocedure exploitatievergunning, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

1. De verdeling van een vrijgekomen exploitatievergunning zal overeenkomstig het bepaalde in de dan geldende openbare verdelingsprocedure plaatsvinden.

1. De verdeling van een vrijgekomen exploitatievergunning zal overeenkomstig het bepaalde in de dan geldende openbare verdelingsprocedure plaatsvinden.

4

2. De burgemeester stelt een openbare verdelingsprocedure, zoals bedoeld in het eerste lid, vast.

2. De burgemeester stelt een openbare verdelingsprocedure, zoals bedoeld in het eerste lid, vast. 3. De burgemeester kan in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; nadere regels stellen ten aanzien van de procedure ter verkrijging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:40B.

Artikel 2:40G, lid 1,onder b, weigeringsgronden, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 2:40G, eerste lid, onder b b. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan;

Artikel 2:40G, eerste lid, onder b b. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het geldende bestemmingsplan, behoudens in het geval een gerede kans bestaat dat functiewijziging op de locatie planologisch ingepast kan worden en het college de principebereidheid heeft uitgesproken om een procedure tot afwijken het bestemmingsplan voor de locatie te starten.

Artikel 2:40K, lid 4, wijziging leidinggevende, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 2:40K, vierde lid 4. Het bepaalde in artikel 2:40D, onder d, en artikel 2:40G, eerste lid, onder e en f, zijn van overeenkomstige toepassing

Artikel 2:40K, vierde lid 4. Het bepaalde in artikel 2:40D, onder d, en artikel 2:40G, eerste lid, onder e, zijn van overeenkomstige toepassing

Artikel 2:40M Nadere regels, vervalt (is verplaatst naar artikel 2:40C, lid 3)

Bestaande tekst (was) Artikel 2:40M Nadere regels De burgemeester kan in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; nadere regels stellen ten aanzien van de procedure ter verkrijging van een vergunning als bedoeld in artikel 2:40B en artikel 2:40C.

Nieuwe tekst (wordt) Geen

Artikel 2:42, plakken en kladden wordt de nummering als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een

Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een

5

1. 2.

3. 4. 5.

onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

3. 4.

5. 6. 7.

onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur- of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht deze aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. Het college wijst aanplakborden aan voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud daarvan.

Artikel 2:48, tweede lid, Verboden drankgebruik, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 2:48, tweede lid 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet.

Artikel 2:48, tweede lid 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.

Artikel 2:50A, verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties vervalt. Dit houdt verband met een rechterlijke uitspraak waarin dit verbod onverbindend is verklaard. Artikel 2:65, Bedelarij, wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken.

Nieuwe tekst Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

6

Artikel 2:73B, derde lid, wordt als volgt gewijzigd: Wijziging houdt verband met het feit dat het steeds moeilijker wordt om een geschikte locaties te vinden voor het carbid schieten. Met een facultatieve bepaling is het duidelijker dat het college ook geen locatie hoeft aan te wijzen.

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 2:73B Gebruik van carbid (L) 1. Het in artikel 2:73A, eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op 31 december van enig jaar van 10.00 uur tot 17.00 uur. 2. Carbid schieten is slechts toegestaan indien gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of soortgelijke voorwerpen met een maximale omvang van 40 liter. Er worden geen handelingen verricht of nagelaten waarvan degene die het carbid schieten verricht weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daarvoor gevaren kunnen optreden voor mens en milieu. 3. Het is verboden carbid te gebruiken op een andere dan door het college in het belang van het voorkomen van gevaar, schade, of overlast aangewezen plaats. 4. Bij het aanwijzen van plaatsen worden tevens nadere voorwaarden gesteld voor het carbid schieten. 5. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Artikel 2:73B Gebruik van carbid (L) 1. Het college kan in het belang van het voorkomen van gevaar, schade of overlast plaatsen aanwijzen waarbij het verbod van artikel 2:73A, eerste lid, niet geldt. 2. Het carbid schieten is uitsluitend toegestaan op de in het eerste lid aangewezen plaatsen en uitsluitend op 31 december van enig jaar tussen 10.00 en 17.00 uur. 3. Bij het aanwijzen van plaatsen worden nadere voorwaarden gesteld aan het carbid schieten. 4. Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.

Artikel 2:79, eerste lid woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet, wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 2:79, eerste lid 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

Artikel 2:79, eerste lid 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt.

Artikel 3:7, eerste lid, onder h, sub 1, Weigeringsgronden wordt als volgt gewijzigd:

Bestaande tekst (was)

Nieuwe tekst (wordt)

Artikel 3:7, eerste lid, onder h, sub 1 Bepalingen, gesteld bij of krachtens de Dranken Horecawet, de Opiumwet, de

Artikel 3:7, eerste lid, onder h, sub 1 Bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de

7

Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=42ccfa7f-0d3b-45d0-95b4-35ce98698710