CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

VTHUP 2020-2021

Raadsvergadering 7 september 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 241. Vaststelling VTHUP door addendum 20218.202 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

VTHUP 2020-2021 Uitvoeringsprogramma voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving binnen het fysieke domein gemeente Lelystad 2020-2021

Gemeente Lelystad Stadhuisplein 2 Postbus 91 8200 AB Lelystad Telefoon:14-0320 stadstoezicht@lelystad.nl www.lelystad.nl

Inhoudsopgave 1.

2.

Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving.............................................................1 1.1

Inleiding...............................................................................................................................................1

1.2

Wettelijke verankering uitvoeringsprogramma....................................................................................1

1.3

Uitvoeringsprogramma OFGV ............................................................................................................2

1.4

Integraal toezicht.................................................................................................................................2

1.5

Overzicht wetgeving............................................................................................................................2

1.6

Werkingsduur VTHUP.........................................................................................................................4

Omgevingsanalyse ....................................................................................................................................................5 2.1

Veranderende wetgeving ....................................................................................................................5 De Omgevingswet .................................................................................................................................5 Wet Private Kwaliteitsborging ................................................................................................................7 Prostitutiebeleid ..................................................................................................................................8 Stikstof ................................................................................................................................................8 PFAS...................................................................................................................................................9 Energietransitie ...................................................................................................................................9

2.2

Nieuwe lokale ontwikkelingen ...........................................................................................................10 Nieuwe projecten ..............................................................................................................................10 Nieuwe manier van afvalinzameling .................................................................................................11

2.3

Bestuurlijke prioriteiten......................................................................................................................11 Omgevingswet ..................................................................................................................................11 Ondermijning.....................................................................................................................................11 Kamerverhuur ...................................................................................................................................12

2.4

Organisatieontwikkelingen ................................................................................................................12 Samenvoeging Werkbedrijf...............................................................................................................13 Adresonderzoek................................................................................................................................13 Herinrichting Key2Vergunningen en invoering Djuma ......................................................................13 Krappere arbeidsmarkt .....................................................................................................................14

3.

Uitvoeringsprogramma .........................................................................................................................................15 3.1

Inventarisatie beschikbare capaciteit ................................................................................................15

3.2

Inventarisatie benodigde capaciteit...................................................................................................15

3.3

Keuzes ten aanzien van inzet capaciteit...........................................................................................16

3.4

Uitwerking capaciteit .........................................................................................................................17

3.5

Inzet capaciteit uitgesplitst per productblad ......................................................................................18

3.6

Begroting...........................................................................................................................................19

3.7

Systemen en processen ...................................................................................................................20

3.8

Overige randvoorwaarden ................................................................................................................20

Bijlagen ......................................................................................................................................................................................21 Bijlage 1: Productbladen ..............................................................................................................................21 Bijlage 2: Uitvoeringsprogramma OFGV 2020 .............................................................................................21

VTHUP 2019

Versie 1.1 – februari 2020

1. Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving 1.1 Inleiding

In dit “Uitvoeringsprogramma voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving binnen het fysieke domein gemeente Lelystad 2020-2021” – hierna: het VTHUP 2020-2021 – zijn de voorgenomen werkzaamheden opgenomen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving binnen de fysieke leefomgeving. Deze werkzaamheden worden ook wel de ‘VTH-taken’ genoemd. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn belangrijke instrumenten om de gezondheid, veiligheid en leefbaarheid en duurzaamheid in de samenleving te borgen. De werkzaamheden worden uitgevoerd door het team Wabo en Bestemmingsplannen (WB) en het team Stadstoezicht (STT). In hoofdstuk 1 schetsen wij de context van het VTHUP. Wij leggen uit hoe het VTHUP zich verhoudt tot wetgeving en beleid (1.2), dat er voor de milieutaken een apart uitvoeringsprogramma is opgesteld door de OFGV (1.3), en dat wij te maken hebben met zeer veel verschillende wetten (1.4). In hoofdstuk 2 hebben wij via een zogenoemde ‘omgevingsanalyse’ de voor ons werk relevante veranderingen in beeld gebracht. Het gaat om veranderingen in wetgeving (2.1), om lokale veranderingen (2.2), om bestuurlijke prioriteiten (2.3) en om organisatieontwikkelingen (2.4). In hoofdstuk 3 geven wij aan hoe wij tot het concrete uitvoeringsprogramma zijn gekomen.

Daarbij wordt in beeld gebracht hoeveel capaciteit beschikbaar is (3.1), hoeveel capaciteit benodigd is (3.2) en welke keuzes vervolgens zijn gemaakt (3.3). Van de uiteindelijke geplande inzet geven wij een overzicht (3.4) en verwijzen wij naar de Productbladen (bijlage 1) voor de volledige uitwerking. Tenslotte gaan wij in op de begroting (3.5), de benodigde systemen/processen (3.6) en de overige randvoorwaarden (3.7). In bijlage 1 is de geplande inzet concreet per thema uitgewerkt in zogenoemde productbladen. In bijlage 2 is het uitvoeringsprogramma voor de milieutaken van de OFGV opgenomen.

1.2 Wettelijke verankering uitvoeringsprogramma

Het opstellen en uitvoeren van een uitvoeringsprogramma is wettelijk vereist op grond van artikel 7.2 van het Besluit Omgevingsrecht (Bor). Basisgedachte achter deze regelgeving is om via een planmatige aanpak voor handhaving om de strategische doelen te verwezenlijken, eenduidigheid te waarborgen en willekeur te voorkomen. Het VTHUP is de concrete uitwerking van het ‘Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2019-2023’ (VTH-beleid) naar de dagelijkse praktijk. Hierin heeft de gemeente Lelystad vastgelegd welke visie, uitgangspunten en werkwijze gelden bij het handhaven van wet- en regelgeving binnen het fysieke domein en aan welke randvoorwaarden dient te worden voldaan. Deze visie is als volgt: ‘Het creëren, het behoud en het verder verbeteren van een veilige, duurzame en gezonde woon-, werk- en leefomgeving’. Het VTHUP brengt de gemeentelijke vergunnings-, toezicht- en handhavingstaken in beeld en geeft richting aan een efficiënte manier van naleving van de regelgeving. Op deze manier zorgen we ervoor dat Lelystad een gemeente blijft waarin inwoners duurzaam, veilig en gezond kunnen wonen, werken en recreëren.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

1

1.3 Uitvoeringsprogramma OFGV De Omgevingsdienst Flevoland en Gooi- en Vechtstreken (OFGV) is in 2012 opgericht en heeft als vestigingsplaats Lelystad. De OFGV voert namens 13 gemeenten en 2 provincies de milieutaken uit. Deze milieutaken vallen ook onder de fysieke leefomgeving. Alle deelnemende partijen hebben minimaal het basistakenpakket ondergebracht bij de OFGV. Het basispakket concentreert zich vooral op vergunningverlening en het toezicht op en handhaving van milieuregelgeving. In aanvulling op de basistaken heeft de gemeente Lelystad het toezicht en de handhaving wat betreft het Besluit bodemkwaliteit, asbest en horecageluid belegd bij de OFGV. De OFGV stelt jaarlijks een uitvoeringsprogramma op voor de gemeente Lelystad waarin staat welke werkzaamheden zij gaan uitvoeren binnen Lelystad. Het Uitvoeringsprogramma van de OFGV voor 2020 maakt onderdeel uit van het VTHUP (zie bijlage 2).

1.4 Integraal toezicht Bij de uitvoering van de VTH-taken werken wij samen met verschillende ketenpartners, zoals de politie, brandweer, GGD en OFGV. Zoals aangegeven in het VTH-beleid wordt waar het kan integraal toezicht gehouden om zodoende bedrijven en burgers zomin mogelijk te belasten en integraal te kunnen adviseren. Ook wordt hiermee tegemoet gekomen aan eisen die de Wabo aan het toezicht stelt dat het bestuursorgaan zijn controles afstemt en coördineert met andere toezichthoudende instanties. In de bestuursovereenkomst met die overheden is dit dan ook afgesproken. Welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt, hangt sterk af van de situatie van de burger of het bedrijf. Hierbij wordt aangesloten bij de (omgevings)vergunning. Bij een enkelvoudige vergunning zal de toezichthouder of handhaver vanuit zijn vakgebied een controle uitvoeren waarbij hij oog- en oorfunctie voor andere beleidsvelden heeft. Bij een meervoudige (omgevings)vergunning zullen de toezichtmomenten -waar mogelijk gecoördineerdworden in één bezoek, waardoor de belasting voor het bedrijf tot een minimum beperkt wordt. Indien gecoördineerd toezicht niet mogelijk is, zullen de controles vanuit de verschillende vakgebieden blijven worden uitgevoerd.

1.5 Overzicht wetgeving Hieronder worden de belangrijkste kaders gegeven die van toepassing zijn op de activiteiten waarop het VTHUP betrekking heeft. Landelijke regels zijn te vinden via wetten.overheid.nl en lokale regels staan op http://www.lelystad.nl/beleid. VTH-beleid - Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2019-2023 Bouw- en ruimtelijke ordening - Woningwet; - Wet Ruimtelijke Ordening; - Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG); - Bouwbesluit 2012; - Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 en hieruit voortvloeiende beleidsregels;

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

2

Milieu - Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - Wet Milieubeheer; - Wet Bodembescherming; - Wet Geluidhinder; - Gemeenschappelijk Kader Flevoland 2013; - Regionaal Beleidskader VTH OFGV. Kinderopvang - Wet Kinderopvang; - Beleidsregel handhaving Wet kinderopvang Lelystad. Evenementen - Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 en hieruit voortvloeiende beleidsregels; - Evenementenbeleid Lelystad 2018 t/m 2021; - Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - Bouwbesluit; - Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Horeca - Drank- en Horecawet; - Preventie – en handhavingsplan Alcohol Lelystad; - Horecasanctiebeleid; - Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; - Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 en hieruit voortvloeiende beleidsregels; - Wet milieubeheer; - Wet op de kansspelen; - Bouwbesluit 2012; - Winkeltijdenwet; - Zondagswet.

Integrale Veiligheid/Ondermijning - Opiumwet; - Damoclesbeleid gemeente Lelystad; - Wet Bibob; - Beleidsregel Wet aanpak woonoverlast Lelystad 2018 - Integraal Veiligheidsplan 2018-2022; - Uitvoeringsprogramma Integrale Veiligheid 2018-2020 - Kadernota prostitutie en seksbranche Lelystad 2019 Openbare ruimte - Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 en hieruit voortvloeiende beleidsregels; - Protocol bijtincidenten; - Afvalstoffenverordening; - Wegsleepverordening; - Besluit aanwijzing plaats en vaststelling stallingsperiode wees(brom)fietsen Lelystad 2018; - Aanwijzingsbesluit (brom)fietshandhaving; - Standplaatsenbeleid.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

3

1.6 Werkingsduur VTHUP Dit VTHUP wordt vastgesteld voor twee jaar, voor de jaren 2020 en 2021. Na afloop van het eerste jaar zal er een evaluatie plaatsvinden. Daarnaast zal er een korte inventarisatie plaatsvinden van eventuele nieuw op te starten projecten en naar eventuele formatiewijzigingen. Gelijktijdig met de evaluatie van het VTHUP over het jaar 2020 wordt het VTHUP voor het jaar 2021 definitief vastgesteld. Hierdoor kan het programma voor 2021 worden bijgesteld naar aanleiding van de evaluatie en inventarisatie, zonder een volledig nieuw programma op te hoeven stellen.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

4

2. Omgevingsanalyse Het is van belang om de uitvoering van de VTH-taken aan te laten sluiten en af te stemmen op de ontwikkelingen die zich voordoen. Hieronder geven wij aan welke veranderingen er op ons af komen, onderverdeeld in vier categorieën: veranderingen in wetgeving, lokale ontwikkelingen, bestuurlijke prioriteiten en organisatieontwikkelingen.

2.1 Veranderende wetgeving

De wetgeving waar wij mee te maken hebben is uitgebreid en complex. De volgende veranderingen in wetgeving zijn van belang voor de uitvoering van onze taken. De Omgevingswet Momenteel wordt druk gewerkt aan de invoering van de Omgevingswet. Deze wet zal 26 bestaande wetten over de fysieke leefomgeving gaan vervangen. Waarschijnlijk treedt deze wet vanaf 2021 in werking. De Omgevingswet zal een grote impact hebben op de vergunningverlening en op de manier van (samen)werken. De nieuwe wet moet ervoor zorgen dat ons werk eenvoudiger, duidelijker, beter en sneller voor de klant gaat. Hiervoor is het nodig dat al ons beleid, plannen en regels beter op elkaar worden afgestemd en dat we meer integraal samenwerken met de ketenpartners. Zo kunnen vergunningen eenvoudiger en sneller worden verleend. De nieuwe wet moet gaan zorgen voor: - minder en duidelijkere regels; - een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving; - ruimte voor lokaal maatwerk en - betere en snellere besluitvorming. Voorbereiding afgelopen jaren De afgelopen jaren zijn al diverse stappen gezet in voorbereiding op de Omgevingswet. Zo is in 2018 het Wabovergunningenbeleid Lelystad al opgesteld in de geest van de Omgevingswet. De ervaringen met deze manier van werken zijn positief. Dit beleid is nu onderdeel van het Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2019-2023.

Daarnaast is gestart met de pilot Omgevingsplan Boswijk. Via deze pilot hebben wij vooruitlopend op de Omgevingswet ervaring kunnen opdoen met het opstellen van een omgevingsplan. Dit is van belang omdat onder de Omgevingswet de huidige bestemmingsplannen worden vervangen door een omgevingsplan. Een omgevingsplan lijkt op een bestemmingsplan maar is breder, omdat het elementen bevat die te maken met de hele leefomgeving. Naast regels over bebouwing staan er bijvoorbeeld ook regels op het gebied van gezondheid in. De ervaring die via de pilot wordt opgedaan komt van pas bij het opstellen van de omgevingsplannen voor heel Lelystad. Omgevingsplan Onder de Omgevingswet worden de huidige bestemmingsplannen vervangen door een omgevingsplan. Zoals aangegeven is het omgevingsplan breder dan het huidige bestemmingsplan. Het omgevingsplan zal ook onderdelen van gemeentelijke verordeningen gaan vervangen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Te denken valt aan onderdelen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (zoals regels over het kappen van bomen of over inritten). Alle regelgeving die nu in de verschillende verordeningen te vinden is en uiteindelijk zijn plaats moet krijgen in het omgevingsplan wordt samengebracht in een tussenproduct, een verordening voor de fysieke leefomgeving.

Naar verwachting zal de raad in het vierde kwartaal van 2020 worden voorgesteld om deze Verordening fysieke leefomgeving vast te stellen.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

5

Nieuwe manier van werken Om omgevingsvergunningen te kunnen behandelen onder de Omgevingswet zal een nieuwe werkwijze geïmplementeerd moeten worden. De implementatie heeft niet alleen betrekking op het ontwerp, maar ook op het testen en in gebruik nemen van de nieuwe werkwijze. Onder de Omgevingswet wordt een nieuw digitaal loket geïntroduceerd, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Het DSO is één digitaal loket waar gebruikers kunnen starten met hun vragen over de leefomgeving en waar centraal vergunningaanvragen en meldingen kunnen worden gedaan. Op 1 januari 2021 moet elke gemeente zijn aangesloten op het DSO, om aanvragen en meldingen te kunnen ontvangen uit het landelijke loket. In de komende jaren wordt het DSO uitgebreid met meer functies, zodat alle informatie over de leefomgeving bij elkaar wordt gebracht en kan worden uitgewisseld. Dit maakt dat omgevingsbesluiten, zoals visies en plannen, via het digitaal loket terug te vinden zijn. Dat geldt ook voor gespecialiseerde informatie, zoals geluidskaarten, milieuzones en natuurgebieden. In het DSO zullen dan de gegevens over de fysieke leefomgeving geografisch (op de kaart) en tekstueel (wet- en regelgeving) worden gepresenteerd. Op termijn biedt het DSO ook een digitale samenwerkingsruimte waar verschillende partijen kunnen werken aan hun ideeën, plannen en vergunningaanvragen.

Het loket bevat naast de landelijke regels ook de specifieke gemeentelijke regels. Het is een taak van de gemeenten om het loket te vullen met de gemeentelijke wet- en regelgeving. De bedoeling is dat de gebruikers in gewone mensentaal via ‘vragenbomen’ door de regels kunnen worden geloodst. Hiervoor is het vereist dat de huidige juridische regels worden omgezet naar ‘toepasbare regels’. Deze vertaalslag lijkt eenvoudig maar is juridisch complex. Onder de Omgevingswet wordt een vergunning voor bouwactiviteiten in tweeën gesplitst: een vergunning met het oog op de gemeentelijke regels voor de leefomgeving in het omgevingsplan en een vergunning met het oog op de technische regels voor een bouwwerk. De wetgever wil met deze splitsing dat minder vaak een vergunning hoeft te worden aangevraagd. In de Invoeringswet wordt bepaald voor welke activiteiten wel en voor welke activiteiten geen technische vergunning nodig is. Met name het toekomstige aantal regels en dus ook het aantal toestemmingen voor de leefomgeving is op dit moment nog onduidelijk. De verwachting is dat vanwege de invoering van meer algemene regels minder activiteiten vergunningplichtig zullen zijn, waardoor het aantal vergunningprocedures zal afnamen.

Voor de activiteiten die wel vergunningplichtig zijn zullen de procedures complexer zijn dan nu het geval is, afhankelijk van de visie en de vertaling daarvan in het omgevingsplan. In 2020 zal een omgevingstafel opgezet worden om het vooroverleg anders vorm te geven, zodat complexe aanvragen binnen de reguliere procedure afgehandeld kunnen worden. De wettelijke termijn voor het behandelen van complexe aanvragen wordt onder de Omgevingswet korter. Ook wordt verder geïnvesteerd in de regionale samenwerking met ketenpartners, omdat de Omgevingswet vraagt om meer integrale benadering van initiatieven. Een goede ketensamenwerking is nodig om complexe aanvragen binnen de wettelijke termijn op een integrale manier af te kunnen handelen. Nieuw is de verplichting dat aanvragers moeten aangeven wat zij zelf aan participatie hebben gedaan. Deze informatie moet getoetst worden en betrokken bij de besluitvorming. De Eerste Kamer heeft een motie aangenomen dat gemeenten verplicht zijn om participatiebeleid op te stellen. In 2020 zal dit participatiebeleid ook in Lelystad vorm moeten krijgen, waarbij van belang is dat het beleid in de praktijk werkbaar en toetsbaar is.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

6

Uiteraard zal in 2020 ook geïnvesteerd worden in opleidingen en trainingen om de medewerkers voor te bereiden op het werken onder de Omgevingswet. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het feit dat onder de Omgevingswet de werkinhoud en rollen van medewerkers kunnen veranderen en mogelijk andere competenties benodigd zijn. Toezicht en handhaving De Omgevingswet heeft op uiteenlopende wijzen consequenties voor toezicht en handhaving. Zo is er vaker sprake van algemene regels en zorgplichten. Zorgplichten kunnen zowel bestuursrechtelijk als strafrechtelijk worden gehandhaafd. Een overtreding van een gedoogplicht is onder de Omgevingswet strafbaar te stellen. De mogelijkheden voor de bestuurlijke boete zijn uitgebreid. Prioriteringsbeleid mag een formele reden zijn om niet te handhaven en tenslotte kunnen bevoegdheden worden overgedragen aan een ander bestuursorgaan. Deze veranderingen zullen deels effect hebben vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de bijbehorende AMVB’s en Regeling, en deels effect hebben in de jaren daarna door nieuwe (typen van) regels in de omgevingsverordening en het omgevingsplan. Dit vraagt aanpassingen van onze processen en systemen, in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en andere bevoegd gezagen. In 2020 gaan wij ons op deze wijzigingen voorbereiden.

Door de invoering van meer algemene regels en zorgplichten is de verwachting dat toezichts- en handhavingsprocedures complexer zullen worden. Wet Private Kwaliteitsborging Naar verwachting treedt de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB) per 1 januari 2021 in werking, gelijktijdig met de Omgevingswet. De wet heeft tot doel de bouwkwaliteit te verbeteren en heeft zowel consequenties voor gemeenten als voor de partijen in de bouwsector. De wet introduceert de onafhankelijke kwaliteitsborger. Er wordt een private ‘Toelatingsorganisatie kwaliteitsborging bouw’ opgericht die erop toeziet dat onafhankelijke ‘Kwaliteitsborgers’ op de juiste wijze de instrumenten toepassen waarmee de kwaliteit van de bouw wordt geborgd. De Wet kwaliteitsborging borging voor het bouwen zal bij inwerkingtreding alleen gelden voor bouwwerken vallend onder ‘gevolgklasse 1’. Denk hierbij aan eengezinswoningen inclusief nevenfuncties en bedrijfspanden van maximaal twee bouwlagen, inclusief kantoor en kantine. Voor aanvang van de bouw dient een Kwaliteitsborger een ‘Borgingsplan’ op te stellen, waarin wordt beoordeeld of en hoe het bouwontwerp en de voorgenomen uitvoering daarvan, voldoen aan de (bouw)voorschriften. De preventieve toets door de gemeente aan de bouwtechnische eisen van het Bouwbesluit komt daarmee te vervallen.

Indien uit de aanvraag omgevingsvergunning voor bouwen en de daarbij verstrekte gegevens en bescheiden niet blijkt dat wordt voldaan aan de kwaliteitsborging, wordt de omgevingsvergunning geweigerd. Een onafhankelijke kwaliteitsborger zal daarnaast ook toetsen hoe het bouwwerk feitelijk gebouwd is. Deze toets betreft in ieder geval de bouwtechnische voorschriften van het Bouwbesluit, maar kan ook betrekking hebben op alle andere kwaliteitsaspecten die in het contract zijn overeengekomen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het publiekrechtelijk toezicht op de naleving van het Bouwbesluit. De aanvrager dient, als onderdeel van het borgingsplan, een risicobeoordeling in en levert bij gereedmelding een 'dossier bevoegd gezag 'aan. Daarin zit in ieder geval een verklaring van de kwaliteitsborger wanneer het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische voorschriften van hoofdstuk 2 tot en met 6 van het Bouwbesluit 2012. De exacte wijze van risicobeoordeling en de inhoud van het dossier bevoegd gezag zullen nog nader bepaald worden.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

7

In 2020 bereiden wij ons voor op de nieuwe regelgeving door de gemeentelijke organisatie hierop in te richten en worden er samen met andere gemeentes in de provincie proefprojecten gestart om ervaring op te doen met private kwaliteitsborging en ons de nieuwe manier van werken eigen te maken. Verder wordt via een impactanalyse inzichtelijk gemaakt wat de consequenties zijn van het wegvallen van zowel de werkzaamheden van de gemeente als voor de bij deze werkzaamheden behorende leges. Prostitutiebeleid In het jaar 2000 is het bordeelverbod opgeheven en is prostitutie in Nederland gelegaliseerd. In verband hiermee is op 1 oktober 2000 het prostitutiebeleidsplan in Lelystad in werking getreden. Het beleid is gericht op het beheersen, sturen en saneren van de prostitutiebranche en het verbeteren van daarin bestaande (arbeids)omstandigheden. Het prostitutiebeleid is in 2019 geactualiseerd middels de Kadernota prostitutie en seksbranche Lelystad 2019. Reden voor vaststelling van nieuw beleid is om het beleid te actualiserern en in lijn te brengen met de bepalingen over prostitutie van de Algemene plaatselijke verordening Lelystad 2015 (APV). De APV bepalingen zijn in 2015 al in overeenstemming gebracht met het toenmalige wetvoorstel van de ‘Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche’ (Wrp). Dit wetsvoorstel is inmiddels herzien.

Het herziene wetsvoorstel is in oktober 2019 onder de naam ‘Wet Regulering Sekswerk’ opnieuw ter consultatie gepubliceerd. Naar verwachting zal de wet medio 2022 in werking treden. Bij de actualisering van het prostitutiebeleid is zoveel mogelijk rekening gehouden met voornoemd wetsvoorstel. Van belang is dat het beleid in overeenstemming is gebracht met de APV. Dit brengt duidelijkheid voor alle betrokken partijen. Onderdeel van de Kadernota prostitutie en seksbranche Lelystad 2019 is een zogenoemd handhavingsarrangement. Hierin staat concreet omschreven op welke manier gemeente Lelystad handelt als er overtredingen van de prostitutiebepalingen van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Lelystad 2015 (APV) worden geconstateerd. De werkwijze is gekoppeld aan de ernst van overtredingen en de risico’s die hieraan verbonden zijn. Een aantal toezichthouders worden in 2020 specifiek opgeleid in het uitvoeren van controles in de seksbranche en getraind in het herkennen van signalen van mensenhandel. Stikstof De Raad van State heeft op 29 mei 2019 een streep gehaald door het Programma Aanpak Stikstof (PAS), omdat deze niet voldeed aan de voorwaarden van de Europese Habitatrichtlijn. Het programma werd gebruikt als toetsingskader voor het wel of niet toestaan van plannen en projecten.

Daarbij werd vooruitlopend op toekomstige positieve gevolgen van maatregelen voor beschermende natuurgebieden alvast toestemming verleend voor plannen en projecten met mogelijke schadelijke gevolgen voor die beschermde natuurgebieden. Hierdoor was het mogelijk dat de stikstofdepositie verder toenam, terwijl het programma juist was bedoeld om de stikstofdepositie te verminderen. Door de uitspraak van de Raad van State mag het programma niet meer worden gebruikt als onderbouwing voor de stikstofdepositie. De provincies zijn het bevoegde gezag voor de Wet Natuurbescherming en de PAS-systematiek was een uitwerking van de Wet Natuurbescherming. Doordat provincies geen vergunningen meer kunnen verlenen (op basis van de PAS), heeft dit indirect gevolgen voor de uitvoerbaarheid van initiatieven waarvoor een omgevingsvergunning is of wordt verleend door gemeenten. Deze initiatieven liggen stil tot er een vergunning voor de Wet Natuurbescherming is verleend of duidelijk is dat er geen vergunning nodig is.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

8

Lelystad heeft als voordeel dat in de provincie Flevoland geen stikstofgevoelige gebieden liggen. Door deze gunstige ligging is er minder snel sprake van een knelpunt ten opzichte van gemeenten die dichter bij stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden liggen. Voor vergunningsaanvragen voor kleine verbouwingen, zoals een dakkapel, verandert er niets. Voor grotere bouwwerken, waarbij op voorhand een stikstofuitstoot niet is uitgesloten, zal aanvullende informatie over de neerslag van stikstof aangeleverd moeten worden. PFAS PFAS is een verzamelnaam voor meer dan 6.000 verschillende poly- en perfluoralkylstoffen. Deze stoffen kunnen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen en vervuilend zijn voor het milieu. Sinds juli 2019 gelden tijdelijke regels voor de hoeveelheden PFAS in de grond. Deze regels beschermen mens en milieu en zorgen ervoor dat bouwprojecten door kunnen gaan. In het najaar van 2020 verwacht de Rijksoverheid nieuwe normen vast te stellen. Het kabinet heeft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) opdracht gegeven om te onderzoeken hoeveel van een bepaalde stof in de natuur en landbouw voorkomt. Dit heet een achtergrondwaarde. Ook voor de waterbodem komt er een soortgelijke landelijke achtergrondwaarde. Rijkswaterstaat werkt hieraan samen met het RIVM en het kennisinstituut Deltares. Sinds 29 november 2019 is een ruimere norm van kracht.

Hierdoor krijgen bedrijven meer ruimte voor het verplaatsen van grond, zonder dat de gezondheid of het milieu in gevaar komt. Lelystad heeft de geplande werkzaamheden getoetst aan de mogelijkheden die overbleven om grondwerk uit te voeren. Door grond in projecten nog meer dan anders her te gebruiken (gesloten grondbalans) kon in vrijwel alle projecten doorgewerkt worden. Hierdoor viel de financiële schade voor de gemeente uiteindelijk mee. De extra kosten als gevolg van PFAS bedragen voor de gemeente Lelystad circa € 50.000,-. Meer dan de helft van dit bedrag is uitgegeven aan onderzoek naar de aanwezigheid van PFAS in de bodem. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kan de bodemkwaliteitskaart zo snel mogelijk worden aangepast. Energietransitie Uiterlijk in 2050 moet in heel Nederland iedereen af van het aardgas. Dit is in het Klimaatakkoord besloten. Lelystad is daarom nu alvast begonnen met een inventarisatie van alle woonwijken in Lelystad die van het aardgas af moeten, zodat straks gefaseerd en in de juiste volgorde een energietransitie zal plaatsvinden in alle wijken. In 2021 zal de gemeenteraad naar verwachting een transitievisie warmte vaststellen. Het doel van de transitievisie warmte is om een realistisch tijdspad vast te stellen waarop wijken van het aardgas af gaan.

Voor wijken die snel van het aardgas afgaan wordt vastgelegd welk alternatief voor aardgas waarschijnlijk gebruikt gaat worden. Het gaat hier om een voorlopige keuze. De definitieve keuze voor de aardgasvrije infrastructuur wordt namelijk op een later moment vastgelegd in een zogenoemd wijkuitvoeringsplan.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

9

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

10

2.2 Nieuwe lokale ontwikkelingen

Lelystad is in ontwikkeling, dit heeft gevolgen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hieronder de belangrijkste nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de VTH-taken. Nieuwe projecten Zowel op het gebied van wonen, werken, recreëren en leren wordt flink aan de weg getimmerd. Woningbouw Op tal van locaties binnen Lelystad worden woningen gebouwd, zoals de ontwikkeling van Parkwijk en de verdere ontwikkeling van Bataviahaven en Warande. Daarnaast wordt er op diverse inbreidingslocaties gebouwd, zoals in de wijken Schoener, Kempenaar en Griend. Tenslotte is een samenwerking met Centrada aangegaan om te voorzien in huisvesting voor speciale doelgroepen, bestaande uit ongeveer 300 appartementen in het gebied Campus Midden en ongeveer 150 tijdelijke wooneenheden in het gebied Campus Zuid. Daarnaast bestaat het plan om in het gebied Campus Zuid een short-stay accommodatie te realiseren voor EU-werkers. Deze accommodatie zal door een nog te selecteren marktpartij worden gerealiseerd en beheerd. Bedrijvigheid Qua bedrijvigheid is zowel Flevokusthaven als Lelystad Airport Businesspark volop in ontwikkeling. De overslaghaven Flevokust Haven ligt ten noorden van Lelystad. Deze multimodale binnenhaven kent een buitendijkse overslagkade en een binnendijks havengerelateerd industrieterrein.

Het buitendijkse deel omvat maximaal 10 hectare, en is in eigendom van provincie Flevoland. De provincie verpacht deze grond. Het binnendijkse deel wordt uitgegeven door de gemeente Lelystad en omvat maximaal 43 hectare tot 2030 met verdere uitbreidingsmogelijkheden op langere termijn. Beide delen zijn in 2018 operationeel geworden. Een van de nieuwe ontwikkelingen is de komst van een groot datacentrum op Flevokust Haven. Flevokust is aangemerkt als belangrijke economische ontwikkellocatie. Stadstoezicht houdt toezicht op deze nieuwe locatie, in samenwerking met de havenmeester, en ondersteunt bij het verlenen van vergunningen op grond van de Havenbeheersverordening Flevokust Haven 2018. Deze werkzaamheden zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma, zodat de benodigde capaciteit is geborgd. Lelystad Airport Businesspark (LAB) maakt eveneens een grote groei door. Een grote nieuwe ontwikkeling is de komst van het distributiecentrum van Inditex op LAB. De verwachting is dat dit een aantrekkende werking zal hebben op andere bedrijven. Recreatie Op het gebied van recreatie springen de Markerwadden in het oog, waar een bezoekerscentrum zal worden gerealiseerd. Mogelijk dat in de toekomst de Markerwadden zullen worden uitgebreid met een aantal nieuwe eilanden.

Bij de Houtribdijk wordt momenteel een watersportstrand gerealiseerd, met unieke mogelijkheden voor watersporters zoals kitesurfers, windsurfers en kanoërs om het Markermeer op te gaan. In dat plan is voorzien in een horecavoorziening. Nabij de A6 staat de bouw van een nieuw hotel gepland. Campus Inmiddels is gestart met de bouw van de nieuwe campus ‘Porteum’, waarbij drie scholen opgaan in één campus. Het doel is dat met ingang van schooljaar 2021-2022 de campus in gebruik kan worden genomen. Het spreekt voor zich dat dit een flink project is, waarbij het team WB zorgt voor het toezicht op de bouwwerkzaamheden.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

11

Nieuwe manier van afvalinzameling De manier waarop huishoudelijk afval wordt ingezameld wordt in Lelystad per buurt gewijzigd. Per buurt is via een enquête gekozen voor de manier waarop het restafval wordt ingezameld. Er zijn buurten die gekozen hebben voor 4 minicontainers aan huis, waarbij de restafvalbak eens per 4 weken geleegd gaat worden. En er zijn buurten met 3 minicontainers voor grondstoffen aan huis en een ondergrondse containers voor restafval in de buurt. Het nieuwe inzamelen zal stapsgewijs per buurt worden ingevoerd. Om te zorgen dat de invoering van het nieuwe inzamelen goed verloopt zal het toezicht hierop moeten worden afgestemd. Het is belangrijk om vanaf het begin te zorgen dat de inwoners het afval conform de nieuwe regels aanbieden. Middels de Afvalstoffenheffing zijn de financiële middelen beschikbaar voor het toezicht en handhaving op de Afvalstoffenverordening.

2.3 Bestuurlijke prioriteiten

In het Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving Fysieke Leefomgeving 2019-2023 is een risicoanalyse opgenomen. Deze risicoanalyse vormt het uitgangspunt voor de prioritering van de werkzaamheden. Aanvullend hierop wordt bij de prioritering ook rekening gehouden met de bestuurlijke prioriteiten, zoals opgenomen in het coalitieakkoord en in het Integraal Veiligheidsplan (IVP) en het Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid 2018-2020. Omgevingswet De invoering van de Omgevingswet heeft de komende jaren bestuurlijke prioriteit. Zoals onder 2.1 is aangegeven brengt de invoering van de Omgevingswet grote veranderingen met zich mee. Om deze ontwikkeling in goede banen te leiden is van belang dat organisatiebreed de benodigde capaciteit en middelen hiervoor beschikbaar zijn en dat er een gedeeld gevoel van urgentie is om de noodzakelijke stappen te zetten om te komen tot een succesvolle implementatie. Naast focus op de eigen organisatie is een verdere intensivering van de samenwerking met ketenpartners en andere overheden van belang. Daarnaast dient de participatie met initiatiefnemers en omwonenden verder vorm te krijgen. Ondermijning De rol van het team Stadstoezicht op het gebied van het tegengaan van ondermijnende criminaliteit is de laatste jaren gegroeid.

Dit komt omdat de bevoegdheden van burgemeesters om bestuursrechtelijk op te treden tegen ondermijning aanzienlijk zijn toegenomen. Voorheen was het tegengaan van criminaliteit voorbehouden aan politie en justitie, terwijl voor een effectief overheidsoptreden nu ook bestuursrechtelijke instrumenten kunnen worden ingezet. De aandacht en mogelijkheden voor het tegengaan van ondermijnende criminaliteit zijn aanzienlijk toegenomen. De instrumenten die worden ingezet zijn onder meer het uitvoeren van een BIBOB-toets bij horecavergunningen, het sluiten van drugspanden op grond van de Opiumwet, en het opleggen van bestuursrechtelijke maatregelen tegen straatdealers en inbrekers op grond van de APV. De inzet van de instrumenten wordt afgestemd met de politie, het team Veiligheid en het RIEC (Regionaal Informatie en Expertise Centrum). Ook vindt overleg met het team Veiligheid plaats om te zorgen dat de taken die voor Stadstoezicht voortvloeien uit het Uitvoeringsplan Integrale Veiligheid worden geborgd in het VTHUP. Omdat deze groei aan taken niet gepaard ging met een groei aan capaciteit gaf dit een druk op de uitvoering van de overige VTH-taken. Om deze taken op het gebied van ondermijning uit te kunnen blijven voeren is met ingang van 2020 structureel extra capaciteit beschikbaar gesteld voor het team Stadstoezicht.

Met de uitbreiding van de handhavingscapaciteit is voldoende capaciteit beschikbaar om de werkzaamheden op het gebied van ondermijning uit te voeren. In 2020 krijgen toezichthouders een aanvullende opleiding op het gebied van mensenhandel/prostitutie, om zo signalen van bijvoorbeeld

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

12

uitbuiting en dwang te kunnen herkennen. In samenwerking met de politie zullen de controles op het gebied van mensenhandel en prostitutie voor 2020-2021 worden ingepland en uitgevoerd. Daarnaast wordt in 2020-2021 extra aandacht besteed aan het Digitaal Opkopers Register (DOR) en het Digitaal Opkopers Loket (DOL). Via het DOR/DOL moeten winkeliers en handelaren in tweedehandsgoederen deze goederen registreren om heling tegen te gaan. Door middel van extra controles zal worden geborgd dat de registratie van tweedehands goederen correct plaatsvindt. Kamerverhuur Binnen de gemeente Lelystad is een omgevingsvergunning nodig om een woning te mogen gebruiken voor kamerverhuur of om een woning te splitsen. Er zijn ruim 250 vergunningen voor kamerverhuur en woningsplitsing verleend, waarvan ongeveer 140 voor kamerverhuurpanden. De kamerverhuurpanden waarvoor een vergunning is verleend zijn de legale kamerverhuurpanden. Op de legale kamerverhuurpanden vindt periodiek controle plaats, om na te gaan of het pand conform de vergunning wordt gebruikt en of wordt voldaan aan de brandveiligheidseisen. Er zijn ook kamerverhuurpanden aanwezig waarvoor geen vergunning is verleend. Dit zijn de illegale kamerverhuurpanden. Vanwege een toename in het aantal panden waarin illegale kamerhuur plaatsvindt zijn in 2018 en in 2019 projectmatig illegale kamerverhuurpanden aangepakt.

Binnen dit project is handhavend opgetreden tegen een groot aantal illegale kamerverhuurpanden. Omdat er nog steeds sprake is van een groot aantal te onderzoeken adressen wordt de extra inzet op illegale kamerverhuur in 2020 en in 2021 voortgezet. Zodra een beheersniveau is bereikt zullen deze werkzaamheden in het VTHUP worden opgenomen als onderdeel van de reguliere werkzaamheden. Het toezicht op het gebied van kamerverhuur is een arbeidsintensieve taak. Bij signalen van illegale kamerverhuur wordt een dossieronderzoek gestart en wordt op locatie vastgesteld of sprake is van kamerverhuur. Wordt er geconstateerd dat er illegale kamerverhuur plaatsvindt dan wordt handhavend opgetreden en dient de kamerverhuur te worden beëindigd. Tijdens de uitvoering van de controles wordt ook gekeken naar signalen die duiden op andere overtredingen, zoals woonfraude, prostitutie en mensenhandel. Bij panden waar in het verleden illegale kamerverhuur heeft plaatsgevonden worden hercontroles uitgevoerd om te voorkomen dat panden opnieuw voor kamerverhuur worden gebruikt. Naast toezicht en handhaving ten aanzien van illegale kamerverhuur wordt ook actief opgetreden tegen situaties waarin sprake is van illegale woningsplitsing. Het splitsen van woningen zorgt ook voor extra druk en overlast voor de directe omgeving.

Sinds 3 april 2019 worden geen nieuwe omgevingsvergunningen voor kamerverhuur en woningsplitsing verleend. Dit beleid om geen nieuwe kamerverhuurpanden en woningsplitsingen toe te staan binnen Lelystad is vastgesteld met het oog op de leefbaarheid van de woonwijken. Voorkomen moet worden dat de druk op de leefbaarheid van woonwijken vanwege kamerverhuur en woningsplitsingen verder onder druk komt te staan. Daarnaast worden in samenwerking met Centrada plannen ontwikkeld om in het gebied Campus Midden de komende jaren ongeveer 300 appartementen te bouwen om zo te voorzien in kleine en betaalbare huisvesting. Om te voorzien in de woonbehoefte van arbeidsmigranten worden plannen ontwikkeld voor een short-stay accommodatie in het gebied Campus Zuid.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

13

2.4 Organisatieontwikkelingen

De volgende ontwikkelingen in onze organisatie hebben gevolgen voor onze manier van werken: Samenvoeging Werkbedrijf In juli 2018 zijn de toezichthouders van Stadstoezicht en de toezichthouders van het Werkbedrijf samengevoegd tot één team. Sinds oktober 2018 wordt vanuit één locatie gewerkt, de Wigstraat, en is gekozen voor eenduidige nieuwe dienstkleding en dienstauto’s. De werkzaamheden en de werkwijze van de twee vroegere teams zijn op elkaar afgestemd. Er is sprake van een nieuwe wijkverdeling en een nieuwe taakverdeling. De toezichthouders werken in koppels. Er wordt actief toezicht gehouden in de wijken. Door met burgers en ondernemers in gesprek te gaan over wat wel en niet is toegestaan, neemt de gemeente een proactieve houding aan en wijst de burgers en ondernemers op hun eigen verantwoordelijkheid en spreekt hen daar zo nodig op aan. Er wordt gebiedsgericht gewerkt. Lelystad is verdeeld in vier wijken en iedere wijk heeft twee boa’s die aanspreekpunt zijn voor de betreffende wijk. Tevens zijn de werktijden gewijzigd. Er is onder meer een vroege dienst ingevoerd. Daarnaast is sprake van een wekelijkse briefing met alle boa’s en toezichthouders, waarbij ook de politie aanwezig is. Waar nodig vindt de handhaving in samenwerking met de politie, brandweer of andere partners plaats.

Voor de professionalisering/teambuilding hebben alle boa’s en toezichthouders een driedaagse training “gastvrijheid en handhaving” gevolgd. In 2020 zal de samenvoeging van de toezichthouders tot één team verder vorm krijgen. Adresonderzoek In de Basisregistratie Personen (BRP) registreert de gemeente de persoonsgegevens van haar inwoners. Veel overheidsinstanties en andere organisaties gaan uit van de in de BRP geregistreerde persoonsgegevens. Het is daarom belangrijk dat de gegevens in de BRP correct zijn. Deze systeemverantwoordelijkheid ligt bij de gemeente, primair bij het team Stadswinkel. Naar aanleiding van signalen over een onjuiste inschrijving vindt een adresonderzoek plaats. De signalen kunnen van andere overheden en organisaties komen (via de Landelijke Aanpak Adreskwaliteit), maar ook van inwoners zelf. Het adresonderzoek bestaat uit een administratief onderzoek en indien nodig uit een onderzoek ter plaatse. Deze huisbezoeken zijn arbeidsintensief en vereisen specifieke competenties van de toezichthouders. Momenteel wordt onderzocht hoe deze werkzaamheden structureel geborgd kunnen worden binnen de gemeentelijke organisatie. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden voor samenwerking met de toezichthouders van het team Stadstoezicht en met de toezichthouders van het team Werk, Inkomen en Zorg.

Vanuit Stadstoezicht zou bijvoorbeeld adresonderzoek kunnen worden uitgevoerd als onderdeel van de controles op illegale en legale kamerverhuurpanden. Daarnaast wordt in samenwerking met de politie ook gekeken naar mogelijkheden om thematische controles op het gebied van adresonderzoek uit te voeren. Een eerste project dat momenteel op dit gebied in beeld is betreft het onderzoeken van zogenoemde ‘spookwoningen’. Er zijn een groot aantal woningen waar al langere tijd geen bewoners zijn geregistreerd. Het is van belang om deze adressen te onderzoeken, omdat het feit dat geen bewoners staan ingeschreven een signaal kan zijn van (woon)fraude, uitbuiting of andere vormen van criminaliteit. Vooruitlopend op de te maken werkafspraken is binnen het team Stadstoezicht voor 2020 alvast capaciteit gereserveerd om de samenwerking op het gebied van adresonderzoek verder vorm te kunnen geven. Bij het definitief vaststellen van de werkafspraken en de verwachte inzet van Stadstoezicht op het gebied van adresonderzoek zal de structurele inzet (financieel) moeten worden geborgd.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

14

Herinrichting Key2Vergunningen en invoering Djuma In 2020 vinden er ingrijpende ICT-wijzigingen plaats. Zo wordt de vakapplicatie Key2Vergunningen vernieuwd. Het betreft niet alleen een (technische) update van het systeem, maar zorgt ook voor een herinrichting van de processen. Dit biedt een goede mogelijkheid om verbeteringen in het werkproces door te voeren, maar vraagt tegelijkertijd een flinke tijdsinvestering. De teams Stadstoezicht en Wabo en Bestemmingsplannen zullen daarnaast in 2020 overstappen op het postregistratiesysteem Djuma. Ook voor deze applicatie geldt dat deze voor de toekomst veel voordelen met zich mee zal brengen ten opzichte van het huidige systeem, maar dat de implementatie ervan zal de nodige tijd kosten. Krappere arbeidsmarkt Het werkloosheidscijfer in Flevoland is ongekend laag. Dit is uiteraard een positief gegeven. Wel is het neveneffect hiervan dat vacatures langer open staan en moeilijker zijn in te vullen met vaste medewerkers. Net als veel andere organisaties hebben wij hier mee te maken. Het niet direct kunnen invullen van openstaande vacatures en leerwerkplekken brengt extra druk op de uitvoering van de werkzaamheden met zich mee en kan ertoe leiden dat het uitvoeringsprogramma niet volledig kan worden uitgevoerd.

Als wij dit signaleren zal in overleg met het bestuur nadere afspraken worden gemaakt ten aanzien van de uitvoering van de werkzaamheden.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

15

3. Uitvoeringsprogramma 3.1 Inventarisatie beschikbare capaciteit Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma is inzichtelijk inzichtelijk gemaakt hoeveel capaciteit naar verwachting feitelijk beschikbaar is voor de uitvoering van de VTH-werkzaamheden. Het gaat hier om de direct productieve uren die beschikbaar zijn voor de VTH-taken. De beschikbare capaciteit is vastgesteld per team, onderverdeeld in werkvelden. Het team WB bestaat voor de VTH-taken uit de werkvelden: Omgevingsvergunningen; Bouwtoezicht; en Juridisch. Het team STT bestaat voor de VTH-taken uit de werkvelden: Veiligheidsvergunningen; Inspecteurs; Handhaving/BOA; en Juridisch. Binnen de werkvelden van Stadstoezicht zijn enkele wijzigingen gekomen ten opzichte van 2019. Binnen het werkveld Veiligheidsvergunningen valt nu de handhaving van de Wet kinderopvang (voorheen werkveld Juridisch), de onderzoeken in het kader van de Wet BIBOB (voorheen deels werkveld Juridisch) en het toezicht op evenementen (voorheen werkveld Inspecteurs).

3.2 Inventarisatie benodigde capaciteit Bij het opstellen van het uitvoeringsprogramma is mede aan de hand van de omgevingsanalyse een inventarisatie gemaakt van de uit te voeren werkzaamheden. De werkzaamheden zijn onderverdeeld in twee categorieën: reguliere taken en projecten. De reguliere taken zijn jaarlijks terugkerende werkzaamheden. De projecten hebben een incidenteel karakter en kennen een begin en een einde. Met betrekking tot de werkzaamheden is een inschatting gemaakt van het aantal verwachte producten (aanvragen, meldingen, controles, procedures etc). Deze aantallen zijn vermeerderd met de verwachte gemiddelde tijdsbesteding per product. Deze kengetallen zijn zo mogelijk vastgesteld op basis van de gegevens van voorgaande jaren. Uit deze berekening volgt de verwachte benodigde capaciteit om de VTH-werkzaamheden uit te kunnen voeren. Deze werkzaamheden zijn uitgesplitst voor de teams Wabo en Bestemmingsplannen en voor Stadstoezicht: Uitgangssituatie WABO EN BESTEMMINGSPLANNEN

Beschikbaar voor VTH

Benodigd voor VTH

Verschil tov beschikbaar

OMGEVINGSVERGUNNINGEN

7,46

7,61

-0,15

BOUWTOEZICHT

5,21

5,83

-0,62

JURIDISCH

1,17

1,20

-0,03

TOTAAL

13,83

14,64

-0,80

STADSTOEZICHT

Beschikbaar voor VTH

Benodigd voor VTH

Verschil tov beschikbaar

VEILIGHEIDSVERGUNNINGEN

4,70

4,75

-0,06

INSPECTEURS

4,53

5,38

-0,85

HANDHAVING/BOA

11,70

11,90

-0,20

JURIDISCH

5,70

6,05

-0,35

TOTAAL

26,63

28,09

-1,46

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

16

3.3 Keuzes ten aanzien van inzet capaciteit

Zoals hiervoor blijkt is de capaciteit die benodigd is om de werkzaamheden volledig uit te voeren minder dan de beschikbare capaciteit. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden met betrekking tot de inzet van de capaciteit en/of de uitvoering van de taken. Team WB Voor het team WB geldt dat de beschikbare en benodigde capaciteit om de VTH-taken uit te voeren vrijwel in balans zijn, met uitzondering van het werkveld Bouwtoezicht. Hierbij zijn een aantal kanttekeningen te maken. Ten eerste zijn de werkzaamheden sterk vraaggestuurd. Het aantal klantvragen bepaalt de hoeveelheid werk. Vooraf valt niet exact in te schatten hoeveel aanvragen er zullen worden ingediend. Ook is vooraf niet duidelijk wanneer na vergunningverlening daadwerkelijk met de bouw wordt gestart. Hierdoor is bij deze werkzaamheden van belang om de aantallen tussentijds goed te monitoren, zodat snel kan worden bijgestuurd bij pieken. Een verhoging van het aantal aanvragen en de daarbij gepaard gaande extra werkzaamheden kunnen worden opgevangen door tijdelijke inhuur, waarvoor financiële ruimte gereserveerd is. Ten tweede valt niet uit te sluiten dat de implementatie van de Omgevingswet meer tijd zal kosten dan voorzien. Het staat vast dat de Omgevingswet grote gevolgen zal hebben voor de gehele organisatie, en bij uitstek voor het team Wabo en Bestemminsplannen.

Bij het bepalen van de beschikbare capaciteit is rekening gehouden met de tijd die naar verwachting nodig is voor de implementatie, maar de praktijk zal moeten uitwijzen of dat volstaat. Ook hiervoor geldt dat tussentijdse monitoring en bijsturing zal moeten zorgen dat alle noodzakelijke stappen voor de invoering van de Omgevingswet kunnen worden gezet en dat gelijktijdig nieuwe aanvragen voor omgevingsvergunningen kwalitatief naar behoren kunnen worden behandeld. Team Stadstoezicht Voor het team Stadstoezicht geldt dat de werkzaamheden op het gebied van ondermijning met ingang van 2020 structureel zijn geborgd door middel van een capaciteitsuitbreiding voor de werkvelden Toezicht en Juridisch. Dit brengt met zich mee dat in de uitgangssituatie in tegenstelling tot vorig jaar slechts sprake is van een licht capaciteitstekort binnen het team Stadstoezicht. Dit is een positieve ontwikkeling. Het capaciteitstekort wordt vrijwel volledig ondervangen middels riscogestuurd werken. In het VTHbeleidsplan zijn de uitgangspunten voor de inzet van de capaciteit opgenomen. Zoals aangegeven is een belangrijk uitgangspunt dat risicogestuurd wordt gewerkt Dit betekent volledige inzet (op details en hoofdlijnen) bij werkzaamheden met prioriteit hoog, gemiddelde inzet (op hoofdlijnen) bij werkzaamheden met prioriteit middel en minimale inzet bij werkzaamheden met prioriteit laag.

Bij werkzaamheden met een lage prioriteit vindt er geen actief toezicht en handhaving plaats. Om incidenteel inzet te kunnen plegen op zaken met een lage prioriteit zijn deze werkzaamheden voor 20% meegenomen in de berekening van de capaciteit. Als gevolg hiervan komt de capaciteit voor het werkveld Juristen nagenoeg in balans met de geplande werkzaamheden. Voor het werkveld Toezicht blijft sprake van een licht capaciteitstekort. Dit tekort bij het werkveld Toezicht kan worden opgevangen door tijdelijke inhuur. Hiervoor is financiële ruimte gereserveerd.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

17

Uit het voorgaande blijkt zodoende dat met risicogestuurd werken de beschikbare en benodigde capaciteit nagenoeg in balans zijn. Hiermee zijn de randvoorwaarden voor het kunnen uitvoeren van de werkzaamheden aanwezig. Ook hier is een kanttekening op zijn plaats. Gelet op de krappe arbeidsmarkt is het niet eenvoudig om gekwalificeerde medewerkers aan te trekken voor de openstaande functies. Het risico bestaat dat vanwege het niet (direct) kunnen invullen van vacatures het uitvoeringsprogramma tussentijds zal moeten worden bijgesteld.

3.4 Uitwerking capaciteit Gelet op de hierboven genoemde keuzes met betrekking tot de inzet en verdeling van de capaciteit hebben wij vastgesteld welke capaciteit benodigd is om de werkzaamheden uit te voeren na de keuzes met betrekking tot de inzet van de capaciteit zoals hierboven aangegeven: Vaststelling capaciteit na keuzes WABO EN BESTEMMINGSPLANNEN

Beschikbaar voor VTH

Benodigd voor VTH

Verschil tov beschikbaar

OMGEVINGSVERGUNNINGEN

7,46

7,61

-0,15

BOUWTOEZICHT

5,21

5,83

-0,62

JURIDISCH

1,17

1,20

-0,03

TOTAAL

13,83

14,64

-0,80

Bij het team WB zijn geen wijzigingen ten opzichte van de uitgangssituatie. Bij de verwachte aantallen is sprake van een capaciteitstekort bij met name het werkveld Bouwtoezicht. Dit tekort zal indien nodig worden opgevangen middels tijdelijke inhuur. Hiervoor zijn financiële middelen gereserveerd. STADSTOEZICHT

Beschikbaar voor VTH

Benodigd voor VTH

Verschil tov beschikbaar

VEILIGHEIDSVERGUNNINGEN

4,70

4,75

-0,06

INSPECTEURS

4,53

4,90

-0,36

HANDHAVING/BOA

11,70

11,90

-0,20

JURIDISCH

5,70

5,70

0,00

TOTAAL

26,63

27,25

-0,62

Hierbij zijn de volgende wijzigingen ten opzichte van de uitgangssituatie doorgevoerd: risicogestuurd werken. Dit zorgt voor een vermindering van de benodigde capaciteit voor de werkvelden Inspecteurs en Juridisch. Bij het werkveld Inspecteurs blijft bij de verwachte aantallen een tekort van 0,36 fte. Door middel van tussentijdse monitoring zal worden gekeken of de verwachte aantallen zich voordoen zodat tijdig kan worden bijgestuurd, bijvoorbeeld middels tijdelijke inhuur van extra toezichthoudende capaciteit. Om dit tekort op te vangen is financiële ruimte gereserveerd.

VTHUP 2020-2021

Versie 2.1 – maart 2020

18

3.5 Inzet capaciteit uitgesplitst per productblad In bijlage 1 is per productblad specifiek aangegeven wat de inzet zal zijn in 2020. De geplande inzet van de capaciteit is als volgt verdeeld over de verschillende producten:

Inzet capaciteit in uren 12.000 8.000 4.000

Technisch

Product Omgevingsvergunningen Omgevingsvergunningen - toezicht Handhaving Wabo en Bouwbesluit Toezicht op brandveilig gebruik bouwwerken Slopen Evenementen Horeca en winkels APV Ondermijning/bijzondere wetten Wet kinderopvang Flevokust Haven Handhaving afval/milieu Handhaving hondenoverlast Handhaving parkeren Handhaving openbare ruimte overig Projecten

VTHUP 2020-2021

Projecten

Handhaving openbare ruimte overig

Handhaving parkeren

Handhaving hondenoverlast

Handhaving afval/milieu

Flevokust Haven

Wet kinderopvang

Ondermijning/bijzonder...

APV

Horeca en winkels

Evenementen

Slopen

Toezicht op brandveilig gebruik bouwwerken

Handhaving Wabo en Bouwbesluit

Omgevingsvergunningen - toezicht

Omgevingsvergunningen

0

Juridisch

Technisch 9.514 7.283 946 125 200 2.747 2.767 328 2.368 0 375 5.000 1.374 7.716 1.700 2.202

Versie 2.1 – maart 2020

Juridisch 1.500 992 212 120 450 184 3.046 700 0 100 100 380 260 1.852

Totaal 11.014 7.283 1.938 337 200 2.867 3.217 512 5.414 700 375 5.100 1.474 8.096 1.960 4.054 54.541

19

3.6 Begroting

De begroting voor 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad. Hiermee is de benodigde materiële en personele capaciteit voor vergunningen, toezicht en handhaving financieel gedekt. Onder materiële capaciteit verstaan we onder andere de budgetten voor het uitvoeren van projecten en inhuurkosten, onderhoudskosten voor applicaties, proceskosten, dienstkleding, slotenmakers, bergingsbedrijven, kosten voor datacommunicatie en vervoersmiddelen. Voor de uitvoering van de VTH-taken is hiervoor een budget beschikbaar van € 394.000,-. Daarnaast zijn de bijdragen aan de OFGV voor de uitvoering van de milieutaken en aan de Brandweer voor de uitvoering van de brandveiligheidstaken opgenomen, de inhuur van de GGD voor de controles in het kader van de wet Kinderopvang, de kosten voor Stichting Evenementen Coördinatie Lelystad en de extra middelen die door de Raad beschikbaar gesteld zijn gedurende een bepaalde periode in verband met toegenomen werkdrukte bij - het toezicht op - omgevingsvergunningen. In totaal is hiervoor een budget beschikbaar van ruim € 2,48 miljoen. De beschikbare budgetten zijn naar verwachting voldoende dekkend. Met betrekking tot de kosten voor de uitvoering van de milieutaken door de OFGV en de controles in het kader van de wet Kinderopvang vindt een afrekening plaats op basis van de daadwerkelijk uitgevoerde controles.

Eventuele tekorten – zowel voor de uitvoering van de VTH-taken als de bijdragen aan de ketenpartners – worden gedekt uit het rekeningsaldo.

Beschikbaar en benodigd voor VTH 2020

Overige budgetten OFGV - milieutaken Brandweer - brandveiligheidstaken GGD - controles kinderopvang Stichting Evenementen Coördinatie Lelystad Omgevingsvergunningen en toezicht nieuwbouw - extra... 0 Beschikbaar

VTHUP 2020-2021

300.000

600.000

900.000

1.200.000

Benodigd

Versie 2.1 – maart 2020

20

3.7 Systemen en processen

De PDCA-cyclus beschrijft de stap monitoring als volgt: De organisatie monitort met behulp van geautomatiseerde systemen de resultaten en de voortgang van de uitvoering van het beleid en het uitvoeringsprogramma. De monitoringsresultaten worden gebruikt voor bijsturing van de operationele cyclus en voor input op de beleidsevaluatie. Voor de uitvoering van de reguliere taken en projecten wordt gebruik gemaakt van de geautomatiseerde systemen BySpy en Key2Vergunningen. BySpy is een systeem voor snelle en adequate verwerking van bekeuringen, overtredingen en waarschuwingen. Key2Vergunningen is een systeem voor de verwerking van informatie over vergunningen, toezicht en handhaving. Voor de verwerking van meldingen met betrekking tot milieuregels, hondenregels, handhaving openbare ruimte, parkeren etc. wordt gebruik gemaakt van het systeem Melddesk. Middels werkwijzen, protocollen en checklists voeren we ons jaarlijkse programma uit. Deze zijn verankerd in de systemen Key2Vergunningen en BySpy. Momenteel wordt gewerkt aan een actualisering van Key2Vergunningen, waarbij een nieuwe basisset wordt geïmplementeerd. Daarbij worden de bestaande processen herzien en vastgelegd.

3.8 Overige randvoorwaarden

In de begroting zijn naast de personele kosten tevens de financiële middelen opgenomen die nodig zijn voor de ondersteuning bij de uitvoering van het werk, zoals beschermende kleding, telefoons en portofoons, vervoer, meetinstrumenten en apparatuur om monsters mee te nemen en verzekering. De betreffende meetinstrumenten worden periodiek gecontroleerd en geijkt. Bij de werkzaamheden wordt gezorgd dat de medewerkers regelmatig rouleren. Dit voorkomt een te hechte relatie tussen bijvoorbeeld een ondernemer en toezichthouder. Een roulatieschema kan bijdragen aan de objectiviteit van de handhaving. Omwille van een flexibele inzet - ook met oog op herkenbaarheid c.q. voorspelbaarheid - wordt voor sommige werkzaamheden een regionale samenwerking gezocht. Daarnaast vindt functiescheiding plaats van vergunningverlenende en handhavingstaken. Team Stadstoezicht is 24 uur bereikbaar voor klachten en calamiteitenmeldingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=a4b65e42-68b9-43c1-aba0-c7fc8798e01a