CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Verantwoording Verordening fysieke leefomgeving 2021

Raadsvergadering 22 juni 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 140. Verordening fysieke leefomgeving3.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verantwoording voor de Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 Versie maart 2021

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave ........................................................................................................................................2 1.

Inleiding ............................................................................................................................................3 De instrumenten...................................................................................................................................3 Het omgevingsplan ..............................................................................................................................3 Opbouwen van het omgevingsplan......................................................................................................4

2.

De verordening voor de fysieke leefomgeving .................................................................................5 Werkproces..........................................................................................................................................5 Relatie verordening fysieke leefomgeving en omgevingsplan .............................................................6

3.

Toelichting op verordeningen ...........................................................................................................7 Verordeningen welke meegenomen worden in de Verordening fysieke leefomgeving. ......................8 Algemene plaatselijke verordening ..................................................................................................8 Erfgoedverordening..........................................................................................................................9 Havenbeheersverordening Bataviahaven 2020 .............................................................................10 Havenbeheersverordening Flevokust Haven 2018 ........................................................................11 Rioolverordening ............................................................................................................................12 Verordeningen welke deels in het omgevingsplan terugkomen.........................................................13 Afvalstoffenverordening..................................................................................................................13 Algemene verordening ondergrondse infrastructuren ....................................................................14 Bouwverordening

...........................................................................................................................15 Marktverordening ...........................................................................................................................16 Parkeerverordening........................................................................................................................17 Wegsleepverordening ....................................................................................................................18

2

1. Inleiding

Op 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in werking. De Omgevingswet stelt dat, met het oog op duurzame ontwikkeling, samenhangende, doelmatige en vereenvoudigde regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving nodig zijn. Daartoe is een integrale benadering, waarin de diverse belangen in onderlinge samenhang worden beschouwd, essentieel. Onder het motto “ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit” richt de wet zich op een onderlinge samenhang, namelijk het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

De instrumenten Nagenoeg alle bestaande wet- en regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving gaat op in de Omgevingswet. De wet introduceert een nieuw stelsel van instrumenten die allemaal met elkaar zullen samenhangen. Voor de gemeenten zijn er diverse instrumenten ontwikkeld, waaronder;    

de omgevingsvisie; het programma; het omgevingsplan; en de omgevingsvergunning.

De omgevingsvisie biedt een samenhangend, strategisch plan over de leefomgeving. De visie richt zich op de fysieke leefomgeving als geheel, zodat het rekening houdt met alle ontwikkelingen die voor het gebied van belang zijn. Een programma bevat concrete maatregelen voor bescherming, beheer, gebruik en ontwikkeling van de leefomgeving. Met die maatregelen moeten omgevingswaarden of andere doelen voor de leefomgeving worden bereikt. Het omgevingsplan geeft regels weer met betrekking tot de fysieke leefomgeving.

Het omgevingsplan Vanaf 2029 moeten alle gemeenten hun omgevingsplan hebben vastgesteld. In het omgevingsplan komen de bestemmingsplannen en de relevante verordeningen. Onder de Omgevingswet verhuist tevens een aantal regels van het Rijk naar gemeenten en waterschappen. Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan of de waterschapsverordening komen. Dit wordt ook wel de 'bruidsschat' genoemd. Daarnaast zullen er ook regels op Rijksniveau en provinciaal niveau van invloed zijn op de inhoud van het omgevingsplan. De regels die vanuit het Rijk gelden, zijn te vinden in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het Bbl en Bal bevatten regels die voor iedereen gelden: burgers, bedrijven en de overheid. In het Bbl worden bijvoorbeeld algemene regels gesteld over de bouwtechnische eisen van een woning. Het Bkl bevat daarentegen instructieregels voor de gemeenten, provincies en waterschappen, waarmee de ruimte van lagere overheden voor maatwerk worden afgebakend. De decentrale overheden moeten zich houden aan de instructieregels, zoals opgesteld door de Rijksoverheid in het Bkl. De Provincie stelt tevens regels op voor de fysieke leefomgeving in de provinciale omgevingsverordening.

Hierin kan de provincie ook instructieregels opnemen richting de gemeenten. 3

Het omgevingsplan moet daarnaast verankerd zijn in de omgevingsvisie van de gemeente. Regels welke opgenomen worden in het omgevingsplan mogen niet afwijken van de ambities of doelen die er in de omgevingsvisie zijn opgenomen. Indien regels niet herleidbaar zijn tot de omgevingsvisie kan dit gevolgen hebben voor de handhaafbaarheid van de regels. Niet enkel de gemeente, maar ook de provincie en het Rijk stellen een omgevingsvisie op, waarmee er een getrapt systeem wordt opgezet van een globale visie tot aan de specifieke visie op lokaal niveau. Al deze visies kunnen invloed hebben op het omgevingsplan als geheel. Omgevingsvisie (gemeentelijke, provinciale, nationale) Besluit bouwwerken leefomgeving Besluit activiteiten leefomgeving Besluit kwaliteit leefomgeving

Omgevingsverordening

Omgevingsplan Met regels voor gebruik en beheer van de fysieke leefomgeving

Waterschapsverordening

Figuur 1: invloeden op het omgevingsplan.

Opbouwen van het omgevingsplan Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022 heeft iedere gemeente een omgevingsplan, welke dan bestaat uit de bestemmingsplannen en de bruidsschat, op grond van artikel 22.1 en 22.2 van de Omgevingswet, artikel 4.6 van de Invoeringswet Omgevingswet en artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet. Dit betekent dat de gemeente tijdens de implementatieperiode tot 1 januari 2029 de tijd heeft om zijn omgevingsplan in te richten, waarbij de regels vanuit de gemeentelijke verordeningen met betrekking tot de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan worden opgenomen.

Figuur 2: transitieproces omgevingsplan vng

4

2. De verordening voor de fysieke leefomgeving

Gezien onder het regime van de Omgevingswet gemeenten groot belang hebben bij het goed inrichten van de juridische regels in het omgevingsplan is er naast het traject van de Pilot Boswijk een werkgroep aan de slag gegaan met de regelgeving vanuit verordeningen en beleidsregels binnen de gemeente. Hiermee is er actief gekeken naar de lokale regelgeving en de invloed die de Omgevingswet zal hebben op lokaal regels en beleid. Gedurende de werkzaamheden van de werkgroep is het opstellen van een verordening voor de fysieke leefomgeving opgekomen als wenselijk tussenproduct tussen het huidige stelsel van verschillende verordeningen en het toekomstige omgevingsplan. Hiermee komen veel regels voor de fysieke leefomgeving geactualiseerd en afgestemd samen in één verordening. Dit is een eerste stap om integraal te werken aan de regels in de fysieke leefomgeving om zo de duidelijkheid te bieden die de Omgevingswet beoogd.

Werkproces De werkzaamheden van de werkgroep wet- en regelgeving zijn te verdelen in drie fases, namelijk; het inventariseren van de relevante regelgeving, het casco vullen en het opstellen van de verordening voor de fysieke leefomgeving. Tijdens de eerste fase is er een inventarisatie gemaakt van de geldende lokale regelgeving, waarbij is afgewogen of regelingen onder het regime van de Omgevingswet vallen. Hierbij is er eerst een globale inventarisatie gemaakt van de verordeningen, beleid en nadere regels, waarbij deze verdeeld zijn door de beleidsmedewerkers en specialisten in drie categorieën. De drie categorieën zijn “moet mee”, “discussie” en “moet niet mee”. Om na te kunnen gaan of de regelingen in het omgevingsplan terecht komen geeft de VNG een stappenplan.

Figuur 3: VNG stappenplan

5

Vervolgens zijn de regelingen, welke onder de eerste en tweede categorieën vallen, op regelniveau gecontroleerd welke inhoud bieden voor het omgevingsplan. Op deze manier is er een lijst aangemaakt van regelingen en lijsten van de regels uit die regelingen, welke in het omgevingsplan zullen komen onder het regime van de Omgevingswet. In maart 2019 presenteerde de VNG “het Casco” voor het omgevingsplan. Het casco is een, door de VNG gemaakte, inhoudsopgave opzet waarmee er een duidelijke structuur wordt aangeboden voor de invullen van het omgevingsplan. Hierin worden in hoofdlijnen een hoofdstukindeling gegeven en een idee hoe de regels vorm krijgen op basis van deze structuur, waarmee het overzichtelijk wordt hoe omgegaan wordt met aanwijzingen, activiteiten en de monitoringsverplichtingen binnen het territorium van de gemeente. Volgend op de publicatie van het casco is er gestart met het samenbrengen van de regels vanuit de verordeningen in een structuur vergelijkbaar met het casco van de VNG. In het loop van 2019 werd het duidelijk dat het wenselijk was om een tussenstap te introduceren in de ontwikkeling van het omgevingsplan. Daarom is begonnen met het samenbrengen van de verschillende verordeningen in een verordening voor de fysieke leefomgeving.

Relatie verordening fysieke leefomgeving en omgevingsplan Zoals eerder aangegeven is de verordening fysieke leefomgeving geen instrument van de Omgevingswet. Het is een tussenstap tussen het huidige systeem en het regime van de Omgevingswet. Daarmee is de Verordening fysieke leefomgeving gehouden het huidige systeem aan te houden en is het geen vervanging of voorganger van het integraal opgestelde omgevingsplan van de Omgevingswet. De Verordening fysieke leefomgeving is geen instrument van de Omgevingswet, waardoor de Verordening fysieke leefomgeving ook in de implementatieperiode opgenomen zal moeten worden in het omgevingsplan. Desalniettemin heeft het opstellen van de Verordening fysieke leefomgeving waarde voor de introductie van het nieuwe regime. Door het introduceren van een Verordening fysieke leefomgeving kan regelgeving vanuit de verordeningen, welke in het omgevingsplan zullen komen, worden afgestemd en gelijkgesteld. Hierdoor kan meteen voor de implementatieperiode duidelijkheid worden geboden van de naderende veranderingen. Dit ondersteunt de gemeente in de ontwikkeling van het omgevingsplan, doordat er al tijdens het opstellen van de verordening fysieke leefomgeving integraal is nagedacht over de regelgeving samen met ketenpartners. Hiermee zullen de regels enkel aan de nieuwe systematiek van het omgevingsplan moeten worden aangepast.

Daarnaast wordt naar buiten toe aangegeven wat er in het omgevingsplan zal komen, waarmee burgers en bedrijven zich kunnen mengen in de ontwikkeling van het omgevingsplan in de komende jaren. Hoe willen mensen hun omgeving inrichten in het nieuwe systeem? Bij het opstellen van het omgevingsplan is het de verantwoordelijkheid van de gemeente om de mogelijkheid te geven participatie door derden mogelijk te maken. De Verordening fysieke leefomgeving geeft een kader voor burgers om mee te praten over regels in hun eigen buurt op verschillende terreinen.

6

3. Toelichting op verordeningen

Aan de hand van het stappenplan gesteld in figuur 3 is nagegaan welke verordeningen relevant zijn voor het omgevingsplan. Op basis van dit stappenplan is gekeken welke verordeningen geschikt zijn om op te nemen in de Verordening fysieke leefomgeving. Hierbij is gelet op de inhoud van de verordening en de connectie met de fysieke leefomgeving. Verordeningen welke enkel deels in het omgevingsplan terecht zullen komen, worden niet meegenomen in de Verordening fysieke leefomgeving. Het kan immers ook onwenselijk zijn de regels uit deze verordeningen over te hevelen naar de Verordening fysieke leefomgeving en uiteindelijk het omgevingsplan, omdat overheveling van bepaalde aanverwante regels in de verordeningen naar het omgevingsplan is uitgesloten. Het doel van de Omgevingswet van integratie en samenhang van beleid en regelgeving wordt dan juist doorkruist. Om deze reden kan ervoor worden gekozen om samenhangende (delen van stelsels) van regels niet ‘op te knippen’ maar zoveel mogelijk in een verordening te laten staan. Uitzondering op het voorgaande is de Algemene Plaatselijke Verordening, welke niet volledig opgaat in het omgevingsplan. Toch zal deze meegenomen worden in de Verordening fysieke leefomgeving, omdat de APV onder de Omgevingswet altijd al zou worden uitgekleed van verschillende onderwerpen welke tot de fysieke leefomgeving behoren.

Hieronder worden eerst verordeningen aangegeven welke opgenomen zullen worden in de Verordening fysieke leefomgeving en vervolgens verordeningen welke wel (deels) een plaats moeten krijgen in het omgevingsplan, maar niet opgenomen worden in de Verordening fysieke leefomgeving.

7

Verordeningen welke meegenomen worden in de Verordening fysieke leefomgeving. Algemene plaatselijke verordening VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving?

Wat is het motief van de regeling?

Autonome regeling of een regeling in de medebewind? Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Toelichting Ja, deels. Niet de gehele APV gaat op in het omgevingsplan, omdat de APV deels regels stelt waar de burgemeester het bevoegd gezag is. Indien de burgemeester bevoegd gezag is, is het niet mogelijk de regels op te nemen in het omgevingsplan (art. 4.8 Ow). Daarnaast zijn er gedeeltes welke zien op openbare orde, waarmee het niet per definitie in het omgevingsplan zal komen te staan. Zoals hierboven gesteld heeft de APV verschillende motieven en moet er per onderdeel gekeken worden of de regels onder het nieuwe regime van de Omgevingswet vallen. Autonome regeling op basis van artikel 149 Gemeentewet.

Opmerkingen Er moet afgewogen worden of regelingen vooral zien op de openbare orde of op de fysieke leefomgeving om te bepalen of ze mee moeten.

Verschilt. Artikelen waarbij de burgemeester het bevoegd gezag is mogen niet opgenomen worden in het omgevingsplan. Ja, de APV stelt verschillende regels welke relevant zijn voor gebieden omtrent bijvoorbeeld geluid, milieu, huisdieren en standplaatsen.

8

Erfgoedverordening VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving? Wat is het motief van de regeling? Autonome regeling of een regeling in de medebewind? Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Toelichting Ja. Aanwijzen van gemeentelijke monumenten en archeologische terreinen valt onder de fysieke leefomgeving van de Omgevingswet. Het beschermen en in standhouden van gemeentelijke monumenten en archeologische terreinen. Autonome regeling

Opmerkingen

.

Het college van burgemeester en wethouders Ja, de regeling valt binnen de fysieke leefomgeving bereik van de Omgevingswet.

9

Havenbeheersverordening Bataviahaven 2020 VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving?

Wat is het motief van de regeling?

Toelichting Ja. Deze regeling koppelt een aantal regels aan een bepaalde locatie namelijk de Bataviahaven. Ten eerste zijn er regels over algemene zaken zoals ligplaatsen en beheer. Ten tweede zijn er regels over wat wel en niet is toegestaan uit oogpunt van veiligheid. Beheer van de haven, veiligheid in de haven.

Autonome regeling of een regeling in de medebewind?

Autonome regeling

Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Het college van burgemeester en wethouders Er zijn voldoende raakvlakken met de fysieke leefomgeving om de verordening in het omgevingsplan te verwerken.

Opmerkingen

.

10

Havenbeheersverordening Flevokust Haven 2018 VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving?

Toelichting Ja. Deze regeling koppelt een aantal regels aan een bepaalde locatie namelijk Flevokust Haven. Ten eerste zijn er regels over algemene zaken omtrent het beheer. Ten tweede zijn er regels over wat wel en niet is toegestaan vanuit het oogpunt van veiligheid.

Wat is het motief van de regeling?

Beheer van de haven, veiligheid in de haven.

Autonome regeling of een regeling in de medebewind?

Autonome regeling

Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Het college van burgemeester en wethouders Ja, de regeling valt binnen de fysieke leefomgeving bereik van de Omgevingswet.

Opmerkingen

.

11

Rioolverordening VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving? Wat is het motief van de regeling? Autonome regeling of een regeling in de medebewind? Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Toelichting Ja: De regeling heeft betrekking op de fysieke leefomgeving. Volgens artikel 1.2 van de Omgevingswet behoort infrastructuur in ieder geval tot de fysieke leefomgeving. Stelt regels met betrekking tot het aanleggen van en het verrichten van werkzaamheden aan de riolering Autonome regeling

Opmerkingen

.

Het college van burgemeester en wethouders Ja. De regeling gaat over een onderdeel van de fysieke leefomgeving en heeft verder geen andere motieven.

12

Verordeningen welke deels in het omgevingsplan terugkomen. Afvalstoffenverordening Op grond van de wet milieubeheer zijn alle gemeenten verplicht om een afvalstoffenverordening vast te stellen. In de verordening stelt de gemeente Lelystad regels over de overdracht van afvalstoffen aan de toegewezen inzameldienst. De verordening geeft het college de bevoegdheid om een inzameldienst aan te wijzen en biedt regels over het weggooien van en het verzamelen van huishoudelijk afval. De verordening wordt echter niet meegenomen in de Verordening fysieke leefomgeving, omdat niet de gehele verordening in het omgevingsplan zal landen, waarmee er na vaststelling van de Verordening fysieke leefomgeving verspreiding van regels plaatsvindt. Hiermee wordt het voor derden minder duidelijk dan wanneer alle regels bij elkaar staan. Om deze reden is deze verordening niet meegenomen. De Wet milieubeheer wordt wel gewijzigd voor het nieuwe regime, waarmee elementen uit de afvalstoffenverordening terug zullen komen in het omgevingsplan. VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving?

Toelichting De afvalstoffenverordening heeft betrekking op de fysieke leefomgeving, omdat het ophalen van de afvalstoffen milieuverontreiniging tegen moet gaan.

Wat is het motief van de regeling?

Het tegengaan van milieuverontreiniging.

Autonome regeling of een regeling in de medebewind?

Autonome regeling op basis van de art. 10.23 en 10.24 van de Wet milieubeheer.

Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Het college van burgemeester en wethouders Ja. De regeling gaat over een onderdeel van de fysieke leefomgeving namelijk milieu.

Opmerkingen Artikel 10.25 Wet milieubeheer is gewijzigd om integratie van de afvalstoffenverordening in de instrumenten van de Omgevingswet mogelijk te maken.

.

13

Algemene verordening ondergrondse infrastructuren

VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving?

Toelichting De regeling heeft betrekking op de fysieke leefomgeving. Volgens artikel 1.2 van de Omgevingswet behoort infrastructuur in ieder geval tot de fysieke leefomgeving1.

Wat is het motief van de regeling?

Het regelen van het aanleggen, in standhouden, onderhouden, verleggen en verwijderen van kabels en leidingen in, op en boven de openbare gronden, voor zover de gemeente deze gronden beheert, in eigendom heeft of daarover wettelijke coördinatieverplichtingen heeft.

Autonome regeling of een regeling in de medebewind?

Autonome regeling

Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Het college van burgemeester en wethouders Ja. De regeling gaat over een onderdeel van de fysieke leefomgeving en heeft verder geen andere motieven.

Opmerkingen Overlapping met de Telecommunicatiewet (artikel 5.4), waardoor één integrale regeling voor alle kabels en leidingen onder de Omgevingswet niet mogelijk is.

Een regeling zoals de AVOI is niet verplicht. Dit heeft als gevolg dat er geen uniformiteit is tussen verschillende gemeentes. De regels zorgen ervoor dat de gemeente eenvoudiger kan samenwerken met partijen die leidingen en kabels aanleggen en beheren.

1 De AVOI gaat over kabels en leidingen van derde partijen die zich op gemeentelijk grond bevinden.

Op leidingen van de gemeente zoals de riolering is de AVOI niet van toepassing. 14

Bouwverordening VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving?

Toelichting Ja. De regeling is van toepassing op alle gebouwen en bouwwerken binnen de gemeente. Bouwen is volgens de Omgevingswet onderdeel van de fysieke leefomgeving.

Wat is het motief van de regeling?

Regels voor het bouwen, slopen en aanleggen van bouwwerken

Autonome regeling of een regeling in de medebewind?

Autonome regeling

Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Het college van burgemeester en wethouders Ja, de regeling valt binnen de fysieke leefomgeving bereik van de Omgevingswet.

Opmerkingen Na analyse van de bouwverordening blijkt dat de bepalingen omtrent bouwen op verontreinigde grond en de welstandstoetsing in de bouwverordening moeten staan op grond van de Woningwet. Welstandstoetsing zal met de Omgevingswet hervormt worden. Om deze reden is de bouwverordening nog niet meegenomen.

.

15

Marktverordening VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving?

Toelichting De verordening gaat over de regels van de georganiseerde markten in Lelystad. Er worden regels gesteld over locaties, tijden en marktstandplaatsen. Het ordelijk en veilig organiseren van de markten.

Opmerkingen Niet de gehele verordening zal uiteindelijk in het omgevingsplan landen.

Autonome regeling of een regeling in de medebewind?

Autonome regeling

.

Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Het college van burgemeester en wethouders Deze verordening stelt specifieke regels voor het organisatie van de markten op die specifieke locaties.

Wat is het motief van de regeling?

16

Parkeerverordening De parkeerverordening bevat regels voor het gebruik van parkeerplaatsen en het verlenen van vergunningen voor het parkeren van voertuigen. De verordening geeft aan dat het college bevoegd is om weggedeeltes aan te wijzen waar het nodig is om een parkeervergunning te hebben, en op wat voor tijden het wel/niet is toegestaan om te parkeren. Deze aspecten zijn relevant voor de fysieke leefomgeving, maar voor nu is er voor gekozen om de verordening buiten de verordening fysieke leefomgeving te houden aangezien niet de hele verordening ziet op de fysieke leefomgeving. Scheiding van de regels zou onnodige onduidelijkheid geven. VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving?

Toelichting De parkeerverordening heeft betrekking op de fysieke leefomgeving, omdat de indeling van infrastructuur deel is van de fysieke leefomgeving. Het reguleren van verkeerstromen.

Opmerkingen Niet de gehele verordening zal uiteindelijk in het omgevingsplan landen.

Autonome regeling of een regeling in de medebewind?

Autonome regeling

.

Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Het college van burgemeester en wethouders Ja. De regeling gaat over een onderdeel van de fysieke leefomgeving.

Wat is het motief van de regeling?

17

Wegsleepverordening De wegsleepverordening is van toepassing op alle wegen en weggedeelten binnen de gemeente Lelystad en geeft de gemeente de bevoegdheid om voertuigen te verwijderen. Verder worden de kosten voor het wegslepen en het bewaren van de auto vastgesteld. Gezien niet alle bepalingen uit de verordening onderdeel zullen uitmaken van het omgevingsplan, wordt er voor nu gekozen deze verordening niet op te nemen in de verordening fysieke leefomgeving. VNG criteria Heeft de regeling (deels) betrekking op de fysieke leefomgeving?

Toelichting De wegsleepverordening heeft betrekking op het gebruik van de weg, wat behoort tot de fysieke leefomgeving. Het gebruik van infrastructuur.

Opmerkingen Niet de gehele verordening zal uiteindelijk in het omgevingsplan landen.

Autonome regeling of een regeling in de medebewind?

Autonome regeling

.

Wie is het bevoegd gezag? Is de regeling relevant voor het gebied?

Het college van burgemeester en wethouders Ja. De regeling gaat over een de fysieke leefomgeving.

Wat is het motief van de regeling?

18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=3fd67fce-1cb0-4bde-9ee3-213926b7b920