CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bij de vragen en antwoorden betreffende het bermbeheer.docx

Raadsvergadering 9 februari 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 21. Beantwoording schriftelijke vragen bermbeheer buitengebied1.442 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactie van de bermgebruikers op de antwoorden van het College op vragen van dhr. Schraa van de CU.

Geacht college en raadsfracties,

In de raadsvergadering van volgende week dinsdag 9 februari staat op de agenda van de raad onder punt 5 de beantwoording van schriftelijke vragen van de Christen Unie inzake het bermbeheer van het buitengebied van Lelystad. Al tientallen jaren beheren en onderhouden de agrariërs in het buitengebied veel van de bermen langs de buitenwegen. De gemeente heeft het plan opgevat om het beheer van het buitengebied over te dragen aan een rentmeester, in dit geval Rentmeesterskantoor Flevoland, die de opdracht zou krijgen om de bermen vanaf 2021 te gaan verpachten aan één of meerdere pachters. Als agrariërs en bermgebruikers van het buitengebied zijn wij samen met LTO Oostelijk Flevoland (belangenbehartigingsorganisatie agrarisch Nederland) hebben wij in julli 2020 op eigen initiatief contact gezocht met de dienst Beheer van de gemeente Lelystad om overleg te voeren over deze plannen van de gemeente en te komen tot een werkbaar alternatief voor de bermgebruikers. Dit overleg verliep bijzonder moeizaam, en daarom hebben wij in november een brief aan Burgemeester en Wethouders van de gemeente Lelystad gestuurd, met geen ander doel dan om tot een constructief overleg te kunnen komen. Deze brief, en de antwoorden van de gemeente hierop staan nu op de agenda.

Tot op dit moment hebben wij alleen ingezet op een open overleg met het team Beheer, en hebben wij nog nauwelijks de gelegenheid gekregen tot inhoudelijk overleg. Het lijkt er zelfs Dit geeft te denken. Omdat op een aantal punten de beantwoording die het college heeft gegeven op de vragen van de heer Schraa in onze ogen onvolledig of onjuist is, zie agendapunt 5 van de vergadering van 9 februari , reageren wij middels dit schrijven daarop, de nummers hieronder refereren aan de gestelde vragen en antwoorden in de brief:

1. Tijdens het, door ons aangevraagde, overleg in juli met vertegenwoordigers van de Rentmeester en dhr. Buth heeft laatstgenoemde aangegeven dat het geen doel was van de gemeente dat de bermen geld op moeten brengen, dus geen marktconform tarief. Dit houdt onzes inziens in dat de gemeente niet als doel heeft pachtpenningen te ontvangen. Het zou om een organisatorische maatregel gaan. Wel zullen er kosten zijn om eea in goede banen te leiden, maar dat zal waarschijnlijk niet zoveel zijn dat er een marktconforme pachtprijs moet worden betaald, hoe die markconforme

pachtprijs voor een berm dan ook bepaald moet worden. En inderdaad, als gebruikers hebben we er geen behoefte aan de huidige situatie te wijzigen, maar we hebben in het genoemde juli-overleg ook aangegeven dat we er begrip voor hebben dat het gebruik beter op papier moet worden vast gelegd, en dat wij daar volledig aan mee willen werken. Om op de prijs terug te komen: wat is het de gemeente waard dat ze compleet ontzorgd wordt voor het bermbeheer? Of anders geformuleerd: Hoeveel zou het de gemeente kosten als ze alle bermen volgens plan laat onderhouden door een aannemer? Dan zou daarover met de huidige gebruikers gesproken kunnen worden, en daar hebben we geen mogelijkheid voor gekregen. 2. Het antwoord klopt, maar in onze ogen is dat geen kwestie van ‘betrekken bij’. Het zou de gemeente Lelystad hebben gesierd om voor het (laten) versturen van het genoemde schrijven dit aan te kondigen in een (regulier) overleg met LTO, de belangenbehartiger van de meeste agrariërs in het buitengebied. Door deze manier van informeren is er direct een negatieve sfeer gecreëerd. Als sinds 2003 lijkt de gemeente haar administratie betreffende de bermverpachting niet op orde te hebben en de agrariërs hebben al die jaren met elkaar de meeste bermen onderhouden zonder dat daar klachten over geweest zijn. 3.

Het college antwoord niet met een volmondig ja maar beschrijft wat er in haar ogen is gebeurd. In de brief van 9 april 2020 wordt door de Rentmeestes over een nieuwe structuur gesproken, wat in onze ogen niet hetzelfde is als een verkenning. In de brief werden de door de gemeente genoemde uitgangspunten voor de verkenning niet weer gegeven, en is ook niet aangeboden dat we als gezamenlijke gebruikers de bermen van de gemeente zouden kunnen pachten tegen de gestelde voorwaarden. Als de eerder in de brief genoemde structuur de verkenning is dan heeft de Rentmeester de verkenning gedaan en vervolgens geadviseerd te verpachten aan henzelf. Is dat zuivere advisering? Dat lijkt meer op de slager die zijn eigen vlees keurt… De deel uitkomst (verpachting in grote blokken?) is medegedeeld in juli. Wij hebben vervolgens ingebracht wat wij ervan vonden en hoe wij het graag anders zouden willen. Daarover heeft vervolgens geen inhoudelijk overleg meer plaats gevonden, terwijl wij daar herhaaldelijk om verzocht hebben, mondeling zowel als schriftelijk. In juli was het plan van aanpak nog niet volledig duidelijk. Dit zou in augustus helder worden. Naar de uitkomst hebben wij meerdere keren gevraagd, maar die is ons nooit medegedeeld. 4. Die helderheid is er inderdaad, de gemeente weet wat ze wil.

Maar dat is niet het resultaat van onderhandelen of in serieus gesprek gaan met de huidige gebruikers. Geen enkele individuele agrariër weet op dit moment wat er met de berm die hij of zij nu in gebruik heeft gaat gebeuren. De gemeente geeft ook aan dat de onderverpachting nog moet worden uitgewerkt. Past het bij de functie van de

5. 6.

7.

8.

9.

Rentmeester om gronden te pachten en vervolgens door te verpachten. Hoort een rentmeester zich niet te beperken tot een adviserende taak? Daarbij lijkt het er op dit moment op dat door de opgelopen vertraging de gemeente dit dossier nu versneld wil afhandelen. Hiertoe hebben wij nog geen richtlijnen onder ogen gehad. Hoe bepaald de Rentmeester de (marktconforme)(pacht)waarde van een berm? Er worden op deze manier bijna geen bermen verpacht, en waar dat al wel zo is is deze zelfde rentmeester de verpachter (Zeewolde). De door de gemeente genoemde bedrijfszekerheid voor gebruikers vraagt toelichting, deze kunnen wij namelijk niet plaatsen, vooral niet met de tekst ‘aangrenzende boeren’ tussen haakjes. En nogmaals, wij weten niet van klachten die er zijn geweest in de afgelopen decennia waarin de agrariërs zorggedragen hebben voor het bermonderhoud. Als de gemeente rechtstreeks zou verpachten aan de gezamenlijke gebruikers zou dat een schijf minder betekenen en bureaucratie schelen. Anderzijds zouden wij geen problemen hebben met verpachting door de Rentmeester als er rekening wordt gehouden met de wensen die wij hebben ingebracht in het juli overleg. Probleem is dat daar geen vervolgoverleg over mogelijk was. En de Rentmeester heeft al eerder aangegeven dat verpachten in grotere eenheden zijn voorkeur heeft boven verpachting aan individuele agrariërs.

Is die markverkenning naar rentmeesters openbaar en op welke manier is LTO-noord benaderd? Naar aanleiding van welke brief en wanneer? We zijn er tegen aangelopen dat de gemeente in eerste instantie weigerde LTO als gesprekspartner te accepteren. Pas na tussen komst van de heer Anton Maris is dit wel gehonoreerd. LTO is vervolgens niet gevraagd om met een eigen voorstel te komen, wellicht omdat de gemeente in de gesprekken met de Rentmeester al zover gevorderd was? Wanneer zijn de agrariërs geïnformeerd en zijn er mogelijkheden geweest om een zienswijze in te dienen? Er wordt niet geantwoord dat de agrariërs zijn gekend. Er wordt wel iets genoemd over een toekenning. Welke? Wij snappen de insteek van natuurgebieden verbinden, maar het is toch niet nodig dat ze dubbel verbonden worden? Probleem bij eco-bermen is dat de invloedsfeer veel verder reikt dan de grens tussen berm en cultuurgrond. Op de hoogwaardige aanliggende gronden van agrariërs worden de volgende nadelen ondervonden:  door hogere onkruiddruk moet er tegen de gestelde doelen in meer onkruid bestrijdingsmiddelen worden gebruikt doordat zaad van het onkruid wat op de berm groeit op de naastliggende percelen terecht komt  door ruigere begroeiing worden er organismen aangetrokken die veel schade kunnen aanrichten in gewassen voor die bedoeld zijn voor humane consumptie.

Wij hopen dat onze bijdrage middels deze aanvullende vragen en opmerkingen erin mag resulteren dat de gemeente de bermen op dit moment niet aan een rentmeester verpacht, maar dat er besloten mag worden dat er eerst een mogelijkheid geschapen wordt tot een constructief overleg tussen het team Beheer van de gemeente en de agrariërs en LTO Noord.

Namens LTO Noord afdeling Oost Flevoland en de berm gebruikende agrariërs, B. Bosma H. Levers M. Bloemert A. Heida G. Swagemaker H. Hoogendoorn H. van Wijk H. Heijboer H. Roodenburg J. Neijmeijer J. van Bavel J. Hoogendoorn J. Leenders J. Nijsten J. Schüssler J. van den Berg J. Zonderland J. van Zanten L. Kluifhooft N. Heijboer P. Van Schie P. Remijn P. Beije S. Zeinstra W. Stegeman W. van Wijk H. van Renselaar

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=ef241e17-089f-4cdc-b911-0376a949b29e