Technische vragen nr 44 Speelautomatenhallenbeleid - IP.pdf
Tekst van het document
Technische vragen Onderwerp Datum Van
: Nr. 44 – RV ‘vaststellen uitgangspunten speelautomatenhallenbeleid’ : 5 februari 2021 : Fractie InwonersPartij (Fred Wilcke)
Geacht College, Naar aanleiding van het collegebesluit 4.4 van 2 feb ’21 betreffende het raadsvoorstel ‘vaststellen uitgangspunten speelautomatenhallenbeleid’ heeft de InwonersPartij de volgende vragen.
Bij pt. 4.4 staat “Dit houdt in dat er maximaal twee speelautomatenhallen gevestigd mogen worden in de stad en dat het aantal speelautomaten gehandhaafd blijft op respectievelijk maximaal 150 en 200 speelautomaten per hal.” Echter in het raadsvoorstel staat in besluitpunt 1.1.b. ‘het aantal speelautomaten dat in het huidige beleid per hal een maximum toestaat van respectievelijk 200 en 150 speelautomaten’. Respectievelijk verwijst ‘in de regel’ naar een eerdere genoemde opsomming. Vraag: 1. Is onze veronderstelling juist dat ‘respectievelijk’ verwijst naar een gebruikte opsomming van speelautomatenhallen? Zo ja, welke opsomming is dat dan? Zo niet, waar verwijst deze opsomming dan wel naar? In de paragraaf ‘Argumenten’ wordt bij Ad. 2 wederom deze opsomming gegeven. Onder de titel van dit punt staat ‘Er mogen momenteel respectievelijk maximaal 150 en 200 speelautomaten geplaatst worden per speelautomatenhal in Lelystad’. Ik lees hier een tegenstrijdigheid met besluitpunt 1.1.b van dit raadsvoorstel daar waar het gaat om de aantallen. Vraag: 1. Moet de 1e speelautomatenhal (wie dat dan ook mag zijn) zijn/haar speelautomaten terugbrengen naar 150 en mag de 2e speelautomatenhal het aantal speelautomaten ophogen naar 200? 2. Of hebben we hier te maken met een ambtelijke verschrijving? Zo ja, dan zou het om het raadsvoorstel duidelijker te maken een correctie op zijn plaats zijn.
Zo niet, dan ontvangen wij graag een verduidelijking waarom dit zo is toegepast.