CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Technische vragen nr 14 Eindrapport onderzoek samenwerking culturele instellingen - GL.docx

Raadssessies (Raadzaal) 9 februari 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 14. Eindrapport onderzoek samenwerking culturele instellingen1.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen

Onderwerp: Datum:

Eindrapport onderzoek samenwerking culturele instellingen 23 december 2020

Eind vorige week is het rapport van Berenschot over de raadsopdracht mbt samenwerking van de culturele instellingen bij de (raads-)stukken geplaatst. Dit rapport, de bijbehorende informatienota en de gang van zaken leidt ons (in aanvulling op door het CDA en D66 al ingediende vragen) tot veel vragen. Nu kan het simpele antwoord op veel daarvan zijn: “dat komt in het traject cultuurnota aan de orde.” Dat antwoord kan wat ons betreft niet volstaan nu in de uitvoering van deze raadsopdracht veel verder gegaan is dan de beperking die de raadsuitspraak daaraan verbond. Onze technische vragen zijn: 1. Berenschot heeft het onderzoek, aldus de informatiebrief, eind oktober opgeleverd. Wat zijn uw overwegingen geweest om dit rapport niet meteen (tijdens de begrotingsbehandeling) voor de raad beschikbaar te stellen, in het bijzonder in aanmerking nemend dat de gevolgen er van (zoals u ook schrijft) van de bezuiniging van €200.000 structureel zeer ingrijpend zijn en aanmerkelijk verder gaan dan de opdracht van de raad luidde? 2. Van insiders begrepen wij dat er voor dit onderzoek maar een zeer beperkt bedrag beschikbaar was. a. Welk bedrag is dat? b. Waarom is er niet voor gekozen een gedegener analyse te maken (mede gelet op het voornemen tot een nieuwe cultuurnota te komen)? c. Volgt zo’n gedegen onderzoek/analyse nog als eerste stap om te komen tot een nieuwe cultuurnota? 3.

De teksten in het rapport suggereren voortdurend dat dit een rapport is van de drie instellingen en niet van de (onafhankelijke) overheid. Welke rol heeft u als opdrachtgever bij het onderzoek gespeeld en zijn naast de directies van de culturele instellingen ook anderen (zoals bv het management van Corneel, samenwerkingspartners van de instellingen) daarbij betrokken geweest? Zo ja: wie in welke rol. Zo nee: waarom niet? 4. Er ligt nu, wat de organisaties (op pag.3) noemen, een “totaalpakket”, niet bedoeld voor “cherrypicking”. a. Hoe verhoudt zo’n alles of niets benadering zich tot de (beperkte) opdracht die gegeven is, nl. een bezuiniging halen uit intensivering van de samenwerking? b. Acht u zich daaraan als college gehouden? 5. Op pag. 6 van het Berenschot – rapport melden de opstellers dat in aanvulling op de raadsopdracht de wethouder Cultuur vijf in veel opzichten zeer richting gevende “suggesties” heeft meegegeven. a. Waarom is dat gebeurd? b. Waar zijn deze suggesties op gebaseerd? c. Waarom zijn die (het is immers een raadsopdracht) niet vooraf gedeeld met de raad?

1

6. Wij treffen (al op pag. 3) een vreemde innerlijke tegenstrijdigheid aan mbt de Coronacrisis. Onder punt 1 wordt gesteld dat een toekomststrategie zich nu moeilijk laat ontwikkelen. Onder punt 3 wordt het tegendeel beweerd, nl dat juist nu vanuit visie en kracht een plan is ontwikkeld. Slechts een van beiden kan in onze ogen waar zijn. En bovendien moet het werken aan een cultuurnota nog starten. Hoe verhoudt dit zich in uw ogen tot elkaar? 7. Op pag. 4 blijkt de Kubus haar activiteiten te willen beperken tot cultuureducatie en – participatie. Elders in het rapport wordt gewag gemaakt van de “theaterzaal-functie” van de Kubus en hier op deze zelfde pagina wordt de intendant amateurkunst “terug gegeven”. a. Het runnen van een Theaterzaal (met mogelijk popconcerten etc.) is iets heel anders dan de door de Kubus nu rigide benoemde kerntaken. Vanwaar deze discrepantie? b. Betekent het stoppen met de intendant amateurkunst dat de Kubus voor zichzelf geen functie meer ziet in stimulering, programmering en begeleiding van amateurkunst? c. En als de gemeente zo’n functie (die nog bestaat dankzij een expliciete corrigerende raadsuitspraak uit het recente verleden) wil overnemen of elders wil lokaliseren: zien wij het goed dat de bezuinigingstaakstelling dan per saldo niet gerealiseerd wordt? 8.

Is niet eigenlijk de conclusie van het rapport dat met samenvoeging/samenwerking van de Kubus, bibliotheek, Corneel, Agora de door de (meerderheid van de) raad beoogde bezuiniging niet haalbaar is? 9. En als dat zo is: waarom is er dan niet voor gekozen deze conclusie eerst met de raad te bespreken alvorens mogelijke vervolgstappen te zetten (in aanmerking nemend dat er nu juist nog een cultuurnota moet worden opgesteld)? 10. Over de stadsprogrammeur: a. De kosten voor de stadsprogrammeur bedragen ca. €190.000 jaarlijks. Lezen wij het goed dat die kosten boven op de eigen programmeringskosten komen die de instellingen nu al hebben? b. Wat is de meerwaarde van deze grote extra investering boven een (in veel opzichten al plaats vindende) goede afstemming tussen de paar (2 of 3) functionarissen die nu binnen de instellingen programmeren? c. Eerdere pogingen van de gezamenlijke instellingen om via een aparte entiteit er financieel meer uit te halen (“Cultuur voor Lelystad”) of nieuwe doelgroepen structureel aan te trekken (“Lelykracht”) bleken zacht gezegd lang niet zo succesvol als bij aanvang voorspeld. Waar is de verwachting op gebaseerd dat het met dit vehikel wel zal lukken? d. Het rapport is nogal vaag over de context waarin de stadsprogrammeur moet functioneren. Een optie is een cultuurfonds naar model van andere steden.

Ook dit zijn keuzes die het culturele klimaat in de stad nogal verregaand kunnen beïnvloeden (ook in relatie tot andere initiatieven dan die van deze drie instellingen). Heeft u nadere informatie op grond waarvan we als raad kunnen beoordelen wat in dezen een goede ontwikkeling zou kunnen zijn? 11. Wat is de reden dat u als opdrachtgever accepteert dat met dit rapport de directies van de instellingen en de opstellers van het rapport zich heel sterk laten leiden door de coronacrisis, ook in hun conclusies? Dan maken we toch van een uitzonderingssituatie de norm voor de nieuwe ontwikkeling? Hoe bruikbaar zijn de resultaten van dit rapport dan nog? 12. Op pag. 7 wordt gesteld “dat de voorzieningen in de stad op peil moeten zijn is een belangrijke vestigingsvoorwaarde voor nieuwe bewoners en bedrijven”. Hoe is deze algemene en terechte

2

notie te rijmen met de conclusies verderop dat er voor Corneel (ondanks een buiten Coronatijd gezonde exploitatie) als wezenlijk onderdeel daarvan, zeker ook voor jongeren, geen toekomst is? 13. Bij de beschrijving van de gevolgen van de Coronacrisis voor de instellingen wordt per instelling heel verschillend aangegeven wat de precieze gevolgen zijn en in hoeverre gebruik gemaakt kan worden van steunpakketten. De inzet van evt. gemeentelijke en/of provinciale steun ontbreekt geheel. Kunt u, zeker voor de Kubus en Corneel en in mindere mate voor de Agora een vollediger opgave verstrekken? 14. De passage over de Kubus op pag. 13 begint met de zinsnede: “als enige heeft de Kubus meer mogelijkheden om middelen van relatief grote omvang vrij te maken.” Bekend is dat de reservepositie van de Kubus al jaren heel erg wankel is. Daar zijn goede, maatschappelijke, redenen voor. Waarom wordt er dan nu gekozen (eigen keuze Kubus of inzet gemeente?) voor inleveren van geld ipv het opbouwen van een gezonde reserve? 15. Op pag. 14 wordt vastgesteld dat het “teruggeven” (eufemisme voor sluiting) van Corneel aan de gemeente een besparing oplevert van €365.000, te weten de subsidie die nu jaarlijks wordt uitgekeerd. a. Als men vervolgens toch op een andere wijze wil voorzien in de organisatie van de optredens en de wat bredere functie van Corneel dan zijn daar ook kosten mee gemoeid? b.

Kunt u een inschatting geven van die kosten? c. In hoeverre verwacht u dat die door de instellingen kunnen worden gedragen? d. Wat betekent dat voor het halen van de bezuinigingsdoelstelling? 16. Aan het eind van pag. 8 wordt de grote rol die Corneel speelt in de Lelystadse, maar ook Flevolandse context prima beschreven. Er is zelfs sprake van “een unieke positie in het Lelystadse culturele en uitgaanscircuit”. Dat is de kracht van de relatief zelfstandige positie die Corneel (nu binnen de Kubus) heeft. Waarom komt deze unieke positie in de actielijnen en in het toekomstbeeld helemaal niet meer terug en wordt jongeren- en popcultuur versmalt tot het organiseren van concerten op verschillende locaties? 17. Op pag. 14 wordt een o.i. waardevolle suggestie gedaan die in alle hectiek ondergesneeuwd is, wellicht ook omdat die geen onderdeel uitmaakt van de conclusies. Het betreft het voorstel van de drie culturele instellingen om met de gemeente een nieuwe visie te ontwikkelen voor de “popfunctie”, met mogelijk een nieuwe locatie. Eerder hebben wij daartoe voorstellen gedaan die het op dat moment (helaas net) niet haalden. Bent u bereid deze handschoen nu alsnog op te pakken en zo lang dat niet tot conclusies leidt Corneel open te houden? 18. Het klinkt zo mooi aan het eind van pag.

15 “Daarom zetten de organisaties zich in om de magneetfunctie van kunst en cultuur zo sterk mogelijk te maken.“ Maar hoe doe je dat als je een wezenlijk deel van de bestaande goed functionerende infrastructuur (Corneel) opheft en volgens pag. 20 de slagkracht via nieuwe organisatorische oplossingen wilt vergroten en per saldo ook nog eens niet €140.000 investeert, maar €200.000 bezuinigt. Kunt u ons daarbij meer beeld en geluid geven? 19. Het rendementsdenken “ondernemen als houding” (hoofdstuk 8) neemt een belangrijke plaats in in het rapport, terwijl in onze ogen juist de kerntaak van (gesubsidieerde) cultuurinstellingen hun maatschappelijke functie en het brede bereik is. Natuurlijk is er niets mis met nuchter zakelijk opereren in de backoffice en creativiteit tonen in de combinatie van inhoud en geld. Maar hoe wordt voorkomen dat door rendementsdenken juist de maatschappelijk functie

3

(tarieven, maar ook bedienen van niches, de ongemakkelijke, kritische rol van kunst en cultuur, etc.) in het gedrang komt? 20. In bijlage 4 is een samenvatting opgenomen uit het adviesrapport “Quick Scan popzaal Corneel”. Kunt u dit hele rapport aan ons verstrekken (dan wel de verantwoordelijken daarvoor verzoeken dat aan de raad beschikbaar te stellen)? Wij beseffen dat dit veel vragen zijn. Wij wachten de beantwoording uiteraard in vol vertrouwen af.

Met vriendelijke groet,

4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=871e6b1e-11dd-405b-b087-6a0b58612a31