Sessie 1 - college reactie Amendementen Transitievisie Warmte
Tekst van het document
N O T I T I E intern Aan Van Datum Kenmerk Onderwerp Kopie aan
Raad College 9 maart 2021 M21-11002 collegereactie amendementen Kadernota Transitievisie Warmte
Geachte Raad,
Voor de behandeling van de Kadernota Transitievisie Warmte ‘Op weg naar nieuwe energie’, zijn een 5 tal amendementen ingediend. 1. 2. 3. 4. 5.
Amendement Nieuwe Energie - PVV Amendement Besluit Transitievisie Warmte - Haalbaar - CDA Amendement Besluit Transitievisie Warmte - Voorbeeld – CDA, GroenLinks Amendement Kadernota Nieuwe Energie – D66 Amendement Kadernota transitievisie Warmte 2020-2050 – SP, IP, VVD, FvdO
Onderstaand vindt u per amendement de reactie van het college. Met vriendelijke groet, Namens het College, Jack Schoone, Wethouder Duurzaamheid
AMENDEMENT Datum raadsvergadering Agendapunt Onderwerp
: : Kadernota Nieuwe Energie.. : Raadsbesluit 2.e.4 Spelregel 8:
Ondergetekende(n) stelt / stellen voor het voorgesteld besluitput als volgt te wijzigen;
Raadsbesluit 2. e.4 Spelregel 8: De energietransitie warmtetransitie moet haalbaar en betaalbaar zijn voor de bewoners. Te vervangen door: De energietransitie warmtetransitie moet woonlastenneutraal blijven voor huishoudens welke maandelijks betalen aan energie (gas, elektriciteit, warmte) en hypotheeklast of huur, bij het treffen van energiemaatregelen.
Ingediend door: PVV
Eric van Luxemburg Toelichting; De PVV is tegen een zinloos en onbetaalbaar klimaatbeleid. De PVV wil dan ook stoppen met de aan gemeenten opgelegde radicale energietransitie. Het effect is uiterst verwaarloosbaar en de overheid blijft hier in toenemende mate miljarden aan verslinden. De grootste kostenpost ligt bij de gemeenten, met name omdat zij alle huizen van het aardgas moet halen. Het stort veel huishoudens de financiële afgrond in door hogere heffingen, lasten, al dan niet door leningen. De PVV wil niet dat de kosten van de energietransitie bij de burgers gelegd wordt. Collegereactie Neutraal. In het voorgestelde besluit is hierin voorzien. De toevoeging woonlastenneutraliteit, wel met behoud van prijsindexering, geeft hieraan een extra uitleg.
AMENDEMENT Datum raadsvergadering: xx-xx-2021 Agendapunt: Spelregels Transitievisie Warmte Lelystad De ondertekenaars van dit document stellen het volgende amendement voor: Het voorgestelde besluit 2.f.5): - De benodigde energie die nodig is voor de uitvoering van de ‘wijkuitvoeringsplannen’ moet duurzaam en beschikbaar zijn zonder negatief effect op het energieverbruik, maatschappelijke kosten, omgevingsaspecten en infrastructuur Te vervangen door: - De benodigde energie die nodig is voor de uitvoering van de ‘wijkuitvoeringsplannen’, voor
de wijken die tot 2030 opgepakt worden, moet grotendeels duurzaam en beschikbaar zijn zonder negatief effect op het energieverbruik, maatschappelijke kosten, omgevingsaspecten en infrastructuur
Ingediend door: CDA
J.W. Hijmissen Toelichting: Het belangrijk van het gas af te gaan. Tegelijkertijd is nog onduidelijk of de transitie ‘haalbaar’ en ‘betaalbaar’ is. Ook zijn er meerdere oplossingen in de transitieperiode tot 2050 mogelijk waarbij gas nog een rol, maar wel beperkter, kan spelen zoals bij een hybride warmtepomp. Daarom is het voorstel om de transitie gas niet volledig uit te sluiten voor de wijken die voor 2030 worden opgepakt. Idee hierbij is ook dat vooral eerst ingezet wordt op oplossingen (zoals eerst isolatie) waarmee een grote stap vooruit gezet kan worden en waarvoor de kosten/investering niet te hoog is en het wooncomfort verbeterd. Collegereactie Ontraden. - Met deze wijziging van het besluit wordt geïmpliceerd dat hiermee de doelstelling van een wijkuitvoeringsplan kan worden behaald. Dat is niet zo omdat hier nog steeds aardgas wordt gebruikt en de wijk of betreffende woning richting 2050 nogmaals aan de slag zal moeten. - Deze mogelijkheid (hybride variant) kan nu wel worden ingezet in gebouwen die pas in de periode na 2030 of 2040 aan de beurt zijn in een wijkuitvoeringsplan. Dit wordt ook zeker aangeraden om te doen omdat hiermee al veel aardgas bespaart kan worden.
AMENDEMENT Datum raadsvergadering: xx-xx-2021 Agendapunt: Spelregels Transitievisie Warmte Lelystad De ondertekenaars van dit document stellen het volgende amendement voor: Het voorgestelde besluit: - 2.b) Als gemeente een regierol aan te nemen in de energietransitie aan te vullen met: - en een voorbeeldfunctie voor het eigen gemeentelijk vastgoed Als ook het voorgestelde besluit: - 2.d) aan te vullen met: - In 2021 ontvangt de raad een plan welke inzichtelijk maakt hoe binnen redelijke termijn1 het gemeentelijk vastgoed (grotendeels) ‘van het gas los’ te maken.
Ingediend door: CDA
Groen Links
J.W. Hijmissen
Judith Boertjens
Toelichting: De voorbeeldrol van de gemeente is belangrijk voor het draagvlak van de warmtetransitie. Onderdeel van dit plan is de verkenning/uitwerking van het plaatsen van zonnepanelen op daken. Collegereactie Ontraden. Ondanks dat het en mooie aanvulling is op de doelstelling om aardgasvrij te worden heeft deze wel effect voor de haalbaarheid op financieel gebied voor het gemeentelijke vastgoed mede in relatie tot de reeds gemaakt investeringsplannen om te komen tot verduurzaming zoals bijvoorbeeld voor het primair onderwijs vorige jaar door de raad is vastgesteld. Daarbij is het technisch aan te raden om aan te sluiten bij de wijkuitvoeringsplannen die in de verschillende gebieden gemaakt worden om daarmee effectief en efficiënt om te kunnen gaan met de beste alternatieve warmtevoorziening in de betreffende wijk. De gemeente is al bezig met het plaatsen van zonnepanelen op gemeentelijk vastgoed waar dat bouw- en installatie technisch mogelijk is.
1 Bijvoorbeeld 10 jaar
AMENDEMENT Datum raadsvergadering: Agendapunt: Onderwerp: Kadernota Nieuwe energie Ondergetekende(n) stelt / stellen voor het voorgesteld besluit te wijzigen en als volgt vast te stellen: 1) Kennis te nemen van de Kadernota “op weg naar nieuwe energie in Lelystad” 2.a) De opgave voor de energietransitie te definiëren als: In 2050 wordt in Lelystad in de gebouwde omgeving geen gebruik meer gemaakt van fossiele brandstoffen. Op basis van peiljaar 2018 wordt daartoe 83 miljoen m3 aardgas door een nietfossiele energiebron vervangen. 2.b) Als gemeente een regierol aan te nemen in de energietransitie en voor initiatieven van bewoners en bedrijven collectief en individueel een faciliterende rol te vervullen en daarbij maximaal in te zetten op het informeren van en kennisdelen met bewoners over mogelijkheden en keuzes en op de vrije keuze van inwoners voor hun individuele dan wel collectieve oplossing. 3 Als uitgangspunten voor de energietransitie te hanteren: 1 Het proces tot 2030 te starten met het voorlichten van bewoners: a. Over de keuzes die nu al mogelijk zijn, met voor- en nadelen b. Over de keuzes die wellicht nog komen met voor- en nadelen c. Over wat meteen kan: o Isoleren o Ventileren o Kleine maatregelen en koken d.
Daartoe te onderzoeken welke wijken en hun bewoners al de energie hebben om tot veranderingen over te gaan en daarbij te gebruik te maken van leefstijlkenmerken en op basis daarvan de volgorde te bepalen zodat er voorbeelden ontstaan voor bewoners waar de energie om te veranderen nog niet zit. 4 Te starten met alle bewoners te informeren over de bekende mogelijkheden om zonder gas hun huis te verwarmen en te benoemen dat later wellicht nieuwe mogelijkheden ontstaan. Tot 2050 zullen er nog heel veel ontwikkelingen plaatsvinden. 5 Een digitaal informatieportaal in te richten voor het geven van een zo compleet mogelijk beeld voor de keuzes die inwoners hebben en de ontwikkelingen die gaande zijn. Over collectieve en individuele oplossingen met voor- en nadelen. Die informatie gaat ook over de rol van de gemeente en het feit dat inwoners zelf gaan over hun alternatief. 6 Per direct geen nieuwe mogelijkheden meer te bieden voor aansluiten op het gas van woningen 5 Biomassa uit te sluiten voorlopig als alternatief zolang er onduidelijkheid is over de energieneutraliteit ervan en de vervuiling erdoor.
6 Als uitgangspunt voor de energietransitie te hanteren dat deze haalbaar en betaalbaar zijn voor de inwoners van Lelystad. Ten dienste van “Strategie” de volgende spelregels vast te stellen: A De Transitievisie Warmte is een gemeente brede warmtetransitie tot 2050. Er wordt op wijk- en buurtniveau met de inwoners besproken wat de mogelijkheden zijn en met hen gekeken naar de voor hen individuele dan wel collectieve oplossingen. Tot 2030 zal dit met name gericht zijn op de voorbereiding en het isoleren van woningen en gasloos koken. B De gemeente kiest voor een regierol en faciliterende rol bij de uitvoering. Zij voert zelf geen fysieke energieprojecten uit. Evenmin exploiteert zij energieprojecten of spreekt een voorkeur uit voor aanbieders of vormen. De gemeente is ook niet verantwoordelijk voor de uitvoering en de keuze voor technieken en aanbesteden aan energieleveranciers wordt aan bewoners overgelaten. De gemeente begeleidt hierin maar is zelf geen partij. Bewoners worden eerlijke en objectieve keuzes voorgelegd van meerdere aanbieders als het om collectieve voorzieningen gaat. (M.a.w. de gemeente sluit vooraf geen deals met de bekende leveranciers!) Het moet duidelijk zijn voor inwoners wat de rol van de gemeente is dmv het actief informeren van inwoners over hun eigen rol en die van de gemeente.
C Inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven worden betrokken bij het bepalen van de ‘Volgorde der wijken’ en bij de ‘Wijkuitvoeringsplannen’. D Er komt een separate aanpak (grote) bedrijven. E Ten dienste van “Volgorde der Wijken” de volgende spelregels vast te stellen: 2.e.3 SR7: Bij het bepalen van de volgorde der wijken voor de fysieke opgave wordt rekening gehouden met de sociale aspecten in de wijken en met de veranderbereidheid zodat er praktische voorbeelden ontstaan en ervaringsdeskundigen. F De keuzes over de voorkeursenergiesystemen met name daar waar die een collectieve verplichting inhouden zijn gebaseerd op transparante en objectieve criteria waarbij de keuze aan de inwoners is hoe zij hierover willen beslissen. G Bewoners worden in het proces uitgedaagd en verleid hun woningen vroegtijdig en voldoende te isoleren en zoveel mogelijk energiebesparende maatregelen te nemen. En dit proces wordt gebruikt om hen voor te bereiden op een gasloze woning. H Bewoners/ondernemers hebben binnen de gestelde kaders eigen keuzevrijheid bij de te kiezen techniek. I Inwoners die niet willen wachten totdat ze aan de beurt zijn kunnen gebruik maken van de expertise en voorlichting die d gemeente ter beschikking stelt.
J Er komt een onderzoeksopdracht naar het draagvlak voor een lokale energie maatschappij K Met banken en andere bedrijven wordt besproken hoe zij hierin hun rol kunnen pakken. Collegereactie Ontraden. Dit amendement vervangt het volledige voorgestelde besluit en voldoet in haar opzet niet aan de criteria om kaderstellend te kunnen zijn, het zorgt voor een onhaalbare planning en veroorzaakt meer onduidelijkheid voor bewoners dan het oorspronkelijke besluit. Van meerdere besluitpunten is niet duidelijk of het ter kennisgeving, ter in stemming of ter vaststelling. Juridisch is het daarom onuitvoerbaar. Een groot aantal onderdelen en de collegereactie daarop zijn ook benoemd in het amendement van SP, IP, VVD, FvdO.
Wat herkend wordt in het amendement zijn de volgende onderdelen: - Nieuwbouw moet aardgasvrij worden gebouwd. Dit is voor woningen al bij wet geregeld. Alleen grootverbruikers (bedrijfsleven grote maatschappelijke voorzieningen) mogen nog nieuwbouwen met aardgas. We merken dat ook bij nieuwebouw er steeds vaker gekozen wordt voor aardgasvrije technieken. Dit is helaas nog niet voor alle bedrijfsprocessen toepasbaar waarmee een algeheel verbod af te raden is. - Veel aandacht voor een stadsbrede isolatiecampagne. Want besparen is de beste energie. Wel vragen we hierbij een goede afweging tussen kosteneffectief isoleren ten behoeve van de (nieuwe) warmtesysteem. - Voorkomen van gedwongen deelname aan monopolisten. Hierin voorziet de in aantreding zijnde Warmtewet 2.0 met het zogenaamde ‘Right to challange’ waarmee bewoners eigen keuzevrijheid blijven houden om een aardgasvrij alternatief te kiezen. - Een duidelijkere uitspraak over het niet in zetten van biomassa. Dit is al onderdeel van het raadsprogramma en wordt ook niet als eindsituatie gezien. - De inzet van goede voorbeelden, zowel door inwoners/ambassadeurs als de gemeente zelf. Deze onderdelen herkennen en erkennen we als belangrijke onderwerpen die ook in het voorgestelde besluit zijn opgenomen, en desgewenst extra accent mogen krijgen.
Wat onhaalbaar is en ontraden moet worden is het op de lange baan schuiven (starten na 2030) om de bestaande gebouwen aardgasvrij te maken. De huidige opgave is al groot (circa 30.000 gebouwen in 30 jaar). Hierdoor wordt de doelstelling zoals gesteld in het Klimaatakkoord (in 2030 zijn er 1,5 miljoen van de 7,5 miljoen bestaande woningen op landelijk niveau aardgasvrij gemaakt) niet bijgedragen door Lelystad. Daarnaast is wordt er veel inzet gevraagd op het informeren en adviseren van inwoners en bedrijven zonder dat er gebouwen aardgasvrij worden gemaakt. Hiervoor is geen financiering beschikbaar en ook niet voorzien waardoor dit onuitvoerbaar is, immers er wordt geen bijdrage geleverd aan het afkoppelen van de 1,5 miljoen bestaande woningen. Met dit amendement is er daarom geen sprake van een transitievisie warmte tot 2030, kan er geen volgorde der wijken worden bepaald en zijn er geen uitvoerbare wijkuitvoeringsplannen. Hierdoor ontbreekt de mogelijkheid om meekoppel kansen met ander fysieke/sociale opgaven van de bestaande stad te gebruiken.
Amendement Datum sessie: 9 maart 2021 Datum raadsvergadering: 23 maart 2021 Agendapunt: Onderwerp: 354 Kadernota nieuwe energie/spelregels Transitievisie Warmte Lelystad Ondergetekenden stellen voor het voorgestelde besluit als volgt te wijzigen: Het voorgestelde besluit vervalt en wordt vervangen door: De raad besluit: 1. kennis te nemen van de kadernota Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050 en de aangeboden versie van deze kadernota aan te passen aan de volgende (deel)besluiten; 2. de doelstelling voor de warmtetransitie is dat in 2050 in Lelystad voor warmte in de gebouwde omgeving geen gebruik meer gemaakt wordt van fossiele brandstoffen en biomassa; 3. hiervoor de volgende 3 subdoelen te stellen, van naast elkaar lopende trajecten: a. zoveel mogelijk energiebesparing door isolatie en besparingsmaatregelen; b. zoveel mogelijk energieopwekking door plaatsing van zonnepanelen en zonnecollectoren. c. biomassa als energiebron uitsluiten en afbouwen. 4. De volgende groepen kaders te hanteren: - Strategie / Transitievisie Warmte; - Het bepalen van de volgorde waarin wijken overgaan naar een aardgasloze energievoorziening; - De Wijkuitvoeringsplannen; - Het bieden van handelingsperspectief. - aanpak van de bestaande woningvoorraad voor de periode tot 2031 5. Ten dienste van “Strategie” de volgende kaders vast te stellen: a.
een aantal wijken wordt tot 2030 aangepakt conform het gestelde onder punt 6. Voor de overige wijken wordt handelingsperspectief geboden. b. de gemeente kiest voor een regie- en faciliterende rol bij de uitvoering;
c. zij bevordert lokale initiatieven, informatieverstrekking en de onderlinge communicatie tussen inwoners en andere partijen met als doel het realiseren van de (sub)doelen onder 3.a en 3.b. d. er komt een separate aanpak voor woningen en grote bedrijven; e. bestaande woningen worden zoveel mogelijk naar een isolatieniveau gebracht dat verwarming door middel van een laagtemperatuursysteem mogelijk maakt. f. nieuw te realiseren woningen hebben geen gasaansluiting; g. nieuwe woningen zijn zoveel mogelijk energieneutraal of energiepositief; h. reeds vergunde bouwprojecten die nog niet aan bovenstaande eisen voldoen, verleiden we om hierover alsnog afspraken te maken; i. de kosten van de verduurzamingsmaatregelen mogen niet hoger zijn dan de besparing op de energierekening. Dus woonlastenneutraal. Dit gerekend naar het prijsniveau van 1 januari 2021 exclusief inflatiecorrectie. j. duurzame alternatieven voor de warmtetransitie zonder fossiele brandstoffen en zonder biomassa, zoals restwarmte van bedrijven, aardwarmte, warmte en koude opslag in de bodem, riothermie, aquathermie en waterstof worden nader onderzocht. k. de gemeenteraad neemt een besluit over het al dan niet toepassen van aardwarmte als warmtebron voor de warmtetransitie in Lelystad; l. op basis van het onderzoek en het besluit bij i.
brengen we de mogelijkheden en volgorde voor de warmtetransitie van de wijken in beeld; m. de daadwerkelijke transitie vindt eerst plaats nadat de raad een daartoe strekkend besluit heeft genomen; n. in overleg met de producenten van warmte in onze gemeente wordt ernaar gestreefd de uitfasering van het gebruik van biomassa te versnellen; o. er wordt ingezet op het eerder sluiten van de huidige biomassacentrales door gebruik van minder CO2 uitstotende alternatieven, aardgas is hierbij een optie, indien deze wordt ingezet als transitiebrandstof; p. nieuwe biomassacentrales of capaciteitsuitbreiding van bestaande biomassacentrales zijn niet toegestaan. De huidige biomassacentrales worden niet zodanig (grootschalig) gerenoveerd dat daarmee de technische levensduur wordt verlengd; q. binnen de wettelijke mogelijkheden te streven naar scheiding van productie en warmtetransport/beheer van de warmtenetten; 6. Ten dienste van “Volgorde der Wijken” de volgende kaders vast te stellen: a. bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met andere fysieke projecten in de stad; b. onderscheiden wordt de periode tot 2031 en de periode vanaf 2031 tot 2050, c. voor de periode tot 2031 richten wij ons op: i. buurten en wijken waar besparingsmaatregelen moeten worden genomen om klaar te zijn voor de daadwerkelijke warmtetransitie; ii.
onderzocht wordt in welke wijken en buurten de grootste isolatiewinst te behalen is. (In termen van energiebesparing/CO2 reductie); iii. woningen en bedrijven die niet op korte termijn (<10 jaar) gesloopt zullen worden; iv. de rangschikking van de onderlinge volgorde van de wijken wordt bepaald op basis van de relatief grootste energiebesparing per woning; d. voor de periode vanaf 2031 wordt een handelingsperspectief geboden; e. de raad stelt voor 2031, de volgorde der wijken voor de resterende periode vast; f. buurten die vooruit willen lopen op de gemeentelijke planning en dit op eigen kracht en binnen de kaders zelf kunnen organiseren, wordt daarvoor ruimte geboden. 7. Ten dienste van de Wijkuitvoeringsplannen de volgende kaders vast te stellen:
a. de keuzes voor de voorkeursenergiesystemen, met name daar waar die een collectieve verplichting inhouden, zijn gebaseerd op criteria zoals gesteld in dit besluit en de hierop nog volgende door de gemeenteraad te nemen besluiten; b. op basis van de onder 6.c bepaalde volgorde der wijken beginnen we met kleine maatregelen, isoleren, ventileren en opwekken (zonnepanelen en/of zonnecollectoren); c. we vervolgen met de omschakeling naar elektrisch koken en starten met de warmtetransitie in de wijken waar geen warmtenet als oplossing noodzakelijk is; d. we gaan pas over tot de aanleg van nieuwe warmtenetten als de raad heeft vastgesteld dat de voorgesteld duurzame voeding van het warmtenet realiseerbaar en betaalbaar is; e. de gemeente stelt (aanvullende) regels op ter voorkoming van overlast voor de omgeving als gevolg van uitstoot (luchtkwaliteit), geluidshinder, trillingen, enz ; f. er worden met bewoners/eigenaren “pilotwoningen” gerealiseerd, met name in buurten met veel eenvormige woningen, deze worden hierin (financieel) ondersteund. Dit om inzicht te verkrijgen in de technische en financiële mogelijkheden, de aanpak, de kosten en de besparingen; g. uit de technische bevindingen van de pilot en de ervaringen van de bewoners wordt tot de invulling van het aanbod gekomen; h. de transitie vindt voor de bewoners/eigenaren woonlastenneutraal plaats.
Naast technische oplossingen aan bewoners/eigenaren ook financiële oplossingen geboden; i. de wijze waarop een bewoner participeert in de daadwerkelijke transitie, kan variëren van het ontvangen van informatie door de doe-het-zelver tot het compleet ontzorgd worden door zich aan te sluiten bij een collectief; j. de bewoners/eigenaren en bedrijven krijgen de ruimte voor een eigen individuele en/of collectieve oplossing mits deze geen gebruik maakt van een fossiele of op biomassa gebaseerde energiebron;. Wanneer zij dat realiseren worden zij niet verplicht om aan een algemene voorziening deel te nemen. Zij maken hier dan dus ook geen kosten voor; k. waar mogelijk werken we met lokale aanbieders van producten en diensten. 8. Ten dienste van “handelingsperspectief” voor periode 2030 tot 2050 de volgende kaders vast te stellen: a. we geven ruimte voor individuele/collectieve initiatieven voor de warmtetransitie, aan inwoners/eigenaren in de wijken die in die periode 2030 tot 2050 gepland zijn, mits voldaan wordt aan de door de raad gestelde kaders; b. er komt inzicht in de maatregelen die door bewoners/eigenaren vooruitlopend op een wijkaanpak getroffen kunnen worden, zonder dat deze het deelnemen aan een algemeen aangeboden voorziening bij de warmtetransitie blokkeert; c.
we informeren bewoners/eigenaren actief via een website samen met de transitieambassadeurs (zoals de bewoners van de pilotwoningen) over de ontwikkelingen van de warmtetransitie, de mogelijkheden tot het nemen van verduurzamende maatregelen en subsidie- en financieringsmogelijkheden. Dit amendement wordt Ingediend door: SP InwonersPartij Alexander Sprong
Simon van Erk
VVD
FvdO Edwin Hers
Koen Dreesman
Toelichting: De afspraak is dat de raad geen rapporten vaststelt maar er kennis van neemt, tenzij dat juridisch onontkoombaar is. Dat laatste is naar de mening van de indieners niet het geval met de aangeboden kadernota. Zoals als antwoord op door ons eerder gestelde technische vragen door het college is gemeld, wordt de aangeboden versie van de kadernota aangepast aan de door amenderingen van het raadsvoorstel gewijzigde besluiten. De kosten van de verduurzamingsmaatregelen mogen niet hoger zijn dan de besparing op de energierekening. (woonlastenneutraal dus). Dit gerekend naar het prijsniveau van 1 januari 2021 exclusief inflatiecorrectie. Wij zijn tegen het gebruik van biomassa als verbrandingsmateriaal voor warmteopwekking. Het huidige gebruik van biomassa willen wij zo snel mogelijk afgebouwd zien. Wij zien het tijdelijk gebruik van aardgas als transitiebrandstof ter vervanging van het gebruik van biomassa als een optie. Het einddoel blijft fossiel- en biomassavrij in 2050. Warmtenetten een warmtenet is zo duurzaam als de bron waarmee zij gevoed wordt.
De exploitant van het betreffende warmtenet is een monopolist waar de huurder of eigenaar volledig afhankelijk van is; de woningeigenaar heeft een langdurend contract van veelal 20 tot 30 jaar; de warmtekosten van een warmtenet liggen veelal hoger dan in een vergelijkbare aardgassituatie; In veel gevallen vormen deze kosten een discussiepunt tussen bewoners/eigenaren en de warmteleverancier. (Over het ‘niet meer dan gas’ principe); de consument kan dus geen andere leverancier kiezen als hij de prijs te hoog vindt of de service slecht blijkt; de Warmtewet (2014) zou de consument moeten beschermen tegen te hoge energiekosten en een gegarandeerd warm huis en warmwater maar doet dat (in den lande) blijkbaar (nog) niet of onvoldoende; Van ons totale energieverbruik wordt het grootste deel gebruikt voor verwarming. De grootste CO2 reductie valt dan ook te behalen door het warmtegebruik te beperken. Daarom ligt het zwaartepunt voor de te kiezen maatregelen eerst bij het isoleren voor het treffen van overige maatregelen. Collegereactie Ontraden. Dit amendement vervangt het volledige voorgestelde besluit het zorgt voor een onhaalbare planning en veroorzaakt meer onduidelijkheid voor bewoners en ondernemers dan het oorspronkelijke besluit vanwege interne tegenstrijdige besluitpunten. Juridisch is het daarom onuitvoerbaar.
Een groot aantal onderdelen en de collegereactie daarop zijn ook benoemd in het amendement van D66. Wat herkend wordt in het amendement zijn de volgende onderdelen: - Nieuwbouw moet aardgasvrij worden gebouwd. Dit is voor woningen al bij wet geregeld. Alleen grootverbruikers (bedrijfsleven grote maatschappelijke voorzieningen) mogen nog nieuwbouwen met aardgas. We merken dat ook bij nieuwebouw er steeds vaker gekozen wordt voor aardgasvrije technieken. Dit is
-
helaas nog niet voor alle bedrijfsprocessen toepasbaar waarmee een algeheel verbod af te raden is. Veel aandacht voor een stadsbrede isolatiecampagne. Want besparen is de beste energie. Wel vragen we hierbij een goede afweging tussen kosteneffectief isoleren ten behoeve van de (nieuwe) warmtesysteem. Voorkomen van gedwongen deelname aan monopolisten. Hierin voorziet de in aantreding zijnde Warmtewet 2.0 met het zogenaamde ‘Right to challange’ waarmee bewoners eigen keuzevrijheid blijven houden om een aardgasvrij alternatief te kiezen. Een duidelijkere uitspraak over het niet in zetten van biomassa. Dit is al onderdeel van het raadsprogramma en wordt ook niet als eindsituatie gezien. De inzet van goede voorbeelden, zowel door inwoners/ambassadeurs als de gemeente zelf.
Deze onderdelen herkennen en erkennen we als belangrijke onderwerpen die ook in het voorgestelde besluit zijn opgenomen, en desgewenst extra accent mogen krijgen. Wat onhaalbaar is en ontraden moet worden is het op de lange baan schuiven (starten na 2030) om de bestaande gebouwen aardgasvrij te maken. Sterker nog er worden meer woningen aangesloten op aardgas. De huidige opgave is al groot (circa 30.000 gebouwen in 30 jaar). Hierdoor wordt de doelstelling zoals gesteld in het Klimaatakkoord (in 2030 zijn er 1,5 miljoen van de 7,5 miljoen bestaande woningen op landelijk niveau aardgasvrij gemaakt) niet bijgedragen door Lelystad. Daarnaast is wordt er veel inzet gevraagd op het informeren en adviseren van inwoners en bedrijven zonder dat er gebouwen aardgasvrij worden gemaakt. Hiervoor is geen financiering beschikbaar en ook niet voorzien waardoor dit onuitvoerbaar is, immers er wordt geen bijdrage geleverd aan het afkoppelen van de 1,5 miljoen bestaande woningen. Het uitstellen van duidelijkheid voor de eerste wijken voor 2030 verspeelt de kans op een uitfasering van de huidige biomassa voor geothermie. Het inzetten van aardgas in de bestaande warmtenetten zal daarmee niet economisch rendabel om te vormen zijn in de 20/30 jaar daaropvolgend vanwege de hoge dubbele investeringen.
De vraag is of de grote opgave om circa 30.000 gebouwen aardgasvrij maken in 30 jaar niet doorgeschoven wordt naar toekomstige raden om daardoor in 2030 nog maar 20 jaar de tijd te hebben om 30.000 gebouwen aardgasvrij te maken. Het besluit kent veel tegenstrijdigheden in zich waarmee het voor het college als niet uitvoerbaar moet worden beschouwd. De opmerkingen in de toelichting over het niet meer gebruikten van biomassa, waar wij de ‘houtsoortig’ aan toevoegen kan worden opgenomen. Met dit amendement is er daarom geen sprake van een transitievisie warmte tot 2030, kan er geen volgorde der wijken worden bepaald en zijn er geen uitvoerbare wijkuitvoeringsplannen. Hierdoor ontbreekt de mogelijkheid om meekoppel kansen met ander fysieke/sociale opgaven van de bestaande stad te gebruiken. Als parameter enkel sturen op grootste CO2 reductie lijkt het college te eenzijdig waarvoor in wij uw raad bij de bepaling van de volgorde der wijken (planning zomer 2021) uitgebreid over zullen informeren hoe de voorgestelde parameters kunnen worden ingezet. Uiteraard is de gemeenteraad aan zet bij de verschillende besluiten (kaderstelling, volgorde der wijken, wijkuitvoeringsplannen).