Schriftelijke vragen PvdA inzake jeugdzorg nav Nieuwsuur 10-03-2022
Tekst van het document
Aan het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Lelystad, In de uitzending van Nieuwsuur van 10 maart 2022 laat wethouder Van Noort weten -
Dat “het echt anders moet”, dat “jeugdzorg eigenlijk ziek is”, en dat “[we] merkten dat het ook niet meer goed was voor de kinderen.” Dat “er kinderen zijn die 12 jaar lang structureel naar therapieën en zaken zijn gegaan. Is dat dan echt beter voor het kind?” Dat de mensen ook wel een klein beetje verwend zijn, want er zijn ook echt mensen die zeggen “maar moet ik dan zelf voor mijn kind gaan zorgen?” Dat er ouders zijn die haar vragen of zij “dan werkelijk zelf voor hun eigen kind moeten zorgen. Dat gebeurt óók.” Dat zij van oordeel is, dat [ouders] in principe zelf voor hun kind moeten zorgen, omdat zij het gezag hebben, eindverantwoordelijk zijn en er zelf voor gekozen hebben om een kind te krijgen, dan ben je tot in het einde van de dagen verantwoordelijk voor je kind.”
Gezien de in de boodschap van de wethouder begrepen suggestie, dat ouders [kennelijk te] gemakzuchtig een beroep doen op jeugdhulp en daarom de kosten voor jeugdhulp hoog zijn, legt de fractie van de PvdA de volgende vragen voor aan de wethouder: 1. Wat bedoelt de wethouder met haar stelling “dat de jeugdzorg eigenlijk ziek is”? Kan zij dit concreet maken? 2. Waarop baseert de wethouder haar uitspraak dat “mensen een beetje verwend zijn” precies? Welke feiten en ervaringen liggen hieraan ten grondslag? 3. Is de wethouder bekend met de vele casus waarin ouders/verzorgers aankloppen voor ondersteuning in de vorm van jeugdhulp, niet -tijdig- adequate hulp ontvangen, en alsdan uiteindelijk moeten uitwijken naar [door rechter te bepalen] jeugdbeschermingsmaatregelen zoals jeugdzorg+-voorzieningen [die ook nog eens behoorlijk kostbaar zijn]? 4. Is de wethouder bekend met de verdragsrechtelijke verplichtingen die op de [lokale] overheid rusten, onder meer geconcretiseerd in het General Comment nr. 14 van het Comité voor de rechten van het kind? 5.
Is de wethouder het eens met de PvdA fractie, dat termen als ‘mensen zijn een beetje verwend’ geen positieve bijdrage leveren aan de omstandigheid, dat er kinderen zijn die door lange wachtlijsten, omissies in afspraken met jeugdhulpaanbieders en het soms zelf ontbreken van adequate jeugdhulp (zoals jeugd-GGZ voor complexe casus) ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd? 6. Heeft de wethouder er oog voor dat er andere oorzaken kunnen zijn voor langdurige nietadequate zorg [waar zij het heeft over kinderen die al 12 jaar allerlei therapieën volgen] , dan haar inzicht dat de aanvraag van jeugdhulp wordt gedaan door verwende mensen? 7. Op welke feiten en cijfers baseert de wethouder haar beleidskeuzes? 8. Welke taak ziet de wethouder voor de gemeente weggelegd in de jeugdhulp, anders dan het niet overschrijden van de budgetten?
9. Heeft de wethouder concrete voorstellen over hoe de jeugdhulp niet perse duurder, maar wel adequater kan worden vormgegeven? Graag zien wij – conform artikel 36 RvO – schriftelijke beantwoording van deze vragen tegemoet. Met vriendelijke groet, Rob Ros (namens de PvdA-fractie).