CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Schriftelijke vragen Jeugdhulp

Raadsvergadering 23 november 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 288. Beantwoording schriftelijke vragen jeugdhulp740 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Schriftelijke vragen ex artikel 36 Reglement van Orde Onderwerp: Jeugdhulp Datum: 23 augustus 2021 Van: ChristenUnie (Annemieke Messelink), GroenLinks (Judith Boertjens), CDA (Jelle Hijmissen), PvdA (Emiel van der Herberg) en D66 (Diane Bergman)

Tav de Jeugdhulp en de organisatie daarvan in Lelystad zouden we graag de volgende schriftelijke vragen willen stellen: 1. Uit diverse signalen blijkt dat beschikkingen worden afgegeven met een looptijd van rond de 3 maanden, terwijl men eerder een beschikking kreeg voor 6 maanden bijvoorbeeld. Wordt in het huidige proces inderdaad ingestoken op (in eerste instantie) beschikkingen met een korte looptijd (3 maanden bijv)? En zo ja wat is de reden van deze korte looptijd van een beschikking? Hoe verhoudt deze zich tot de noodzaak om vertrouwen op te bouwen met een zorgverlener en de noodzaak tot stabiliteit? Is een beschikking met zo’n korte looptijd effectief (in het bijzonder in deze turbulente tijd)? Mogelijk dat ook inzichtelijk is of het aantal beschikkingen met een kortere looptijd inderdaad is toegenomen? 2. Veel kleinere zorgaanbieders hebben de aanbesteding niet gekregen. Elders blijkt dat zulke aanbieders vervolgens door grote partijen die de aanbesteding hebben gekregen worden ingeschakeld, als onderaannemer, om dezelfde zorg te leveren, maar dan tegen een lager tarief. Is het college daarvan op de hoogte? Is hier bij de aanbesteding rekening mee gehouden? Heeft het college signalen dat dezelfde ontwikkelingen zich in Lelystad voordoen? 3.

Omdat er is besloten tot minder aanbieders binnen de jeugdhulp, zijn bij de aanbesteding ook organisaties buiten de aanbesteding gevallen die daarvoor wel zorg leverden. Dat is niet te vermijden. In hoeverre is in het proces rond de aanbesteding ook het belang van (kleine) lokale aanbieders met een uniek concept meegenomen? Of kan het zijn sommige unieke aanbieders (zoals bijv Ago Natura) zijn weggevallen uit het zorgaanbod, die niet op die manier kunnen worden overgenomen door andere aanbieders? 4. Uit verschillende signalen blijkt dat in een aantal gesprekken door verschillende partijen (gemeente, JGT, scholen, Samenwerkingsverband) naar elkaar verwezen wordt voor betaling en verlening van hulp. Daarnaast zijn er geluiden dat in gesprekken tav een beschikking wordt benoemd dat ‘hulp niet meer kan omdat er bezuinigd moet worden’.

Herkent het college deze signalen? Is het college met ons van mening dat in een gesprek met ouders of jongeren die hulp nodig hebben, de bezuinigingen op deze manier nooit een rol mogen spelen of mogen worden gebruikt als argument? En is het college ook met ons van mening dat het door verschillende partijen verwijzen naar elkaar voor betaling of verlenen van hulp geen gewenste situatie is? Wat zouden we kunnen doen om te voorkomen dat dit wel gebeurd? Op welke manier zou het mogelijk helpend kunnen zijn dat er iemand een volmacht krijgt om door te pakken, eerst zorgt dat er hulp geregeld wordt en daarna het proces leidt om te bepalen wie de rekening betaalt? 5. Er zijn signalen (ook in het landelijk nieuws: https://www.rtlnieuws.nl/nieuws/nederland/artikel/5233902/rechter-nathalie-machteloosnoodklok-huiselijk-geweld ) die zichtbaar lijken te maken dat ouders zich bij tijd en wijle gediskwalificeerd voelen als ouder en gesprekspartner tav de zorgvraag, er geen gevoel is

van gelijkwaardigheid. Heeft het college in Lelystad ook dergelijke berichten gehoord? Op welke manier ziet het college kans om hierover in gesprek te zijn en te blijven met de betrokken hulpverleners en ook te bevorderen dat hulpverleners daarover gezamenlijk in gesprek blijven? 6. Bij verschillende inwoners en instellingen of scholen lijkt het nog niet helder waar men heen moet voor zorg en welke zorg er is. Is het college hiervan op de hoogte? Op welke manier kunnen we deze bekendheid nog veel verder vergroten? 7. In sommige gevallen wordt geen verbinding gelegd tussen hulp aan verschillende gezinsleden. Op welke manier kan deze verbinding meer worden gecreëerd? Dat voorkomen wordt dat de hulp aan het ene gezinslid niet wegvalt omdat het met het andere gezinslid goed gaat? Of dat er te veel hulpverleners in een gezin zitten? We begrepen dat met JEL ook weer ingestoken wordt op 1 regisseur voor een gezin, dat is heel belangrijk. Dit is echter ook bij de vorige landelijke wijziging voor de jeugdhulp ook altijd de boodschap geweest (1 gezin, 1 regisseur, 1 plan) en in de praktijk lijkt dat toch moeilijker te bereiken dan mogelijk gedacht. Heeft het college een idee waar dit door komt en wat we kunnen doen om niet na een bepaalde periode te moeten concluderen dat er nog niet integraal gewerkt wordt?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=4765649c-b789-47ee-82b5-9e942625ed01