Raadsakkoord 2022 - 2026.docx
Tekst van het document
Vertrekpunt is kijken naar mogelijkheden en niet naar onmogelijkheden. De lokale ombudsfunctie wordt versterkt om daar een bijdrage aan te leveren. Nieuw beleid of nieuwe dienstverlening wordt -vaker- getoetst op uitvoering en uitwerking. De publieksbalie en het ondernemersplein in het stadhuis blijven open voor persoonlijk contact.
29
Afspraak
6.2 Wat gaan we daarvoor extra reserveren
Inschatting benodigde middelen
Meerjarenraming 2023 - 2026 2023 2024 2025 2026
10. Gemeente in de stad
Structurele middelen (x €1.000)
INCIDENTEEL (x €1.000)
-
-
-
-
-400
GS-2
Vroegtijdig betrekken belanghebbenden bij besluitvorming Participatie is geen doel op zich
-
-
-
-
-
GS-3
Participatieladder als hulpmiddel
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
PM
PM
PM
PM
-
PM
PM
PM
PM
-
PM
PM
PM
PM
-
PM
PM
PM
PM
-
GS-1
GS-9
Ophalen informatie uit de samenleving Bij werkbezoeken met iedereen in gesprek Verbeteren informatieverstrekking aan inwoners Toegankelijkheid/zichtbaarheid van de raad vergroten Inwoners enthousiasmeren voor en betrekken bij politiek en bestuur Titels M/A in beeld brengen
PM
PM
PM
PM
-
GS-10
Dienstverlening verbeteren
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
GS-12
Meer toetsing op uitvoering en uitwerking Publieksbalie en ondernemersplein
-
-
-
-
-
GS-13
Versterken ombudsfunctie
-125
-125
-125
-125
-
10. Totaal Gemeente in de stad
-125
-125
-125
-125
-400
GS-4 GS-5 GS-6 GS-7 GS-8
GS-11
30
7. Raad en College 7.1 Onderlinge verhoudingen 7.1.1 Wat willen we bereiken De wijze waarop raadsleden met elkaar en met het college omgaan, is van grote invloed op het imago van het gemeentebestuur en de bestuurskracht. Om het samenspel te verbeteren, zijn de volgende afspraken gemaakt: Raadsleden onderling De onderlinge verhoudingen tussen raadsleden kenmerken zich door wederzijds respect. Het maakt niet uit van wie een voorstel komt, er wordt serieus geluisterd en doorgevraagd als de bedoeling nog niet duidelijk is. Raadsleden zijn open naar elkaar en stellen de inhoud voorop. Daarbij mag het hard over de inhoud gaan, maar zacht op de relatie. Uitgangspunten voor de relatie tussen raad en college De relatie raad – college is gebaseerd op onderling vertrouwen om samen resultaten voor de stad te boeken. Het college voorziet de raad tijdig, volledig en op adequate wijze van relevante informatie. Alle fracties worden gelijktijdig bediend, zodat er geen verschil in kennisniveau ontstaat. De informatievoorziening moet goed toegankelijk zijn en meer gestructureerd en efficiënter vorm krijgen. De raad verwacht van het college dat het kwalitatief hoogwaardige stukken aanlevert, waarin ook de afwegingen kenbaar worden gemaakt rond de relevante keuzes (bijv. afgevallen opties) die in het verloop van het proces zijn gemaakt. Waar mogelijk worden aan de raad keuzevoorstellen voorgelegd.
Dat kan als tussenproduct, maar ook in het eindproduct. Bij de planning van de raadsbehandeling wordt rekening gehouden met voldoende tijd voor overleg tussen fracties onderling en met het college over het opstellen van (gezamenlijke) amendementen.Het proces voor politiek relevante beleidsproducten wordt tijdig vastgelegd (startnota’s) en aangehouden. De raad verwacht van het college dat het kwalitatief hoogwaardige stukken aanlevert, waarin ook de afwegingen kenbaar worden gemaakt rond de relevante keuzes (bijv. afgevallen opties) die in het verloop van het proces zijn gemaakt. Waar mogelijk worden aan de raad keuzevoorstellen voorgelegd. Dat kan als tussenproduct, maar ook in het eindproduct. Bij het ontraden van voorstellen moet het college altijd aangeven hoe een voorstel wel kan leiden tot een positief advies. Bij de planning van de raadsbehandeling wordt rekening gehouden met voldoende tijd voor overleg tussen fracties onderling en met het college over het opstellen van (gezamenlijke) amendementen. Een wethouder ‘is van de hele raad’ en heeft dus geen “eigen” fractie meer. Hij/zij is toegankelijk voor alle fracties en kan op uitnodiging bij alle fractie-overleggen aanwezig zijn. Naar buiten treedt de wethouder op als vakwethouder (bijvoorbeeld wethouder Sport) en niet als wethouder namens een partij.
De kennis en ervaring in het ambtelijk apparaat zijn ook beschikbaar voor raadsleden. Er komen duidelijke afspraken over hoe raadsleden daar rechtstreeks gebruik van kunnen maken. Het gaat daarbij om het delen van kennis en het stellen van feitelijke vragen. Dit wordt gefaciliteerd met een overzicht met ambtelijke contactgegevens.
31
Rolverdeling tussen Raad en College Vanuit zijn volksvertegenwoordigende rol geeft de raad kaders mee aan het college. Raad en college trekken samen op om die kaders te ontwikkelen, waarbij het college ambtelijke deskundigheid inbrengt en zorgdraagt voor tijdige verstrekking van informatie. De raad legt in die kaders met name de doelen vast die moeten worden bereikt, en stuurt op hoofdlijnen. De raad blijft zoveel mogelijk weg bij kaders op uitvoeringsniveau. Het college krijgt veel ruimte om binnen de meegegeven kaders de uitvoering ter hand te nemen. Het college bewaakt dat de organisatie werkt binnen de door de raad gestelde kaders. Dat geldt ook voor de voorstellen die vanuit het college worden voorgelegd aan de raad. Vanuit zijn controlerende rol kan de raad de meegegeven kaders bijstellen als daar aanleiding voor is.
Afspraak
7.1.2 Overzicht gemaakte afspraken
11. Raad en College
Meerjarenraming 2023 - 2026 2023 2024 2025 2026
Onderlinge verhoudingen
Structurele middelen (x €1.000)
INCIDENTEEL (x €1.000)
-
-
-
-
-
RC-2
Wederzijds respect, luisteren en doorvragen Openheid en inhoud voorop
-
-
-
-
-
RC-3
Onderling vertrouwen
-
-
-
-
-
RC-4
Proces tijdig vastleggen (startnota’s)
-
-
-
-
-
RC-5
Bij ontraden alternatief aangeven
-
-
-
-
-
RC-6
Toegankelijkheid wethouders
-
-
-
-
-
RC-7
Vakwethouders, niet namens partij
-
-
-
-
-
RC-8
Werken binnen gestelde kaders
-
-
-
-
-
RC-9
Rolverdeling Raad – College
-
-
-
-
-
RC-10
Tijdige informatievoorziening
-
-
-
-
-
Toegang tot ambtelijke deskundigheid + overzicht contactgegevens Overige werkafspraken
-
-
-
-
-
11. Raad en College
-
-
-
-
-
RC-1
RC-11 RC-12
7.2 Vergadermodel en werkafspraken 7.2.1 Wat willen we bereiken In Lelystad wordt vergaderd volgens een variant van het BOB-model. Indertijd is hiervoor gekozen om efficiënter te vergaderen en belanghebbenden een betere plek te geven in het besluitvormingsproces. Inmiddels is veel ervaring opgedaan met dit vergadermodel dat behalve voordelen natuurlijk ook nadelen heeft. Daarom zal de raad onderzoeken of, en zo ja hoe, het vergadermodel en alle afspraken die daaromheen zijn gemaakt, kunnen bijdragen aan de gewenste nieuwe werkwijze of dat wijzigingen nodig zijn.
32
Vergadermodel Er wordt een werkgroep ingesteld om het vergadermodel c.a. tegen het licht te houden, met in ieder geval de volgende aandachtspunten: - woordvoerders/specialisten moet altijd zelf aanwezig kunnen zijn; - er moet collectieve kennis en een langetermijnvisie op onderwerpen worden opgebouwd; - belanghebbenden moeten voldoende participatiemogelijkheden hebben en weten wanneer ze kunnen inspreken; - een deadline invoeren voor het toevoegen van documenten; - besluitvorming is pas aan de orde als er in grote mate consensus is dat het onderwerp voldoende is besproken; - in de besluitvormende raadsvergadering worden spreektijden gehanteerd en gehandhaafd, maar niet zodanig dat er geen ruimte (spreektijd) meer is voor een goed inhoudelijk debat; - iedere fractie is zelf verantwoordelijk voor een goede indeling van zijn spreektijd, waarbij geen tijd verloren gaat aan het reageren op interrupties en/of vragen van anderen; - onderzoeken of een andere vergaderdag de voorkeur verdient met het oog op: o meer tijd voor beantwoording van vragen en preadviezen voor het college; o meer voorbereidingstijd voor raadsleden; o voldoende rust, ruimte en regelmaat in het vergaderproces. De werkgroep die zich bezig houdt met een voorstel voor de herijking van het vergadermodel stelt een bijpassend reglement van orde op na de besluitvorming over het vergadermodel.
Afspraak
7.2.2 Overzicht gemaakte afspraken
11. Raad en College
Meerjarenraming 2023 - 2026 2023 2024 2025 2026
Vergadermodel en werkafspraken
Structurele middelen (x €1.000)
INCIDENTEEL (x €1.000)
RC-13
Doorlichten vergadermodel
-
-
-
-
-
RC-14
Aanpassen Reglement van Orde
-
-
-
-
-
11. Raad en College
-
-
-
-
-
7.3 De nieuwe werkwijze De gemeenteraad heeft de overtuiging dat de bestuurscultuur moet veranderen om tot een betere samenwerking te komen met meer resultaten voor de samenleving. Daarvoor is een nieuwe werkwijze noodzakelijk. Op basis van alle gemaakte afspraken kan de essentie daarvan worden weergegeven in de volgende tien hoofdpunten: 1) Geen coalitie – oppositie meer; het college is van de hele raad, zodat wethouders geen “eigen” fractie meer hebben. 2) In de onderlinge verhoudingen (in de raad en met het college) staan wederzijds respect, openheid en vertrouwen centraal. 3) De ambtelijke organisatie is goed aangehaakt bij het gemeentebestuur en is voor raadsleden toegankelijk voor het verkrijgen van feitelijke informatie. 4) De samenwerking raad – college wordt qua proces beter vooraf vormgegeven met startnota’s. 5) Meer samenwerking raad – college op inhoud, met behoud van de eigen verantwoordelijkheden.
33
6) De raad krijgt ruimte voor echte kaderstelling, waar dat relevant is op basis van keuzemogelijkheden. 7) Het college krijgt na de kaderstelling echte ruimte voor de uitvoering. 8) Gestreefd wordt naar grote meerderheden bij besluitvorming (minderheden doen ook mee). 9) Betere interactie met de samenleving, gericht op: ➢ het in beeld krijgen van alle belangen t.b.v. een goede belangenafweging; ➢ maatschappelijke oriëntatie; ➢ herstel van het vertrouwen in het gemeentebestuur. 10) Er wordt geregeld aandacht besteed aan deze nieuwe werkwijze, in ieder geval tijdens de 2daagse.
7.4 Borging en Evaluatie Het werken met een raadsakkoord is niet uniek. Meerdere gemeenten in Nederland werken soms zelfs al langere tijd met vormen van raadsakkoorden. Het is niet alleen een instrument, er zit ook een filosofie achter, die leidt tot een nieuwe werkwijze. Een belangrijke les die in andere gemeenten is geleerd gaat over de borging van die nieuwe werkwijze. Regelmatig stilstaan bij successen en knelpunten is een must: alleen zo plukt de gemeente optimaal de vruchten van de nieuwe werkwijze. Als een vernieuwing nog niet helemaal uitgekristalliseerd is, ligt bij iedere crisis of tegenslag het gevaar op de loer om terug te vallen op wat bekend en vertrouwd is. De beste manier om dat te voorkomen is regelmatig te evalueren en elkaar te blijven aanspreken op gedragingen die niet stroken met de nieuwe werkwijze. Hierbij is een belangrijke rol weggelegd voor de burgemeester en de bestuurlijke driehoek (overleg burgemeester, gemeentesecretaris en griffier). Ook de werkgroep bestuurlijke vernieuwing kan worden ingezet om een vinger aan de pols te houden en de nieuwe werkwijze verder te ontwikkelen. Verder staat de bestuurscultuur standaard op de agenda van het fractievoorzittersoverleg. Minimaal jaarlijks en tussentijds als dat nodig is, bespreekt de raad zijn ervaringen met het werken met een raadsakkoord en wat nog verbeterpunten zijn.
De jaarlijkse evaluatie vindt zo breed mogelijk plaats, zodat iedereen aangehaakt blijft. Deze kan goed worden gecombineerd met de jaarlijkse tweedaagse, waarin raad en college zich buigen over de onderlinge samenwerking en de omgangsvormen. Parallel daaraan kan ook worden gerapporteerd over de stand van zaken van alle inhoudelijke afspraken.
34
Bijlagen A. Financiële afspraken B. Raads-niet-akkoord C. Overzicht gevraagde plannen en voorstellen D. Aanpassingen na raadsbehandeling E. Raadsbesluit Woonvisie 2021 – 2026 F. Raadsbesluit Kadernota nieuwe energie (Warmtevisie)
35
Bijlage A.: Financiële afspraken In onderstaande tabel zijn de beschikbare structurele middelen afgezet tegen de geraamde extra kosten van de ca. 140 afspraken die zijn opgenomen in de hoofdstukken 5 en 6. Meerjarenraming 2023 - 2026 Samenvatting inschatting benodigde middelen
2023
2024
2025
2026
Structurele middelen (x €1.000)
Geactualiseerde stand kaderbrief 2023 – 2026 (na de meicirculaire)
TOTAAL INCIDENTEEL (x €1.000)
10.431
13.660
14.992
1.587
1. Totaal Bereikbaarheid
-70
-70
-70
-70
-800
2. Totaal Economie
-241
-311
-311
-311
-1.475
3. Totaal Natuur
-120
-220
-220
-220
-2.200 -2.315
4. Totaal Onderwijs 5. Totaal openbare orde en veiligheid 6. Totaal Sociaal domein
-
-
-
-
-875
-875
-875
-875
-500
-450
-450
-450
-1.420
7. Totaal Stedelijke vernieuwing
-410
-1.000
-910
-910
-2.150
8. Totaal Voorzieningen
-460
-535
-535
-535
-13.750
9. Totaal Wonen 10. Totaal Gemeente(raad) in de stad
-310
-275
-275
-275
-10.000
-125
-125
-125
-125
Subtotaal effect afspraken op stand kaderbrief
-3.111
-3.861
-3.771
-3.771
-34.610
Totaal
7.320
9.799
11.221
-2.184
-34.610
-100
-400
Bij de beschikbare structurele middelen is rekening gehouden met: a. het structureel ramen van de volledige ruimte onder het plafond BTW-compensatiefonds; b. het vooralsnog niet uitgaan van een aanvullend nadelig herverdeeleffect gemeentefonds in 2026; c. het instellen van een “Reserve dekking kapitaalslasten” vooralsnog alleen voor de sporthal (V-1); d. de nieuwste financiële inzichten als gevolg van de meicirculaire 2022. Voor het structurele financieringsgat in 2026 zal een taakstelling worden opgenomen in de meerjarenraming 2024 - 2026. Na het zomerreces worden afspraken gemaakt over een passende werkwijze om dit probleem op te lossen als blijkt dat het zich bij de volgende meerjarenraming nog steeds voordoet. Van de geraamde omvang van de incidentele middelen ad 80 miljoen is vooralsnog aan 34,6 miljoen een bestemming gegeven. Dat geeft ruimte om ook nog in te spelen op cofinancieringsvereisten of voor de financiering van andere onvoorziene ontwikkelingen, die Lelystad verder brengen.
36
Bijlage B.: Het Raads-niet-akkoord Met 14 fracties afspraken maken waar iedereen zich in kan vinden is niet altijd eenvoudig. Soms lukt dat ook gewoon niet. Gaandeweg is de werkwijze geworden om in het raadsakkoord alleen afspraken op te nemen waar ten minste een gekwalificeerde meerderheid van tweederde zich in kan vinden. De onderwerpen waarvoor die meerderheid er niet was zijn doorgeschoven naar het “raads-niet-akkoord”. Dat betekent dat het een vrije kwestie is als over het onderwerp een voorstel in de raad komt. Deze onderwerpen zijn opgenomen in onderstaande tabel 1. Tabel 1. Onderwerpen die wel zijn besproken, maar die niet zijn opgenomen in het raadsakkoord
Nr. Onderwerpen die een vrije kwestie zijn 1.
Geen vestiging van een asielzoekerscentrum.
2.
Het afschaffen van de hondenbelasting.
3.
Het zichtbaar dragen van religieuze uitingen in publieke functies.
4.
Een tegenprestatie als voorwaarde voor het ontvangen van een bijstandsuitkering.
Daarnaast zijn er afspraken opgenomen in het raadsakkoord waar één of meer fracties moeite mee hebben. Zij kunnen in zo’n geval aantekening vragen van hun bedenkingen. Zo’n aantekening verandert niets aan de steun voor het raadsakkoord, maar zorgt ervoor dat principiële zaken ook zijn benoemd. Daarmee verrassen partijen elkaar niet achteraf. Deze aantekeningen zijn opgenomen in onderstaande tabel 2. Tabel 2. Afspraken waarbij door fracties is gevraagd om aantekening van hun principiële bedenkingen
Nr.
Aantekening betreffende
Fr.
Korte toelichting
B-1
Lobbyen voor opening/uitbreiding luchthaven Lobbyen voor opening/uitbreiding luchthaven Integraal plan verkeersoplossing Stationsgebied Pilot conciërges op basisscholen
GL
Integraal plan Hoofdstad Nieuwe Natuur en trekkers bekendmaken Lelystad evenementenstad
SP
Onderzoek versterken relatie publiekstrekkers - stadshart Versterken agrarische sector
SP
Streven naar uitvoering zorgtaken binnen budget Geen enkel kind zit met honger op school Er komt geen 2e coffeeshop
SP
De uitbreiding van de luchthaven strookt niet met het verkiezingsprogramma. Overlaten aan de landelijke politiek en geen geld meer besteden aan het open krijgen. Voor het plan, maar een nieuw busstation staat nog niet vast, is een mogelijkheid. Tegen inmenging in het personeelsbeleid van scholen. Geen dure marketingcampagnes en niet meer bezoekers kwetsbare Marker Wadden Tegen dure marketingcampagnes, wel over bestaande mogelijkheden communiceren. Stadshart is geen toeristische trekpleister. Richten op behoeften eigen inwoners. Aandacht voor vernietiging agrarische sector door “stikstofvraagstuk” ontbreekt Streven wordt ondersteund, maar inwoners niet tekort doen door een budget wat op is. Symptoombestrijding, pakt onderliggend probleem niet aan. Blokkeren van een 2e coffeeshop strookt niet met het verkiezingsprogramma.
B-1 B-7 O-10 N-1 E-9 E-11 E-13 SD-2 SD-8 OOV-11
SP SP ML
SP
FVD
ML GL
37
OOV-11
Er komt geen 2e coffeeshop
PvdA
OOV-11
Er komt geen 2e coffeeshop
D66
LT-visie
Energietransitie, van het gas af, windparken en zonneweides Energietransitie, van het gas af, windparken en zonneparken Situaties Werkeiland en Flevo Golfresort Het niet samengaan in mfa’s van scholen en kerken/moskeeën
FVD PVV LL LL
De mogelijk openhouden en afstemmen op de groei van de stad. Meer coffeeshops: vermindering illegale handel en overlast door straatdealers. FVD was niet betrokken, wil ruimte voor heroverweging bij voortschrijdend inzicht. Er moet ruimte zijn voor heroverweging bij voortschrijdend inzicht. Het raadsakkoord had hiervoor een oplossing moeten bieden. Het raadsakkoord had hierover een uitspraak moeten doen.
38
Bijlage C.: Overzicht gevraagde plannen en voorstellen De volgende specifiek genoemde plannen en voorstellen worden door de raad tegemoet gezien: 1. Bereikbaarheid B-2 Onderzoek oplossen knelpunten doorstroming hoofdwegenstructuur B-3 Plan van aanpak Lelystad bij de beste fietssteden van Nederland B-7 Plan integrale verkeersoplossing Stationsgebied 2. Onderwijs O-11 Aanvalsplan samen met scholen voor terugdringen lerarentekort 3. Natuur N-1 Integraal plan van aanpak bekendmaking “Lelystad hoofdstad nieuwe natuur” N-3 Soortenmanagementplan N-4 Voorstel herijking beheer bestaande natuur, inclusief openbaar groen N-5 Vervolgplan bestrijding invasieve exoten N-6 Lokale klimaatadaptiestrategie N-7 Visie op het buitengebied opnemen in Omgevingsvisie 2.0 4. Economie E-4 Halfjaarlijkse rapportage E-5 Startnota integrale Horecavisie E-5 Integrale Horecavisie 5. Wonen W-2 Voorstel uitvoeringsorganisatie versnelling woningbouwopgave W-9 Voorstel locatie huisvesting arbeidsmigranten W-9a Gemeentebreed actieplan handhaving overlast (illegale) kamerverhuur W-11 Plan van aanpak vergroten vindbaarheid subsidieregelingen 6.
Voorzieningen V-1 Voorstel passende algemene sportaccommodatie in nabijheid Porteum V-2 Onderzoek naar tweede (buiten)zwemvoorziening V-3 Voorstellen toename participatie sport en culturele activiteiten V-7 Strategie/plan volwaardig zorgaanbod, leidend tot volwaardig ziekenhuis V-11 Meetbaar maken criteria voor ambitie meest kind- en jeugdvriendelijke stad van NL 7. Stedelijke vernieuwing SV-2 Integrale visie gebiedsontwikkeling Larserplein SV-3 Stedenbouwkundig plan ontwikkeling Kustzone SV-4 Integraal plan ontwikkeling Stationsgebied SV-5 Plan opknappen openbare ruimte Stadshart SV-7 Plan parkeren Stadshart SV-11 Voorstel verhogen kwaliteit openbare ruimte SV-18 Voorstel optimaliseren capaciteit/beschikbaarheid mfa’s en sportzalen 8. Sociaal Domein SD-7 Halfjaarlijkse rapportage bekendheids- en gebruikscijfers diverse regelingen SD-11 Voorstel gratis/gereduceerd gebruik OV
39
9. Openbare orde en veiligheid Geen 10. Gemeente(raad) in de stad GS-1 en GS-5 t/m 9 Voorstel griffie mogelijkheden verbinding met de samenleving 11. Raad en College RC-13 Voorstel werkgroep inzake vergadermodel en werkafspraken RC-14 Voorstel werkgroep inzake RvO
40
Bijlage D.: Wijzigingen na raadsbehandeling Volgt na behandeling op 28 juni 2022.
41
Bijlage E.: Raadsbesluit Woonvisie 2022 - 2027
Raadsbesluit Nummer: 323 De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 26 oktober 2021 en 14 december 2021; B E S L U I T:
1. De Woonvisie 2022-2027 en Woonagenda 2021-2025 met de volgende visie en ambities vast te stellen: Visie en ambities 1.1. Lelystad streeft naar een versnelde kwalitatieve groei van de stad met de juiste woning op de juiste plek en wijken met alle voorzieningen die daarbij horen. 1.2. Lelystad draagt de identiteit van ‘hoofdstad van de nieuwe natuur’ uit. De kwaliteit van woningen en woonomgeving is van essentieel belang. Zowel voor het trekken van nieuwe bewoners als voor het behouden voor inwoners. 1.3. Lelystad is een stad voor iedereen. Van jong tot oud, alleenstaand tot gezin, laagopgeleid tot hoogopgeleid, arm tot rijk en zelfredzaam tot zorgbehoevend; iedereen die dat wil moet in Lelystad goed kunnen wonen. 1.4. Lelystad zet in op het substantieel terugdringen van de wachttijd voor het verkrijgen van een (sociale) huurwoning. 1.5. Lelystad wordt op een duurzame, klimaatbestendige en energie neutrale manier ontwikkeld. Veel groen in Lelystad ondergaat een kwaliteitsimpuls en biedt daardoor ruimte voor nieuwe maatschappelijke opgaven zoals klimaatadaptatie, energietransitie en gezond bewegen in de stad. 1.6. Lelystad ontwikkelt zich als een klimaat adaptieve en natuur inclusieve stad door goed beheer en de bewustwording van de Lelystedeling voor natuurbelang te vergroten. 1.7.
Uitgangspunt voor Lelystad is gemengde wijken waarbij op wijkniveau in iedere doorsnede de verschillende prijsklassen en woningcategorieën vertegenwoordigd worden. Groeiambitie 1.8 Te groeien door de komende jaren voldoende woningen te bouwen voor eigen inwoners en aanvullend woningen toe te voegen voor het opvangen van het regionale en landelijke woningtekort. 1.9 Te komen met een Nota Gronduitgifte en deze vast te stellen voor een periode van tevens 5 jaar. In deze nota wordt onder andere beschreven hoe de gemeente om wil gaan met de uitgifte van
42
gronden voor woningbouw en bedrijven, CPO’s, sociale huur- en koopwoningen en projectmatige woningbouw en specifieke woonvormen. 1.10 Meer diversiteit in het aanbod te realiseren, in zowel grondgebonden woningen als gestapelde bouw om doorstroming te stimuleren en nieuwe inwoners en bedrijvigheid aan ons binden. 1.11 Deze diversiteit op straatniveau te realiseren en nooit meer dan 25% van dezelfde woningenklassen en typologieën in een wijk. 1.12 In te steken op diversiteit in bewonerssamenstelling zowel op gemeentelijk als op wijkniveau. Kansrijke groepen zijn starters, studenten en 30-60 jarigen met een midden tot hoger inkomen. Daarbij verliezen we andere doelgroepen qua leeftijd en inkomen niet uit het oog. 1.13 In te steken op de kernkwaliteiten van Lelystad: rust, ruimte en groen in combinatie met een stedelijk voorzieningsniveau. 1.14 Ruimte te bieden aan nieuwe woonvormen en flexibel wonen en bouwen. We stimuleren het oprichten van wooncoöperaties, vormen van collectief particulier opdrachtgeverschap en andere burgerinitiatieven (zoals bv een Knarrenhof). We faciliteren initiatiefgroepen. We streven naar het minimaal realiseren van 5 CPO2 of soortgelijke3 projecten in de periode 2022 – 2025 en doen daarvoor jaarlijks in ieder geval drie initiatieven een passende grondaanbieding om hun project te realiseren en informeren de raad met redenen omkleed als dit niet lukt.
1.15 In te zetten op kwalitatief groeien van de stad met de juiste woning op de juiste plek. Hierbij willen we eenzijdigheid en eentonigheid doorbreken. Daar waar het past, kan hoogbouw worden gerealiseerd. Wij streven in het centrumgebied en aan de kust ook naar hoogbouw. 1.16 Integraal gebieden te ontwikkelen, waarbij ook de stad als geheel en de voorzieningen in de stad worden meegenomen. 1.17 Adaptief te programmeren en te werken ’met mogelijke toekomstscenario’s waardoor het mogelijk is flexibel te blijven, mee te bewegen met ontwikkelingen en in te spelen op kansen. 1.18 Voor en in overleg met de woningcorporaties via de prestatie – afspraken voldoende bouwlocaties voor de sociale huursector te waarborgen voor een periode van (voortschrijdend) vijf jaar. Bestaande stad 1.19 Differentiatie in doelgroepen en woningaanbod te bevorderen door in bestaande woongebieden met name in te zetten op het realiseren van huur- en koopwoningen en typologieën die in dat gebied ondervertegenwoordigd zijn, dus goedkope huur-/koopwoningen aanvullen met duurdere en andersom. Lelystad stelt zichzelf daarnaast meetbare doelstellingen in de planning en realisatie om de differentiatie in doelgroepen en woningaanbod te kunnen waarborgen. 1.20 Transformatie van leegstand vastgoed naar woningen waar dat kan en wenselijk is te bevorderen.
1.21 De kwaliteit van woningen en de woonomgeving te verbeteren. Onder kwaliteit wordt verstaan dat woningen goed onderhouden zijn, zo veel mogelijk levensloopbestendig zijn en voldoen aan de beoogde duurzaamheidseisen.
2 Collectief Particulier Opdrachtgeverschap 3 In opdracht van een stichting
43
1.22 De leefbaarheid en veiligheid te verbeteren door betrokkenheid en participatie van bewoners te vergroten, in te zetten op een integrale aanpak van leefbaarheid en veiligheid en te zorgen voor een evenwichtige verdeling van de verschillende doelgroepen over de stad. 1.23 Te verdichten waar dit wenselijk is en daarbij voldoende groene delen en openbare voorzieningen in woonwijken als kernkwaliteit te behouden en in het bijzonder onze parken niet te bebouwen. 1.24 Bij woningbouw in de bestaande stad omwonenden van de bouwlocatie te betrekken vanaf de kaderstelling voor de invulling van die locatie en de raad steeds tijdig te informeren over de resultaten daarvan. Betaalbaarheid en beschikbaarheid 1.25 Doorstroming te bevorderen door de variëteit van woningen te vergroten en in te spelen op woningbehoeften. 1.26
De wachttijden voor sociale huurwoningen te verkorten.
1.27
De uitbreiding van de voorraad te bepalen aan de hand van twee componenten:
1.27.1 De “basisbehoefte”: dit is de uitbreidingsbehoefte van de woningzoekenden uit Lelystad die economisch / maatschappelijk gebonden zijn aan de stad, waarbij spoedige verkorting van de zoekduur tot 2 jaar maatgevend voor wat betreft de inzet mbt de sociale huursector de komende jaren uitgangspunt is; 1.27.2 De “instroombehoefte” die bepaald wordt door het beleidsmatig gewenste groeipotentieel, met een differentiatie van in ieder geval 50% bestaande uit sociale huur, middenhuur (tot ca. €1050 per maand) en betaalbare koop (tot ca. €270.000). De basisbehoefte vormt de kern van de woningproductie die onafhankelijk van de marktomstandigheden gerealiseerd wordt. De realisatie van de instroombehoefte is marktafhankelijk met een harde ambitie van tenminste 1000 woningen per jaar. 1.27.3 Nieuw gebouwde woningen in de component “basisbehoefte” worden maximaal aan de beoogde doelgroep (aan Lelystad gebonden) toegewezen, met gebruikmaking van alle ruimte die de Huisvestingswet daartoe biedt. 1.28 Lelystadse woonwagenbewoners binnen een redelijke termijn kans te bieden op een woning dan wel standplaats. 1.29 We zetten in op het beschikbaar stellen van voldoende betaalbare woningen voor vergunninghouders en arbeidsmigranten.
1.30 Opkopen van en speculeren met woningen actief tegen te gaan, met gebruik van instrumenten zoals zelfbewoningsplicht, opkoopbescherming en “sociale koop” conform het “Haarlems Model” waarbij NHG-grens leidend is. Duurzaamheid 1.31
De woningvoorraad te verduurzamen en asbestsanering te stimuleren.
1.32 De woningvoorraad voorbereiden op de steeds extremere weersomstandigheden ten gevolge van de wereldwijde klimaatverandering. 1.33
Het natuur inclusief bouwen en ontwikkelen als standaard te hanteren.
1.34 Te experimenteren en ruimte te bieden voor innovatieve architectuur en innovatieve bouwstijlen, zoals demontabel en circulair bouwen met houtbouw en bio-based materialen.
44
1.35 Voor het bouwen van woningen te streven naar duurzaamheid en circulariteit, gebruik van materialenpaspoorten en recyclen van grondstoffen. Hiervoor in de nota gronduitgifte eventueel stimulerende maatregelen te nemen.
Wonen voor mensen met een zorgvraag/inclusieve samenleving 1.36 Een gevarieerd aanbod aan woonvoorzieningen met passende zorg te realiseren, verspreid over de stad. 1.37 In te zetten op levensloopbestendige wijken en een divers aanbod van seniorenwoningen. (Onze visie hierbij is verwoord in hoofdstukken 3, 4 en 5 van bijlage 4 ‘Lelystad Seniorproof’). 1.38 Een gespreid en passend aanbod aan woonvormen te creëren voor mensen met GGZ problematiek, waarbij een participatietraject met de directe omwonenden inclusief consultatie van professionals wordt toegepast. Samenwerking 1.39 Inwoners tijdig te betrekken bij te nemen beslissingen inzake ruimtelijke plannen en het proces duidelijk uit te leggen. 1.40 Op een open en transparante wijze, vanuit wederzijds vertrouwen, samen te werken met partners in de stad. 1.41 Onze ambities landelijk en regionaal onder de aandacht brengen, nauwgezet politieke keuzes te volgen en tijdig en actief onze inbreng te leveren.
Lelystad, 8 maart 2022 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier,
45
Bijlage F.: Raadsbesluit Kadernota nieuwe energie (Warmtevisie) Raadsbesluit Nummer: 354 De raad van de gemeente Lelystad, op voorstel van het college van de gemeente Lelystad d.d. 24 november 2020; B E S L U I T: 1. kennis te nemen van de kadernota Transitievisie Warmte Lelystad 2020-2050; 2. als doelstelling voor de warmtetransitie vast te stellen dat: Lelystad in 2050 voor warmte in de gebouwde omgeving geen gebruik meer maakt van fossiele brandstoffen en houtsoortige biomassa; 3. bij de doelstelling onder 2. de volgende drie subdoelen vast te stellen: a. zoveel mogelijk energiebesparing te bereiken door isolatie en besparingsmaatregelen; b. zoveel mogelijk energieopwekking te bereiken door plaatsing van zonnepanelen en zonnecollectoren op daken; c. houtsoortige biomassa als energiebron uitsluiten voor nieuwe installaties en het huidige gebruik (zo spoedig mogelijk) af te bouwen. 4. De volgende groepen kaders te hanteren: - Strategie / Transitievisie Warmte; - Het bepalen van de volgorde waarin wijken overgaan naar een aardgasloze energievoorziening; - De Wijkuitvoeringsplannen; - Het bieden van handelingsperspectief. 5. Ten dienste van “Strategie” de volgende kaders vast te stellen: a. In de vast te stellen “volgorde der wijken” wordt tot 2030 een aantal wijken geselecteerd en opgepakt tot op techniekniveau. Voor de overige wijken wordt handelingsperspectief geboden; b.
de gemeente kiest voor een regie- en faciliterende rol bij de uitvoering; c. de gemeente vervult een voorbeeldfunctie voor het eigen gemeentelijk vastgoed; d. de gemeente bevordert lokale initiatieven door tijdige informatieverstrekking; e. er komt een separate aanpak voor bedrijventerreinen, hierbij worden de bedrijven betrokken; f. de woningisolatie van bestaande woningen wordt zoveel mogelijk naar het LT-isolatieniveau gebracht zodat er een zo breed mogelijke keuze van warmtetechnieken mogelijk wordt; g. bij asbestwoningen wordt er zoveel mogelijk “werk met werk gemaakt” door asbestsanering te combineren met de isolatieopgave en waar van toepassing het plaatsen van zonnecollectoren en/of zonnepanelen; h. met ontwikkelaars van reeds vergunde woningbouwbouwprojecten die nog op gas aangesloten mogen worden gaat de gemeente in gesprek om hierover alsnog afspraken te maken; i. de individuele lasten voor de woningeigenaar van de te nemen verduurzamingsmaatregelen en de toekomstige energiekosten (onderhoud, afschrijving, kapitaalslasten en gebruikerskosten), mogen niet hoger zijn dan de huidige lasten gerekend naar het prijsniveau van 1 januari 2021. Inflatiecorrectie vindt hierbij wel plaats; j.
de gemeenteraad wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd over de mogelijkheden en risico’s van de inzet van aardwarmte in Lelystad, zodat zij hierover een richtinggevende uitspraak kan doen; k. in overleg met de producenten van warmte in onze gemeente wordt ernaar gestreefd de uitfasering van het gebruik van houtsoortige biomassa te versnellen; l. Aardgas kan worden toegepast als transitiebrandstof als daarmee het transitieproces
46
richting een warmtevoorziening die vrij is van fossiele brandstof en houtvormige biomassa kan worden bevorderd; m. nieuwe biomassacentrales, dan wel het vergunnen van capaciteitsuitbreiding van bestaande biomassacentrales zijn niet toegestaan; n. binnen de wettelijke mogelijkheden te streven naar scheiding van productie en warmtetransport/beheer van de warmtenetten. 6. Ten dienste van “Volgorde der Wijken” de volgende kaders vast te stellen: a. bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met andere fysieke projecten in de stad; b. bij het bepalen van de volgorde der wijken wordt rekening gehouden met de karakteristieken van de verschillende buurten waaruit een wijk is opgebouwd; c. voor de periode tot 2030, worden voor de uitwerking tot op techniekniveau, de wijken en buurten geprioriteerd die ten minste voldoen aan een van de volgende kaders: i. wijken en buurten waar de grootste energiewinst door isolatiemaatregelen te behalen is (in termen van energiebesparing/CO2 reductie); ii. wijken en buurten die voor 2030 al van het gas af kunnen zonder de inzet van een op fossiele brandstoffen en of biomassa gestookt warmtenet; d. voor wijken die worden aangepakt in de periode vanaf 2030 wordt per direct gestart met het aanbieden van een handelingsperspectief; e.
buurten die vooruit willen lopen op de gemeentelijke planning en dit op eigen kracht en binnen de kaders zelf kunnen organiseren, wordt daarvoor ruimte geboden. 7. Ten dienste van de Wijkuitvoeringsplannen de volgende kaders vast te stellen: a. goede communicatie met de bewoners en eigenaren van een wijk / buurt over het ‘Wijkuitvoeringsplan’ is essentieel voor draagvlak en uitvoering. Het informeren van en het ophalen van inbreng van de eigenaren / bewoners vindt bijvoorbeeld plaats via een digitaal informatieportaal en spreekuren in de wijken. Er dient voldoende rekening gehouden te worden met de laaggeletterde of niet internetvaardige inwoner; b. de keuzes voor de voorkeursenergiesystemen, met name daar waar die een collectieve verplichting inhouden, zijn gebaseerd op criteria zoals gesteld in dit besluit en de hierop nog volgende door de gemeenteraad te nemen besluiten; c. we onderscheiden in de wijkuitvoeringsplannen twee fasen, deze kunnen waar mogelijk in een doorlopende lijn genomen worden, maar kunnen ook met een tussenpauze plaatsvinden: Fase 1: het nemen van kleine maatregelen, isoleren, ventileren en opwekken (zonnepanelen en/of zonnecollectoren) Fase 2: vervolgen met de omschakeling naar elektrisch koken en de daadwerkelijke warmtetransitie; d.
de aanleg van nieuwe warmtenetten vindt niet eerder plaats dan: i) vaststaat dat hiervoor een warmtebron beschikbaar komt die vrij is van het gebruik van fossiele brandstoffen en houtsoortige biomassa; ii) de kosten voldoen aan het criterium onder 5.i.; iii) de raad een besluit over de aanleg en de wijze van transitie (van toepassing binnen de bestaande stad) heeft genomen; e. de gemeente stelt, voor zover nog niet aanwezig, (aanvullende) regels op ter handhaving van de in dit besluit gestelde kaders en ten behoeve van het voorkomen van overlast voor de omgeving als gevolg van uitstoot (luchtkwaliteit), geluidshinder, geuroverlast, trillingen, enz.; f. er worden met bewoners/eigenaren “pilotwoningen” gerealiseerd, met name in buurten met veel eenvormige woningen. Zij worden hierin (financieel) ondersteund. Dit om inzicht te verkrijgen in de technische en financiële mogelijkheden, de aanpak, de kosten en de besparingen; g. Naast technische oplossingen aan particuliere woningeigenaren organiseren we ook financiële oplossingen (bijv. duurzaamheidsleningen, lease en huur/koop constructies vanuit de markt, etc.); h. de wijze waarop particuliere woningeigenaren de daadwerkelijke transitie kunnen (laten) uitvoeren, kan variëren van het ontvangen van informatie door de doe-het-zelver tot het compleet worden ontzorgd, deze keuze ligt uiteindelijk bij de woningeigenaar zelf; i.
particuliere woningeigenaren en bedrijven krijgen de ruimte voor een eigen individuele en of
47
collectieve oplossing. Dit op voorwaarde dat deze geen gebruik maakt van een fossiele brandstof of op een houtsoortige biomassa gebaseerde energiebron. Dit binnen de mogelijkheden die de landelijke en lokale regelgeving biedt. Wanneer zij dat realiseren worden zij niet verplicht om aan een algemene voorziening deel te nemen. (Zij maken hier dan dus ook geen additionele kosten voor.); j. de inzet van lokale aanbieders van producten en diensten heeft de voorkeur. 8. Ten dienste van “handelingsperspectief” voor periode 2030 tot 2050 de volgende kaders vast te stellen: a. we geven ruimte voor individuele/collectieve initiatieven voor de warmtetransitie, aan inwoners/eigenaren in de wijken die in die periode 2030 tot 2050 gepland zijn, mits voldaan wordt aan de in dit besluit door de raad gestelde kaders; b. er wordt inzicht geboden in de maatregelen die door bewoners/eigenaren vooruitlopend op een wijkaanpak getroffen kunnen worden, zonder dat dit latere deelname aan een algemeen aangeboden voorziening bij de warmtetransitie in de weg staat; c. we informeren bewoners/eigenaren actief via een website samen met de transitieambassadeurs (zoals de bewoners van de pilotwoningen) over de ontwikkelingen van de warmtetransitie, de mogelijkheden tot het nemen van verduurzamende maatregelen en subsidie- en financieringsmogelijkheden.
9. In 2021 ontvangt de raad een plan welke inzichtelijk maakt hoe binnen redelijke termijn1 het gemeentelijk vastgoed (grotendeels) ‘van het gas los’ te maken. Lelystad, 18 mei 2021 De raad van de gemeente Lelystad, de griffier, N.A. Mosterman
48