CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023 - 2026 (versie na besluitvorming).pdf

Raadsvergadering 15 november 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 313. Ontwerp - programmabegroting 2023 - 202642.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Risico’s die binnen de exploitatie worden opgevangen, waar een risicovoorziening voor is ingesteld of (reguliere) risico’s waarvoor verzekeringen zijn afgesloten, hebben geen financiële consequenties en maken daarom geen deel uit van deze paragraaf. Voor risico’s met een kans groter dan 75% zal een voorziening getroffen worden. Tot slot is nog goed om op te merken dat de inventarisatie van de risico’s een momentopname betreft. Het is een statisch overzicht van risico’s die tijdens het opstellen van deze paragraaf in beeld waren. Een meer dynamisch overzicht van risico’s gedurende het lopende jaar is terug te vinden in de begrotingsmonitor waarbij risico’s op overschrijding van een aantal majeure budgetten wordt weergegeven in bandbreedtes.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

84

Inventarisatie niet-financiële of niet te kwantificeren risico’s Naam risico

Omschrijving

Beheersmaatregel

Opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Fiscaliteiten

Met ingang van 1 januari 2016 zijn gemeenten belastingplichtig voor wat betreft de vennootschapsbelasting (Vpb). Gemeenten dienen binnen dit taakveld een raming te maken van de fiscale winst, die per saldo wordt gerealiseerd op ondernemersactiviteiten in het betreffende begrotingsjaar, na eventuele verrekening van fiscale verliezen uit eerdere begrotingsjaren. Over het boekjaar 2020 is voor het eerst sprake van feitelijk te betalen vennootschapsbelasting voor een bedrag van € 119.871. De aanslag komt ten laste van het boekjaar 2022 en zal worden gedekt uit het resultaat grondexploitaties 2022. Ook voor de daaropvolgende jaren zal, op basis van de huidige inzichten, sprake zijn van te betalen vennootschapsbelasting. Per boekjaar is de hoogte van het te betalen bedrag aan vennootschapsbelasting moeilijk in te schatten. Dit als gevolg van wijzigende omstandigheden zoals: ontwikkelingen in de markt (vraag, prijsontwikkeling en bouwcapaciteit), het beleid van de belastingdienst, wetgeving en jurisprudentie. Bij de bepaling van de verschuldigde belasting is rekening gehouden met reclame inkomsten. Als gemeente hebben wij bij de belastingdienst bezwaar aangetekend tegen de belastbaarheid van deze activiteit. Wij zijn van mening dat het hierbij gaat om normaal vermogensbeheer en om die reden niet als belastbare activiteit in de aangifte hoort.

Meerdere gemeenten hebben evenzo gehandeld. In samenwerking met de VNG zal aan de rechter de vraag worden voorgelegd of reclame een belaste activiteit betreft. Tevens is er een procedure gestart voor de verstrekking van personeelshypotheken. Tot 2009 konden personeelsleden een hypotheek afsluiten bij de gemeente, nadien was dat niet meer mogelijk. Bestaande hypotheken zijn sindsdien nagenoeg allemaal overgegaan naar andere geldverstrekkers of zijn afgelost. Eind 2021 bestonden er nog een 4-tal hypotheken met een geringe omvang. Ook bij dit dossier ligt de vraag voor of sprake is van een belaste activiteit of dat sprake is van normaal vermogensbeheer. Gemeenten zijn van mening dat er, net als bij de reclame activiteiten, sprake is van normaal vermogensbeheer. Mocht uit de rechtspraak volgen dat er toch sprake is van een belaste activiteit, dan kan dit mogelijk ook gevolgen hebben voor andere vormen van verstrekte leningen, zoals bijvoorbeeld de starters- of duurzaamheidsleningen. Rechtszekerheid over deze dossiers kan enkele jaren op zich laten wachten.

De gemeente Lelystad en de belastingdienst hebben voor de vennootschapsbelastingplicht een vaststellingsovereenkomst gesloten, om vooraf met de op dat moment geldende voorschriften en kennis, de gezamenlijke uitgangspunten zo goed mogelijk te bepalen. Deze overeenkomst eindigt uiterlijk op 1 januari 2026. Daarnaast wordt voor de fiscale optimalisatie getoetst of de inbrengwaarde van gronden vanuit de materiële vaste activa naar de grondexploitaties middels een nieuwe externe taxatie zinvol is. Ook wordt de belastingplicht voor de gemeente in een rekenblad in Excel voor het huidige jaar en de toekomstige jaren berekend. Deze berekening wordt getoetst door een extern fiscaal bureau.

Wmo

De vraag naar Wmo ondersteuning neemt toe als gevolg van het abonnementstarief, de vergrijzing en de extramuralisering. Deze ontwikkelingen leiden tot een groter beroep op de Wmo waarmee de betaalbaarheid onder druk kan komen te staan. Medio 2020 is de Aanpak Sociaal Domein vastgesteld en inmiddels zijn de daarin opgenomen maatregelen waar mogelijk ingevoerd. Ook de prognoses zijn geactualiseerd, maar er blijven diverse onzekerheden waardoor er een risico is dat de prognose toch anders uitvalt dan nu voorzien. Onzeker is bijvoorbeeld in hoeverre de coronapandemie het beroep op de Wmo de afgelopen twee jaar heeft gedempt en er komende periode sprake zal zijn van een wederom toenemend beroep op de Wmo. Een andere onzekerheid zijn de effecten van de invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage inclusief samenhangende korting op de rijksbijdrage per 2025. Ook de doordecentralisatie regionale Wmo taken is een onzekerheid. Op 1 januari 2024 wordt het woonplaatsbeginsel en een nieuw financieel objectief verdeelmodel van kracht voor Beschermd Wonen. De gemeenten zullen hiervoor naar verwachting vanaf 2024 (via een ingroeipad) lokaal bijbehorende financiële middelen ontvangen via het nieuwe financieel verdeelmodel. Het toekomstig objectieve verdeelmodel heeft een ingroeipad van 10 jaar.

Medio 2020 is de Aanpak Sociaal domein vastgesteld met daarin opgenomen bezuinigingsmaatregelen om de Wmo met het toenemend gebruik betaalbaar te houden. Eind 2021 heeft de VNG de gemeenten geconsulteert over het objectief verdeelmodel beschermd wonen. Lelystad heeft het standpunt ingebracht dat er niet overgegaan kan worden tot invoering van het model beschermd wonen. De hoge afname van middelen zal in combinatie met andere factoren hoogstwaarschijnlijk leiden tot een verschraling van de zorg.

Het financieel veranwoordelijk worden voor beschermd wonen heeft effect op zowel de inkomsten- als uitgavenkant van de Lelystadse Wmo- begroting. Risico is dat de doordecentralisatie voor ons negatief uitvalt waardoor er mogelijk tekorten op dit onderdeel kunnen ontstaan. Er is nog geen duidelijkheid over de hoogte van het besteedbare bedrag, maar in eerdere voorlopige cijfers werd uitgegaan van een forse korting op het regionale budget beschermd wonen voor Flevoland. Met een dergelijke korting kan naar verwachting niet het benodigde kwaliteitsniveau geleverd worden voor beschermd wonen. Daarnaast ontstaat regionaal een gebrek aan middelen voor de maatschappelijke opvang en vrouwenopvang, welke medegefinancierd werden uit middelen beschermd wonen. Vooralsnog is de doordecentralisatie van de overige regionale Wmo taken (maatschappelijke opvang, verslavingszorg e.d.) met 4 jaar uitgesteld.

Culturele instellingen

Vanwege opeenlopende taakstellingen hadden de grote gesubsidieerde culturele instellingen reeds voor de coronacrisis moeite om een sluitende exploitatie te realiseren. Door de Covid-19 maatregelen hebben de culturele instellingen vanaf 2020 extra financiële schade opgelopen. De mate waarin deze schade zich voordoet verschilt overigens aanzienlijk per instelling, afhankelijk van de mate waarin kostenreductie kan worden doorgevoerd, de exploitatie afhankelijk is van eigen inkomsten en gebruik kan worden gemaakt van compensatiemaatregelen. Omdat de Covid-19 maatregelen vooralsnog ook in 2022 deels van toepassing zijn (geweest), zal ook in 2022 nog sprake zijn van financiële schade. Dit geldt met name voor de podia, die na de coronamaatregelen te maken hebben met minder publiek (25%) . De gemeente heeft van het rijk middelen ontvangen voor de compensatie van de coronaschade voor culturele organisaties. Voor de verdeling van deze middelen zijn tijdelijke subsidieregelingen opgesteld waar de lokale culturele organisaties gebruik van maken. Dit compenseert de financiele schade in belangrijke mate. Maar vooral voor de podiumkunstinstellingen (theater en poppodia is in 2022 het naijleffect van de coronamaatregel op de exploitatie nog onduidelijk.

De financiële positie van de gesubsidieerde instellingen wordt op basis van de subsidievoorwaarden standaard aan de hand van halfjaarrapportages en de jaarrekeningen structureel gemonitord. De effecten van de Covid-19 maatregelen op de bedrijfsvoering van de instellingen worden per kwartaal gevolgd. Een tweede risico betreft de hoge inflatie, met name bij energie en inkoop horeca. Deze prijsstijging is niet begroot en kan slechts beperkt met prijsstijgingen worden opgevangen. Dit heeft mogelijk een negatief effect op het exploitatieresultaat.

De instellingen hebben hun maatschappelijk output gereduceerd en kosten beperkt. Waar de mogelijkheid bestond is door de instellingen gebruik gemaakt van Covid-19 compensatiemaatregelen van zowel het rijk als van de gemeente. Hiervoor is door de gemeente ook in 2022 een tijdelijke subsidieregeling ingesteld. De hoge inflatie kan niet of slechts beperkt worden doorberekend in de prijzen.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

85

Naam risico

Omschrijving

Beheersmaatregel

Omgevingswet

De geplande invoeringsdatum voor de Omgevingswet was 1 januari 2022. De gemeenteraad heeft voor 2019, 2020 en 2021 budget beschikbaar gesteld voor de transitiekosten. Deze datum was al uitgesteld naar 1 juli 2022. Nu opnieuw besloten is de inwerkingtredingsdatum van de Omgevingswet uit te stellen, heeft dit negatieve gevolgen voor het beschikbare implementatiebudget. Bij de Kadernota 2022-2025 heeft de raad besloten de begroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 nogmaals bij te stellen om het toezicht op de bouw van grotere projecten voor de komende paar jaren te kunnen uitvoeren. Hiernaast is budget beschikbaar gesteld voor het verder uitwerken en opstellen van de omgevingsvisie. De vraag die nu bestaat is of voldoende implementatie budget beschikbaar is om de extra implementatie kosten te betalen. Hierbij kan gedacht worden aan extra communicatie, programmamanagement, enz. Een latere inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft geen negatieve gevolgen voor leges en formatie. Verwacht wordt dat er voor 2022 voldoende implementatie budget beschikbaar is. Bij verder uitstel zal er wel een tekort ontstaan aan budget voor omgevingswet brede kosten zoals programmamanagement en communicatie.

Onze planning is er op gericht om op 1 juli 2022 klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet. De extra tijd die wij krijgen door uitstel van de invoeringsdatum wordt gebruikt om extra te oefenen met de nieuwe werkzaamheden en processen. Wij sturen dus op het doorgaan van de Omgevingswet en niet op afstel. Als besloten wordt dat de Omgevingswet helemaal niet in werking zal treden, heeft dit zowel financiële als organisatorische effecten voor onze gemeente. Na alle voorbereidingen, die de nodige kosten en inspanningen met zich hebben gebracht, zou het heel jammer zijn om te moeten stoppen. Wij zien als gemeente veel toegevoegde waarde in de invoering van de Omgevingswet, zowel op het gebied van dienstverlening als het verbeteren van onze interne processen. Verder doen wij financiële investeringen die niet alleen wettelijk verplicht zijn maar ook toegevoegde waarde hebben voor onze organisatie en onze dienstverlening.

Lelystad Airport

Het Kabinet heeft besloten om in 2022 een beslissing te nemen of Lelystad Airport open gaat. Vanuit de Veiligheidsregio, Bevolkingszorg en Gemeente worden op dit moment de meerkosten op het gebied van Veiligheid (training/oefenen/maatregelen bevolkingszorg) in beeld gebracht. Dit behelst 2022 en verder, afhankelijk van de snelheid waarmee het aantal vliegbewegingen wordt uitgebreid. Het is nog onduidelijk waar deze meerkosten belegd gaan worden.

Geen, we zijn afhankelijk van besluitvorming van het Rijk.

Werkeiland

Vanwege een raadsbesluit (na amendering) inzake Werkeiland moet onderzoek plaatsvinden met een ontwikkelaar (Levago) naar laagbouw in plaats van hoogbouw en/of nadere oplossingen. De gevolgen hiervan zijn nog niet bekend. In maart 2022 heeft de ontwikkelaar aangegeven de onderhandelingen niet verder door te willen zetten en te zullen starten met de verkoop en de realisatie van de appartementen. De gemeente onderzoekt wel mogelijkheden er zijn om alsnog tot overeenstemming te komen tot een ander plan. Dit impliceert dat er dan een nieuwe overeenkomst gesloten moet worden. Een ander deelproject (Sluisstraat) heeft vertraging opgelopen als gevolg van een landelijk BIBOB-onderzoek. De voortgang van dit deelproject is afhankelijk van de resultaten van dit onderzoek.

Er wordt gestudeerd op een zo optimale mogelijke invulling van het gebied.

Inflatie grondstofprijzen

Beheer en onderhoud van de sportaccommodaties zijn onderhevig aan de sterke inflatie van grondstofprijzen en arbeid. Tevens zullen bij nieuwbouw en renovatie deze hogere kosten zichtbaar worden. Voorbeeld hiervan op dit moment is de renovatie van kunstgrasvelden die naar verwachting 40 tot 50% hoger uitvallen dan voorheen. Aangezien de gemeente 100% aandeelhouder is van de NV Sportbedrijf Lelystad en de weerstandsreserve bij het Sportbedrijf laag is, zijn deze extra kosten voor rekening van de gemeente. Als dit niet gecompenseerd wordt dan zal het niveau van de sportaccommodaties snel teruglopen en zorgen voor (nog) grotere wachtlijsten. Hetgeen tegenstrijdig is met het beleid om juist meer Lelystedelingen in beweging te brengen.

Er wordt landelijk gekeken naar herstelmaatregelen, maar lokaal is hier weinig aan te doen. Het verhogen van de huurprijzen boven de toegestane 5% is een verantwoordelijkheid van de gemeente. Hier kan het Sportbedrijf niet op sturen. Het Sportbedrijf kan wel kijken naar verduurzaming van de accommodaties (Koploper en sporthallen), alleen is dit niet van vandaag op morgen geregeld. In de in 2022 op te stellen sportvisie zal gekeken worden naar de financiële situatie van het sportbedrijf en de mogelijke keuzes die er gemaakt kunnen worden naar de toekomst toe.

Bijzondere Bijstand

Personen die over onvoldoende inkomen en vermogen beschikken kunnen onder voorwaarden in aanmerking komen voor bijzondere bijstand. Zij ontvangen op dat moment vanuit de gemeente een uitkering (gift of lening) om noodzakelijke extra en bijzondere kosten te kunnen betalen. Diverse ontwikkelingen leiden mogelijk op korte tot middellange termijn tot een groter beroep op de bijzondere bijstand waardoor het kostenniveau (jaarlijks) toeneemt. Door forse prijsstijgingen (inflatie) stijgen kosten van veel producten en diensten, waarmee niet uit te sluiten is dat de omvang van vergoedingen komende tijd toe zullen nemen. Daarnaast is het niet onwaarschijnlijk dat er door de landelijke trend van koopkrachtdaling mogelijk meer mensen in de financiële problemen komen, waardoor ook het aantal aanvragen stijgt. Verder zullen de minimaregelingen extra onder de aandacht gebracht gaan worden wat waarschijnlijk ook tot een stijging zal leiden.

De gemeente zet actief in op preventie en ondersteuning om te voorkomen dat mensen in armoede raken en een beroep op bijzondere bijstand nodig is. De verstrekte bijzondere bijstand betreft echter een open einde regeling. Door te monitoren houden we zicht op het verloop van het beroep op en kostenniveau van bijzondere bijstand, maar daadwerkelijke bijsturingsmogelijkheden zijn relatief gering gezien dit karakter.

Het exacte effect van deze ontwikkelingen is niet in te schatten, maar op dit moment is niet uit te sluiten dat het kostenniveau van de bijzondere bijstand op zal lopen.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

86

Risico-inventarisatie financieel Van de totale risico-inventarisatie nemen we hier de top 10 van de grootste financiële risico’s op. Deze zijn in de tabel hieronder weergegeven. Daarna geven we een toelichting op deze risico’s inclusief beheersmaatregelen.

Top 10 grootste financiële risico's Garantstellingen Verstrekte leningen Jeugdzorg Bouw Porteum Informatiebeveiliging en privacy Algemene uitkering gemeentefonds Participatiebudget uitkeringen Ontwikkelingen Veiligheidsregio Foundersfee Lagere parkeeropbrengsten

Schadebedrag

Kans

28.136.000 20.771.000 4.000.000 2.500.000 5.000.000 2.500.000 2.500.000 850.000 2.300.000 300.000

Totaal top 10 grootste financiële risico's

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

Omvang risico 10% 10% 50% 50% 25% 30% 20% 50% 10% 70%

2.813.600 2.077.100 2.000.000 1.250.000 1.250.000 750.000 500.000 425.000 230.000 210.000 11.505.700

87

Top 10 grootste financiële risico's

Omschrijving risico

Beheersmaatregel

Garantstellingen

De gemeente Lelystad heeft voor ca. € 28,1 miljoen euro (stand per 31‐12‐21) aan garantstellingen verstrekt. Een aantal van de grootste garanties is verstrekt aan verbonden partijen. Een garantstelling wordt ingeroepen op moment dat een partij niet aan de betalingsverplichtingen kan voldoen. Doorgaans is dat pas het geval bij faillissement of surseance van betaling. De kans dat dit gebeurt is niet heel groot, zeker niet in het geval van verbonden partijen, daarbij zal in een eerder stadium gestuurd worden op het bijstellen van de koers, danwel dat er vanuit de gemeente tijdelijke aanvullende maatregelen worden genomen.

Een garantstelling wordt doorgaans zonder voorwaarden verstrekt, immers dat is juist de zekerheid die een garantstelling geeft voor de financier. Als wij een garantstelling verstrekken aan een partij waarin wij geen juridisch belang hebben, is er dus ook geen mogelijkheid om bij te sturen op de koers van die organisatie of instelling. Het risico is dan lastig te beheersen. Het is vooral zaak om vooraf goed na te denken over de mogelijke risico's.

Verstrekte leningen

De gemeente Lelystad heeft voor een bedrag van ca. € 20,7 De financiële situatie van de partijen waaraan de miljoen euro (stand 31‐12‐21 ) leningen verstrekt aan leningen verstrekt zijn monitoren, en waar nodig diverse partijen. Het risico bestaat dat deze partijen op afspraken aanpassen of een voorziening instellen. enig moment niet in staat zijn om aan hun aflossingsverplichtingen te voldoen, danwel failliet gaan waarmee het gehele restant leningbedrag wellicht niet teruggehaald kan worden. Het risico dat alle partijen tegelijk in betalingsproblemen geraken en het volledige uitstaande bedrag niet verhaald kan worden is klein.

Jeugdzorg

Het toekomstig financieel jaarresultaat decentralisatie jeugdzorg wordt beïnvloed door een aantal belangrijke onzekerheden: * de doorwerking van het nieuwe woonplaatsbeginsel * de versnelling afbouw jeugdhulp met verblijf vanaf 2023 * de consequenties van het herstelplan Triade Vitree, de nieuwe inkoop 2023 en de herijking van de regionale samenwerking * het wel of niet doorgaan van de geplande korting van 500 mln op het macrobudget vanaf 2023.

Bouw Porteum

Tijdens de aanbesteding van de bouw is door de aannemer Besloten is dat voor de extra kosten het ontwerpteam voorgesteld om de bouwwijze aan te passen. Met aansprakelijk zal worden gesteld. In overleg met de goedkeuring van de constructeur van het ontwerpteam huisadvocaat AKD is deze aansprakelijkheidsstelling op (verantwoordelijk voor architectuur, constructieadvies, 20 augustus 2020 verstuurd. Het ontwerpteam en hun adviezen W+E+T‐installaties, landschapsarchitectuur en aansprakelijkheidsverzekering hebben in eerste bouwfysica) is ingezet op prefab bouwen. In de uitwerking instantie deze claim afgewezen. Na een gesprek en een van de prefab‐onderdelen (kolommen, wanden) heeft, na nadere toelichting per brief eind december 2021 is reactie ontvangen van het ontwerpteam in het voorjaar indiening van de stukken, de vergunningverlener 2022. In overleg met AKD heeft de gemeente in het (gemeente Lelystad, te weten Bouw en woningtoezicht) geconstateerd dat er een andere norm voor het berekenen voorjaar 2022 hierop gereageerd. Afhankelijk van de van de optredende krachten moest worden gehanteerd dan reactie van het ontwerpteam zal (in overleg met AKD) de gebruikte normering. Omdat er (te) lang een verschil van de volgende stap moeten worden bepaald. mening is geweest over deze “euronorm”, is een second opinion gevraagd bij een derde constructeur.

Deze constructeur kwam tot de slotsom dat de constructeur van Bouw en Woningtoezicht gelijk had en dat de Euronorm van toepassing was. (februari 2020). Dit leidde tot de conclusie dat delen van de prefab niet konden worden gebruikt en dat de kolommen in het werk gestort moesten worden om voldoende draagkracht te krijgen. De vertraging door de discussie en het opnieuw uitwerken van de kolommen, leidden tot een nieuwe opleveringsdatum, augustus 2021. De extra inzet en de verandering van bouwwijze brengt extra kosten van ca. €2.500.000 euro met zich mee. De raad is hier middels een informatienota over geinformeerd.

In de Aanpak Sociaal Domein zijn maatregelen benoemd om de jeugdzorg voor de toekomst houdbaar en betaalbaar in te richten. Enerzijds door een scherpe opdracht in de beoordeling wat jeugdhulp is en de efficiente inzet van jeugdhulp, anderzijds door maatregelen die de basisvoorzieningen versterken om crisis en uithuisplaatsingen te voorkomen en daarmee het beroep op jeugdhulp met verblijf te verkleinen. Een deel van de extra Rijksmiddelen wordt specifiek hiervoor ingezet.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

88

Top 10 grootste financiële risico's Algemene uitkering gemeentefonds

Omschrijving risico

Beheersmaatregel

De algemene uitkering die de gemeente uit het Geen; de algemene uitkering wordt eenzijdig gemeentefonds ontvangt wordt jaarlijks begroot op basis vastgesteld door het ministerie en gemeenten hebben van de informatie uit de circulaires. Op basis van de trap op ‐hier geen invloed op. trap af systematiek ontvangen gemeenten een bijdrage, die gekoppeld is aan de ontwikkeling van de Rijksuitgaven. Omdat de Rijksuitgaven een grillig verloop kennen is het voor gemeenten lastig meerjarig begroten. Na het verschijnen van de meicirculaire 2022 heeft de VNG met het Rijk afgesproken om de trap op / trap af systematiek buiten werking te stellen tot en met 2025. Dit houdt in dat de ontwikkeling van de algemene uitkering is gekoppeld aan de ontwikkeling van de Rijksuitgaven, zoals deze ten tijde van de meicirculaire 2022 werd ingeschat. Het risico op aanzienlijke verschillen tussen begroting en realisatie worden daardoor kleiner in vergelijking met voorgaande jaren. Ook is de hoogte van de algemene uitkering die gemeenten ontvangen gekoppeld aan de hoogte van het plafond binnen het BTW compensatiefonds. Indien er ruimte is onder het plafond worden deze middelen toegevoegd aan de algemene uitkering. Tegelijkertijd wordt er bij een overschrijding van het plafond een dienovereenkomstig bedrag uit de algemene uitkering genomen.

Deze factor kan een fors effect hebben op de daadwerkelijke ontvangsten uit het gemeentefonds.

Participatiebudget uitkeringen

De gemeente Lelystad ontvangt vanuit het Rijk een Door in te blijven zetten op het activeren en gebundelde uitkering (BUIG) voor het verstrekken van participeren van klanten wordt ingezet om binnen het uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ beschikbare budget de regeling uit te voeren. en Bbz 2004 en het inzetten van loonkostensubsidie. Het Rijk stelt jaarlijks een macrobudget vast, dat vervolgens via een vastgestelde verdeelsystematiek over de gemeenten wordt verdeeld. Het macrobudget wijzigt door conjuncturele ontwikkelingen, effecten van rijksbeleid en loon‐ en prijsbijstelling. In het voor‐ en najaar ontvangen gemeenten vanuit het ministerie van SZW informatie omtrent de (verwachte) rijksbijdrage. De gemeentelijke begroting wordt ieder jaar geactualiseerd, zowel voor wat betreft de ontwikkeling van de uitkeringslasten, alsook voor wat betreft de ontwikkeling van de rijksbijdrage. De precieze hoogte van de rijksbijdrage wordt pas definitief vastgesteld in het najaar van het lopende begrotingsjaar. Voor begrotingsjaar 2022 wordt bijvoorbeeld uitgegaan van een rijksbijdrage ter grootte van €34.4 miljoen. (Het nader voorlopig budget ‐ mei 2022 bedraagt €31.1 miljoen). Het gaat om een aanzienlijk bedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van diverse externe variabelen.

Het risico bestaat dat de ontwikkeling van het rijksbudget gedurende het jaar uit de pas loopt met de ontwikkeling van de uitkeringslasten. Dit risico wordt ingeschat op €2.500.000 ( )

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

89

Top 10 grootste financiële risico's Ontwikkelingen Veiligheidsregio

Foundersfee

Lagere parkeeropbrengsten

Omschrijving risico

Beheersmaatregel

Ontwikkelingen worden nauwlettend gevolgd. Er zijn veel ontwikkelingen die zowel een negatief als positief effect kunnen hebben op de bijdrage die wij als gemeente moeten betalen aan de veiligheidsregio. Er zijn een aantal risico's; mocht de samenwerking met de veiligheidsregio Gooi&Vechtstreek beëindigd worden, vervallen de efficiency voordelen. Ook is de inventaris op kazernes in Flevoland niet verzekerd. Daarnaast is er een nieuwe wet Datalekken, het niet conform vereisten melden bij onbewust lekken kan boetes opleveren. Het grootste risico wat door de Veiligheidsregio wordt aangemerkt is de ontwikkeling inzake taakdifferentiatie bij de brandweer, welke ontstaat door de Europese wetgeving en een uitspraak van het europese hof. Uitgangspunt is wel dat het Rijk deze kosten betaalt. In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van De gemeente heeft in het verleden het erfpachtrecht OMALA NV d.d. 17 juni 2015 is besloten dat gemeente verworven van in OMALA ingebrachte gronden. De gecumuleerde boekwaarde hiervan oversteeg de vigerende Lelystad uit hoofde van de "Foundersfee" een preferent recht heeft in het resultaat van Ontwikkeling afspraken over het inbrengen van verworven gronden in Maatschappij Airport Garden City CV voor een bedrag OMALA. Dit meerdere moet door OMALA vanuit de jaarresultaten uiteindelijk worden terugbetaald. De van €2,3 miljoen.

Dit bedrag wordt in drie tranches in uitkering betreft een lumpsum bedrag waar tegenover een 2020, 2025 en 2030 uitgekeerd door Ontwikkeling vordering op de gemeentelijke balans staat. Maatschappij Airport Garden City aan de gemeente Lelystad indien de jaarresultaten dit toelaten. Omdat het resultaat niet toeliet om tot uitkering in 2020 over te gaan, zijn aanvullende afspraken in de AvA van 17 juni 2021 gemaakt. Samengevat: uitkering geschiedt als en zodra het jaarresultaat (verminderd met risico's) dit toe laat. Uitkering kan in één of meerdere tranches geschieden. De uitkering wordt als kostenpost in de grondexploitatie opgenomen. Het eerder gemelde fiscale risico is naar de toekomst komen te vervallen, omdat in 2020 het fiscale effect van de foundersfee is opgenomen in de aangifte 2019. Helaas hebben wij vanuit de gemeente weinig invloed In 2020 en 2021 is door de effecten van de corona minder parkeerbelasting ontvangen. Ook in 2022 is de verwachting op dit risico. Wel wordt op taakveld 2.2 parkeren dat de parkeeropbrengsten nog niet op het oude niveau gestuurd op de uitgaven voor de parkeervoorzieningen, zijn. Op dit moment is de prognose dat in 2022 tussen de om zo een gedeelte van de lagere opbrengsten te €300k en de €600k lagere parkeerinkomsten zullen worden compenseren met lagere uitgaven. ontvangen. Er is echter een stijgende lijn te zien in de parkeeropbrengsten.

Hierdoor zal het resultaat naar waarschijnlijkheid in positieve zin veranderen ten opzichte van 2021. Naast het effect in 2022 bestaat er een risico dat ook in de komende jaren de opbrengsten lager zullen blijven. De verwachting is dat de parkeeropbrengsten in 2023 tussen de €200k en €400k lager zullen liggen.

Vervallen risico’s Als risico’s zich voordoen of afgewend kunnen worden zijn ze niet langer actueel en worden ze niet meer opgenomen in de inventarisatie van de risico’s. Er zijn geen risico’s uit de vorige paragraaf weerstandsvermogen (jaarrekening 2021) komen te vervallen.

2.2 Gewenste weerstandscapaciteit Zoals gezegd bestaat een risico uit de kans dat een gebeurtenis zich voordoet en het mogelijke gevolg wat dit met zich meebrengt. Op basis van het product ‘kans maal gevolg’ dient een aanpak gekozen te worden om met het risico om te gaan. Deze aanpak kan betrekking hebben op het verkleinen van de kans op een gebeurtenis of op het beperken van de gevolgen van een gebeurtenis. Het aanwenden van weerstandscapaciteit is gericht op het laatste. Het totaal risicobedrag van de top 10 van grootste risico’s, plus de overige risico’s uit de risicoinventarisatie samen met de risico’s voor het grondbedrijf vormen samen de gewenste weerstandscapaciteit. Dit is in de tabel hieronder weergegeven:

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

90

Gewenste weerstands capaciteit

Omvang risico

Totaal Top 10 grootste financiële risico's Overige risico's Risico's grondexploitaties

11.505.700 706.500 8.157.000

Totaal gewenste weerstands capaciteit

20.369.200

In het volgende onderdeel wordt ingegaan op de beschikbare weerstandscapaciteit.

2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit Het beleid met betrekking tot de beschikbare weerstandscapaciteit is vastgelegd in de nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2019. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van de algemene reserve en de egalisatiereserve grondbedrijf. De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt €26.641.000 (stand algemene reserve 31-12-21) + €9.717.000 (stand egalisatiereserve grondexploitaties per 31-12-21) = €36.359.000.

2.4 Bepaling weerstandsvermogen De raad heeft de norm vastgesteld voor het weerstandsvermogen op 1,5 maal het totaal van het benodigd risicobedrag, met een ondergrens van 1,2 en een bovengrens van 1,8. In de tabel hieronder wordt de norm van het weerstandsvermogen weergegeven.

Ondergrens weerstandsvermogen 1,2 Vastgestelde norm weerstandsvermogen 1,5 Bovengrens weerstandsvermogen 1,8

Risicobedrag

Norm

Weerstandvermogen

20.369.200 20.369.200 20.369.200

1,2 1,5 1,8

24.443.040 30.553.800 36.664.560

De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt €36.359.000. Dit houdt in dat er ruim voldoende weerstandsvermogen aanwezig is om aan de norm van 1,5 keer het risicobedrag (€30,6 mln.) te voldoen, de bovengrens van 1,8 keer het risicobedrag (€36,7 mln.) is net niet aanwezig. Dit wordt grafisch weer gegeven in de tabel Verloop weerstandsvermogen.

Verloop weerstandsvermogen 50.000 45.000 40.000 35.000 30.000

Beschikbare weerstandscapaciteit

25.000

Bovengrens

20.000

Norm risicobedrag

15.000

Ondergrens

10.000 5.000 0 februari

september 2020

Maart

september 2021

Maart

september 2022

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

91

3. Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf wordt conform de artikelen 9 en 12 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) inzicht gegeven in ‘het onderhoud van de kapitaalgoederen’. Deze kapitaalgoederen vormen de infrastructuur van de openbare ruimte: gebouwen, wegen, openbare verlichting, civiele kunstwerken, water en riolering (infrastructuur), openbaar groen en sportfaciliteiten (voorzieningen). Na aanleg vergen deze kapitaalgoederen regelmatig onderhoud om de openbare ruimte aantrekkelijk te houden, de veiligheid te garanderen en de functionaliteit van deze kapitaalgoederen actueel te houden, zodat deze zoveel mogelijk blijven aansluiten op de veranderingen in en de wensen en behoeften vanuit de samenleving. Kerncijfers Lelystad is ruim 76.000 ha. groot. Hiervan bestaat 24.000 ha. uit land en het overige uit water.

Areaal openbare ruimte

Eenheid

Lichtmasten Speeltoestellen Civiele kunstwreken Bomen

25.921 Stuks 1.617 Stuks 292 Stuks 44.474 Stuks

Riolering (DWA / RWA / Blusriool)

698.000 m1

Verharding Groen Bossen Ecozone / natuurterrein Totaal m2 openbare ruimte

6.167.730 m2 9.063.383 m2 4.556.408 m2 197.805 m2 19.985.326 m2

Openbare ruimte (Wegen, Riolering, Water en Groen) De kaders voor het onderhoud van de openbare ruimte zijn vastgelegd in het „Kwaliteitsstructuurplan Lelystad” (KSP) met een bijbehorende kostenraming, door de raad vastgesteld op 14 februari 2003. Een belangrijk onderdeel van het KSP is het Beleidsplan Openbare Ruimte (BOR) waarin de visie op de openbare ruimte wordt verwoord. Er is geen standaardeenheid van kwaliteit, maar er kan per gebied en per onderdeel gevarieerd worden. In het KSP is dit in de vorm van matrixoverzichten nader uitgewerkt. De meerjarenraming openbare ruimte, die regelmatig wordt geactualiseerd (2015), geeft een onderbouwing dat de openbare ruimte van Lelystad ook op lange termijn - mits sober en doelmatig - te onderhouden is met inzet van de beschikbare middelen, inclusief de ICL-uitkering. Hierbij wordt uitgegaan van onderstaande kwaliteitsambitie, door de raad vastgesteld op 28 april 2020. Groen Groen Sub‐ Bedrijven Them. buiten binnen Hoofd‐ Hoofd‐ Polder‐ Centrum Centrum Terrein Wonen Wonen de stad de stad wegen fietsnet. wegen Technische staat Hoog / A Basis / B Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Netheid Hoog / A Basis / B Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Sober / C Basis / B Sober / C Sober / C Kwaliteitsniveaus beheer en onderhoud (CROW, publicatie 288) Huidige kwaliteitsambitie

Deze bijgestelde kwaliteitsambitie zal als basis dienen voor de herijking van de meerjarenraming openbare ruimte. Voor het onderdeel ‘riolering’ is een uitzondering gemaakt en wordt de doorkijk genomen tot het jaar 2065. Het onderdeel ‘riolering’ is separaat uitgewerkt in het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP 20222031) dat door de raad eind 2022 is vastgesteld. De kwaliteit van de kapitaalgoederen en het onderhoud daarvan is bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten, waarvoor financiële middelen moeten worden vrijgemaakt. Het onderhoud wordt door middel van Dagelijks Onderhoud (DO) en Groot Onderhoud (GO) uitgevoerd. Het DO betreft jaarlijks terugkerende werkzaamheden die zoveel als mogelijk planmatig worden uitgevoerd en onderdeel uitmaken van de reguliere begroting. In het GO vinden periodiek terugkerende

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

92

werkzaamheden plaats die worden uitgevoerd op basis van inspectie naar de onderhoudstoestand van het kapitaalgoed. Het GO wordt bekostigd uit de grootonderhoudsvoorzieningen omdat de kosten over de jaren heen kunnen fluctueren. Zijn de DO en GO ingrepen niet voldoende om de functionele kwaliteit te waarborgen, dan worden bij de voorbereiding van GO, aanvullende maatregelen voorgesteld. Dit is het geval bij functieveranderingen, onder andere door gewijzigd beleid (bijvoorbeeld duurzaam veilig verkeer, invoeren politiekeurmerk veilig wonen). De werkzaamheden in het GO worden opgenomen in het voortschrijdend integrale meerjarenprogramma Groot Onderhoud (IGOR) waarin naast wegen, straten, pleinen (WSP) ook groen, openbare verlichting, watergangen, civiele kunstwerken, spelen en riolering zijn opgenomen. Het IGOR wordt jaarlijks geactualiseerd en na besluitvorming budgetneutraal verwerkt in de begroting. Gebouwen De gemeente heeft gebouwen in eigendom zoals scholen, MFA’s, Agora, Kubus, parkeergarages, brandweerkazerne, Stadhuis, de werf aan de Wigstraat, etc. Voor het onderhoud van deze gebouwen is een Meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP) opgesteld, dat jaarlijks wordt geactualiseerd op basis van inspecties. Met het MJOP als basis wordt jaarlijks het werkprogramma voor het daaropvolgende jaar voorbereid.

De bekostiging is deels onderdeel van de reguliere begroting (DO) en loopt deels via de onderhoudsvoorziening (GO). Kunstobjecten (cultureel) In de Auteurswet van 1912 is vastgelegd dat eigenaren van een kunstwerk de verplichting hebben dit werk naar behoren te beheren. Als eigenaar van een groot aantal kunstwerken draagt ook de gemeente deze verantwoordelijkheid. Voor de kunstwerken in de openbare ruimte in gemeentelijk bezit is in 2006 een systematische meerjarig onderhoudsprogramma geïntroduceerd. Vanaf 2006 vindt het onderhoud van de beeldende kunst conform dit programma plaats. De ‘Zuil van Lely’ ondergaat periodiek een uitvoerige technische inspectie naar de constructie. Onderhoudsvoorzieningen De onderhoudsvoorzieningen worden deels gevuld met ICL-middelen en deels met gemeentelijke (eigen) middelen. Deze voorzieningen zijn de dekkingsbron voor de kosten van het groot onderhoud van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen. Het KSP-scenario ten aanzien van de kwaliteit van de openbare ruimte geldt onverkort als uitgangspunt voor berekening van de onderhoudskosten. Onderhoudsvoorzieningen Voor het in stand houden van de kapitaalgoederen zijn er voor het uitvoeren van groot onderhoud verschillende onderhoudsvoorzieningen.

De stand van deze voorzieningen en het verloop daarvan als gevolg van stortingen en onttrekkingen in een jaar is opgenomen in hoofdstuk 4.5 van deze begroting. Stortingen vinden plaats op basis van vastgestelde meerjarenramingen en onttrekkingen vinden plaats op basis van vastgestelde onderhoudsplannen en incidenteel op basis van separate besluitvorming. Onderhoudsplannen: -

Meerjarenonderhoudsprogramma Gebouwen (MJOP) Integraal Grootonderhoud Openbare Ruimte (IGOR)

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

93

4. Financiering De basis voor het handelen van de gemeente op het gebied van financiering is de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). De Wet FIDO stelt regels voor het financieringsgedrag van gemeenten. Voor Lelystad is deze regelgeving vertaald in het treasurystatuut. Het belangrijkste uitgangspunt van deze wet is het beheersen van de uit de treasuryfunctie voortvloeiende risico’s. Dat blijkt uit de volgende twee randvoorwaarden:  

Het aangaan en verstrekken van leningen en het verlenen van garanties is alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak; Uitzettingen (het verstrekken van leningen en het eventueel uitzetten van deposito’s) moeten een prudent karakter hebben en mogen niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatige risico’s.

Risicobeheer financieringsportefeuille Renterisico Dit is het risico dat de gemeente wordt geconfronteerd met sterke rentestijgingen voor haar lopende geldleningen. In het algemeen wordt dit risico beperkt door het gespreid over de lopende jaren afsluiten van langlopende geldleningen met een vast rentepercentage. Kredietrisico Dit is het risico dat de gemeente loopt bij het verstrekken van geldleningen aan rechtspersonen die in financiële problemen kunnen komen. Vanwege de invoering van het schatkistbankieren moeten decentrale overheden de liquiditeitsoverschotten verplicht beleggen bij de Staat der Nederlanden. Eind 2013 is de wet FIDO op dit punt aangepast. Liquiditeitsrisico Het risico dat de gemeente op de korte termijn niet genoeg geld beschikbaar heeft of kan krijgen om aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen, wordt het liquiditeitsrisico genoemd. De afgelopen jaren was er steeds sprake van een liquiditeitstekort met name door substantiële investeringen. Om een goed inzicht te krijgen in de vraag hoeveel moet worden geleend en met welke looptijd, zal aandacht worden geschonken aan de liquiditeitsprognose. Debiteurenrisico Er bestaat een risico dat gemeentelijke debiteuren hun rekeningen niet (op tijd) betalen.

Dit risico wordt beperkt door debiteuren vooraf te laten betalen, opbrengsten tijdig te innen en het monitoren van de dubieusheid van vorderingen en tegenpartijen conform de richtlijnen op dit gebied. Eisen wet FIDO Publieke taak en prudent beleggen Conform het treasurystatuut komen leningen, uitzettingen en garanties alleen tot stand indien zij een publieke taak dienen en de uitzettingen een prudent karakter kennen. Kasgeldlimiet Ter beperking van het renterisico is in de wet FIDO een norm opgenomen ten aanzien van de maximale omvang van de kortlopende schulden (korter dan 1 jaar), de zogenaamde kasgeldlimiet. Deze limiet wordt berekend naar een vast percentage (8,5%) van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende jaar. Voor 2023 bedraagt deze limiet circa €27,4 miljoen. Bij dreigende overschrijding van de kasgeldlimiet, wordt een deel van de kortlopende schuld omgezet in een langlopende schuld (geldlening langer dan 1 jaar).

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

94

Kasgeldlimiet (bedragen x €1.000)

3e kw 2021

4e kw 2021

1e kw 2022

2e kw 2022

308.971

308.971

310.645

310.645

Grondslag Omvang begroting per 1 januari 2021/2022 (1) Toegestane kasgeldlimiet in procenten van de grondslag

8,50%

8,50%

8,50%

8,50%

in bedrag

26.263

26.263

26.405

26.405

opgenomen gelden < 1 jaar

17.333

8.333

9.000

5.000

schuld in rekening-courant

1.525

2.193

6.167

1.008

-

-

-

-

(2) Omvang vlottende korte schuld

Gestorte gelden door derden < 1 jaar Derivaten contracten

-

-

-

-

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld

-

-

-

-

18.859

10.526

15.167

6.008

Totaal vlottende korte schuld (3) Vlottende middelen Contante gelden in kas

-

-

-

-

37

-

1.077

180

20.000

733

4.333

25.667

-

-

-

-

Totaal netto vlottende schuld

1.178

-9.793

-9.757

19.840

Toegestane kasgeldlimiet (1)

26.263

26.263

26.405

26.405

Ruimte (+)/ Overschrijding (-)

27.441

16.470

16.648

46.244

Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden < 1 jaar Derivatencontracten (4) Toets kasgeldlimiet

Renterisiconorm De renterisiconorm ziet vooruit en is direct gerelateerd aan het budgettaire risico. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De rente risiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Verder wordt voor het renterisico uitgegaan van het bedrag van de te betalen aflossingen. Onderstaand is het renterisico t.o.v. de renterisiconorm in beeld gebracht. Renterisico vaste schuld (bedragen x €1.000) -1 Rente herzieningen -2 Aflossingen -3 Renterisico (1+2) -4 Renterisiconorm -5 Ruimte onder risiconorm (3-4) Berekening renterisiconorm (4a) Begrotingstotaal 2023 (4b) Percentage regeling -4 Renterisiconorm

2023

2024

2025

2026

23.167 23.167 64.585 41.418

13.167 13.167 64.585 51.418

13.167 13.167 64.585 51.418

3.167 3.167 64.585 61.418

322.926 20% 64.585

322.926 20% 64.585

322.926 20% 64.585

322.926 20% 64.585

Uit bovenstaande tabel blijkt dat in de periode 2023 tot en met 2026 het maximale renterisico lager is dan de renterisiconorm. Dit betekent dat de renterisiconorm, op basis van deze cijfers, niet overschreden zal worden. Bij het aantrekken van nieuwe langlopende leningen wordt ervoor gezorgd dat zodanige modaliteiten worden gekozen, dat de renterisiconorm niet overschreden wordt. Het blijft echter mogelijk dat in een bepaald jaar meer langlopende leningen moeten worden aangetrokken dan voorzien (meer dan maximaal nodig is om binnen de norm te blijven). In dat geval vindt vooroverleg met de provincie plaats.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

95

Eisen BBV Met ingang van begrotingsjaar 2018 is voorgeschreven dat de totaal doorberekende interne rente (op basis van een omslagrente) gelijk moet zijn aan de totale rentelasten, waardoor niet (of nauwelijks) meer sprake is van een renteresultaat. Doel is het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en jaarstukken, en het eenduidig inzichtelijk maken van hoe de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). We voldoen met ingang van de begroting 2018 aan de gewijzigde systematiek van de rente omslagmethode. De omslagrente voor 2023 wordt 0,25%, zoals voorgesteld in de paragraaf bedrijfsvoering. In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten, het renteresultaat en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten.

Financieringsbehoefte De behoefte aan nieuwe externe financieringsmiddelen is afhankelijk van een aantal zaken: de gemeentelijke vaste activa en voorraden bouwgrond, ontwikkeling van de interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen), ontwikkeling van de bestaande schuldpositie en de mutaties in het gemeentelijk werkkapitaal. Op basis van de balansprognose is het financieringstekort 2023 geraamd op circa €121 miljoen. Voor 2023 wordt geen langlopende financieringsbehoefte verwacht. Financieringsbehoefte bedragen x €1.000 Vaste activa Vlottende activa Te financieren boekwaarde Reserves Voorzieningen Vaste geldleningen Aflossingen vaste geldleningen Beschikbare vaste financieringsmiddelen Financieringstekort Benodigde financieringsmiddelen Vlottende passiva Beschikbaar kortlopende middelen (kasgeldlimiet) Op te nemen vaste geldleningen

2023

2024

2024

2025

299.754 130.841 430.595 110.228 128.253 94.333 -23.167 309.647

289.053 159.776 448.829 114.576 137.575 94.333 -13.167 333.317

278.216 135.942 414.158 118.430 150.110 91.166 -13.167 346.538

268.257 112.109 380.365 129.999 162.687 87.999 -3.167 377.518

120.948 -95.791 -25.000 -

115.512 -123.670 -25.000 -33.158

67.620 -65.705 -25.000 -23.085

2.847 -10.969 -25.000 -33.122

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

96

Rentevisie Korte rente kenmerkt zich door sterke fluctuaties. Wanneer de inflatie laag blijft, zal de korte rente zich op een laag niveau begeven. Tot medio 2022 zijn de korte rentes zeer laag met een niveau van rond de -0,40%. Als gevolg de sterk oplopende inflatie wordt het ruime monetaire beleid van de ECB afgebouwd. De ECB heeft in juli 2022 voor het eerst sinds 11 jaar de herfinancieringsrente verhoogd naar 0,5%.De verwachting voor 2023 is dat de korte rente verder zal gaan stijgen. De lange rentes zijn in 2022 sterk gestegen door de oplopende inflatie en de oorlog in Oekraïne. De verwachting voor 2023 is dat de lange rente tussen de 2,00% en 3,00% zal bewegen. Onderstaande grafiek laat zien dat de rentes enorm kunnen fluctueren. In de rentestrategie moet de gemeente hier prudent mee omgaan.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

97

5. Bedrijfsvoering In deze paragraaf wordt ingegaan op de ontwikkelingen die van invloed zijn op de gemeentelijke bedrijfsvoering. Deze bedrijfsvoering omvat de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen binnen de gemeente en is faciliterend aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen uit de verschillende taakvelden. In deze paragraaf zullen de diverse aspecten per thema worden behandeld, waarbij in voorkomende gevallen ingegaan zal worden op een aantal meerjarige ontwikkelingen. Strategische doelen voor de stad – een ambitieuze organisatie De ambities en doelen die de gemeente Lelystad zich heeft gesteld, opgenomen in het Raadsakkoord en de Strategische Agenda, vragen een gemeentelijke organisatie die dat kan vormgeven, organiseren, maar ook die kan anticiperen op veranderingen en ontwikkelingen. Als gemeentelijke organisatie zetten we de lijn door om ons nadrukkelijk als ambitieuze, beschikbare en betrouwbare partner op te stellen. Om dit te waarborgen zal de gemeentelijke organisatie in gelijke tred met de groei van de stad mee moeten groeien, en in sommige gevallen eerder moeten groeien om de gewenste ontwikkelingen waar te kunnen maken. Dit vraagt nadrukkelijke aandacht en zal in samenhang met de strategische personeelsplanning vorm moeten krijgen. De organisatievorm is hieraan dienend en zal daarmee in een bepaalde mate flexibel moeten zijn.

Continue doorontwikkeling organisatie Met de huidige interne werkwijze zorgen we ervoor dat er een logische vertaling en verbinding zit in de strategische doelen vanuit het Raadsakkoord en de Strategische Agenda, vertaald naar concerndoelen in het Concernplan en naar teamdoelen in de Teamplannen. Daarbij werken we op een dynamische en planmatige wijze aan het scherp houden van de focus en het continu verbeteren. Om onze capaciteit, kennis en kunde te kunnen spiegelen aan de ambities en opgaven zetten we door op de in 2021 geherintroduceerde organisatie brede ‘strategische personeelsplanning’. Lelystad heeft grote en uitdagende ambities en hiervoor hebben we de juiste mensen op de juiste plek nodig. Dit vraagt om een strategische arbeidsmarkt- en personeelsaanpak, zodat gemeente Lelystad zich de aankomende jaren kan focussen op het vinden, binden, boeien en behouden van talentvolle mensen. Deze aanpak is breder dan alleen een arbeidsmarktcampagne of communicatie. Er wordt ingezet op moderne en inclusieve werving & selectie, marktconforme arbeidsvoorwaarden, inzet op loopbaanpaden en talentontwikkeling en doorontwikkeling van hybride c.q. plaatsonafhankelijk werken. Ook de herinrichting van het stadhuis sluit hier straks op aan; eigentijds, sfeervol en met gevarieerde eigentijdse (samen)werken ontmoetingsplekken en daar op aansluitende dienstverlening.

Informatievoorziening Informatievoorziening is de levensader van elke organisatie. Toegang tot bedrijfssoftware, data, documenten en cijfers is een must. Niet alleen kan er op basis van de juiste informatie beleid en strategie worden uitgezet, maar ook in de uitvoering is de informatievoorziening essentieel. Daarnaast vormt het de basis voor onze dienstverlening. Lelystad Digitaal 2025 is het programma dat in het najaar 2021 is samengesteld, en waarin samen met de raad invulling is gegeven aan de digitale ambities voor de komende jaren. Dit programma gaat in op de sporen; inwoner centraal, data gedreven werken en voorzieningen op orde. Data gedreven werken is van start gegaan en maakt data-analyses als een standaard in de beleidsvorming van de Lelystadse opgaven. Om te kunnen blijven voldoen aan de doelmatigheid en rechtmatigheid en het in stand houden van een goede informatievoorziening die onze ambities ondersteunt ,zullen er de komende jaren een aantal (grote) aanbestedingen plaatsvinden. Om dit te kunnen uitvoeren zitten er een aantal voorstellen in de begroting. Informatiebeveiliging en privacy Veel overheidsinformatie is openbaar. Maar als gemeente heb je ook gegevens die beslist niet openbaar mogen worden, zoals bijvoorbeeld persoonsgegevens.

Om te voorkomen dat de alsmaar toenemende cybercriminaliteit de overhand neemt, moet informatiebeveiliging serieus worden genomen. De gevolgen zijn anders groot. Om die beveiliging van informatie te waarborgen heeft de gemeente

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

98

informatiebeveiligingsbeleid. Daarnaast dient de gemeente alert te zijn op de toenemende cyberaanvallen. Om dit te bereiken wordt continu en steeds meer aandacht besteed aan bewustwording, geïnvesteerd in het up-to-date houden van kennis en systemen en worden er doorlopend adviezen gegeven over hoe om te gaan met o.a. persoonsgegevens en andere privacygevoelige informatie. Concernbrede bedrijfsvoering De kosten voor de concernbrede bedrijfsvoering zijn bijeengebracht op taakveld 0.4 ‘Overhead’. De in de overige taakvelden opgenomen lasten beperken zich tot de direct aan de activiteiten toe te rekenen kosten. Door deze systematiek toe te passen is het makkelijker een beeld te vormen van de directe financiële consequenties van een gemeentelijke activiteit. In de tabel hieronder worden de bedrijfsvoeringskosten binnen taakveld 0.4 nader gespecificeerd. Voor het vaststellen van het bedrijfsvoeringstarief worden alle kosten binnen taakveld 0.4 meegenomen. Een en ander conform de rekenregels in de BBV. Overheadkosten (Taakveld 0.4) (bedragen x €1.000) Bedijfsvoeringskosten ICT Centrale ondersteuning Directie en management Administratie en ondersteuning Huisvesting Overhead primaire afdelingen Totaal Bedijfsvoeringskosten Overige kosten taakveld 0.4 overhead Gemeentelijke gebouwen Primaire productie Totaal Overige kosten taakveld 0.4 overhead Eindtotaal

2023

2024

2025

2026

7.044 6.017 3.680 1.737 3.783 1.157 23.418

6.663 6.017 3.680 1.737 3.783 1.157 23.037

6.610 6.017 3.680 1.737 3.735 1.156 22.936

6.488 6.017 3.680 1.737 3.735 1.155 22.813

3.843 1.969 5.812 29.230

3.832 1.969 5.801 28.838

3.821 1.969 5.790 28.725

3.809 1.969 5.778 28.591

In uitzonderingsgevallen kan het nodig zijn een volledig integrale kostprijs weer te geven, bijvoorbeeld bij subsidieregelingen en de berekening van kostendekkendheid van heffingen en legestarieven. Met ingang van de programmabegroting 2021 - 2024 is de berekening van het uurtarief bedrijfsvoering aangepast. In tegenstelling tot de jaren daarvoor is het hele taakveld 0.4 (baten en lasten gesaldeerd) meegenomen in het tarief. Hierbij wordt voor de productieve formatie (uitgaande van 1250 uur per fte) een bedrijfsvoeringsopslag van €55,00 per uur gehanteerd (was €54,36). Rente omslagpercentage Het besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bevat regels omtrent de berekening van het te hanteren rente omslagpercentage. Dit interne rentepercentage wordt gebruikt bij de rentetoerekening aan de taakvelden en is momenteel vastgesteld op 0,5%. Op basis van de huidige inzichten is wijziging van dit percentage naar 0,25% noodzakelijk. Het besluit om dit rentepercentage aan te passen heeft geen financiële gevolgen voor de gemeentebegroting. Vastgesteld besluit: 0a. Voor begrotingsjaar 2023 de volledige bedrijfsvoeringkosten door te belasten en hiermee een bedrijfsvoeringsopslag van €55,00 vast te stellen. 0b. Voor het begrotingsjaar 2023 het rente omslagpercentage op 0,25% vast te stellen.

Programmabegroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=d90821c0-476c-48d3-a4a3-7f3061774854