CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Peiling Leefsituatie 2021

Raadsvergadering 21 december 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 369. Rapportage leefsituatie 20213.911 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leefsituatie 2021

Juni 2021

Inleiding Eens per twee jaar houdt de gemeente Lelystad het ‘leefsituatieonderzoek’. De leefsituatie-index geeft in één cijfer een indicatie van de leefsituatie van personen of een groep mensen. De leefsituatie kan worden beschouwd als een samenvatting van de welvaart en het welzijn van de bevolking. De index is ontwikkeld door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en in 2021 voor de negende keer voor Lelystad berekend. Met behulp van de index kan bekeken worden hoe de leefsituatie van diverse bevolkingsgroepen zich in Lelystad ontwikkelt. Al sinds 1974 berekent het SCP de leefsituatie van inwoners van Nederland om daarmee (de ontwikkeling van) het individuele welzijn en de welvaart in Nederland te kunnen volgen. De index is één getal dat een indruk geeft van de leefsituatie van verschillende groepen mensen in een bepaald jaar. De index is berekend zodat circa tweederde van een (gehele) groep een score heeft tussen 15 punten onder en 15 punten boven het gemiddelde; het resterende derde deel heeft een score meer dan 15 punten onder of boven het gemiddeld. Het getal is opgebouwd uit acht domeinen: (1) wonen, (2) vrijetijdsactiviteiten, (3) sociale participatie, (4) sport, (5) vakantie, (6) consumptiegoederen, (7) mobiliteit en (8) gezondheid.

De keuze voor deze domeinen komt voort uit het idee dat zij een onderdeel vormen van de ‘objectieve leefsituatie’ van inwoners en dat zij door (gemeentelijk) beleid beïnvloed kunnen worden. Elk domein heeft enkele meetbare indicatoren, waarvoor de benodigde informatie via een enquête onder de inwoners kan worden vastgesteld. Meer gedetailleerde uitleg over de techniek achter de berekening is te vinden in bijlage 2 en 3. De domeinen en de indicatoren die de basis vormen voor de leefsituatie-index bevatten alleen ‘droge’ cijfers. Hoe mensen hun eigen leven waarderen is in de index niet opgenomen. De waardering van de eigen leefsituatie komt niet altijd overeen met de ‘objectieve’ leefsituatie. Zo zal bijvoorbeeld een goede leefsituatie niet door iedereen zo worden ervaren, doordat de verwachtingen hoger liggen. Ook kan een leefsituatie die lager is dan gemiddeld juist positief worden ervaren als het tegenovergestelde het geval is.

2

Bevindingen •

Er is een aanzienlijke afname van de leefsituatie-index te zien. Deze is gedaald van 100 in 2019 naar 94 in 2021.

•

Afname van de leefsituatieindex is onder alle groepen in de stad te zien.

•

De afname van de index is over het algemeen het grootst onder de groepen die in 2019 de hoogste leefsituatie hadden zoals hoog opgeleiden en 30-54 jarigen. Wanneer er naar de verschillende gebieden in de stad wordt gekeken komt dit beeld echter niet zo sterk terug. De afname is in de deelwijken Waterwijk en Botter/Centrum Zuid/Schoener/Tjalk het grootst, maar ook in Gondel/Schouw, Archipel/ Rozengaard/ Zoom/Beukenhof en Boeier/Karveel/Golfpark/Kust is sprake van een sterke afname van de leefsituatie.

•

In de Waterwijk geldt nu voor 59% van de inwoners dat er sprake is van een slechte leefsituatie. Ook onder laag opgeleide is er nu bij een substantiële groep inwoners (43%) sprake van een slechte leefsituatie.

•

Het aantal mensen dat sociaal geïsoleerd of juist helemaal niet sociaal geïsoleerd is, is niet veranderd ten opzichte van voorgaande jaren.

•

Het geluksgevoel en de gezondheidsbeleving zijn, ondanks de verminderde leefsituatie, niet aangetast.

•

De afname van de leefsituatie is volledig het gevolg van een afname van het aantal (sociale) activiteiten. Dat maakt het aannemelijk dat de afname, in ieder geval grotendeels, een tijdelijk karakter heeft.

3

Leefsituatie-index Tabel: Leefsituatie-index Lelystad Jaar

Leefsituatie-index Lelystad

2004

100

2006

101

2008

101

2010

102

2012

100

2014

99

2017

99

2019

100

2021

94

Het eerste onderzoeksjaar, 2004, geldt als basisjaar. De gemiddelde score voor alle Lelystedelingen in dat jaar was 100. In de jaren daarna lag de indexscore telkens iets hoger, om in 2012 weer op 100 te zijn uitgekomen. In 2019 was, de gemiddelde score voor Lelystad opnieuw 100, na twee peilingen waarin de waarde daar net onder bleef steken. In 2021 is de leefsituatie-index sterk gedaald naar 94. Dit is verreweg de grootste wijziging in de leefsituatiescore sinds we begonnen zijn met de metingen. Dat er een afname te zien is, is gezien de beperkende maatregelen als gevolg van de coronacrisis niet verrassend. Het sociaal verkeer heeft voor de meeste mensen in 2020 in meer of mindere mate stil gelegen. Het aantal keer dat mensen op vakantie zijn geweest en aan uitgaansactiviteiten hebben deelgenomen is uiteraard een stuk lager dan gebruikelijk.

In deze rapportage wordt allereerst bekeken hoe de leefsituatie voor verschillende groepen is gewijzigd. Voor welke groepen is de afname groter dan gemiddeld en welke groepen zijn de dans ontsprongen? Daarna wordt ingegaan op de onderdelen van de index die sterk gewijzigd zijn en welke andere bijzonderheden er uit de enquête van 2021 naar voren komen.

4

Verdeling naar leefsituatiescore Wanneer is er sprake van een ‘slechte’ leefsituatie en wanneer is de leefsituatie ‘goed’? Het SCP hanteert hiervoor de volgende grens: wanneer iemand hoger scoort dan 115 dan is de leefsituatie goed en wanneer iemand lager scoort dan 85 dan is de leefsituatie slecht. Het aandeel Lelystedelingen met een slechte leefsituatie is met 8% toegenomen tot 24%. Dat gaat uiteraard samen met een afname van de groep mensen met een goede leefsituatie. Het aandeel Lelystedelingen met een goede leefsituatie is zelfs met 11% afgenomen tot 3% van de Lelystedelingen.

Grafiek: Ontwikkeling verdeling leefsituatiescore 12%

16%

16%

19%

14%

15%

68%

67%

66%

70%

17%

14%

3% Goede leefsituatie 73%

72%

70%

68%

67%

16%

15%

16%

14%

18%

19%

18%

16%

2004

2006

2008

2010

2012

2014

2017

2019

Gemiddelde leefsituatie

24%

Slechte leefsituatie

2021

5

Leefsituatie: leeftijd De leefsituatie is onder alle leeftijdsgroepen afgenomen. Onder de 19 tot 29 jarigen is de afname kleiner dan onder de andere leeftijdsgroepen, maar voor alle leeftijdsgroepen is de afname aanzienlijk.

Ondanks de afname onder de jongste leeftijdsgroep het kleinst is, is de toename van het aandeel met een slechte leefsituatie met 10% wel groot. In 2019 waren zij met 22% al oververtegenwoordigd onder de Lelystedelingen met een slechte leefsituatie. In 2021 is hier nog 10% bij gekomen. Een zelfde toename is onder 30-39 jarigen te zien. Voor 18-29 jarigen geldt dat zij vaak, als gevolg van hun leeftijd, nog niet zoveel opgebouwd hebben. Voor 30-39 jarigen geldt dat alleen nog voor het woondomein. Als dan de sociale mogelijkheden worden beperkt is dit al snel terug te zien in een slechte leefsituatiescore. De afname van de sociale activiteiten is onder 18-29 jarigen en onder 30-39 jarigen over het algemeen het grootst van alle leeftijdsgroepen. Deze combinatie maakt dat zij nu relatief gezien veel vaker tot de groep met een slechte leefsituatie zijn gaan behoren. Voor 40-54 jarigen en 55+ers geldt dat zij nu veel minder vaak tot de Lelystedelingen met een goede leefsituatie behoren dan in 2019. De toename van het aandeel met een slechte leefsituatie is relatief beperkt.

Tabel: Ontwikkeling leefsituatie naar leeftijd 18 - 29 jaar

30 - 39 jaar

40 - 54 jaar

55 +

2004

101

103

102

94

2006

99

103

103

98

2008

101

102

102

98

2010

100

104

104

100

2012

98

100

101

98

2014

96

101

101

98

2016

98

101

101

97

2019

95

101

102

99

2021

91

93

96

93

18 - 29 jaar

30 - 39 jaar

40 - 54 jaar

55 +

Slechte leefsituatie 2019

22%

13%

11%

19%

2021

32%

23%

18%

25%

2019

4%

8%

18%

14%

2021

3%

2%

3%

4%

Goede leefsituatie

6

Leefsituatie: opleiding De afname van de leefsituatie is onder hoog opgeleiden het hoogst en onder laag opgeleiden het laagst. Het verschil tussen de leefsituatie van hoog en laag opgeleiden is daarmee met 12 punten het kleinst sinds 2004. Ondanks het gemiddelde verschil is afgenomen, is het aandeel laag opgeleiden dat tot de groep met een slechte leefsituatie behoort sterker toegenomen dan bij hoog opgeleiden. 43% van de laag opgeleiden heeft nu een leefsituatiescore onder de 85. Onder hoog opgeleiden is dat 12%. In 2019 was dat respectievelijk 32% en 6%. Onder hoog opgeleiden is wel een sterke afname van het aandeel dat een goede leefsituatie heeft. In alle voorgaande metingen lag dit net onder of (ruim) boven de 25%. In 2021 is dat 5%. Dit is de sterkste afname van alle gemeten groepen.

Tabel: Ontwikkeling leefsituatie naar opleiding Laag opgeleid

Middelbaar opgeleid

Hoog opgeleid

2004

92

103

107

2006

93

103

108

2008

93

102

107

2010

92

103

109

2012

90

100

107

2014

89

99

106

2016

88

100

107

2019

91

99

106

2021

86

93

98

Laag opgeleid

Middelbaar opgeleid

Hoog opgeleid

Slechte leefsituatie 2019

32%

16%

6%

2021

43%

25%

12%

2019

4%

10%

22%

2021

1%

3%

5%

Goede leefsituatie

7

Leefsituatie: deelwijk

Leefsituatie-index

Er zijn erg grote verschillen tussen de deelwijken. De grootste achteruitgang van de leefsituatie is te zien in de Waterwijk (-8), Botter/Centrum Zuid/Schoener/Tjalk (-8) en Haven Oud (-9). Maar ook in Gondel/Schouw (-7), Archipel/ Rozengaard/ Zoom/Beukenhof (-7) en Boeier/Karveel/Golfpark/Kust (-7) is de afname substantieel. In Stadshart (-3) en Kempenaar/ Kogge (-3), maar ook in Jol/Punter/Galjoen (-4) is er daarentegen sprake van een relatief beperkte afname. De leefsituatie in de Waterwijk behoorde ook voor 2021 tot de deelwijken met de laagste gemiddelde leefsituatiescore en het hoogste aandeel mensen met een lage leefsituatie. Dat is door de recente afname nog eens versterkt. Iets meer dan de helft (52%) van de inwoners van de Waterwijk behoort nu tot de Lelystedelingen met een lage leefsituatie. Dat is 22% meer dan in 2019. Samen met het Stadshart, waar de toename van de groep mensen met een lage leefsituatie 19% is, is dit het hoogste aandeel in de stad. In het stadshart is het aandeel met een lage leefsituatie met 59% nog iets hoger dan in de Waterwijk.

Slechte leefsituatie (%)

De afname van de gemiddelde leefsituatie in de sociaal economisch sterkere deelwijken leidt niet of nauwelijks tot een toename van het aandeel mensen met een lage leefsituatie. Het aandeel mensen met een hoge leefsituatie neemt daar wel duidelijk af. In de Landerijen en Archipel/ Rozengaard/ Zoom/ Beukenhof met respectievelijk 24% en 16% het hardst.

8

Leefsituatie: Lelystad Oost De leefsituatie in Lelystad Oost is over de tijd gezien meer constant dan in de rest van de stad; van 2004 tot aan 2019 is de leefsituatie gemiddeld altijd rond de 98 geweest. Gemiddeld 4 punten lager dan in de rest van de stad. Tussen 2019 en 2021 is de afname van de leefsituatie in Lelystad Oost en de rest van de stad nagenoeg even groot.

Tabel: Leefsituatie in Lelystad Oost afgezet tegen de rest van de stad 2004 2006 2008 2010 Lelystad Oost 98 99 98 98 Overig Lelystad 102 102 103 104

2012 97 101

2014 97 101

Tabel: Aandeel inwoners met een slechte leefsituatie: Lelystad Oost vs de rest van de stad Wanneer gekeken wordt naar het aandeel inwoners dat 2004 2006 2008 2010 2012 2014 een slechte leefsituatie heeft, oftewel het aandeel Lelystad Oost 20% 18% 21% 21% 23% 23% inwoners met een leefsituatie die 15 punten of meer Overig Lelystad 13% 12% 12% 9% 14% 16% onder het gemiddelde ligt zijn de verschillen groter. In Lelystad oost behoorde tot en met 2019 21% van de inwoners tot de groep met een lage leefsituatie. In de rest van de stad was dat 13%. De afname van de leefsituatie tussen 2019 en 2021 heeft dit verschil vergroot. In Lelystad Oost heeft nu 31% een leefsituatie die slecht genoemd kan worden. Dat is 10% meer dan in 2019. In de rest van de stad is dat met 5% toegenomen tot 18%.

2016 98 100

2019 97 102

2021 91 95

2016 20% 16%

2019 21% 13%

2021 31% 18%

De index is opgebouwd uit indicatoren waarvan een deel betrekking heeft op welvaart (bezittingen en grote uitgaven) en een deel op welzijn (activiteiten die mensen ondernemen). Op het gebied van welvaart wordt er in de verschillende delen van de stad even weinig ingeleverd. Dat komt volledig voor rekening van het minder vaak (naar het buitenland) op vakantie gaan. In Lelystad Oost wordt op welzijn iets minder ingeleverd dan in de rest van de stad. In Lelystad Oost is vooral het aandeel mensen dat vrijwilligerswerk doet afgenomen in 2021. In de rest van de stad is het aantal uitgaansactiviteiten juist sterker afgenomen.

9

Ervaren gezondheid en sport Een groot deel van 2020 stond in het teken van de Coronacrisis, waarmee er dus erg veel aandacht voor gezondheid is geweest. In de gezondheidsbeleving van Lelystedelingen is dit niet terug te zien. Sinds 2014 geeft 80% van de Lelystedelingen aan dat zij hun gezondheid minimaal als goed ervaren. 20% geeft aan een matige of slechte gezondheid te hebben. Ook voor 2021 zien we deze verdeling terug. Waarschijnlijk als gevolg van de gedeeltelijke sluiting van sportverenigingen waren in 2021 minder mensen lid van een sportvereniging. Maar dat betekent niet dat er ook minder gesport is. De groep mensen die niet sport is even groot gebleven. Van de Lelystedelingen die wel tot de sporters gerekend kunnen worden is in 2021 juist een groep (veel) vaker gaan sporten. Waar in 2019 8% van de Lelystedelingen aangeeft minimaal 4 keer per week te sporten is dit in 2021 12%.

10

Ouderen en arbeidsongeschikten Sinds de decentralisatie in 2015 is één van de speerpunten van het sociaal domein dat inwoners zoveel mogelijk naar vermogen en vanuit eigen kracht meedoen aan de samenleving. Voor Lelystedelingen van 70 jaar en ouder en arbeidsongeschikte stadsgenoten jonger dan 70 wordt daarbij ook naar de leefsituatiescore gekeken.

Tabel: Leefsituatie 70 plussers en arbeidsongeschikten 2014 2016 2019 70 plussers 94 93 98 Arbeidsongeschikten 82 85 87 Lelystad gemiddeld 99 99 100

2021 92 81 94

Ook voor hen geldt dat zij tussen 2021 en 2019 een flink lagere leefsituatiescore hebben. Een verschil is wel dat zowel 70 plussers als arbeidsongeschikten in de periode van 2014 tot 2019 wel een grotere toename van de leefsituatie hebben laten zien, waardoor zij er nu beter voor staan dan in 2014. Beter is wel relatief, want de leefsituatie van de groep arbeidsongeschikten is gemiddeld nog altijd ‘slecht’ te noemen.

11

Grote veranderingen De afname van de index is het gevolg van grote veranderingen op een aantal indicatoren waarop de index is gebaseerd. Hiervoor hebben we gezien dat het aandeel mensen dat veel sport wat is toegenomen. Dat heeft nog een (kleine) positieve uitwerking op de indexscore van 2021. Alle andere veranderingen hebben hier een negatieve uitwerking. De overeenkomst tussen de indicatoren waarop een grotere of kleinere afname te zien is, is dat ze allemaal te maken hebben met activiteiten. De grootste afname is te zien bij uitgaansactiviteiten. Ruim 70% van de Lelystedelingen geeft aan in 2020 geen uitgaansactiviteit te hebben ondernomen. Dit was in 2019 22%. En van de mensen die het wel hebben gedaan is het voor meer dan de helft van de mensen beperkt gebleven tot 1 soort activiteit. In een regulier jaar geeft juist 80% aan (veel) meer dan 1 soort activiteit te doen. Vakantiegedrag laat daarnaast de grootste wijzigingen zien. Meer dan de helft (55%) is niet met vakantie geweest, tegen 25% in 2019. Van de vakantiegangers ging in 2019 62% naar het buitenland, waar dat in 2020 maar 19% was. Een kleinere, maar zeker noemenswaardige afname is te zien bij vrijwilligerswerk. In 2019 geeft 46% aan enige vorm van vrijwilligerswerk te hebben gedaan. In 2020 is dat gedaald naar 40%.

De afname is onder vrijwilligerswerk op school, crèche en peuterspeelzaal en buren- ,bejaarden- of gehandicaptenhulp het grootst. De afname van de leefsituatie is volledig het gevolg van een afname van het aantal (sociale) activiteiten. Dat maakt het aannemelijk dat de afname, in ieder geval grotendeels, een tijdelijk karakter heeft.

12

Niet veranderd, maar wel opvallend Al halverwege 2020 kwam uit onderzoek van het trimbosinstituut dat inwoners van verzorgingsinstellingen zich vaker eenzaam voelen dan voor de coronacrisis. Dit was onder andere het gevolg van het (sterk) verminderen van de sociale contacten. De sociale contacten zijn voor de meeste mensen op een laag pitje komen te staan in 2020. Dat roept de vraag op of sociale isolatie nu ook vaker voorkomt onder mensen die niet in een institutionele setting wonen. In het leefsituatieonderzoek is wel een aantal stellingen opgenomen* die ingaan op hoe sociaal verbonden iemand zich voelt. Hieruit komt enigszins verrassend naar voren dat hier geen belangrijke wijzigingen in te zien zijn: net als in voorgaande jaren heeft 15% een score die geassocieerd wordt met potentiële eenzaamheid en haalt één op de drie Lelystedelingen de maximale score, wat aangeeft dat zij het minst sociaal geïsoleerd zijn. Ook de algehele gelukbeleving is gemiddeld genomen niet veranderd: 78% van de Lelystedelingen geeft aan zich (erg) gelukkig te voelen. 3% voelt zich (erg) ongelukkig.

* De stellingen zijn: ‘Er zijn mensen met wie ik goed kan praten’, ‘Ik voel me van andere mensen geïsoleerd’, ’Er zijn mensen bij wie ik terecht kan’, ’Er zijn mensen die me echt begrijpen’, ’Ik maak deel uit van een groep vrienden’, ’Mijn sociale contacten zijn oppervlakkig’

13

Bijlage: onderzoeksverantwoording i Het veldwerk voor het onderzoek ‘Leefsituatie’ heeft in april 2021 plaatsgevonden. Het onderzoek is uitgevoerd onder leden van het LelyStadsPanel en aangevuld met een aselecte steekproef van 3.200 inwoners. Daarnaast is een link naar de vragenlijst op Facebook geplaatst. De vragenlijst over de leefsituatie is in totaal door 1.817 personen ingevuld. De respons onder het LelyStadsPanel was 72% en onder een aanvullende steekproef 22%. 36 personen hebben de vragenlijst ingevuld na het klikken op de link op Facebook.

Tabel:

Responsverdeling en populatie Populatie Lelystad

Respondenten Ongewogen

Geslacht

Leeftijd

Woning klasse (WOZ)

Gewogen

Panel

Steekproef + facebook

Totaal

Totaal

18+*

Mannen

574

362

936 (52%)

904 (50%)

31.398 (50%)

Vrouwen

493

388

881(49%)

892 (50%)

31.362 (50%)

18-29 jaar

15

80

95 (5%)

270 (15%)

11.455 (18%)

30-39 jaar

52

91

143 (8%)

290 (16%)

10.377 (17%)

40-54 jaar

251

180

431 (24%)

538 (30%)

16.691 (27%)

55 jaar en ouder

749

399

1148 (63%) 697 (39%)

24.237 (39%)

Klasse 1: tot €154.000

58

74

132 (7%)

228 (13%)

8.604 (14%)

Klasse 2: €154.001 tot €181.000

150

126

276 (15%)

364 (21%)

11.899 (20%)

Klasse 3: €181.001 tot €208.000

202

120

322 (18%)

352 (20%)

12.786 (21%)

Klasse 4: €208.001 tot €286.000

265

165

430 (24%)

385 (22%)

13.148 (22%)

Klasse 5: €286.001 of hoger

390

238

628 (35%)

431 (25%)

60.912 (24%)

* Peildatum = 1 mei 2021

14

Bijlage 1: onderzoeksverantwoording ii Om de respons te verhogen zijn drie maatregelen toegepast: 1) een verloting van 10x Lelypas (à € 25) onder panelleden en een verloting van 10x € 25 onder de respondenten uit de steekproef, 2) versturen van een herinneringsbrief aan de steekproef en e-mail aan de panelleden, 3) 475 adressen uit de steekproef zijn persoonlijk bezocht met de vraag of zij mee willen werken aan het onderzoek. Er zijn hiervoor inwoners geselecteerd die, gelet op hun achtergrondkenmerken, eerder geneigd zijn om niet aan een enquête mee te doen. De mensen zijn geselecteerd als ze voldeden aan 1 of meer van de volgende kenmerken: - in de leeftijd 18 tot 35 jaar - woont in een woning met een WOZ-waarde niet hoger dan €181.000 - woont in een huurwoning Na deze selectie zijn mensen toegevoegd aan de ophaallijst op fysieke nabijheid om tot 475 adressen te komen.

15

Bijlage 2: toelichting constructie Leefsituatie-index i Het SCP beschrijft het sociale domein aan de hand van een model waarin vijf ‘sferen’ worden onderscheiden, zoals in het figuur hiernaast is weergegeven. Centraal staat de verbetering van de leefsituatie van de inwoner, oftewel de kwaliteit van iemands bestaan. Er wordt aangenomen dat er een oorzakelijk relatie is tussen iemands individuele hulpbronnen (zoals opleiding en inkomen) en iemands leefsituatie: hoe meer hulpbronnen iemand heeft, hoe hoger de kans op een goede leefsituatie. De overheid oefent met beleid zowel direct als indirect invloed uit op de leefsituatie van de inwoners. De sociale en fysieke omgeving zijn ten slotte ook belangrijke condities voor de leefsituatie.

* Fysiek * Sociaal

Leefsituatie (welzijn)

De objectieve leefsituatie komt niet altijd overeen met de subjectieve beleving er van. De verwachting en ervaring van het individu is hierop van invloed. Vanuit de gedachte om inzicht in de leefsituatie als geheel te verkrijgen op een geïntegreerde, samenvattende manier ontwikkelt het Sociaal Cultureel Planbureau al sinds 1974 een instrument: de leefsituatie-index. Een belangrijke stap in het ontwikkelen van de leefsituatie-index was het bepalen van de domeinen die opgenomen moesten worden onder het brede, kapstokbegrip leefsituatie. Een belangrijk uitgangspunt was dat de hoofdtaak van het SCP er uit bestaat beleidsaanbevelingen te geven aan de overheid. Om deze reden werden domeinen geselecteerd die, min of meer, door overheidsbeleid beïnvloed kunnen worden. Daarna werden binnen deze domeinen de indicatoren bepaald, evenals de variabelen waaruit indicatoren bestaan. In de tabel op de volgende pagina is een overzicht gegeven van deze domeinen en indicatoren.

Omgeving

Individuele hulpbronnen

Overheidsbeleid

‘Subjectief’ welzijn

* Compenserend * Ondersteunend

* Tevredenheid * Geluksgevoel

Legenda: Causale relatie Verband

* Onder de sociale omgeving wordt hier de mate van maatschappelijke participatie en de beleving van sociale contacten bedoeld. Onder de fysieke omgeving wordt hier de woning en woonomgeving bedoeld.

16

Bijlage 3: toelichting constructie Leefsituatie-index ii Tabel: Domeinen en indicatoren Domeinen

Indicatoren binnen elk domein Eigenaar of huurder

1.

Wonen

Woningtype Aantal kamers Oppervlakte woonkamer

2.

Gezondheid

Belemmering dagelijkse bezigheden Belemmering vrijetijdsbesteding

3.

Consumptiegoederen

Aantal huishoudelijke artikelen

Vrijetijdsactiviteiten

Aantal sociaal-culturele activiteiten Lidmaatschap van organisaties

5.

Mobiliteit

6.

Sociale participatie

7.

Sport

8.

Vakantie

Als uitgangspunt werd genomen dat de indicatoren allemaal betrekking hebben op eenzelfde dimensie, namelijk de leefsituatie, en dat ze daar een positieve of negatieve bijdrage aan leveren. Bovendien zou de index cumulatie-effecten moeten laten zien: iemand die op vier domeinen achterstand heeft zou op de index slechter moeten scoren dan iemand die op twee domeinen achterstand heeft. Tot slot was een uitgangspunt dat de index op individueel niveau berekend zou moeten kunnen worden, omdat het SCP niet alleen de ontwikkeling van Nederland als geheel wilde bekijken, maar ook voor verschillende sociale groepen in de samenleving.

Aantal hobby artikelen Aantal hobby’s

4.

Volgens het SCP geven deze indicatoren samen een geobjectiveerde beschrijving van de leefsituatie. Bewust wordt gekozen voor de term ‘geobjectiveerd’ en niet van ‘objectief’ omdat er uiteraard een normatief, en daarmee ook subjectief, element zit in het kiezen en operationaliseren van de indicatoren die gebruikt worden (SCP, 2005b).

Autobezit Bezit abonnement OV-kaart Vrijwilligerswerk Sociaal isolement Aantal keer sporten per week Aantal verschillende sporten

Techniek De index wordt met behulp van statistische technieken gegenereerd, op basis van de wiskundige samenhang tussen indicatoren in de acht domeinen (SCP, 2005b p.3). Kort samengevat: de zwaarte van de verschillende indicatoren binnen de index wordt niet theoretisch vastgesteld, maar achteraf door de waargenomen samenhangen in de verzamelde gegevens. Om de index te berekenen worden steeds alle respondenten van alle jaren gebruikt. Per domein word gekeken hoe de antwoordpatronen in hun onderlinge samenhang kunnen worden geclusterd, met behulp van een niet lineaire canonische correlatieanalyse. Op basis van het gemiddelde en de standaardafwijking in het aanvangsjaar (2004) worden voor de hiernaast genoemde domeinen een score gemaakt voor alle jaren. De indexscore is een optelling van de domeinscores. Alle domeinen tellen dus even zwaar mee in de index.

Op vakantie afgelopen jaar Naar het buitenland op vakantie

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=d4446337-f530-40ab-b7b1-f3f02bcf9d48