CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad_vast te stellen

Raadsvergadering 26 januari 2021, gemeente LelystadBij agendapunt: 06. Vaststelling Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad8.719 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad

Vastgesteld

Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad

blz. 2

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3

5 Inleiding

7

Algemeen Aanleiding Anticiperen op de Omgevingswet Begrenzing van het plangebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer

7 7 7 7 8 8

Relevante beleidskaders

9

Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

9 9 10 12

Toelichting op de regeling

15

Inleiding Opzet van de regeling Wettelijke grondslag Planvorm Artikelsgewijze toelichting

15 15 15 16 16

Uitvoerbaarheid

19

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhavingsaspecten

19 19 20

Bijlage 1

21

Bijlage 1 Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad

Regels Hoofdstuk 1

31 Inleidende regels

Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2

zone algemene regels tankstations Lelystad

Algemene regels

Artikel 4 Artikel 5 Hoofdstuk 4

Begrippen Werking van dit bestemmingsplan

Bestemmingsregels

Artikel 3 Hoofdstuk 3

23

Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels

Overgangs- en slotregels

Artikel 6 Artikel 7

Overgangsrecht Slotregel

33 33 36 37 37 39 39 41 43 43 44

(vastgesteld)

blz. 3

(vastgesteld)

blz. 4

(vastgesteld)

blz. 5

Toelichting Inhoudsopgave van de toelichting De plantoelichting bevat achtereenvolgens de volgende hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Aanleiding 1.3 Anticiperen op de Omgevingswet 1.4 Begrenzing van het plangebied 1.5 Geldende bestemmingsplannen 1.5 Geldende bestemmingsplannen Hoofdstuk 2 Relevante beleidskaders 2.1 Inleiding 2.2 Rijksbeleid 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Gemeentelijk beleid Hoofdstuk 3 Toelichting op de regeling 3.1 Inleiding 3.2 Opzet van de regeling 3.3 Wettelijke grondslag 3.4 Planvorm 3.5 Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Economische uitvoerbaarheid 4.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3 Handhavingsaspecten

(vastgesteld)

blz. 6

(vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

De toelichting dient een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten te geven. Met name een goede afstemming tussen de toelichting en de beide juridische onderdelen van het bestemmingplan (regels en verbeelding) is van groot belang. De plantoelichting geeft een toelichting op het bestemmingsplan, maar maakt geen deel uit van het bestemmingsplan.

1.2

Aanleiding

De aanleiding voor dit bestemmingsplan is de op 16 juni 2020 door de raad vastgestelde Kadernota Tankstations Lelystad 2020. Deze nota wordt in hoofdstuk 2 verder toegelicht. De Kadernota Tankstations Lelystad 2020 vormt het planologische beleidskader voor vestiging van tankstations in Lelystad. De in hoofdstuk 2 te bespreken kaderstellende beleidsuitgangspunten hebben als basis gediend voor dit paraplubestemmingsplan. Het voorliggende paraplubestemmingsplan voorziet in een algemene regel met een verbod op nieuwe tankstations die geldt voor alle Lelystadse bestemmingsplannen waarin nog nieuwvestigin g van tankstations mogelijk is. De vestiging van nieuwe tankstations kan de leefomgeving aantasten. Dit plan biedt een juridisch-planologische regeling om die aantasting te beperken. Verder neemt het plan de bescherming over van het Voorbereidingsbesluit Tankstations Lelystad dat de gemeenteraad op 8 oktober 2019 (Raadsbesluit nr. 190012761) heeft genomen. Dit bestemmingsplan omvat alle in de verbeelding bij dit plan aangeduide gebieden waarvoor een onherroepelijk bestemmingsplan geldt. Het is een zogenoemd parapluplan, dat de geldende bestemmingsplannen niet vervangt, maar aanvult.

1.3

Anticiperen op de Omgevingswet

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet zullen alle bestemmingsplannen en beheersverordeningen van de gemeente het eerste omgevingsplan van de gemeente vormen. Voor een goede werking van dat omgevingsplan is de uniformering van de algemene regels nodig. Dit bestemmingsplan is de eerste stap naar uniforme algemene regels voor het onderwerp tankstations. De regels van dit bestemmingsplan vullen de regels aan van de bestemmingsplannen die op het moment van terinzagelegging van dit plan onherroepelijk zijn. Indien in het vigerende bestemmingsplan al regels zijn opgenomen over de vestiging van nieuwe tankstations dan gelden de regels van dit voorliggend bestemmingsplan.

1.4

Begrenzing van het plangebied

Dit paraplubestemmingsplan geldt voor een groot deel van het grondgebied van de gemeente Lelystad, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. De in dit paraplubestemmingsplan opgenomen regels gelden in aanvulling op ofwel vervangen de regels van de onderliggende bestemmingsplannen voor wat betreft het aspect nieuwvestiging van tankstations. Ook valt het grondgebied van een aantal bestemmingsplannen binnen dit paraplubestemmingsplan, waarbinnen locaties zijn gelegen, die in de Kadernota tankstations Lelystad zijn aangewezen als locaties waar onder voorwaarden nieuwe tankstations mogelijk zijn. Voor deze aangewezen locaties voor nieuwe tankstations is in dit plan een

(vastgesteld)

blz. 8

afwijkingsmogelijkheid opgenomen van het algemene bouwverbod. Op basis van deze afwijkingsbevoegdheid kunnen burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning verlenen wanneer een aanvraag hiervoor wordt ingediend die past binnen de criteria uit de Kadernota tankstations Lelystad. Het parapluplan geldt aanvullend op al deze bestemmingsplannen. In de onderstaande afbeelding is de begrenzing weergegeven van het plangebied van dit bestemmingsplan (zie het in wit aangegeven gebied).

Afbeelding 1: Situering plangebied bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad.

1.5

Geldende bestemmingsplannen

In artikel 2 lid 2.1 Reikwijdte van de planregels is een tabel opgenomen met daarin een lijst van onheroepelijk vastgestelde bestemmingsplannen en beheersverordeningen die vallen onder het werkingsgebied van dit paraplu-bestemmingsplan.

1.6

Leeswijzer

Hoofdstuk 1 bevat de aanleiding en doelstelling van dit plan. Hoofdstuk 2 geeft de beschrijving van de relevante beleidskaders. Hoofdstuk 3 geeft een korte juridische plantoelichting met een artikelsgewijze toelichting. Hoofdstuk 4 gaat in op de uitvoerbaarheid van het plan.

(vastgesteld)

blz. 9

Hoofdstuk 2 2.1

Relevante beleidskaders

Inleiding

Het ruimtelijk beleid van rijk, provincie en gemeente werkt door in de manier van bestemmen van gronden en bouwwerken. Het voorliggend bestemmingsplan is getoetst aan deze beleidsstukken. In algemene zin is het voorliggend bestemmingsplan verenigbaar met het ruimtelijk beleid van rijk, provincie en gemeente. Hieronder wordt het relevante ruimtelijk beleid beschreven.

2.2

Rijksbeleid

Structuurvisie Ruimte en Infrastuctuur Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Ruimte en Infrastructuur (hierna SVIR) vastgesteld. Daarmee is het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid zoals uiteengezet in de SVIR van kracht geworden. De SVIR geeft de ambitie aan voor Nederland in 2040. Die ambitie is vertaald in doelen voor de middellange termijn tot 2028. Uitgangspunten van de SVIR zijn decentraal wat kan, centraal wat moet. Bij het bepalen van wat centraal moet, zijn slechts 13 rijksbelangen omschreven. Een rijksverantwoordelijkheid is slechts dan aan de orde, als: een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, of; over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, of: het een onderwerp betreft dat provincie- of landgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Ladder voor duurzame verstedelijking

Op 1 juli 2017 is de Nieuwe Ladder voor duurzame verstedelijking in werking getreden (art. 3.16 lid 2 en 3 Bro). De nieuwe Ladder is ten opzichte van de voorgaande Ladder vereenvoudigd. De drie treden zijn komen te vervallen en er is een nieuwe bepaling toegevoegd. De Laddertoets geldt alleen voor plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken. Dit bestemmingsplan stelt algemene regels die de nieuwvestiging van tankstations binnen op de plankaart nader aangeduid gebied verbieden. Het maakt geen nieuwe ontwikkelingen (bij recht) mogelijk. De Ladder is daarom niet van toepassing. Ontwerp Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een onderdeel van de nieuwe Omgevingswet. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Nederland. Het ontwerp van de NOVI richt zijn op vier prioriteiten. Deze onderwerpen hebben onderling veel met elkaar te maken en ze hebben gevolgen voor hoe we onze fysieke leefomgeving inrichten: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie. De economie van Nederland verduurzamen en ons groeipotentieel behouden. Onze steden en regio's sterker en leefbaarder maken. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen.

(vastgesteld)

blz. 10

Conclusie De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de Ontwerp Nationale Omgevingsvisie en de Ladder voor duurzame verstedelijking laten zich niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen als nieuwvestiging van tankstations. De in dit plan voorgenomen ontwikkeling raakt daarom geen rijksbelangen.

2.3

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie FlevolandStraks (2017) De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van Flevoland. De visie gaat over de periode tot 2030 en verder. Het geeft aan welke kansen en opgaven er voor Flevoland liggen en welke ambities er zijn voor de toekomst. Het bijzondere verleden van de provincie vormt de basis voor de visie.

In 2030 en verder is Flevoland de kroon op de Nederlandse poldertraditie. Het toont waar Nederland groot in is: land maken uit water en hierin een samenleving tot bloei laten komen. Bij nieuwe ontwikkelingen is er evenwichtige aandacht voor fysieke, sociale en economische aspecten. Gelijktijdig wordt de eigenzinnige schoonheid van de oorspronkelijke opzet van de polders gekoesterd. Flevoland draait in 2030 grotendeels op duurzame energievoorziening. Kansen van de veranderende economie, waaronder circulaire economie, worden benut. In 2030 en verder onderscheidt Flevoland zich bovenregionaal met een aantal voorzieningen, die van excellente kwaliteit is, bijvoorbeeld groenblauwe natuur- en recreatiegebieden langs de randen van de Flevopolders.

In de Omgevingsvisie staat niet precies beschreven wat, waar en wanneer moet komen. Met de Omgevingsvisie wordt de koers voor de lange termijn uitgezet. Hierbij worden de bovenlokale opgaven met een provinciaal belang en met een langetermijnperspectief gedefinieerd. De visie is richtinggevend voor alle andere - deels verplichte - provinciale programma's en plannen.

Deze Omgevingsvisie vervangt het visiedeel (deel I) uit het Omgevingsplan 2006. De beleids- en uitvoeringsdelen uit het Omgevingsplan 2006 worden in de toekomst gefaseerd vervangen door onder meer programma's en regels in een omgevingsverordening. Dit bestemmingsplan conflicteert niet met de Omgevingsvisie FlevolandStraks (2017) Omgevingsprogramma Flevoland (2019) Dit Omgevingsprogramma anticipeert op de toekomstige Omgevingswet, waarin staat dat een provincie moet beschikken over een programma. Daarin is al het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving gebundeld. Daarmee zijn beleidskeuzes compact en de samenhang geborgd. Het programma bindt alleen de provincie, maar gemeenten en waterschappen moeten er bij het maken van plannen of beleid wel rekening mee houden. Het programma bestaat uit het onderdeel A Ruimte: doel is een goede woon-, werk- en leefomgeving. Grootschalige ontwikkelingen mogen, omdat in omliggende regio's daarvoor geen ruimte is. Voorwaarde is een evenwichtige ontwikkeling. Bereikbaarheid,

(vastgesteld)

blz. 11

voorzieningenniveau en werkgelegenheid moeten worden verbeterd. Stedelijk gebied ontwikkeling van vitale steden en dorpen; efficiënt ruimtegebruik, versterking draagvlak voor voorzieningen; nieuwe solitaire clusters buiten stedelijk gebied in beginsel niet, tenzij kwaliteitsimpuls; - wonen: meer differentiatie in woningen nodig (starters, ouders, alleenstaanden), kwaliteitsbehoud bestaande woningvoorraad; - werklocaties: verantwoordelijkheid bij gemeenten; gedifferentieerd aanbod zodat elk bedrijf een geschikte locatie kan vinden; kantorenvoorraad terugbrengen, maar nieuwe ontwikkelingen mogen ook en concentratie bij goed ontsloten gebieden; Landelijk gebied vitaliteit vergroten en gebruiksmogelijkheden afstemmen op maatschappelijke behoeften; vrijkomende agrarische erven en schaalvergroting; glastuinbouw behouden; niet-agrarische activiteiten mogen mits verweven met landbouw; huisvesting arbeidsmigranten is mogelijk mits...; . Het Omgevingsprogramma biedt mogelijkheden onder voorwaarden voor afwijking van het bovenstaande en ook voor experimenten die niet onder die voorwaarden vallen. Zie link Omgevingsprogramma Flevoland, waarmee direct naar het Omgevingsprogramma kan worden gegaan. Als op het relevante gebied geklikt wordt, vindt direct doorschakeling naar de desbetreffende beleidsregels plaats.

Het bestemmingsplan conflicteert niet met het omgevingsprogramma Flevoland (2019)

Omgevingsverordening Flevoland (2019) De provincie wil anticiperen op de Omgevingswet en daarom is de omgevingsverordening opgesteld. Dit betekent dat alle regels met betrekking tot omgevingsrecht (in dit geval de provinciale) in één regeling worden gebundeld. De verordening bestaat uit drie soorten regels: algemene regels en vergunningstelsels gericht op burgers, regels gericht tot bestuur zoals omgevingswaarden en beoordelingsregels voor aanvragen en als derde instructieregels over uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen. De Omgevingsverordening ziet net als de Omgevingswet op alle regels inzake de fysieke leefomgeving (bouwen, infra, water, bodem, lucht, landschap, natuur en cultureel erfgoed) en bestaat daarom uit regels met betrekking tot: windenergie, grondwaterbescherming, water, NNN, schaliegas, luchtvaartstiltegebied, ontgassen binnenvaart, bodemsanering, ontgrondingen, wegen, vaarwegen en handhaving; uitvoering Wet natuurbescherming; kwaliteit VTH omgevingsrecht; zonne-energie. Zie link Omgevingsverordening Flevoland waarmee direct naar de Omgevingsverordening kan worden gegaan. Als op het relevante gebied geklikt wordt, vindt direct doorschakeling naar de desbetreffende regels plaats. Het bestemmingsplan conflicteert niet met de Omgevingsverordening Flevoland 2019

(vastgesteld)

blz. 12

Conclusie Gelet op het voorgaande is het bestemmingsplan passend binnen het provinciaal beleid .

2.4

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Lelystad 2023 De gemeenteraad van Lelystad heeft in januari 2014 de 'Structuurvisie Lelystad 2023' vastgesteld. Het is een actualisatie van het uit 2005 daterende 'Structuurplan Lelystad 2015'. Belangrijk verschil tussen de nieuwe Structuurvisie en het voormalige Structuurplan is de veranderende focus; van accent op groei en ontwikkeling naar onderhoud en beheer van de bestaande stad. Inherent daaraan is dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit. In de nieuwe visie is rekening gehouden met alle gemeenteraadsbesluiten tot en met 2013, maar ook van provinciaal en van rijksbeleid dat een doorwerking heeft op de (mogelijke) inrichting van de openbare ruimte. Alle nieuwe ontwikkelingen en beleidswijzigingen hebben een nieuwe, aangepaste plankaart opgeleverd. De geactualiseerde visie geeft een doorkijk tot 2023; ze verwoordt beleidsuitgangspunten en vormt de leidraad om Lelystad klaar te maken voor de toekomst.

Kadernota Tankstations Lelystad 2020 De vorige nota Tankstations Lelystad stamde uit 2008 en is herzien op basis van nieuwe ontwikkelingen en inzichten in Lelystad en in de branche van motorbrandstofvoorzieningen. Te denken valt aan de ontwikkeling van Lelystad Airport, elektrisch rijden en deelauto's. Deze Kadernota bevat het planologische beleidskader voor vestiging van nieuwe tankstations in Lelystad en geldt tevens als beleidskader voor het opstellen van het Omgevingsplan Lelystad of voor bestemmingsplan herzieningen die daaraan vooraf gaan, waaronder begrepen het voorliggende Paraplubestemmingsplan Algemene regels tankstations Lelystad. Dit Paraplubestemmingsplan vormt daarom de ruimtelijke vertaling van de Kadernota en het eerder genomen voorbereidingsbesluit. Aangezien de gemeenteraad het bevoegd gezag is als het gaat om het vaststellen van planologisch beleid, is het aan de raad overgelaten om de beleidsuitgangspunten vast te stellen. Kaderstellende beleidsuitgangspunten en locaties Op basis van een nauwkeurige analyse zijn in de Kadernota kaderstellende beleidsuitgangspunten opgesteld en worden de locaties genoemd waar nog nieuwe tankvoorzieningen kunnen worden gevestigd. A. Kaderstellende beleidsuitgangspunten De kaderstellende beleidsuitgangspunten die in de Kadernota worden genoemd zijn: 1.

De bestaande voorzieningen (tankstations), zoals die zijn opgenomen op de bij de nota behorende kaart worden gerespecteerd. Er worden geen andere tankvoorzieningen gefaciliteerd anders dan onder de B. specifieke beleidsuitgangspunten zijn genoemd. 2. Uitbreiding van bestaande klassieke tankstations (benzine, diesel en LPG) binnen de bebouwde kom mag uitsluitend met elektrische snellaadvoorzieningen. B. Locaties voor nieuwe tankstations

(vastgesteld)

blz. 13

Als locaties voor nieuwe tankstations worden in de Kadernota genoemd: 1. Een nieuw tankstation bij Lelystad Airport, gericht op de bezoekersstroom vanaf het vliegveld, met als randvoorwaarde: ten minste elektrische snelladers en/of waterstof, eerst vanaf het moment dat de luchthaven operationeel is. 2. Een tankstation Lelystad Airport Businesspark (L.A.B.), gelegen in de nabijheid van afslag 9 van de A6 met ten minste elektrische oplaadpunten met de mogelijkheid van een truck-facility point,wanneer een dergelijke voorziening haalbaar blijkt voor LAB. Hier zullen tevens verschillende gassoorten ten behoeve van vrachtwagens geleverd moeten worden. 3. Een tankstation met een oriëntatie op de A6, met als wens een waterstof verkooppunt al dan niet met de mogelijkheid voor een elektrisch oplaadpunt. 4. een nieuw tankstation op of bij Flevokust Haven ten minste voorzien van een (bio)LNG verkooppunt en elektrische oplaadpunten in de nabijheid of op Flevokust Haven. 5. Een tankstation aan de Overijsselseweg (N307), aan de zijde van de Bijlweg, al dan niet voorzien van een elektrisch oplaadpunt. 6. Een tankstation nabij de toekomstige ontsluiting Flevokust/ontsluiting N23, al dan niet voorzien van een elektrisch oplaadpunt. 7. Laadstations voor elektrische bussen in de omgeving van het NS en busstation.

In de Kadernota is een kaart opgenomen waarop indicatief is aangegeven in welke omgeving de nieuwe tankstations kunnen worden gevestigd. Dit betreft dus geen exacte aanwijzing van de locatie.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is lijn met het gemeentelijk beleid en geeft waar nodig uitvoering aan het gemeentelijk beleid.

(vastgesteld)

blz. 14

(vastgesteld)

blz. 15

Hoofdstuk 3 3.1

Toelichting op de regeling

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt eerst in twee paragrafen kort een algemene uitleg gegeven over de opzet van de regeling (een bestemmingsplan) en de wettelijke grondslag van de regels. In de laatste paragraaf (paragraaf 3.5) worden de regels artikelsgewijs toegelicht.

3.2

Opzet van de regeling

De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. In dit bestemmingsplan is een voorrangsregeling opgenomen: de vigerende bestemmingsplannen die genoemd staan in de lijst worden aangevuld met een algemene bouwregel om nieuwvestiging van tankstations (in de regels aangeduid als motorbrandstofverkooppunten) tegen te gaan. Als er in de vigerende bestemmingsplannen die vermeld staan in de lijst (zie regels artikel 2.1 ) al een regeling voor nieuwvestiging van motorbrandstofverkooppunten is opgenomen dan gaan de bepalingen uit voorliggend bestemmingsplan voor. Dat geldt ook voor de van toepassing zijnde begripsbepalingen.

3.3

Wettelijke grondslag

3.3.1 Besluit ruimtelijke ordening Op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, onder a. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het mogelijk dat een bestemmingsplan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening regels kan bevatten waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. In de regels van dit bestemmingsplan is een afwijkingsbevoegdheid voor het college opgenomen om met een omgevingsvergunning vestiging van nieuwe tankstations (motorbrandstofverkooppunten) mogelijk te maken. Hierbij moet worden voldaan aan de in de Kadernota tankstations Lelystad opgenomen beleidsuitgangspunten zoals deze is vastgesteld op 16 juni 2020, dan wel in het geval deze wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel (andere beleidsuitgangspunten) aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende beleidsregel (dynamische verwijzing). Het grote voordeel van deze dynamische verwijzing is dat bij gewijzigde inzichten over de vestiging van tankstations slechts de beleidsuitgangspunten aangepast hoeven te worden. De vigerende planologische regelingen veranderen dan inhoudelijk automatisch mee.

Bij het toetsen van een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan om nieuwvestiging van een tankstation mogelijk te maken, wordt beoordeeld of de aanvraag voldoet aan de beleidsuitgangspunten en de in de Kadernota aangewezen locaties voor nieuwe tankstations. Wanneer de Kadernota Tanksstations (beleidsregel) is vervangen of aangepast, dan wordt getoetst aan de gewijzigde of nieuwe Kadernota Tankstations (beleidsregel)

(vastgesteld)

blz. 16

3.4

Planvorm

In de voorliggende juridisch planologische regeling is gekozen voor een algemene regeling met een bouwverbod voor nieuwe tankstations die geldt voor alle bestemmingsplannen binnen de gemeente Lelystad waarin nu nog bouwmogelijkheden voor nieuwe tankstations zijn opgenomen (zowel bij recht als via afwijking). Omdat het gaat om meerdere bestemmingsplannen waarvoor deze algemene bouwregel geldt is gekozen voor een paraplubestemmingsplan. In 1.4 Begrenzing van het plangebied is het gebied waarvoor dit paraplubestemmingsplan op een afbeelding nader aangeduid. Opbouw van de regels Het eerste hoofdstuk begint met inleidende regels. Hierin zijn de begripsbepalingen opgenomen. In artikel 2 wordt de werking van dit paraplu bestemmingsplan beschreven. Zo is er een tabel opgenomen met daarin beschreven voor welke geldende bestemmingsplannen en/of beheersverordeningen dit parapluplan geldt (artikel 2.1 Reikwijdte). Verder is in artikel 2.2 Verhouding tot andere bestemmingsplannen aangegeven in welke gevallen de regels moeten worden toegepast. In Artikel 3 zone algemene regels tankstations Lelystad is de gebiedsaanduiding 'Overige zone Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad' opgenomen.

Dit artikel is nodig om het gebied aan te wijzen waarbinnen de bestaande bestemmingsplannen worden aangevuld met een algemene bouwregel (Artikel 4 Algemene bouwregels) en een algemene gebruiksbepaling (Artikel 5 Algemene gebruiksregels). In artikel 6 en 7 zijn respectievelijk het Overgangsrecht en de Slotregel opgenomen.

3.5

Artikelsgewijze toelichting

3.5.1 Inleidende regels In hoofdstuk 1 van de regels zijn inleidende regels opgenomen. Dit zijn de begripsbepalingen (artikel 1 ) en de werking van het bestemmingsplan (artikel 2 ). Hieronder wordt een enkel begrip nader toegelicht. motorbrandstofverkooppunt Daar waar in deze toelichting en in de Kadernota tankstations Lelystad wordt gesproken over 'tankstations' is voor dit begrip in de regels de meer juridische benaming motorbrandstofverkooppunt' gebruikt. Dit begrip wordt in artikel 1 lid 1.21 nader verklaard. Werking van dit bestemmingsplan In artikel 2.1 is de reikwijdte van het bestemmingsplan opgenomen. In dit artikel is een tabel opgenomen met daarin vermeld de namen van alle geldende bestemmingsplannen en/of beheersverordeningen waarop de regels van dit paraplu-bestemmingsplan van toepassing zijn verklaard. In artikel 2.2 is aangegeven in welke gevallen de regels van dit plan gelden in aanvulling op de in artikel 2.1 genoemde plannen en/of in welke gevallen de regels van dit plan de regels uit de in artikel 2.1 genoemde plannen vervangen. Gebiedsaanduiding: zone algemene regels tankstations Lelystad In artikel 3 is de gebiedsaanduiding 'overige zone- Parapluplan Algemene regels

(vastgesteld)

blz. 17

tankstations Lelystad' benoemd. Dit artikel is nodig om het gebied aan te wijzen waarin de bestaande bestemmingsplannen worden aangevuld met een algemene bouwregel inhoudende een verbod voor nieuwvestiging van tankstations. Deze algemene regels zijn opgenomen in artikel 4. Deze gebiedsaanduiding geldt voor alle bestemmingsplannen die zijn aangegeven in de tabel van artikel 2.1 Reikwijdte. Algemene bouwregels. Op grond van deze Algemene bouwregel worden geen nieuwe tankstations (in de regels omschreven als motorbrandstofverkooppunten) meer mogelijk gemaakt. Hiervoor is in artikel 4.1 een algemene bouwregel opgenomen op grond waarvan het verboden is om nieuwe motorbrandstofverkooppunten (tankstations) op te richten en een bestaand motorbrandstofverkooppunt te veranderen en/of uit te breiden met tankvoorzieningen, waaronder mede begrepen elektrische snellaadvoorzieningen. Afwijkingsbevoegheid elek trische snellaadpunten bij bestaande tankstations (artikel 4.2) Een uitzondering op de algemene bouwregel van artikel 4.1 is gemaakt voor het oprichten van elektrische snellaadvoorzieningen bij bestaande tankstations. Ook kan via deze afwijkingsbevoegdheid de bouw van een overkapping van de elektrische snellaadvoorzieningen mogelijk worden gemaakt.

Afwijkingsbevoegdheid voor de oprichting en/of de uitbreiding van een shop bij bestaande tankstations (artikel 4.3) Een tweede uitzondering op de algemene bouwregel is gemaakt voor het oprichten van een gebouw en/of de uitbreiding van een gebouw ten behoeve van een shop bij een bestaand tankstation tot een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 250 m2 en een bouwhoogte van maximaal 5 meter. Hieraan zijn wel een aantal voorwaarden verbonden. Een belangrijke voorwaarde is dat deze afwijkingsbevoegdheid alleen geldt voor bestaande motorbrandstofverkooppunten (tankstations) buiten de bebouwde kom. Deze beperking is opgenomen omdat binnen de bebouwde kom van Lelystad al (te) veel detailhandel in de vorm van supermarkten aanwezig is. Voor de definiëring van het begrip 'bebouwde kom' wordt verwezen naar de Kadernota Tankstations Lelystad 2020. In deze Kadernota is vermeld dat met 'bebouwde kom' wordt bedoeld de bebouwde kom zoals die is vastgelegd in de APV 2015, Bijlage 1. De overige voorwaarden die aan deze afwijkingsbevoegdheid zijn verbonden hebben betrekking op o.a. het stedenbouwkundig beeld, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Een aantal van deze begrippen wordt in artikel 1 Begrippen nader verklaard.

Afwijkingsbevoegheid voor nieuwe tankstations als aangegeven in de Kadernota Tankstations (artikel 4.4) Een derde uitzondering op de algemene bouwregel (bouwverbod) van artikel 4.1. is gemaakt voor het oprichten van nieuwe motorbrandstofverkooppunten indien deze voldoen aan de beleidsuitgangspunten en locaties als aangegeven in de Kadernota Tankstations Lelystad 2020, zoals deze is vastgesteld op 16 juni 2020, dan wel, in het geval deze wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende beleidsregel. Aan deze afwijkingsbevoegdheid zijn enkele ruimtelijke criteria toegevoegd. Zo mag per motorbrandstofverkooppunt een gebouw worden opgericht met een bedrijfsvloeroppervlakte van ten hoogste 250 m2 en een bouwhoogte van maximaal 5. De bouwhoogte van een overkapping mag maximaal 7

(vastgesteld)

blz. 18

meter bedragen.

Nadere toelichting In de Kadernota Tankstations Lelystad zijn de beleidsuitgangspunten voor en locaties van nieuwe tankstations aangegeven. Deze nota is op 16 juni 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. In deze Kadernota worden 6 locaties aangegeven waar de gemeente onder een aantal voorwaarden nieuwe tankstations wil toestaan. In dit paraplubestemmingsplan zijn de geldende bestemmingsplannen op deze locaties meegenomen als gebiedsaanduiding 'overige zone - Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad'. Dit is enerzijds gedaan om de zone (het gebied) aan te duiden waarvoor het Parapluplan geldt. In wezen is dat de plankaart, waarop het plangebied staat aangegeven. Daarbinnen gelden de in dit plan opgenomen Algemene bouwregels op grond waarvan nieuwbouw van tankstations is verboden. Ook zijn de hierboven beschreven afwijkingsregels van deze bouwregels voor nieuwbouw van tankstations, voor de bouw van elektrische snelladers en een shop bij bestaande tankstations gekoppeld aan deze gebiedsaanduiding. Met de in artikel 4.4 opgenomen afwijkingsbevoegdheid, kan het college omgevingsvergunning verlenen ten behoeve van nieuwe tankstations. De locaties en uitgangspunten voor nieuw op te richten tankstations zijn weergegeven in de Kadernota tankstations Lelystad, waar in de afwijkingsregels naar wordt verwezen.

Dit laatste is bewust gedaan om met het plan flexibel te kunnen inspelen op mogelijke toekomstige wijzigingen van de Kadernota, zonder dat het bestemmingsplan behoeft te worden gewijzigd (zogenaamde dynamische verwijzing). Hiermee wordt voorkomen dat bij elke wijziging van het beleid (Kadernota) het bestemmingsplan moet worden aangepast.

Overgangsrecht (artikel 6) en Slotregel (artikel 7) In artikel 6 is het overgangsrecht opgenomen. Het Besluit ruimtelijke ordening schrijft voor, dat in elk bestemmingsplan overgangsrecht moet worden opgenomen. Wanneer de in het plan opgenomen regels, voor wat betreft bebouwing of gebruik afwijken van een bestaande legale situatie, dan zijn daarop de overgangsbepalingen van toepassing. De overgangsbepaling heeft tot doel bestaande legale belangen te respecteren. De bestaande legale gevallen die al in overeenstemming zijn met het voorgaande planologisch regime kunnen het huidige gebruik blijven voortzetten binnen de kaders als opgenomen in deze overgangsregels en overige wet- en regelgeving. In de slotregel (artikel 7 ) is de naam van het paraplu bestemmingsplan, de citeertitel opgenomen.

(vastgesteld)

blz. 19

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven. Indien het bestemmingsplan voorziet in de uitvoering van werken door de gemeente moet de financieel-economische uitvoerbaarheid hiervan worden aangetoond.

4.1

Economische uitvoerbaarheid

Onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen heeft in het algemeen betrekking op nieuwe ontwikkelingen waarvoor bestemmingswijzigingen nodig zijn en die door de gemeente worden gerealiseerd. Dit bestemmingsplan maakt echter in beginsel geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De door de gemeente te maken kosten bestaan uitsluitend uit plankosten en kosten van onderzoek, dat (eventueel) nodig is met het oog op de voorbereiding van het plan. Deze uitgaven komen ten laste van de algemene middelen van de gemeente. Omdat het voorligggende plan een partiële herziening vormt van geldende planologische regelingen, hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Voor het overige worden de bouwmogelijkheden, die volgens de vigerende regelingen bestaan, in het nieuwe paraplu bestemmmingsplan niet gewijzigd of uitgebreid. Er doet zich dus geen mogelijkheid voor van kostenverhaal als bedoeld in afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening. De in het plan opgenomen regeling betreft de introductie en uniformering van regels voor nieuwvestiging van tankstations. De algemene regels voor tankstations voorkomen een ongunstig effect dat het nieuwvestigen van tankstations kan hebben op de waarde van de omliggende woningen. De verwachting is dat er geen planschade door dit plan ontstaat.

4.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het beleid voor tankstations is opgesteld in nauw overleg met belanghebbenden. Voorliggend bestemmingsplan stelt regels ter uitvoering van dit beleid. Dit parapluplan uniformeert de algemene regels voor het toestaan van nieuwe tankstations binnen de gemeente Lelystad. In dit bestemmingsplan spelen de belangen die behartigd worden door de instanties als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Bro geen rol. Deze instanties is daarom niet om advies gevraagd. Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1. van het Bro ordening dient bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te worden gepleegd met betrokken waterschap(pen) en diensten van rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Dit plan bevat geen uitvoeringsaspecten en maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Met dit paraplu bestemmingsplan zijn geen nationale, provinciale, dan wel waterschapsbelangen in het geding. Om die reden heeft geen vooroverleg plaatsgevonden met het rijk, de provincie en het waterschap. Zienswijzen Voor het ontwerp bestemmingsplan wordt de procedure als beschreven in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd.

Dit houdt in dat het nieuwe bestemmingsplan als ontwerp voor een periode van 6 weken ter visie (van 1 oktober 2020 tot en met 11 november 2020) is gelegd, conform het bepaalde in artikel 3.8 Wro en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

(vastgesteld)

blz. 20

Tijdens de periode van terinzagelegging is 1 zienswijze ingediend. In de Nota van zienswijzen en wijzigingen Bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad, opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting, is deze zienswijze samengevat en is aangegeven wat er met deze zienswijze is gedaan. De zienswijze is overgenomen en heeft gedeeltelijk tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan geleid.

4.3

Handhavingsaspecten

Inleidend Het bestemmingsplan is bindend voor zowel de overheid als de burger. De primaire verantwoordelijkheid voor controle en handhaving ligt bij de gemeente. Handhaving kan worden omschreven als elke handeling die erop gericht is de naleving van regelgeving te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Het doel van handhaving is om de duurzame bescherming van mens en omgeving te waarborgen. Binnen het kader van het bestemmingsplan heeft regelgeving met name betrekking op de Wet ruimtelijke ordening en de Woningwet. Bij overtreding van deze regelgeving moet gedacht worden aan bouwen zonder omgevingsvergunning voor het bouwen, bouwen in afwijking van een verleende vergunning, het handelen zonder of in afwijking van een noodzakelijke vergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en voor werkzaamheden (de vroegere aanlegvergunning) en het gebruik van gronden en opstallen in strijd met de gebruiksregels van het bestemmingsplan of een afwijking. Er zijn twee vormen handhaving te onderscheiden: preventieve en repressieve handhaving. Preventieve handhaving bestaat uit actief toezicht door of namens de gemeente door bijvoorbeeld regelmatige controles op de uitvoering van vergunningen en regelmatige gebiedscontroles.

Vervolgens worden in het kader van preventieve handhaving duidelijke en maatschappelijk geaccepteerde regels opgesteld en aandacht besteed aan communicatie en voorlichting. Repressieve handhaving bestaat uit de aanwending van publiekrechtelijke middelen bij geconstateerde overtredingen, zoals het opleggen van een dwangsom of het uitoefenen van bestuursdwang. Daarnaast is het mogelijk strafrechtelijke middelen toe te passen en privaatrechtelijk actie te ondernemen bij inbreuk op het eigendomsrecht van de gemeente. Repressieve handhaving heeft als primaire doel een einde te maken aan een specifieke overtreding van de Wro of de Woningwet. De handhaafbaarheid van een bestemmingsplan is met name afhankelijk van het draagvlak van de regels onder de burgers en van de duidelijkheid van de regels.

(vastgesteld)

blz. 21

Bijlage 1

(vastgesteld)

blz. 22

(vastgesteld)

blz. 23

Bijlage 1 Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad

(vastgesteld)

Nota van zienswijzen en wijzigingen

bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad

Afdeling: DVL-WB Auteur :

Edwin Munneke

Datum:

25-11-2020

Versie:

2.0

Inhoudsopgave

1.

Inleiding ................................................................................................................................................... 3

2.

Overzicht reacties ................................................................................................................................. 3

3.

Beantwoording Zienswijzen ............................................................................................................... 3 3.1.

ContrAll projectrealisatie namens Total Nederland N.V. ................................................... 3

Conclusie .................................................................................................................................................. 4 4.

Wijzigingen bij vaststelling ................................................................................................................ 5

2

1.

Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad met de bijbehorende stukken heeft van 1 oktober 2020 tot en met 11 november 2020 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is bij de gemeente 1 zienswijze ingediend. Deze zienswijze is tijdig ingediend en daarmee ontvankelijk. In deze Nota zienswijzen en wijzigingen is de inhoud van de zienswijze samengevat en van een antwoord voorzien, waarbij tevens is aangegeven of en zo ja hoe het bestemmingsplan hierop wordt gewijzigd. Tot slot zijn in paragraaf 4 de voorgestelde wijzigingen nog eens op een rijtje gezet. Bij de besluitvorming door de gemeenteraad omtrent vaststelling van het bestemmingsplan zal ook deze Nota zienswijzen en wijzigingen ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. De indiener van de zienswijze ontvangt bericht over het vervolg van de procedure en wat er met haar zienswijze is gedaan.

2.

Overzicht reacties Tegen het ontwerpbestemmingsplan is de volgende zienswijze ingediend: Nr.

Naam

Adres (post en mail)

Ontvangstdatum

1.

ContrAll

Postbus 525, 7300 AM Apeldoorn

29-10-2020 (per

Projektrealisatie B.V.

Andre.ter.Braak@contrall.nl

email)

t.a.v. de heer André ter Braak. 3.

Beantwoording Zienswijzen 3.1. ContrAll projectrealisatie namens Total Nederland N.V. (nader te noemen indiener) Onderstaand wordt de zienswijze van indiener (samengevat) weergegeven, gevolgd door een reactie daarop van de gemeente. Indiener heeft meerdere tankstations in Lelystad, waaronder ook tankstation Total De Aalscholver aan de Rijksweg A6. Indiener is voornemens deze locatie te gaan verbouwen, c.q. uit te breiden. Hoewel indiener nog niet beschikt over een definitief bouwplan heeft zij een ontwerpschets gemaakt, waarin de volgende aspecten van invloed zijn op het vigerende en het ter inzage liggende Paraplubestemmingsplan, zijnde: • Bestaande shopgebouw bedraagt ca. 110 m2; • Bestaande overkapping (luifel) bedraagt ca. 640 m2. De voorgenomen uitbreidingen zijn: • Vergroten van het bestaande shopgebouw met circa 140 m2 tot een totaal van circa 250 m2; • Plaatsen van 2 (dubbelzijdige) Elektra-laadpalen, waar in de toekomst mogelijk een overkapping (luifel) wordt geplaatst van circa 64 m2. • Vergroten van het aantal parkeerplaatsen met circa 8 stuks, 4 stuks op het voorterrein en 4 stuks achter de shop.

3

Indiener verzoekt om bovenstaande uitbreidingsplannen van Total Nederland N.V. voor deze locatie mee te nemen in het nieuwe Paraplubestemmingsplan Tankstations Lelystad. Reactie: Het voorliggende Paraplubestemmingsplan beoogt nieuwvestiging van tankstations en uitbreiding van bestaande tankstations met tankvoorzieningen tegen te gaan door middel van een algemeen verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van bestaande tankstations met tankvoorzieningen. In de Kadernota Tankstations Lelystad 2020 (verder Kadernota) heeft de gemeente als kaderstellende beleidsuitgangspunten opgenomen dat: 1. De bestaande tankstations worden gerespecteerd. Er worden geen andere tankvoorzieningen gefaciliteerd anders dan locaties voor nieuwe tankstations die in de Kadernota worden genoemd. 2. Uitbreiding van bestaande klassieke tankstations (benzine, diesel en LPG) binnen de bebouwde kom mag uitsluitend met elektrische snellaadvoorzieningen. Hiermee krijgt de gemeente meer sturing op ontwikkelingen, zoals nieuwvestiging van tankstations, die de leefomgeving kunnen aantasten. In dit geval gaat het om de uitbreiding van een bestaand tankstation buiten de bebouwde kom. Verder heeft de voorgenomen uitbreiding betrekking op uitbreiding van de shop en uitbreiding van tankvoorzieningen met elektrische laadpalen.

Dit zijn geen uitbreidingen die strijdig zijn met de uitgangspunten uit de Kadernota en gelet op de ligging van het tankstation langs een snelweg leidt de ontwikkeling ook niet tot aantasting van de leefomgeving binnen de woonwijken. Gelet op het voorgaande bestaat er op basis van het nieuwe beleid voor tankstations geen aanleiding om de gewenste uitbreiding van dit bestaande tankstation langs de A6 tegen te houden. Wel wil de gemeente sturing behouden en daarom zal de voorgenomen uitbreiding middels een afwijking van het algemene verbod voor uitbreiding van bestaande tankstations planologisch mogelijk worden gemaakt. Conclusie Aan de zienswijze van indiener wordt tegemoet gekomen. Het plan wordt gewijzigd vastgesteld. In de Algemene bouwregels (artikel 4) wordt tussen de bestaande afwijkingsbevoegheid ten behoeve van elektrische snellaadvoorzieningen (lid 4.2) en de bestaande afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van oprichting van nieuwe motorbrandstofverkooppunten (lid 4.3), een nieuwe afwijkingsbevoegdheid gevoegd welke het mogelijk maakt om de bestaande shop uit te breiden tot een bedrijfsvloeroppervlak van maximaal 250 m2 en een maximale bouwhoogte van 5 meter. Hieraan zijn wel een aantal voorwaarden verbonden.

Een belangrijk voorwaarde is dat deze afwijkingsbevoegdheid alleen geldt voor bestaande motorbrandstofverkooppunten (tankstations) die zijn gelegen buiten de bebouwde kom. Dit omdat binnen de bebouwde kom van Lelystad al (te) veel detailhandel in de vorm van supermarkten aanwezig is. De overige voorwaarden hangen o.a. samen met de verkeersveiligheid, de parkeergelegenheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Deze aspecten mogen door de afwijking niet onevenredig worden aangetast. Tot slot wordt de bestaande afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van elektrische snellaadvoorzieningen uitgebreid met de mogelijkheid voor oprichting van een overkapping van deze snellaadvoorzieningen met een hoogte van maximaal 7 meter en een

4

totale oppervlakte per motorbrandstofverkooppunt van 100 m2 .

4. Wijzigingen bij vaststelling In het ontwerpbestemmingsplan is een aantal zaken anders opgenomen dan nu bij vaststelling van het bestemmingsplan wordt voorgesteld. Dit betreft zowel ambtshalve wijzigingen als voorgestelde wijzigingen naar aanleiding van de tegemoetkoming aan de ingediende zienswijze. Voorgesteld wordt om het plan op deze punten gewijzigd vast te stellen. Hieronder worden de wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan puntsgewijs weergegeven. Toelichting •

•

•

Inhoudsopgave van de toelichting: o Bijlage 1 Nota van zienswijzen en wijzigingen bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad. Hoofdstuk 3 Toelichting op de regeling o In paragraaf 3.5 (artikelsgewijze toelichting) wordt de, naar aanleiding van de zienswijze opgenomen, extra afwijkingsregel voor (uitbreiding van) shops bij bestaande tankstations nader toegelicht. Ook de naar aanleiding van de zienswijze opgenomen mogelijkheid van een overkapping voor snellaadvoorzieningen bij bestaande tankstations wordt nader toegelicht. Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid o In paragraaf 4.2 (maatschappelijke uitvoerbaarheid) wordt onder het kopje ‘zienswijzen’ de volgende tekst opgenomen: Voor het ontwerp bestemmingsplan wordt de procedure als beschreven in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) gevolgd. Dit houdt in dat het nieuwe bestemmingsplan als ontwerp voor een periode van 6 weken ter visie (van 1 oktober 2020 tot en met 11 november 2020) is gelegd, conform het bepaalde in artikel 3.8 Wro en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tijdens de periode van terinzagelegging is 1 zienswijze ingediend. In de Nota van zienswijzen en wijzigingen Bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad, opgenomen als Bijlage 1 bij deze toelichting, is deze zienswijze samengevat en is aangegeven wat er met deze zienswijze is gedaan.

De zienswijze is overgenomen en heeft gedeeltelijk tot wijziging van het ontwerpbestemmingsplan geleid.

Regels •

Artikel 1 Begrippen o In lid 1.21 Plan het versienummer van het plan identificatienummer wordt gewijzigd van ‘OW01’ in VG01’’ o Toegevoegd wordt een nieuw lid 1.6 bedrijfsvloeroppervlakte, luidende: 1.6 bedrijfsvloeroppervlakte: De totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor onderschikte detailhandel (shop) bij een motorbrandstofverkooppunt inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. o De oude begripsbepalingen 1.6 tot en met 1.25 worden vernummerd tot 1.7 tot en met 1.26.

5

•

Artikel 4 Algemene bouwregels o In lid 4.2 wordt een regeling voor bouwwerken geen gebouwen zijnde voor overkappingen van de elektrische snellaadvoorzieningen toegevoegd. Daarbij is bepaald dat: a. de bouwhoogte van een overkapping ten hoogste 7 meter mag bedragen; b. per motorbrandstofverkooppunt de totale oppervlakte van een overkapping van de elektrische snellaadvoorzieningen ten hoogste 100 m2 mag bedragen; o

Na lid 4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van elektrische snellaadvoorzieningen wordt een nieuw lid 4.3 toegevoegd luidende: 4.3. Afwijking van de bouwregels ten behoeve van aan een motorbrandstofverkooppunt ondergeschikte detailhandel (shop) Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder 4.1 ten behoeve van het oprichten van een gebouw en/of de uitbreiding van een bestaand gebouw voor ondergeschikte detailhandel (shop) bij een bestaand motorbrandstofverkooppunt, met dien verstande dat: a. de oprichting en/of uitbreiding van een bestaand gebouw voor ondergeschikte detailhandel (shop) uitsluitend is toegestaan bij bestaande motorbrandstofverkooppunten welke zijn gelegen buiten de bebouwde kom als aangegeven in de Kadernota Tankstations Lelystad 2020, zoals deze is vastgesteld op 16 juni 2020, dan wel, in het geval deze wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende beleidsregel. b. de totale bedrijfsvloeroppervlakte van een gebouw ten hoogste mag bedragen 250 m2; c. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste mag bedragen 5 meter; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van 1. het stedenbouwkundig beeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de parkeergelegenheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de groenstructuur; 7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

o o

o

Het oude lid 4.3 wordt vernummerd tot lid 4.4. Aan de afwijkingsbevoegdheid voor de nieuwe tankstations worden (ambtshalve) enkele ruimtelijke criteria toegevoegd. In lid 4.4 (nieuw) worden tussen sublid a. en sublid b. (oud) twee nieuwe subleden b. en c. toegevoegd luidende: b. per motorbrandstofverkooppunt een gebouw mag worden opgericht met een bedrijfsvloeroppervlakte van ten hoogste 250 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 5 meter; c. de bouwhoogte van een overkapping ten hoogste 7 meter mag bedragen Sublid b (oud) wordt vernummerd tot sublid d.

Verbeelding •

In het renvooi moet het versienummer van het Planidentificatienummer worden gewijzigd van ‘OW01’ in ‘VG01. De status wordt gewijzigd van ontwerp naar vastgesteld.

6

blz. 30

(vastgesteld)

blz. 31

Regels

(vastgesteld)

blz. 32

(vastgesteld)

blz. 33

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.2 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.3 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.4 bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren en/of verhandelen van goederen, dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij eventueel productiegebonden detailhandel plaatsvindt; 1.5 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.6 bedrijfsvloeroppervlakte de totale bedrijfsvloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor ondergeschikte detailhandel (shop) bij een motorbrandstofverkooppunt, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.7 bedrijfswoning / dienstwoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.8 beperkt kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid Inrichtingen een richtwaarde voor het risico casu quo een risicoafstand is bepaald, waarmee rekening moet worden gehouden; 1.9 bestaand: a.

ten aanzien van de bij of krachtens de Woningwet en/of Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aanwezige bouwwerken en werkzaamheden: bestaand ten tijde van de eerste terinzagelegging van het plan; b. ten aanzien van het overige gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het plan; 1.10 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.11 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.12 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

(vastgesteld)

blz. 34

1.13 bevi een in het Besluit externe veiligheid inrichtingen bedoelde inrichting die in belangrijke mate een verhoging van de veiligheidsrisico's kan veroorzaken vanwege risicobronnen die buiten de perceelsgrens van de betreffende bedrijfslocatie waarop die risicobronnen aanwezig zijn, een plaatsgebonden risico veroorzaakt van meer dan 10-6 per jaar; 1.14 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.16 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.17 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.18 gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden: de mogelijkheden om gronden en daarop toegelaten bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.19 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn functie, constructie en/of afmetingen,

als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken; 1.20 milieusituatie: de situatie, waarbij milieuaspecten dienen te worden beoordeeld, zoals hinder voor omwonenden en een verkeersaantrekkende werking. In het bijzonder dient er bij de situering en omvang van milieubelastende functies (o.a. bedrijven) op te worden gelet dat de uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies (o.a. woningen) zo weinig mogelijk wordt beperkt. Omgekeerd dient er bij uitbreiding of nieuwvestiging van milieugevoelige functies op te worden gelet dat bestaande milieubelastende functies zo weinig mogelijk in hun functioneren worden beperkt; 1.21 motorbrandstofverkooppunt een langs een openbare weg gesitueerd bedrijf, gericht op het bedrijfsmatig aan bestuurders van gemotoriseerde voertuigen te koop aanbieden, verkopen en leveren van motorbrandstoffen, en bijbehorende serviceartikelen, zoals motorolie en schoonmaakartikelen, alsmede lectuur, kleine etenswaar en niet-alcoholische dranken; 1.22 plan: het bestemmingsplan Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad met identificatienummer NL.IMRO.0995BP00084-VG01 van de gemeente Lelystad;

(vastgesteld)

blz. 35

1.23 risicogevoelig bouwwerk c.q. object een bouwwerk c.q. object als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen, dat kan worden aangemerkt in de zin van dat besluit als een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object; 1.24 risicovolle inrichting een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten; 1.25 sociale veiligheid de mogelijkheid om zich in een omgeving te bevinden zonder bedreigd te worden of het gevoel te hebben persoonlijk lastig te worden gevallen. 1.26 stedenbouwkundig beeld het beeld dat wordt opgeroepen door het samengaan van gebouwde elementen, beplantingselementen en onbebouwde ruimten;

(vastgesteld)

blz. 36

Artikel 2

Werking van dit bestemmingsplan

2.1 Reikwijdte De regels van dit paraplu-bestemmingsplan zijn van toepassing op in onderstaande tabel genoemde bestemmingsplannen en/of beheersverordeningen. Naam bestemmingsplan/beheersverordening bestemmingsplan Boswijk bestemmingsplan Waterwijk - Noord bestemmingsplan Buitengebied 2009 bestemmingsplan Lelystad- Larserknoop bestemmingsplan Waterwijk - Zuid bestemmingsplan Lelystad Midden-West (gedeeltelijk) bestemmingsplan Lelystad haven beheersverordening IJsselmeer-Markermeer -Oostvaardersplassen bestemmingsplan Lelystad Luchthaven bestemmingsplan Gedeeltelijke herziening deelgebied 1 Warande (postzegels) bestemmingsplan Bataviakwartier bestemmingsplan Lelystad Flevokust - binnendijks beheersverordening Stadshart

2.2

Vastgesteld 28 april 2009 14 januari 2010 16 februari 2010 28 september 2010 9 februari 2012 29 januari 2013 23 april 2013 28 mei 2013 12 februari 2014 16 december 2014 31 maart 2015 12 april 2016 5 juli 2016

Verhouding tot andere bestemmingsplannen

a. De in dit bestemmingsplan opgenomen regels gelden in aanvulling op ofwel vervangen gedeeltelijk de regels van de onderliggende bestemmingsplannen en/of beheersverordening. Voorzover binnen de aangewezen gronden het onderliggende bestemmingsplan en/of onderliggende beheersverordening geen bepaling kent omtrent tankstations, benzineservicestations, en/of verkooppunt motorbrandstoffen gelden de regels uit dit bestemmingsplan als aanvulling. b. Voor zover het onderliggende bestemmingsplan en/of onderliggende beheersverordening op aangewezen gronden wel één of meerdere bepalingen omtrent tankstations, benzineservicestations, en/of verkooppunt motorbrandstoffen kennen, worden deze vervangen door de regels van dit plan. c. De overige regels uit die onderliggende plannen blijven ongewijzigd van kracht.

(vastgesteld)

blz. 37

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels zone algemene regels tankstations Lelystad

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'overige zone - Parapluplan Algemene regels tankstations Lelystad' gelden regels van dit bestemmingsplan in plaats van en in aanvulling op de regels van een bestemmingsplan dat is vermeld is in de tabel als bedoeld in Artikel 2 lid 2.1 in de gevallen die in Artikel 2 lid 2.2 zijn aangewezen.

(vastgesteld)

blz. 38

(vastgesteld)

blz. 39

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels Algemene bouwregels

4.1 Algemene bouwregels Het is verboden nieuwe motorbrandstofverkooppunten op te richten en een bestaand motorbrandstofverkooppunt te veranderen en/of uit te breiden met tankvoorzieningen, waaronder mede begrepen elektrische snellaadvoorzieningen. 4.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van elektrische snellaadvoorzieningen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder 4.1. ten behoeve van de uitbreiding van een bestaand motorbrandstofverkooppunt met elektrische snellaadvoorzieningen met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde waaronder mede begrepen een overkapping, met dien verstande dat: a. de bouwhoogte van een overkapping ten hoogste 7 meter mag bedragen; b. de totale oppervlakte van een overkapping ten hoogste 100 m2 mag bedragen; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het stedenbouwkundig beeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de parkeergelegenheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de groenstructuur; 7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

4.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van aan een motorbrandstofverkooppunt ondergeschikte detailhandel (shop) Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder 4.1 ten behoeve van het oprichten van een gebouw en/of de uitbreiding van een bestaand gebouw voor ondergeschikte detailhandel (shop) bij een bestaand motorbrandstofverkooppunt, met dien verstande dat: a. de oprichting en/of uitbreiding van een bestaand gebouw voor ondergeschikte detailhandel (shop) uitsluitend is toegestaan bij bestaande motorbrandstofverkooppunten welke zijn gelegen buiten de bebouwde kom als aangegeven in de Kadernota Tankstations Lelystad 2020, zoals deze is vastgesteld op 16 juni 2020, dan wel, in het geval deze wordt vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende beleidsregel; b. de bedrijfsvloeroppervlakte van een gebouw ten hoogste 250 m2 mag bedragen; c. de bouwhoogte van een gebouw ten hoogste mag bedragen 5 meter; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het stedenbouwkundig beeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de parkeergelegenheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de groenstructuur; 7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

(vastgesteld)

blz. 40

4.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van oprichting van nieuwe motorbrandstofverkooppunten Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde onder 4.1. ten behoeve van de oprichting van nieuwe motorbrandstofverkooppunten, met dien verstande dat: a. nieuwe motorbrandstofverkooppunten uitsluitend zijn toegestaan indien deze voldoen aan de beleidsuitgangspunten en locaties als aangegeven in de Kadernota Tankstations Lelystad 2020, zoals deze is vastgesteld op 16 juni 2020, dan wel, in het geval deze wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende beleidsregel; b. per nieuw motorbrandstofverkooppunt een gebouw mag worden opgericht met een bedrijfsvloeroppervlakte van ten hoogste 250 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 5 meter; c. de bouwhoogte van een overkapping ten hoogste 7 meter mag bedragen; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het stedenbouwkundig beeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de parkeergelegenheid; 4. de sociale veiligheid; 5. de milieusituatie; 6. de groenstructuur; 7. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

(vastgesteld)

blz. 41

Artikel 5

Algemene gebruiksregels

5.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden en bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan: a. indien niet voor detailhandel bestemd, het gebruik van de grond voor detailhandel, behoudens ondergeschikte detailhandel als onderdeel van het motorbrandstofverkooppunt; b. het gebruik van gronden als standplaats voor kampermiddelen; c. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, zand, grond en bodemspecie, anders dan ten behoeve van de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; d. het gebruik van gronden voor de stalling en/of opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- of vliegtuigen; e. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen; f. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; g. het gebruik van gronden als standplaats.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=33c6d118-5aa4-4cee-b104-cb5eaec34bfd