Omgevingsvisie Lelystad_- aangepast
Tekst van het document
Voor de verschillende modaliteiten wordt daarnaast ook ruimte gereserveerd om de elektrificatie en hybride inzet van vervoersmiddelen mogelijk te maken.. Om de beweging naar een duurzaam mobiliteitssysteem goed te laten verlopen, is een sterk openbaar vervoerssysteem essentieel. Lelystad zet in overleg met de provincie daarom in op een schaal- en kwaliteitssprong van het binnenstedelijke openbaar vervoer met snelle, directe en frequente ov-verbindingen van en naar de economische kerngebieden, bedrijventerreinen en (nieuwe) gebiedsontwikkelingen. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: 1. Lelystad wil een beweegvriendelijke omgeving creëren 2. Lelystad wil actieve vervoersmiddelen stimuleren, waarbij wandelen en fietsen extra aandacht krijgen binnen deze context. 3. Lelystad wil inzetten op een breed mobiliteitsconcept en schone energie waarbij de prioriteit ligt op gezondheid en duurzaamheid toewerkend naar de lange termijndoelen. 4. Lelystad gaat het autoluwe stadshart waar nodig verder optimaliseren/uitbreiden waarbij bezoekers van het stadshart worden geleid via de centrumring en opgevangen in de parkeergarages langs deze ring. Hierdoor verbetert de verblijfskwaliteit in het stadshart.
Lelystad zet in op een schaal- en kwaliteitssprong van het binnenstedelijke openbaar vervoer in overleg met de Provincie Ambitie: Lelystad wil de fietsvriendelijke schaal van de stad beter benutten Lelystad heeft de kans om de unieke fietsvriendelijke schaal van de stad beter te benutten door het fietsnetwerk uit te breiden en te verbeteren. Vanuit het Stadshart gezien ligt vrijwel alle bebouwing binnen de actieradius van een traditionele fiets en met de opkomst van de e-bike heeft Lelystad een enorme kans om fietsen een nog prominentere rol te geven. Het fietsnetwerk wordt compleet gemaakt, met snelfietsroutes voor snelle, directe bewegingen (bijvoorbeeld per e-bike), waardoor ook sociale veiligheid en vindbaarheid worden verbeterd. Bovendien ligt een fijnmaziger netwerk van fiets- en wandelroutes dicht langs bebouwing en door groene gebieden, waardoor ook meer informele ontspannen reizen mogelijk zijn. Hier zetten we in op uitbreiding van het hoofdnetwerk fiets met het toevoegen van missing-links en heldere way-finding. Door de groei van actieve 24
mobiliteit te stimuleren, sluiten we aan bij de bredere doelen voor gezondheid en beweging en houden we een bereikbare stad. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: 1. Lelystad wil de sociale veiligheid, aantrekkelijkheid, toegankelijkheid en vindbaarheid van fietsroutes verbeteren 2. Lelystad wil de fietsvriendelijke schaal van de stad beter benutten ( het verder ontwikkelen tot volwaardige 15 minuten stad) 3. Lelystad wil het fietsnetwerk uitbreiden en verbeteren passend bij een 15 minuten stad. Ambitie: Lelystad wil gedifferentieerde dreven efficiënter benutten De bestaande autostructuur en autobereikbaarheid blijft een belangrijk onderdeel van de stad, maar kan deels een andere invulling krijgen. De dreven blijven een waardevolle drager van mobiliteit en we behouden een goed werkende binnen- en buitenring. Toch kunnen de drevenprofielen, voor zover dat qua capaciteit mogelijk is, efficiënter benut worden door naast de auto ook ruimte te bieden aan doorgaande fietspaden of enkele busbanen. Dichter bij het centrum wordt daarnaast ook gekeken of dit gecombineerd kan worden met ruimte voor woningbouw. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: 1. Lelystad wil ruimte bieden aan fietsverbindingen, busbanen op de dreven waar dat mogelijk is 2.
Lelystad wil ruimte bieden voor woningbouw op de dreven (in de Visarenddreef en of Kustendreef). De Visarenddreef is als kans benoemd (tussen het centrum en de Westerdreef), omdat het afwaarderen hiervan bijdraagt aan het verminderen van het centrumvreemde verkeer door het centrum langs het station en ook ruimte biedt voor een goede duurzame verkeersverbinding met de kustzone. Daarnaast biedt dit mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling (woningbouw) in het brede profiel. Ook is de Kustendreef als kans benoemd omdat dit een relatief rustige, behoorlijk overgedimensioneerde dreef is die ruimte biedt voor versmalling in combinatie met ruimtelijke ontwikkeling. Deze mogelijkheden voor het wijzigen van functies van dreven wordt verder integraal verkend binnen een omgevingsprogramma. 3. Lelystad wil het hoofdwegennet uitbreiden ten behoeve van het ontvlechten van lokale en regionale verkeersstromen. 4. Lelystad wil de buitenring beter benutten. 5. Lelystad wil doorgaand verkeer afwikkelen via de hogere orde wegen (buitenring/A6/N307).
25
Waarom zijn deze keuzes nodig? In Lelystad zal het verkeer verder groeien als gevolg van de groeiambitie.. Dat vraagt om verdere verbetering en uitbreiding van de fietsinfrastructuur, zodat fietsen voor iedereen een vanzelfsprekende, veilige en prettige keuze wordt, zowel recreatief als dagelijks. Tegelijkertijd vormen de bruggen op dit moment een fysieke barrière voor mensen die minder mobiel worden. Dit is een punt van aandacht. Diverse inwoners en bezoekers geven aan dat het netwerk niet overal even sociaal veilig, aantrekkelijk of goed vindbaar is. Het fietsplan dient daarom met kracht te worden uitgevoerd. Bovendien is er een landelijke trend waarbij de hoeveelheid mensen dat voldoet aan de beweegrichtlijnen achteruitgaat. Zeker bij kinderen en jongeren is deze trend erg zorgelijk. Helaas is dat ook in Lelystad het geval. Een beweegvriendelijke omgeving draagt bij aan gezonde inwoners. Dat vraagt onder andere om het stimuleren van actieve vervoersvormen en op diverse plekken ruimte maken voor sport, bewegen en spelen. Ondanks de ruime opzet van de weginfrastructuur moet de groei van Lelystad gepaard gaan met het vervolmaken van het gehele infrastructurele systeem. Het autoverkeer zal blijven toenemen, met gevolgen voor de doorstroming, de gezondheid (luchtkwaliteit en geluidoverlast) en de kwaliteit van de openbare ruimte.
Een traditionele uitbreiding van de wegenstructuur die de groei gelijkmatig volgt zal tot problemen leiden. In plaats daarvan wordt ingezet op een slimmer gebruik van bestaande infrastructuur en een mobiliteitssysteem dat de groei van verkeersbewegingen opvangt via gezonde en efficiëntere vervoersvormen.
26
5. Effecten van de keuzes op de inrichting van de leefomgeving In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de koers ruimtelijk doorwerkt op het schaalniveau van de stad en omgeving. We maken de vertaalslag van het ‘Wat’ naar het ‘Waar’. Op de visiekaart en in de tekst hieronder wordt uiteengezet welke effecten de ambities en keuze hebben voor de inrichting van de leefomgeving. Zo bouwen we aan een ruimtelijke structuur die op samenhangende wijze de ontwikkeling van de stad mogelijk maakt. 5.1 Stedelijke ontwikkeling Lelystad groeit kwalitatief binnen de bestaande stad en met haar inwoners 5.1.1 Herkenbare en complete wijken Met de Omgevingsvisie Lelystad 2050 willen we stadsbreed een kwaliteitsslag maken. Dat betekent dat we ook aan de slag gaan met het aanpakken van opgaven in bestaande buurten. Transformatie, revitalisatie en woningbouw kan hier als hefboom worden ingezet. Bijvoorbeeld door tegelijkertijd te vergroenen, verduurzamen en te differentiëren in de woningvoorraad en het toevoegen van ruimte voor maatschappelijke voorzieningen. Doel is dat de wijken en hun kwaliteiten herkenbaar en behouden blijven en tegelijkertijd de mogelijkheden voor beleven en ontmoeten toenemen. Effecten op de inrichting van de leefomgeving Op de visiekaart zijn gebieden gearceerd waar momenteel opgaven spelen en dus kansen liggen om via gerichte, kleine acties de kwaliteit te verbeteren.
5.1.2 Locaties van stedelijke betekenis Locaties van stedelijke betekenis zijn locaties die een verzorgende en verbindende rol spelen voor de omliggende buurten of, in het geval van bijvoorbeeld het Stadshart, voor de hele gemeente. Het zijn plekken die baat hebben bij aantrekkelijke ontmoetingsruimten, een (verkeers)veilige omgeving en de flexibiliteit om een divers programma mogelijk te maken. Locaties van stedelijke betekenis kunnen een regionaal of stedelijk profiel hebben. Daarnaast zijn er wijkcentra, die zijn gericht op de wijk. Effecten op de inrichting van de leefomgeving • Regionaal en Nationaalprofiel, vinden we in Bataviakwartier. Hier ligt de focus op het aantrekken van mensen van buiten. Hier is ruimte voor detailhandel volgens het outletconcept (Batavia Stad), cultuur (zoals het Nationaal museum Batavialand), en andere vormen van leisure, passend op deze locatie aan het water, horeca en sport (met name gericht op het water en strand). De openbare ruimte heeft een sterke binding met het water waarbij de levendige boulevard het hart vormt. • Stedelijk profiel, vinden we in het Stadshart. Hier ligt de focus op reuring via winkelen, werken en uitgaan. Er is ruimte voor cultuur (zoals de bioscoop, de Agora en Kubus), horeca, een divers winkelaanbod, werken, middelbaar en hoger onderwijs en stedelijke voorzieningen.
De woningbouw richt zich op verschillende leefstijlen. De openbare ruimte is ingericht voor ontmoeting op de verschillende pleinen, soms met ruimte voor horeca, soms heel groen en soms met ruimte voor spelen of urban sports. Het Stadshart is een plek voor en door mensen, waarbij de diversiteit aan mensen, woonmilieus, winkels, horeca, onderneemmilieus, architectuur, cultuur en werken ervoor zorgt dat het een aantrekkelijke plek is om te bezoeken, te wonen en te ondernemen. Niet alleen voor onze inwoners, maar op termijn ook voor bezoekers van buiten. • Wijkcentra: De verschillende wijkcentra hebben een ondersteunende, meer verzorgende rol en bevorderen de sociale cohesie. Mede gelet op het uitgangspunt dat mensen langer thuis 27
blijven wonen is het van belang dat dagelijkse voorzieningen op afzienbare afstand beschikbaar zijn. Met naar de toekomst toe levensvatbare wijkcentra wordt in deze behoefte voorzien. In deze centra ligt dan ook de focus op dagelijkse voorzieningen zoals boodschappen, huisarts en apotheek, onderwijs en kinderopvang, een wijkhub, sociale voorzieningen, speelruimte en kleinschalige horeca. Binnen Lelystad bestaan meerdere wijkcentra die variëren in betekenis (verzorgingsgebied) en grootte (aantal functies en vestigingen). De voorgestane functie van de wijkcentra zoals hierboven beschreven verschilt echter niet. Binnen wijkcentra is doorstroming vanwege de eenzijdige woningvoorraad lastig. Meer diversiteit in de woningbouw is wenselijk om zo de doorstroming te bevorderen. Gedacht kan worden aan senioren- en zorgwoningen. 5.1.3 Kwalitatieve verdichting en uitbreidingsgebieden De groei van Lelystad zetten we enerzijds sterk in op kwalitatief verdichten binnen de huidige stadsgrenzen, zoals op en rondom de wijkcentra. Anderzijds maken we groei mogelijk door de ontwikkeling van een aantal prioritaire (uitbreidings)gebieden. Effecten op de inrichting van de leefomgeving De kansrijke verdichtingslocaties en de geplande nieuwe woningbouwontwikkelingen staan op de visiekaart ingetekend aan de hand van drie stedelijke milieus. Van hoogstedelijk via stedelijk tot dorps.
Hoogstedelijk zijn gebieden met hoge bebouwingsdichtheid, intensief ruimtegebruik en een mix van stedelijke functies, in de directe omgeving van openbaar vervoer. Het stedelijke milieu geeft een indicatie van de beoogde dichtheid en functiemix: combinatie van woningen, werkruimte, maatschappelijke voorzieningen en type groen die denkbaar en passend zijn: • Hoogstedelijk Lelystad: Onze prioritaire (uitbreidings)gebieden het Stadshart, Zuiderhage en Waterfront krijgen (deels) een hoogstedelijk Lelystads milieu. Daarvan heeft het Stadshart, als hét centrum van de stad, het meest hoogstedelijke karakter. De drie locaties zijn alle gebieden waar de focus ligt op reuring en levendigheid en waarbij we zoeken naar profielen die elkaar aanvullen en die voortbouwen op bestaande kwaliteiten. Het is randvoorwaardelijk dat er groen aanwezig is op straat, in en rondom de gebouwen en dat er een groot uitloopgebied (zoals stadspark) nabij te hebben. Rondom het stadshart wordt gewerkt aan een samenhangende centrumstructuur waarin sprake is van hogere dichtheden en functiemenging • Stedelijk: Met name rondom wijkcentra liggen kansen om het milieu op te trekken naar een meer stedelijk milieu. Dat betekent woningen toevoegen en tegelijk zorgen voor een goed voorzieningenniveau.
Met bijvoorbeeld winkels voor de dagelijkse boodschappen, maar ook door ruimte te maken voor ontmoeten, zorg, bewegen, spelen en werken. Randvoorwaardelijk is het scheppen van een kwalitatieve openbare ruimte die uitnodigt tot verblijven en ontmoeten. • Dorps tot laagstedelijk: Woonbuurten in lage dichtheid met weinig andere functies en veel groen. Hier is met name aandacht voor voldoende ruimte voor spelen, veilige routes naar belangrijke plekken en koele groengebieden. Er moet goed gekeken worden waar ruimte is om her en der woningen toe te voegen, zodat ook deze gebieden in lichte mate bijdragen aan de woningbouwopgave. Ook spelen zij een belangrijke rol in het inpassen van nutsvoorzieningen als onderdeel van de versterking van het energienetwerk. 5.2 Robuust natuurlijk raamwerk Lelystad groeit kwalitatief doordat de kwaliteit van de natuur meegroeit met de stad waarbij de natuur beleefbaar, divers en verbonden Het natuurlijk raamwerk van Lelystad is opgebouwd via verschillende schaalniveaus, van parken tot de voortuin. Het Raamwerk is mede gestoeld op de Landschapsecologische Systeem Analyse (LESA) 28
en de Basiskwaliteit Natuur (BKN). Het verbinden van groen (en water) tussen alle gebieden legt de basis voor een natuurinclusieve stad die Lelystad ambieert. Een groene leefomgeving dient meerdere doelen: ecologie, prettig om te wonen, gezondheid, natuurbeleving, recreatie, economie etc. Binnen het natuurlijk raamwerk van Lelystad en haar omgeving onderscheiden we verschillende gebieden en structuren en daarmee ook de waarden die deze gebieden vertegenwoordigen. 5.2.1 De natuur is altijd dichtbij De natuur is altijd dichtbij. De kwaliteit van een groene, natuurlijke stad behouden we voor de toekomst. We werken aan een natuurinclusieve stad door het versterken en verbeteren van de kwaliteit van dat groen en de verbindingen binnen het groen en het water. Door het hanteren van Basiskwaliteit Natuur op alle schaalniveaus werken we aan deze doelen. Effecten op de inrichting van de leefomgeving We onderscheiden drie structuren binnen de stadsnatuur: • Groenblauwe verbindingen: Groenblauwe verbindingen vormen verbindingen op natuur en water tussen de stad en de groene rand. Het gaat vaak om begeleidend groen en waterlopen langs infrastructuur, zoals de dreven en recreatieve verbindingen. De breedte van de groene verbinding kan sterk variëren. Op de brede plekken kan een groene verbinding bijna een eigen plek worden, waarin kleine parkjes ontstaan.
In de smalste vorm is er ‘slechts’ ruimte voor en geveltuintjes, maar ook die is als onderdeel van de robuuste, groenstructuur belangrijk. De groenblauwe verbindingen vertegenwoordigen een intrinsieke waarde van natuur en dragen in grote mate bij aan de herkenbaarheid van Lelystad als groene stad.. De natuur in deze structuren is vaak volwassen waardoor de stad optimaal profiteert van gezondheidsvoordelen als verkoeling en schonere lucht. • Parken: Parken maken veelal deel uit van de groenstructuur. Ze hebben waarde voor de stad als geheel – zoals het Woldpark, Stadspark en het Bultpark–Kustpark – en voor de wijken, via kleinere groenvoorzieningen verspreid door Lelystad. Waar nodig worden deze parken en groenvoorzieningen kwalitatief versterkt, zodat iedere inwoner toegang heeft tot aantrekkelijk, bereikbaar en hoogwaardig openbaar groen. Natuur heeft hierbij ook een economische en relationele waarde, waarbij mensen elkaar ontmoeten, kunnen ontspannen, bewegen, spelen en recreëren. Dit vraagt om een actievere benutting van de parken en om verbeterde routes naar en door deze groene ruimtes. Stedelijke ontwikkeling is daarbij niet uitgesloten, maar moet altijd met respect voor de kwaliteit en het karakter van de parken worden vormgegeven. • Buurtgroen: Ook op kleinere schaal speelt natuur in de stad een belangrijke rol.
Niet alleen om woonwijken aantrekkelijker te maken, maar ook om een gezonde, klimaatadaptieve en natuurinclusieve woonomgeving te waarborgen. Het buurtgroen omvat koele groengebieden op korte afstand van de woning, maar ook sport- en speelruimte of groene wandelroutes. In de versteende buurten is aandacht voor vergroening en klimaatbestendigheid nodig. 5.2.2 Groen-blauwe structuur De ecologische basis vormt de basis voor het natuurlijk raamwerk. Het bestaat uit de beschermde natuurgebieden (N2000, NNN-gebieden) en de verbindende groen-blauwe structuren op grote schaal (bermen van) dijken, spoor, A6, Polderparkwegen, vaarten). Een ecologisch netwerk zorgt voor de duurzame instandhouding van soortenpopulaties op zowel lokaal als internationaal niveau. De focus in deze gebieden ligt op de intrinsieke waarde van de natuur zelf. De combinatie met recreatie is
29
mogelijk, maar gericht op het ervaren en beleven van de natuur. Deze ecologische basis is momenteel nog niet helemaal op orde. Effecten op de inrichting van de leefomgeving We willen aandacht besteden aan knelpunten en ontbrekende schakels in het ecologisch functionerend netwerk. Tegelijkertijd zoeken we naar mogelijkheden om de recreatieve toegankelijkheid en gebruiksmogelijkheden te vergroten, op een manier die past bij de landschappelijke kwaliteiten van ons gebied. Dit gebeurt onder meer door functiezonering en het faciliteren van ontvangstgebieden. 5.2.3 De ‘Groene Rand’ De Groene Rand is een overgangszone tussen stad en landelijk gebied: een ensemble waarin we de verschillende functies goed op elkaar worden afgestemd, en waar logische verbindingen/routes doorheen lopen. De Stadsbossen nemen als overgangsgebieden tussen stad en buitengebied een bijzonder positie in. Enerzijds als onderdeel van het natuurlijk raamwerk, maar ook als uitloopgebieden voor onze inwoners. Effecten op de inrichting van de leefomgeving We kiezen ervoor om de stadsbossen robuuster en toekomstbestendiger te maken en zetten in op kwaliteitsverbetering voor mens en dier door zonering. De stad ontwikkelt zich in eerste instantie in de bestaande stad, het Stadshart, Zuiderhage en de Kust. In de verdere toekomst is er zeker stedelijke ontwikkeling mogelijk in de groene rand.
De volgordelijkheid en onderlinge afstemming tussen deze ontwikkelingen moeten we goed uitzoeken. Daarnaast is het van belang ontwikkelingen in de Groene Rand zorgvuldig in het gebied in te passen. De ontwikkelingen moeten in samenhang en als geheel worden benaderd om versnippering van het gebied te voorkomen. Daarnaast moeten ontwikkelingen rekening houden met de ecologische verbindingen die daar lopen en deze versterken waar nodig door de ontbrekende schakels in het netwerk te realiseren 5.2.4 Open polderlandschap Het buitengebied wordt gevormd door het open polderlandschap, bosstructuren (Knarbos en Larserbos), polderparkwegen, aangevuld met vaarten, tochten en erfsingels, maar ook het Markermeer, IJsselmeer en Oostvaardersplassen. Het buitengebied definiëren we als een productief, toekomstbestendig landschap voor zowel voedsel als energie, waarin recreatie- en natuurwaarden versterkt worden. Bij iedere ontwikkeling zal een integrale afweging gemaakt moeten worden hoe het buitengebied een blijvende meerwaarde kan bieden voor de Lelystedeling en is een gedegen landschappelijke inpassing randvoorwaardelijk. We werken aan het versterken van het natuurlijke raamwerk met onder andere ecologische bermen, groenblauwe dooradering en ecologische verbindingen om toekomstige grootschalige ruimteclaims ruimte te geven.
Effecten op de inrichting van de leefomgeving Een zonering van het buitengebied in deelgebieden kan handvatten geven bij afwegingen over het plaatsen van nieuwe functies. In verschillende gebieden zijn verschillende combinaties van functies namelijk logischer of wenselijker. Bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit. Of vanuit de bestaande infrastructuur en strategische ligging. In een eerste aanzet komen we tot een zonering van ten minste vier samenhangende deelgebieden. • Het gebied in het Noordoosten (o.a. Flevokust Haven, noordkant Overijsselseweg/N307). Hier komen grootschaligere functies, zoals het energiesysteem (o.a. een nieuw 30
• •
•
hoogspanningsstation) samen met grote infra-bundels (mogelijk ook het Lelylijn tracé). Daarnaast vormt het gebied de noordelijke entree van de stad. Het gebied in het Oosten (o.a. het ‘WUR-gebied’). Hier vindt onderzoek plaats, niet alleen naar teelten/gewassen maar ook naar duurzame energie. Met nieuwe verbindingen onder de A6 door kan dit gebied ruimtelijk sterker worden verbonden met de stad. Het gebied in het Zuidoosten (o.a. ten zuiden van de Dronterweg tot noordzijde Larserweg). Hier zien we een open gebied met lange zichtlijnen en hoofdzakelijk agrarisch gebruik. Deze openheid is een grote kwaliteit. Van de 4 deelgebieden lijkt het plaatsen van nieuwe infra en functies hier het minst logisch. Het gebied tussen de Larserweg en de Knardijk. Hier zien we een strook van bedrijvigheid zoals het LAB en het vliegveld, die wordt ontsloten vanaf de Larserweg. De locaties zijn, zeker met een HOV verbinding, goed verbonden met de stad. Ontwikkelingen die veel ruimte én een goede ontsluiting met de stad vragen, zouden het best in dit deelgebied kunnen landen. Hierbij verkennen we op welke manier ontwikkelingen en landschap elkaar kunnen versterken.
5.2.5 Stad aan het water Water is op veel plekken in de stad aanwezig, maar niet altijd te beleven. Een belangrijke ambitie van Lelystad is om in de toekomst aan de Markermeerzijde echt een ‘Stad aan het water’ te creëren. Effecten op de inrichting van de leefomgeving Lelystad aan het water is onder te verdelen in kustbeleving, haven en de binnenwateren. • Het Waterfront zet in op de kustbeleving. • Flevokusthaven aan het IJsselmeer een havenbeleving met een uitbreiding van de terminal in combinatie met grotere sluizen bij Kornwerderzand is dit een zeehaven. • Elders in de stad is het de inzet van sloten, vaarten, plassen en oevers bijdragen aan de waterbeleving van de binnenwateren. Waar wenselijk en mogelijk (waterkwaliteit) kunnen buitenactiviteiten, zoals zwemmen en varen bijdragen aan de leefkwaliteit en levendigheid in en om de stad. 5.3 Sterke en beleefbare economie Lelystad versterkt haar economische positie in de regio door haar vestigingsklimaat te versterken. Lelystad wil verder bouwen aan een brede economische basis. Dat betekent dat we inzetten op en ruimte bieden aan verschillende soorten werkmilieus, zodat een divers aanbod van banen een plek krijgt in de stad. En we besteden aandacht aan de economie door ook onderwijs, innovatie en toerisme mee te nemen met het werken aan de economische drager.
5.3.1 Bedrijventerreinen en/ of werklocaties Bedrijventerreinen blijven een belangrijke basis voor een sterke economie. In deze monofunctionele gebieden is geen ruimte voor woningbouw. Effecten op de inrichting van de leefomgeving De huidige bedrijventerreinen zijn grotendeels uitgegeven, maar er blijft behoefte aan regulier bedrijventerrein, voor de uitbreiding van de bestaande bedrijven, maar ook voor nieuwe activiteiten rond de verschillende transities (energie, circulair, e.d). Om toekomstige economische ontwikkelingen mogelijk te maken, blijven strategische reserves dan ook noodzakelijk. In dit verband kan Lelystad Airport Businesspark Fase 2 niet onvermeld blijven. Daarnaast zullen we het intensiveren van ruimtegebruik onderzoeken.
31
•
Reguliere bedrijventerreinen: deze bedrijventerreinen bieden ruimte aan bedrijvigheid die niet mengbaar is met andere functies zoals wonen en bieden ruimte aan het MKB. Er ligt een opgave voor het verduurzamen van de terreinen en gebouwen (met o.a. ruimte voor klimaatadaptatie en vergroening) en voor een betere bereikbaarheid voor langzaamverkeer enOV.
•
Fieldlabs: Duurzame Luchtvaart/Elektrisch vliegen in de omgeving van Lelystad Airport kan bedrijvigheid opleveren gericht op innovaties rondom elektrisch vliegen.
•
Living labs bij Zuiderhage zijn gericht op innovatieve bijdrage op biobased- en circulair bouwen.
•
Lelystad Airport Businesspark Fase 2: profiel van deze werklocatie sluit aan bij bedrijvigheid op het gebied van bio based-/circulair bouwen; duurzame luchtvaart (elektrisch vliegen/SAF’s); Energie (elektrificatie, waterstof, smart grids); Voedselverwerking & eiwittransitie; Voertuigtechnologie (duurzame mobiliteit, duurzame/slimme groothandel/logistiek); Tech (duurzame maak).
•
Het Stadshart is in principe de beste plek voor kantoren en kleine ondernemers die baat hebben bij een dynamisch vestigingsklimaat. Een goede OV- en fietsbereikbaarheid en een mix van diverse functies zal deze positie komende jaren versterken.
5.3.2 Revitaliseren binnenstedelijke bedrijventerreinen Effecten op de inrichting van de leefomgeving Enkele kleinere binnenstedelijke bedrijventerreinen worden waar nodig gerevitaliseerd, om ook in de toekomst een plek te kunnen bieden aan bedrijfsmatige activiteiten. Dit komt terug in een Omgevingsprogramma bedrijventerreinen. 5.3.3 Onderwijs Onderwijs is een belangrijk onderdeel van de economische drager. Binnen Lelystad stellen we kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie centraal. Zowel voor onze jonge inwoners (basis- en middelbaar onderwijs), maar ook voor het vervolgonderwijs (MBO, HBO en WO. Met name hoger onderwijs kan aanleiding zijn om de onderwijsomgeving als een campusvorm te geven. Een campus biedt ruimte aan klein- en grootschalige werkgebouwen en heeft een eigen focus en kleuring qua type bedrijvigheid. Effecten op de inrichting van de leefomgeving • De Campuszone nabij het Stadshart waar naast middelbaar en hoger onderwijs ook zorgfuncties, werk en woningen een plek vinden in een groene omgeving. • Ruimte voor innovatie waar in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven wordt gewerkt aan: o Innovaties rondom elektrisch vliegen nabij Lelystad Airport; o Biobased en circulair bouwen, in of rondom Zuiderhage. 5.3.4 Bruisende stad Een bruisende stad, levendig, wervelend, bedrijvig en inspirerend, door en met de inwoners en haar bezoekers.
Bezoekers en toeristen dragen bij aan de levendigheid. We zien met name in het Stadshart, Kustzone en het Nationaal Park Nieuw Land aanleiding om de beleefbaarheid te versterken.
32
Effecten op de inrichting van de leefomgeving • In het Stadshart ligt de focus op dynamiek en reuring met gezellige en aantrekkelijke pleinen die uitnodigen tot verblijven en ontmoeten. Via de pleinen- en vergroeningsstrategie wordt gezocht naar een specifieke focus per plein om zo voor diverse doelgroepen mogelijkheden te bieden. Het voorzieningenniveau aan openbare functies zal hierom ook hoger zijn. Door functies toe te voegen zoals bijvoorbeeld leisure en horeca in aantrekkingskracht toeneemt en een bijdrage gaat leveren aan het dagje uit in Lelystad. • De band tussen Lelystad en het water is altijd sterk gebleven, maar kan zeker versterkt worden. Het uitzicht op eindeloos open water geeft je echt een gevoel van vrijheid. We streven in het plan voor het Waterfront naar een levendige boulevard met een rijke variatie aan programma en beleving. Met een vrij zicht op de ondergaande zon. Een plek waar wonen, leisure, haven, ontspanning, sport en cultuur elkaar ontmoeten. De volgorde en soort van deze ontwikkelingen moeten in relatie met de ontwikkeling van het Stadshart en stadsbreed bekeken worden. Bovendien liggen langs de boulevard diverse culturele en historische bestemmingen, zoals het Werkeiland, het sluizencomplex met het gemaal en Batavialand.
• Het Nationaal Park Nieuw Land omvat grootschalige natuurgebieden als de Oostvaardersplassen, Het Markermeer met de Markerwadden en Lepelaarplassen Binnen NPNL is er ruimte voor economische ontwikkeling door het aantrekkelijker te maken met nieuw aanbod zonder afbreuk te doen aan de ecologische waarde o.a. door strategische zonering 5.4 Duurzame ontwikkeling Lelystad wordt een toekomstbestendige stad waar de energie-, warme- en mobiliteitstransitie hun plek hebben gevonden De gewenste schaalsprong in stedelijkheid vraagt om een andere aanpak ten aanzien van de huidige mobiliteit- en energiesystemen, om Lelystad ook in de toekomst bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Lelystad zet daarom in op een breed mobiliteitsconcept en schone energie waarbij de prioriteit ligt op gezondheid en duurzaamheid toewerkend naar de lange termijndoelen. Effecten op de inrichting van de leefomgeving Voor de verschillende modaliteiten wordt ruimte gereserveerd om de elektrificatie van vervoersmiddelen mogelijk te maken. 5.4.1 Ruimte voor schone energie Met de elektrificatie van ons gebruik (elektrisch verwarmen, koken en rijden) en de groei van de stad groeit ook de vraag naar elektriciteit en warmte. Lelystad wil zo veel mogelijk schone energie opwekken en opslaan op eigen grondgebied en slim gebruik maken van nieuwe en bestaande warmtebronnen.
We sturen daarbij op een energieconcept van nieuwe ontwikkelingen om zo de druk op bestaande en nieuwe energienetwerken, ondergrondse infrastructuur en bovengrondse impact beter op elkaar af te stemmen. Effecten op de inrichting van de leefomgeving • Voor de gemeentelijke energieopgave is ruimte voor opwek (wind, zon) en opslag (batterij en waterstof) nodig. • Naast ruimte in het buitengebied kunnen ook grote daken en grote stedelijke ruimtes, zoals parkeerlocaties, langs infrastructuur of braakliggende terreinen, ruimte bieden.
33
•
Bedrijven in het buitengebied moeten zelfvoorzienend kunnen zijn met zon op dak, kleinschalige windturbine, batterij en elektrolyser.
5.4.2 Ruimte voor circulaire initiatieven In een groeiende stad is voldoende ruimte nodig om ook de transitie naar een meer circulaire economie mogelijk te maken. Dit vraagt om een flexibele bestemmingen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de ruimtebehoefte voor de grondstoffentransitie naast de energietransitie. Effecten op de inrichting van de leefomgeving • In woonwijken zal ruimte nodig zijn voor lokale circulaire initiatieven, zoals deel- en hergebruik. • In het stadscentrum ligt er meer focus op reparatie en onderhoud, zodat producten langer meegaan en afval wordt verminderd. • Op bedrijventerreinen kan tijdelijk extra ruimte nodig zijn om circulaire productie en innovatieve hergebruikprocessen te faciliteren. De precieze invulling zal zich gaandeweg de transitie verder ontwikkelen. 5.4.3 Lelystad aardgasvrij De wijken, bedrijven en voorzieningen worden aardgasvrij. Het grootste deel wordt aangesloten op collectieve warmtenetten, daarnaast zijn er ook ‘all electric’ oplossingen (zoals warmtepompen). Deze transitie wordt verder uitgewerkt in het warmteprogramma. Effecten op de inrichting van de leefomgeving • De bestaande energie infrastructuur wordt uitgebreid en versterkt. De doelstelling van TenneT is om de huidige netcongestie rond 2032 opgelost te hebben. Daarna moet er blijvend geïnvesteerd worden om de toenemende energievraag aan te kunnen.
• Binnen de gemeentegrenzen wordt door TenneT gezocht naar ruimte voor een nieuw hoogspanningstracé (380kV) en een nieuw hoogspanningsstation (nabij Flevokust Haven) aangevuld met flexibel vermogen (BESS). Een landelijke opgave die ten doel heeft de hoofdstructuur te versterken. 5.5 Bereikbare basis Lelystad wordt een stad waarin iedereen op een efficiënte, (sociaal)veilige en duurzame manier kan reizen waarin bewegen een vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijkse leven 5.5.1 Voet- en fietsvriendelijke stad Binnen de stad wordt vanuit de doelstelling duurzaam, gezond en veilig de focus gelegd op het stimuleren van het verplaatsen te voet. Zeker op kortere afstanden (400m) naar bijvoorbeeld voorzieningencentra of het station wordt extra prioriteit gegeven aan de voetgangers. Naast voetgangers wordt ook sterk ingezet op het bevorderen van het fietsgebruik Effecten op de inrichting van de leefomgeving • Looproutes: ruimtelijk gezien willen we een dekkend looproutenetwerk realiseren zodat voor veel inwonersde dagelijkse voorzieningencentra op een veilige en snelle manier te voet te bereiken zijn. • Fietsverbindingen: We zetten in op twee soorten fietsverbindingen waarbij missende of zwakke schakels worden aangepakt:
34
o
o
Een informeel, fijnmazig fietsnetwerk waarmee de buurten onderling met elkaar verbonden zijn en dat zorgt voor de bereikbaarheid van de winkelcentra, voorzieningen en buurtgroen binnen de wijk. Een verbindend hoofdfietsnetwerk bestaande uit logische en hoogwaardigefietsroutes over lange afstanden door de stad die aansluiten op de netwerken in de regio. Hiermee kunnen fietsers bijvoorbeeld sneller een bestemming aan de andere kant van de stad, buitengebied of regio (zoals Lelystad Airport, Almere en Dronten) bereiken.
5.5.2 Openbaar vervoer Lelystad is zowel lokaal als regionaal goed bereikbaar met duurzaam openbaar vervoer. Dit betekent kwalitatief hoogwaardige stationsomgevingen, het realiseren van regelmatige, betrouwbare verbindingen tussen wijken, centra en economische kerngebieden. Voor verder van het station af gelegen gebieden kijken we naar de ontwikkeling van sneldiensten die onderweg geen haltes aandoen zoals nu lijn 11 naar Lelystad Haven. Effecten op de inrichting van de leefomgeving • Op regionale schaal wordt ingezet op en ruimte gereserveerd voor betere verbindingen naar Noord-Holland, Amsterdam (OV-SAAL) en Utrecht en op lange termijn op de ontwikkeling van de Lelylijn en Stichtselijn. • In gebieden met een lagere ov-potentie moet maatwerk worden geboden in de vorm van een buurtbus, oproepafhankelijk vervoer of deelmobiliteit. Dit geldt bijvoorbeeld voor het buitengebied, sommige recreatieve bestemmingen, onderwijsinstellingen en sommige werklocaties. • Voor nieuwe woon- en werklocaties is de bereikbaarheid met openbaar vervoer tijdig op orde, zodat de toekomstige bewoners en werknemers de mogelijkheid hebben met het openbaar vervoer te reizen. De inzet op de realisatie van een treinstation in Zuiderhage blijft, en de OV verbinding tussen het Waterfront en het Stadshart wordt hoogwaardig.
• Ten aanzien van een HOV-busverbinding tussen het NS-station en airport Lelystad wordt nog steeds ingezet op een vrijliggende busverbinding. Die vormt ook een gefaseerde hoogwaardige ov-verbinding tussen Zuiderhage en het stadscentrum van Lelystad als opmaat naar een NS station Zuiderhage. Daarnaast biedt het de mogelijkheden voor een goede hoogwaardige verbinding van Zuiderhage met Harderwijk en achterland. • Voor bedrijventerrein waar zich een beperkt aantal zeer grote bedrijven vestigen zoals Flevokust ligt openbaar vervoer minder voor de hand vanwege de specifieke tijdstippen en doelgroepen werknemers. 5.5.3 Deelmobiliteit en ketenmobiliteit Er wordt toegewerkt naar een mobiliteitssysteem waarbij ruimte blijft voor gebruik van de auto maar deze niet meer altijd privebezit hoeft te zijn. Dit bevordert bewust autogebruik en het scheelt ruimte voor parkeerplaatsen. Waardoor deze ruimte op andere manieren ingericht kan worden, bijvoorbeeld vergroening. Daarnaast biedt ketenmobiliteit mogelijkheden voor het bevorderen van duurzame mobiliteit. voor iedere reis benut hoeft te worden. Effecten op de inrichting van de leefomgeving • Ruimte maken voor deelmobiliteit als onderdeel van het mobiliteitssysteem. Op dit moment zijn er al deelmobiliteitaanbieders actief in Lelystad. De ambitie is om dit aanbod in samenwerking met de Provincie Flevoland uit te breiden.
De opgave is om duidelijk beleid te 35
• •
maken binnen welke kaders aanbieders kunnen opereren. Dit zal in de toepasselijke omgevingswetinstrumenten verder worden uitgewerkt. Ketenmobiliteit kan op grote schaal met bekende P+R concepten, zoals de hub bij Lelystad Airport businesspark waar ruimte wordt gemaakt voor parkeren van Lelystad vreemd verkeer. Maar er is ook differentiatie op diverse schaalniveaus en diverse vervoersvormen mogelijk. Een combinatie met een overstap op de fiets heeft daarbij veel kansen. Kleine buurthubs waar bewoners een aantal auto’s en (type) fietsen delen, wijkhubs waar elektrische deelmobiliteit wordt aangeboden voor grotere groepen mensen of het station als stadshub voor trein, bus, fiets, scooters en deelauto’s.
5.5.4 Gedifferentieerde autowegen Effecten op de inrichting van de leefomgeving • Het netwerk van autowegen wordt meer gedifferentieerd. Doel is om doorgaand verkeer om de stad heen te leiden via de Rijks- en Provinciale wegen en de verkeersdruk op het Stadshart te verlichten en beheersen. Dit willen we doen door betere benutting van de buitenring om het doorgaand verkeer ruimte te bieden voor de bereikbaarheid van de stad en de verbindingswegen en de binnenring voor het bestemmingsverkeer daarbinnen. Dit kan ruimte bieden voor andere functies. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie wordt integraal onderzocht of en hoe deze verbindende dreven efficiënter benut kunnen worden voor andere vervoersvormen (ov en fiets) of andere functies (wonen). • Om deze ontvlechting van lokale en regionale verkeerstromen mogelijk te maken én de bereikbaarheid van Lelystad vanuit de regio te vergroten, is uitbreiding van het hoofdwegennet nodig. Twee cruciale schakels moeten daarbij aangepakt worden. Op de korte termijn komt er een nieuwe zuidelijke rondweg vanaf aansluiting 9 (Lelystad Zuid), de Laan van Nieuwland die aan gaat sluiten op de verlengde Westerdreef. De met het Rijk afgesproken verbreding van de A6 tussen Almere en Lelystad is noodzakelijk voor de realisatie van de groeiambitie van Lelystad.
Op de lange termijn zal de aanleg van een verkorte verbinding Houtribweg – Markerwaarddijk door de Baai van Van Eesteren perspectief bieden op betere geleiding van het regionale verkeer en het ‘ontlasten’ van de bestaande stad • Met het oog op een schaalsprong van de stad zien we de noodzaak om stadsbreed zorg te dragen voor passende parkeernormen. Met name in beoogd (hoog)stedelijk gebied zoals het Stadshart en de ontwikkelingen langs het Waterfront en in Zuiderhage ontstaat een hoge ruimtedruk. Om ambities zoals klimaatadaptatie, woningbouw en ruimte voor het sociaal domein hier plek te bieden, kan deze ruimtedruk verlaagd worden door het parkeren op een andere manier in te richten en ook minder aantrekkelijker te maken dan andere verkeersmodaliteiten. Dit zal in de toepasselijke omgevingswetinstrumenten verder worden uitgewerkt.
36
Hoofdstuk 6 De visie als werkbaar instrument In de voorgaande hoofdstukken zijn de ambities, keuze en effecten voor de ruimtelijke inrichting beschreven langs vijf hoofdlijnen, De hoofdlijnen van het beleid voor de fysiek leefomgeving kunnen niet los van elkaar worden gezien. Ze hangen met elkaar samen en versterken elkaar. In dit hoofdstuk geven we voor sommige overkoepelende thema’s een verdiepende toelichting. In de toelichting kunnen we keuzes uitdiepen maar kunnen we ook de samenhang tussen de hoofdlijnen van het beleid laten zien. Ook benoemen we enkele aandachtspunten en zetten specifieke maatregelen per thema uiteen. De thema’s uit deze Omgevingsvisie zullen door het college verder worden uitgewerkt in een ontwikkelstrategie en vertaald worden naar concrete maatregelen, projecten en programma’s. Dit doen we met een Uitvoeringsagenda waarin in een gelijk ritme als de P&C cyclus per jaarschijf wordt aangegeven wanneer we wat gaan doen. Op deze wijze willen we onze ambities concreet uitwerken en de uitvoeringskracht van de organisatie daarop toesnijden. De uitvoeringsagenda zal jaarlijks gemonitord worden en de raad zal jaarlijks hiervan in kennis worden gesteld. 6.1 Versterken van de bestaande stad en evenwichtige groei De stedelijke ontwikkeling beschrijft hoe de stad wordt gebruikt.
Hierin worden de meest in het oog springende elementen belicht, zoals waar en hoe huizen worden gebouwd, welke economische centra aanwezig zijn, en waar voorzieningen, cultuur en recreatiegebieden zich bevinden. Zoals uiteengezet in de visie, wordt de groei van Lelystad benut voor een kwaliteitsverbetering van de bestaande stad. Het doel blijft om Lelystad sterker en levendiger te maken. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor de woningbouw en centra in de stad. Hierna worden de thema’s wonen, sociaal, economie, gezondheid en cultuurhistorie nog verder toegelicht. 6.1.1 Wonen Toelichting Lelystad bestaat op dit moment uit aantrekkelijke, suburbane, groene woonmilieus waar woningen nog relatief betaalbaar zijn. Woningen zijn veelal grondgebonden en hebben vaak grote tuinen. Inwoners waarderen de rust en ruimte in de stad, maar er wordt ook aangegeven dat er wel wat meer reuring in Lelystad mag zijn, en niet alleen voor de jongeren. Tegelijkertijd spelen er ook in de woningvoorraad een aantal problemen. Veel van de stempel-, cluster- en woonerfwijken (jaren ’70 en ’80) zijn verouderd. En de stad heeft een behoorlijk eenzijdige voorraad. Dit vraagt om investeringen in bestaande wijken en meer diversiteit aan woningen om andere doelgroepen, zoals jongeren, starters, ouderen, een geschikte woning te kunnen bieden.
Het liefst binnen bestaande wijken, zodat bewoners ook binnen hun sociale structuren kunnen blijven. Met deze verdichting wordt ook het draagvlak voor de (wijk)voorzieningen en beter openbaar vervoer groter. Hiermee worden win-win situaties gecreëerd, die de bestaande wijken en hiermee de stad versterken.
37
Momenteel lopen er woningbouwprojecten in hoofdzakelijk de drie prioritaire gebieden: Stadshart, Zuiderhage, en het Waterfront. Deze plannen zullen op korte en middellange termijn een grote bijdrage gaan geven aan het aantal woningen in Lelystad. Daarnaast wordt parallel ingezet op strategisch verdichten in de stad. Zowel op plekken waar we kwaliteiten kunnen benutten, als daar waar kwaliteit benodigd is. Voorgenomen maatregelen: • Gevarieerde woonmilieus; hierbij denken we aan een breder scala van typen woonmilieus, inrichting van gebouwen en buitenruimte, waarbij ontmoeten, (sociale) veiligheid, prettig wonen, experimenteren met functiemenging in de wijken belangrijk zijn. Het moet gericht zijn op beleefbaarheid van de wijken en het welzijn van de mensen. • Gedifferentieerde prijsklassen met voldoende betaalbare woningen: in alle wijken: o Meer balans en variatie in de woningvoorraad, in nieuwe en oude wijken o Perspectief op wooncarrière binnen de wijk, betere doorstroming en versterking van sociale cohesie. Door te zorgen voor voldoende aanbod in de midden categorieën komen er meer mogelijkheden voor doorstroming en vallen (koop)starters en middeninkomens niet langer tussen wal en schip. o Van de totale bouw van woningen in Lelystad moet 30% sociale huur zijn en twee derde van de nieuwbouwhuizen moet voor lage en middeninkomens zijn.
Dat zijn woningen in de middenhuur1 en betaalbare koop2. Omdat Lelystad meer sociale huurwoningen in de woningvoorraad heeft zitten dan het landelijk gemiddelde, moet er daarbinnen voor 40% gebouwd worden voor middeninkomens. De nieuwbouwopgave wordt dus in ieder geval gevuld met 40% betaalbare koop- en middenhuurwoningen. Het gaat om nieuwbouw, maar ook om extra woningen door optoppen, splitsen of transformatie van bijvoorbeeld kantoor naar woningen. • Met de toenemende vergrijzing in Lelystad richten we ons op meer levensloopbestendige woningen: 50% van de nieuw te bouwen woningen moeten appartementen zijn om straks de 20% levensloopbestendige woningen te kunnen realiseren: o Seniorenzones aanwijzen . o Geclusterd wonen inventariseren en uitbreiden. o Zorggeschikte woningen, aanbod huurwoningen in alle prijsklassen. • Bouwen aan en voor een inclusieve samenleving, waarin iedereen zich thuis kan voelen en zoveel mogelijk zelfstandig kan functioneren. Dit vraagt ook om levensloopbestendige woningen. Voor mensen met een lagere zelfredzaamheid moet de woonsituatie en zorgvraag in samenhang worden bekeken. Dit vraagt om een breed scala aan woonvormen. • Het aandeel jongerenwoningen is laag in Lelystad. We zetten ons in op het realiseren van meer betaalbare en kleinere woningen, op een voor jongeren aantrekkelijke locatie. • We zetten in op toekomstbestendig bouwen.
Dat doen we door woningen te programmeren die interessant zijn voor meerdere doelgroepen, op aantrekkelijke en passende locaties. • Voldoende locaties voor passende oplossingen voor aandachtsgroepen, dit wordt ook in de woonzorgvisie verder uitgewerkt: o Voor aandachtsgroepen wordt zorgvuldig gezocht naar woonruimte op passende locaties; o Passende woonvormen en maatwerk in beheer of begeleiding gericht op het type aandachtsgroep; o Voldoen aan de toenemende behoefte in kwalitatieve huisvesting voor (arbeids)migranten. Hierbij rekening houdende met de short-stay, mid-stay en long1 huurprijs tussen de sociale huurgrens (Wet huurtoeslag) en de bovengrens: maximum gereguleerde
middenhuur. 2 Voor 2025 is die betaalbaarheidsgrens vastgesteld op € 405.000.
38
o
stay behoeften. Met name de short-stay mengen lastig in reguliere wijken. Deze bijzondere (grote) vraag, vraagt om goede oplossingen en integrale afwegingen bij de economische ontwikkeling van de stad. De mid-stay en long-stay groepen moeten zo goed mogelijk geïntegreerd worden in de samenleving. Voldoende woonruimte voor de verschillende typen spoedzoekers op passende locaties.
6.1.2 We bouwen een samenleving Toelichting Het uitgangspunt van het beleid van de gemeente Lelystad is, om de inwoners centraal te stellen. We willen niet alleen een stad met woningen bouwen, maar we bouwen aan een samenleving. De fysieke leefomgeving staat ten dienste van de stad en haar inwoners. Dit betekent dat we de inwoners centraal stellen binnen gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke ontwikkeling. Hierbij hanteren we een aantal belangrijke uitgangspunten: • Een stad bouwen waar iedereen zich thuis voelt, o Door middel van bijvoorbeeld kwalitatief hoogwaardige maatschappelijke voorzieningen voor gezond stedelijk leven. Zoek daarin ook naar mogelijkheden om verschillende initiatieven en maatregelen aan elkaar te koppelen, zodat deze samen optimaal bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving; • Brede ontplooiing van kinderen en jongeren door ruimte te creëren o Voor spelen, bewegen, leren, verwonderen en ontspannen, en heel belangrijk: ruimte maken voor goed onderwijs; • Ontmoeten centraal stellen. o De openbare ruimte moet uitnodigen tot ontmoeting en verbinding. Ook verbinden door ervoor te zorgen dat iedereen ertoe doet en kan meedoen. Hiervoor voldoende ruimte creëren voor maatschappelijk initiatief van inwoners en vrijwilligers, die samen activiteiten organiseren, bijv.
buurtcentra, sportaccommodaties, religieuze voorzieningen, bezoeken/actief beoefenen van culturele activiteiten, etc. • De inwoners centraal stellen in gebiedsontwikkeling. o Het samen doen, draagvlak en draagkracht creëren in de wijken voor het opzetten en ontwikkelen van (maatschappelijke) voorzieningen. Aandachtspunten Het realiseren van verdichting en nieuwe uitbreidingswijken brengt ook interne migratie op gang. Bewoners verhuizen van de ene naar de andere wijk, of de samenstelling van de wijk verandert. Sociale verbanden veranderen mee. Dat vraagt aanpassingsvermogen van bestaande en nieuwe inwoners, maar ook hulp om voor elkaar te kunnen zorgen en mee te blijven doen. • Daarbij moeten we zoeken naar meer balans en draagkracht van de bevolking. Er zijn relatief veel mensen met een lagere sociaaleconomische status en er speelt overerving van armoede. Het is nodig om ongelijk te investeren, dus een focus op specifieke wijken om tot een evenwichtige groei te komen. • Op grotere schaal is te verwachten dat een deel van de nieuwe uitbreidingswijken bewoond zullen worden door inwoners die al in de stad wonen. Dit betekent dat er een interne migratiestroom op gang komt. Dit vraagt om visie en aandacht voor de bestaande stad (nog voordat de bouw op gang komt) Doelgroepen • Jeugd en jongeren zijn een essentiële aandachtsgroep; zonder hen is er geen stad in 2050.
En dat vraagt een open blik op hoe we de openbare ruimte inrichten (hoe kind- of 39
•
jeugdvriendelijk is Lelystad?) en wat zij nodig hebben om goed op te kunnen groeien. Er is momenteel al een tekort aan maatschappelijke voorzieningen ten opzichte van het inwoneraantal. Dat is met name te zien bij huisartsen, kinderdagverblijven en basisscholen. Bij woningbouwlocaties moet er vroegtijdig rekening gehouden worden met het meegroeien van het voorzieningenniveau. Een andere aandachtsgroep zijn de ouderen. Lelystad krijgt de komende periode te maken met een drie dubbele vergrijzing. Naast de vergrijzing die we in heel Nederland kennen, meer 65- plussers en ook meer 80-plussers, heeft Lelystad naar verhouding veel ouderen. De jonge gezinnen die in de jaren 60 en 70 naar Lelystad kwamen, worden tegelijkertijd ouder.
Voorgenomen maatregelen: • Ontmoeten als centraal thema in buurt en stad, zowel voor wonen, voorzieningen, sport, recreatie en cultuur. Verbeter de sociale cohesie door sociale contacten te faciliteren. • Ontwikkelen van functies en/of voorzieningen in samenspraak met inwoners. • Passende gezondheidszorg en welzijnsvoorzieningen bij de groei van de stad (basis op orde). • Passend en inclusief onderwijs aansluitend op de behoeften van de stad (kwaliteiten en kansen). Ieder kind moet de mogelijkheid hebben om binnen de eigen wijk naar school te kunnen. De aanwezigheid van basisscholen in buurten en wijken draagt bij aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid ervan en de verbondenheid van inwoners met de buurt/wijk. Tevens draag dit bij aan duurzame mobiliteit en een autoluwe schoolomgeving. • Veilige en groene schoolomgeving en zorglocaties: o Inzetten op groen en verkoeling voor de jongsten en de oudsten is van groot belang. o Groene schoolomgevingen maken het mogelijk voor kinderen om veilig en in een aantrekkelijke omgeving te spelen. Een groen schoolplein biedt ook mogelijkheden om educatie over groen en klimaat in het lesprogramma te verweven. • Evenementen in wijk en stad dragen bij aan ontmoeting. Hierbij ligt de focus op het aansluiten op de behoefte van de inwoners.
• Leefbaarheid en veiligheid door te werken aan kwalitatieve openbare ruimte waar levendigheid is en plek voor ontmoeting. 6.1.3 Gezondheid & zorgvraag Toelichting Gezondheid heeft een sterke link met omgevingsbeleid. De afgelopen jaren met name vanuit een beschermende blik. Gezondheid komt tot uitdrukking in verschillende hoofdlijnen van het beleid in deze Omgevingsvisie. Richting de toekomst verbreden we de blik van gezondheidsbescherming naar gezondheidsbevordering: het zo inrichten van de ruimte dat gezonder leven, bewegen en eten makkelijker wordt gemaakt. Een omgeving die informeel en ontspannen ruimte geeft aan sporten, spelen, gezonde vervoermiddelen en het aanbieden van gezond eten en drinken helpt om gezondere keuzes te maken. Dit komt terug in verschillende hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving, zoals de hoofdlijn bereikbare basis, stedelijke ontwikkeling, robuust natuurlijk netwerk en economische drager. We werken toe naar een omgeving waar de woonvraag en de zorgvraag meer samenhangend zijn. Op dit moment staan nog grote verzorgingshuizen in de centrumzone van de stad, maar er zal meer vragen komen naar woonruimte voor zorg- en zelfstandige woningen voor ouderen in de wijken, dichtbij wijkvoorzieningen. De ouderenzorg/woningen zullen mede als gevolg van de toenemende 40
vergrijzing en de druk op voldoende personeel een transitie doormaken naar meer en kleinschaliger zorg in de wijken dichtbij voorzieningen met inzet van vrijwilligers en familie. Voor de mentale gezondheid en de eenzaamheid zijn mogelijkheden voor ontmoeten in gebouwen en openbare ruimte belangrijk. Voorgenomen maatregelen rondom het thema gezondheid: • Koppel gezondheid aan sport en beweging, ontmoeten in wijken waar mensen een gezonde leefomgeving het hardst nodig hebben, creëer in nieuwbouw extra ruimten voor ontmoeten, natuur. o Het sturen op gezondheid maakt onderdeel uit van (binnenstedelijke) gebiedsontwikkeling. Dit is ook een belangrijk aandachtspunt in de bestaande stad. Hierbij gaat het om mogelijkheden voor ontmoeten en sporten en bewegen in de wijk aantrekkelijk te maken. • Creëer een gezonde en beweegvriendelijke omgeving o Wandelen en fietsen als prioritaire vervoerswijzen: herkenbaarheid, inclusiviteit en sociale veiligheid verbeteren. En snelfietspaden tussen belangrijke gebieden o Sport, spel en ontspanning in de woonomgeving, natuurspeelplaatsen, wandel- en hardlooprondjes door de wijken. o Gezond eten en drinken stimuleren (bijvoorbeeld watertappunten, schooltuintjes) en ongezond gedrag ontmoedigen (fastfood etc.). o Meer ontmoetingsplekken.
o Goed faciliteren van sportverenigingen voor huisvesting met een aantrekkelijke omgeving die goed en veilig bereikbaar is voor langzaamverkeer. o Richten op breedtesport als voorbeeldfunctie om anderen te stimuleren ook te gaan sporten en als ontmoetingsplek. o Voldoende koele verblijfsplekken, schaduw en groen in de direct omgeving om hittestress te voorkomen. • Voorzieningen, mobiliteit en hulp toegankelijk en laagdrempelig o Laagdrempelige en bereikbare zorg- en welzijnsvoorzieningen, gecombineerd met andere voorzieningen in de wijk maken ondersteuning dichtbij toegankelijk. o Nieuwe wijken of bij groot onderhoud inclusief (voor iedereen) ontwerpen. Rekening houden met bijvoorbeeld mensen met een fysieke beperking of dementie en een toegankelijk OV. 6.1.4
Cultuurhistorie
Toelichting Lelystad is een jonge stad. Maar juist in de ontstaansgeschiedenis als New Town op nieuw aangewonnen land, zitten bijzondere verhalen die sterk gekoppeld zijn aan de Nederlandse identiteit rondom het beheersen van het water. In het cultuurbeleid van Lelystad wordt onderscheid gemaakt tussen drie ontwikkelingsfases: de inpoldering van de Flevopolder, de modernistische stad en de volwaardige stad. Werkeiland Lelystad was het eerste bewoonde deel van het nog niet ingepolderde Oostelijk Flevoland en is nu onderdeel van de wijk Lelystad-Haven. Erfgoed draagt bij aan de eigenheid van een plek en kan een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling en identiteit van de stad. Het behouden en benutten van jong erfgoed in Lelystad is essentieel om deze verhalen te kunnen vertellen en de stad een steeds stevigere basis te geven. Om dit te waarborgen, is onder meer de erfgoedverordening opgesteld, die richtlijnen geeft voor de omgang met gemeentelijke monumenten. 41
Daarnaast wordt erfgoed benut als inspiratie bij de (fysieke) ontwikkeling van de stad. Door inwoners en bezoekers actief bij erfgoed te betrekken wordt de bewustwording over de ontstaansgeschiedenis gestimuleerd. Wetgeving betreffende archeologische monumentenzorg vereist dat archeologische waarden vanaf het begin worden meegenomen in de ruimtelijke ordening. De beleidsadvieskaart dient als basis voor het archeologiebeleid. Het is belangrijk om de integriteit van archeologische resten in de bodem te behouden, de resultaten van archeologisch onderzoek toegankelijk te maken voor het publiek keuzes te maken over en een vrijstellingsmogelijkheid te bieden voor bodemverstorende activiteiten. Voorgenomen maatregelen rondom het thema cultuurhistorie Het college bereidt een kadernota erfgoedbeleid voor waarmee de gemeenteraad keuzes kan maken over de omgang met ondergronds en bovengronds erfgoed en de wijze waarop de thema’s behouden, benutten/beleven en betrekken vorm krijgen. De kaders worden uitgewerkt in activiteiten en maatregelen die kunnen worden opgenomen in een omgevingsprogramma. 6.2 Natuurlijk raamwerk In het natuurlijk raamwerk wordt het gehele groen-blauwe systeem opgenomen waarop Lelystad gebouwd is. Alle zichtbare natuur en waterstructuren, maar ook de onzichtbare elementen in de bodem en in het ecosysteem.
In de Omgevingsvisie is het ruimtelijk raamwerk een belangrijke basis. Hierin zit de kracht en de ruimte om te groeien naar een klimaatbestendige, gezonde en natuurlijke stad. De basis daarvoor is ruimschoots aanwezig. Lelystad is ontworpen als stad waar veel groen en water nabij te vinden is. Het is daarmee zelfs één van de groenste steden van Nederland. Deze natuurlijke elementen dragen in grote mate bij aan het gevoel van rust dat zoveel inwoners waarderen. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien hoe we inzetten op de groenblauwe structuren in de stad. In dit hoofdstuk gaan we nog wat dieper in op de thema’s bodem, natuur en ecologie, water en klimaatadaptatie. Deels gaat het hier om het doorzetten van de lijn zoals die al in de Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021) is ingezet en deels enkele nieuwe maatregelen om deze te versterken of om nieuwe inzichten het hoofd te bieden. 6.2.1 Bodem Toelichting De bodem in en rond Lelystad heeft een goede kwaliteit. Door zetting zal de bodem in de polder overal nog wat zakken, vooral ten noorden van Lelystad is door enkele dunne veenlagen tot 2050 bodemdaling voorzien. Door de lage ligging op -4,5 meter N.A.P. speelt langs de randen van de Flevopolder ook kwel een rol.
Vanwege een zoutwater laag in de ondergrond leidt dit tot verzilting, zowel in het stedelijke gebied als ten noorden van de stad. . Door het vasthouden van regenwater in de ondergrond kan het gebruik van zout of brak water worden tegengegaan en de verzilting verder worden afgeremd. Door de gevarieerde opbouw van de ondergrond leidt de kweldruk op sommige plaatsen in Lelystad tot opbarsting. Daarbij wordt water vanuit de ondergrond naar boven geduwd. Bij nieuwe bodemingrepen wordt dit zoveel mogelijk voorkomen, bijvoorbeeld door waterpartijen aan te leggen op plaatsen waar het opbarstrisico laag is. Binnen de gemeente zijn ook archeologisch (waardevol) aangeduide gebieden. Dit betreft onder andere de Swifterbantcultuur in het noorden van Lelystad en de maritieme archeologie in de voormalige zeebodem. Deze waardevolle gebieden zijn aangegeven in het Omgevingsplan. Het beleid 42
waarop dit is gebaseerd wordt vernieuwd en zal leiden tot een aanpassing van het Omgevingsplan. Archeologische kwaliteiten worden beschermd en benut bij ruimtelijke vraagstukken. Voorgenomen maatregelen rondom het thema bodem: • Lelystad streeft naar een afgewogen gebruik en behoud van de kwaliteiten van de bodem en ondergrond. • Omgeklapte benadering o De bodem meenemen in basishouding bij nieuwe ontwikkelingen en altijd in relatie zien tot het groen-blauwe raamwerk. o Zorgdragen dat ondergrondse infra en parkeervoorzieningen de ruimte voor klimaatadaptatie niet beperken en de mogelijkheid om te voldoen aan de Natuurherstelverordening (Europese regelgeving gericht op het herstel van beschadigde ecosystemen) 6.2.2 Natuur en ecologie Toelichting In de Agenda Natuur 2030 van Lelystad wordt ‘natuur’ breed opgevat. Het omvat niet alleen de traditionele wettelijke beschermde gebieden, maar ook natuur in de stedelijke omgeving zoals parken en bermen. Deze inclusieve benadering benadrukt het belang van zowel beschermde natuurgebieden als het groen in de directe leefomgeving van inwoners. In de Agenda Natuur 2030 wordt gewerkt aan concrete maatregelen die bijdrage aan de doelen voor
natuur. Zoals bijvoorbeeld het op orde brengen van de basis door het hanteren van een Basiskwaliteit Natuur. Natura2000 (N2000) en Natuur Netwerk Nederland (NNN) zijn beschermde natuurgebieden waar, naast BKN soorten, ook andere veelal beschermde soorten voorkomen. Het is voor een goed functionerend en veerkrachtig ecosysteem belangrijk dat er aaneengesloten robuuste verbindingen zijn tussen de verschillende buitenstedelijke en binnenstedelijke gebieden. Er is in Lelystad veel natuur, zeker in vergelijking met andere steden. Ondanks de omvang van de natuur, is de kwaliteit aan verbetering toe. Met name in het stedelijk gebied is een grote kwaliteitsslag te maken in het beter en ecologisch inrichten en beheren van de natuur (groen en blauw). Natuur is belangrijk voor Lelystad en draagt ook positief bij aan het leef- en vestigingsklimaat, doordat natuur een positieve invloed heeft op de gezondheid van mensen en een aantrekkelijke woonomgeving. Bij groei van de stad zal de gebruiksdruk op het groen meer toenemen dan het oppervlak, daarom is het belangrijk dat de kwaliteit verbeterd, wordt er ingezet op recreatiezonering, waardoor de groenvoorziening toekomstbestendig is Daarom is er in hoofdstuk 4 beschreven hoe de natuur in en om de stad “ingedeeld” wordt.