CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Omgevingseffectrapport gemeente Lelystad september_incl bijlagen- aangepast

Raadsvergadering 14 oktober 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: 25.369 Concept-ontwerp omgevingsvisie Lelystad 205035.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Omgevingseffectrapport Omgevingsvisie gemeente Lelystad Gemeente Lelystad 25 september 2025 - Public

Contactpersoon

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

Inhoudsopgave 1

2

3

4

3

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Doel van het OER

6

1.3

Procesbeschrijving

6

1.4

Opbouw van dit OER

7

De omgevingsvisie van de gemeente Lelystad

8

2.1

Omgevingsvisie 2050

8

Beoordelingsmethodiek

9

3.1

Foto van de leefomgeving

9

3.2

Beoordeling op doelbereik

10

3.3

Beoordeling op milieueffecten

11

Foto van de leefomgeving

13

4.1

Inleiding

13

4.2

Bodem en ondergrond

13

4.2.1

Bodem

13

4.3

Landschap en natuur

21

4.3.1

Landschap en ruimtelijke kwaliteit

21

4.3.2

Cultuurhistorie en archeologie

26

4.3.3

Stedelijk groen

30

4.3.4

Natuur en biodiversiteit

34

4.4

Water

38

4.4.1

Wateroverlast en waterveiligheid

38

4.4.2

Grond- en oppervlaktewater

43

4.4.3

Droogte

49

4.4.4

Hittestress

53

4.5

Economie

55

4.5.1

Economische bedrijvigheid

55

4.5.2

Recreatie en toerisme

58

4.5.3

Landbouw

61

4.6

Leefomgeving

64

4.6.1

Wonen

64

4.6.2

Leefbaarheid

69

4.7

Bereikbaarheid en verkeersveiligheid

74

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

5

4

4.7.1

Infrastructuur

74

4.7.2

Bereikbaarheid

77

4.7.3

Verkeersveiligheid

81

4.8

Gezondheid en omgevingsveiligheid

84

4.8.1

Gezondheid

84

4.8.2

Veiligheid

87

4.8.3

Luchtkwaliteit

94

4.8.4

Geuroverlast

99

4.8.5

Geluidhinder

101

4.9

Duurzaamheid

108

4.9.1

Circulaire economie

108

4.9.2

Duurzame elektriciteit

113

4.9.3

Duurzame warmte

117

Beoordeling

121

5.1

Beoordeling op milieueffecten

121

5.1.1

Beoordeling

121

5.1.2

Toelichting beoordeling

123

5.2

Bodem

123

5.2.1

Bodemkwaliteit

123

5.2.2

Bodemdaling

123

5.3

Landschap en natuur

124

5.3.1

Landschap en ruimtelijke kwaliteit

124

5.3.2

Cultuurhistorie en archeologie

125

5.3.3

Stedelijk groen

125

5.3.4

Natuur en biodiversiteit

126

5.4

Water

127

5.4.1

Wateroverlast en waterveiligheid

127

5.4.2

Grond- en oppervlaktewater

127

5.4.3

Drinkwater

128

5.4.4

Droogte

128

5.4.5

Hittestress

128

5.5

Economie

129

5.5.1

Economische bedrijvigheid

129

5.5.2

Recreatie en toerisme

129

5.5.3

Landbouw

130

5.6

Leefomgeving

130

5.6.1

Wonen

130

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

6

5.6.2

Leefbaarheid

131

5.7

Bereikbaarheid en verkeersveiligheid

132

5.7.1

Infrastructuur

132

5.7.2

Bereikbaarheid

132

5.7.3

Verkeersveiligheid

133

5.8

Gezondheid en omgevingsveiligheid

133

5.8.1

Gezondheid

133

5.8.2

Veiligheid

134

5.8.3

Luchtkwaliteit

135

5.8.4

Geuroverlast

135

5.8.5

Geluidhinder

136

5.9

Duurzaamheid

136

5.9.1

Circulaire economie

136

5.9.2

Duurzame elektriciteit

137

5.9.3

Duurzame warmte

137

Beoordeling op doelbereik

139

6.1

Beoordeling op doelbereik

139

6.2

Toelichting beoordeling

141

6.2.1

Robuust natuurlijk raamwerk, stad en landschap zijn verweven

141

6.2.2

Stedelijke ontwikkeling, herkenbare en complete wijken

143

6.2.3

Economische drager, sterk en beleefbaar

145

6.2.4

Bereikbare basis

147

6.2.1

Duurzame ontwikkeling

149

7

Bibliografie

151

8

Bijlagen

154

A.

154

5

Beoordelingskader voor het OER voor de Omgevingsvisie 2050 gemeente Lelystad

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In 2021 is de Omgevingsvisie Lelystad 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Lelystad 2040 is een stadsbrede visie met ambities en strategieën voor de lange termijn, het geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkelingen van de stad en het buitengebied en is voor de gemeente Lelystad de basis voor plannen van hogere overheden (provincie, Rijk, waterschappen). Sinds de vaststelling van de Omgevingsvisie Lelystad 2040 in 2021 hebben diverse veranderingen plaatsgevonden, zoals de toenemende vraag naar meer woningen en veranderende inzichten op het gebied van thema’s als gezondheid, gezonde leefomgeving, klimaatadaptatie, energietransitie en circulaire economie. De Omgevingsvisie presenteert ambities en plannen die breder zijn dan de traditionele mer-onderwerpen, waardoor een Omgevingseffectrapport (OER) verplicht is. Dit OER bestrijkt alle onderwerpen die worden benoemd in het beleid en geeft een integrale lange termijn doorkijk naar de opgave van de verschillende beleidsvelden, zoals onder meer ruimte, energie, water, milieu, natuur en landschap.

1.2

Doel van het OER

Het doel van het OER is het beoordelen van de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie op de effecten op de fysieke leefomgeving. Parallel aan de ontwikkelingen van de Omgevingsvisie worden plannen en ambities beoordeeld aan de hand van de Foto van de Leefomgeving. Deze beoordeling geeft richting aan, en toetst de haalbaarheid van, de ambities en scherpt daarmee de Omgevingsvisie aan. Door de wisselwerking tussen het opstellen van de Omgevingsvisie en het beoordelen van de ambities draagt het OER bij aan een gedegen en realistische Omgevingsvisie.

1.3

Procesbeschrijving

Het OER-proces loopt parallel met het proces van de Omgevingsvisie. De referentiesituatie wordt gebruikt om de ambities en plannen te toetsen en wordt in dit rapport als eerste geschetst in de Foto van de Leefomgeving. De resultaten van dit proces worden visueel samengevat in het Rad van de Leefomgeving. Hier worden de huidige situatie en referentiesituatie als gevolg van reeds vigerend beleid tegen elkaar afgezet. Huidige situatie: Beschrijving van de stand van zaken per beleidsveld, inclusief lopende ontwikkelingen, aandachtspunten, gebiedsgerichte casuïstiek. De Foto van de Leefomgeving start met een beschrijving van de huidige situatie. Waar mogelijk wordt dit kwantitatief beschreven. Voor beleidsvelden als woningmarkt, energie, economie, verkeer en arbeidsmarkt zijn doorgaans veel kwantitatieve gegevens beschikbaar. Opgaven en knelpunten worden zo scherp mogelijk neergezet. Het literatuuronderzoek maakt gebruik van landelijk beschikbare bronnen zoals de Atlas van de Leefomgeving en gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), alsmede beleidsstukken en lokale en regionale onderzoeken. Het onderzoek is aangevuld met een serie thematische interviews met beleidsmedewerkers van de gemeente Lelystad. Het onderzoek resulteert in een beschrijving van de huidige situatie voor de te beoordelen beleidsvelden met daarbij een duiding van het kwaliteitsniveau.

Autonome ontwikkeling: Vooruitblik naar zichtjaar Omgevingsvisie 2050 op basis van vastgesteld beleid en externe ontwikkelingen. Naast de huidige situatie beschrijft de Foto van de Leefomgeving de autonome ontwikkelingen. Dat zijn de ontwikkelingen die naar verwachting plaats vinden in de periode tot 2050. Deels komt deze ontwikkeling voort uit reeds vastgesteld beleid op de verschillende thema’s, denk hierbij aan woningbouw, natuurontwikkeling en duurzaamheid. Deels betreft het ontwikkelingen die buiten de invloedsfeer van de gemeente vallen maar wel haar raakt of doorwerking heeft, zoals externe ontwikkelingen zoals vergrijzing en klimaatverandering. Aan de hand van de autonome ontwikkelingen in vergelijk tot de huidige situatie is voor elke opgave de trend in beeld gebracht.

6

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

Beoordeling Omgevingsvisie Vervolgens wordt de Omgevingsvisie beoordeeld op doelbereik. De beoordeling wordt visueel gemaakt in het Rad van de Leefomgeving, waardoor in één oogopslag duidelijk is wat de effecten zijn van de Omgevingsvisie op de omgeving. De gestelde doelen en ambities worden bovendien getoetst op conflicten tussen de verschillende onderdelen door middel van botsproeven. Uit de botsproeven volgt waar ambities met elkaar schuren, of dat de combinatie van ambities leidt tot een ruimtevraag die niet binnen de gemeentegrens kan worden gerealiseerd. Aan de hand van deze uitkomsten kan gezocht worden naar mogelijke oplossingen, aanscherpingen van ambities of combinaties van functies in ruimtevraagstukken.

1.4

Opbouw van dit OER

In hoofdstuk 1 van dit OER is de aanleiding en het proces toegelicht. In hoofdstuk 2 worden de ambities van de gemeente voor de Omgevingsvisie 2050 beschreven. De beoordelingsmethodiek wordt in hoofdstuk 3 nader toegelicht. De huidige situatie en autonome ontwikkeling per beleidsveld worden in hoofdstuk 4 nader uitgewerkt in de Foto van de Leefomgeving. De beoordeling is weergegeven in het Rad van de leefomgeving. De Foto van de Leefomgeving sluit per onderdeel af met bouwstenen voor de Omgevingsvisie. Per opgave (openbaar groen, wonen, economie, mobiliteit enz.) wordt de huidige situatie beschreven, welke autonome ontwikkelingen te verwachten zijn in de periode tot 2050 (tezamen de Foto van de Leefomgeving), en wat het doelbereik van het voorgenomen beleid in de ontwerp Omgevingsvisie is voor het behalen van de ambities voor het betreffende beleidsveld.

7

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

2

De omgevingsvisie van de gemeente Lelystad

2.1

Omgevingsvisie 2050

De Omgevingsvisie Lelystad 2050 schetst de langetermijnvisie van Lelystad op de fysieke leefomgeving. De visie is gericht op duurzaamheid, evenwichtige groei en het benutten van bestaande kwaliteiten. Het document is opgesteld in het kader van de Omgevingswet en dient als een strategisch kader voor beleid, programmering en besluitvorming binnen de gemeente. De visie is gebaseerd op het centraal stellen van de inwoners. Hierbij wordt gestreefd naar het bieden van optimale kansen voor een gezond, veilig en zelfstandig maatschappelijk leven voor alle inwoners van Lelystad. Om dit te bereiken, zijn vijf hoofdlijnen geformuleerd: • • • • •

Stedelijke ontwikkeling: Kwalitatieve groei binnen de bestaande stad, met aandacht voor herkenbare wijken, voorzieningen en strategische verdichting. Natuurlijk raamwerk: Het versterken van de natuurlijke structuren, met aandacht voor biodiversiteit, waterbeheer en beleefbaarheid van de natuur. Economie: Het versterken van de economische positie van Lelystad door het verbeteren van het vestigingsklimaat, het stimuleren van innovatie en het creëren van voldoende werkgelegenheid. Duurzame ontwikkeling: Het realiseren van een toekomstbestendige stad, waar de energie-, warmte- en mobiliteitstransitie hun plek hebben gevonden, met aandacht voor klimaatadaptatie en circulaire economie. Bereikbare basis: Het creëren van een stad waarin iedereen op een efficiënte, veilige en duurzame manier kan reizen, met aandacht voor lopen, fietsen en openbaar vervoer.

Om deze ambities te realiseren, worden concrete keuzes gemaakt, zoals het inzetten op strategische verdichting, het afstemmen van woningbouw, het behoud van wijkcentra, het benutten van groen voor welbevinden, en het versterken van de groen-blauwe structuren. Daarnaast wordt gefocust op het voorzien in de behoefte aan bedrijventerreinen, het inzetten op transitiesectoren, het revitaliseren van werkgebieden, het gebruiken van warmtebronnen, het inpassen van schone energie, het creëren van een beweegvriendelijke omgeving, het benutten van de fietsvriendelijke schaal, en het efficiënter benutten van dreven. Deze keuzes hebben ruimtelijke consequenties op het niveau van de stad en omgeving. Het gaat hierbij om de aanpak van bestaande buurten, de ontwikkeling van locaties met stedelijke betekenis, de versterking van groenblauwe structuren en de inpassing van energie-infrastructuur. De thema's uit de Omgevingsvisie worden uitgewerkt in een ontwikkelstrategie en vertaald naar concrete maatregelen, projecten en programma's. Dit wordt gemonitord via een jaarlijkse uitvoeringsagenda, waarbij er wordt gekeken naar het versterken van de bestaande stad, robuuste natuur, de sterke en beleefbare economie, duurzame ontwikkeling, en bereikbare basis. De Omgevingsvisie Lelystad 2050 biedt een integraal en ambitieus kader voor de toekomstige ontwikkeling van Lelystad.

De visie dient als leidraad voor verdere uitwerking en concrete projecten in de komende jaren.

8

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

3

Beoordelingsmethodiek

3.1

Foto van de leefomgeving

De Foto van de Leefomgeving vormt het referentiekader voor de beoordeling op doelbereik en milieueffecten. Iedere ruimtelijke opgave is op basis van beschikbare informatie en expert judgement beoordeeld op de opgave of op de door de gemeente gestelde ambitie. Afhankelijk van het beleidsveld is gebruik gemaakt van verschillende bronnen: • • •

Kwantitatieve informatie: deze informatie is cijfermatig en meetbaar, zoals data uit meetgegevens en rekenmodellen; Kwalitatieve informatie: deze informatie is niet-cijfermatig, bijvoorbeeld interviewgegevens en kaartmateriaal; Expert judgement: indien kwantitatieve en kwalitatieve informatie niet beschikbaar is, wordt de beoordeling gedaan op basis van kennis en ervaring van specialisten.

Het beoordelingskader zoals gehanteerd is opgenomen in Bijlage A: beoordelingskader voor het OER voor de Omgevingsvisie 2050 gemeente Lelystad. Om het kwaliteitsniveau te beoordelen is middels een ladder van aflopend kwaliteitsniveau onderscheid gemaakt in: • • • • • •

Wettelijke normen; Vastgestelde beleidsnormen of beleidsdoelstellingen; Advieswaarden van instituten; Vraag en aanbod; Benchmarks ten opzichte van landelijke gemiddelden of vergelijkbare gemeenten; Expert judgement.

Toepassen van wettelijke normen heeft de voorkeur, omdat het leidt tot navolgbare en eenduidige beoordeling. Indien wettelijke normen niet beschikbaar zijn voor het betreffende beleidsveld, worden beleidsnormen of beleidsdoelstellingen toegepast. Indien niet beschikbaar worden de bovenstaande bullets uit de ladder toegepast.

9

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

Rad van de Leefomgeving De beoordeling van de huidige situatie en autonome ontwikkeling zijn weergegeven in het Rad van de Leefomgeving dat voor de gemeente Lelystad opgesteld is. Het Rad is onderverdeeld in hoofdthema’s en geeft de score op elk beoordeeld aspect binnen deze thema’s weer. Op de spaken van het Rad staan de opgaven voor de Omgevingsvisie die in het OER beoordeeld zijn. De beoordeling is uitgevoerd aan de hand van een kwalitatieve vijfpuntsschaal. De hoogste score op deze schaal wordt weergegeven op de buitenste schijf van het Rad van de Leefomgeving, de laagste score op de binnenste schijf. Door het Rad in te vullen voor de huidige situatie, de autonome ontwikkeling en de toekomstperspectieven zijn de huidige knelpunten en het doelbereik van de ontwerp omgevingsvisie inzichtelijk.

Figuur 3-1: Kwalitatieve vijfpuntsschaal zoals gebruikt voor de beoordeling van de opgave van de huidige en de autonome situatie.

3.2

Beoordeling op doelbereik

Het voorgenomen beleid in de (ontwerp) Omgevingsvisie wordt getoetst op doelbereik. Per opgave is beoordeeld in hoeverre beleidsmaatregelen een bijdrage leveren aan de gestelde ambitie. Deze beoordeling gaat in op de haalbaarheid van ambities en welke beleidsmaatregelen hieraan bijdragen. De structuur van het OER sluit daarmee zo veel mogelijk aan op de ontwerp omgevingsvisie. Op basis van het kwaliteitsniveau van de huidige situatie, en de verandering die optreedt in de periode tot 2050 (de autonome ontwikkeling), is door middel van expert judgement per hoofdambitie beoordeeld of de beleidsmaatregelen voldoende zijn om de ambities te behalen. De vijf hoofdambities worden hieronder uitgelegd. 1. Stedelijke ontwikkeling, herkenbare en complete wijken Lelystad transformeert naar een toekomstbestendige stad met meer leefkwaliteit. Door strategische verdichting, goede voorzieningen, een divers woningaanbod en zelfvoorzienende wijken ontstaat een aantrekkelijke leefomgeving waar elke generatie zich thuis voelt. 2. Robuust natuurlijk raamwerk, stad en landschap zijn verweven Lelystad verweeft stad en natuur tot een klimaatbestendige, gezonde leefomgeving. Groen en water vormen de basis, met een natuurinclusieve aanpak die zorgt voor beleefbare, diverse en verbonden natuur, groeiend met de stad. 3.

Economische drager, sterk en beleefbaar Lelystad streeft naar een gezonde balans tussen wonen en werken door economische diversiteit en aantrekkelijke werkgebieden te versterken. Dit maakt de stad veerkrachtig, minder afhankelijk van omliggende regio's, en biedt inwoners kansen om dichtbij huis te werken, ondernemen en ontwikkelen. 4. Bereikbare basis Lelystad zet in op een duurzaam mobiliteitssysteem, met focus op lopen, fietsen en openbaar vervoer. Dit

10

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

versterkt bereikbaarheid, leefkwaliteit en verkeersveiligheid, terwijl bewegen een vanzelfsprekend onderdeel wordt van het dagelijks leven. 5. Duurzame ontwikkeling Lelystad maakt ruimte voor de energie- en circulaire transitie. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de beoordeling is uitgevoerd. Op basis van een vijfpuntsschaal is beoordeeld in hoeverre de maatregelen uit de ontwerp Omgevingsvisie een bijdrage leveren aan de ambities uit de ontwerp Omgevingsvisie Tabel 1: Kwalitatieve vijfpuntschaal die gebruikt is voor de beoordeling op doelbereik

Symbool

Toelichting

++

Sterke bijdrage aan doelbereik

+

Beperkte bijdrage aan doelbereik

+/-

Geen impact op doelbereik

-

Beperkte negatieve impact op doelbereik

--

Sterk negatieve impact op doelbereik

3.3

Beoordeling op milieueffecten

De maatregelen die in de omgevingsvisie zijn opgenomen kunnen een positief of negatief hebben op de doelen die gesteld zijn per omgevingsaspect. Daarnaast kunnen ontwikkelingen positieve of negatieve effecten op verschillende omgevingsaspecten hebben. Zo draagt meer stedelijk groen bij aan het tegengaan van de gevoeligheid voor wateroverlast en hittestress, en leidt meer gemotoriseerd verkeer tot een slechtere luchtkwaliteit en meer geluidsoverlast. De beoordeling op milieueffecten heeft als doel om voor de belangrijkste ontwikkelingen te beschrijven waar mogelijke knelpunten en meekoppelkansen ontstaan vanuit positieve of negatieve (neven)effecten van de maatregelen die gesteld zijn in de Omgevingsvisie. In deze beoordeling wordt ook de koppeling gemaakt met de in de Foto van de Leefomgeving opgestelde bouwstenen (belangrijkste aandachtspunten uit de Foto van de Leefomgeving), om te analyseren of de gestelde ambities en maatregelen alle knelpunten aanpakken, of dat er nog knelpunten overblijven die niet worden geadresseerd in de omgevingsvisie. De maatregelen worden getoetst aan de beleidsvelden van deze acht verschillende omgevingsaspecten. 1. Bodem en ondergrond 2. Landschap en natuur 3. Water 4. Economie 5. Leefomgeving 6. Bereikbaarheid en verkeersveiligheid 7. Gezondheid en omgevingsveiligheid 8. Duurzaamheid

11

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

Tabel 2: Kwalitatieve vijfpuntsschaal die gebruikt is voor de beoordeling op milieueffecten.

Symbool

Toelichting

++

Sterke bijdrage aan doelbereik

+

Beperkte bijdrage aan doelbereik

+/-

Geen impact op doelbereik

-

Beperkte negatieve impact op doelbereik

--

Sterk negatieve impact op doelbereik

12

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

4

Foto van de leefomgeving

4.1

Inleiding

De Foto van de Leefomgeving beschrijft de leefomgeving van de gemeente Lelystad. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling tot 2050 worden beschreven in dit hoofdstuk van de rapportage. De huidige situatie en de autonome ontwikkeling samen vormen de referentiesituatie voor het OER.

4.2

Bodem en ondergrond 4.2.1

4.2.1.1

Bodem

Bodemkwaliteit

Ambities • Lelystad streeft naar een afgewogen gebruik en behoud van de kwaliteiten van de bodem en ondergrond (Omgevingsvisie Lelystad 2040). • Gemeente zet zich in voor behoud en, waar nodig, herstel van de bodemkwaliteit. • Lelystad streeft naar een afgewogen gebruik en behoud van de kwaliteiten van de bodem en ondergrond en zal hiervoor, waar nodig, beleid ontwikkelen (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Beleidsdocumenten • Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). • Nota bodembeheer provincie brede samenwerking bodembeleid Flevoland. Fase

Beoordeling

Toelichting

Huidige situatie

++

De bodem is van goede kwaliteit. Lokaal zijn bodemverontreinigingen aanwezig, maar de gemeente heeft hier goed zicht op en ze leiden niet tot knelpunten. De bodem van de gemeente wordt voor een groot deel gebruikt voor overig agrarisch terrein.

Autonome ontwikkeling

++

Op het gebied van bodemkwaliteit zal de situatie autonoom verbeteren. Als ontwikkelingen plaatsvinden waar sprake is van verontreinigingen wordt de grond gesaneerd. Gaandeweg verbetert de bodemkwaliteit daarmee.

+/-

De maatregelen uit de Omgevingsvisie Lelystad scoren over het algemeen neutraal op bodemkwaliteit. Twee maatregelen hebben een sterk positief effect, omdat ze gericht zijn op een integrale aanpak van bodembeheer en het actief verbeteren van de bodem in relatie tot stedelijke ontwikkeling en natuur. Twee andere maatregelen scoren beperkt positief; deze zijn vooral gericht op het voorkomen van negatieve effecten, zoals het behouden van ruimte voor bodemfuncties en het reguleren van de waterstand, maar dragen niet actief bij aan herstel of verbetering van de bodemkwaliteit. De algehele komt daarmee uit op neutraal (+/-).

Doelbereik Omgevingsvisie

Huidige situatie Het bodemgebruik in de gemeente Lelystad is weergegeven in Figuur 4-1. Zichtbaar is dat de bodem van de gemeente voor een groot deel gebruikt wordt voor overig agrarisch terrein. Bij de Oostvaardersplassen is sprake van open nat natuurlijk terrein en Lelystad betreft voornamelijk woongebied met sociaal-culturele voorzieningen. Er zijn twee grote en meerdere kleine bedrijventerreinen in de gemeente en aan de noordoostelijke rand van de stad liggen bosgronden.

13

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

Figuur 4-1: Bodemgebruik kaart (Atlas Natuurlijk Kapitaal, 2017).

De bodemkwaliteit in Lelystad is in hoofdlijnen op orde. De bodemkwaliteitskaart geeft de functieklasse weer van de bodemkwaliteit die in een bepaald gebied mag worden toegepast. In Figuur 4-2 is de algemene indeling in functieklasse bodem weergegeven. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat zowel de kwaliteit van de te ontgraven grond (ontgravingskaart, zie figuren hierna) als de toepassingseisen voor de toe te passen grond de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ van toepassing is. Het geldt voor alle bodemkwaliteitszones van de gemeente Lelystad. Dit betekent dat op basis van de bodemkwaliteitskaart vrij grondverzet binnen de gemeente mogelijk is; de verwachte kwaliteit van de te ontgraven grond komt overeen met de toepassingseis ter plaatse van de toepassingslocatie. In de gebieden die zijn aangewezen waar grond met de kwaliteitsklasse ‘wonen’ mag worden toegepast, geldt dat deze grond schoon genoeg is om toe te passen in woonwijken, in tuinen en speelplaatsen. Uit de kaart volgt voorts dat de bermen van openbare wegen buiten de bebouwde kom en enkel bermen van grote doorgaande wegen binnen de bebouwde kom van Lelystad, de functieklasse ‘Industrie’ hebben gekregen.

Voorafgaand aan toepassing van grond op basis van de bodemkwaliteitskaart wordt wel altijd nagegaan of er, met name op de herkomstlocatie, reden is om te controleren of de verwachte kwaliteit daadwerkelijk nog aanwezig is. Het is niet verwonderlijk dat de bodemkwaliteit in Lelystad op orde is. Lelystad is immers pas in de tweede helft van de 20e eeuw gesticht, dus er is geen sprake van historische bodemverontreinigingen door industriële activiteiten. De jonge geschiedenis van de regio zorgt er daarnaast voor dat er een goed overzicht is van de bodemkwaliteit.

14

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

Figuur 4-2 : Bodemfunctieklassekaart gemeente Lelystad (WSP, 2024).

In Figuur 4-3 wordt de ontgravingskaart bovengrond weergegeven en in Figuur 4-4 wordt de ontgravingskaart ondergrond weergegeven. Deze kaarten geven weer welke bodemkwaliteit verwacht wordt op onverdachte locaties in een bepaald gebied.

Figuur 4-3: Ontgravingskaart bovengrond (0-0,5 m-mv).

Figuur 4-4: Ontgravingskaart ondergrond (0,5-2,0 m-mv).

De gemeente zet zich in voor het behoud en waar nodig herstel van deze kwaliteit. Lokaal zijn bodemverontreinigingen aanwezig. Bij het huidige bodemgebruik worden verontreinigingen niet aangepakt. Als het bodemgebruik wijzigt, moet de verontreiniging worden aangepakt door de initiatiefnemer. Overeenkomstig de regels in de Omgevingswet moeten nieuwe verontreinigingen door de veroorzaker ongedaan gemaakt worden. 15

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

In de provincie Flevoland vindt veel grondverzet plaats. De zes gemeenten in Flevoland hebben een gezamenlijke Nota bodembeheer vastgesteld, waardoor de regels in de gehele provincie hetzelfde zijn. In de Nota bodembeheer staat aangegeven aan welke eisen het hergebruik van (licht verontreinigde) grond moet voldoen. De uitgangspunten van de Nota bodembeheer zijn: • • •

• •

Het beheergebied omvat het grondgebied van de zes Flevolandse gemeenten samen; De norm voor bodemvreemd materiaal in toe te passen grond is 5% (behoudens enkele uitzonderingen); Lokale Maximale Waarden (LMW) op het niveau van kwaliteitsklasse ‘wonen’ gelden: - In alle gemeenten voor bermen van openbare gemeentelijke en provinciale wegen buiten de bebouwde kom (met uitzondering van bermen die deel uitmaken van een natuurgebied); - In Lelystad voor bermen van de dreven die worden aangeduid als de ‘hoofdruit’ en de aansluitingen van de hoofdruit naar Dronterweg, Larserweg en Markerwaarddijk; - In Almere voor Industrieterrein ”De Vaart I, II en III”; Voor de beoordeling van de kwaliteit van de ondergrond, dieper dan 2 meter, geldt een lichter onderzoeksprotocol; Het verplichte bodemonderzoek bij bouwaanvragen kan in sommige gevallen achterwege blijven.

Autonome ontwikkeling Op het gebied van bodemkwaliteit zal de situatie autonoom verbeteren. Als ontwikkelingen plaatsvinden waar sprake is van verontreinigingen zal de grond gesaneerd moeten worden. Gaandeweg verbetert de bodemkwaliteit daarmee. Intensieve landbouwpraktijken kunnen echter wel bijdragen aan de achteruitgang van het bodemleven, onder meer door het gebruik van monoculturen. Verzilting in de gemeente Lelystad is momenteel beperkt vanwege de ligging in een drooggemalen polder (onder zeeniveau) en het feit dat het IJsselmeer een belangrijke bron van zoet water is voor irrigatie. Desondanks blijft verzilting een potentieel risico op de lange termijn door klimaatverandering, zeespiegelstijging en mogelijke veranderingen in waterbeheer.

4.2.1.2

Ondergrond

Ambities • Omgaan met bodemdaling (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Beleidsdocumenten • Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). • Nota bodembeheer provincie brede samenwerking bodembeleid Flevoland. Fase

Beoordeling

Toelichting

Huidige situatie

In Lelystad is bodemdaling minder hevig dan elders in Flevoland. Ondertussen groeit de aandacht voor ondergrondse functies, zoals warmte- en koudeopslag, wateropvang en ruimte voor infrastructuur. Er wordt gewerkt aan beleid om ondergrondse functies en bodemkwaliteit te beschermen.

Autonome ontwikkeling

Bodemdaling en klimaatverandering bedreigen de bodemfuncties in Flevoland, met name in landbouwgebieden. In Lelystad neemt de druk op de ondergrond toe door woningbouw, de energietransitie en infrastructuur, wat vraagt om slimme ruimtelijke ordening.

Doelbereik Omgevingsvisie

Vrijwel alle maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben een neutraal effect op bodemdaling. Drie maatregelen dragen beperkt positief bij, vooral via klimaatadaptatie, waterbeheer en bescherming van de bodemstructuur. Ze richten zich echter niet direct op de oorzaken van bodemdaling. Gelet op het feit dat de maatregelen voornamelijk geen effect hebben en er slechts een paar zijn die een beperkt positief effect hebben op bodemdaling, is de beoordeling beperkt negatief (-).

16

-

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

Huidige situatie Bodemdaling is in het noordwesten van Lelystad aan de orde. Bodemdaling komt in Lelystad voor, maar de impact verschilt per locatie. Lelystad heeft met name te maken met een zeer sterke bodemdaling en een sterke bodemdaling in het noordwesten. Naast bovengronds ruimtegebruik en de milieu hygiënische bodemkwaliteit krijgen ondergrondse functies steeds meer aandacht, zoals opslag van warmte en koude, opvang en vasthouden van (regen) water, ruimte voor kabels en leidingen. Op dit moment wordt beleid ontwikkeld zodat de kwaliteiten van het bodem- en ondergrondsysteem niet worden aangetast. Een bodemkaart van Lelystad is toegevoegd in Figuur 4-5.

Figuur 4-5: Bodemkaart Lelystad, kwaliteitscatalogus (MUST, 2023).

Autonome ontwikkeling De bodem is de drager van de fysieke leefomgeving. Naast ruimte om veilig te bouwen en te wonen is voor bijvoorbeeld de circulaire economie, energievoorziening, voedselvoorziening, mobiliteit en kennis over de (pre)historie de rol van de ondergrond evident. Bodemdaling, klimaatverandering, verdroging, uitputting en verontreiniging kunnen deze functies bedreigen. Bodemdaling De komende jaren krijgt Flevoland steeds vaker te maken met de gevolgen van bodemdaling. In het landelijk gebied is dit te zien door vernatting van de bodem, dat is nu al voelbaar is in het gebied onder Emmeloord, in het gebied westelijk van Zeewolde en aan de oostelijke randen van Almere. Op den duur zal dit op meer plaatsen optreden, waardoor de hoogwaardige landbouw onder druk kan komen te staan. 1 Het beeld volgt uit de bodemdaling verwachtingenkaart dat voor Lelystad bodemdaling op termijn voor problemen kan zorgen.

1 Nieuwe bodemdalingskaart Flevoland bevestigt beeld | Waterschap Zuiderzeeland.

17

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

Figuur 4-6: Bodematlas Flevoland, bodemdaling voorspellingskaart tot 2100 – scenario hoog, sterke klimaatverandering.

Ten aanzien van bovenstaande figuur dient opgemerkt te worden dat de kaart minder nauwkeurig is omdat voor de provincie Flevoland geen updates van de invoerdata beschikbaar zijn. De gegevens waarop de kaart gebaseerd is, komen van een vorige versie van de bodemdalingsvoorspellingskaart en zijn aangepast naar de relevante periode. De voorspellingskaart is ook relatief onbetrouwbaar doordat de brondata kwalitatief minder goed zijn of de relevante bodemdalingsprocessen niet goed worden gemodelleerd door het model. Voor een toelichting voor de situatie in het stedelijk gebied en in Flevoland en de jonge polders wordt verwezen naar de technische toelichting behorend bij de bodemdalingsvoorspellingskaart (Actualisatie bodemdalingsvoorspellingskaarten, Deltares 2021). In 2023 heeft Deltares een rapport opgesteld over de bodemdalingsprognose van de provincie Flevoland. De bodemdalingsprognosekaart voor het zichtjaar 2100 is weergegeven in Figuur 4-7. In deze kaart is de bebouwde omgeving niet opgenomen in de prognose omdat maaiveldhoogteverandering in stedelijk gebied gecompliceerd is door renovaties/ophogingen, de daling sterk wordt bepaald door de wijze waarop wijken bouwrijp zijn gemaakt en/of gerenoveerd.

Bodemdaling kan in de bebouwde omgeving daarnaast ook over het algemeen sterk verschillen voor wegdelen, bermen/parken, sportvelden en dergelijke (Bodemdalingsprognose Flevoland, Deltares 2023).

18

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

Figuur 4-7: Bodemdalingsprognose voor de periode 2020-2100; links: lage prognose, midden: basisprognose (beste schatting); rechts: hoge prognose.

Ruimtelijke ordening in de ondergrond Naar verwachting neemt de druk op de ondergrond in de toekomst toe, met name door de diverse ontwikkelingen die voor de meeste gemeenten in Nederland gelden. Allereerst is er de Lelystadse woningbouwambitie die voorzien zal moeten worden van alle kabels en leidingen. Daarnaast spelen er nationale thema’s, zoals de energietransitie waarvoor er warmtenetten dienen te worden aangelegd, de riolering wordt gescheiden, parkeerplaatsen en afvalcontainers worden vaker onder de grond aangelegd. Voor piekbelasting van neerslag en in het kader van netcongestie is er vraag naar ruimte in de ondergrond. Verder is het wegens de Telecommunicatiewet mogelijk om kabels en leidingen aan te leggen, hier dient de gemeente rekening mee te houden bij nieuwe ontwikkelingen. Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld bodem & ondergrond: •

•

•

•

Archeologie: de bodem herbergt naast sporen uit de prehistorie en de Romeinse tijd het grootste maritiemarcheologisch archief dat ons land rijk is. De bodem is medebepalend voor bepaalde typen landschappen en historische structuren. De bescherming hiervan heeft nauwe raakvlakken met het thema bodem en ondergrond. Stedelijk groen: de ondergrond in de bebouwde kom wordt steeds drukker. Bij het ontbreken van een afwegingskader voor ruimtegebruik in de ondergrond kan dit leiden tot risico’s voor de inpassing van boomwortels. Duurzame warmte en -elektriciteit: een knelpunt kan worden gevonden wanneer er wordt gekeken naar de functies in de ondergrond. Onder andere door verrommeling kan het risico groter worden dat door onzorgvuldig ruimte gebruik bepaalde functies, bijvoorbeeld op het gebied van bodemenergie en duurzame warmte en -elektriciteit, niet meer inpasbaar zijn. Een voorbeeld hiervan is het verdeelvraagstuk bij de groei van warmte-koude opslagen. Grond- en oppervlaktewater: de gesteldheid van de bodem speelt een rol in het vasthouden, bufferen en filteren van water. Tevens draagt het bij aan genoeg gezond grond- en oppervlaktewater.

Bouwstenen voor de Omgevingsvisie

19

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

• • •

Bodembeleid actualiseren en inspelen op de laatste inzichten, bijvoorbeeld ten aanzien van bodemdaling. Aansluiten bij het gebiedsproces bodemdaling van de provincie Flevoland kan kansrijk zijn voor het ontwikkelen van maatregelen.2 Kamerbrief ‘Bodem en water sturend’ kan leiden tot belangrijke randvoorwaarden voor ruimtelijke ontwikkelingen vanuit de ondergrond. Het is goed voor de gemeente om een analyse te maken van de opgaven die opgelegd zijn vanuit het Rijk aan de gemeente, zodat de gemeente deze opgaven nu al mee kan nemen bij alle ontwikkelingen. Het Rijk schrijft hierover dat WBS een grote rol speelt in het project van Waterfront Lelystad (Water en Bodem Sturend, 2024). De gemeente kan een analyse maken van de opgaven die vanuit het Rijk worden opgelegd aan gemeente, zodat de gemeente deze opgaven mee kan nemen in de ontwikkelingen.

2 Gebiedsproces bodemdaling - Provincie Flevoland.

20

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

4.3

Landschap en natuur 4.3.1

Landschap en ruimtelijke kwaliteit

Ambities • • • •

Doel is om het landelijk gebied te versterken en stedelijke functies tegen te gaan in het open landschap. (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Lelystad streeft naar een afgewogen gebruik en behoud van de kwaliteiten van de bodem en ondergrond (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Polderlandschap grootschalig en openhouden. In agrarisch gebied wordt verdere verstedelijking beperkt en wordt er zorgvuldig ruimte geboden voor grootschalige energie-opwek (Lelystadse Adaptatie Strategie 2023).

Beleidsdocumenten • • • • •

Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). Strategie Agenda Natuur 2030 (Gemeente Lelystad, 2023). Lelystadse Adaptatie Strategie 2023 (Gemeente Lelystad, 2023). Kustvisie Lelystad 2030 (Gemeente Lelystad, 2020). Programma ‘Van Groen Dromen naar Groen Doen’ (Gemeente Lelystad, 2023).

Fase

Beoordeling

Huidige situatie

Autonome ontwikkeling

Doelbereik Omgevingsvisie

Toelichting

+

De gemeente Lelystad ligt in een functioneel ingericht polderlandschap met lichte kleibodem, open agrarisch buitengebied en bossen met hoge natuur- en recreatiewaarde. Delen van de gemeente zijn Natura 2000-gebied en NNN, waaronder het Markermeer & IJmeer, de groene randzone en de Oostvaardersplassen, met belangrijke natuurwaarden zoals moerasecosystemen en leefgebieden voor verschillende fauna.

+

Ontwikkelingen zoals de energietransitie, woningbouw en infrastructuur brengen uitdagingen met zich mee voor de gemeente. Deze ontwikkelingen leggen druk op het polderlandschap, dat belangrijk is voor de Lelystadse identiteit. Het landschap veroudert, wat gevolgen heeft voor de ecologie en uitstraling. Ruimteclaims voor projecten zoals de Lelylijn en een hoogspanningsstation versterken deze druk.

-

De meeste maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben een neutraal of beperkt positief effect op het landschap en de ruimtelijke kwaliteit, vooral door behoud en kwalitatieve verbetering van groen en het voorkomen van negatieve effecten. Enkele maatregelen, zoals de aanleg van nieuwe energie-infrastructuur, hebben een beperkt negatief effect op de ruimtelijke beleving, maar deze impact blijft meestal beperkt door zorgvuldige inpassing. Innovatieve of ingrijpende verbeteringen blijven echter uit. Gelet op het voorgaande, is de overkoepelende beoordeling beperkt negatief (-).

Huidige situatie Het landschap in en rondom de gemeente Lelystad is gemaakt in navolging van de drooglegging van de polder in de jaren ’50 van de 20e eeuw. Als gevolg hiervan bestaat de bodem voornamelijk uit lichte klei (Strategie Agenda Natuur). Rond de stad en de stadswijken bevinden zich grootschalige bossen, die op haar beurt weer zijn verbonden met de dreven en met waterbouwkundige elementen zoals dijken en het werkeiland. Het landschap van de gemeente is voornamelijk functioneel ingericht, het bestaat uit monotone structuren met rechte wegen en eensoortig groen langs wegen en in de bermen. De dreven functioneren als groene en lange lijnen die de verbinding vormen met het buitengebied. Het buitengebied van Lelystad heeft een open landschap en heeft een sterke agrarische functie (Lelystadse Adaptatie Strategie 2023). De bosgebieden hebben hoge natuur- en recreatieve waarden en zijn nog in ontwikkeling.

21

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

Het huidige grondgebruik van de gemeente Lelystad is weergegeven in Figuur 4-8. De gemeente Lelystad heeft een totale oppervlakte van 76.545 ha. Zoals zichtbaar op de kaart, bestaat de stad primair uit bebouwd gebied. Het buitengebied wordt voornamelijk gekenmerkt door agrarisch gras, bossen en percelen voor (overige) landbouwgewassen. Figuur 4-9 laat de natuurclassificatie meer in detail zien. Circa 7.149 ha van het totale oppervlakte van de gemeente bestaat uit bos en open natuurlijk terrein, ten opzichte van 2.722 ha dat bestaat uit (semi-) bebouwd terrein (CBS, 2017). Wateren beslaan het grootste deel van het landschap in de gemeente: een totaal 53.645 ha bestaat uit binnenwater, waaronder het IJsselmeer/Markermeer, recreatief binnenwater en overig binnenwater.

Figuur 4-8: Grondgebruik in de gemeente Lelystad in 2023, op basis van het Landelijk Grondgebruik Nederland (LGN) (LGN, 2023).

22

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

Figuur 4-9: Natuurclassificatie in de gemeente Lelystad in 2023 (LGN, 2023). In Figuur 4-9 is een kaart weergegeven van de belevingswaarde van het landschap in de gemeente Lelystad. Gelet op het jaar waaruit deze kaart dateert (2010), sluit deze niet volledig aan bij het actuele ruimtegebruik van de gemeente. De kaart laat desalniettemin zien hoe het buitengebied en de zones rondom Lelystad ervaren worden wat betreft het landschap. De belevingswaarde wordt hoger naarmate de stedelijke omgeving verlaten wordt. Waar de belevingswaarde van het landschap rondom het stedelijk gebied een cijfer van 6 of lager krijgt, ligt het cijfer in het buitengebied hoger dan 7,5.

23

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

Figuur 4-10: Belevingswaarde van het landschap (Alterra Wageningen UR, Atlas Natuurlijk Kapitaal, 2010)

Het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer ligt voor een groot deel binnen de gemeente Lelystad. Het Natura 2000-gebied IJsselmeer ligt deels binnen de gemeentegrenzen. Het Natura 2000-gebied Oostvaardersplassen bevindt zich vrijwel geheel in het gemeentelijk gebied. Daarnaast bestaat een deel van de gemeente uit Natuurnetwerk Nederland (NNN)Dit zijn de gebieden waar de natuur voorrang heeft en waar de natuur behouden en versterkt moet worden. De kenmerken en waarden van een groot deel van het NNN dat er zich bevindt, zijn graslanden, aangewezen broed- en rustgebieden voor moeras- en watervogels, moerasecosystemen en leefgebieden voor ruiende grauwe ganzen, edelherten, runderen en paarden.

24

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

Figuur 4-11: Uitsnede Natura 2000-gebieden gemeente Lelystad.

Autonome ontwikkeling Het (polder)landschap en de verweving met de stad geeft de gemeente Lelystad haar identiteit. Het landschap in het buitengebied, dat met name gekenmerkt wordt door agrarisch beheer, is hier een belangrijk onderdeel van. Onder meer in dit gebied is er sprake van diverse ontwikkelingen waarbij ruimteclaims een rol spelen, met name op het gebied van energietransitie, duurzaamheid, economische groei, woningbouw en infrastructuur. De verankering van de gemeente Lelystad in regionale en nationale netwerken verbindt ze qua infrastructuur bijvoorbeeld met ontwikkelingen die spelen omtrent de Lelylijn, Lelystad Airport, Flevokust Haven, de A6 en de N23/A23. De energietransitie vraagt voorts om ruimte door de geplande realisatie van een hoogspanningsverbinding en een nieuw hoogspanningsstation. Hetzelfde geldt voor mogelijke zoeklocaties van defensie in het buitengebied, ten oosten van de Vogelweg in de gemeente Lelystad. In Lelystad Noord speelt de vraag in hoeverre er wel of geen woningen worden toegevoegd in het kader van de woningbouwopgave. In de Omgevingsvisie worden keuzes gemaakt in de ontwikkelstrategie; vindt er verdichting in de stad plaats of worden er buiten de stad woningen gerealiseerd.

Op het gebied van bedrijvigheid speelt een dergelijk vraagstuk, waarbij de vraag speelt of er gebouwd gaat worden bij een deel van Noordersluis of Zuiderhage, of dat elders bedrijfsgronden gerealiseerd worden. Het landschap staat door deze ontwikkelingen onder druk. De grootschaligheid is kwetsbaar voor ruimtelijke interventies. Daarnaast raakt het landschap ‘op leeftijd’. Inheems gebruikte boomsoorten hebben hun volwassen leeftijd bereikt en aftakeling van structuren is zichtbaar. De kenmerkende omzomende erfbeplantingen (de zogenaamde windsingels om bedrijven een van de landschappelijke karakteristieken van het polderlandschap) die belangrijk zijn voor landschappelijke inpassing van bedrijven en als ecologische stepping stones functioneren, brokkelen af door groei van bedrijven en door veroudering, Karakteristieke polderwegen met brede bermen hebben een herkenbare doch monotone inrichting bestaande uit grasbermen met eensoortige laanbeplanting. Ook hier speelt verval een rol. In de huidige tijd kunnen deze structuren meer betekenis krijgen op het gebied van aantrekkelijkheid en biodiversiteit.

25

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld landschap en ruimtelijke kwaliteit: •

•

•

•

•

•

Natuur en biodiversiteit: de indeling en het gebruik van het landschap alsook de ruimtelijke kwaliteit ervan heeft invloed op de natuurlijke omgeving en de diversiteit aan flora en fauna die er aanwezig zijn. Ook heeft het invloed op de belevingswaarde en daarmee de waardering van het landschap. Ruimteclaims hebben effect op de karakteristieke openheid van het polderlandschap en de beleving van deze openheid. Economie: een aantrekkelijk en goed onderhouden landschap kan een positief effect hebben op de lokale economie, niet alleen doordat het bijdraagt aan toerisme en recreatie maar ook doordat het een positieve invloed kan hebben op het vestigingsklimaat voor bedrijven. Wonen: de woningbouwopgave vergt ruimte en beïnvloedt het landschap en de ruimtelijke kwaliteit. Enerzijds geldt dat waar ingezet wordt op uitbreiding, dit kan botsen met aanwezige landschappelijke elementen. Anderzijds geldt dat een goed ontworpen landschap met hoogwaardige ruimtelijke kwaliteit zorgt voor aantrekkelijke woonlocaties en een prettige leefomgeving. Duurzame elektriciteit: de ruimtelijke inrichting van het landschap speelt een rol bij de inpassing van duurzame energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie. Daarnaast is er meer behoefte aan opslag van deze energie in batterijen.

De kwaliteit van het landschap kan door de inrichting met deze energiebronnen botsen met de ambitie om het landelijk gebied te versterken. Cultuurhistorie en archeologie: het landschap weerspiegelt de historie van de gemeente en de cultuurhistorie van het verleden voordat Flevoland een polder werd. Cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten benutten kan zorgen voor een verrijking van de ruimtelijke kwaliteit. Landschappelijke ontwikkelingen kunnen daarentegen ook ten koste gaan van cultuurhistorische en archeologische elementen. Omgevingskwaliteit: de inrichting van het landschap heeft direct invloed op de algehele kwaliteit van de leefomgeving.

Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •

• • • • • • • • •

De verbondenheid van de stad met de omgeving voor met name langzaam verkeer is in de huidige situatie beperkt. Zet in op het aanbrengen en versterken van de verbinding vanuit de natuur naar de stad en andersom zodat het groene buitengebied beleefd kan worden door de inwoners. Om de verbondenheid met het buitengebied te verbeteren, zijn schakels die de gebieden met elkaar verbinden van belang. Op deze manier kan de ambitie om het landelijk gebied te versterken worden waargemaakt. De ecologische groen/blauwe structuur vaststellen zodat invulling wordt gegeven aan ontbrekende schakels en een bijdrage geleverd kan worden aan de stedelijke en landschappelijke structuur. Werken aan een draagkrachtig landschap om ruimte te kunnen bieden aan de energietransitie en andere ruimteclaims (o.a. defensie) en dit laten terugkomen in de Omgevingsvisie. Invulling geven over wat kwalitatief goede landbouwgronden zijn, waar stedelijke ontwikkeling niet wenselijk is. Het buitengebied typeren door middel van gebiedsindelingen, waarbij per type de mogelijke ontwikkelingen worden bepaald. Ruimte bieden aan andere vormen van grondgebruik/gewasteelt ten gunste van duurzaam bouwen. Werken aan een aantrekkelijk buitengebied in verbinding met de stad, recreatieve toegankelijkheid en aantrekkelijkheid en verbinden van stadsbewoners met agrarische producten.

Beschermen van nog open polderlandschappen en door intensivering van landschapsstructuren ruimte bieden aan nieuwe grootschalige ontwikkelingen zoals de energietransitie. Inzetten op behoud en herstel erfsingels. Bij de (her)inrichting van het landschap dient de opbouw en de samenstelling van de ondergrond onderzocht te worden.

4.3.2

Cultuurhistorie en archeologie

Ambities • •

26

Cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten worden niet alleen beschermd maar ook benut bij ruimtelijke vraagstukken (Omgevingsvisie Lelystad 2040). Toekomstige inwoners van Lelystad moeten ook in de toekomst de stedenbouwkundige, cultuur- en architectuurhistorische waarden kunnen blijven ervaren (Omgevingsvisie Lelystad 2040).

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

Beleidsdocumenten •

Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021).

Fase

Beoordeling

Huidige situatie

-

Toelichting Erfgoedlocaties zijn onder andere het Werkeiland Lelystad-Haven, met de oudste gebouwen van de Zuidelijke Flevopolders, en het gebouw De Kubus, beide aangewezen als gemeentelijke monumenten. Ondanks de jonge leeftijd van de gemeente, heeft Lelystad relevante architectuur en archeologische resten uit de periode van voor de drooglegging, zoals scheepswrakken uit de middeleeuwen en nederzettingen uit het Neolithicum. De gemeente werkt aan erfgoedbeleid. Erfgoed vormt een belangrijk onderdeel van

ruimtelijke kwaliteit, omdat het karakter, schoonheid en een gelaagdheid in tijd aan een gebied geeft. Wanneer je erfgoed integraal en gebiedsgericht benadert, draagt het bij aan het gezamenlijke verhaal en identiteit van de stad en kun je het inzetten voor andere beleidsvelden, zoals woningbouw, ruimtelijke inrichting, economie en toerisme, maar ook voor klimaatbestendige inrichting of verduurzaming van gebouwen.

Autonome ontwikkeling

Doelbereik Omgevingsvisie

-

De gemeente wil erfgoed beschermen en benutten via ‘behoud door ontwikkeling’ om cultuurhistorische waarden te behouden en ruimtelijke kwaliteit te versterken. De gemeente streeft hierbij naar een volwaardig erfgoedbeleid waarbij binnen de ontwikkeling van de stad aandacht is voor het behouden, benutten en beleven van waardevol erfgoed Beleid wordt ontwikkeld om druk door ontwikkelingen en klimaatverandering op erfgoed te beperken.

+

Vrijwel alle maatregelen uit de Omgevingsvisie hebben geen effect op cultuurhistorie, behalve drie. Het behoud en herstel van erfsingels heeft een beperkt positief effect, terwijl het benutten van cultuurhistorie en het toevoegen van kunst en cultuur in de openbare ruimte sterk positief bijdragen aan de beleving en identiteit van het gebied. Het effect is daarmee beperkt positief (+).

Huidige situatie Cultuurhistorie De inpolderingsgeschiedenis van Flevoland kenmerkt de aanwezige cultuurhistorie in de gemeente Lelystad, met name als het gaat om het ontstaan en de ontwikkeling van de stad. Hierbij wordt er een onderscheid gemaakt tussen drie ontwikkelingsfases: de inpoldering van de Flevopolder, de modernistische stad (Lelystad is het stedenbouwkundig prototype van een functionalistische stad met modernistische ontwerpprincipes) en de volwaardige stad (Lelystad wordt in 1980 een zelfstandige gemeente met een bovenregionale functie, wat zich vertaalt in de bouw van woningen voor Randstedelingen en de daarbij horende voorzieningen). Deze fases uit de geschiedenis van Lelystad kunnen als kaders dienen voor het waarderen van het jonge erfgoed. Elk van de drie fases heeft namelijk objecten en terreinen opgeleverd waaraan cultuurhistorische waarde is toegekend (Cultuurhistorie in Lelystad, 2007). Ten aanzien van erfgoed zijn in 2017 gemeentelijk monumenten op het Werkeiland Lelystad-Haven aangewezen. Op het Werkeiland Lelystad-Haven staan de oudste huizen van de Zuidelijke Flevopolders. Vanaf 1951 werden er houten barakken gebouwd. In 1952 werd er een begin gemaakt met de bouw van een stenen kamp. Hier woonden dijk- en polderwerkers en later ook personeel van het gemaal, sluiswachters en politieagenten.

In 1954 is de Knardijk gereed gekomen en kan het werkeiland niet meer beschouwd worden als ‘eiland’, maar vanwege het hoogteverschil met het omringende land zijn de contouren van het werkeiland nog steeds zichtbaar. Daarnaast is het gebouw De Kubus, het centrum voor kunst en cultuur, aan de rand van het stadscentrum aanwezen als gemeentelijk monument in 2020. Lelystad kent ondanks haar relatief jonge leeftijd waardevolle gebouwen die iets verstellen over het ontstaan en de ontwikkeling van de stad en haar geschiedenis. De structuur van de stad laat haar ontwerpgeschiedenis zien. Zoals een vooraf ontworpen New Town: een compleet nieuwe stad volledig gepland op basis van een masterplan. Lelystad kent daarmee veel Post 65 gebouwen. Dit is de term voor de architectuur vanaf de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw. Archeologie De gemeente Lelystad kent vanwege haar relatief jonge leeftijd met name archeologische resten die dateren uit de periode dat Flevoland nog niet was drooggelegd. Tot het moment van inpoldering werd het gebied druk bevaren, 27

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

voornamelijk door vrachtschepen. Bij de inpoldering van Flevoland zijn er veel scheepswrakken teruggevonden. In heel Flevoland bedraagt het aantal circa 450 scheepswrakken uit de late middeleeuwen (Monumentenregister), waarvan circa 60 op grondgebied van de gemeente Lelystad. De verwachting is dat in zowel land- als waterbodem nog een onbekend aantal scheepswrakken aanwezig zijn. Eén van de ontdekte scheepswrakken, daterend uit 1460 en vergaan ten noorden van de huidige Houtribsluizen, is aangewezen als archeologisch rijksmonument. Nabij de huidige Visvijverweg bevindt zich daarnaast een terrein met resten van een nederzetting uit het vroegneolithicum Bmiddenneulithicum A. Voorts zijn er archeologische resten te vinden die teruggaan tot het Mesolithicum (tot 8.000 jaar voor Christus). Over nog oudere perioden is weinig bekend. Wel is in zand, afkomstig van zandwinningen in het Markermeer, materiaal gevonden afkomstig van dieren die in diverse warme en koude perioden in dit gebied voorkwamen. De gemeente wil haar erfgoed beschermen voor volgende generaties. Daarom wordt momenteel een volwaardig erfgoedbeleid ontwikkeld, zowel voor het bovengrondse erfgoed als voor archeologisch erfgoed. Voor het maken van het erfgoedbeleid maakt de gemeente gebruik van de onderzoeken, en de inbreng van inwoners.

Voor de begeleiding is een klankbordgroep ingesteld met vertegenwoordigers van erfgoedorganisaties. De verwachting is dat het erfgoedbeleid in 2025 wordt vastgesteld. Autonome ontwikkeling Een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Lelystad is weergegeven in Figuur 4-12. Op de kaart zijn terreinen met een bepaalde mate (hoog, zeer hoog, zeer hoog en beschermd) van archeologische waarde zichtbaar. Lelystad wil garanderen dat toekomstige inwoners de cultuurhistorische en architectuurhistorische waarden van de gemeente ook in de toekomst kunnen blijven ervaren. Het concept van ‘behoud door ontwikkeling’ staat hierbij centraal. Dit houdt in dat de focus de komende jaren ligt op het beschermen en benutten van cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten bij ruimtelijke vraagstukken (Omgevingsvisie Gemeente Lelystad 2040). Niet alleen komt dit het erfgoed ten goede (behoud), het draagt bij aan het door ontwikkelen van de kwaliteit van het ruimtelijk ontwerp (ontwikkeling). Het boven- en ondergrondse erfgoedbeleid wordt momenteel door de gemeente ontwikkeld. Onderwerpen zoals erfgoed spelen een groeiende rol in de ontwikkeling van de gemeente en het volwassen worden van de stad. De ontwikkeling van beleid op deze onderwerpen is dan ook van belang om de culturele en historische waarden te kunnen blijven waarderen en om ze te beschermen of te benutten.

Ontwikkelingen die ruimte in beslag nemen en in de toekomst spelen (bijvoorbeeld woningbouw, uitbreiding van infrastructuur en toenemende bedrijvigheid), kunnen druk leggen op archeologische elementen en cultuurhistorische elementen die kenmerkend zijn voor de gemeente Lelystad. Gelijktijdig kunnen deze elementen ook inspiratie bieden en (belevings)waarden of identiteit toevoegen aan fysieke ontwikkelingen. Klimaatverandering is een autonome ontwikkeling die een negatief effect kan hebben op archeologische resten. Menselijke ingrepen door klimaatadaptatie kunnen bijvoorbeeld leiden tot verstoring van archeologische elementen. Hetzelfde geldt voor bodemerosie door extreem weer of veranderingen in grondwaterstanden door droogte of hevige regenval als gevolg van klimaatverandering.

28

Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

COLOFON155

Figuur 4-12: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart gemeente Lelystad (Cultuurhistorische waardenkaart).

Raakvlakken De volgende omgevingsaspecten hebben een raakvlak met het beleidsveld cultuurhistorie en archeologie: •

•

•

• •

Wonen: inbreiding door te bouwen binnen de bestaande bebouwing kan mogelijk ten koste gaan van aanwezige cultuurhistorie. Bij uitbreiding dient op aangegeven locaties archeologisch (voor)onderzoek gedaan te worden. Dit kan mogelijk leiden tot het aanpassen van plannen voor het behoud van archeologisch erfgoed. Landschap en ruimtelijke kwaliteit: rekening houden met historische elementen bij ruimtelijke vraagstukken kan het landschap en de ruimtelijke kwaliteit verhogen doordat het bijdraagt aan de oorspronkelijke identiteit en karakter van een bepaald gebied. Recreatie en toerisme: cultuurhistorische en archeologische kwaliteiten die aanwezig zijn in de gemeente kunnen een aantrekkingsbron vormen voor toeristen. Een voorbeeld zijn de scheepswrakken die bij het inpolderen van Flevoland zijn teruggevonden. Economie: het behouden, en mogelijk ontwikkelen van de aanwezige cultuurhistorie en archeologie, biedt economische kansen aangezien het bezoekers naar de gemeente trekt en daarmee inkomsten genereert. Droogte en hittestress: door lagere grondwaterstanden kunnen archeologische waarden, zoals scheepswrakken, bedreigen.

Bouwstenen voor de Omgevingsvisie •

•

•

29

Schenk in de Omgevingsvisie voldoende aandacht aan de aanwezige cultuurhistorie en archeologie in de gemeente in het kader van het beleid dat hiervoor momenteel ontwikkeld wordt. Deze actualisatie is wenselijk gezien het voorgaande beleid uit 2008 komt en de aangenomen motie om te komen tot een volwaardig gemeentelijk erfgoedbeleid in 2021. Maak duidelijke keuzes ten behoeve van het bewaren van waardevolle cultuurhistorie. Zet de stad daarbij niet op slot. Elke stad groeit organisch, hoewel in zijn geheel in een korte periode is ontworpen, moet dit niet betekenen dat daarmee de hele structuur en bouw op slot gaat wanneer de huidige tijd (functionele) aanpassingen vraagt. Er dient gezocht te worden naar een goede balans tussen behoud en ontwikkeling. In de Omgevingsvisie 2040 speelde de vraag welke cultuurhistorische gebouwen, ensembles en/of gebieden behouden moeten blijven. Maak in de nieuwe Omgevingsvisie duidelijk welke belangen van de (lokale) cultuurhistorie daadwerkelijk behartigd moeten worden, onder meer in het kader van toekomstige Onze referentie: OER Lelystad - Datum: 25 september 2025 - Public

ontwikkelingen, zodat ze benut kunnen worden bij ruimtelijke vraagstukken.

4.3.3

Stedelijk groen

Ambities • • • • • • •

We verbinden het stedelijk groen nog beter met de grote natuurgebieden rondom de stad (Strategie Agenda Natuur 2030). Lelystad in de top 5 groenste steden van Nederland (Strategie Agenda Natuur 2030). Toekomstbestendige groenstructuren met een hogere natuurwaarde (Strategie Agenda Natuur 2030). Verhogen van gebruiks- en beleefwaarde van bestaand groen. ‘Groen, tenzij’: de openbare ruimte (inclusief daken en gevels) groen inrichten, tenzij dat op die plek niet kan vanwege de vereiste functionaliteit (Strategie Agenda Natuur 2030). Verbetering van de kwaliteit zodat het openbaar groen bijdraagt aan het verbeteren van de biodiversiteit (Strategie Agenda Natuur 2030). Minder versnippering van bestaande groenstructuren door knelpunten in het ecosysteem op te lossen en nieuwe knelpunten te voorkomen (Strategie Agenda Natuur 2030).

Beleidsdocumenten • • •

Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021). Strategie Agenda Natuur 2030 (Gemeente Lelystad, 2023). Programma ‘Van Groen Dromen naar Groen doen’ 2024-2027 (Gemeente Lelystad, 2023).

Fase

Beoordeling

Toelichting

Huidige situatie

+

In Lelystad is 43% van de oppervlakte groen, iets lager dan het landelijk gemiddelde. Groen en bomen bevinden zich vooral buiten het stedelijk gebied, maar er is ook groen in het stedelijk gebied. Per inwoner is er gemiddeld 213 m2 groen, met een gemiddelde afstand van 300 meter tot openbaar groen. Daarmee voldoet de gemeente aan de 300 uit de 3-30300-richtlijn. Inwoners zijn vrij positief over het openbaar groen in de gemeente. Boswijk krijgt de hoogste score van inwoners over hoe groen ze de wijk vinden. Natuurgebieden zijn goed bereikbaar, al wordt openbaar vervoer als verbeterpunt genoemd.

Autonome ontwikkeling

0

Lelystad ontwikkeld een groenblauwe structuur en een Parkenplan om groengebieden te versterken, biodiversiteit te verbeteren en parken aantrekkelijker te maken, met focus op het Stadshart.

+

De maatregelen uit de Omgevingsvisie dragen positief bij aan het stedelijk groen. Dit komt vooral door inzet op hoogwaardige, natuurinclusieve groenstructuren, kwalitatieve verbetering en uitbreiding van groen in lijn met ontwikkelingen, en vergroening voor een beter leefklimaat. Ook wordt positief bijgedragen door aandacht voor een robuust ecosysteem en het principe “groen, tenzij verharding nodig is”. De beoordeling is daarmee beperkt positief (+).

Doelbereik Omgevingsvisie

Huidige situatie De oppervlakte van groen bedraagt 43% in de gemeente Lelystad. Voor Nederland ligt dit percentage op 46,8%. Ook het percentage voor de totale oppervlakte van bomen ligt op landelijk niveau iets hoger dan voor de gemeente: 22,3% voor de gemeente Lelystad ten opzichte van 25% voor Nederland (Waar staat je gemeente, 2021). Bomen bevinden zich primair in het noordoostelijk deel van de gemeente, alsook nabij de Oostvaardersplassen. In Figuur 4-13 is een kaart weergegeven die een beeld geeft van waar het groen zich bevindt in de gemeente. Figuur 4-14 geeft een beeld van waar in de gemeente Lelystad lage vegetatie, zoals grasland, aanwezig is. Dit is met name het geval rondom de Oostvaardersplassen. Het percentage ligt laag in en rondom het stedelijk gebied. Op inwonersniveau geldt dat er een hoeveelheid groen is van 213 m 2 per inwoner (Strategie Agenda Natuur). De meest recente gegevens over de afstand van de inwoners van Lelystad tot openbaar groen dateren uit 2017. De gemiddelde afstand van alle inwoners in dat jaar tot het dichtstbijzijnde openbaar groen, berekend over de weg, 30

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=97fe78f5-dadc-41a7-8c96-25619fe87521