CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

M 25.058 FvD BL AV 25.058 Informatienota regionale samenwerking jeugdzorg

Raadsvergadering 25 februari 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: Moties 25.058 Regionale samenwerking jeugdzorg5.618 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Agendaverzoek beeldvorming raadscommissie

(N.B. Aan de informatieverstrekking en de informatie-uitwisseling worden geen besluitvormende of bindende uitspraken door de raad/raadsleden ontleend.) Raadscommissie Maatschappij 4 februari 2025

Indiener voorstel Wethouder A. Messelink-Dijkstra

Nummer: 25.058

Onderwerp Bespreking informatienota Regionale ontwikkelingen Jeugdzorg Aanleiding/toelichting Uw gemeenteraad heeft de informatienota Regionale ontwikkelingen Jeugdzorg ontvangen waarin het college schetst wat het lokale proces is, de uitdagingen in de praktijk en de regionale samenwerking. Gezien de toenemende uitdagingen in de jeugdzorg wil het college graag met de raad in gesprek om inzicht te bieden in de huidige situatie en om input te verzamelen voor de verdere ontwikkeling van beleid en samenwerking. Het college wil graag hierover met de gemeenteraad in gesprek. Doel van de bespreking Het doel van de bespreking is om de gemeenteraad te informeren over de lokale en regionale ontwikkelingen in de jeugdzorg, en om input te verkrijgen over de aanpak en prioriteiten voor de komende periode. Dit biedt de raad de gelegenheid om vroegtijdig betrokken te zijn bij eventuele besluitvorming en de regionale samenwerking. Wie zijn er uitgenodigd aanwezig te zijn? Woordvoerders uit de gemeenteraad en portefeuillehouder A. Messelink-Dijkstra Wat is de gewenste werkvorm? Ter bespreking in de Commissie Maatschappij Wat is het vervolgproces? Na de bespreking in de commissie Maatschappij wordt de gemeenteraad in de komende maanden verder meegenomen in het Hoofddossier Jeugd, onder andere via het Uitvoeringsprogramma Grip op de Jeugdhulp en de verordening Jeugdhulp.

Dit stelt de raad in staat om een actieve en goed geïnformeerde rol te spelen in de voortgang van de jeugdhulp. Bijlage(n): -

25.054 Informatienota Regionale ontwikkelingen Jeugdzorg

INFORMATIENOTA VOOR DE RAAD Nummer: 25.054

Portefeuillehouder: Portefeuille: Programma: Taakveld:

A. Messelink-Dijkstra Jeugd(zorg)

Datum:

16 januari 2025

6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal en 6.762 Jeugdhulp met verblijf regionaal

Onderwerp: Regionale ontwikkelingen Jeugdzorg DE RAAD NEEMT KENNIS VAN: De door het college gestuurde brief aan de regio over de regionale samenwerking op jeugdzorg. Inleiding Voor de zomer van 2024 hebben we een volledig proces doorlopen met betrekking tot een nieuwe richting voor jeugdzorg. Als startpunt is destijds het Knoppenplan aangenomen, waarin de volgende uitgangspunten centraal staan: • Regie bij ouders: het versterken van de positie van ouders en/of jeugdigen in het zorgproces. • Financiële beheersbaarheid: het verkrijgen van grip door het proces op orde te brengen. Daarnaast is een motie aangenomen om de manier waarop we het proces lokaal inrichten, met als doel meer grip te houden, ook regionaal in te brengen. Kern van het lokale proces Het lokale proces in Lelystad is ingericht om regie bij ouders centraal te stellen, vooral omdat dit in het huidige systeem onder druk staat. We lezen en horen verhalen van ouders en jeugdigen die aangeven dat zij onvoldoende worden gehoord en dat zij niet de rechtsbescherming krijgen die zij verdienen tegenover verwijzers, aanbieders en overheden. Om deze signalen aan te pakken, hebben wij ons proces lokaal duidelijk ingericht: • Planvorming door de gemeenteraad: de gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan beslissingen over jeugdhulp (art. 2.1 Jeugdwet).

• Verantwoordelijkheid bij het college: het college treft voorzieningen wanneer een jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft (art. 2.3 Jeugdwet). Hiervoor: o sluiten wij contracten af met aanbieders voor de zorg die wij willen kunnen inzetten (zowel lokaal als regionaal). o sturen wij via contractmanagement op de kwaliteit van het aanbod. o geeft Jeugd Lelystad beschikkingen af waarin staat welke zorg mag worden ingezet, tegen welk tarief en voor welke periode. o kan een aanbieder bij de gemeente factureren op basis van deze beschikking. o is elke beschikking een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), zodat bezwaar en beroep openstaan voor ouders en/of jeugdigen. 1

•

•

Samenwerking met verwijzers: een gecertificeerde instelling of medisch professional (bijv. huisarts) kan verwijzen naar benodigde zorg en overlegt met de gemeente over het beschikbare aanbod, de inzet van niet-gecontracteerde zorg, en eventuele eerdere hulpverlening. Rol van aanbieders: zorgaanbieders leveren zorg binnen de beschikking die door de gemeente is afgegeven. De gemeente is regelmatig in gesprek met aanbieders over (de kwaliteit van) het geleverde aanbod.

Uitdagingen in de praktijk Op dit moment zitten we (nog) in een situatie waarin rollen, taken en verantwoordelijkheden onduidelijk zijn. De inrichting zoals hierboven omschreven wordt gecommuniceerd naar de verschillende partijen, zowel lokaal als regionaal (gecontracteerde) partijen. We zullen in de gesprekken met deze partijen steeds het gemeenschappelijk belang benadrukken van passende jeugdhulp voor een jeugdige en/of ouder die dat nodig heeft. Het aanbod dat daarbij regionaal is ingekocht zullen wij volgens de voorwaarden van de gesloten contracten in zetten. Regionale samenwerking Voor de regionale samenwerking geldt dat elke gemeente het belang van regie bij ouders en/of jeugdige onderschrijft en in praktijk brengt. De lokale context van de verschillende gemeenten in onze regio is verschillend en dat zorgt in de praktijk op sommige punten dat er andere keuzes gemaakt worden met betrekking tot het proces. Dat mandaat ligt ook bij een gemeente. De regionale contracten, waarover u bent geïnformeerd, bevatten op dit moment afspraken met aanbieders die óns lokale proces en mandaat belemmeren. Voorbeelden hiervan zijn automatische verlengingen en de inzet van niet-gecontracteerde zorg zonder betrokkenheid van de gemeente. Het Regionaal Handelingskader, dat een uitwerking is van de regionale contracten, hebben wij daarom niet vastgesteld.

Dit kader biedt onvoldoende ruimte voor het uitvoeren van óns lokale beleid en proces. De samenwerking binnen de regio jeugdzorg is vormgegeven via een Centrumregeling. Hierin hebben wij als gemeenten, mede in het licht van de Hervormingsagenda, gezamenlijk geconstateerd dat het belangrijk was om naar een andere samenwerkingsvorm te zoeken. Het afgelopen jaar hebben we in gezamenlijkheid nagedacht over een andere vorm van een gemeenschappelijke regeling. De eerste stap daarin was het opstellen van een intentieovereenkomst. Intentieovereenkomst en lokale autonomie In de intentieovereenkomst, opgesteld op basis van leidende principes, staan ook samenwerkingsafspraken opgenomen. De status van deze afspraken is echter onduidelijk: het is niet helder of het gaat om een intentie tot samenwerking of om een impliciete overdracht van mandaat. Het college heeft daarom besloten de intentieovereenkomst in deze vorm niet te ondertekenen. Voor Lelystad is lokaal mandaat vanuit de Jeugdwet essentieel om effectief beleid uit te kunnen voeren én om de regie van ouders en/of jeugdigen te waarborgen binnen de context van Lelystad. Conclusie en vervolg Bovenstaande betekent dat we in de regio nog steeds samenwerken (binnen de kaders van de Centrumregeling) op inkoop van aanbod en subsidiëring van een aantal regionale organisaties (waaronder bijvoorbeeld Veilig Thuis).

We zoeken naar een manier om elkaar ruimte te geven voor een samenwerking die aansluit bij een (verschillende) lokale context.

2

Deze situatie vraagt van verwijzers en aanbieders een andere houding, waarbij het perspectief van ouders en jeugdigen weer centraal wordt gesteld. Als gemeente blijven wij vasthouden aan onze uitgangspunten: regie bij ouders en lokale autonomie. Wij blijven in gesprek met onze regionale partners om tot een samenwerking te komen die aansluit bij deze uitgangspunten. Daarnaast gaan we graag met de raad in gesprek over de ontwikkelingen in de regio. Dit verzoek hebben we opgenomen in de planning van het hoofddossier jeugdzorg. Bijlage Brief regio samenwerking jeugd.

3

Aan alle colleges van het BOSD overleg

uw brief van

uw kenmerk

ons kenmerk

datum verzending 14 januari 2025

behandeld door

doorkiesnummer

bijlagen

dossiernummer

0 onderwerp regio samenwerking jeugd

Beste collega bestuurders, Het afgelopen jaar hebben we vele gesprekken gevoerd rondom jeugdzorg, de transformatie daarvan en de regionale samenwerking daarbij. Gebleken is dat er soms verschillen zijn in de uitgangspunten die van invloed zijn op onze regionale samenwerking. Met deze brief wil het college van Lelystad conform de afspraak in het BOSD helderheid creëren over wat voor ons de belangrijkste uitgangspunten van Lelystad zijn: regie (autonomie) bij ouders en/of jeugdigen en lokale autonomie in het kader van financiële beheersbaarheid. Regionale samenwerking zien we, vanuit deze uitgangspunten, als ‘zelfstandig waar het kan, samenwerken waar het past’. Regie bij ouders en/of jeugdigen In z’n algemeenheid is het gesprek rondom jeugdzorg en het huidige systeem niet uniek voor Flevoland. Vanuit verschillende hoeken verschijnen er rapporten en onderzoeken. Er vallen begrippen als normaliseren, maakbaarheid van een samenleving, weerbaarheid in relatie tot tegenslag in het leven, een moreel failliet jeugdzorgsysteem, te veel aanbodgericht in plaats van vraaggericht en onvoldoende rechtsbescherming voor ouders en/of jeugdigen. De regie van ouders en/of jeugdigen lijkt te zijn onder gesneeuwd. Er wordt momenteel binnen de jeugdzorg vooral gekeken vanuit het perspectief van de zorgprofessional naar een situatie met een gezin of jeugdige.

In veel situaties is dit perspectief bepalend geworden ten koste van het perspectief en de regie van ouders en/of jeugdigen. Niet vanuit verkeerde intenties, het gaat steeds om ‘goede zorg voor onze jeugd’. Maar ook goede intenties rechtvaardigen niet een praktijk die leidt tot het voorbijgaan aan en overnemen van regie van ouders en/of jeugdigen.

ons kenmerk

datum verzending

pagina

14 januari 2025

2

De regionale aanbesteding en het samen met aanbieders opstellen van onder andere het Regionaal Handelingskader laat eenzelfde patroon zien. Het perspectief van ouders en/of jeugdigen is niet betrokken bij het inkopen van aanbod. In het Regionaal Handelingskader zien we vooral regie voor verwijzers en aanbieders, zij bepalen welk zorg er nodig is, of doelen zijn behaald en of er nog meer zorg nodig is (verlenging van zorg). Een voorbeeld daarvan is de beschrijving van het product ‘TOM door- en uitstroom’, in het document ‘Werkinstructies Thuis op maat (TOM)’ (Regionaal Handelingskader): TOM door- en uitstroom kan worden ingezet wanneer aanbieder en verwijzer overeenkomen dat de gestelde doelen tijdens behandeling of begeleiding voldoende zijn behaald, en de jeugdige daardoor sneller kan uitstromen. Het traject heeft een maximale doorlooptijd van drie maanden, waarin wordt getoetst of de doelen zijn gerealiseerd. Behandelaar en verwijzer toetsen dit. Daarmee lijkt de inzet van jeugdhulp vooral vanuit (de belangen van) aanbod te worden gestuurd. Daardoor wordt het stelsel financieel onbeheersbaar voor de lokale overheid. Het zou vooral van belang moeten zijn of ouders en/of jeugdigen aangeven dat ze geholpen zijn bij hun vraag.

Jeugdwet en lokaal beleid In de Jeugdwet heeft het college de verantwoordelijkheid gekregen om voorzieningen te treffen wanneer, naar het oordeel van het college, een jeugdige of een ouder jeugdhulp nodig heeft (artikel 2.3 Jeugdwet). De gemeenteraad stelt periodiek een plan vast dat richting geeft aan door de gemeenteraad en college te nemen beslissingen met betrekking tot jeugdhulp (artikel 2.1 Jeugdwet). Dat geeft de mogelijkheid om lokaal het gesprek met ouders en/of jeugdigen te kunnen voeren en aan te sluiten bij hun vraag. Het college van Lelystad wil deze verantwoordelijkheid invullen vanuit het uitgangspunt dat ouders en/of jeugdigen bepalend zijn voor wat er nodig is. Dat betekent dat we bij het treffen van voorzieningen (inkopen van aanbod) vertrekken vanuit de vraag van een ouder en/of jeugdige. Ook bij het inzetten van voorzieningen (afgeven van een beschikking) sluiten we aan bij wat ouder(s) en/of jeugdigen denken dat nodig is. Het perspectief van zorgprofessionals (aanbieder) en overheid is aanvullend hierop, maar bepaalt niet de inzet. Dit is de transformatie die we voor ogen hebben. Het partnerschap met ouders en/of jeugdigen heeft eerste prioriteit. De (proces)afspraken, zoals die nu zijn gemaakt in onder andere het Regionaal Handelingskader, zijn niet in lijn hiermee.

Sterker nog, in het kader van een uniforme werkwijze zijn afspraken gemaakt die Lelystad hierin belemmeren. Een voorbeeld daarvan is het werken met ‘317’-berichten. Dat is een digitaal wijzigingsbericht in het systeem dat een aanbieder stuurt wanneer deze de zorg verlengt, een administratieve handeling. Enkel het perspectief en oordeel van de aanbieder is hier bepalend en de afspraak is dat een gemeente volgt wat een aanbieder vraagt. Bij de medische verwijsroute staat expliciet vermeld dat de gemeente niet beslist dat een nieuwe verwijzing nodig is als de medische route wordt gevolgd. Het aan het college toegekende mandaat om een beschikking af te geven (en het proces daarvoor in te richten), is niet overgedragen aan de regio en kan ook niet bepaald worden door (afspraken met) aanbieders. De beschikking geeft immers aan welk bedrag mag worden gefactureerd voor welke zorg. Hiermee kan een gemeente sturen op financiële beheersbaarheid. Alle afspraken die zijn gemaakt in de contracten, handelingskader of andere documenten die in de praktijk betekenen dat een aanbieder of verwijzer bepalend is voor het in te zetten aanbod (een af te geven beschikking) zijn in essentie een

ons kenmerk

datum verzending

pagina

14 januari 2025

3

beperking van de regie van ouders en/of jeugdige. De gemeente Lelystad wil borgen dat ouders niet in hun regie beperkt worden en zal daarom niet meegaan met deze afspraken noch in het overdragen van ons mandaat hierin. Regionale samenwerking, Intentieovereenkomst In lijn daarmee kan het college de nu voorliggende Intentieovereenkomst niet ondertekenen. Dit document bevat niet enkel een intentie tot samenwerken via leidende principes, maar behelst ook het maken van feitelijke samenwerkingsafspraken. Over de reikwijdte van de samenwerking lijken we principieel te verschillen. Het college van Lelystad wil een samenwerking op inkoop en subsidiëring van aanbod dat lokaal ontoereikend is. Beleid rondom het beschikbaar hebben van jeugdhulp en de werkwijze met betrekking tot het toewijzen daarvan is voorbehouden aan een lokale gemeente. Daarmee blijven gemeenteraad en ouders en/of jeugdige in regie. Op deze manier kunnen we ook onze verantwoordelijkheid voor de financiële beheersbaarheid nemen. Een aantal samenwerkingsafspraken maakt onvoldoende expliciet welke samenwerking wordt beoogd en welk mandaat hiermee overgedragen wordt of moet gaan worden.

Een voorbeeld hiervan is de tekst: ‘De regio en de regiogemeenten zorgen samen ervoor dat inwoners en ketenpartners geen last hebben van verschillen tussen (boven) regionaal en lokaal, en vice-versa.’ Het is onduidelijk wat dit in de praktijk betekent voor de ruimte van een lokale aanpak en regie voor ouders en/of jeugdige. Verdergaande regionalisering versterkt de positie van overheden, verwijzers en aanbieders ten opzichte van de positie van ouders en/of jeugdige. Bovenstaande uiteenzetting leidt voor het college van Lelystad tot een blijvend andere kijk op het dossier. Niet alleen op inhoud, ook op proces en mandaat. Aangezien wij allen voor een taak staan die niet alleen op kosten maar ook op kwaliteit geënt is, welke een direct effect hebben op eigen inwoners (lees jeugdigen en ouders/verzorgers), hechten wij waarde aan een aanpak die zich kenmerkt door “samen waar het past en zelfstandig waar het kan” met als uitgangspunt beheersbaarheid en regie bij jeugdigen en ouders. Het college van Lelystad gaat graag verder in gesprek over de verschillende uitgangspunten en de ruimte die desondanks gevonden kan worden voor onze regionale samenwerking Met vriendelijke groet, het college van de gemeente Lelystad, de interim secretaris,

de burgemeester,

A.N. van den Bergh

A.E.H. Baltus

Intentieovereenkomst herziene governance regionale jeugdhulp en regionale Wmo regio Flevoland

Inhoud

Samenwerkingsovereenkomst ................................................................................................................ 4 overwegende dat ................................................................................................................................ 4 Intentieovereenkomst herziene governance regionale jeugdhulp en regionale Wmo .......................... 5 Hoofdstuk 1:

Algemene bepalingen.................................................................................................... 5

Artikel 1:

Begripsbepalingen ........................................................................................................ 5

Artikel 2:

Doel van de overeenkomst........................................................................................... 5

Artikel 3:

Hoogste Principe: Gezamenlijke verantwoordelijkheid .............................................. 5

Hoofdstuk 2: Leidende principes ............................................................................................................. 6 Artikel 4:

Principe 1: Gezamenlijk eigenaarschap. ....................................................................... 6

Artikel 5

Principe 2: Sluitende en doorlopende aanpak (dekkend zorglandschap)..................... 6

Artikel 6 Principe 3: Een adaptieve, wendbare, efficiënte en beheersbare organisatie en werkwijze. 6 Artikel 7

Principe 4: Afgebakende zeggenschap regio/-organisatie. ........................................... 6

Artikel 8 Principe 5: Eén gemeenschappelijke regeling voor regionale Wmo (zoals nu) en Jeugd (zoals nu en straks verplicht). .......................................................................................................... 7 Artikel 9 Principe 6: De GR voorziet in kapstokbepaling voor samenwerking op aanpalende beleidsterreinen (groeimodel plustaken)........................................................................................ 7 Artikel 10 Principe 7: Efficiënte samenwerking met een bestuurlijke organisatie die zo min mogelijk bestuurlijke drukte creëert. .............................................................................................. 7 Artikel 11 Principe 8: Stemverhoudingen op basis van een combinatie van gelijkwaardigheid en evenredigheid. ............................................................................................................................ 8 Artikel 12

Principe 9: Gecategoriseerde besluiten. ..................................................................... 8

Artikel 13 Principe 10: Er is een directeurenoverleg, dat heeft een coördinerende en verbindende functie tussen regio en lokaal. ................................................................................... 8 Artikel 14 Principe 11: De besluitvormingsprocedure begint met een opdracht van het bestuur aan de regiodirecteur en eindigt met een besluit door het bestuur. ............................................. 9 Artikel 15 Principe 12: Besluiten die op grond van de GR genomen moeten worden door colleges en/of raden of daar zienswijze gevraagd moet worden, worden daar aanhangig gemaakt. 9 Artikel 16 Principe 13: De regio-organisatie is er voor inkoop en contractbeheer en het voorbereiden, faciliteren en uitvoeren van de processen die daarvoor nodig zijn. De regioorganisatie trekt hierin samen op met de gemeentelijke organisaties van de regiogemeenten. .. 9 Artikel 17

Principe 14: De GR bevat afspraken ten aanzien van de institutionele governance. 10

Artikel 18 Principe 15: De regio-organisatie en de regiogemeenten maken procedurele afspraken. 10 Artikel 19 Principe 16: Regio-organisatie en regiogemeenten geven samen vorm aan een samenwerkingscultuur. ................................................................................................................. 11 Hoofdstuk 3: Overige bepalingen .......................................................................................................... 11 20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 2 van 12

Artikel 20:

Uitwerking gemeenschappelijke regeling ................................................................ 11

20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 3 van 12

Samenwerkingsovereenkomst

De gemeente Almere, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de portefeuillehouder jeugd en Wmo, mevrouw F.T de Jonge, 19 december 2024, ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. dd.mm.jjjj, de gemeente Dronten, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de portefeuillehouder jeugd en Wmo, de heer P. Duvekot, 19 december 2024, ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. dd.mm.jjjj, de gemeente Lelystad, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de portefeuillehouder jeugd en Wmo, mevrouw A. Messelink-Dijkstra, 19 december 2024, ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. dd.mm.jjjj, de gemeente Noordoostpolder, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de portefeuillehouder jeugd, mevrouw L. Verduin, 19 december 2024, ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. dd.mm.jjjj, en de gemeente Urk, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de portefeuillehouder jeugd en Wmo, de heer F. Brouwer, 19 december 2024, ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. dd.mm.jjjj; tezamen verder aan te duiden als regiogemeenten, ieder afzonderlijk als regiogemeente

overwegende dat I.

II.

III. IV. V.

VI. VII.

de regiogemeenten nu met elkaar samenwerken op basis van een gemeenschappelijke regeling, waarbij de gemeente Almere als centrumgemeente de gezamenlijke taken voor inkoop en contractbeheer van de regionale jeugd-voorzieningen en de regionale Wmovoorzieningen uitvoert; de regiogemeenten en de ambtelijke organisatie die met de uitvoering van de gezamenlijke taken voor inkoop en contractbeheer van de regionale jeugd-voorzieningen en de regionale Wmo de huidige governance als te weinig robuust, te weinig effectief en te weinig slagvaardig hebben ervaren; het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de regiogemeenten duidelijk heeft gemaakt dat de huidige governance niet volstaat teneinde een dekkend zorglandschap voor de jeugd te bewerkstelligen; de regiogemeenten in de afgelopen periode op bestuurlijk, leidinggevend en ambtelijk niveau een intensief, constructief en innoverend proces zijn doorlopen om te komen tot een nieuwe governance; de nieuwe governance prima te combineren is met de huidige regionale ambtelijke organisatie, dat wil zeggen dat de regionale functionarissen hun huidige aanstelling behouden en door de werkgevende organisatie gedetacheerd zullen worden bij de regioorganisatie, waarbij overige faciliteiten – nog steeds – door de gemeente Almere geleverd zullen worden; de regiogemeenten met ingang van 2025 met de nieuwe governance willen werken, terwijl

deze ook verder wordt uitgewerkt en bestendigd in een voorstel voor een wijziging van de gemeenschappelijke regeling, en de gewijzigde gemeenschappelijke regeling, hiervoor bedoeld, op 1 januari 2026 in werking moet zijn getreden na positieve besluitvorming door de colleges, met toestemming van de raden en na een daaraan voorafgaande zienswijze door diezelfde raden.

komen overeen de volgende: 20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 4 van 12

Intentieovereenkomst herziene governance regionale jeugdhulp en regionale Wmo Hoofdstuk 1: Artikel 1:

Algemene bepalingen

Begripsbepalingen

In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a.

bestuur

het bestuur van de regio, bedoeld in principe 7, dat zijn besluiten neemt overeenkomstig de principes 8 en 9;

b.

college

een college van burgemeester en wethouders van een van de regiogemeenten;

c.

regio

de bestuurlijke organisatie van de samenwerking tussen de regiogemeenten, die conform principe 7 een bedrijfsvoeringsorganisatie op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zal worden;

d.

Regio

de infrastructuur van lokale en regionale voorzieningen die overeenkomstig principes 4 en 5 een dekkend zorglandschap vormen.

e.

regiogemeenten

de gemeenten die deze intentieovereenkomst treffen, te weten de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk;

f.

regio-organisatie

de ambtelijke regionale uitvoeringsorganisatie, functioneel aangestuurd door de regiodirecteur, die verantwoording aflegt aan en opdrachten aanneemt van het bestuur, en

g.

GR

de gemeenschappelijke regeling op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen die de colleges van de regiogemeenten met toestemming van de raden willen wijzigen in 2025 en die in werking treedt op uiterlijk 1 januari 2026.

Artikel 2:

Doel van de overeenkomst

Artikel 3:

Hoogste Principe: Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Het doel van deze overeenkomst is het leggen van een fundament onder de huidige samenwerking tussen de regiogemeenten en de beoogde doorontwikkeling daarvan te formaliseren. Hierdoor kan vanaf 2025 conform leidende principes worden gewerkt. De leidende principes zullen in 2025 verder worden uitgewerkt een bestendigd in een gemeenschappelijke regeling die de vijf colleges zullen treffen. Hiervoor is na een zienswijzeprocedure bij de raden ook toestemming van de raden vereist. De regiogemeenten zijn samen verantwoordelijk voor een regionaal zorglandschap – ten behoeve van gezinnen die in Flevoland ondersteuning krijgen op basis van Jeugdwet of Wmo – en het hiervoor neerzetten van een robuuste regionale uitvoeringsorganisatie.

20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 5 van 12

Hoofdstuk 2: Leidende principes Artikel 4:

Principe 1: Gezamenlijk eigenaarschap.

a. De ratio voor de samenwerking is 1+1=3, dus regionale synergie. Het wettelijk kader is randvoorwaardelijk voor de samenwerking. b. De regio (inclusief de regio-organisatie) en de regionale voorzieningen samen met de regiogemeenten en hun lokale voorzieningen vormen gezamenlijk de Regio, een infrastructuur van (boven) regionale en lokale voorzieningen. c. De regio en de regiogemeenten dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een infrastructuur uit (boven) regionale en lokale voorzieningen die samen een dekkend zorglandschap vormen. d. De regio en de regiogemeenten stellen gezamenlijk randvoorwaarden aan lokale infrastructuur, die moet goed aansluiten op de regionale infrastructuur. e. De regio en de regiogemeenten geven gezamenlijk vorm aan de regionale infrastructuur, daarbij houden zij rekening met lokale behoeften. f.

De regio en de regiogemeenten zorgen gezamenlijk voor samenhang van visie en werkwijze richting partners, zowel regionale-, als lokale partners.

Artikel 5

Principe 2: Sluitende en doorlopende aanpak (dekkend zorglandschap).

a. De regio en de regiogemeenten zorgen samen ervoor dat inwoners en ketenpartners geen last hebben van verschillen tussen (boven) regionaal en lokaal, en vice-versa. b. Alhoewel sprake kan zijn van lokale verschillen, zorgen regiogemeenten en regio samen voor doorlopende zorgpaden, soepele op- en afschaling en werkende zorgcontinuïteit.

Artikel 6 Principe 3: Een adaptieve, wendbare, efficiënte en beheersbare organisatie en werkwijze. a. De regio en de regiogemeenten zijn lerend en toetsbaar in organisatie en werkwijze, zowel •

lokaal,

•

regionaal, als

•

in samenhang.

b. De regio en de regiogemeenten monitoren, evalueren en analyseren aanpak en resultaten om waar mogelijk en nodig evidence based te werken, zowel •

lokaal,

•

regionaal, als

•

in samenhang.

Artikel 7

Principe 4: Afgebakende zeggenschap regio/-organisatie.

a. De regio draagt zorg voor de inachtneming van wettelijke eisen aan de regio-organisatie, en eisen aan regionale Wmo voorzieningen. b. Zeggenschap van de regio geldt ten aanzien van de regionale voorzieningen Jeugd en Wmo en aanpalende taken, één en ander zoals benoemd in de GR.

20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 6 van 12

c. Uitvoering van taken door de regio-organisatie voor coalitions of the willing (voor enkelen of voor allen) blijven mogelijk maar mogen nooit ten koste gaan van de gezamenlijke taken. d. De regio-organisatie mag niet afhankelijk worden van de plus-taken.

Artikel 8 Principe 5: Eén gemeenschappelijke regeling voor regionale Wmo (zoals nu) en Jeugd (zoals nu en straks verplicht). a. Inkoop en contractbeheer van (verplicht) regionale Jeugdhulp en (huidige) regionale Wmo voorzieningen komen bij de regio-organisatie. o

Er is hier alleen sprake van de huidige (regionale) Wmo taken. Er komen geen nieuwe taken erbij.

b. Regionale voorzieningen Wmo zijn gezamenlijke verantwoordelijkheid van de vijf regiogemeenten, los van de vraag in welke gemeente een specifieke voorziening is gevestigd. o

De regiogemeenten waarin deze specifieke voorzieningen gelegen zijn, hebben (binnen de kaders van de begroting) handelingsruimte vanwege de lokale impact.

c. Geen scheiding tussen Jeugd en Wmo in de governance van de regio en regio-organisatie. o

Administratief blijven de budgetten wel gescheiden.

o

Integraliteit van opgaven moet meegenomen worden.

o

Zo uniform mogelijk beleid ten aanzien van inkoop, contractbeheer en accountmanagement.

d. Niet-deelnemer en opdrachtgever Zeewolde geeft opdracht aan de regio-organisatie voor Veilig Thuis, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering aanpalende taken.

Artikel 9 Principe 6: De GR voorziet in kapstokbepaling voor samenwerking op aanpalende beleidsterreinen (groeimodel plustaken).

a. De bevoegdheid van het bestuur reikt in beginsel niet verder dan de opgedragen taken, zodat het agenderen van aanpalende onderwerpen (geen besluitvorming!) slechts mogelijk is als de GR daartoe een kapstokbepaling biedt. b. De GR creëert de mogelijkheid om aanpalende taken door de regio op te pakken, nadat op basis van een concreet en afgebakend voorstel een besluit door het bestuur is genomen. c. Voorbeelden van de aanpalende taken genoemd onder a kunnen zijn: raakvlak wonen/huisvesting, arbeidsmarkt.

Artikel 10 Principe 7: Efficiënte samenwerking met een bestuurlijke organisatie die zo min mogelijk bestuurlijke drukte creëert. a. De regio kent geen geleed bestuur (AB/DB) maar een enkelvoudig bestuur. De regio is een bedrijfsvoeringsorganisatie, conform de Wet gemeenschappelijke regelingen.

b. Elk college vaardigt één wethouder af voor het bestuur en wijst daarnaast een plaatsvervanger aan. c. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat de plaatsvervanger aansluit of dat een collega- wethouder aanwezig is tijdens het overleg. d. De gemeenteraden zijn vertegenwoordigd in een regionaal agendaoverleg raadsleden.

20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 7 van 12

e. Toetreding en uittreding vereisen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een in de GR genoemde procedure met besluitvorming door de gemeenteraden.

Artikel 11 Principe 8: Stemverhoudingen op basis van een combinatie van gelijkwaardigheid en evenredigheid. Voor de stemverhoudingen gelden de volgende uitgangspunten:

a. Er is slagkracht en effectiviteit: benodigde besluiten moeten genomen kunnen worden! b. Er is evenwicht tussen alle regiogemeenten, zowel “groot” en “klein”. c. Er is geen sprake van veto/blokkademacht voor één van de regiogemeenten. d. Er moet geen dominantie zijn van de twee grote regiogemeenten of de drie kleine regiogemeenten (dus de “grote” en de “kleine” gemeenten kunnen niet alleen beslissen). e. In de stemverhouding moet realiteitszin uitgedrukt worden ten aanzien van het verschil in budgetten en inwoners van de gemeenten binnen de regio. f.

De gekozen systematiek en werkwijze van de stemverhouding wordt periodiek geëvalueerd om te beoordelen of in de werking ervan tegemoetkomt aan de gewenste praktijk, zie hiervoor ook artikel 18, onder f.

Artikel 12

Principe 9: Gecategoriseerde besluiten.

In de samenwerking wordt gewerkt met de volgende gecategoriseerde besluiten: a. Unaniem: •

Regiovisie: alle gemeenteraden moeten deze vaststellen. Het bestuur doet alleen een voorstel aan de 5 gemeenteraden.

•

Financieringssystematiek (welke voorzieningen worden bekostigd op trajectbasis en dus per gemeente en welke worden op bekostigd basis van beschikbaarheid en van een solidariteitsprincipe).

b. Gekwalificeerde meerderheid van stemmen (50% +x) en regiogemeenten (4): •

Begroting, jaarrekening en inkoopstrategie/inkoopdocument.

c. Gewone meerderheid van stemmen (50%+1) en regiogemeenten (3): •

Overige, waaronder conflicten bij aanbestedingen.

d. Daarnaast gelden nog twee aanvullende uitgangspunten: •

Bovenstaande categorisatie onder a tot en met c geldt met name voor besluiten op het gebied van jeugd. Het is mogelijk om voor besluiten op het gebied van Wmo een afwijkende indeling te maken. Een nadere categorisatie zal bij de uitwerking in de gemeenschappelijk nog plaats vinden, en

•

er worden zo min mogelijk besluiten bij unanimiteit genomen.

Artikel 13 Principe 10: Er is een directeurenoverleg, dat heeft een coördinerende en verbindende functie tussen regio en lokaal. Het directeurenoverleg heeft de volgende opgaven:

a. Organiseren van lokale capaciteit ten behoeve van de regionale en lokale opgaven op Jeugd en Wmo. 20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 8 van 12

b. Het directeurenoverleg fungeert als klankbord voor de regiodirecteur. c. Het directeurenoverleg is een eventuele tussenstap die de directeur kan inzetten tijdens de besluitvormingsprocedure van het bestuur.

Artikel 14 Principe 11: De besluitvormingsprocedure begint met een opdracht van het bestuur aan de regiodirecteur en eindigt met een besluit door het bestuur.

Voorbereiding en uitwerking van besluitvorming vindt plaats in co-creatie tussen de regio-organisatie en de gemeentelijke ambtelijke organisatie. Er is een vast gemeentelijk review-moment vóór elk besluit. De regiodirecteur kan voorgenomen besluiten toetsen bij het directeurenoverleg. Het bestuur vraagt ten aanzien van voorgenomen besluiten waar dat, vanwege de impact van het betreffende besluit, voor de hand ligt om een reactie van het regionaal agendaoverleg voor raadsleden. a. Het bestuur geeft opdracht aan de regiodirecteur; de regiodirecteur geeft opdracht aan opgavegerichte werkgroepen bestaande uit vertegenwoordigers van regio-organisatie en regiogemeenten, die daar waar nodig input ophalen bij stakeholders uit de keten. b. Voordat besluitvorming van het bestuur plaatsvindt is er ruimte voor een mogelijk reviewmoment, waarin de ambtelijke organisatie van regiogemeenten reactie kan geven op de uitwerking, en – naar eigen inschatting – ook een bestuurlijk gesprek in het college kan initiëren. c. De regiodirecteur brengt voorstellen voor besluitvorming in bij het bestuur. Hij kan voorstellen ook, voorafgaand aan het inbrengen in het bestuur, bespreken met het directeurenoverleg om te toetsen op uitvoerbaarheid in termen van mensen en middelen of om te sparren in bredere zin over de voorstellen. d.

Het bestuur vraagt voor besluiten die consequenties hebben voor de bevoegdheden van de gemeenteraden, of voor besluiten die raken aan de door de raden gestelde kaders, reactie aan het regionale agendaoverleg voor raadsleden.

Artikel 15 Principe 12: Besluiten die op grond van de GR genomen moeten worden door colleges en/of raden of daar zienswijze gevraagd moet worden, worden daar aanhangig gemaakt.

Alhoewel vanzelfsprekend, is het goed te benadrukken dat besluiten die op grond van de GR genomen moeten worden door colleges en/of gemeenteraden, of waarvan voorafgaand zienswijze gevraagd moet worden, aanhangig gemaakt bij de colleges en/of de gemeenteraden die het betreffen.

Artikel 16 Principe 13: De regio-organisatie is er voor inkoop en contractbeheer en het voorbereiden, faciliteren en uitvoeren van de processen die daarvoor nodig zijn. De regioorganisatie trekt hierin samen op met de gemeentelijke organisaties van de regiogemeenten. a. De regio-organisatie heeft een vaste formatie voor haar kerntaken, bedrijfsvoering en bestuursen directieondersteuning. Dit gaat ten laste van de begroting van de regio-organisatie.

b. De regio-organisatie kan specialisten en experts of project- en procesbegeleiders inzetten die werkzaam zijn bij de regiogemeenten. Dit gaat ten laste van de begroting van de regioorganisatie. c. De regiogemeenten dragen zelf zorg voor beleidscapaciteit ten behoeve van de regionale processen (going concern en opgavegerichte processen). Zij kunnen onderling afspraken maken 20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 9 van 12

om zich in specifieke werkgroepen gezamenlijk te laten vertegenwoordigen door een (beleids)adviseur. Dit gaat ten laste van de gemeentelijke organisatie van de betreffende regiogemeente(n). d. De regiogemeenten delen met de regio-organisatie en met elkaar best practises, data en informatie die bijdragen aan professionele, rechtmatige, effectieve en efficiënte uitvoering van de regionale processen en het monitoren, analyseren en evalueren daarvan.

Artikel 17 Principe 14: De GR bevat afspraken ten aanzien van de institutionele governance. De institutionele afspraken zien in ieder geval op: a. financiële aspecten en bijdragen; b. taakverdeling en verantwoordelijkheden; c. monitoren en evalueren van resultaten, en d. juridische en administratieve aspecten.

Artikel 18 afspraken.

Principe 15: De regio-organisatie en de regiogemeenten maken procedurele

De regio-organisatie en de regiogemeenten maken, naast de afspraken in de GR, procedurele afspraken met elkaar om ambtelijke samenwerking in de Regio procedureel optimaal te laten verlopen op de volgende gebieden: a. communicatie en informatie-uitwisseling: o

rapportage en terugkoppeling;

o

transparantie in informatie-uitwisseling;

b. afspraken over verantwoordelijkheden en taken: o

verdeling van werkzaamheden tussen regio-organisatie en regiogemeenten;

o

opstellen van Service Level Agreements (SLA's), oftewel kwaliteit bewaken;

c. afspraken over aansprakelijkheid en risicomanagement; d. afspraken over escalatie en conflictbeheersing: o

opstellen van escalatieprotocollen;

o

bemiddeling en interventies;

e. afspraken over ondersteuning en capaciteitsopbouw:

f.

o

behoefte aan ondersteuning, en

o

afstemmen van capaciteitsinzet.

De volledige GR tekst en daarmee ook de governance wordt geevalueerd in het midden van het jaar 2028 en vervolgens steeds halverwege de zittingsperiode van de gemeenteraden.

20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 10 van 12

Artikel 19 Principe 16: Regio-organisatie en regiogemeenten geven samen vorm aan een samenwerkingscultuur.

Regio-organisatie en regiogemeenten staan gezamenlijk aan de lat voor een positieve, toekomstgerichte en stimulerende samenwerkingscultuur en handelen hier ook naar, óók richting stakeholders:

a. Afstemmen van visie en doelen: we gaan voor gezamenlijke visie en doelen. Verschil van mening en inzicht, en in sommige gevallen een ‘agreement to disagree’ hoort erbij! b. Afstemming van verwachtingen: we weten wat we aan elkaar hebben! c. Duidelijke rolverdeling: we weten wie waarvan is! d. Bouwen aan wederzijds vertrouwen: we doen wat we zeggen en zeggen wat we doen! e. Transparantie en eerlijkheid: we spelen open kaart! f.

Samen werken (co-creatie) en elkaar versterken: we hebben elkaar nodig!

g. Goede werkrelaties: we werken graag met elkaar samen! h. Feedback en reflectie: we spreken elkaar aan en stellen ons aanspreekbaar op!

Hoofdstuk 3: Overige bepalingen Artikel 20:

Uitwerking gemeenschappelijke regeling

Deze intentieovereenkomst legt de basis voor de uitwerking van de afspraken in de ontwerpwijziging van de GR, zodat vanaf inwerkingtreding de nieuwe governance geformaliseerd is. Aldus getekend in vijfvoud op 19 december 2024, te Lelystad de gemeente Almere, mevrouw F.T de Jonge, _______________________

de gemeente Dronten, de heer P. Duvekot _______________________

de gemeente Lelystad, mevrouw A. Messelink-Dijkstra _______________________

20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 11 van 12

de gemeente Noordoostpolder, mevrouw L. Verduin, _______________________

de gemeente Urk, de heer F. Brouwer, _______________________

20241204 Intentieovereenkomst regio Flevoland

Pagina 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=3e4f9567-30f8-45f0-8613-a1a66058981b