Lijst inhoudelijke wijzigingen Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021
Tekst van het document
Lijst inhoudelijke wijzigingen verordeningen ten behoeve van Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021. De Verordening fysieke leefomgeving Lelystad 2021 is een nieuwe verordening, waarin verschillende verordeningen zijn samengebracht in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. Tekstueel is bij het opstellen zo veel mogelijk aangesloten bij de voorgaande verordeningen. In de onderstaande lijst worden de inhoudelijke wijzigingen opgenomen ten opzichte van de opgenomen verordeningen. In de Verordening fysieke leefomgeving worden begripsbepalingen uit verschillende verordeningen samengebracht in artikel 1.1. Hierdoor wijzigen deze artikelen ten opzichte van het oorspronkelijke artikel. Desalniettemin zal de verplaatsing niet als een wijziging worden opgenomen in deze lijst. De aanpassingen in de tekst worden geel gearceerd in de tekst hieronder. Artikel 2:12 van de APV. APV bepalingen VFL bepalingen Artikel 2:12 Artikel 2.3 Maken, veranderen van een uitweg. Maken of veranderen van een uitweg. 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de 1. Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg indien: uitweg naar de weg indien: a. degene die voornemens is een uitweg te a.
degene die voornemens is een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet een bestaande uitweg naar de weg daarvan niet van tevoren melding heeft gedaan aan het van tevoren melding heeft gedaan aan het college, onder indiening van een situatieschets college, onder indiening van een gemaatvoerde van de gewenste uitweg en een foto van de situatietekening van de gewenste uitweg en een bestaande situatie; of foto van de bestaande situatie; of b….. b. ……. 2…... 2. ……. 3. Het college verbiedt het maken of veranderen 3. Het college verbiedt het maken of veranderen van de uitweg indien: van de uitweg indien: a. daardoor het verkeer op de weg in gevaar a. …… wordt gebracht; b. …… b. de functionaliteit van de openbare ruimte op c. ….. onaanvaardbare wijze wordt aangetast, ten koste d. de frontbreedte van het woonperceel minder van openbare parkeerplaatsen, lichtmasten, dan 25 meter bedraagt en het een tweede uitweg nutsvoorzieningen, containeropstelplaatsen e.d.; betreft. c. de ruimtelijke kwaliteit, waaronder het uiterlijk 4. ….. 5. ….. aanzien van de omgeving op onaanvaardbare wijze wordt aangetast, ten koste van 6. In afwijking van hetgeen bepaald in het eerste groenvoorzieningen, bomen e.d..
lid, onder a, is geen melding vereist voor het 4…… maken van een uitweg, mits de uitweg wordt 5…… aangelegd conform de voor dat gebied geldende 6. In afwijking van art. 2:12 lid 1 is geen melding inrittenkaart. vereist voor het maken van een uitweg, mits de 7. Het college is bevoegd om inrittenkaarten vast uitweg wordt aangelegd overeenkomstig de door te stellen. het college vastgestelde voor dat gebied 8. Het college is bevoegd de bevoegdheid zoals geldende inrittenkaart. opgenomen in het zevende lid door te mandateren. Artikel 4:10 APV is tekstueel aangepast, omdat één deel van de in de bepaling opgenomen begripsbepalingen opgenomen zijn in artikel 1.1 van de Verordening fysieke leefomgeving. Artikel 4:10 Begripsbepalingen. 1. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. houtopstand: hakhout, een houtwal of een of
Artikel 7.1 Begripsbepalingen. 1. In afwijking van hetgeen in artikel 1.1 van deze verordening bepaald is, wordt in dit hoofdstuk
meer bomen; b. hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen; c. bebouwde kom: de bebouwde kom, zoals die door de raad is vastgesteld op grond van artikel 1, lid 5, van de Boswet. 2. ……. Artikel 4:18 APV is aangepast, Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen. 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. ….. 3. ….. 4. …..
onder bebouwde kom verstaan: de bebouwde kom, zoals die door de raad is vastgesteld op grond van artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, zoals weergegeven op de kaart in bijlage 2 bij deze verordening. 2. ……
Artikel 9.1 Nachtverblijf buiten kampeerterrein. 1. Het is verboden ten behoeve van nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. ….. 3. ….. 4. ….. 5. …..
Artikel 4:20 APV is algemener gemaakt door een tekstuele aanpassing. Artikel 4:20 Artikel 10.1 Bescherming groenvoorzieningen. Bescherming groenvoorzieningen. Het is in een voor publiek toegankelijk park of Het is verboden om in een voor publiek plantsoen of in bij de gemeente in onderhoud toegankelijk park, plantsoen of andere zijnde groenstroken, grasperken of bloembakken groenvoorziening enige schade toe te brengen. verboden enige schade toe te brengen aan een boom of een bloem– of heesterperk, dan wel aldaar bloemen te plukken De bepaling van artikel 5:25 APV is aangepast. Artikel 5:25 Ligplaats vaartuigen niet zijnde woonschepen. 1. Het is verboden met een vaartuig, niet zijnde een woonschip, een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. 2. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig, niet zijnde een woonschip, op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. …… 4. …… 5. ….
Artikel 13.2 Ligplaats vaartuigen niet zijnde woonschepen. 1. Het is verboden met een vaartuig, niet zijnde een woonschip, een ligplaats in te nemen. 2. Het college kan gebieden aanwijzen waar een ligplaats kan worden ingenomen en hieraan: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 3. ….. 4. ….. 5. …..
De bepaling van artikel 5:33 APV is aangepast. Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden. 1. …… 2. …… 3. …… 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. ….. 5. …..
Artikel 14.2 Beperking verkeer in natuurgebieden. 1. ….. 2. ….. 3. ….. 4. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: a. op wegen, bedoeld voor de betreffende weggebruiker, die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; b. ….. 5. ….. Artikel 1.1 Havenbeheersverordening Bataviahaven 2020 bevat begripsomschrijvingen, waaronder een begripsbepaling met een kaart in de bijlage van het gebied van Bataviahaven. Deze begripsbepaling is samen met het toepassingsgebied van artikel 1.2 in een apart artikel opgenomen ter aanduiding van het werkingsgebied. Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Bataviahaven: wateren die rondom deze haven in het beheer zijn van de gemeente Lelystad en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, aanmeergelegenheden, trappen, los- en laadplaatsen, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening;
Artikel 18.1 Havengebied 1. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op het gebied van Bataviahaven, zoals opgenomen in bijlage 5. 2. Onder Bataviahaven wordt verstaan; wateren die rondom deze haven in het beheer zijn van de gemeente Lelystad en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, aanmeergelegenheden, trappen, los- en laadplaatsen.
Artikel 1.2 Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing in Bataviahaven, zoals weergegeven op de kaart met het nummer SW-907262-AL-4 (bijlage 1 bij deze verordening) Artikel 1.1 Havenbeheersverordening Flevokust Haven 2018 bevat begripsomschrijvingen, waaronder een begripsbepaling met een kaart in de bijlage van het gebied van Flevokust Haven. Deze begripsbepaling is samen met het toepassingsgebied van artikel 1.2 in een apart artikel opgenomen ter aanduiding van het werkingsgebied. Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Flevokust Haven: wateren die rondom deze haven in het beheer zijn van onze gemeente en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen, los- en laadplaatsen, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening; Artikel 1.2 Toepassingsgebied en doel Flevokust Haven 1. Deze verordening is van toepassing in Flevokust Haven. 2. …..
Artikel 19.1 Toepassingsgebied Flevokust Haven 1. De regels in dit hoofdstuk zijn van toepassing op het gebied van Flevokust Haven zoals opgenomen in bijlage 6 van deze verordening. 2. Hier wordt onder verstaan: wateren die rondom deze haven in het beheer zijn van onze gemeente en die voor de scheepvaart openstaan, alsmede alle daartoe behorende kaden, kunstwerken, meergelegenheden, trappen, los- en laadplaatsen.
Artikel 1.2 van de Flevokust Haven verordening bevat ook het doel van de haven. Vanwege het bij artikel 19.1 samenbrengen van het werkingsgebied van de verordening, krijg je automatisch een afwijkend artikel ten opzichte van de oude verordening. Artikel 1.2 Toepassingsgebied en doel Flevokust Haven 1. ….. 2. Doel van Flevokust Haven is overslag en opslag van: a. containers; b. bulkgoederen en projectlading.
Artikel 19.3 Doel van Flevokust Haven.
Het doel van Flevokust Haven is overslag en opslag van: a. containers; b. bulkgoederen; en c. projectlading.
Artikel 2.2 en 2.15 Havenbeheersverordening Flevokust Haven zijn samengevoegd, omdat zij allebei aanwijzingen van het college bevatten. Artikel 2.2 Aanwijzen Ligplaatsen Het college kan een ligplaatsenoverzicht vaststellen, dat in elk geval bevat een kaart van de haven met daarop aangegeven: a. de plaatsen of gebieden die bestemd zijn om ligplaats te nemen; b. indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor bepaalde categorieën schepen; c. de plaatsen die bestemd zijn voor het aan of van boord zetten van een auto. Artikel 2.15 Aanwijzen gebieden Het college kan gebieden aanwijzen waar schepen zich alleen mogen bevinden onder de door het college nader te bepalen voorwaarden, bedoeld in artikel 1.10, onder d
Artikel 19.11: Aanwijzen door het college. 1. Het college kan een ligplaatsenoverzicht vaststellen, welke in elk geval een kaart van de haven bevat met daarop aangegeven: a. de plaatsen of gebieden die bestemd zijn om ligplaats te nemen; b. indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor bepaalde categorieën schepen; c. de plaatsen die bestemd zijn voor het aan of van boord zetten van een auto. 2. Het college kan gebieden aanwijzen waar schepen zich alleen mogen bevinden onder de door het college nader te bepalen voorwaarden, bedoeld in artikel 19.9, onder d.
In de Verordening fysieke leefomgeving zijn de artikelen 2.3, 2.4, 2.5 en 2,6 van de Havenbeheersverordening samengebracht onder één algemene verbodsbepaling. Artikel 2.3 Verbod nemen ligplaats Het is verboden een schip ligplaats te doen nemen of zich met een schip te bevinden op een plaats die daartoe niet is bestemd, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met geplaatste verkeerstekens en de daarbij behorende nadere aanduidingen en met instemming van de eigenaar, huurder of (onder)erfpachter van het aan de ligplaats gelegen terrein. Artikel 2.4 Verbod auto-afzetplaats Het is verboden een auto aan of van boord te zetten op een plaats die daartoe niet is bestemd. Artikel 2.5
Artikel 19.12 Algemene verbodsbepaling 1. Het is verboden een schip ligplaats te doen nemen of zich met een schip te bevinden op een plaats die daartoe niet is bestemd, tenzij dit geschiedt in overeenstemming met geplaatste verkeerstekens en de daarbij behorende nadere aanduidingen en met instemming van de eigenaar, huurder of (onder)erfpachter van het aan de ligplaats gelegen terrein. 2. Het is verboden met een schip langer dan noodzakelijk is voor de uitoefening van het bedrijf achtereen te verblijven in de haven. 3. Het is verboden een auto aan of van boord te zetten op een plaats die daartoe niet is bestemd. 4. Het is eenieder verboden voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water te
Duur verblijf in haven. 1. Het is verboden met een schip langer dan noodzakelijk is voor de uitoefening van het bedrijf achtereen te verblijven in de haven. 2. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen. Artikel 2.6 Voorzieningen en voorwerpen 1. Het is eenieder verboden voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water te hebben, te plaatsen of aan te brengen, als daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen die dienen, en als zodanig in gebruik zijn, voor het laden en lossen van schepen. 3. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.
hebben, te plaatsen of aan te brengen, als daardoor gevaar, schade of hinder kan ontstaan. 5. Het in het vierde lid gestelde verbod is niet van toepassing op het hebben, plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen die dienen, en als zodanig in gebruik zijn, voor het laden en lossen van schepen. 6. Het college kan van het in het tweede en vierde lid gestelde verbod ontheffing verlenen.