Lelystad.202191.QS.rapp_dd_22_maart_2021
Tekst van het document
Quickscan Wet natuurbescherming kadastraal perceel Lelystad O 7368 te Lelystad projectnummer
202191
Pagina 2 van 24
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Versie rapport Auteur Controle en vrijgave Paraaf vrijgave
OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres
Quickscan Wet natuurbescherming kadastraal perceel Lelystad O 7368 te Lelystad 202191 Versienummer: Datum: Reden vervallen: 1.0 22 maart 2021 Vigerende versie S. Nap R.J.W. Huls
Gemeente Lelystad Dhr. F.J. Kroese Postbus 91, 8200 AB LELYSTAD
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van kadastraal perceel Lelystad O 7368 te Lelystad, in opdracht van Gemeente Lelystad. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Lelystad_202191_kadastraal perceel Lelystad O 7368_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 3 van 24
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en doel......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen ................................................................................ 5
2.
INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................... 9
2.1 2.2 2.3
Bronnenonderzoek ........................................................................................................................ 9 Veldinspectie ................................................................................................................................. 9 Toetsing ........................................................................................................................................ 9
3.
EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING ............................................................ 10
3.1 3.2 3.3
Natura 2000 ................................................................................................................................ 10 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 11 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................... 11
4.
EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING .......................................................... 13
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Voorselectie soortgroepen .......................................................................................................... 13 Flora ............................................................................................................................................ 13 Broedvogels ................................................................................................................................ 13 Vleermuizen ................................................................................................................................ 14 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 14 Overige soorten ........................................................................................................................... 15
5.
CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 18
5.1 5.2 5.3 5.4
Gebiedsbescherming ................................................................................................................... 18 Soortenbescherming ................................................................................................................... 18 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 19 Verantwoording .......................................................................................................................... 20
GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................... 21 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Flevoland 2 Lijst Vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten Flevoland
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 4 van 24
1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding tot het onderzoek is de ontwikkeling van een braakliggend terrein in Campus Midden te Lelystad tot de 'Eurekabuurt' met een diversiteit aan levensloopbestendige appartementen en woningen. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het project. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.
1.2
Wettelijk kader
Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Aangezien voor voorliggend project de houtopstanden al zijn gekapt, is het aspect beschermde houtopstanden niet meer relevant. De quickscan gaat uitsluitend in op de onderdelen gebiedsbescherming (Natura 2000 en NNN) en soortenbescherming. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig.
Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen. Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 5 van 24
kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen. Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Flevoland is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1).
1.3
Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen
Huidige situatie plangebied Het plangebied is gelegen op Campus Midden en betreft kadastraal perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (zie figuur 1.1). Het bestaat uit braakliggend terrein met waterpartijen. Het aanwezige opgaand groen is reeds gekapt. Het plangebied ligt in het zuiden van Lelystad. Aan de oostzijde van het plangebied grenst het aan de weg ‘Zuigerplasdreef’. Ten noorden van het plangebied ligt een politiebureau (De Zevenster). Ten westen van het plangebied ligt scholengemeenschap ‘De Rietlanden’. Ten zuiden van het plangebied ligt een bedrijventerrein dat in ontwikkeling is. Figuren 1.2 tot en met 1.5 geven een impressie van het plangebied.
Figuur 1.1 Plangebied (rood omlijnd) (bron achtergrondkaart: ArcGIS). Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 6 van 24
Figuur 1.2 Overzichtsfoto westzijde van het plangebied.
Figuur 1.3 Overzichtsfoto te midden van het plangebied.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 7 van 24
Figuur 1.4 Overzichtsfoto te midden van het plangebied.
Figuur 1.5 Overzichtsfoto oostzijde van het plangebied.
Voorgenomen ontwikkelingen Men is voornemens om appartementen en woningen (Eureka 50 plus Campuszone) te realiseren. Het terrein dient nog ontwikkeld te worden. Het voorlopige ontwerp gaat uit van realisatie van 24 bungalows in de vorm van zes blokken van vier kwadrantbungalows. Daarnaast worden drie woontorens van elk twaalf appartementen en twee penthouses (totaal 42 appartementen) gerealiseerd (zie figuur 1.6). De koopwoningen zijn bedoeld voor senioren, vanaf 55 jaar en ouder. De bomen, bosschages en overig groen zijn reeds verwijderd. De start van de nieuwbouw werkzaamheden staat gepland na de zomer van 2021. In figuur 1.6 zijn de voorgenomen ontwikkelingen weergegeven. Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 8 van 24
Figuur 1.6 Tekening nieuwe situatie Eureka 50 Plus Campuszone (bron: Gemeente Lelystad, 2020).
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 9 van 24
2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaat uit het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied.
2.1
Bronnenonderzoek
Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 25 februari 2021 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2021) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van 500 meter rond het plangebied. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens (verspreidingsatlassen en dergelijke). Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.
2.2
Veldinspectie
Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het plangebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn. Het veldbezoek is overdag op 8 maart 2021 (droog, geheel bewolkt, windkracht 1 Bft, temperatuur 5°C) is uitgevoerd. Het plangebied en de directe omgeving is onderzoek door een ecoloog van Eco Reest.
2.3
Toetsing
Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 10 van 24
3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING 3.1
Natura 2000
Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreffen Markermeer & IJmeer, IJsselmeer, Oostvaardersplassen en Ketelmeer & Vossemeer, op respectievelijk 3.5 kilometer, 4.5 kilometer, 5 kilometer en 16 kilometer afstand (zie figuur 3.1).
4,5 km 16 km 3,5 km
5 km
Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden (Bron: AERIUS Calculator).
Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de categorie woningbouw in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Effectbeoordeling Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Vanwege de afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000gebieden (> 3,5 kilometer), de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties (Cardinaals et al. 2019, Vegte et al. 2014, Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al. 2008) en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten - met uitzondering van stikstofdepositie - op voorhand uitgesloten.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 11 van 24
*Het aspect stikstofdepositie (aanleg- en gebruiksfase) is door de vergunningaanvrager in een separaat traject reeds beoordeeld (mededeling opdrachtgever) en blijft zodoende buiten beschouwing n voorliggend rapport.
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 1,7 kilometer afstand en betreft Verbindingszone Lage Vaart. Op 2 kilometer afstand ligt het NNN-gebied Staatsbossen Lelystad en op 3,2 kilometer afstand ligt het NNN-gebied Hollandse Hout. Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (>1,7 kilometer), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
2 km
3,2 km
1,7 km
Figuur 3.2 Ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van het NNN (groen) en ecologische verbindingszone (groene stippellijn) (Bron: Provincie Flevoland, 2021).
3.3
Natuur buiten het NNN
De gemeente Lelystad is verplicht gesteld tot het inrichten van vervangend foerageergebied voor de blauwe kiekendief ter mitigatie van het verlies aan landbouwgronden door woningbouw. Door het Flevolands Agrarisch Collectief zijn zoekgebieden voor kiekendieffoerageergebied aangewezen. Op figuur 3.3 is de ligging van het kiekendieffoerageergebied weergegeven. Het foerageergebied is gelegen aan de noordzijde van de A6, ter hoogte van de oostzijde van de Oostvaardersplassen. De afstand tussen het plangebied en dit foerageergebied bedraagt circa drie kilometer.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 12 van 24
Effectbeoordeling Gezien de ruime afstand (>3,2 kilometer) en het tussenliggende gebied dat een afschermende werking heeft, is geen sprake van aantasting van het kiekendieffoerageergebied (zie figuur 3.3).
3,2 km
Figuur 3.3 Ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van het kiekendief foerageergebied (paarse arcering) (Bron: Provincie Flevoland, 2021).
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 13 van 24
4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1
Voorselectie soortgroepen
Vanwege de eigenschappen van het plangebied zijn niet op alle beschermde soortgroepen effecten te verwachten. Aangezien het plangebied uitsluitend uit grasland zonder bebouwing en opgaand groen bestaat, zijn verblijfsplaatsen van gebouw- en boombewonende soorten zoals vogels en vleermuizen op voorhand uitgesloten.
4.2
Flora
Binnen het plangebied zijn alle bomen en struiken reeds verwijderd. Het terrein bestaat uit braakliggend terrein met lage vegetatie en flora in een vegetatief levensstadium. Tevens zijn er waterpartijen met riet aanwezig. Aangetroffen algemene soorten flora betreffen: fluitenkruid, gewone braam, kleine veldkers, kruipende boterbloem, paardenbloem, en smalle weegbree. De aangetroffen soorten zijn hoofdzakelijk flora soorten die op voedselrijke bodems groeien. Beschermde flora wordt op basis van de terreinkenmerken (voedselrijke grond, reeds gekapt en gerooid), de bekende verspreidingsgegevens en ontbreken van geschikte groeiplaatsen uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.
4.3
Broedvogels
Jaarrond beschermde nesten In het plangebied ontbreken bebouwing en bomen. Het plangebied is daarmee ongeschikt als (potentiële) nestlocatie voor vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Ook in de directe omgeving van het plangebied zijn geen nesten van deze soorten waargenomen en/of bekend. Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Categorie 5 vogelsoorten Nesten van categorie 5 vogelsoorten worden eveneens uitgesloten vanwege het ontbreken van geschikte broedgelegenheid, onder andere in de vorm van bomen en bebouwing. In de omgeving wel diverse potentiële nestgelegenheid aanwezig in de vorm van bosschages en bomen. Voor de aangetroffen en in nabijheid bekende categorie 5 soorten (zie Bijlage 2) zijn in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieven aanwezig. Vervolgstappen ten aanzien van categorie 5 vogelsoorten zijn niet aan de orde. Overige broedvogels De hopen met takken en snoeiafval kunnen als broedgelegenheid gebruikt worden door vogels, evenals de nog aanwezige rietvegetatie rondom de waterpartijen. Geadviseerd wordt de hopen takken en snoeiafval te verwijderen en de rietvegetatie kort te houden. Het plangebied biedt voor de rest geen geschikt broedgelegenheid voor broedvogels vanwege het ontbreken van bebouwing en opgaand groen (zie ook paragraaf 2.1).
Grondbroedende vogels worden gezien de terreinkenmerken (korte gemaaide vegetatie en veel verstoring) ook uitgesloten. Het plangebied maakt wel onderdeel uit van het foerageergebied van diverse vogels van stedelijk milieu. Tijdens het veldbezoek zijn ekster, houtduif, koolmees, merel, pimpelmees, roodborst en staartmees waargenomen. Gezien het beperkte oppervlak en de terreinkenmerken betreft het geen essentieel foerageergebied. In de directe omgeving (bosschages, groenstroken) is echter voldoende beschikbaar alternatief foerageergebied beschikbaar. In de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels wel tot broeden komen in de bosschages en bomen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 14 van 24
eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Verstoring van broedgevallen is toegestaan zolang dit geen wezenlijke invloed op de gunstige staat van instandhouding heeft.
4.4
Vleermuizen
Verblijfplaatsen Vanwege de afwezigheid van bebouwing en bomen is aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen uitgesloten (zie ook paragraaf 2.1). Vervolgstappen ten aanzien van verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aan de orde. Vliegroute De straten en bomenrijen in de omgeving vormen lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. Aan de noord- en westzijde van het plangebied zijn potentiële vliegroutes aanwezig in de vorm van (fiets/wandel)paden met naastgelegen bomenrijen en bosschages. Naar verwachting worden bij de werkzaamheden deze mogelijke vliegroutes niet aangetast, mits er geen lichtbronnen (gedoseerd) in de richting van de mogelijke vliegroutes wordt afgesteld. Werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats, zodat lichtverstoring ook tot een minimum wordt beperkt. Vervolgstappen ten aanzien van vliegroutes van vleermuizen zijn zodoende niet aan de orde. Foerageergebied Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Aangezien de werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling voldoende geschikt blijven als foerageergebied is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.
4.5
Grondgebonden zoogdieren
Het plangebied en omgeving voldoet aan geschikt leef- en jachtgebied voor de hermelijn en wezel. De verblijfplaats van een hermelijn en wezel bevinden zich voornamelijk in holen van andere dieren zoals muizen, mollen of konijnen (Zoogdiervereniging, 2021). Binnen het plangebied zijn ook op verschillende plekken holen van woelmuizen en molshopen aangetroffen. Verblijfplaatsen van beschermde grondgebonden zoogdieren (zonder provinciale vrijstelling) de hermelijn en wezel kunnen op voorhand niet worden uitgesloten. Overige zoogdieren Tijdens de veldinspectie is er te midden van het braakliggende terrein een konijn aangetroffen (zie figuur 4.1). Tevens zijn er diverse holen van woelmuizen (zie figuur 4.2) en molshopen aangetroffen. In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals muizen, konijnen en mollen te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Flevoland vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 15 van 24
Figuur 4.1 Konijn te midden van braakliggend terrein.
Figuur 4.2 Holen van woelmuizen binnen het plangebied.
4.6
Overige soorten
Van alle soorten beschermde amfibieën is gezien de bekende verspreidingsgegevens alleen de rugstreeppad in de buurt van het plangebied te verwachten. Lelystad ligt op de rand van het verspreidingsgebied van de rugstreeppad. De rugstreeppad is een typische pionierssoort. De soort houdt van terrein met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 16 van 24
kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden vormen een ideaal leefgebied voor de rugstreeppad. Door gebrek aan dynamiek in natuurgebieden is het voorkomen van de soort in Nederland sterk afhankelijk van menselijk ingrepen. Rugstreeppadden planten zich voort in ondiep, onbeschaduwd en vaak onbegroeid water dat vrij snel opwarmt. Vaak wordt gebruikgemaakt van tijdelijke poeltjes en plassen, maar ook slootjes en vennen kunnen geschikt zijn. De soort kan zich ook in licht brakwater voortplanten (Ravon, 2021). Gezien de reeds uitgevoerd werkzaamheden en het nu braakliggende terrein is het plangebied een geschikt biotoop voor de rugstreeppad. Verblijfplaatsen of voortplantingshabitat van de rugstreeppad zijn dan ook niet op voorhand uit te sluiten. Wanneer de watergangen geheel onaangetast blijven zal het voortplantingshabitat naar verwachting intact blijven. Gelet op de veldinspectie, terreinkenmerken, de habitateisen en verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van beschermde reptielen, vlinders, vissen en overige ongewervelden ter plaatse van het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen vissen, reptielen en ongewervelden zijn niet aan de orde. Bruin blauwtje Een gedeelte van het plangebied valt binnen het terrein dat wordt beheerd om de lokale populatie van bruin blauwtje (en andere vlindersoorten van de rode lijst) in stand te houden.
De opdrachtgever beschikt over een beheervoorstel voor het bruin blauwtje (zie figuur 4.3). De waardplanten van het bruin blauwtje betreffen diverse soorten ooievaarsbek en gewone reigersbek (zeer algemeen voorkomend). De eitjes worden afgezet op deze waardplanten die doorgaans in een beschutte, zonnige laagte of op kale open grond groeien. Het voorkeurshabitat bestaat uit droge, zandige, open, kruidenrijke en schrale graslanden en kalkgraslanden met een afwisseling van open grond en begroeide plaatsen (Vlinderstichting, 2021).
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 17 van 24
Figuur 4.3 Beheervoorstel voor bruin blauwtje (bron: Gemeente Lelystad).
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 18 van 24
5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Gebiedsbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Vanwege de afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000gebieden (> 3,5 kilometer), de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten - met uitzondering van stikstofdepositie - op voorhand uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie (aanleg- en gebruiksfase) is door de vergunningaanvrager in een separaat traject reeds beoordeeld (mededeling opdrachtgever) en blijft zodoende buiten beschouwing n voorliggend rapport. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (>1,7 kilometer), de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
5.2
Soortenbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: - Het plangebied biedt gezien de terreinkenmerken en afwezigheid van bebouwing en opgaand groen geen geschikte broedgelegenheid voor (beschermde) vogels. - In struiken en bosschages in de directe omgeving van het plangebied diverse vogelsoorten tot broeden komen. - Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vanwege het ontbreken van bebouwing en bomen uitgesloten. Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van een vliegroute en foerageergebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen negatief effect op de functionaliteit ervan, mits er geen eventuele lichtbronnen in de richting van een potentiële vliegroute afgesteld staan. - Verblijfplaatsen en leefgebied van hermelijn en wezel zijn niet uit te sluiten binnen het plangebied. - Verblijfplaatsen en voortplantingshabitat van de rugstreeppad zijn niet uit te sluiten binnen het plangebied. - Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, vissen, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. - In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 19 van 24
5.3
Advies en vervolgstappen
Advies – Nader onderzoek Hermelijn en Wezel Per 28 januari 2021 zijn in provincie Flevoland de kleine marterachtigen – bunzing, hermelijn, wezel – van de lijst met vrijstellingen gehaald. Dat betekent dat bij ruimtelijke ontwikkelingen een ontheffing nodig is indien het plangebied deel uitmaakt van functioneel leefgebied van kleine marterachtigen. Omdat deze diersoorten moeilijk zijn aan te tonen, zet provincie met name in op mitigatie in plaats van onderzoek. Om het plangebied aantrekkelijk en geschikt te houden voor kleine marterachtigen kunnen voorzieningen worden getroffen die als verblijfplaatsen voor kleine marterachtigen geschikt zijn, bijvoorbeeld een marterhoop. Geadviseerd wordt de vervolgstappen voor te leggen en af te stemmen van de provincie Flevoland. Rugstreeppad Verblijfplaatsen van de rugstreeppad kunnen worden vastgesteld aan de hand van 3 veldbezoeken in de periode van half april t/m mei (juni) en half juni -begin augustus. Er moet tenminste 1 ronde russen half april tot en met mei worden uitgevoerd. Bij afwezigheid van de rugstreeppad kunnen amfibieschermen rondom het plangebied worden geplaatst om te voorkomen dat de rugstreeppad alsnog zijn intrede neemt binnen het plangebied. Overige broedvogels De hopen met takken en snoeiafval kunnen als broedgelegenheid gebruikt worden door vogels, evenals de nog aanwezige rietvegetatie rondom de waterpartijen.
Geadviseerd wordt de hopen takken en snoeiafval te verwijderen en de rietvegetatie kort te houden. In de directe omgeving van het plangebied kunnen eveneens diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart en de omliggende potentiële nestlocaties (bosschages en struiken) ten noorden en westen van het plangebied binnen de verstoringsafstand (invloedssfeer) van de werkzaamheden vallen, moet de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog (broedvogelcheck).
Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moet een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Ecologisch beheer van bermen en groenstroken - Kleurkeur De gemeente Lelystad beschikt al over een beheervoorstel voor het bruin blauwtje. Geadviseerd wordt niet alleen specifiek naar de behoefte van deze vlindersoort te kijken maar meer gericht op de verbetering van de gehele biodiversiteit van inheemse flora en fauna binnen het gebied.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 20 van 24
Kleurkeur 2021 bevat eisen voor het ecologisch beheer van bermen en groenstroken gericht op het in stand houden of verbeteren van de natuurkwaliteit van inheemse flora en fauna in kruidachtige vegetaties. Als uitgangspunt voor het ecologisch beheer van bermen en groenstroken geldt gefaseerd maaien, afvoeren van maaisel, niet klepelen en flexibel aanpassen van moment van uitvoering. Hiertoe stelt de Kleurkeur-deelnemer (opdrachtgever) een beheerplan op voor de looptijd van de opdracht, waarin onder andere de te gebruiken beheermethode en het te gebruiken materieel is opgenomen. Kleurkeur bestaat verder uit monitoring van de aanwezige flora en fauna en uit vakbekwaamheidseisen aan de medewerkers die het maaiwerk uitvoeren en erop toezien (Stichting Groenkeur, 2021). Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.
5.4
Verantwoording
De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven ontwikkelingen. Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 21 van 24
GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Gemeente Lelystad, 2020. Tekening nieuwe situatie Eureka 50 Plus Campuszone. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. Provincie Flevoland, 27 januari 2021.
Provinciaal Blad - Wijziging Beleidsregels Uitvoering Wet Natuurbescherming Flevoland 2016 door Gedeputeerde Staten inzake de toevoeging van een lijst jaarrond beschermde nesten van vogels (Wijziging Beleidsregels Wet Natuurbescherming Flevoland Lijst jaarrond beschermde nesten van vogels). Stichting Groenkeur, 2021. Kleurkeur 2021. Add-on op de Groenkeur beoordelingsrichtlijn Groenvoorziening 2016. Tijl, D.J., & Verbeek, L., Gedeputeerde Staten van Flevoland (2020). Wet natuurbescherming: goedkeuring beheerplan kiekendievenfoerageergebied aan de Torenvalkweg te Lelystad. Kenmerk: 2681198. Datum: 13 oktober 2020 Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014. Internet Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 25 februari 2021, van www.NDFF.nl1 Provincie Flevoland, 2021. Natuurnetwerk Nederland. Geraadpleegd op 25 februari 2021, van https://www.flevoland.nl/wat-doen-we/natuur/natuurnetwerk-nederland
1
In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
Pagina 22 van 24
Ravon. (2021). Rugstreeppad. Geraadpleegd op 18 maart 2021, van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/rugstreeppad RIVM (2020). AERIUS Calculator, versie 2020. Geraadpleegd op 15 maart 2021, van https://calculator.aerius.nl/calculator/ Vlinderstichting (2021). Bruin blauwtje. Geraadpleegd op 18 maart 2021 van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders/overzicht-vlinders/details-vlinder/bruin-blauwtje Zoogdiervereniging (2021). Hermelijn. Geraadpleegd op 18 maart 2021 van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/hermelijn Zoogdiervereniging (2021). Wezel. Geraadpleegd op 18 maart 2021 van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/wezel
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE FLEVOLAND Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid) Provincie Flevoland Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën
Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)
BIJLAGE 2 LIJST VOGELSOORTEN MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN FLEVOLAND In deze lijst worden 5 categorieën nesten van vogels onderscheiden: 1. 2.
3.
4. 5.
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. a. Nesten die vallen onder 5a zijn in beginsel wel jaarrond beschermd, tenzij uit een ecologische beoordeling blijkt dat aantasting niet van invloed is op de lokale staat van instandhouding van de soort, bijvoorbeeld omdat er voldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn. b.
Nesten die vallen onder 5b zijn in beginsel niet jaarrond beschermd, tenzij door aantasting de lokale staat van instandhouding van de soort in het geding komt, bijvoorbeeld omdat er geen of onvoldoende geschikte uitwijkmogelijkheden zijn.
1 ) Ooievaar, wanneer een ooievaarsnest in een hoogspanningsmast vanwege werkzaamheden moet worden weggehaald of verplaatst, dan kan dat buiten de periode dat er eieren/jongen aanwezig zijn, zonder ontheffing. Er dient na uitvoering van de werkzaamheden een gelijk aantal vervangende (goed bereikbare) nesten in de hoogspanningsmast te worden aangeboden (van minimaal vergelijkbare kwaliteit) binnen hetzelfde territorium. 2 ) Kerkuil, in het geval dat een kerkuilenkast binnen een erf wordt verplaatst buiten de periode dat er jongen aanwezig zijn, dan hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd, mits onder begeleiding van een deskundige. (bron: Provincie Flevoland, 27 januari 2021)
Quickscan Wet natuurbescherming perceel Lelystad O 7368 te Lelystad (kenmerk: 202191, v1.0)