KADERNOTA_OP_WEG_NAAR_NIEUWE_ENERGIE_IN_LELYSTAD.pdf
Tekst van het document
De communicatie zal een lange adem nodig hebben (het project strekt zich uit over 30 jaar) en aan de andere kant steeds meer concreet en specifiek op wijkniveau gericht moeten zijn. Per fase zal de focus van de communicatie dus verschillen Inwoners zijn een belangrijke doelgroep, maar ook is communicatieve aandacht nodig richting stakeholders. Doel is inwoners en stakeholders (groot en klein, met meer of minder invloed) mee te nemen in het proces en in een vroeg stadium te betrekken om zoveel mogelijk draagvlak te creëren. De afgelopen jaren is hier in samenwerking met Het Energieloket een begin mee gemaakt met de Energiewinkel aan het Stadhuisplein en in een aantal wijken met een woningspecifiek maatregelenpakket in samenwerking met ondernemers.
8.2
Website
de voorbeelden van projecten en processen raadpleegbaar zijn zodat door de jaren heen een bibliotheek van ervaringen opgebouwd zal worden.
8.3
Participatie
Gedurende de energietransitie krijgt participatie op verschillende manieren vorm. Er wordt onderscheid gemaakt in participatie door professionele partijen en burgerparticipatie. Ervaring met participatie door inwoners laat zien dat naar mate een onderwerp minder abstract wordt en dichterbij huis plaatsvindt de betrokkenheid stijgt. Dat laat zich vertalen naar de volgende maten van betrokkenheid: Kaderstelling/spelregels: abstract, ver van huis, lage betrokkenheid Volgorde der wijken: concreter, mogelijk dichterbij huis, groeiende betrokkenheid Wijkuitvoeringsplannen: concreet, dicht bij huis, grote betrokkenheid.
Abstract
Transitievisie Warmte
Concreet
Volgorde der wijken
Wijkuitvoeringsplan
Ver weg
Dicht bij huis
De wijze van participeren wordt bepaald aan de hand van de participatieladder. Een participatieladder is een hiërarchie van participatievormen gerangschikt naar de mate waarin participatie binnen een ontwikkeling mogelijk is.
Zelfbestuur
Meebeslissen
Coproduceren
Adviseren
Raadplegen
Informeren
Alle informatie over de Kadernota, Volgorde der wijken, wijkuitvoeringsplannen, handelingsperspectief producten etc. wordt via de website laagdrempelig beschikbaar gesteld. Hierin zullen goe-
20
KADERNOTA
8.
COMMUNICATIE
8.3.1 Participatie bij de Kaderstelling/spelregels Bij het opstellen van de spelregels is de participatie voornamelijk vorm gegeven door het betrekken van de professionele partijen (co-produceren). Zie hier voor ook de paragraaf over “rollen van stakeholders”. Daarnaast zijn inwoners van de stad geraadpleegd over de warmtetransitie via een enquête in het LelyStadsPanel. Deze inwoners worden bovendien uitgenodigd voor deelname aan een klankbordgroep om mee te denken over de verdere uitwerking van de Transitievisie Warmte.
Voor bewoners en ondernemers zijn hiervoor verschillende instrumenten beschikbaar (energieloket Flevoland, Energie Expertisecentrum Flevoland, energieke regio, OFGV, DE-on etc.)
8.3.2 Participatie bij Volgorde der wijken Bij het bepalen van de volgorde van wijken worden inwoners betrokken en kunnen meedenken over de wijze waarop deze Volgorde tot stand komt.
8.3.3 Participatie bij de Wijkuitvoeringsplannen De wijkuitvoeringsplannen komen tot stand in nauwe samenwerking met de wijk (co-produceren). Het gaat hierbij immers om zeer concrete veranderingen tot in de woning van woningeigenaren. Per wijk zullen informatievoorzieningen worden getroffen (energieloket, informatieavonden) waarbij het uitgangspunt niet is om eenzijdig te informeren maar bewoners daadwerkelijk mee te laten kiezen in welk energiesysteem in de wijk als voorkeurssysteem wordt aangewezen.
8.3.4 Ondersteuning vooruitlopende initiatieven uit wijken of bedrijventerreinen Er zijn wijken die niet willen wachten op de planning zoals de gemeente die zal nastreven en eerder willen starten. Dergelijke initiatieven zullen we zeker niet tegenhouden en indien nodig en waar mogelijk ondersteunen. Wel wordt als voorwaarde gesteld dat er draagvlak is onder het overgrote deel van de betrokkenen in de wijk (orde van grootte 70%) achter het initiatief moet staan en dat de initiatiefnemers ook georganiseerd (bijvoorbeeld als Vve of stichting) aantoonbaar de belangen van de wijk behartigen. Dit zal onder de volgende voorwaarden gebeuren; er ontstaat geen lock in, niet kostenverhogend t.o.v. voorkeursalternatief bij afwijking van voorkeursalternatief), minimaal gedragen door 70% van de bewoners uit de wijk. Het initiatief moet schriftelijk aantonen dat ze namens de (sub)wijk handelen. Een lock in betekent dat de keuze die gemaakt wordt ervoor zorgt dat er lange tijd geen andere maatregelen meer haalbaar zijn. Bijvoorbeeld een dure nieuwe cv ketel plaatsen terwijl er over 3 jaar een warmtenet in de planning staat. Dan kan er gekozen worden voor een lease of huurconstructie. Of het bouwen van een warmtenet op een restwarmtebron van een individueel bedrijf zonder dat er duidelijke afspraken over warmtelevering op lange termijn te maken zijn.
Handelingsperspectief: Bewoners van wijken die nog niet aan de beurt zijn, maar die wel maatregelen willen treffen worden geholpen bij het maken van keuzes die niet de uiteindelijke keuze voor een aardgasvrije techniek in de weg hoeven te staan. Dit zijn de zogenaamde “no-regret” maatregelen.
TRANSITIEVISIE WARMTE LELYSTAD 2020-2050
21
9
WIJKUITVOERINGSPLAN
Zodra de Volgorde der Wijken is bepaald zal per wijk (CBS indeling of logisch cluster van woningen/ gebouwen) een Wijkuitvoeringsplan opgesteld worden. In het Wijkuitvoeringsplan wordt tenminste vastgelegd: • • • • •
Wijkanalyse (opbouw, structuur, gebied specifieke eigenschappen) Visie (wat willen we in de wijk bereiken) Activiteitenprogramma (wie doet wat en wanneer) Budget (begroting en wie betaalt) Verantwoording (wat is er bereikt)
Het plan is opgave gericht. Participatie van wijkbewoners krijgt een grote rol. Het gaat immers om hun woonomgeving en zij kennen die beter dan wie ook. In het wijkuitvoeringsplan wordt beschreven welk alternatief energiesysteem de voorkeur heeft op basis van de eerder gekozen criteria (spelregels). Als een alternatief energiesysteem in de wijk wordt uitgerold zal er voor de woning- en gebouweigenaren geen verplichting gelden aan deze uitrol deel te nemen. Feit is wel dat op een ruim van te voren te communiceren datum de aardgaslevering in de wijk beëindigd wordt. Een woning- of gebouweigenaar zal dan zelf een alternatief duurzaam energiesysteem aangebracht moeten hebben. Tussen het moment van het opstellen van het Wijkuitvoeringsplan en het daadwerkelijk stoppen van de aardgaslevering verstrijkt tenminste 8 à 9 jaar om woning- en gebouweigenaren voldoende tijd te geven zich voor te bereiden op de energietransitie. Het Wijkuitvoeringsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad.
22
KADERNOTA
10 ORGANISATIE, PLANNING EN MIDDELEN 10.1 Aanpak De Transitievisie Warmte (TVW) moet op proces en inhoud aangestuurd worden. Hierin heeft de gemeente een belangrijke rol. De gemeenteraad stelt de TVW vast waarmee wordt aangegeven welke wijken voor 2030 van het aardgas afgaan en welk alternatief energiesysteem er voor in de plaats komt. Deze beleidsmatige keuze moet voorbereidt worden in nauwe samenwerking met de verschillende stakeholders en betrokken burgers en ondernemers in de betreffende wijken. Naast de beleidsmatige keuzes moet ook de uitvoering van de fysieke transitie begeleid worden. Hierin heeft de gemeente vanuit verschillende disciplines een verantwoordelijkheid. Denk hierbij aan beheer openbare ruimte, uitgeven van warmtekavels voor nieuwe exploitanten, handhaving van activiteitenbesluit bij bedrijven (energiebesparing), toezicht op netwerkbedrijven voor toekomstbestendige netinfrastructuur, prestatieafspraken met corporaties etc.
De benodigde capaciteit en financiële opgave zal nader worden uitgewerkt. Momenteel vindt er op rijksniveau door de Raad voor Openbaar Bestuur een onderzoek plaats naar de uitvoeringslasten van gemeenten in relatie tot het klimaatakkoord. De programmaorganisatie met bemensing en financiering zal in een separaat plan beschreven worden en maakt geen onderdeel uit van deze kadernota. Zonder voldoende budget vanuit het Rijk kan er door de gemeente Lelystad geen uitvoering gegeven worden aan het opstellen van en het realiseren van de wijkuitvoeringsplannen.
10.3 Planning De Transitievisie Warmte moet, inclusief de Wijkuitvoeringsplannen voor de eerste wijken, eind 2021 door de gemeenteraad zijn vastgesteld. De planning is om in het eerste kwartaal van 2021 deze Kadernota Transitievisie Warmte vast te stellen door de raad, in het tweede kwartaal van 2021 de Volgorde der wijken, gevolgd door de eerste Wijkuitvoeringsplannen in het laatste kwartaal van 2021.
Omdat deze verschillende gemeentelijke disciplines niet onder één ambtelijke afdeling of portefeuille vallen is een aanvullende structuur noodzakelijk voor afstemming en bewaking van voortgang. Deze programmastructuur is enkel ten behoeve van een procesmatige afstemming en zal geen werkzaamheden of bevoegdheden overnemen van de huidige situatie.
10.2 Organisatie De energietransitie is een opgave met veel onbekende variabelen, die vraagt om een programmatische aanpak om de doelen te verwezenlijken. Een structurele inzet van tientallen mensen en middelen binnen de gemeentelijke organisatie is nodig vanaf nu tot en met 2050. Voor de externe partijen spelen vergelijkbare opgaven in bemensing en beschikbaarheid van investeringen en procesbegeleiding. Gemeentelijke organisatie Momenteel werkt een compact kernteam Energietransitie (ca.2 fte) aan de uitwerking van de Transitievisie Warmte. Binnen de gehele organisatie zal capaciteit beschikbaar moeten worden gemaakt om de transitie vorm te geven, denk hierbij aan de meekoppelkansen op het gebied van groot onderhoud, renovatie - en of transformatie of sociaal economische opgaven. Ook is gedurende de looptijd van deze opgave gecommitteerde inzet voor participatie en communicatie nodig. De mate van inzet is afhankelijk van de fase van het traject en kan per wijk verschillen. Hierbij is een opschaling van het totaal beschikbare fte noodzakelijk. Voor de gehele organisatie geldt dat de omvang mee zal groeien met de gemeentelijke opgave binnen de energietransitie. De verduurzaming van onze eigen gemeentelijke gebouwen, die gebruik maken van aardgas, is ook onderdeel van de opgave. Ook hiervoor zullen capaciteit en financiële middelen nodig zijn.
Daarnaast heeft het team een bestedingsbudget nodig voor het inkopen van diensten zoals advies, berekeningen en ondersteunend instrumenten.
TRANSITIEVISIE WARMTE LELYSTAD 2020-2050
23
11 EVALUATIE De Transitievisie Warmte is een dynamisch document. Het ziet op een project dat gedurende twee generaties wordt uitgevoerd. Dat brengt onlosmakelijk met zich mee dat er met vaste tussenpozen onderzocht moet worden of de uitgangspunten en aannames nog passen bij de ontwikkelingen en voortgang in de tijd. In het klimaatakkoord is bepaald dat elke vijf jaar de Transitievisie tegen het licht wordt gehouden. 2018-2021
2022-2027
2028-2033
2034-2039
2040-2045
2046-2050
RES (2 jaarlijkse herijking)
TWV
TWV
TWV
TWV
TWV
• • • • •
In uitvoering zijnde wijkuitvoeringsplannen Programma Aardgasvrije wijken Deelname Informatieavonden/bijeenkomsten Uitgevoerde informatiecampagnes (bereik) Aantal betrokken partijen
Financieel • Subsidies • Leningen
Uitvoeringsplan D
Uitvoeringsplan C
Uitvoeringsplan B
Uitvoeringsplan A
Uitvoering wijk A Uitvoering wijk B Uitvoering wijk C Uitvoering wijk D
TVW = Actualisatie transitievisie warmte uitvoeringsplan. Uitvoeringsplan op wijkniveau
11.1 Indicatoren De exacte wijze waarop de vijfjaarlijkse evaluatie plaats vind is een organisch groeiend model. Voor nu wordt voorgesteld de volgende indicatoren te gebruiken: Fysiek • Gasaansluitingen wonen • Gasaansluitingen bedrijven en instellingen • Elektra verbruik • Gasverbruik • Kwaliteit netinpassing • Aandeel nieuwbouw • Aandeel Aardgasvrije gebouwen bestaand Proces • Opgestelde wijkplannen
24
KADERNOTA
12 BEGRIPPENLIJST Klimaatwet
Stakeholder
In de Klimaatwet is vastgelegd dat we in 2030 49% minder CO2 moeten uitstoten en in 2050 95% minder ten
Een belanghebbende of stakeholder is een persoon of organisatie die invloed ondervindt (positief of negatief)
opzichte van 1990. Dat is in de wet vastgelegd en ieder kabinet moet zich hier dus aan houden.
of zelf invloed kan uitoefenen op een specifieke organisatie, een overheidsbesluit, een nieuw product of een project.
Klimaatakkoord Het Klimaatakkoord is een onderdeel van het Nederlandse klimaatbeleid. Het is een overeenkomst tussen
Geothermie
veel organisaties, bedrijven en overheden in Nederland om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan.
Geothermie (aardwarmte) is lokale duurzame warmte uit de diepe ondergrond voor de verwarming van hui-
Daarmee wordt de opwarming van de aarde beperkt. In het klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over de
zen, kassen en industrie. De temperatuur loopt op met de diepte: hoe dieper hoe warmer. Het van nature
sectoren Elektriciteit, Industrie, Mobiliteit, Gebouwde omgeving en Landbouw & Landgebruik.
aanwezige warme water wordt uit de ondergrond opgepompt. De warmte wordt eruit gehaald. Een pomp zorgt ervoor dat het afgekoelde water terugstroomt in dezelfde aardlaag waarna het weer opwarmt.
CO2 uitstoot CO2 (koolstofdioxide) is een gas dat van nature voorkomt in de atmosfeer van de aarde. CO2 -uitstoot is het vrijkomen van dit CO2 in de atmosfeer. CO2 -uitstoot vindt plaats door de verbranding van fossiele brandstoffen, zoals olie, kolen en aardgas. Ook dieren en mensen stoten CO2 uit. Een deel van de CO2 -uitstoot wordt opgenomen door bomen, planten en plankton in de zee. Deze organismen zetten CO2 om in zuurstof (O2). CO2 is op zichzelf niet schadelijk. Maar door mens en machine is de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer de laatste 100 jaar sterk toegenomen. Doordat de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer toeneemt, wordt er steeds meer warmte vastgehouden. Het gevolg: de gemiddelde temperatuur op aarde stijgt. Dit wordt het broeikaseffect genoemd. Het broeikaseffect zorgt voor klimaatverandering.
Fossiele brandstoffen Fossiele brandstoffen zijn koolwaterstofverbindingen die zijn ontstaan uit resten van plantaardig en dierlijk leven in het geologisch verleden van de aarde, vooral in het Carboon maar ook uit andere tijdperken. Hieronder vallen aardolie, aardgas, steenkool en bruinkool. Bij het verbranden van fossiele brandstoffen komen de koolstofverbindingen weer vrij in de atmosfeer.
Transitievisie Warmte Elke gemeente moet voor eind 2021 een Transitievisie Warmte vaststellen. Met deze Transitievisie maken gemeenten het tijdspad inzichtelijk: wanneer kunnen welke wijken of buurten van het aardgas worden afgekoppeld. Voor de wijken of buurten die voor 2030 gepland staan, maakt de gemeente ook al de mogelijke warmte-alternatieven bekend.
Energietransitie Onder de energietransitie verstaan we de verandering van een fossiel energiesysteem naar een hernieuwbaar energiesysteem welke geen CO2 meer uitstoot.
Energiesysteem Het energiestysteem is het totale fysieke systeem vanaf de bron tot de gebruiker.
TRANSITIEVISIE WARMTE LELYSTAD 2020-2050
25
12 BEGRIPPENLIJST Biomassa Energie uit biomassa wordt ook wel bio-energie genoemd.Bio-energie is elektriciteit, warmte of gas die gewonnen wordt uit organisch materiaal (biomassa). Dit is bijvoorbeeld hout, groente-, fruit- en tuinafval, rioolslib en mest. Biomassa kan op verschillende manieren hernieuwbare energie leveren. De gemeenteraad van Lelystad heeft in haar raadsprogramma aangegeven terughoudend te willen zijn met het inzetten van houtige biomassa voor energie.
Warmtenet Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waar warm water doorheen stroomt. Dit warme water is afkomstig van een warmtebron in de buurt. Bijvoorbeeld van biomassacentrales, aardwarmte, oppervlakte- of afvalwater en restwarmte van bijvoorbeeld de industrie. Door dit warme water door ondergrondse geïsoleerde leidingen te laten stromen, kunnen huizen en andere gebouwen weer verwarmd worden zonder daar de cv-ketel voor in te hoeven zetten.
26
KADERNOTA
TRANSITIEVISIE WARMTE LELYSTAD 2020-2050
27